2025-01-01 | BWBR0037522 | Wet tegemoetkomingen loondomein
This commit is contained in:
parent
7ab4d8b002
commit
ac6eaf758b
1 changed files with 32 additions and 48 deletions
|
|
@ -23,10 +23,9 @@ d. *aangiftetijdvak:* het tijdvak waarover de loonbelasting moet worden betaald;
|
|||
e. *polisadministratie:* hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 33 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen;
|
||||
f. *loonadministratie:* de loonadministratie, bedoeld in artikel 28, eerste lid, onderdeel c, van de Wet op de loonbelasting 1964;
|
||||
g. *verloonde uren:* de uren waarover loon is betaald en waarvan door de werkgever ingevolge artikel 28, eerste lid, onderdeel d, van de Wet op de loonbelasting 1964 opgave aan de inspecteur is gedaan;
|
||||
h. *jaarloon:* het door een werknemer in een dienstbetrekking als bedoeld in artikel 3 tot en met 6 van de Ziektewet in een kalenderjaar genoten loon uit tegenwoordige dienstbetrekking overeenkomstig het loon waarvan door de werkgever ingevolge artikel 28, eerste lid, onderdeel e, van de Wet op de loonbelasting 1964 opgave aan de werknemer is gedaan;
|
||||
i. *correctiebericht:* het correctiebericht, bedoeld in artikel 28a van de Wet op de loonbelasting 1964;
|
||||
j. *inspecteur of ontvanger:* de functionaris van de rijksbelastingdienst die als zodanig bij wet van Onze Minister van Financiën is aangewezen;
|
||||
k. *Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen:* het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, genoemd in hoofdstuk 5 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen.
|
||||
h. *correctiebericht:* het correctiebericht, bedoeld in artikel 28a van de Wet op de loonbelasting 1964;
|
||||
i. *inspecteur of ontvanger:* de functionaris van de rijksbelastingdienst die als zodanig bij wet van Onze Minister van Financiën is aangewezen;
|
||||
j. *Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen:* het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, genoemd in hoofdstuk 5 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk II. Tegemoetkomingen loondomein met doelgroepverklaring
|
||||
|
||||
|
|
@ -64,7 +63,7 @@ d. een geldige doelgroepverklaring als bedoeld in artikel 2.3 aan de werkgever h
|
|||
Het eerste lid is niet of niet langer van toepassing indien:
|
||||
|
||||
a. de werknemer de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet, heeft bereikt;
|
||||
b. de werknemer arbeid verricht in een dienstbetrekking als bedoeld in artikel 2 van de Wet sociale werkvoorziening of als bedoeld in artikel 10b, derde lid, van de Participatiewet; of
|
||||
b. de werknemer arbeid verricht in een dienstbetrekking als bedoeld in artikel 2 van de Wet sociale werkvoorziening of als bedoeld in artikel 10b, eerste lid, van de Participatiewet; of
|
||||
c. de periode, bedoeld in artikel 2.4, voor deze werknemer is verstreken.
|
||||
|
||||
**3.** Met een uitkering als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, wordt gelijkgesteld een naar aard en strekking daarmee overeenkomende uitkering op grond van een wettelijk stelsel inzake sociale zekerheid van een andere lidstaat van de Europese Unie, een andere staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte dan wel Zwitserland.
|
||||
|
|
@ -81,13 +80,13 @@ c. de periode, bedoeld in artikel 2.4, voor deze werknemer is verstreken.
|
|||
|
||||
### Artikel 2.4
|
||||
|
||||
**1.** Een loonkostenvoordeel oudere werknemer wordt ten hoogste verstrekt over een aaneengesloten periode van drie jaar vanaf de aanvang van de eerste dienstbetrekking tussen de werkgever en de werknemer waarbij aan de voorwaarden, bedoeld in artikel 2.2, wordt voldaan.
|
||||
**1.** Een loonkostenvoordeel oudere werknemer wordt ten hoogste verstrekt over een aaneengesloten periode van drie jaar vanaf de aanvang van de eerste dienstbetrekking tussen de werkgever en de werknemer waarbij aan de voorwaarden, bedoeld in artikel 2.2, wordt voldaan, met dien verstande dat het loonkostenvoordeel oudere werknemer niet wordt verstrekt over periodes gelegen na 31 december 2025.
|
||||
|
||||
**2.** Ingeval de periode waarin het loonkostenvoordeel oudere werknemer van toepassing is, in de loop van een aangiftetijdvak begint of eindigt, wordt die periode verlengd met het buiten die periode vallende deel van het aangiftetijdvak waarin die periode begint, onderscheidenlijk eindigt.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.5
|
||||
|
||||
Een loonkostenvoordeel oudere werknemer bedraagt € 3,05 per verloond uur van de werknemers die voldoen aan de voorwaarden, bedoeld in artikel 2.2, doch ten hoogste € 6.000 per werknemer per kalenderjaar.
|
||||
Een loonkostenvoordeel oudere werknemer bedraagt € 1,35 per verloond uur van de werknemers die voldoen aan de voorwaarden, bedoeld in artikel 2.2, doch ten hoogste € 2.600 per werknemer per kalenderjaar.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 2.3. Loonkostenvoordeel arbeidsgehandicapte werknemer
|
||||
|
||||
|
|
@ -118,7 +117,7 @@ is de voorwaarde, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, niet van toepassing
|
|||
Het eerste lid is niet of niet langer van toepassing indien:
|
||||
|
||||
a. de werknemer de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet, heeft bereikt;
|
||||
b. de werknemer arbeid verricht in een dienstbetrekking als bedoeld in artikel 2 van de Wet sociale werkvoorziening of als bedoeld in artikel 10b, derde lid, van de Participatiewet; of
|
||||
b. de werknemer arbeid verricht in een dienstbetrekking als bedoeld in artikel 2 van de Wet sociale werkvoorziening of als bedoeld in artikel 10b, eerste lid, van de Participatiewet; of
|
||||
c. de periode, bedoeld in artikel 2.8, voor deze werknemer is verstreken.
|
||||
|
||||
**4.** Met een uitkering als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, wordt gelijkgesteld een naar aard en strekking daarmee overeenkomende uitkering op grond van een wettelijk stelsel inzake sociale zekerheid van een andere lidstaat van de Europese Unie, een andere staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte dan wel Zwitserland.
|
||||
|
|
@ -168,7 +167,7 @@ c. een geldige doelgroepverklaring als bedoeld in artikel 2.11 aan de werkgever
|
|||
Het eerste lid is niet of niet langer van toepassing indien:
|
||||
|
||||
a. de werknemer de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet, heeft bereikt;
|
||||
b. de werknemer arbeid verricht in een dienstbetrekking als bedoeld in artikel 2 van de Wet sociale werkvoorziening of als bedoeld in artikel 10b, derde lid, van de Participatiewet; of
|
||||
b. de werknemer arbeid verricht in een dienstbetrekking als bedoeld in artikel 2 van de Wet sociale werkvoorziening of als bedoeld in artikel 10b, eerste lid, van de Participatiewet; of
|
||||
c. de periode, bedoeld in artikel 2.12, voor deze werknemer is verstreken.
|
||||
|
||||
**3.** Voor de toepassing van dit artikel worden onderbrekingen van een dienstbetrekking tussen dezelfde werkgever en werknemer binnen de periode, bedoeld in artikel 2.12, eerste lid, geacht niet te hebben plaatsgevonden.
|
||||
|
|
@ -199,9 +198,9 @@ Een loonkostenvoordeel doelgroep banenafspraak en scholingsbelemmerden bedraagt
|
|||
|
||||
Een werkgever die een verzoek als bedoeld in artikel 2.1 heeft gedaan, heeft recht op een loonkostenvoordeel herplaatsen arbeidsgehandicapte werknemer indien bij deze werkgever een werknemer in een of meerdere dienstbetrekkingen is die:
|
||||
|
||||
a. zijn eigen arbeid geheel of gedeeltelijk hervat of een andere functie bij dezelfde werkgever gaat bekleden en in de maand voorafgaand aan de hervatting van zijn eigen arbeid of het gaan bekleden van een andere functie bij dezelfde werkgever:
|
||||
a. zijn eigen arbeid geheel of gedeeltelijk hervat of een andere functie bij dezelfde werkgever gaat bekleden en:
|
||||
|
||||
1°. recht had op een uitkering op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen; of
|
||||
1°. op dat moment recht heeft op een uitkering op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen of daarop recht krijgt na het hervatten van de eigen arbeid of het gaan bekleden van een andere functie bij dezelfde werkgever; of
|
||||
2°. een persoon is die voor 1 januari 2006 arbeidsgehandicapte is geworden als bedoeld in artikel 2 van de Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten in verband met het recht op een arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering of de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen, en arbeidsgehandicapte zou zijn geweest als bedoeld in dat artikel indien dat artikel niet zou zijn ingetrokken; en
|
||||
b. een geldige doelgroepverklaring als bedoeld in artikel 2.15 aan de werkgever heeft verstrekt.
|
||||
|
||||
|
|
@ -210,7 +209,7 @@ b. een geldige doelgroepverklaring als bedoeld in artikel 2.15 aan de werkgever
|
|||
Het eerste lid is niet of niet langer van toepassing indien:
|
||||
|
||||
a. de werknemer de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet, heeft bereikt;
|
||||
b. de werknemer arbeid verricht in een dienstbetrekking als bedoeld in artikel 2 van de Wet sociale werkvoorziening of als bedoeld in artikel 10b, derde lid, van de Participatiewet; of
|
||||
b. de werknemer arbeid verricht in een dienstbetrekking als bedoeld in artikel 2 van de Wet sociale werkvoorziening of als bedoeld in artikel 10b, eerste lid, van de Participatiewet; of
|
||||
c. de periode, bedoeld in artikel 2.16, voor deze werknemer is verstreken.
|
||||
|
||||
**3.** Met een uitkering als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, wordt gelijkgesteld een naar aard en strekking daarmee overeenkomende uitkering op grond van een wettelijk stelsel inzake sociale zekerheid van een andere lidstaat van de Europese Unie, een andere staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte dan wel Zwitserland.
|
||||
|
|
@ -219,19 +218,15 @@ c. de periode, bedoeld in artikel 2.16, voor deze werknemer is verstreken.
|
|||
|
||||
### Artikel 2.15
|
||||
|
||||
**1.** Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen verstrekt uitsluitend aan degene die zijn eigen arbeid geheel of gedeeltelijk hervat of een andere functie bij dezelfde werkgever gaat bekleden en, met inachtneming van artikel 2.14, tweede tot en met vierde lid, voldoet aan de voorwaarden, bedoeld in artikel 2.14, eerste lid, onderdeel a, op diens verzoek een verklaring dat de aanvrager aan de genoemde voorwaarden voldoet. Indien de doelgroepverklaring niet kan worden verstrekt, wordt het besluit tot weigering uitsluitend verstrekt aan de aanvrager van de doelgroepverklaring. De doelgroepverklaring wordt aangevraagd binnen drie maanden na de gehele of gedeeltelijke hervatting van zijn eigen arbeid of het gaan bekleden van een andere functie. Bij regeling van Onze Minister van Financiën kunnen, in overeenstemming met Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, nadere regels worden gesteld met betrekking tot de geldigheid van de doelgroepverklaring, bedoeld in de eerste volzin.
