2023-01-01 | BWBR0025364 | Wet College voor examens

This commit is contained in:
Coornhert 2023-01-01 12:00:00 +00:00
parent cbbe95d8ef
commit a45ee9b097

View file

@ -61,28 +61,15 @@ c. het tot stand brengen en bij regeling vaststellen van de beoordelingsnormen.
**6.**
Het college is belast met de volgende taken op het gebied van de centrale eindtoets, bedoeld in artikel 9b, eerste lid, van de Wet op het primair onderwijs en artikel 18b, eerste lid, van de Wet op de expertisecentra, en de toets, bedoeld in artikel 9b, tweede lid, tweede volzin, van de Wet op het primair onderwijs en artikel 18b, tweede lid, tweede volzin, van de Wet op de expertisecentra:
a. het vaststellen van het tijdstip en de tijdsduur van de toets, de wijze waarop en de vorm waarin de toets wordt afgenomen;
b. het tot stand brengen en vaststellen van de opgaven van de toets en het bij regeling vaststellen van de toetswijzer overeenkomstig de kerndoelen met betrekking tot Nederlandse taal en rekenen en wiskunde, bedoeld in artikel 9 van de Wet op het primair onderwijs en artikel 13 van de Wet op de expertisecentra en met inachtneming van de referentieniveaus Nederlandse taal en de referentieniveaus rekenen, bedoeld in artikel 2, tweede lid, aanhef en onderdeel b, van de Wet referentieniveaus Nederlandse taal en rekenen;
c. het tot stand brengen en vaststellen van de opgaven van de toets en het bij regeling vaststellen van de toetswijzer overeenkomstig de kerndoelen voor de kennisgebieden, genoemd in artikel 9, tweede lid, onderdelen a, b en c, van de Wet op het primair onderwijs en artikel 13, derde lid, onderdelen a, b en c, van de Wet op de expertisecentra;
d. het tot stand brengen en bij regeling vaststellen van de beoordelingsnormen en de daarbij behorende scores;
e. het geven van regels met betrekking tot de hulpmiddelen die gebruikt mogen worden bij het maken van de toets; en
f. het opstellen van het leerlingrapport.
**7.**
Het college is verder nog belast met de volgende taken:
a. het afnemen van examens onder bijzondere omstandigheden;
b. het bij regeling vaststellen welke vakken in een tijdvak met geheimhouding worden afgenomen, waarbij de geheimhouding betrekking heeft op de opgaven, de beoordelingsnormen en de daarbij behorende scores, bedoeld in het tweede lid, onderdelen c en d, vierde lid onderdelen b en c, en vijfde lid, onderdelen b en c; en
c. het uitoefenen van andere door Onze Minister opgedragen taken.
**8.** De regelingen, bedoeld in het tweede lid, onderdelen e en f, en vijfde lid, onderdeel a, treden slechts in werking na goedkeuring door Onze Minister. Onze Minister kan zijn goedkeuring onthouden wegens strijd met het recht of het algemeen belang.
**7.** De regelingen, bedoeld in het tweede lid, onderdelen e en f, en vijfde lid, onderdeel a, treden slechts in werking na goedkeuring door Onze Minister. Onze Minister kan zijn goedkeuring onthouden wegens strijd met het recht of het algemeen belang.
**9.** In afwijking van artikel 5, aanhef en onder b, van de Bekendmakingswet kan de bekendmaking van een regeling als bedoeld in het tweede lid, onderdeel d, vierde lid, onderdeel c, of vijfde lid, onderdeel c, geschieden op een andere geschikte, al dan niet elektronische, wijze.
**8.** In afwijking van artikel 5, aanhef en onder b, van de Bekendmakingswet kan de bekendmaking van een regeling als bedoeld in het tweede lid, onderdeel d, vierde lid, onderdeel c, of vijfde lid, onderdeel c, geschieden op een andere geschikte, al dan niet elektronische, wijze.
### Artikel 3
@ -90,7 +77,33 @@ Het college is belast met bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen taken
### Artikel 3a
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
**1.**
Het college is belast met de volgende taken op het gebied van toetsen in het basisonderwijs en het speciaal onderwijs:
a. erkenning voor een periode van vier jaar van doorstroomtoetsen als doorstroomtoets, bedoeld in artikel 45b, derde lid, van de Wet op het primair onderwijs, artikel 48c, derde lid, van de Wet op de expertisecentra en artikel 51b, eerste lid, van de Wet primair onderwijs BES;
b. jaarlijkse vaststelling of de in dat schooljaar aan te bieden erkende doorstroomtoets voldoet aan de criteria op basis waarvan de erkenning is verleend;
c. erkenning voor een periode van tien jaar van toetsen als toets, bedoeld in artikel 45b, eerste lid, van de Wet op het primair onderwijs, artikel 48c, eerste lid, van de Wet op de expertisecentra en artikel 51a, eerste lid, van de Wet primair onderwijs BES;
d. het doen van mededelingen van de erkenningen, bedoeld in onderdelen a en c, en jaarlijkse vaststellingen, bedoeld in onderdeel b, op elektronische wijze;
e. het bij regeling vaststellen van de toetswijzer voor de verschillende niveaus overeenkomstig de kerndoelen met betrekking tot Nederlandse taal en rekenen en wiskunde, bedoeld in artikel 9 van de Wet op het primair onderwijs en artikel 13 van de Wet op de expertisecentra en met inachtneming van de referentieniveaus Nederlandse taal en de referentieniveaus rekenen, bedoeld in artikel 2, tweede lid, aanhef en onderdeel b, van de Wet referentieniveaus Nederlandse taal en rekenen;
f. het bij regeling vaststellen van de procedure om te komen tot de beoordelingsnormen van de doorstroomtoetsen; en
g. het opstellen van een beoordelingskader voor de erkenning en jaarlijkse vaststelling, bedoeld in de onderdelen a tot en met c, waarin ten aanzien van de psychometrische, onderwijskundige en organisatorische aspecten van de toetsen de toepassing is vastgelegd van de regels, bedoeld in het tweede lid.
**2.**
Het college verleent een erkenning als bedoeld in het eerste lid, onderdelen a en c:
a. voor een doorstroomtoets, indien deze toets voldoet aan de voorwaarden, genoemd in artikel 45b, vierde lid, van de Wet op het primair onderwijs, artikel 48c, vierde lid, van de Wet op de expertisecentra of artikel 51b, tweede lid, van de Wet primair onderwijs BES, en het eerste lid, onderdeel e;
b. voor een toets verbonden aan een leerling- en onderwijsvolgsysteem, indien deze toets voldoet aan de voorwaarden, genoemd in artikel 45b, tweede lid, van de Wet op het primair onderwijs, artikel 48c, tweede lid, van de Wet op de expertisecentra of artikel 51a, tweede lid, van de Wet primair onderwijs BES; en
c. de toets, bedoeld in de onderdelen a of b, voldoet aan de bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te stellen regels over de validiteit, betrouwbaarheid, deugdelijke normering, organisatorische aspecten en voor ouders en leerlingen inzichtelijke weergave van de resultaten.
**3.** Het college beslist binnen vijftien weken na ontvangst van een aanvraag tot erkenning of jaarlijkse vaststelling als bedoeld in het eerste lid, onderdelen a tot en met c.
**4.** Indien het college vaststelt dat een doorstroomtoets of een toets verbonden aan een leerling- en onderwijsvolgsysteem niet langer voldoet aan de criteria op basis waarvan de erkenning, bedoeld in het eerste lid, onderdelen a of c, is verleend, kan het college de erkenning intrekken.
**5.** De voordracht voor een krachtens het tweede lid, onderdeel c, vast te stellen algemene maatregel van bestuur wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan beide kamers der Staten-Generaal is overgelegd.
**6.** De regeling en het beoordelingskader, bedoeld in het eerste lid, onderdelen f en g, worden vastgesteld na goedkeuring door Onze Minister. Onze Minister kan zijn goedkeuring onthouden wegens strijd met het recht of het algemeen belang.
### Artikel 4
@ -127,7 +140,7 @@ Het college stelt een bestuursreglement vast, waarin in elk geval regels over de
Het werkprogramma omschrijft in elk geval:
a. de voorgenomen activiteiten van het college;
b. de voorstellen voor de uitvoerende werkzaamheden op het terrein van de toetsen, bedoeld in artikel 9b van de Wet op het primair onderwijs en artikel 18b van de Wet op de expertisecentra, de centrale examens of op het terrein van de staatsexamens, bedoeld in hoofdstuk 2, paragraaf 7, van de Wet voortgezet onderwijs 2020 en de daarop berustende bepalingen, waaronder in ieder geval de werkzaamheden van de Cito;
b. de voorstellen voor de uitvoerende werkzaamheden op het terrein van de centrale examens of op het terrein van de staatsexamens, bedoeld in hoofdstuk 2, paragraaf 7, van de Wet voortgezet onderwijs 2020 en de daarop berustende bepalingen, waaronder in ieder geval de werkzaamheden van de Cito;
c. de voorstellen voor de kosten van de werkzaamheden, bedoeld in onderdeel b.
**3.** Het college kan, mits gemotiveerd, aan Onze Minister tussentijds een wijziging van het werkprogramma voorstellen.