2014-01-01 | BWBR0009641 | Natuurbeschermingswet 1998
This commit is contained in:
parent
416ef2a96b
commit
a81a5401c3
1 changed files with 56 additions and 23 deletions
|
|
@ -19,32 +19,37 @@ In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
|
|||
a. Onze Minister: Onze Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie;
|
||||
b. natuurmonument: terrein of water, dan wel samenstel van terreinen of wateren, dat van algemeen belang is om zijn natuurwetenschappelijke betekenis of zijn natuurschoon;
|
||||
c. eigenaar: degene, die in de basisregistratie kadaster als eigenaar staat vermeld, met dien verstande dat indien op een onroerende zaak een eeuwig durend recht van erfpacht of een recht van beklemming rust, daaronder wordt verstaan de erfpachter of de beklemde meier, en dat bij onroerende zaken die aan een niet eeuwig durend recht van erfpacht, een recht van vruchtgebruik of een recht van opstal zijn onderworpen, daaronder mede zijn begrepen degenen, die in de basisregistratie kadaster als erfpachter, vruchtgebruiker of opstalhouder staan vermeld, een en ander voorzover niet de rechtstoestand is gebleken een andere te zijn dan de basisregistratie kadaster aangeeft;
|
||||
d. gebruiker: degene, die uit hoofde van een andere rechtsverhouding dan onder d genoemd een onroerende zaak in gebruik heeft;
|
||||
d. gebruiker: degene, die uit hoofde van een andere rechtsverhouding dan onder c genoemd een onroerende zaak in gebruik heeft;
|
||||
e. landschapsgezicht: samenstel van onbebouwde terreinen of van bebouwde en onbebouwde terreinen dat vanwege zijn structuren, patronen of elementen danwel anderszins vanwege zijn uiterlijke verschijningsvorm, historisch-landschappelijk van algemeen belang is;
|
||||
f. richtlijn 79/409/EEG: richtlijn 79/409/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 2 april 1979 inzake het behoud van de vogelstand (PbEG L 103);
|
||||
f. richtlijn 2009/147/EG: richtlijn nr. 2009/147/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 30 november 2009 inzake het behoud van de vogelstand (PbEU 2010, L 20);
|
||||
g. richtlijn 92/43/EEG: richtlijn 92/43/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 21 mei 1992 inzake de instandhouding van de natuurlijke habitats en de wilde flora en fauna (PbEG L 206);
|
||||
h. prioritaire soort: als prioritair aangeduide soort in bijlage II van de richtlijn 92/43/EEG;
|
||||
i. prioritaire type natuurlijke habitat: als prioritair type aangeduide natuurlijke habitat in bijlage I van de richtlijn 92/43/EEG;
|
||||
j. initiatiefnemer: degene die het initiatief neemt tot een plan als bedoeld in artikel 19j of tot een project of andere handeling als bedoeld in artikel 19d, eerste lid;
|
||||
k. instandhoudingsdoelstelling: doelstelling of doelstellingen als bedoeld in artikel 10a, tweede lid;
|
||||
l. Natura 2000: Europees ecologische netwerk dat bestaat uit de speciale beschermingszones, bedoeld in de richtlijn 79/409/EEG en richtlijn 92/43/EEG;
|
||||
l. Natura 2000: Europees ecologische netwerk dat bestaat uit de speciale beschermingszones, bedoeld in de richtlijn 2009/147/EG en richtlijn 92/43/EEG;
|
||||
m. bestaand gebruik: gebruik dat op 31 maart 2010 bekend is, of redelijkerwijs bekend had kunnen zijn bij het bevoegd gezag;
|
||||
n. Natura 2000-gebied:
|
||||
|
||||
1°. gebied dat is aangewezen op grond van artikel 10a, eerste lid,
|
||||
2°. gebied dat voorlopig is aangewezen als bedoeld in artikel 12, derde lid, of
|
||||
3°. gebied dat voorkomt op de lijst van gebieden van communautair belang, bedoeld in artikel 4, tweede lid, van richtlijn 92/43/EEG;
|
||||
o. omgevingsvergunning: omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.
|
||||
o. omgevingsvergunning: omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht;
|
||||
p. exclusieve economische zone: exclusieve economische zone van Nederland als bedoeld in de Rijkswet instelling exclusieve economische zone.
|
||||
|
||||
### Artikel 1a
|
||||
|
||||
Deze wet is mede van toepassing in de exclusieve economische zone, met uitzondering van artikel 10, hoofdstuk III, titel 2, paragraaf 1 en hoofdstuk IV.
|
||||
|
||||
### Artikel 2
|
||||
|
||||
**1.** Voorzover niet anders bepaald, wordt onder gedeputeerde staten verstaan gedeputeerde staten van de provincie waarin gebieden als bedoeld in artikel 10a of natuurmonumenten of landschapsgezichten onderscheidenlijk beschermde natuurmonumenten of beschermde landschapsgezichten geheel of grotendeels zijn gelegen.
|
||||
**1.** Voorzover niet anders bepaald, wordt onder gedeputeerde staten verstaan gedeputeerde staten van de provincie waarin Natura 2000-gebieden of natuurmonumenten of landschapsgezichten onderscheidenlijk beschermde natuurmonumenten of beschermde landschapsgezichten geheel of grotendeels zijn gelegen.
|
||||
|
||||
**2.** Gedeputeerde staten wijzen landschapsgezichten, die mede zijn gelegen in een andere provincie, niet aan als beschermd landschapsgezicht dan in overeenstemming met gedeputeerde staten van die andere provincies.
|
||||
|
||||
**3.** Gedeputeerde staten beslissen niet over een aanvraag van een vergunning als bedoeld in artikel 16 dan wel stellen een beheerplan als bedoeld in artikel 17 niet vast, dan in overeenstemming met gedeputeerde staten van de andere provincies waarin het beschermd natuurmonument mede is gelegen.
|
||||
**3.** Gedeputeerde staten beslissen niet op een aanvraag van een vergunning als bedoeld in artikel 16 dan wel stellen een beheerplan als bedoeld in artikel 17 niet vast, dan in overeenstemming met gedeputeerde staten van de andere provincies waarin het beschermd natuurmonument mede is gelegen.
|
||||
|
||||
**4.** Gedeputeerde staten stellen een beheerplan als bedoeld in artikel 19a niet vast dan in overeenstemming met gedeputeerde staten van de andere provincies waarin het op grond van artikel 10a, eerste lid, aangewezen gebied of een gebied dat voorlopig is aangewezen als bedoeld in artikel 12, derde lid, mede is gelegen.
|
||||
**4.** Gedeputeerde staten stellen een beheerplan als bedoeld in artikel 19a niet vast dan in overeenstemming met gedeputeerde staten van de andere provincies waarin het Natura 2000-gebied mede is gelegen.
|
||||
|
||||
**5.** Gedeputeerde staten beslissen niet op een aanvraag voor een vergunning als bedoeld in artikel 19d, eerste lid, dan in overeenstemming met gedeputeerde staten van de andere provincies waarin het Natura 2000-gebied mede is gelegen voorzover die vergunning betrekking heeft op delen van het gebied, gelegen in die andere provincies.
|
||||
|
||||
|
|
@ -54,6 +59,10 @@ o. omgevingsvergunning: omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 1.1, eerste l
|
|||
|
||||
**2.** Indien een aanvraag van een vergunning als bedoeld in artikel 19d, eerste lid, betrekking heeft op een project dat of andere handeling die hoofdzakelijk gevolgen kan hebben voor een deel van een Natura 2000-gebied dat is gelegen binnen de grenzen van één provincie, beslissen gedeputeerde staten van de provincie waarin dat deel van het Natura 2000-gebied is gelegen over de aanvraag.
|
||||
|
||||
**3.** Indien op het moment van het indienen van een aanvraag als bedoeld in artikel 16, eerste lid, of artikel 19d, eerste lid, redelijkerwijs niet of nog niet kan worden vastgesteld in welke provincie hoofdzakelijk de gevolgen zullen plaatsvinden van een handeling, onderscheidenlijk een project of andere handeling, nemen gedeputeerde staten van de provincie waarin het beschermd natuurmonument of het Natura 2000-gebied geheel of grotendeels is gelegen de aanvraag in behandeling en beslissen die gedeputeerde staten op de aanvraag.
