2011-01-12 | BWBR0006743 | Rechtspositiebesluit burgemeesters 1994

This commit is contained in:
Coornhert 2011-01-12 12:00:00 +00:00
parent 36bced0f3f
commit a3bb59cb29

View file

@ -3,7 +3,7 @@ titel: Rechtspositiebesluit burgemeesters
bwb_id: BWBR0006743
type: AMvB
status: geldend
datum_inwerkingtreding: '2001-08-17'
datum_inwerkingtreding: '2011-01-12'
bron: https://wetten.overheid.nl/BWBR0006743
citeertitel: Rechtspositiebesluit burgemeesters
---
@ -162,7 +162,7 @@ c. gedurende de volgende jaren het verschil tussen de bezoldiging behorende bij
**9.** Dit artikel is niet van toepassing op de burgemeester op wie artikel 291 van de Gemeentewet van toepassing is.
### Paragraaf . Vakantie-uitkering
### Paragraaf . Vakantie- en eindejaarsuitkering
### Artikel 15
@ -170,11 +170,7 @@ De burgemeester heeft aanspraak op een vakantie-uitkering overeenkomstig de rege
### Artikel 15a
**1.** De burgemeester heeft recht op een eindejaarsuitkering waarvan de hoogte wordt bekend gemaakt in de Staatscourant.
**2.** De eindejaarsuitkering wordt eenmaal per kalenderjaar in de maand december betaald.
**3.** Bij ontslag van de burgemeester vindt betaling plaats over het tijdvak gelegen tussen het einde van de laatst verstreken periode waarover de eindejaarsuitkering is betaald en de datum van het ontslag.
De burgemeester heeft recht op een eindejaarsuitkering overeenkomstig de regels die te dien aanzien voor het personeel in de sector Rijk zijn vastgesteld. De eindejaarsuitkering wordt vervolgens verhoogd met 1,5% van de jaarlijkse bezoldiging.
### Paragraaf . Ambtstoelage
@ -186,13 +182,13 @@ De burgemeester ontvangt een ambtstoelage voor de aan de uitoefening van het amb
| Inwonersklasse als bedoeld in artikel 5 | Ambtstoelage per maand |
| --- | --- |
| 1 en 2 | € 658,79 per 1 januari 2010: € 661,43 |
| 3 en 4 | € 686,54 per 1 januari 2010: € 689,29 |
| 5 tot en met 9 | € 709,37 per 1 januari 2010: € 712,21 |
| 1 en 2 | € 322,57 |
| 3 en 4 | € 336,15 |
| 5 tot en met 9 | € 347,33 |
**2.** De bedragen, genoemd in het eerste lid, worden per 1 januari van elk jaar door Onze Minister herzien aan de hand van de consumentenprijsindex, geldend voor de maand september van het voorafgaande kalenderjaar en bekend gemaakt in de Staatscourant.
**2.** De bedragen, genoemd in het eerste lid, worden per 1 januari van elk jaar bij ministeriële regeling gewijzigd aan de hand van de consumentenprijsindex, geldend voor de maand september van het voorafgaande kalenderjaar.
**3.** De burgemeester heeft na eervol ontslag of niet-herbenoeming voor een periode van drie maanden aanspraak op een ambtstoelage ter hoogte van de helft van het voor hem bij ontslag of niet-herbenoeming geldende bedrag.
@ -210,7 +206,7 @@ Degene die op grond van artikel 78 van de Gemeentewet als waarnemend burgemeeste
Daarnaast heeft hij aanspraak op de vakantie-uitkering, bedoeld in artikel 15, de helft van de ambtstoelage, bedoeld in artikel 16, de voorzieningen voor computer- en communicatieapparatuur, bedoeld in artikel 30, en vergoeding van kosten voor woon-werkverkeer en voor reis- en verblijfkosten, bedoeld in artikel 32.
**4.** Degene die op grond van artikel 78 van de Gemeentewet als waarnemend burgemeester is aangewezen voor een periode van naar verwachting een jaar of langer, is dit besluit van overeenkomstige toepassing, met uitzondering van de artikelen 36, 39 tot en met 41, de artikelen 43 tot en met 46c en de artikelen 48 tot en met 65.
**4.** Degene die op grond van artikel 78 van de Gemeentewet als waarnemend burgemeester is aangewezen voor een periode van naar verwachting een jaar of langer, is dit besluit van overeenkomstige toepassing, met uitzondering van de artikelen 39 tot en met 41, de artikelen 43 tot en met 46c en de artikelen 48 tot en met 65.
**5.** Zodra een waarnemend burgemeester ten aanzien van wie het derde lid van dit artikel is toegepast, zonder onderbreking één jaar het ambt van burgemeester heeft waargenomen, wordt met terugwerkende kracht tot en met de ingangsdatum van de waarneming in die gemeente, alsnog het vierde lid van dit artikel toegepast.
@ -227,9 +223,7 @@ b. een vergoeding als bedoeld in de artikelen 31 en 32 toekennen.
### Artikel 17a
**1.** Indien aan een gewezen burgemeester in verband met ontslag wegens opheffing van de gemeente een bovenwettelijke uitkering als bedoeld in artikel 46, eerste lid, is toegekend en hij met de waarneming van het ambt van burgemeester wordt belast, wordt de hoogte en de duur van de uitkering bij ontheffing van het waarnemerschap berekend als zou het waarnemerschap niet hebben plaatsgevonden.
**2.** Indien de bezoldiging voor de waarneming minder is dan de bezoldiging voor het burgemeestersambt waaruit hij werkloos werd, wordt door de gemeente een aanvulling op de bezoldiging toegekend, die het verschil bedraagt tussen de bezoldiging voor het ambt waaruit hij werkloos werd en de bezoldiging voor de waarneming. De aanvulling vormt onderdeel van de bezoldiging en werkt door in de berekening van het dagloon voor de uitkering, bedoeld in artikel 46d, eerste lid. De kosten van de aanvulling op de bezoldiging komen ten laste van het Rijk.
Vervallen
### Paragraaf . Bezoldiging en ambtstoelage bij verblijf elders
@ -241,34 +235,11 @@ Wanneer aan de burgemeester toestemming is verleend langer dan zes weken buiten
### Artikel 18a
**1.** De burgemeester die wegens ziekte ongeschikt is tot het uitoefenen van zijn ambt, geniet vanaf de dag waarop deze ongeschiktheid aanvangt, gedurende een termijn van 18 maanden zijn volledige bezoldiging. Vervolgens geniet hij tot zijn ontslag 80% van zijn bezoldiging.
**2.** De burgemeester geniet ook na afloop van de in het eerste lid genoemde termijn van 18 maanden zijn volledige bezoldiging indien de ziekte uit hoofde waarvan hij ongeschikt is zijn arbeid te verrichten, in overwegende mate haar oorzaak vindt in de aard van de hem opgedragen werkzaamheden of in de bijzondere omstandigheden, waaronder deze moesten worden verricht, en niet aan zijn schuld of onvoorzichtigheid is te wijten.
**3.** De burgemeester geniet vanaf de dag waarop de ongeschiktheid wegens ziekte tot het uitoefenen van zijn ambt aanvangt, gedurende een termijn van 12 maanden zijn volledige ambtstoelage. Vervolgens geniet hij tot zijn ontslag 50% van de ambtstoelage.
**4.** Voor het vaststellen van het tijdstip waarop de in het eerste lid onderscheidenlijk het vierde lid genoemde termijn van 18 onderscheidenlijk 12 maanden is verstreken, worden perioden van ongeschiktheid tot het uitoefenen van zijn ambt wegens ziekte samengeteld, indien zij elkaar met een onderbreking van minder dan vier weken opvolgen.
**5.** Onze Minister kan bepalen dat de burgemeester die wegens ziekte ongeschikt is zijn ambt uit te oefenen, de uitoefening van zijn ambt slechts mag hervatten met zijn toestemming. Deze toestemming is in ieder geval vereist, wanneer de ongeschiktheid langer dan een jaar duurt. Alvorens toepassing te geven aan de eerste volzin vraagt Onze Minister advies aan een door hem aangewezen bedrijfsarts.
Vervallen
### Artikel 19
**1.** Het eerste tot en met het vijfde lid van dit artikel zijn uitsluitend van toepassing gedurende de eerste 52 weken waarin de burgemeester wegens ziekte ongeschikt is tot het vervullen van zijn ambt.
**2.** Voor het berekenen van de termijn van 52 weken, bedoeld in het eerste lid, worden perioden van ongeschiktheid wegens ziekte tot het uitoefenen van zijn ambt samengeteld, indien zij elkaar met een onderbreking van minder dan vier weken opvolgen.
**3.**
Onze Minister kan de aanwijzing geven de doorbetaling van de bezoldiging en de ambtstoelage te staken, wanneer en voor zolang de burgemeester:
a. weigert zich te onderwerpen aan een onderzoek vanwege een daartoe door Onze Minister aangewezen bedrijfsarts of, na voor zulk een onderzoek te zijn opgeroepen, zonder geldige reden niet verschijnt;
b. zich zodanig gedraagt, dat zijn genezing naar het oordeel van Onze Minister ernstig wordt belemmerd of vertraagd.
**4.** In de gevallen bedoeld in het derde lid, kan Onze Minister op grond van bijzondere omstandigheden bepalen, dat het bedrag van de ingehouden bezoldiging en ambtstoelage geheel of ten dele aan anderen dan aan de burgemeester wordt uitbetaald.
**5.** Ingeval Onze Minister van zijn bevoegdheid, bedoeld in het vierde lid, geen gebruik heeft gemaakt, kunnen de ingevolge het derde lid ingehouden bezoldiging en ambtstoelage alsnog aan de burgemeester worden uitbetaald, wanneer uit een verklaring van een (of meer) door Onze Minister aangewezen arts(en) blijkt, dat het geval op grond waarvan doorbetaling van de bezoldiging en de ambtstoelage werd gestaakt, zich niet heeft voorgedaan of niet meer voordoet.
**6.** Na de termijn van 52 weken, bedoeld in het eerste lid, is op de burgemeester van wie de bezoldiging wegens ziekte geheel of gedeeltelijk wordt doorbetaald, het verplichtingen- en sanctieregime van hoofdstuk II van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering van toepassing.
Vervallen
### Artikel 19a
@ -286,8 +257,6 @@ Indien een burgemeester langer dan acht dagen wegens ziekte zijn ambt niet kan v
De burgemeester geniet bedrijfsgeneeskundige begeleiding overeenkomstig hoofdstuk VI, paragraaf 2, van het Algemeen Rijksambtenarenreglement.
### Paragraaf . Tegemoetkoming in ziektekosten
### Artikel 22
Vervallen
@ -304,32 +273,27 @@ Vervallen
**1.**
De burgemeester heeft ingeval van ziekte ten laste van de gemeente aanspraak op vergoeding van kosten van geneeskundige behandeling of verzorging voor zover:
In geval van ziekte welke in overwegende mate haar oorzaak vindt:
a. de ziekte in overwegende mate haar oorzaak vindt in de aard van de aan het ambt van burgemeester verbonden werkzaamheden of in de bijzondere omstandigheden waaronder deze moesten worden verricht, en
b. de ziekte niet aan zijn schuld of onvoorzichtigheid is te wijten, en
c. de kosten ten laste van de burgemeester blijven, en
d. de kosten naar het oordeel van Onze Minister noodzakelijk waren.
a. in de aard van de aan de functie van burgemeester verbonden werkzaamheden, of
b. in de bijzondere omstandigheden waaronder deze moesten worden verricht, en
c. niet aan eigen schuld of onvoorzichtigheid is te wijten, kunnen de noodzakelijk gemaakte kosten van geneeskundige behandeling of verzorging, voor zover deze kosten ten laste van de burgemeester blijven, aan de burgemeester voor rekening van de gemeente worden vergoed.
**2.** De door Onze Minister krachtens artikel 40a, eerste lid, de onderdelen i, j, s en t, het tweede tot en met vierde lid, van het Algemeen Rijksambtenarenreglement vastgestelde nadere voorschriften zijn van overeenkomstige toepassing.
### Paragraaf . Uitkering wegens ziekte aan de gewezen burgemeester
**2.** Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op de gewezen burgemeester.
### Artikel 25
Ten aanzien van de gewezen burgemeester vinden in geval van ziekte, ten laste van de gemeente, de artikelen 38, 45 en 48 van het Algemeen Rijksambtenarenreglement overeenkomstige toepassing.
Vervallen
### Artikel 25a
Ten aanzien van de burgemeester aan wie ontslag is verleend op grond van ongeschiktheid wegens ziekte tot het vervullen van zijn ambt als bedoeld in artikel 44, eerste lid, onder *a*, en die ten tijde van dat ontslag minder dan 80% arbeidsongeschikt is, is de Suppletieregeling gedeeltelijk arbeidsongeschikten sector Rijk van overeenkomstige toepassing.
Vervallen
### Paragraaf . Zwangerschaps- en bevallingsverlof
### Artikel 26
**1.** De vrouwelijke burgemeester heeft in verband met haar bevalling aanspraak op zwangerschaps- en bevallingsverlof.
**2.** Het gestelde in artikel 46 van het Algemeen Rijksambtenarenreglement is voor haar van overeenkomstige toepassing.
De vrouwelijke burgemeester heeft in verband met haar bevalling aanspraak op zwangerschaps- en bevallingsverlof.
### Paragraaf . Buitengewoon verlof in verband met ouderschap
@ -369,7 +333,7 @@ Vervallen
### Artikel 30
**1.** Op aanvraag wordt ten laste van de gemeente aan de burgemeester voor de uitoefening van het ambt een computer, bijbehorende apparatuur en software in bruikleen ter beschikking gesteld. Het college van burgemeester en wethouders verstrekt op aanvraag een tegemoetkoming voor de belastingheffing als gevolg hiervan.
**1.** Op aanvraag wordt ten laste van de gemeente aan de burgemeester voor de uitoefening van het ambt een computer, bijbehorende apparatuur en software in bruikleen ter beschikking gesteld.
**2.**
@ -378,7 +342,7 @@ Indien geen computer en bijbehorende apparatuur en software ter beschikking is g
a. aanschaf van een computer, bijbehorende apparatuur en software of,
b. gebruik van een eigen computer, bijbehorende apparatuur en software.
**3.** Op aanvraag wordt ten laste van de gemeente aan de burgemeester voor de uitoefening van het ambt communicatieapparatuur in bruikleen ter beschikking gesteld. Het college van burgemeester en wethouders verstrekt op aanvraag een tegemoetkoming voor de belastingheffing als gevolg hiervan.
**3.** Op aanvraag wordt ten laste van de gemeente aan de burgemeester voor de uitoefening van het ambt communicatieapparatuur in bruikleen ter beschikking gesteld.
**4.** Voorzover de burgemeester voor de uitoefening van het ambt gebruik maakt van de privé-telefoon wordt ten laste van de gemeente op aanvraag een tegemoetkoming in de kosten verleend.
@ -416,7 +380,7 @@ b. een vergoeding van reis- en verblijfkosten voor reizen gemaakt voor de uitoef
### Artikel 32a
Indien aan de burgemeester een dienstauto ter beschikking is gesteld en hij voor het gebruik van deze dienstauto loon- en inkomstenbelasting is verschuldigd, kan het college van burgemeester en wethouders bepalen dat deze belastingheffing door de gemeente aan de burgemeester wordt vergoed. De vergoeding betreft ten hoogste de gebruteerde verschuldigde loon- en inkomstenbelasting voor het gebruik van de dienstauto.
Indien aan de burgemeester een dienstauto ter beschikking is gesteld en hij voor het gebruik van deze dienstauto loon- en inkomstenbelasting is verschuldigd, kan het college van burgemeester en wethouders bepalen dat deze belastingheffing door de gemeente aan de burgemeester wordt vergoed. De vergoeding betreft ten hoogste de verschuldigde loon- en inkomstenbelasting voor het gebruik van de dienstauto.
### Paragraaf . Reis- en verblijfkosten
@ -455,12 +419,6 @@ d. de vergoeding, bedoeld in artikel 30, vijfde lid;
e. de vergoedingen, bedoeld in artikel 32, eerste lid, voor zover deze niet worden gerekend tot een vergoeding als bedoeld in artikel 31a, tweede lid, onderdelen a en b, van de Wet op de loonbelasting 1964;
f. de vergoeding, bedoeld in artikel 32a.
### Paragraaf . Gemeentelijke hypothecaire geldlening
### Artikel 36
Vervallen
### Paragraaf . Gedrag
### Artikel 37
@ -519,16 +477,16 @@ e. andere gronden.
**2.**
Een ontslag als bedoeld in het eerste lid, onderdeel *a*, kan slechts plaatsvinden indien:
Een ontslag als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, kan slechts plaatsvinden indien:
a. er sprake is van ongeschiktheid wegens ziekte tot het vervullen van zijn ambt gedurende een ononderbroken periode van twee jaar,
b. herstel van zijn ziekte niet binnen een periode van zes maanden na de in onderdeel *a* genoemde termijn van twee jaar te verwachten is.
a. er sprake is van ongeschiktheid wegens ziekte tot het vervullen van zijn ambt gedurende een ononderbroken periode van zes maanden,
b. herstel van zijn ziekte niet binnen een periode van zes maanden na de in onderdeel a genoemde termijn van zes maanden te verwachten is.
**3.** Ten aanzien van het tweede lid is artikel 98, vijfde tot en met tiende lid, van het Algemeen Rijksambtenarenreglement van overeenkomstige toepassing.
**3.** Bij de beoordeling of er sprake is van een situatie, als bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, wordt een medisch onderzoek ingesteld door een of meer door Onze Minister aangewezen geneeskundigen, en, indien de burgemeester dit wenst, een door de burgemeester aangewezen geneeskundige. De burgemeester is verplicht medewerking te verlenen aan het onderzoek en wordt schriftelijk in kennis gesteld van het starten van het onderzoek en de in de vorige zin bedoelde mogelijkheid. Indien de burgemeester geen medewerking verleent, is de in het tweede lid, onder b, genoemde voorwaarde niet van toepassing.
**4.** Voordat Onze Minister het ontslag op grond van het eerste lid, onderdeel *a*, verleent, onderzoekt hij of het mogelijk is de burgemeester na zijn ontslag binnen zijn gezagsbereik andere arbeid aan te bieden.
**4.** Voordat Onze Minister het ontslag op grond van het eerste lid, onderdeel a, verleent, onderzoekt hij of het mogelijk is de burgemeester na zijn ontslag binnen zijn gezagsbereik andere arbeid aan te bieden.
**5.** Het ontslag op grond van het eerste lid, onder *a*, *b* en *c* van dit artikel wordt eervol verleend. Het ontslag op grond van het eerste lid, onder d en e, van dit artikel wordt eervol verleend, tenzij naar het oordeel van Onze Minister zwaarwichtige redenen zich daartegen verzetten.
**5.** Het ontslag op grond van het eerste lid, onder a, b en c van dit artikel wordt eervol verleend. Het ontslag op grond van het eerste lid, onder d en e, van dit artikel wordt eervol verleend, tenzij naar het oordeel van Onze Minister zwaarwichtige redenen zich daartegen verzetten.
### Artikel 45
@ -546,52 +504,6 @@ Vervallen
Vervallen
### Artikel 46d
Vervallen
### Paragraaf . Uitkering bij ontslag of niet-herbenoeming
### Artikel 46
**1.**
Het Besluit bovenwettelijke uitkeringen bij werkloosheid sector Rijk is van overeenkomstige toepassing op burgemeesters met dien verstande dat bij eervol ontslag wegens opheffing van de gemeente de uitkering:
a. voor ten minste twee jaar wordt toegekend;
b. gedurende het eerste jaar na ontslag 100% en vervolgens 6 maanden 80% van het voor hem geldende dagloon, bedoeld in artikel 1, onder f, van het Besluit bovenwettelijke uitkeringen bij werkloosheid sector Rijk bedraagt;
c. indien de burgemeester op de dag voorafgaand aan de datum van herindeling 55 jaar of ouder is, gedurende het eerste jaar na het ontslag de uitkering 100%, 6 maanden 80% en vervolgens 75% van het voor hem geldende dagloon, bedoeld in artikel 1, onder f, van het Besluit bovenwettelijke uitkeringen bij werkloosheid sector Rijk bedraagt;
d. indien de burgemeester op de dag voorafgaand aan de datum van herindeling 58 jaar of ouder is, gedurende het eerste jaar na het ontslag de uitkering 100%, het tweede jaar 90% en vervolgens 75% van het voor hem geldende dagloon, bedoeld in artikel 1, onder f, van het Besluit bovenwettelijke uitkeringen bij werkloosheid sector Rijk bedraagt.
**2.** In zeer bijzondere gevallen van ontslag kan bij koninklijk besluit ten laste van het Rijk ten gunste van de burgemeester van dit artikel worden afgeweken.
### Artikel 46a
**1.**
De burgemeester heeft ten laste van de gemeente recht op een uitkering:
a. bij eervol ontslag op grond van artikel 44, eerste lid, onder d;
b. bij eervol ontslag op eigen aanvraag, bij niet-herbenoeming als ook bij een eervol ontslag op grond van artikel 44, eerste lid, onder e, indien naar het oordeel van Onze Minister de reden van het ontslag of de niet-herbenoeming is gelegen in een verstoorde verhouding tussen de burgemeester en de raad.
**2.** Onze Minister wint ter voorbereiding van het oordeel, bedoeld in het eerste lid, onder b, het advies in van de commissaris en hij stelt vervolgens de burgemeester in kennis van zijn voornemen omtrent het oordeel.
**3.** De burgemeester die het ambt ten minste 10 jaar heeft uitgeoefend, heeft in geval van ontslag of niet-herbenoeming als bedoeld in artikel 42, eerste lid, recht op een uitkering ten laste van de gemeente, indien de burgemeester in de gemeente van waaruit het ontslag wordt verleend, het ambt ten minste 6 jaar heeft uitgeoefend.
**4.** De gemeenteraad kan bij eervol ontslag of niet-herbenoeming op eigen aanvraag in andere gevallen dan bedoeld in het eerste en derde lid, een uitkering aan de burgemeester toekennen.
**5.** Een uitkering ingevolge het eerste, derde of vierde lid, is gelijk aan het totaalbedrag van de uitkeringen berekend ten aanzien van betrokkene met overeenkomstige toepassing van de Werkloosheidswet en het Besluit bovenwettelijke uitkeringen bij werkloosheid sector Rijk. Het verplichtingen- en sanctieregime van de Werkloosheidswet is van overeenkomstige toepassing, met uitzondering van de verplichting, bedoeld in artikel 24, eerste lid, onder a, van die wet.
**6.** Indien de burgemeester terzake van het ontslag of de niet-herbenoeming, bedoeld in het eerste, derde lid of vierde lid, recht heeft op een uitkering op grond van de Werkloosheidswet en het Besluit bovenwettelijke uitkeringen bij werkloosheid sector Rijk, wordt de in het eerste, derde of vierde lid bedoelde uitkering met die uitkering verminderd.
**7.** De burgemeester ontvangt bij ontslag of niet-herbenoeming als bedoeld in dit artikel, geen andere eenmalige of periodieke uitkeringen wegens ontslag of niet-herbenoeming dan de uitkeringen bedoeld in dit artikel.
### Artikel 46b
**1.** De kosten van de uitkering die aan de burgemeester wordt betaald op grond van de Werkloosheidswet, worden aan de gemeente vergoed door het Rijk, tenzij sprake is van een ontslag of niet-herbenoeming als bedoeld in artikel 46a. De uitkering, bedoeld in artikel 46, komt ten laste van het Rijk, tenzij sprake is van een ontslag of niet-herbenoeming als bedoeld in artikel 46a, eerste lid.
**2.** Indien het in geval van ontslag of niet-herbenoeming als bedoeld in artikel 46a, eerste lid naar het oordeel van Onze Minister kennelijk onredelijk is dat de financiële gevolgen van het ontslag of de niet-herbenoeming volledig ten laste van de gemeente komen, kan Onze Minister bepalen dat die gevolgen in afwijking van het eerste lid geheel of ten dele ten laste van het Rijk komen.
### Artikel 46c
**1.** De burgemeester van 61 jaar of ouder van wie de gemeente wordt opgeheven en aan wie met ingang van de datum van herindeling ontslag wordt verleend met het oog op een FPU-uitkering, ontvangt ten laste van het Rijk een aanvulling op deze uitkering tot aan de pensioengerechtigde leeftijd, tenzij hij aanspraak maakt op de extra uitkering, bedoeld in artikel 46e of 47b.
@ -615,9 +527,7 @@ c. een verhoging van de FPU-uitkering, als gevolg van een individuele aanvullend
### Artikel 46d
**1.** Op de waarnemend burgemeester die van de waarneming is ontheven, is het Besluit bovenwettelijke uitkeringen bij werkloosheid sector Rijk van overeenkomstige toepassing.
**2.** De uitkeringen die de gemeente na ontheffing van de waarneming verschuldigd is op grond van de Werkloosheidswet en het eerste lid, komen ten laste van het Rijk.
Vervallen
### Paragraaf . Extra uitkering bij FPU
@ -635,8 +545,6 @@ a. een verlaging van de FPU-uitkering, omdat aanspraken niet worden opgenomen me
b. een verlaging van de FPU-uitkering, omdat het bedrag van de aanspraak wordt verminderd in verband met inkomsten naast de FPU-uitkering;
c. een verhoging van de FPU-uitkering, als gevolg van een individuele aanvullende regeling.
**4.** Indien de FPU-uitkering en de extra uitkering tezamen minder bedragen dan het bedrag dat de burgemeester zou ontvangen bij een aanspraak op de uitkeringen, bedoeld in artikel 46a, vijfde lid, kan de minister op verzoek van de burgemeester ten laste van de gemeente een aanvulling toekennen. Deze aanvulling is gelijk aan het verschil tussen de uitkeringen, bedoeld in artikel 46a, vijfde lid en het geheel van FPU-uitkeringen op het moment van de ambtsbeëindiging. Het bedrag van de aanvulling wordt steeds aangepast aan de procentuele ontwikkeling van de extra uitkering bij FPU.
### Artikel 46f
Indien de gewezen burgemeester die de extra uitkering, bedoeld in artikel 46e, ontvangt met de waarneming van het ambt van burgemeester wordt belast, vervalt tijdelijk de aanspraak op de extra uitkering voor de duur van het waarnemerschap. Indien hij uit het waarnemerschap wordt ontheven, ontleent hij geen nieuwe aanspraken aan artikel 46e en bij toepassing van artikel 46h of 47a worden reeds toegekende bedragen van de extra uitkering in mindering gebracht op de eenmalige uitkering, bedoeld in die artikelen.
@ -653,16 +561,6 @@ Indien de gewezen burgemeester die de extra uitkering, bedoeld in artikel 46e, o
Vervallen
### Paragraaf . Extra uitkering bij arbeidsongeschiktheid
### Artikel 46h
**1.** Bij ontslag van de burgemeester op grond van artikel 44, eerste lid, onder a, wordt aan betrokkene, indien hij tenminste 1 jaar het ambt van burgemeester heeft uitgeoefend, een eenmalige extra uitkering toegekend ten laste van de gemeenten gezamenlijk.
**2.** Voor de vaststelling van de eenmalige uitkering wordt als grondslag gehanteerd de grondslag die zou gelden voor de vaststelling van de FPU-uitkering. Indien de bezoldiging van de burgemeester op grond van artikel 18a is verminderd, blijft deze vermindering voor de bepaling van de grondslag buiten beschouwing.
**3.** De eenmalige uitkering bedraagt het bedrag dat resulteert uit de vermenigvuldiging van 0,3333 procent van de grondslag met het aantal maanden dat de burgemeester het ambt van burgemeester heeft uitgeoefend. Voor deze berekening wordt voor het aantal maanden dat de burgemeester het ambt heeft uitgeoefend, ten hoogste van 120 maanden uitgegaan.
### Paragraaf . Uitkering bij overlijden
### Artikel 47
@ -671,10 +569,6 @@ Vervallen
**2.** Voor de toepassing van dit artikel wordt onder weduwe of weduwnaar mede verstaan de achtergebleven geregistreerde partner alsmede degene met wie de overleden burgemeester ongehuwd samenleefde en een gezamenlijke huishouding heeft gevoerd als bedoeld in artikel 3, derde en vierde lid, van de Algemene nabestaandenwet.
**3.** Op het bedrag van de uitkering, bedoeld in het eerste lid, wordt in mindering gebracht een uitkering overeenkomstig artikel 53 van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering en naar aard en strekking daarmee overeenkomende uitkeringen.
**4.** De artikelen 102a en 102b van het Algemeen Rijksambtenarenreglement zijn van overeenkomstige toepassing.
### Paragraaf
### Artikel 47a
@ -719,12 +613,6 @@ Onze Minister besluit over de toekenning van de extra uitkeringen en eenmalige e
**3.** Indien een aangelegenheid, welke wordt behandeld in het centraal Georganiseerd Overleg, van bijzondere betekenis is voor de rechtstoestand van burgemeesters, kan Onze Minister het advies van de in het eerste lid bedoelde vertegenwoordiging inwinnen.
**4.**
Voorstellen, tot invoering of wijziging van regelingen waaraan individuele burgemeesters rechten kunnen ontlenen, worden slechts ten uitvoer gebracht, indien daarover overeenstemming bestaat met de in het eerste lid bedoelde vertegenwoordiging.
Het standpunt van de vertegenwoordiging wordt bepaald bij eenvoudige meerderheid van stemmen. Elke centrale brengt één stem uit. Indien de stemmen binnen de vertegenwoordiging staken, beslist Onze Minister of het voorstel ten uitvoer wordt gebracht.
### Artikel 49
Een tot het centraal Georganiseerd Overleg toegelaten centrale van verenigingen van ambtenaren is bevoegd tot aanwijzing van een lid en een plaatsvervangend lid in het Georganiseerd Overleg burgemeesters, mits de bij die centrale aangesloten verenigingen gezamenlijk tenminste 3 procent van het totale aantal burgemeesters tot haar leden tellen. Zij is tevens bevoegd het aangewezen lid of het plaatsvervangend lid te doen bijstaan door een door haar aan te wijzen vertegenwoordiger. Elk lid brengt een stem uit.
@ -843,7 +731,9 @@ d. blijft artikel 36 buiten toepassing.
### Artikel 65b
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
**1.** De artikelen 18a, 19 en 44, zoals deze luidden op de dag voor de datum van inwerkingtreding van artikel II, onderdelen G en Q, van het Besluit wijziging van de rechtspositiebesluiten decentrale politieke ambtsdragers 2010 blijven van toepassing op de burgemeester die voor de datum van inwerkingtreding van dit besluit ingevolge artikel 20 kennis heeft gegeven aan Onze Minister dat hij wegens ziekte zijn ambt niet kan vervullen.
**2.** De artikelen 46, 46a, 46b, 46d, 46e en 46h, zoals deze luidden op de dag voor de datum van inwerkingtreding van artikel II, onderdeel R, van het Besluit wijziging van de rechtspositiebesluiten decentrale politieke ambtsdragers 2010 blijven van toepassing op de voormalig burgemeester van wie het ontslag is ingegaan voor 27 februari 2010.
### Artikel 66
@ -893,6 +783,12 @@ Vervallen
## Bijlage IV
Vervallen
## Bijlage V.A
Vervallen
## Bijlage V.B
Vervallen