|
||||
**1.** Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen verstrekt uitsluitend aan degene die zijn eigen arbeid geheel of gedeeltelijk hervat of een andere functie bij dezelfde werkgever gaat bekleden en, met inachtneming van artikel 2.14, tweede tot en met vierde lid, voldoet aan de voorwaarden, bedoeld in artikel 2.14, eerste lid, onderdeel a, op diens verzoek een verklaring dat de aanvrager aan de genoemde voorwaarden voldoet. Indien de doelgroepverklaring niet kan worden verstrekt, wordt het besluit tot weigering uitsluitend verstrekt aan de aanvrager van de doelgroepverklaring. De doelgroepverklaring wordt aangevraagd binnen drie maanden na de gehele of gedeeltelijke hervatting van zijn eigen arbeid of het gaan bekleden van een andere functie. Indien een werknemer als bedoeld in artikel 2.14, eerste lid, onder a, onder 1°, de eigen arbeid geheel of gedeeltelijk hervat of een andere functie bij dezelfde werkgever gaat bekleden vóór het moment waarop een recht op een uitkering op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen is ontstaan, wordt de aanvraag van een doelgroepverklaring ingediend binnen drie maanden na de afloop van de wachttijd, bedoeld in artikel 23 van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen, of van het tijdvak, bedoeld in artikel 24, eerste lid, 25, negende lid, of 26, tweede lid, tweede zin, van die wet of na afloop van het tijdvak, bedoeld in artikel 629, elfde lid, onderdeel a, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek dan wel van het tijdvak, bedoeld in artikel 29, tiende lid, onderdeel a, of artikel 76a, zesde lid, onderdeel a, van de Ziektewet. Bij regeling van Onze Minister van Financiën kunnen, in overeenstemming met Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, nadere regels worden gesteld met betrekking tot de geldigheid van de doelgroepverklaring, bedoeld in de eerste volzin.
|
||||
|
||||
**2.** Indien artikel 2.14, derde lid, van toepassing is, overlegt degene die het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen verzoekt om een doelgroepverklaring als bedoeld in het eerste lid gelijktijdig met dit verzoek een bewijs dat hij in de maand voorafgaand aan de hervatting van zijn eigen arbeid of het gaan bekleden van een andere functie bij dezelfde werkgever recht had op een uitkering als bedoeld in artikel 2.14, derde lid. Bij regeling van Onze Minister van Financiën kunnen, in overeenstemming met Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, nadere voorwaarden worden gesteld aan dit bewijs.
|
||||
**2.** Indien artikel 2.14, derde lid, van toepassing is, overlegt degene die het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen verzoekt om een doelgroepverklaring als bedoeld in het eerste lid gelijktijdig met dit verzoek een bewijs dat hij op of na het moment van hervatting van zijn eigen arbeid of van het gaan bekleden van een andere functie bij dezelfde werkgever recht had op een uitkering als bedoeld in artikel 2.14, derde lid. Bij regeling van Onze Minister van Financiën kunnen, in overeenstemming met Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, nadere voorwaarden worden gesteld aan dit bewijs.
|
||||
|
||||
**3.** De werkgever bewaart de doelgroepverklaring, bedoeld in het eerste lid, bij de loonadministratie.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.16
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Een loonkostenvoordeel herplaatsen arbeidsgehandicapte werknemer wordt ten hoogste verstrekt
|
||||
|
||||
over een aaneengesloten periode van een jaar vanaf het moment waarop de werknemer zijn eigen arbeid geheel of gedeeltelijk heeft hervat of een andere functie bij dezelfde werkgever is gaan bekleden, waarbij aan de voorwaarden, bedoeld in artikel 2.14, wordt voldaan.
|
||||
**1.** Een loonkostenvoordeel herplaatsen arbeidsgehandicapte werknemer wordt ten hoogste verstrekt over een aaneengesloten periode van een jaar vanaf de datum van aanvang van de aanvraagtermijn van de doelgroepverklaring op grond van artikel 2.15, eerste lid.
|
||||
|
||||
**2.** Ingeval de periode waarin het loonkostenvoordeel herplaatsen arbeidsgehandicapte werknemer van toepassing is in de loop van een aangiftetijdvak begint of eindigt, wordt die periode verlengd met het buiten die periode vallende deel van het aangiftetijdvak waarin die periode begint, onderscheidenlijk eindigt.
|
||||
|
||||
|
|
@ -243,26 +238,11 @@ Een loonkostenvoordeel herplaatsen arbeidsgehandicapte werknemer bedraagt € 3
|
|||
|
||||
### Artikel 3.1
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Een werkgever heeft recht op een lage-inkomensvoordeel indien bij deze werkgever een werknemer in een of meerdere dienstbetrekkingen is waarvan:
|
||||
|
||||
a. het gemiddelde uurloon in het kalenderjaar gelijk is aan of meer bedraagt dan € 14,33 maar niet meer dan € 14,91; en
|
||||
b. in het kalenderjaar ten minste 1248 verloonde uren zijn opgenomen in de loonaangifte.
|
||||
|
||||
**2.** Het eerste lid is niet of niet langer van toepassing indien de werknemer de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet, heeft bereikt. Ingeval de periode waarin het lage-inkomensvoordeel van toepassing is, in de loop van een aangiftetijdvak eindigt, wordt die periode verlengd met het buiten die periode vallende deel van het aangiftetijdvak waarin die periode eindigt.
|
||||
|
||||
**3.** Het gemiddelde uurloon, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, wordt vastgesteld door het jaarloon te delen door de verloonde uren.
|
||||
|
||||
**4.** Bij het begin van het kalenderjaar worden de bedragen, genoemd in het eerste lid, bij regeling van Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, na overleg met Onze Minister van Financiën, gewijzigd in andere bedragen waarbij de te wijzigen bedragen worden verhoogd of verlaagd overeenkomstig de wijzigingen van de bedragen, genoemd in artikel 8, eerste lid, van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag.
|
||||
|
||||
**5.** In afwijking van het vierde lid wordt de bovengrens van het uurloon, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, bij het begin van het kalenderjaar 2024 bij regeling van Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, na overleg met Onze Minister van Financiën, gewijzigd zodat deze gelijk is aan 104% van de ondergrens van het uurloon, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 3.2
|
||||
|
||||
**1.** Een lage-inkomensvoordeel bedraagt € 0,49 per verloond uur van de werknemers die voldoen aan de voorwaarde, bedoeld in artikel 3.1, eerste lid, onderdeel a, doch ten hoogste € 960 per werknemer per kalenderjaar.
|
||||
|
||||
**2.** In afwijking van het eerste lid bedraagt een lage-inkomensvoordeel over het kalenderjaar 2022 € 0,78 per verloond uur van de werknemers die voldoen aan de voorwaarde, bedoeld in artikel 3.1, eerste lid, onderdeel a, doch ten hoogste € 1.520 per werknemer.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk IIIa
|
||||
|
||||
|
|
@ -280,22 +260,20 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen beoordeelt alle door een werkgever in het kalenderjaar gedane verzoeken om een of meer tegemoetkomingen als bedoeld in de artikelen 2.1 en 3.1 gezamenlijk, berekent de hoogte van de tegemoetkomingen en stelt de uitkomst beschikbaar aan de inspecteur, waarbij:
|
||||
Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen beoordeelt alle door een werkgever in het kalenderjaar gedane verzoeken om een of meer tegemoetkomingen als bedoeld in artikel 2.1 gezamenlijk, berekent de hoogte van de tegemoetkomingen en stelt de uitkomst beschikbaar aan de inspecteur, waarbij:
|
||||
|
||||
a. het recht op de tegemoetkomingen wordt beoordeeld op basis van de beschikbare gegevens bij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen of het college van burgemeester en wethouders omtrent de doelgroep en de gegevens in de polisadministratie omtrent de overige voorwaarden; en
|
||||
b. de hoogte van de tegemoetkomingen wordt berekend op basis van de gegevens in de polisadministratie.
|
||||
|
||||
**2.** De in aanmerking te nemen gegevens uit de loonaangifte van de werkgever worden beoordeeld op grond van de loonaangiften over een kalenderjaar zoals die uiterlijk op 1 mei van het daaropvolgende kalenderjaar zijn ingediend alsmede de aanvullingen daarop die uiterlijk op die datum hebben plaatsgevonden.
|
||||
|
||||
**3.** In afwijking in zoverre van het eerste lid wordt, indien voor een werknemer recht bestaat op meer dan een tegemoetkoming als bedoeld in de artikelen 2.1 en 3.1 het totaal berekende bedrag aan tegemoetkomingen voor deze werknemer gemaximeerd op het bedrag van de berekende hoogste tegemoetkoming voor deze werknemer in het desbetreffende kalenderjaar, met dien verstande dat bij gelijke hoogte van alle tegemoetkomingen waar recht op bestaat voor de werknemer uitsluitend de tegemoetkoming wordt verstrekt die als eerste in deze wet wordt genoemd.
|
||||
**3.** In afwijking in zoverre van het eerste lid wordt, indien voor een werknemer recht bestaat op meer dan een tegemoetkoming als bedoeld in artikel 2.1 het totaal berekende bedrag aan tegemoetkomingen voor deze werknemer gemaximeerd op het bedrag van de berekende hoogste tegemoetkoming voor deze werknemer in het desbetreffende kalenderjaar, met dien verstande dat bij gelijke hoogte van alle tegemoetkomingen waar recht op bestaat voor de werknemer uitsluitend de tegemoetkoming wordt verstrekt die als eerste in deze wet wordt genoemd.
|
||||
|
||||
**4.** De inspecteur verstrekt aan werkgevers een overzicht van de werknemers waarvoor de werkgever een verzoek heeft gedaan en de voorgenomen beoordeling en berekening, bedoeld in het eerste lid, met betrekking tot deze werknemers. De verstrekking van dit overzicht vindt plaats vóór 15 maart volgend op het kalenderjaar waarover de tegemoetkomingen zijn aangevraagd waarbij rekening gehouden wordt met verzoeken die uiterlijk op 31 januari van het jaar volgend op het kalenderjaar waarover de tegemoetkomingen zijn aangevraagd zijn ingediend.
|
||||
|
||||
**5.** Voor de toepassing van dit artikel en artikel 4.2 wordt de werkgever geacht een verzoek om een tegemoetkoming als bedoeld in artikel 3.1 te hebben gedaan indien uit de loonaangifte blijkt dat aan de voorwaarden, bedoeld in artikel 3.1, is voldaan.
|
||||
|
||||
### Artikel 4.2
|
||||
|
||||
**1.** Op alle door de werkgever in het kalenderjaar gedane verzoeken om een of meer tegemoetkomingen als bedoeld in de artikelen 2.1 en 3.1 gezamenlijk beslist de inspecteur. Bij regeling van Onze Minister van Financiën kunnen, in overeenstemming met Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, nadere regels gesteld worden met betrekking tot de gegevens die op de beschikking vermeld worden.
|
||||
**1.** Op alle door de werkgever in het kalenderjaar gedane verzoeken om een of meer tegemoetkomingen als bedoeld in artikel 2.1 gezamenlijk beslist de inspecteur. Bij regeling van Onze Minister van Financiën kunnen, in overeenstemming met Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, nadere regels gesteld worden met betrekking tot de gegevens die op de beschikking vermeld worden.
|
||||
|
||||
**2.** De beschikking van de inspecteur, bedoeld in het eerste lid, wordt gegeven overeenkomstig de beoordeling en berekening, bedoeld in artikel 4.1, eerste lid.
|
||||
|
||||
|
|
@ -321,7 +299,7 @@ b. de hoogte van de tegemoetkomingen wordt berekend op basis van de gegevens in
|
|||
|
||||
**1.** Op het bezwaar, beroep, hoger beroep en beroep in cassatie inzake de beschikkingen, bedoeld in de artikelen 4.2, 4.3 en 4.7, is hoofdstuk V van de Algemene wet inzake rijksbelastingen van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
**2.** In afwijking van artikel 7:10, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht beslist de inspecteur op het bezwaarschrift binnen 26 weken gerekend vanaf de dag na die waarop de termijn voor het indienen van het bezwaarschrift is verstreken. De inspecteur beslist op het bezwaarschrift inzake de verstrekking van een tegemoetkoming als bedoeld in de artikelen 2.1 en 3.1 na overleg met het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen.