|
||||
|
||||
**4.** Artikel 2, derde onderscheidenlijk vijfde lid, is van overeenkomstige toepassing op de voorgaande leden.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk II. Natuurbeleidsplan
|
||||
|
||||
### Artikel 3
|
||||
|
|
@ -155,13 +164,13 @@ b. de redelijkerwijze te verwachten financiële en economische gevolgen van het
|
|||
|
||||
### Artikel 10a
|
||||
|
||||
**1.** Onze Minister wijst gebieden aan ter uitvoering van richtlijn 79/409/EEG en richtlijn 92/43/EEG.
|
||||
**1.** Onze Minister wijst gebieden aan ter uitvoering van richtlijn 2009/147/EG en richtlijn 92/43/EEG.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Een besluit als bedoeld in het eerste lid bevat de instandhoudingsdoelstelling voor het gebied. Tot de instandhoudingsdoelstelling behoren in ieder geval:
|
||||
|
||||
a. de doelstellingen ten aanzien van de instandhouding van de leefgebieden, voorzover vereist ingevolge richtlijn 79/409/EEG of
|
||||
a. de doelstellingen ten aanzien van de instandhouding van de leefgebieden, voorzover vereist ingevolge richtlijn 2009/147/EG of
|
||||
b. de doelstellingen ten aanzien van de instandhouding van de natuurlijke habitats of populaties in het wild levende dier- en plantensoorten voorzover vereist ingevolge richtlijn 92/43/EEG.
|
||||
|
||||
**3.** De instandhoudingsdoelstelling, bedoeld in het tweede lid, kan mede betrekking hebben op doelstellingen ten aanzien van het behoud, het herstel en de ontwikkeling van het natuurschoon of de natuurwetenschappelijke betekenis van het gebied, anders dan vereist ingevolge de richtlijnen, bedoeld in het tweede lid.
|
||||
|
|
@ -170,6 +179,8 @@ b. de doelstellingen ten aanzien van de instandhouding van de natuurlijke habita
|
|||
|
||||
**5.** Artikel 10, tweede en derde lid, is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
**6.** Een besluit als bedoeld in het eerste lid met betrekking tot de aanwijzing van een gebied dat geheel of gedeeltelijk is gelegen in de exclusieve economische zone, wordt niet eerder genomen dan vier weken nadat het ontwerp van dat besluit aan beide kamers der Staten-Generaal is overgelegd.
|
||||
|
||||
### Artikel 11
|
||||
|
||||
**1.** Op de voorbereiding van een besluit als bedoeld in de artikelen 10, eerste lid, en 10a, eerste lid, is afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing.
|
||||
|
|
@ -214,6 +225,12 @@ Binnen een jaar nadat het ontwerp-besluit tot aanwijzing als beschermd natuurmon
|
|||
|
||||
**3.** Indien met toepassing van het tweede lid een besluit houdende de aanwijzing van een natuurmonument als beschermd natuurmonument geheel of gedeeltelijk is vervallen, heeft de instandhoudingsdoelstelling voor het op grond van artikel 10a, eerste lid, aangewezen gebied, voor het gedeelte van het gebied waarop de aanwijzing als beschermd natuurmonument betrekking had, mede betrekking op de doelstellingen ten aanzien van het behoud, herstel en de ontwikkeling van het natuurschoon of de natuurwetenschappelijke betekenis van het gebied zoals bepaald in het vervallen besluit.
|
||||
|
||||
### Artikel 15b
|
||||
|
||||
**1.** Onze Minister zendt een voorstel voor een lijst van gebieden, geheel of gedeeltelijk gelegen in de exclusieve economische zone, of een voorstel tot aanpassing daarvan, als bedoeld in artikel 4, eerste lid, van richtlijn 92/43/EEG, niet eerder aan de Europese Commissie toe dan vier weken nadat het ontwerp van dat voorstel aan beide kamers der Staten-Generaal is overgelegd.
|
||||
|
||||
**2.** Het eerste lid is niet van toepassing op voorstellen die op het tijdstip van inwerkingtreding van de wet tot wijziging van de Natuurbeschermingswet 1998 en de Flora en faunawet in verband met de uitbreiding van de werkingssfeer van beide wetten naar de exclusieve zone aan de Europese Commissie zijn toegezonden.
|
||||
|
||||
### Titel 2. Rechtsgevolgen
|
||||
|
||||
#### Paragraaf 1. Rechtsgevolgen beschermde natuurmonumenten
|
||||
|
|
@ -296,7 +313,7 @@ c. een andere zwaarwichtige reden bestaat om niet tot verlenging van het beheerp
|
|||
|
||||
Tot de inhoud van een beheerplan behoren ten minste:
|
||||
|
||||
a. een beschrijving van de beoogde resultaten met het oog op het behoud of herstel van natuurlijke habitats en populaties van wilde dier- en plantensoorten in een gunstige staat van instandhouding in het aangewezen gebied mede in samenhang met het bestaande gebruik in dat gebied en, voor zover relevant voor het bereiken van de instandhoudingsdoelstelling, daarbuiten;
|
||||
a. een beschrijving van de beoogde resultaten met het oog op het behoud of herstel van natuurlijke habitats en populaties van wilde dier- en plantensoorten overeenkomstig de instandhoudingsdoelstelling voor het aangewezen gebied mede in samenhang met het bestaande gebruik in dat gebied en, voor zover relevant voor het bereiken van de instandhoudingsdoelstelling, daarbuiten;
|
||||
b. een overzicht op hoofdlijnen van de in de door het plan bestreken periode noodzakelijke maatregelen met het oog op de onder a bedoelde resultaten.
|
||||
|
||||
**4.** Bij de noodzakelijke maatregelen, bedoeld in het derde lid, onderdeel b, wordt rekening gehouden met vereisten op economisch, sociaal en cultureel gebied, alsmede met regionale en lokale bijzonderheden.
|
||||
|
|
@ -509,7 +526,7 @@ a. de termijn waarbinnen de melding wordt gedaan;
|
|||
b. de gegevens die bij de melding worden verstrekt;
|
||||
c. de wijze waarop de gegevens worden verstrekt.
|
||||
|
||||
**3.** Het eerste lid is niet van toepassing op handelingen waarop artikel 19d, eerste of tweede lid, van toepassing is, en op handelingen met betrekking tot wegen, vaarwegen, spoorwegen, waterkeringen, havens, luchthavens en luchtvaart, inclusief het gebruik daarvan.
|
||||
**3.** Het eerste lid is niet van toepassing op handelingen waarop artikel 19d, eerste of tweede lid, van toepassing is, en op handelingen in de exclusieve economische zone en op handelingen met betrekking tot wegen, vaarwegen, spoorwegen, waterkeringen, havens, luchthavens en luchtvaart, inclusief het gebruik daarvan.
|
||||
|
||||
**4.** Het is verboden in strijd te handelen met een verplichting als het bedoeld in het eerste lid.
|
||||
|
||||
|
|
@ -536,7 +553,7 @@ a. voor gebieden ter uitvoering van richtlijn 92/43/EEG:
|
|||
|
||||
1°. 7 december 2004, of
|
||||
2°. de datum waarop het desbetreffende gebied door de Europese Commissie tot een gebied van communautair belang is verklaard ter uitvoering van artikel 4, tweede lid, van richtlijn 92/43/EEG, voor zover die verklaring plaatsvindt na 7 december 2004;
|
||||
b. voor gebieden ter uitvoering van richtlijn 79/409/EEG de datum waarop het desbetreffende gebied is aangewezen ter uitvoering van richtlijn 79/409/EEG.
|
||||
b. voor gebieden ter uitvoering van richtlijn 2009/147/EG de datum waarop het desbetreffende gebied is aangewezen ter uitvoering van richtlijn 2009/147/EG.
|
||||
|
||||
**4.** Onder «voor stikstof gevoelige habitats in een Natura 2000-gebied» wordt voor de toepassing van dit artikel en de artikelen 19ke en 19kf verstaan: voor stikstof gevoelige natuurlijke habitats en habitats van soorten in een Natura 2000-gebied ten aanzien waarvan op grond van artikel 6, tweede lid, van richtlijn 92/43/EEG een verplichting geldt tot het treffen van instandhoudingsmaatregelen.
|
||||
|
||||
|
|
@ -587,9 +604,9 @@ b. in andere gevallen dan die, bedoeld in onderdeel a:
|
|||
|
||||
**2.** Ingeval het beheerplan voor een Natura 2000-gebied als bedoeld in het eerste lid wordt vastgesteld door gedeputeerde staten, vindt de opname van dat gebied in het programma, bedoeld in het eerste lid niet plaats dan op voordracht van desbetreffende gedeputeerde staten. Het programma, bedoeld in het eerste lid, wordt vastgesteld in overeenstemming met desbetreffende gedeputeerde staten.
|
||||
|
||||
**3.** Indien een Natura 2000-gebied wordt opgenomen in het programma, bedoeld in het eerste lid, zal in het beheerplan een doelstelling ten aanzien van stikstofdepositie worden opgenomen die strekt tot een ambitieuze en re-alistische daling, in een gelijkmatige reductie per beheerplanperiode, van de stikstofdepositie in het Natura 2000-gebied met het oog op de realisatie binnen afzienbare termijn van de instandhoudingsdoelstelling in dat gebied. Hierbij kan onderscheid worden gemaakt tussen de depositie van ammoniak en andere stikstofverbindingen.
|
||||
**3.** Indien een Natura 2000-gebied wordt opgenomen in het programma, bedoeld in het eerste lid, zal in het beheerplan een doelstelling ten aanzien van stikstofdepositie worden opgenomen die strekt tot een ambitieuze en realistische daling, in een gelijkmatige reductie per beheerplanperiode, van de stikstofdepositie in het Natura 2000-gebied met het oog op de realisatie binnen afzienbare termijn van de instandhoudingsdoelstelling in dat gebied. Hierbij kan onderscheid worden gemaakt tussen de depositie van ammoniak en andere stikstofverbindingen.
|
||||
|
||||
**4.** Het programma wordt ten minste eenmaal in de zes jaar en voor de eerste keer uiterlijk twee jaar na inwerkingtreding van de Crisis- en herstelwet vastgesteld. Na het verstrijken van de eerste drie jaar van de geldingsduur kan naar aanleiding van een beoordeling van de in die periode opgedane ervaringen het plan door Onze Minister en Onze Minister van Infrastructuur en Milieu in overeenstemming met de provincies, worden aangepast.
|
||||
**4.** Het programma wordt ten minste eenmaal in de zes jaar en voor de eerste keer uiterlijk twee jaar na inwerkingtreding van de Crisis- en herstelwet vastgesteld. Na het verstrijken van de eerste drie jaar van de geldingsduur kan naar aanleiding van een beoordeling van de in die periode opgedane ervaringen het programma door Onze Minister en Onze Minister van Infrastructuur en Milieu in overeenstemming met de provincies, worden aangepast.
|
||||
|
||||
### Artikel 19kh
|
||||
|
||||
|
|
@ -602,7 +619,7 @@ a. de omvang van de stikstofdepositie aan het begin van het tijdvak van het prog
|
|||
1°. depositie, veroorzaakt door factoren in de gebieden;
|
||||
2°. depositie, veroorzaakt door factoren buiten de gebieden;
|
||||
b. de verwachte autonome ontwikkelingen ten aanzien van de stikstofemissie door de factoren, bedoeld in onderdeel a, en de effecten daarvan op de omvang van stikstofdepositie in de gebieden;
|
||||
c. de getroffen of te treffen maatregelen die bijdragen aan een vermindering van de stikstofdepositie, en de verwachte effecten van die maatregelen op de omvang van de depositie in de gebieden;
|
||||
c. de getroffen of te treffen maatregelen die bijdragen aan een vermindering van de stikstofdepositie, of die op een andere wijze bijdragen aan het bereiken van een goede staat van instandhouding van de voor stikstof gevoelige habitats, en de verwachte effecten van die maatregelen op de omvang van de depositie, onderscheidenlijk het bereiken van een goede staat van instandhouding in de gebieden;
|
||||
d. de sociaal-economische evaluatie en weging van haalbaarheid en betaalbaarheid van maatregelen als bedoeld in onderdeel c;
|
||||
e. de doelstellingen ten aanzien van de omvang van de stikstofdepositie, al dan niet met tussendoelstellingen, of de indicatoren waaruit kan worden afgeleid of een doelstelling al dan niet is behaald welke noodzakelijk zijn met het oog op het bereiken van een goede staat van instandhouding;
|
||||
f. de wijze waarop en frequentie waarmee de rapportage plaatsvindt over de voortgang en uitvoering van de getroffen of te treffen in het programma beschreven en genoemde maatregelen en de effecten daarvan op de depositie.
|
||||
|
|
@ -619,7 +636,7 @@ c. gebiedsgerichte of effectgerichte maatregelen van bestuurorganen van het Rijk
|
|||
|
||||
**4.** In het programma worden de uitgangspunten opgenomen voor de bepaling van ontwikkelingsruimte die als gevolg van de maatregelen, eerste lid, onderdeel c, ontstaat en de toedeling van die ruimte aan handelingen in en buiten de in het programma opgenomen Natura 2000-gebieden.
|
||||
|
||||
**5.** In het programma kunnen projecten worden beschreven of genoemd waarvan op grond van een passende beoordeling de zekerheid is verkregen dat, mede in het licht van de ontwikkelingsruimte die ontstaat als gevolg van de maatregelen, bedoeld in het derde lid, onderdeel a, zekerheid is verkregen dat de natuurlijke kenmerken van Natura 2000-gebieden niet zullen worden aangetast. Het verbod, bedoeld in artikel 19d, eerste lid, is niet van toepassing op projecten als bedoeld in de eerste volzin.
|
||||
**5.** In het programma kunnen projecten worden beschreven of genoemd waarvan op grond van een passende beoordeling de zekerheid is verkregen dat, mede in het licht van de ontwikkelingsruimte die ontstaat als gevolg van de maatregelen, bedoeld in het derde lid, onderdeel a, de natuurlijke kenmerken van Natura 2000-gebieden niet zullen worden aangetast. Het verbod, bedoeld in artikel 19d, eerste lid, is niet van toepassing op projecten als bedoeld in de eerste volzin.
|
||||
|
||||
### Artikel 19ki
|
||||
|
||||
|
|
@ -641,7 +658,7 @@ Bij ministeriële regeling van Onze Minister en Onze Minister van Infrastructuur
|
|||
|
||||
**1.** Onze Minister en Onze Minister van Infrastructuur en Milieu stellen uiterlijk vier maanden na inwerkingtreding van de Crisis- en herstelwet een voorlopig programma vast ter vermindering van de stikstofdepositie.
|
||||
|
||||
**2.** In het voorlopige programma, bedoeld in het eerste lid, worden in elk geval beschreven of genoemd de maatregelen en effecten, bedoeld in artikel 19kh, eerste lid, onderdeel c, in samenhang met het tweede lid, onderdeel a.
|
||||
**2.** In het voorlopige programma, bedoeld in het eerste lid, worden in elk geval beschreven of genoemd de maatregelen en effecten, bedoeld in artikel 19kh, eerste lid, onderdeel c, in samenhang met het derde lid, onderdeel a.
|
||||
|
||||
**3.** Het voorlopige programma vervalt op het moment dat een eerste programma als bedoeld in artikel 19kg, eerste lid, wordt vastgesteld.
|
||||
|
||||
|
|
@ -649,9 +666,9 @@ Bij ministeriële regeling van Onze Minister en Onze Minister van Infrastructuur
|
|||
|
||||
### Artikel 19km
|
||||
|
||||
**1.** Het bevoegd gezag dat het beheerplan vaststelt deelt de overeenkomstig artikel 19kh, vierde lid, uitgezonderd de ruimte die is toegedeeld aan projecten als bedoeld in artikel 19kh, vijfde lid vastgestelde ruimte, uitsluitend toe aan handelingen in het gebied en daarbuiten die in het beheerplan zijn of worden opgenomen.
|
||||
**1.** Het bevoegd gezag dat het beheerplan vaststelt deelt de overeenkomstig artikel 19kh, vierde lid, vastgestelde ruimte, uitgezonderd de ruimte die is toegedeeld aan projecten als bedoeld in artikel 19kh, vijfde lid, uitsluitend toe aan handelingen in het gebied en daarbuiten die in het beheerplan zijn of worden opgenomen.
|
||||
|
||||
**2.** Een hoeveelheid van ten minste 10% van de ontwikkelingsruimte mag uitsluitend worden toebedeeld aan handelingen die eerst aanvangen in de tweede helft van het tijdvak waarvoor het beheerplan is vastgesteld.
|
||||
**2.** Een hoeveelheid van ten minste 10% van de ontwikkelingsruimte mag uitsluitend worden toegedeeld aan handelingen die eerst aanvangen in de tweede helft van het tijdvak waarvoor het beheerplan is vastgesteld.
|
||||
|
||||
**3.** De toedeling, bedoeld in het tweede lid, vindt plaats nadat door het bevoegd gezag is vastgesteld dat de reductiedoelstellingen worden gehaald.
|
||||
|
||||
|
|
@ -693,6 +710,12 @@ Bij ministeriële regeling van Onze Minister en Onze Minister van Infrastructuur
|
|||
|
||||
**3.** Het eerste en tweede lid zijn van overeenkomstige toepassing op een Natura 2000-gebied.
|
||||
|
||||
#### Paragraaf 4. Visserij
|
||||
|
||||
### Artikel 22a
|
||||
|
||||
De paragrafen 2 en 3 zijn niet van toepassing op activiteiten die onderwerp zijn van het gemeenschappelijk visserijbeleid, bedoeld in artikel 38 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, voor zover zij plaatsvinden in de exclusieve economische zone.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk IV. Beschermde landschapsgezichten
|
||||
|
||||
### Artikel 23
|
||||
|
|
@ -736,7 +759,7 @@ b. een aanduiding van handelingen die de kenmerken, bedoeld in onderdeel a, kunn
|
|||
|
||||
### Artikel 27
|
||||
|
||||
**1.** Onze Minister wijst gebieden aan ter uitvoering van verdragen of andere internationale verplichtingen met betrekking tot natuur- en landschapsbehoud met uitzondering van de richtlijn 79/409/EEG en de richtlijn 92/43/EEG, voorzover die verdragen of verplichtingen zulks met zich brengen.
|
||||
**1.** Onze Minister wijst gebieden aan ter uitvoering van verdragen of andere internationale verplichtingen met betrekking tot natuur- en landschapsbehoud met uitzondering van de richtlijn 2009/147/EG en de richtlijn 92/43/EEG, voorzover die verdragen of verplichtingen zulks met zich brengen.
|
||||
|
||||
**2.** Een besluit als bedoeld in het eerste lid, gaat vergezeld van een kaart, waarop de begrenzing van het gebied nauwkeurig wordt aangegeven alsmede van een toelichting. In de toelichting wordt in ieder geval vermeld op welke wijze de instandhouding van het gebied, overeenkomstig het bepaalde in de bedoelde verplichtingen, wordt verwezenlijkt.
|
||||
|
||||
|
|
@ -1039,7 +1062,7 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
### Artikel 57
|
||||
|
||||
**1.** Onze Minister is bevoegd tot oplegging van een last onder bestuursdwang ter handhaving van het bij of krachtens deze wet bepaalde, ter zake van projecten en andere handelingen waarvoor hij ingevolge de artikelen 16, 19d, en 19ia in samenhang met 16 bevoegd is vergunning te verlenen, alsmede ter zake van de verplichtingen en instructies die hij krachtens de artikelen 16, 19ia in samenhang met 19c, en 19ke bevoegd is op te leggen onderscheidenlijk te geven.
|
||||
**1.** Onze Minister is bevoegd tot oplegging van een last onder bestuursdwang ter handhaving van het bij of krachtens deze wet bepaalde, ter zake van projecten en andere handelingen waarvoor hij ingevolge de artikelen 16, 19d, en 19ia in samenhang met 16 bevoegd is vergunning te verlenen, alsmede ter zake van de verplichtingen en instructies die hij krachtens de artikelen 19c, 19ia in samenhang met 19c, en 19ke bevoegd is op te leggen onderscheidenlijk te geven.
|
||||
|
||||
**2.** Dit artikel is niet van toepassing met betrekking tot de handhaving van het bij of krachtens hoofdstuk IX bepaalde.
|
||||
|
||||
|
|
@ -1077,7 +1100,7 @@ Besluiten die zijn genomen op grond van de artikelen 7, 11, 12, 14, 18, 21, eers
|
|||
|
||||
**3.** Het eerste en het tweede lid gelden niet met betrekking tot de toepassing van artikel 31 van deze wet.
|
||||
|
||||
**4.** De besluiten van Onze Minister houdende de aanwijzing van gebieden ter uitvoering van richtlijn 79/409/EEG gelden als besluiten als bedoeld in artikel 10a.
|
||||
**4.** De besluiten van Onze Minister houdende de aanwijzing van gebieden ter uitvoering van richtlijn 2009/147/EG gelden als besluiten als bedoeld in artikel 10a.
|
||||
|
||||
**5.** Voor zover een beschermd natuurmonument als bedoeld in artikel 10 geheel of gedeeltelijk deel uitmaakt van een gebied als bedoeld in het vierde lid, vervalt in afwijking van artikel 15a, tweede lid, een besluit houdende de aanwijzing van dat beschermde natuurmonument geheel of gedeeltelijk met ingang van 1 oktober 2005. Artikel 15a, derde lid, is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
|
|
@ -1085,10 +1108,16 @@ Besluiten die zijn genomen op grond van de artikelen 7, 11, 12, 14, 18, 21, eers
|
|||
|
||||
**7.** Een beheerplan dat is vastgesteld op grond van artikel 14 van de Natuurbeschermingswet, behoudt zijn gelding gedurende de periode waarvoor het plan is aangegaan.
|
||||
|
||||
**8.** Een beheerplan als bedoeld in artikel 19a voor een gebied dat ter uitvoering van richtlijn 79/409/EEG voor 1 oktober 2005 is aangewezen, wordt uiterlijk drie jaar na het vaststellen van de instandhoudingsdoelstelling voor het gebied voor het eerst vastgesteld.
|
||||
**8.** Een beheerplan als bedoeld in artikel 19a voor een gebied dat ter uitvoering van richtlijn 2009/147/EG voor 1 oktober 2005 is aangewezen, wordt uiterlijk drie jaar na het vaststellen van de instandhoudingsdoelstelling voor het gebied voor het eerst vastgesteld.
|
||||
|
||||
**9.** Besluiten die zijn genomen op basis van artikel 19d, derde lid, (oud) gelden als besluiten die zijn genomen op basis van artikel 19d, vierde lid (nieuw).
|
||||
|
||||
**10.** Artikel 19d is niet van toepassing op handelingen in de exclusieve economische zone waarvoor op grond van andere wetten en met inachtneming van artikel 6, derde en vierde lid, van richtlijn 92/43/EEG, een vergunning is of zal worden verleend.
|
||||
|
||||
**11.** Artikel 19d is niet van toepassing op handelingen waarvoor een aanvraag tot wijziging van de in het tiende lid bedoelde vergunning is of wordt aangevraagd en deze vergunning met inachtneming van artikel 6, derde en vierde lid, van richtlijn 92/42/EEG, zal worden gewijzigd, dan wel ambtshalve een besluit tot wijziging van die vergunning met inachtneming van de voornoemde richtlijnbepaling is of zal worden vastgesteld.
|
||||
|
||||
**12.** De vergunning, bedoeld in het tiende en elfde lid, kan door het bevoegde gezag dat de vergunning heeft verleend, worden gewijzigd of ingetrokken in de gevallen, bedoeld in artikel 43, vierde lid, in het bijzonder indien dit noodzakelijk is om de instandhoudingsdoelstelling voor het desbetreffende Natura 2000-gebied te realiseren.
|
||||
|
||||
### Artikel 61
|
||||
|
||||
Gebieden die voor de inwerkingtreding van deze wet door Onze Minister zijn aangewezen ter uitvoering van verdragen of andere internationale verplichtingen met betrekking tot natuur- en landschapsbehoud, gelden als aangewezen gebieden op grond van artikel 27 van deze wet.
|
||||
|
|
@ -1131,6 +1160,10 @@ Wijzigt de Wet op de economische delicten.
|
|||
|
||||
Onze Minister zendt binnen drie jaar na de inwerkingtreding van de wet van 20 januari 2005 tot wijziging van de Natuurbeschermingswet 1998 in verband met Europeesrechtelijke verplichtingen (Stb. 2005, 195) aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en effecten van deze wet.
|
||||
|
||||
### Artikel 68b
|
||||
|
||||
De Nederlandse strafwet is van toepassing op een ieder die zich in de exclusieve economische zone schuldig maakt aan overtreding van regels gesteld bij of krachtens de artikelen 19c, vierde lid, 19d, eerste lid, 19ia, eerste lid, in samenhang met 16, 19ia, derde lid, in samenhang met 19c, vierde lid, 19kc, eerste lid, 19ke, vijfde lid, 19l, eerste lid, 20, derde lid, 21, tweede lid, en 22, tweede lid.
|
||||
|
||||
### Artikel 69
|
||||
|
||||
Wijzigt de Wet op de waterhuishouding.
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue