2009-01-01 | BWBR0003420 | Wet op het primair onderwijs
This commit is contained in:
parent
2a4a8e2e7d
commit
9966ee2918
1 changed files with 2 additions and 40 deletions
|
|
@ -121,45 +121,7 @@ activiteiten ten behoeve van de schoolorganisatie of het onderwijs aan een schoo
|
|||
|
||||
### Artikel 1a
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
In deze wet wordt onder het gecorrigeerde verzamelinkomen verstaan: het verzamelinkomen, bedoeld in artikel 2.18 van de Wet inkomstenbelasting 2001, verminderd met:
|
||||
|
||||
a. indien in het kalenderjaar de zelfstandigenaftrek, bedoeld in artikel 3.76 van de Wet inkomstenbelasting 2001, is toegepast: € 1355;
|
||||
b. indien in het kalenderjaar loon wordt genoten: het hoogste van de uit de toepassing van de volgende onderdelen voortvloeiende bedragen:
|
||||
|
||||
1°. bij loon uit tegenwoordige dienstbetrekking: 12% van dat loon, maar niet minder dan € 119 en niet meer dan € 1605;
|
||||
2°. bij loon uit vroegere dienstbetrekking: € 487;
|
||||
c. het bedrag van de in het kalenderjaar 2000 in aanmerking genomen kosten van woon-werkverkeer (reiskostenforfait), maar niet meer dan € 939;
|
||||
d. indien in het kalenderjaar 2000 loon uit dienstbetrekking wordt genoten: het bedrag van de in dat jaar in aanmerking genomen aftrekbare kosten terzake van inkomsten uit arbeid andere dan kosten van woon-werkverkeer, na toepassing van artikel 37, tweede lid, van de Wet op de inkomstenbelasting 1964, verminderd met 12% van het loon uit tegenwoordige dienstbetrekking in dat jaar, maar met niet minder dan € 119 en met niet meer dan € 1605;
|
||||
e. het bedrag van de in het kalenderjaar 2000 in aanmerking genomen renten van schulden, kosten van geldleningen daaronder begrepen, bedoeld in artikel 45, eerste lid, onderdeel f, van de Wet op de inkomstenbelasting 1964;
|
||||
f. het bedrag van de in het kalenderjaar 2000 in aanmerking genomen premies voor lijfrenten, maar niet meer dan € 2804, verminderd met € 1036, maar niet verder dan tot nihil; indien bij de echtgenoot van degene van wie het gecorrigeerd verzamelinkomen wordt berekend geen premies voor lijfrenten in aanmerking genomen zijn, worden de bedragen van € 2804 en € 1036 verhoogd tot € 5608 respectievelijk € 2072;
|
||||
g. het bedrag van de in het kalenderjaar 2000 in aanmerking genomen uitgaven tot voorziening in het levensonderhoud van kinderen en pleegkinderen van 27 jaar en ouder, alsmede andere bloed- en aanverwanten in de rechte lijn of in de tweede graad van de zijlijn, bedoeld in artikel 46, eerste lid, onderdeel a, onder 2°, van de Wet op de inkomstenbelasting 1964.
|
||||
|
||||
**2.** In het eerste lid wordt onder loon verstaan loon in de zin van de Wet inkomstenbelasting 2001.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
In deze wet en de daarop rustende bepalingen wordt onder het gecorrigeerde belastbare loon verstaan: het belastbare loon, bedoeld in artikel 9 van de Wet op de loonbelasting 1964, verminderd met:
|
||||
|
||||
a. het hoogste van de uit de toepassing van de volgende onderdelen voortvloeiende bedragen:
|
||||
|
||||
1°. bij loon uit tegenwoordige dienstbetrekking: 12% van dat loon, maar niet minder dan € 119 en niet meer dan € 1605;
|
||||
2°. bij loon uit vroegere dienstbetrekking: € 487;
|
||||
b. de bedragen bedoeld in het eerste lid, onderdelen c tot en met g.
|
||||
|
||||
**4.** De in het eerste lid, onderdelen c tot en met g, en derde lid, onderdeel b, bedoelde correctieposten worden over het kalenderjaar 2001 voor het geheel in aanmerking genomen, over het kalenderjaar 2002 voor 2/3 deel en over het kalenderjaar 2003 voor 1/3 deel. Over het kalenderjaar 2004 en volgende kalenderjaren worden deze correctieposten niet meer in aanmerking genomen.
|
||||
|
||||
**5.**
|
||||
|
||||
Met loon uit tegenwoordige dienstbetrekking wordt gelijkgesteld:
|
||||
|
||||
a. loon genoten wegens tijdelijke arbeidsongeschiktheid, anders dan ingevolge de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen, de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen behoudens uitkeringen in verband met bevalling, en de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten;
|
||||
b. loon in de vorm van uitkeringen ingevolge de Wet financiering loopbaanonderbreking en aanvullingen daarop door degene tot wie de belastingplichtige in dienstbetrekking staat.
|
||||
|
||||
**6.** De inspecteur, onder wie de ouders van leerlingen die aanspraak maken op gehele of gedeeltelijke vergoeding van vervoerskosten krachtens artikel 3, tweede lid, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen ressorteren voor de heffing van de inkomstenbelasting, bepaalt op verzoek van burgemeester en wethouders van de gemeente waar de leerlingen waarvan de ouders aanspraak maken op vergoeding van kosten van leerlingenvervoer verblijven, het gecorrigeerde verzamelinkomen of het gecorrigeerde belastbare loon in het desbetreffende jaar van de desbetreffende ouders.
|
||||
|
||||
**7.** De in het zesde lid bedoelde inspecteur verstrekt de gegevens inzake het gecorrigeerde verzamelinkomen of het gecorrigeerde belastbare loon aan burgemeester en wethouders als bedoeld in het zesde lid volgens bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te stellen regels.
|
||||
In deze wet wordt onder inkomen verstaan: het inkomensgegeven, bedoeld in artikel 21, onderdeel e, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen.
|
||||
|
||||
### Artikel 2
|
||||
|
||||
|
|
@ -227,7 +189,7 @@ d. een andere speciale school voor basisonderwijs in het onder c bedoelde samenw
|
|||
|
||||
**6.** Bij de toepassing van het vijfde lid worden de afstanden gemeten langs de kortste voor de leerling voldoende begaanbare en veilige weg en wordt de keuze van de ouders, bedoeld in het derde lid, in acht genomen.
|
||||
|
||||
**7.** De regeling kan ten aanzien van ouders wier inkomen tezamen meer bedraagt dan € 17 700 bepalen dat slechts bekostiging wordt verstrekt voor zover de kosten van vervoer de kosten van het openbaar vervoer over de door de gemeenteraad op grond van het achtste lid vastgestelde afstand te boven gaan, welke afstand ten hoogste 6 kilometer bedraagt. Bij de berekening van het inkomen wordt uitgegaan van het inkomen in het tweede kalenderjaar voorafgaand aan het kalenderjaar waarin het schooljaar waarvoor bekostiging wordt gevraagd, begint. Voor zover het inkomen is onderworpen aan de Nederlandse inkomstenbelasting respectievelijk loonbelasting wordt uitgegaan van het gecorrigeerde verzamelinkomen respectievelijk het gecorrigeerde belastbare loon. De kosten van het openbaar vervoer, bedoeld in de eerste volzin, betreffen de kosten van openbaar vervoer die op grond van de zone-indeling in de regeling die is gebaseerd op artikel 27, eerste lid, van de Wet personenvervoer, voor de afstand redelijkerwijs zouden worden gemaakt, ongeacht de aanwezigheid van openbaar vervoer of het daadwerkelijk gebruik ervan. Ingeval toepassing wordt gegeven aan het tiende lid voorziet de regeling in een overeenkomstig de vierde volzin berekende financiële bijdrage van de ouders. Het bedrag, bedoeld in de eerste volzin, wordt met ingang van 1 januari 1999 jaarlijks aangepast aan de wijziging die het indexcijfer van de regelingslonen van volwassen werknemers heeft ondergaan ten opzichte van het voorafgaande jaar, en afgerond op een veelvoud van € 450. Het aangepaste bedrag treedt in de plaats van het in de eerste volzin bedoelde bedrag. Indien het inkomen moet worden bepaald over een aan het kalenderjaar 2001 voorafgaand kalenderjaar, wordt in afwijking van de derde volzin uitgegaan van het belastbare inkomen respectievelijk het zuivere loon.
|
||||
**7.** De regeling kan ten aanzien van ouders wier inkomen tezamen meer bedraagt dan € 17 700 bepalen dat slechts bekostiging wordt verstrekt voor zover de kosten van vervoer de kosten van het openbaar vervoer over de door de gemeenteraad op grond van het achtste lid vastgestelde afstand te boven gaan, welke afstand ten hoogste 6 kilometer bedraagt. Bij de berekening van het inkomen wordt uitgegaan van het inkomen in het tweede kalenderjaar voorafgaand aan het kalenderjaar waarin het schooljaar waarvoor bekostiging wordt gevraagd, begint. De kosten van het openbaar vervoer, bedoeld in de eerste volzin, betreffen de kosten van openbaar vervoer die op grond van de zone-indeling in de regeling die is gebaseerd op artikel 27, eerste lid, van de Wet personenvervoer, voor de afstand redelijkerwijs zouden worden gemaakt, ongeacht de aanwezigheid van openbaar vervoer of het daadwerkelijk gebruik ervan. Ingeval toepassing wordt gegeven aan het tiende lid voorziet de regeling in een overeenkomstig de derde volzin berekende financiële bijdrage van de ouders. Het bedrag, bedoeld in de eerste volzin, wordt met ingang van 1 januari 1999 jaarlijks aangepast aan de wijziging die het indexcijfer van de regelingslonen van volwassen werknemers heeft ondergaan ten opzichte van het voorafgaande jaar, en afgerond op een veelvoud van € 450. Het aangepaste bedrag treedt in de plaats van het in de eerste volzin bedoelde bedrag.
|
||||
|
||||
**8.** De regeling kan bepalen dat geen aanspraak op bekostiging bestaat op grond van de afstand tussen de voor de leerling toegankelijke school en de woning van de leerling, gemeten langs de kortste, voor de leerling voldoende begaanbare en veilige weg.
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue