2017-07-01 | BWBR0005682 | Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek
This commit is contained in:
parent
c73e337102
commit
a0ab289b76
1 changed files with 23 additions and 17 deletions
|
|
@ -285,6 +285,14 @@ d. het bestuur en de inrichting.
|
|||
|
||||
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
|
||||
|
||||
### Artikel 1.19a
|
||||
|
||||
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
|
||||
|
||||
### Artikel 1.19b
|
||||
|
||||
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
|
||||
|
||||
### Artikel 1.20
|
||||
|
||||
**1.** Indien het instellingsbestuur op enigerlei wijze bekend is geworden dat een ten behoeve van zijn instelling met taken belast persoon zich mogelijk schuldig maakt of heeft gemaakt aan een misdrijf tegen de zeden als bedoeld in Titel XIV van het Wetboek van Strafrecht jegens een minderjarige student van de instelling, treedt het bevoegd gezag onverwijld in overleg met de vertrouwensinspecteur, bedoeld in artikel 6 van de Wet op het onderwijstoezicht.
|
||||
|
|
@ -813,11 +821,11 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
**2.** Een aanvraag om accreditatie wordt voor een door het accreditatieorgaan te bepalen datum bij het accreditatieorgaan ingediend. De datum kan per visitatiegroep verschillen.
|
||||
|
||||
**3.** Het besluit tot het verlenen van accreditatie wordt gebaseerd op de beoordeling, bedoeld in artikel 1.18, derde lid.
|
||||
**3.** Het besluit op de aanvraag om accreditatie wordt gebaseerd op de beoordeling, bedoeld in artikel 1.18, derde lid.
|
||||
|
||||
**4.** Het accreditatieorgaan neemt binnen drie maanden na de uiterste aanvraagdatum een besluit op de aanvraag. Het besluit treedt in werking met ingang van de dag waarop het besluit is genomen.
|
||||
|
||||
**5.** Het accreditatieorgaan verleent geen accreditatie indien een van de criteria, bedoeld in artikel 5a.8, tweede lid, onder c en d, door hem als onvoldoende is beoordeeld.
|
||||
**5.** Het accreditatieorgaan wijst de aanvraag tot het verlenen van accreditatie af indien een van de criteria, bedoeld in artikel 5a.8, tweede lid, onder c en d, door hem als onvoldoende is beoordeeld.
|
||||
|
||||
**6.** Indien het accreditatieorgaan besluit dat geen accreditatie wordt verleend omdat bij de beoordeling, bedoeld in artikel 1.18, derde lid, door de onafhankelijke deskundigen artikel 1.18, derde lid, vierde volzin, niet in acht is genomen, treedt, in afwijking van het vierde lid, dat besluit in werking met ingang van de dag van bekendmaking daarvan en kan binnen een jaar na die bekendmaking, een nieuwe aanvraag om accreditatie worden ingediend. In afwijking van het zevende lid, is de periode van de accreditatie alsdan verlengd tot het moment dat, onder de voorwaarden van het achtste lid, op de aanvraag om accreditatie is beslist.
|
||||
|
||||
|
|
@ -844,9 +852,7 @@ d. de bijzondere kenmerken van de opleiding.
|
|||
|
||||
**3.** Alvorens het accreditatierapport vast te stellen stelt het accreditatieorgaan het instellingsbestuur in de gelegenheid binnen een door het accreditatieorgaan te bepalen termijn zijn zienswijze over het voorgenomen accreditatierapport naar voren te brengen.
|
||||
|
||||
**4.** Het accreditatieorgaan zendt het accreditatierapport na vaststelling onverwijld aan het instellingsbestuur en maakt het rapport tegelijkertijd openbaar.
|
||||
|
||||
**5.** Het accreditatieorgaan verstrekt een afschrift van het accreditatierapport op verzoek. Het accreditatieorgaan vraagt een vergoeding van de kosten voor de afgifte van een afschrift van het accreditatierapport overeenkomstig een door Onze minister, na overleg met het accreditatieorgaan, vast te stellen tarief.