|
||||
**2.** In afwijking van artikel 7:10, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht beslist de inspecteur op het bezwaarschrift binnen 26 weken gerekend vanaf de dag na die waarop de termijn voor het indienen van het bezwaarschrift is verstreken. De inspecteur beslist op het bezwaarschrift inzake de verstrekking van een tegemoetkoming als bedoeld in artikel 2.1 na overleg met het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen.
|
||||
|
||||
### Artikel 4.6
|
||||
|
||||
|
|
@ -329,13 +307,13 @@ b. de hoogte van de tegemoetkomingen wordt berekend op basis van de gegevens in
|
|||
|
||||
**2.** Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen is verplicht aan de rijksbelastingdienst kosteloos de opgaven en inlichtingen te verstrekken die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van deze wet.
|
||||
|
||||
**3.** Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen en de rijksbelastingdienst zijn bevoegd de gegevens die zij op grond van artikel 33 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen verwerken in de polisadministratie voor zover noodzakelijk tevens te verwerken voor de vaststelling van de tegemoetkomingen, bedoeld in de artikelen 2.1 en 3.1.
|
||||
**3.** Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen en de rijksbelastingdienst zijn bevoegd de gegevens die zij op grond van artikel 33 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen verwerken in de polisadministratie voor zover noodzakelijk tevens te verwerken voor de vaststelling van de tegemoetkomingen, bedoeld in artikel 2.1.
|
||||
|
||||
### Artikel 4.7
|
||||
|
||||
**1.** Indien de werkgever een verzoek als bedoeld in artikel 2.1 heeft gedaan met betrekking tot een werknemer die niet voldoet aan de voorwaarden, bedoeld in de artikelen 2.2, 2.6, 2.10 of 2.14, vormt dit een verzuim waarvoor de inspecteur hem een bestuurlijke boete van ten hoogste € 1.319 per verzoek per jaar kan opleggen.
|
||||
**1.** Indien de werkgever een verzoek als bedoeld in artikel 2.1 heeft gedaan met betrekking tot een werknemer die niet voldoet aan de voorwaarden, bedoeld in de artikelen 2.2, 2.6, 2.10 of 2.14, vormt dit een verzuim waarvoor de inspecteur hem een bestuurlijke boete van ten hoogste € 1.319 per verzoek kan opleggen.
|
||||
|
||||
**2.** Indien de werkgever in de loonaangifte onjuiste gegevens heeft opgenomen waarvan de juistheid voor de toepassing van deze wet van belang is, vormt dit een verzuim waarvoor de inspecteur hem een bestuurlijke boete van ten hoogste € 1.319 per gegeven per werknemer per jaar kan opleggen.
|
||||
**2.** Indien de werkgever in de loonaangifte onjuiste gegevens heeft opgenomen waarvan de juistheid voor de toepassing van deze wet van belang is, vormt dit een verzuim waarvoor de inspecteur hem een bestuurlijke boete van ten hoogste € 1.319 per gegeven per werknemer kan opleggen.
|
||||
|
||||
**3.** Artikel 67cb van de Algemene wet inzake rijksbelastingen is van overeenkomstige toepassing op het in het eerste lid en tweede lid genoemde bedrag, met dien verstande dat de wijziging van het bedrag voor het eerst plaatsvindt per 1 januari 2020.
|
||||
|
||||
|
|
@ -359,7 +337,7 @@ Wijzigt deze wet.
|
|||
|
||||
### Artikel 6.1
|
||||
|
||||
Teneinde zo veel mogelijk evenwicht te bereiken tussen de tegemoetkomingen, bedoeld in de artikelen 2.2, 2.6, 2.10, 2.14 en 3.1, en de hiervoor in de rijksbegroting opgenomen bedragen, kunnen bij regeling van Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid met ingang van 1 januari van enig jaar de in de artikelen 2.5, 2.9, 2.13, 2.17 en 3.2 opgenomen bedragen worden verlaagd dan wel verhoogd.
|
||||
Teneinde zo veel mogelijk evenwicht te bereiken tussen de tegemoetkomingen, bedoeld in de artikelen 2.2, 2.6, 2.10 en 2.14, en de hiervoor in de rijksbegroting opgenomen bedragen, kunnen bij regeling van Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid met ingang van 1 januari van enig jaar de in de artikelen 2.5, 2.9, 2.13 en 2.17 opgenomen bedragen worden verlaagd dan wel verhoogd.
|
||||
|
||||
### Artikel 6.2
|
||||
|
||||
|
|
@ -373,11 +351,17 @@ heeft met ingang van de datum van inwerkingtreding van artikel 5.1 aanspraak op
|
|||
|
||||
### Artikel 6.2a
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
**1.** De artikelen 2.1 tot en met 2.5, 4.7 en 6.1, zoals deze luidden op de dag voor de datum van inwerkingtreding van artikel I, onderdelen Ba en Bb, van de Wet van 18 april 2024, houdende wijzigingen van de Wet tegemoetkomingen loondomein teneinde het lage inkomensvoordeel te laten vervallen en in verband met enkele andere wijzigingen, zijn van toepassing op de verstrekking van een loonkostenvoordeel oudere werknemer dat wordt verstrekt voor een dienstbetrekking die is aangevangen voor 1 januari 2024.
|
||||
|
||||
**2.** Artikel 2.5 zoals dat luidde op de dag voor de datum van inwerkingtreding van artikel I, onderdeel Bb, van de Wet van 18 april 2024, houdende wijzigingen van de Wet tegemoetkomingen loondomein teneinde het lage inkomensvoordeel te laten vervallen en in verband met enkele andere wijzigingen, is van toepassing op de hoogte van een loonkostenvoordeel oudere werknemer voor zover daar recht op bestaat gedurende het kalenderjaar voor die datum van inwerkingtreding.
|
||||
|
||||
**3.** De artikelen 2.1 tot en met 2.5, 4.7 en 6.1, zoals deze luidden op de dag voor de datum van inwerkingtreding van artikel I, onderdelen Aa, Ab, Ka en La, van de Wet van 18 april 2024, houdende wijzigingen van de Wet tegemoetkomingen loondomein teneinde het lage inkomensvoordeel te laten vervallen en in verband met enkele andere wijzigingen, zijn van toepassing op de hoogte en de verstrekking van een loonkostenvoordeel oudere werknemer voor zover daar recht op bestaat gedurende het kalenderjaar voor die datum van inwerkingtreding.
|
||||
|
||||
**4.** Op de verstrekking van een loonkostenvoordeel herplaatsen arbeidsgehandicapte werknemer, als bedoeld in artikel 2.14, eerste lid, blijven de artikelen 2.14, eerste lid, 2.15, eerste lid, en 2.16, eerste lid, van toepassing zoals deze luidden op de dag voor de datum van inwerkingtreding van artikel I, onderdelen C, D en E, van de Wet van 18 april 2024, houdende wijzigingen van de Wet tegemoetkomingen loondomein teneinde het lage inkomensvoordeel te laten vervallen en in verband met enkele andere wijzigingen, indien de werknemer waarvoor recht bestaat op dit loonkostenvoordeel voor die datum voldoet aan de voorwaarden, bedoeld in artikel 2.14, eerste lid, onderdeel a.
|
||||
|
||||
### Artikel 6.3
|
||||
|
||||
Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid zendt binnen vier jaar na de inwerkingtreding van deze wet of onderdelen daarvan, en vervolgens telkens na vijf jaar, aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van de tegemoetkomingen, bedoeld in de artikelen 2.1 en 3.1, in de praktijk.
|
||||
Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid zendt binnen vier jaar na de inwerkingtreding van deze wet of onderdelen daarvan, en vervolgens telkens na vijf jaar, aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van de tegemoetkomingen, bedoeld in artikel 2.1, in de praktijk.
|
||||
|
||||
### Artikel 6.4
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue