2025-02-12 | BWBR0048028 | Wet goed verhuurderschap

This commit is contained in:
Coornhert 2025-02-12 12:00:00 +00:00
parent 69424e788e
commit 9c4a9969ed

View file

@ -42,7 +42,7 @@ c. dochtermaatschappij;
Onder goed verhuurderschap wordt verstaan:
a. het zich onthouden van iedere vorm van ongerechtvaardigd onderscheid door:
a. het zich onthouden van iedere vorm van ongerechtvaardigd onderscheid, in ieder geval door:
1°. het hanteren van een heldere en transparante selectieprocedure;
2°. het gebruiken en communiceren van objectieve selectiecriteria bij het openbaar aanbieden van de woon- of verblijfsruimte;
@ -134,7 +134,7 @@ b. een in de verordening aangewezen categorie van verblijfsruimte zonder vergunn
### Artikel 7
**1.** Een vergunning als bedoeld in artikel 5, eerste lid, onderdeel a of b, wordt geweigerd indien voor de realisatie van die woon- of verblijfsruimte een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onderdeel a, of tweede lid, aanhef en onderdeel a, van de Omgevingswet, of een vergunning als bedoeld in artikel 21, eerste lid, van de Huisvestingswet 2014, vereist is en de verhuurder die vergunning of een aanvraag voor die vergunning waarop het bevoegd gezag nog niet heeft beslist, niet heeft overgelegd bij de aanvraag.
**1.** Een vergunning als bedoeld in artikel 5, eerste lid, onderdeel a of b, wordt geweigerd indien voor de realisatie van die woon- of verblijfsruimte een vereiste omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onderdeel a, of tweede lid, aanhef en onderdeel a, van de Omgevingswet, of indien de betrokken woon- of verblijfsruimte is gerealiseerd en op grond van artikel 4.3, eerste lid, onderdeel a, van de Omgevingswet bij algemene maatregel van bestuur is bepaald dat het feitelijk in gebruik nemen van het bouwwerk of de bouwwerken die onderdeel uitmaken van een bouwactiviteit verboden is zonder voorafgaande melding, of een vergunning als bedoeld in artikel 21, eerste lid, van de Huisvestingswet 2014, vereist is en de verhuurder de vereiste vergunning of melding of een aanvraag voor die vergunning waarop het bevoegd gezag nog niet heeft beslist, niet heeft overgelegd bij de aanvraag.
**2.**
@ -142,7 +142,7 @@ Een vergunning als bedoeld in artikel 5, eerste lid, onderdeel a of b, kan uitsl
a. indien aan de verhuurder binnen een tijdvak van acht jaar voorafgaand aan de aanvraag een bestuurlijke boete of een last onder bestuursdwang is opgelegd voor het handelen door de verhuurder in strijd met:
1°. de regels van goed verhuurderschap, bedoeld in artikel 2 of artikel 2a of artikel 2b;
1°. de regels van goed verhuurderschap, bedoeld in de artikelen 2 en 3 of artikel 2a of artikel 2b;
2°. een verbod op grond van:
i. artikel 5, eerste lid, onderdeel a of b;
@ -164,7 +164,7 @@ c. in het geval en onder de voorwaarden, bedoeld in artikel 3 van de Wet bevorde
Burgemeester en wethouders kunnen aan een vergunning als bedoeld in artikel 5, eerste lid, onderdeel a, voorwaarden verbinden die uitsluitend betrekking hebben op:
a. de wijze waarop de verhuurder aantoont hoe hij invulling geeft aan de regels van goed verhuurderschap, bedoeld in artikel 2 of artikel 2a;
a. de wijze waarop de verhuurder aantoont hoe hij invulling geeft aan de regels van goed verhuurderschap, bedoeld in de artikelen 2 en 3 of artikel 2a;
b. het opstellen en uitvoeren van een onderhoudsplan waarvan een afschrift binnen een door burgemeester en wethouders te bepalen termijn aan hen wordt toegezonden, dat ten minste bevat:
1°. de in de periode van de komende vijf jaar uit te voeren onderhouds- en herstelwerkzaamheden aan en vernieuwingen van het gebouw;
@ -175,7 +175,7 @@ b. het opstellen en uitvoeren van een onderhoudsplan waarvan een afschrift binne
Burgemeester en wethouders kunnen aan een vergunning als bedoeld in artikel 5, eerste lid, onderdeel b, voorwaarden verbinden die uitsluitend betrekking hebben op:
a. de wijze waarop de verhuurder aantoont hoe hij invulling geeft aan de regels van goed verhuurderschap, bedoeld in artikel 2 of artikel 2a;
a. de wijze waarop de verhuurder aantoont hoe hij invulling geeft aan de regels van goed verhuurderschap, bedoeld in de artikelen 2 en 3 of artikel 2a;
b. het in gebruik geven van een afzonderlijk afsluitbare verblijfsruimte die voldoet aan de daarvoor geldende eisen van de bouwregelgeving aan iedere arbeidsmigrant die geen huishouden vormt met een andere arbeidsmigrant; of
c. de voorzieningen voor het bewaren en bereiden van voeding, wasruimte en doucheruimte die in het gebouw waarin de verblijfsruimte gelegen is aanwezig moeten zijn, rekening houdend met het maximaal aantal arbeidsmigranten die in dat gebouw kunnen verblijven.
@ -197,7 +197,7 @@ c. de voorzieningen voor het bewaren en bereiden van voeding, wasruimte en douch
Burgemeester en wethouders kunnen een vergunning als bedoeld in artikel 5, eerste lid, onderdeel a of b, uitsluitend intrekken voor één of meerdere woon- of verblijfsruimten indien:
a. ter zake het niet naleven van de regels van goed verhuurderschap, bedoeld in artikel 2 of artikel 2a, een last onder bestuursdwang of een bestuurlijke boete is opgelegd en de verhuurder deze regels opnieuw niet naleeft binnen een tijdvak van vier jaar nadat de last onder bestuursdwang of de bestuurlijke boete is opgelegd;
a. ter zake het niet naleven van de regels van goed verhuurderschap, bedoeld in de artikelen 2 en 3 of artikel 2a, een last onder bestuursdwang of een bestuurlijke boete is opgelegd en de verhuurder deze regels opnieuw niet naleeft binnen een tijdvak van vier jaar nadat de last onder bestuursdwang of de bestuurlijke boete is opgelegd;
b. ter zake het niet naleven van de aan de vergunning verbonden voorwaarden, bedoeld in artikel 8, eerste of tweede lid, een last onder bestuursdwang of een bestuurlijke boete is opgelegd en de verhuurder deze voorwaarden opnieuw niet naleeft binnen een tijdvak van vier jaar nadat de last onder bestuursdwang of de bestuurlijke boete is opgelegd;
c. die vergunning is verleend op grond van door de houder van die vergunning verstrekte gegevens waarvan deze wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat zij onjuist of onvolledig waren;
d. een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, onderdeel a, of tweede lid, aanhef en onderdeel a, van de Omgevingswet voor de realisatie van die woon- of verblijfsruimte, of een vergunning als bedoeld in artikel 21, eerste lid, van de Huisvestingswet 2014, geheel of gedeeltelijk is ingetrokken;
@ -226,7 +226,7 @@ c. het verrichten van alle handelingen met betrekking tot die woon- of verblijfs
Burgemeester en wethouders kunnen de verhuurder verplichten tot het aan een beheerder in beheer geven van een woon- of verblijfsruimte of een gebouw waarin die woon- of verblijfsruimte is gelegen, indien:
a. de verhuurder binnen een tijdvak van vier jaar voorafgaand aan de constatering dat hij handelt in strijd met de regels van goed verhuurderschap, bedoeld in artikel 2 of artikel 2a, reeds tweemaal een bestuurlijke boete is opgelegd voor het handelen in strijd met die regels; en
a. de verhuurder binnen een tijdvak van vier jaar voorafgaand aan de constatering dat hij handelt in strijd met de regels van goed verhuurderschap, bedoeld in de artikelen 2 en 3 of artikel 2a, reeds tweemaal een bestuurlijke boete is opgelegd voor het handelen in strijd met die regels; en
b. in het geval genoemd in artikel 7, vierde lid.
**2.** Burgemeester en wethouders verplichten de verhuurder tot het aan een beheerder in beheer geven van een woon- of verblijfsruimte of een gebouw waarin die woon- of verblijfsruimte is gelegen, in het geval genoemd in artikel 10, vierde lid.
@ -261,7 +261,7 @@ In het besluit, bedoeld in artikel 12, eerste of tweede lid, stellen burgemeeste
Burgemeester en wethouders beëindigen het beheer:
a. als de verhuurder door middel van een verhuurplan naar het oordeel van burgemeester en wethouders voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij in de toekomst zal handelen in overeenstemming met de regels van goed verhuurderschap, bedoeld in artikel 2 of artikel 2a, of de van toepassing zijnde voorwaarden, bedoeld in artikel 8, eerste of tweede lid;
a. als de verhuurder door middel van een verhuurplan naar het oordeel van burgemeester en wethouders voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij in de toekomst zal handelen in overeenstemming met de regels van goed verhuurderschap, bedoeld in de artikelen 2 en 3 of artikel 2a, of de van toepassing zijnde voorwaarden, bedoeld in artikel 8, eerste of tweede lid;
b. indien van toepassing, de noodzakelijke voorzieningen of aanpassingen, bedoeld in artikel 14, eerste lid, zijn uitgevoerd; en
c. indien van toepassing, de resterende kosten, bedoeld in artikel 15, vierde lid, door de verhuurder zijn voldaan.
@ -291,10 +291,10 @@ Burgemeester en wethouders dragen zorg voor de bestuursrechtelijke handhaving va
**1.**
De bestuurlijke boete ter zake van het handelen in strijd met de regels van goed verhuurderschap, bedoeld in artikel 2 of artikel 2a, of het verbod, bedoeld in artikel 2b, bedraagt ten hoogste:
De bestuurlijke boete ter zake van het handelen in strijd met de regels van goed verhuurderschap, bedoeld in de artikelen 2 en 3 of artikel 2a, of het verbod, bedoeld in artikel 2b, bedraagt ten hoogste:
a. het bedrag dat is vastgesteld voor de vierde categorie, bedoeld in artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht;
b. het bedrag dat is vastgesteld voor de vijfde categorie, bedoeld in artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht, indien binnen een tijdvak van vier jaar voorafgaand aan de constatering van de overtreding een bestuurlijke boete is opgelegd voor het handelen in strijd met de regels van goed verhuurderschap, bedoeld in artikel 2 of artikel 2a of het verbod, bedoeld in artikel 2b, of, indien toepassing is gegeven aan het tweede lid, voor het overtreden van de verboden, bedoeld in artikel 5, eerste lid, onderdeel a of b, of artikel 12, derde lid, of de op basis van artikel 8, eerste of tweede lid, aan een vergunning als bedoeld in artikel 5, eerste lid, onderdeel a of b, verbonden voorwaarden.
b. het bedrag dat is vastgesteld voor de vijfde categorie, bedoeld in artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht, indien binnen een tijdvak van vier jaar voorafgaand aan de constatering van de overtreding een bestuurlijke boete is opgelegd voor het handelen in strijd met de regels van goed verhuurderschap, bedoeld in de artikelen 2 en 3 of artikel 2a of het verbod, bedoeld in artikel 2b, of, indien toepassing is gegeven aan het tweede lid, voor het overtreden van de verboden, bedoeld in artikel 5, eerste lid, onderdeel a of b, of artikel 12, derde lid, of de op basis van artikel 8, eerste of tweede lid, aan een vergunning als bedoeld in artikel 5, eerste lid, onderdeel a of b, verbonden voorwaarden.
**2.** Indien de gemeenteraad een verhuurverordening vaststelt, bepaalt hij dat een bestuurlijke boete kan worden opgelegd ter zake van het overtreden van de verboden, bedoeld in artikel 5, eerste lid, onderdeel a of b, of artikel 12, derde lid, of de op basis van artikel 8, eerste of tweede lid, aan een vergunning als bedoeld in artikel 5, eerste lid, onderdeel a of b, verbonden voorwaarden.
@ -303,13 +303,13 @@ b. het bedrag dat is vastgesteld voor de vijfde categorie, bedoeld in artikel 23
De op grond van het tweede lid op te leggen bestuurlijke boete bedraagt ten hoogste:
a. het bedrag dat is vastgesteld voor de vierde categorie, bedoeld in artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht, voor het overtreden van de verboden, bedoeld in artikel 5, eerste lid, onderdeel a of b, of artikel 12, derde lid, of voor het handelen in strijd met de op basis van artikel 8, eerste of tweede lid, aan een vergunning als bedoeld in artikel 5, eerste lid, onderdeel a of b, verbonden voorwaarden;
b. het bedrag dat is vastgesteld voor de vijfde categorie, bedoeld in artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht, voor het overtreden van de verboden, bedoeld in artikel 5, eerste lid, onderdeel a of b, of artikel 12, derde lid, of voor het handelen in strijd met de op basis van artikel 8, eerste of tweede lid, aan een vergunning als bedoeld in artikel 5, eerste lid, onderdeel a of b, verbonden voorwaarden indien binnen een tijdvak van vier jaar voorafgaand aan de constatering van die overtreding een bestuurlijke boete is opgelegd voor overtreding van die verboden of het handelen in strijd met de regels van goed verhuurderschap, bedoeld in artikel 2 of artikel 2a.
b. het bedrag dat is vastgesteld voor de vijfde categorie, bedoeld in artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht, voor het overtreden van de verboden, bedoeld in artikel 5, eerste lid, onderdeel a of b, of artikel 12, derde lid, of voor het handelen in strijd met de op basis van artikel 8, eerste of tweede lid, aan een vergunning als bedoeld in artikel 5, eerste lid, onderdeel a of b, verbonden voorwaarden indien binnen een tijdvak van vier jaar voorafgaand aan de constatering van die overtreding een bestuurlijke boete is opgelegd voor overtreding van die verboden of het handelen in strijd met de regels van goed verhuurderschap, bedoeld in de artikelen 2 en 3 of artikel 2a.
### Artikel 20
**1.**
Burgemeester en wethouders maken het feit dat een bestuurlijke boete als bedoeld in artikel 19, is opgelegd voor het handelen in strijd met de regels van goed verhuurderschap, bedoeld in artikel 2 of artikel 2a, overtreding van de verboden, bedoeld in artikel 2b, artikel 5, eerste lid, onderdeel a of b, of een besluit als bedoeld in artikel 12, eerste of tweede lid, is genomen, openbaar teneinde de naleving ervan te bevorderen, woningzoekenden en huurders te informeren en inzicht te geven in het uitvoeren van toezicht op de naleving van deze artikelen, met dien verstande dat:
Burgemeester en wethouders maken het feit dat een bestuurlijke boete als bedoeld in artikel 19, is opgelegd voor het handelen in strijd met de regels van goed verhuurderschap, bedoeld in de artikelen 2 en 3 of artikel 2a, overtreding van de verboden, bedoeld in artikel 2b, artikel 5, eerste lid, onderdeel a of b, of een besluit als bedoeld in artikel 12, eerste of tweede lid, is genomen, openbaar teneinde de naleving ervan te bevorderen, woningzoekenden en huurders te informeren en inzicht te geven in het uitvoeren van toezicht op de naleving van deze artikelen, met dien verstande dat:
a. de namen van betrokken natuurlijke personen niet openbaar worden gemaakt, indien het belang van openbaarmaking naar het oordeel van de burgemeester en wethouders niet opweegt tegen het belang, bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, onderdeel e, van de Wet open overheid;
b. geen openbaarmaking plaatsvindt, indien het belang van de openbaarmaking naar het oordeel van burgemeester en wethouders niet opweegt tegen de belangen, bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, onderdeel c of d, van de Wet open overheid.
@ -322,7 +322,7 @@ b. geen openbaarmaking plaatsvindt, indien het belang van de openbaarmaking naar
**5.** Indien de openbaarmaking in strijd is of zou kunnen komen met het doel van het toezicht op de naleving dat door de door burgemeester en wethouders aangewezen ambtenaren wordt uitgeoefend, blijft openbaarmaking achterwege.
**6.** De openbaarmaking van het feit dat een bestuurlijke boete is opgelegd voor het handelen in strijd met de regels van goed verhuurderschap, bedoeld in artikel 2 of artikel 2a, of overtreding van de verboden, bedoeld in artikel 2b of artikel 5, eerste lid, onderdeel a of b, wordt verwijderd vier jaar na de dagtekening van het besluit van openbaarmaking.
**6.** De openbaarmaking van het feit dat een bestuurlijke boete is opgelegd voor het handelen in strijd met de regels van goed verhuurderschap, bedoeld in de artikelen 2 en 3 of artikel 2a, of overtreding van de verboden, bedoeld in artikel 2b of artikel 5, eerste lid, onderdeel a of b, wordt verwijderd vier jaar na de dagtekening van het besluit van openbaarmaking.
**7.** De openbaarmaking van het feit dat een besluit als bedoeld in artikel 12, eerste of tweede lid, is genomen wordt verwijderd op het moment dat burgemeester en wethouders besluiten tot het beëindigen van het beheer op grond van artikel 16.
@ -360,7 +360,7 @@ Het schriftelijk verstrekken van informatie aan de huurder, bedoeld in artikel 2
a. voor huurovereenkomsten die zijn afgesloten na het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet op het moment waarop de huurovereenkomst wordt aangegaan;
b. voor huurovereenkomsten die zijn afgesloten voor de inwerkingtreding van deze wet uiterlijk drie maanden na het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet.
**5.** Het tijdvak van acht jaar, bedoeld in artikel 7, tweede lid, onderdeel a, met betrekking tot de regels van goed verhuurderschap, bedoeld in artikel 7, tweede lid, onderdeel a, onder 1°, en de regels van goed verhuurderschap, bedoeld in artikel 10, eerste lid, onderdeel a, vangt aan op het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet.
**5.** Het tijdvak van acht jaar, bedoeld in artikel 7, tweede lid, onderdeel a, met betrekking tot de regels van goed verhuurderschap, bedoeld in artikel 7, tweede lid, onderdeel a, onder 1°, het tijdvak van vier jaar, bedoeld in artikel 10, eerste lid, onderdeel a, vangt aan op het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet.
**6.** Het tijdvak van acht jaar, bedoeld in artikel 7, tweede lid, onderdeel a met betrekking tot een verbod als bedoeld in artikel 7, tweede lid, onderdeel a, onder 2°, en de voorwaarden, bedoeld in artikel 7, tweede lid, onderdeel a, onder 4°, vangt aan op het tijdstip waarop het verbod, bedoeld in artikel 5, eerste lid, onderdeel a of b, in werking treedt.
@ -398,7 +398,7 @@ Artikel 8, eerste lid, onderdeel b, zoals dat onderdeel luidde voor het tijdstip
### Artikel 29
Onze Minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening zendt binnen drie jaar na het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van deze wet in de praktijk.
Onze Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening zendt binnen drie jaar na het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van deze wet in de praktijk.
### Artikel 30