|
||||
**4.** Gelijktijdig met de bekendmaking publiceert het accreditatieorgaan het accreditatierapport op een voor iedereen kenbare wijze.
|
||||
|
||||
### Artikel 5a.10a
|
||||
|
||||
|
|
@ -1004,9 +1010,9 @@ d. de voorzieningen die de toegankelijkheid en studeerbaarheid voor studenten me
|
|||
|
||||
**2.** Het besluit tot het verlenen van een instellingstoets kwaliteitszorg treedt in werking met ingang van de dag waarop het vorige besluit tot het verlenen van een instellingstoets kwaliteitszorg vervalt, of indien een instelling voor de eerste maal een instellingstoets kwaliteitszorg wordt verleend, met ingang van de dag van bekendmaking van het besluit.
|
||||
|
||||
**3.** Het besluit tot het verlenen van een instellingstoets kwaliteitszorg wordt gebaseerd op de beoordeling, bedoeld in artikel 1.18, eerste lid.
|
||||
**3.** Het besluit op de aanvraag om een instellingstoets kwaliteitszorg wordt gebaseerd op de beoordeling, bedoeld in artikel 1.18, eerste lid.
|
||||
|
||||
**4.** Het accreditatieorgaan legt zijn oordeel vast in een rapport dat in ieder geval het besluit op de aanvraag om een instellingstoets kwaliteitszorg bevat. Het tweede tot en met het vijfde lid van artikel 5a.10 is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
**4.** Het accreditatieorgaan legt zijn oordeel vast in een rapport dat in ieder geval het besluit op de aanvraag om een instellingstoets kwaliteitszorg bevat. Het tweede tot en met het vierde lid van artikel 5a.10 zijn van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
**5.** Indien het accreditatieorgaan besluit geen instellingstoets kwaliteitszorg te verlenen, kan een instellingsbestuur gedurende drie jaar vanaf de datum van het besluit geen instellingstoets kwaliteitszorg aanvragen.
|
||||
|
||||
|
|
@ -1217,7 +1223,7 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
### Artikel 6.10
|
||||
|
||||
**1.** Onze minister kan besluiten dat aan een opleiding of aan alle opleidingen, onderscheidenlijk een Ad-programma of alle Ad-programma’s, verzorgd door een rechtspersoon voor hoger onderwijs, de rechten, genoemd in artikel 1.12, eerste lid, worden ontnomen, indien de continuïteit van de desbetreffende rechtspersoon of de naleving van artikel 1.12, tweede en derde lid, niet of niet langer is gewaarborgd.
|
||||
**1.** Onze minister kan besluiten dat aan een opleiding of aan alle opleidingen, onderscheidenlijk een Ad-programma of alle Ad-programma’s, verzorgd door een rechtspersoon voor hoger onderwijs, de rechten, genoemd in artikel 1.12, eerste lid, worden ontnomen, indien de continuïteit van de desbetreffende rechtspersoon of de naleving van artikel 1.12, tweede of derde lid, niet of niet langer is gewaarborgd.
|
||||
|
||||
**2.** Een besluit op grond van het eerste lid houdt in dat aan de examens van de desbetreffende opleiding of van alle opleidingen onderscheidenlijk een Ad-programma of alle Ad-programma’s geen graad als bedoeld in artikel 7.10a onderscheidenlijk artikel 7.10b is verbonden, dat de registratie in het Centraal register opleidingen hoger onderwijs, bedoeld in artikel 6.13, wordt beëindigd en dat de instelling niet meer het recht heeft zich universiteit te noemen, als bedoeld in artikel 1.22, eerste lid, dan wel hogeschool als bedoeld in artikel 1.23, eerste lid.
|
||||
|
||||
|
|
@ -1289,9 +1295,9 @@ b. de gegevens, bedoeld in het vierde lid, onderdelen b tot en met g, m, n, o, q
|
|||
|
||||
### Artikel 6.14
|
||||
|
||||
**1.** Het instellingsbestuur kan een opleiding na de verlening van accreditatie aanmelden voor registratie. Het instellingsbestuur kan een opleiding die de instelling voornemens is te verzorgen, aanmelden voor registratie, nadat die opleiding de toets nieuwe opleiding met positief gevolg heeft ondergaan. Het instellingsbestuur kan een Ad-programma dat de instelling voornemens is te verzorgen, aanmelden voor registratie, nadat dat Ad-programma de toets nieuw Ad-programma met positief gevolg heeft ondergaan. Indien er sprake is van het ongedaan maken van een samenvoeging als bedoeld in artikel 6.2, vijfde lid, meldt het instellingsbestuur de oorspronkelijke opleidingen opnieuw aan voor registratie.
|
||||
**1.** Het instellingsbestuur kan een aanvraag doen tot registratie van een opleiding waaraan accreditatie is verleend. Het instellingsbestuur kan een aanvraag doen tot registratie van een opleiding die de instelling voornemens is te verzorgen, nadat die opleiding de toets nieuwe opleiding met positief gevolg heeft ondergaan. Het instellingsbestuur kan een aanvraag doen tot registratie van een Ad-programma, nadat dat Ad-programma de toets nieuw Ad-programma met positief gevolg heeft ondergaan. Indien er sprake is van het ongedaan maken van een samenvoeging als bedoeld in artikel 6.2, vijfde lid, doet het instellingsbestuur een nieuwe aanvraag tot registratie van de oorspronkelijke opleidingen.
|
||||
|
||||
**2.** De aanmelding geschiedt onder vermelding van de gegevens, bedoeld in artikel 6.13, vierde lid. Bij de aanmelding van een geaccrediteerde opleiding, voegt het instellingsbestuur het accreditatierapport, bedoeld in artikel 5a.10, eerste lid. Bij de aanmelding van een opleiding die de toets nieuwe opleiding met positief gevolg heeft ondergaan, voegt het instellingsbestuur het rapport van de toets nieuwe opleiding en het besluit van instemming van Onze minister, bedoeld in artikel 6.2, eerste lid. Indien de indeling van het Centraal register opleidingen hoger onderwijs naar het oordeel van het instellingsbestuur niet voldoet, volstaat het instellingsbestuur met een aanduiding van het onderdeel dat naar zijn oordeel het gebied van de opleiding onderscheidenlijk het Ad-programma het best omschrijft. Het instellingsbestuur dat een masteropleiding in het wetenschappelijk onderwijs aanmeldt voor registratie, voegt zo nodig het besluit van Onze minister, bedoeld in artikel 7.4a, vijfde lid, eerste volzin, toe. Het instellingsbestuur dat een Ad-programma aanmeldt voor registratie voegt het rapport van de toets nieuw Ad-programma en het besluit van instemming van Onze minister, bedoeld in artikel 6.2, eerste lid, bij.
|
||||
**2.** De aanvraag geschiedt onder vermelding van de gegevens, bedoeld in artikel 6.13, vierde lid. Bij de aanvraag van een geaccrediteerde opleiding, voegt het instellingsbestuur het accreditatierapport, bedoeld in artikel 5a.10, eerste lid. Bij de aanvraag van een opleiding die de toets nieuwe opleiding met positief gevolg heeft ondergaan, voegt het instellingsbestuur het rapport van de toets nieuwe opleiding en het besluit van instemming van Onze minister, bedoeld in artikel 6.2, eerste lid. Indien de indeling van het Centraal register opleidingen hoger onderwijs naar het oordeel van het instellingsbestuur niet voldoet, volstaat het instellingsbestuur met een aanduiding van het onderdeel dat naar zijn oordeel het gebied van de opleiding onderscheidenlijk het Ad-programma het best omschrijft. Het instellingsbestuur dat een aanvraag doet voor registratie van een masteropleiding in het wetenschappelijk onderwijs, voegt zo nodig het besluit van Onze minister, bedoeld in artikel 7.4a, vijfde lid, eerste volzin, toe. Het instellingsbestuur dat een aanvraag doet voor registratie van een Ad-programma voegt het rapport van de toets nieuw Ad-programma en het besluit van instemming van Onze minister, bedoeld in artikel 6.2, eerste lid, bij.
|
||||
|
||||
**3.** Onze Minister registreert binnen een redelijke termijn de opleiding onderscheidenlijk het Ad-programma overeenkomstig de door het instellingsbestuur verstrekte gegevens in het Centraal register opleidingen hoger onderwijs.
|
||||
|
||||
|
|
@ -1356,10 +1362,10 @@ c. indien de specifieke aard, de inrichting of de kwaliteit van het onderwijs da
|
|||
|
||||
**5.** Het examen, bedoeld in het derde lid, dat met goed gevolg is afgelegd en de met het oog daarop vervaardigde werkstukken worden door het instellingsbestuur gedurende een periode van ten minste zeven jaar bewaard.
|
||||
|
||||
**5.** Het instellingsbestuur kan de naam van een opleiding wijzigen in het kader van het verlenen van accreditatie of tussentijds als daarmee wordt bereikt dat de naam beter aansluit bij wat binnen de visitatiegroep of de sector gebruikelijk is. Tussentijdse wijziging kan slechts plaatsvinden na instemming door het accreditatieorgaan. Het accreditatieorgaan stemt in als wordt voldaan aan de criteria, bedoeld in artikel 5a.2, lid 2a, onder b.
|
||||
|
||||
**6.** Indien het instellingsbestuur besluit een opleiding of een Ad-programma binnen een opleiding, te beëindigen, worden de aan die opleiding of dat Ad-programma ingeschreven studenten in de gelegenheid gesteld hun opleiding, onderscheidenlijk het Ad-programma zonder onderbreking bij die instelling te vervolgen. Daarbij wordt een termijn in acht genomen die ten hoogste de voor de betrokken studenten resterende, aan de studielast van de opleiding, onderscheidenlijk van het gevolgde Ad-programma, gerelateerde studieduur vermeerderd met een jaar bedraagt.
|
||||
|
||||
**7.** Het instellingsbestuur kan de naam van een opleiding wijzigen in het kader van het verlenen van accreditatie of tussentijds als daarmee wordt bereikt dat de naam beter aansluit bij wat binnen de visitatiegroep of de sector gebruikelijk is. Tussentijdse wijziging kan slechts plaatsvinden na instemming door het accreditatieorgaan. Het accreditatieorgaan stemt in als wordt voldaan aan de criteria, bedoeld in artikel 5a.2, lid 2a, onder b.
|
||||
|
||||
### Artikel 7.3a
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
|
@ -1968,7 +1974,7 @@ b. een bij de ministeriële regeling, bedoeld in artikel 7.24, tweede lid, onder
|
|||
De aspirant-student, bedoeld in artikel 7.25a, tweede lid, kan aantonen over de kennis, bedoeld in dat artikel, te beschikken door middel van:
|
||||
|
||||
a. het overleggen van een diploma als bedoeld in artikel 7.24, en wat betreft de vakken die deel hebben uitgemaakt van het examen ter verkrijging van dat diploma, de bij het diploma behorende cijferlijst of resultatenlijst waaruit blijkt dat hij over de desbetreffende kennis beschikt, of
|
||||
b. in voorkomende gevallen, al dan niet in aanvulling op het overleggen van een diploma als bedoeld in onderdeel a, het overleggen van een of meer certificaten als bedoeld in artikel 7.4.11, vijfde lid, van de Wet educatie en beroepsonderwijs waaruit blijkt dat hij over de desbetreffende kennis beschikt.
|
||||
b. in voorkomende gevallen, al dan niet in aanvulling op het overleggen van een diploma als bedoeld in onderdeel a, het overleggen van een of meer certificaten als bedoeld in artikel 7.4.11, vijfde lid, van de Wet educatie en beroepsonderwijs of artikel 7.4.13, vijfde lid, van de Wet educatie en beroepsonderwijs BES, waaruit blijkt dat hij over de desbetreffende kennis beschikt.
|
||||
|
||||
**2.** Indien de aspirant-student niet voldoet aan het eerste lid, kan hij aantonen over de kennis, bedoeld in artikel 7.25a, te beschikken door het met goed gevolg afleggen van een toets.
|
||||
|
||||
|
|
@ -3123,10 +3129,10 @@ d. het houden van toezicht op de uitvoering van de onderwijs- en examenregeling
|
|||
e. het instellen van de examencommissies en de commissie, bedoeld in artikel 7.29, eerste lid, alsmede de benoeming van de leden van die commissies,
|
||||
f. de uitvoering van de artikelen 7.8b en 7.9, met uitzondering van de aanwijzing van opleidingen, bedoeld in de artikelen 7.8b, derde lid, en 7.9, eerste lid,
|
||||
g. het vaststellen van nadere regels omtrent de wijze waarop vrijstelling als bedoeld in de artikelen 7.25, vierde lid, 7.28, tweede tot en met vierde lid, en 7.29, eerste lid, kan worden verkregen,
|
||||
h. het verstrekken van een bewijs van toelating als bedoeld in artikel 7.30a, derde lid, de toepassing van artikel 7.30a, vijfde lid, de uitvoering van artikel 7.30c, en
|
||||
h. de uitvoering van artikel 7.30c,
|
||||
i. het sluiten van een gemeenschappelijke regeling ten behoeve van een of meer opleidingen met een of meer decanen van andere faculteiten,
|
||||
j. de uitvoering van de artikelen 6.7a en 7.9b,
|
||||
j. het vaststellen van de procedures en criteria met betrekking tot erkenning van verworven competenties.
|
||||
j. de uitvoering van de artikelen 6.7a en 7.9b, en
|
||||
k. het vaststellen van de procedures en criteria met betrekking tot erkenning van verworven competenties.
|
||||
|
||||
**2.** De decaan oefent het recht tot voordracht, bedoeld in artikel 7.19, tweede lid, uit.
|
||||
|
||||
|
|
@ -4036,7 +4042,7 @@ a. het instellingsplan,
|
|||
b. de vormgeving van het systeem van kwaliteitszorg overeenkomstig artikel 1.18, eerste lid, alsmede het voorgenomen beleid in het licht van de uitkomsten van de kwaliteitsbeoordeling, bedoeld in artikel 2.9, tweede lid, tweede volzin,
|
||||
c. het studentenstatuut,
|
||||
d. het bestuursreglement, alsmede indien artikel 10.8a van toepassing is, het desbetreffende deel van de statuten,
|
||||
e. de onderwijs- en examenregeling, bedoeld in artikel 7.13, met uitzondering van de onderwerpen genoemd in het tweede lid, onder a tot en met g en w, alsmede het derde lid,
|
||||
e. de onderwijs- en examenregeling, bedoeld in artikel 7.13, met uitzondering van de onderwerpen genoemd in het tweede lid, onder a tot en met g en v, alsmede het derde lid,
|
||||
f. regels op het gebied van de arbeidsomstandigheden,
|
||||
g. de keuze uit medezeggenschapsstelsels, bedoeld in artikel 10.16a, eerste lid,
|
||||
h. het beleid van het college van bestuur bij de toepassing van artikel 7.51, en de regels, bedoeld in het vierde lid van dat artikel, en
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue