2011-12-31 | BWBR0022762 | Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer
This commit is contained in:
parent
07df95dc6b
commit
ad1146b361
1 changed files with 203 additions and 203 deletions
|
|
@ -24,118 +24,126 @@ In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
|
|||
|
||||
*aangewezen oppervlaktewaterlichaam:* oppervlaktewaterlichaam dat op grond van artikel 1.7, eerste lid, onderdeel b, is aangewezen;
|
||||
|
||||
*ADR*: de op 30 september 1957 te Genève totstandgekomen Europese Overeenkomst betreffende het internationale vervoer van gevaarlijke stoffen over de weg (Trb. 1959, 171);
|
||||
*ADR:* de op 30 september 1957 te Genève totstandgekomen Europese Overeenkomst betreffende het internationale vervoer van gevaarlijke stoffen over de weg (Trb. 1959, 171);
|
||||
|
||||
*afgewerkte olie:* afgewerkte olie als bedoeld in artikel 1 van het Besluit inzamelen afvalstoffen;
|
||||
|
||||
*afleverinstallatie*: geheel van de al dan niet onder de grond liggende tank of tanks met daaraan gekoppelde leidingen, appendages, één of meer afleverzuilen, voorzover aanwezig, een kassa en, voorzover aanwezig, één of meer betaalautomaten;
|
||||
*afleverinstallatie:* geheel van de al dan niet onder de grond liggende tank of tanks met daaraan gekoppelde leidingen, appendages, één of meer afleverzuilen, voorzover aanwezig, een kassa en, voorzover aanwezig, één of meer betaalautomaten;
|
||||
|
||||
*andere hernieuwbare brandstoffen*: andere hernieuwbare brandstoffen als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel c, van richtlijn 2003/30/EG;
|
||||
*afvangrendement:* hoeveelheid damp van lichte olie die door een EU-systeem voor dampretour fase-II wordt afgevangen, vergeleken met de hoeveelheid damp van lichte olie die in de atmosfeer zou zijn uitgestoten zonder een dergelijk systeem, uitgedrukt als percentage;
|
||||
|
||||
*autodemontagebedrijf*: inrichting voor het demonteren van autowrakken;
|
||||
*andere hernieuwbare brandstoffen:* andere hernieuwbare brandstoffen als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel c, van richtlijn 2003/30/EG;
|
||||
|
||||
*autowrak*: voertuig dat een afvalstof is in de zin van artikel 1.1, eerste lid, van de wet;
|
||||
*autodemontagebedrijf:* inrichting voor het demonteren van autowrakken;
|
||||
|
||||
*autowrakkenrichtlijn*: richtlijn nr. 2000/53/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 18 september 2000 betreffende autowrakken (PbEG L 269);
|
||||
*autowrak:* voertuig dat een afvalstof is in de zin van artikel 1.1, eerste lid, van de wet;
|
||||
|
||||
*bedrijfsduurcorrectie*: correctie als bedoeld in de Handleiding meten en rekenen industrielawaai, zijnde de logaritmische verhouding tussen de tijdsduur dat de geluidsbron gedurende de beoordelingstijd in werking is, en de duur van die beoordelingsperiode;
|
||||
*autowrakkenrichtlijn:* richtlijn nr. 2000/53/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 18 september 2000 betreffende autowrakken (PbEG L 269);
|
||||
|
||||
*bedrijventerrein*: cluster aaneengesloten percelen met overwegend bedrijfsbestemmingen, binnen een in een bestemmingsplan als bedrijventerrein aangewezen gebied, daaronder niet begrepen een gezoneerd industrieterrein;
|
||||
*bedrijfsduurcorrectie:* correctie als bedoeld in de Handleiding meten en rekenen industrielawaai, zijnde de logaritmische verhouding tussen de tijdsduur dat de geluidsbron gedurende de beoordelingstijd in werking is, en de duur van die beoordelingsperiode;
|
||||
|
||||
*bedrijventerrein:* cluster aaneengesloten percelen met overwegend bedrijfsbestemmingen, binnen een in een bestemmingsplan als bedrijventerrein aangewezen gebied, daaronder niet begrepen een gezoneerd industrieterrein;
|
||||
|
||||
*beheerder:* beheerder als bedoeld in artikel 1.1 van de Waterwet;
|
||||
|
||||
*beperkt kwetsbaar object*: beperkt kwetsbaar object als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel b, van het Besluit externe veiligheid inrichtingen;
|
||||
*beperkt kwetsbaar object:* beperkt kwetsbaar object als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel b, van het Besluit externe veiligheid inrichtingen;
|
||||
|
||||
*bijkomend gevaar*: een gevaar naast de grootste gevaarseigenschap als bedoeld in het ADR;
|
||||
*bijkomend gevaar:* een gevaar naast de grootste gevaarseigenschap als bedoeld in het ADR;
|
||||
|
||||
*biobrandstof*: biobrandstof als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel a, van richtlijn 2003/30/EG, waaronder in elk geval de biobrandstoffen, bedoeld in artikel 2, tweede lid, van richtlijn 2003/30/EG, worden verstaan;
|
||||
*biobrandstof:* biobrandstof als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel a, van richtlijn 2003/30/EG, waaronder in elk geval de biobrandstoffen, bedoeld in artikel 2, tweede lid, van richtlijn 2003/30/EG, worden verstaan;
|
||||
|
||||
*bodembedreigende activiteit*: bedrijfsmatige activiteit als bedoeld in paragraaf 3.1 van deel A 3 van de NRB;
|
||||
*bodembedreigende activiteit:* bedrijfsmatige activiteit als bedoeld in paragraaf 3.1 van deel A 3 van de NRB;
|
||||
|
||||
*bodembedreigende stof*: stof die de bodem kan verontreinigen als bedoeld in paragraaf 3.1 van deel A3 van de NRB;
|
||||
*bodembedreigende stof:* stof die de bodem kan verontreinigen als bedoeld in paragraaf 3.1 van deel A3 van de NRB;
|
||||
|
||||
*bodembeschermende maatregel*: op de gebezigde stoffen en gebruikte bodembeschermende voorziening toegesneden beheermaatregel gericht op reparatie, schoonmaak, onderhoud, actie bij incidenten, bedrijfsinterne controle, inspectie of toezicht, ter voorkoming van immissies in de bodem of herstel van de effecten van zulke immissies op de bodemkwaliteit, waarvan de uitvoering is gewaarborgd;
|
||||
*bodembeschermende maatregel:* op de gebezigde stoffen en gebruikte bodembeschermende voorziening toegesneden beheermaatregel gericht op reparatie, schoonmaak, onderhoud, actie bij incidenten, bedrijfsinterne controle, inspectie of toezicht, ter voorkoming van immissies in de bodem of herstel van de effecten van zulke immissies op de bodemkwaliteit, waarvan de uitvoering is gewaarborgd;
|
||||
|
||||
*bodembeschermende voorziening*: een vloeistofkerende voorziening, een vloeistofdichte vloer of verharding of een andere doelmatige fysieke voorziening, ter voorkoming van immissies in de bodem;
|
||||
*bodembeschermende voorziening:* een vloeistofkerende voorziening, een vloeistofdichte vloer of verharding of een andere doelmatige fysieke voorziening, ter voorkoming van immissies in de bodem;
|
||||
|
||||
*bovengrondse opslagtank*: opslagtank die geheel boven de bodem is gelegen;
|
||||
*bovengrondse opslagtank:* opslagtank die geheel boven de bodem is gelegen;
|
||||
|
||||
*brandcompartiment*: brandcompartiment als bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, van het Bouwbesluit 2003;
|
||||
*brandcompartiment:* brandcompartiment als bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, van het Bouwbesluit 2003;
|
||||
|
||||
*BTEX*: benzeen, tolueen, ethylbenzeen en xyleen;
|
||||
*BTEX:* benzeen, tolueen, ethylbenzeen en xyleen;
|
||||
|
||||
*bunkerstation*: drijvend bouwsel dat wegens zijn bestemming in de regel niet wordt verplaatst en dat bestemd of in gebruik is voor de opslag of levering van brandstof voor voortstuwing van schepen;
|
||||
*bunkerstation:* drijvend bouwsel dat wegens zijn bestemming in de regel niet wordt verplaatst en dat bestemd of in gebruik is voor de opslag of levering van brandstof voor voortstuwing van schepen;
|
||||
|
||||
*consumentenvuurwerk*: consumentenvuurwerk als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, van het Vuurwerkbesluit;
|
||||
*consumentenvuurwerk:* consumentenvuurwerk als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, van het Vuurwerkbesluit;
|
||||
|
||||
*CMR-stof*: stof of preparaat die volgens bijlage I bij Richtlijn nr. 67/548/EEG geclassificeerd is als Kankerverwekkend categorie 1 of 2 of als Mutageen categorie 1 of 2 of als «Voor de voortplanting giftig» categorie 1 of 2;
|
||||
*CMR-stof:* stof of preparaat die volgens bijlage I bij Richtlijn nr. 67/548/EEG geclassificeerd is als Kankerverwekkend categorie 1 of 2 of als Mutageen categorie 1 of 2 of als «Voor de voortplanting giftig» categorie 1 of 2;
|
||||
|
||||
*dierlijke bijproducten*: bijproducten als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onder a, van Verordening nr. 1774/2002 van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van gezondheidsvoorschriften inzake niet voor menselijke consumptie bestemde dierlijke bijproducten;
|
||||
*damp/lichte olie-verhouding:* verhouding tussen het volume bij atmosferische druk van damp van lichte olie die door een EU-systeem voor dampretour fase-II loopt en het volume van de geleverde lichte olie;
|
||||
|
||||
*doelmatig beheer van afvalwater*: zodanig beheer van afvalwater dat daarbij rekening wordt gehouden met de voorkeursvolgorde aangegeven in artikel 10.29a van de wet;
|
||||
*debiet van lichte olie:* totale jaarlijkse hoeveelheid lichte olie die uit mobiele tanks aan een inrichting wordt geleverd;
|
||||
|
||||
*equivalent geluidsniveau*: equivalent geluidsniveau als bedoeld in artikel 1 van de Wet geluidhinder;
|
||||
*dierlijke bijproducten:* bijproducten als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onder a, van Verordening nr. 1774/2002 van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van gezondheidsvoorschriften inzake niet voor menselijke consumptie bestemde dierlijke bijproducten;
|
||||
|
||||
*etmaalwaarde*: de hoogste van de volgende drie waarden:
|
||||
*doelmatig beheer van afvalwater:* zodanig beheer van afvalwater dat daarbij rekening wordt gehouden met de voorkeursvolgorde aangegeven in artikel 10.29a van de wet;
|
||||
|
||||
*equivalent geluidsniveau:*: equivalent geluidsniveau als bedoeld in artikel 1 van de Wet geluidhinder;
|
||||
|
||||
*etmaalwaarde:* de hoogste van de volgende drie waarden:
|
||||
|
||||
a. de waarde van het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau (L_Ar, LT) tussen 07.00 en 19.00 uur (dag);
|
||||
b. de met 5 dB(A) verhoogde waarde van het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau (L_Ar, LT) tussen 19.00 en 23.00 uur (avond);
|
||||
c. de met 10 dB(A) verhoogde waarde van het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau (L_Ar, LT) tussen 23.00 en 07.00 uur (nacht);
|
||||
|
||||
*gasdrukmeet- en regelstation categorie A*: gasdrukmeet- en regelstation met:
|
||||
*EU-systeem voor dampretour fase-II:* apparatuur als bedoeld in artikel 2, onder 6, van richtlijn nr. 2009/126/EG van het Europees Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 inzake fase II-benzinedampterugwinning tijdens het bijtanken van motorvoertuigen in benzinestations (PbEU L 285);
|
||||
|
||||
*gasdrukmeet- en regelstation categorie A:* gasdrukmeet- en regelstation met:
|
||||
|
||||
– een ontwerpcapaciteit die kleiner of gelijk aan 650 normaal kubieke meter per uur is met een maximale operationele inlaatzijdige werkdruk die kleiner of gelijk aan 0,1 bar is;
|
||||
– een ontwerpcapaciteit die kleiner of gelijk aan 10 normaal kubieke meter per uur is met een maximale operationele inlaatzijdige werkdruk die kleiner of gelijk aan 16 bar is;
|
||||
|
||||
*gasdrukmeet- en regelstation categorie B*: gasdrukmeet- en regelstation met een ontwerpcapaciteit die kleiner of gelijk aan 6000 normaal kubieke meter per uur is met een maximale operationele inlaatzijdige werkdruk die kleiner of gelijk aan 16 bar is, niet zijnde een gasdrukmeet- en regelstation categorie A;
|
||||
*gasdrukmeet- en regelstation categorie B:* gasdrukmeet- en regelstation met een ontwerpcapaciteit die kleiner of gelijk aan 6000 normaal kubieke meter per uur is met een maximale operationele inlaatzijdige werkdruk die kleiner of gelijk aan 16 bar is, niet zijnde een gasdrukmeet- en regelstation categorie A;
|
||||
|
||||
*gasdrukmeet- en regelstation categorie C*: gasdrukmeet- en regelstation met een maximale operationele inlaatzijdige werkdruk die kleiner of gelijk aan 100 bar is, niet zijnde een gasdrukmeet- en regelstation categorie A of gasdrukmeet- en regelstation categorie B;
|
||||
*gasdrukmeet- en regelstation categorie C:* gasdrukmeet- en regelstation met een maximale operationele inlaatzijdige werkdruk die kleiner of gelijk aan 100 bar is, niet zijnde een gasdrukmeet- en regelstation categorie A of gasdrukmeet- en regelstation categorie B;
|
||||
|
||||
*gasfles*: een verplaatsbare drukhouder met een waterinhoud van niet meer dan 150 liter;
|
||||
*gasfles:* een verplaatsbare drukhouder met een waterinhoud van niet meer dan 150 liter;
|
||||
|
||||
*geluidsgevoelige ruimte*: geluidsgevoelige ruimte als bedoeld in artikel 1 van de Wet geluidhinder;
|
||||
*geluidsgevoelige ruimte:* geluidsgevoelige ruimte als bedoeld in artikel 1 van de Wet geluidhinder;
|
||||
|
||||
*geluidsniveau*: geluidsniveau in dB(A) als bedoeld in artikel 1 van de Wet geluidhinder;
|
||||
*geluidsniveau:* geluidsniveau in dB(A) als bedoeld in artikel 1 van de Wet geluidhinder;
|
||||
|
||||
*geurgevoelig object*: geurgevoelig object als bedoeld in artikel 1 van de Wet geurhinder en veehouderij;
|
||||
*geurgevoelig object:* geurgevoelig object als bedoeld in artikel 1 van de Wet geurhinder en veehouderij;
|
||||
|
||||
*gevaarlijke stoffen*: stoffen en voorwerpen, waarvan het vervoer volgens het ADR is verboden of slechts onder daarin opgenomen voorwaarden is toegestaan, dan wel stoffen, materialen en voorwerpen aangeduid in de International Maritime Dangerous Goods Code;
|
||||
*gevaarlijke stoffen:* stoffen en voorwerpen, waarvan het vervoer volgens het ADR is verboden of slechts onder daarin opgenomen voorwaarden is toegestaan, dan wel stoffen, materialen en voorwerpen aangeduid in de International Maritime Dangerous Goods Code;
|
||||
|
||||
*gevel*: gevel als bedoeld in artikel 1 juncto artikel 1b, vijfde lid, van de Wet geluidhinder;
|
||||
*gevel:* gevel als bedoeld in artikel 1 juncto artikel 1b, vijfde lid, van de Wet geluidhinder;
|
||||
|
||||
*gevoelige gebouwen*: woningen en gebouwen die op grond van artikel 1 van de Wet geluidhinder worden aangemerkt als andere geluidsgevoelige gebouwen, met uitzondering van die gebouwen behorende bij de betreffende inrichting;
|
||||
*gevoelige gebouwen:* woningen en gebouwen die op grond van artikel 1 van de Wet geluidhinder worden aangemerkt als andere geluidsgevoelige gebouwen, met uitzondering van die gebouwen behorende bij de betreffende inrichting;
|
||||
|
||||
*gevoelige objecten*: gevoelige gebouwen en gevoelige terreinen;
|
||||
*gevoelige objecten:* gevoelige gebouwen en gevoelige terreinen;
|
||||
|
||||
*gevoelige terreinen*: terreinen die op grond van artikel 1 van de Wet geluidhinder worden aangemerkt als geluidsgevoelige terreinen, met uitzondering van die terreinen behorende bij de betreffende inrichting;
|
||||
*gevoelige terreinen:* terreinen die op grond van artikel 1 van de Wet geluidhinder worden aangemerkt als geluidsgevoelige terreinen, met uitzondering van die terreinen behorende bij de betreffende inrichting;
|
||||
|
||||
*gezoneerd industrieterrein*: industrieterrein als bedoeld in artikel 1 van de Wet geluidhinder;
|
||||
*gezoneerd industrieterrein:* industrieterrein als bedoeld in artikel 1 van de Wet geluidhinder;
|
||||
|
||||
*inerte goederen*: goederen die geen bodembedreigende stoffen, gevaarlijke stoffen of CMR-stoffen zijn;
|
||||
*inerte goederen:* goederen die geen bodembedreigende stoffen, gevaarlijke stoffen of CMR-stoffen zijn;
|
||||
|
||||
*ISO*: door de Internationale Organisatie voor Standaardisatie uitgegeven norm;
|
||||
*ISO:* door de Internationale Organisatie voor Standaardisatie uitgegeven norm;
|
||||
|
||||
*jachthaven*: inrichting voor het bieden van gelegenheid tot het afmeren van pleziervaartuigen;
|
||||
*jachthaven:* inrichting voor het bieden van gelegenheid tot het afmeren van pleziervaartuigen;
|
||||
|
||||
*koelinstallatie*: een combinatie van met koudemiddel gevulde onderdelen die met elkaar zijn verbonden en die tezamen een gesloten koudemiddelcircuit vormen waarin het koudemiddel circuleert met het doel warmte op te nemen of af te staan;
|
||||
*koelinstallatie:* een combinatie van met koudemiddel gevulde onderdelen die met elkaar zijn verbonden en die tezamen een gesloten koudemiddelcircuit vormen waarin het koudemiddel circuleert met het doel warmte op te nemen of af te staan;
|
||||
|
||||
*kunststeen*: blokken van korrels of brokken van natuursteen met bindmiddel;
|
||||
*kunststeen:* blokken van korrels of brokken van natuursteen met bindmiddel;
|
||||
|
||||
*kwetsbaar object*: kwetsbaar object als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel l, van het Besluit externe veiligheid inrichtingen;
|
||||
*kwetsbaar object:* kwetsbaar object als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel l, van het Besluit externe veiligheid inrichtingen;
|
||||
|
||||
*Lden*: de geluidsbelastingsindicator zoals opgenomen in artikel 3, onder f, van richtlijn nr. 2002/49/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 25 juni 2002, inzake de evaluatie en de beheersing van omgevingslawaai;
|
||||
*Lden:* de geluidsbelastingsindicator zoals opgenomen in artikel 3, onder f, van richtlijn nr. 2002/49/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 25 juni 2002, inzake de evaluatie en de beheersing van omgevingslawaai;
|
||||
|
||||
*Lnight*: de geluidsbelastingsindicator zoals opgenomen in artikel 3, onder i, van richtlijn nr. 2002/49/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 25 juni 2002, inzake de evaluatie en de beheersing van omgevingslawaai;
|
||||
*Lnight:* de geluidsbelastingsindicator zoals opgenomen in artikel 3, onder i, van richtlijn nr. 2002/49/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 25 juni 2002, inzake de evaluatie en de beheersing van omgevingslawaai;
|
||||
|
||||
*landbouwinrichting*: inrichting als bedoeld in artikel 2 van het Besluit landbouw milieubeheer;
|
||||
*landbouwinrichting:* inrichting als bedoeld in artikel 2 van het Besluit landbouw milieubeheer;
|
||||
|
||||
*langtijdgemiddeld beoordelingsniveau*: (L_Ar,LT) het gemiddelde van de afwisselende niveaus van het ter plaatse optredende geluid, gemeten in een bepaalde periode en vastgesteld en beoordeeld overeenkomstig de Handleiding meten en rekenen industrielawaai;
|
||||
*langtijdgemiddeld beoordelingsniveau:* (L_Ar,LT) het gemiddelde van de afwisselende niveaus van het ter plaatse optredende geluid, gemeten in een bepaalde periode en vastgesteld en beoordeeld overeenkomstig de Handleiding meten en rekenen industrielawaai;
|
||||
|
||||
*lassen van textiel*: het door middel van warmteopwekking of warmtetoevoer aaneenhechten van textiel;
|
||||
*lassen van textiel:* het door middel van warmteopwekking of warmtetoevoer aaneenhechten van textiel;
|
||||
|
||||
*lekbak*: een voorziening waarvan de bodembeschermende werking door de daarop afgestemde bodembeschermende maatregelen is gewaarborgd, en die zich rondom of onder een bodembedreigende activiteit bevindt en in staat is de bij normale bedrijfsvoering gemorste of wegspattende vloeistoffen op te vangen;
|
||||
*lekbak:* een voorziening waarvan de bodembeschermende werking door de daarop afgestemde bodembeschermende maatregelen is gewaarborgd, en die zich rondom of onder een bodembedreigende activiteit bevindt en in staat is de bij normale bedrijfsvoering gemorste of wegspattende vloeistoffen op te vangen;
|
||||
|
||||
*lozen*: het brengen van:
|
||||
*lozen:* het brengen van:
|
||||
|
||||
1°. afvalwater of andere afvalstoffen, verontreinigende of schadelijke stoffen in een oppervlaktewaterlichaam;
|
||||
2°. afvalwater of overige vloeistoffen op of in de bodem;
|
||||
|
|
@ -145,149 +153,148 @@ c. de met 10 dB(A) verhoogde waarde van het langtijdgemiddelde beoordelingsnivea
|
|||
6°. afvalwater of andere afvalstoffen in een andere voorziening voor de inzameling en het transport van afvalwater, of
|
||||
7°. afvalwater of andere afvalstoffen met behulp van een werk niet zijnde een voorziening voor de inzameling en het transport van afvalwater op een zuiveringtechnisch werk;
|
||||
|
||||
*LQ*: Limited Quantities, gelimiteerde hoeveelheden als bedoeld in het ADR;
|
||||
*LQ:* Limited Quantities, gelimiteerde hoeveelheden als bedoeld in het ADR;
|
||||
|
||||
*massastroom*: massa van een bepaalde stof of stoffen die per tijdseenheid wordt geëmitteerd, uitgedrukt in massa per uur;
|
||||
*massastroom:* massa van een bepaalde stof of stoffen die per tijdseenheid wordt geëmitteerd, uitgedrukt in massa per uur;
|
||||
|
||||
*maximaal geluidsniveau*: (L_Amax) maximaal geluidsniveau gemeten in de meterstand «F» of «fast», als vastgesteld en beoordeeld overeenkomstig de Handleiding meten en rekenen industrielawaai;
|
||||
*maximaal geluidsniveau:* (L_Amax) maximaal geluidsniveau gemeten in de meterstand «F» of «fast», als vastgesteld en beoordeeld overeenkomstig de Handleiding meten en rekenen industrielawaai;
|
||||
|
||||
*meststoffengroep*: aanduiding van de gevaarscategorie van vaste minerale anorganische meststoffen overeenkomstig de indeling van PGS 7;
|
||||
*meststoffengroep:* aanduiding van de gevaarscategorie van vaste minerale anorganische meststoffen overeenkomstig de indeling van PGS 7;
|
||||
|
||||
*natte koeltoren*: installatie gebruikt voor het afvoeren van overtollige warmte uit productieprocessen en gebouwen door middel van het vernevelen van water;
|
||||
*natte koeltoren:* installatie gebruikt voor het afvoeren van overtollige warmte uit productieprocessen en gebouwen door middel van het vernevelen van water;
|
||||
|
||||
*natuursteen*: uit de natuur gewonnen blokken en platen van steen;
|
||||
*natuursteen:* uit de natuur gewonnen blokken en platen van steen;
|
||||
|
||||
*NEN*: door de Stichting Nederlands Normalisatie-instituut uitgegeven norm;
|
||||
*NEN:* door de Stichting Nederlands Normalisatie-instituut uitgegeven norm;
|
||||
|
||||
*NeR*: door InfoMil uitgegeven Nederlandse Emissie Richtlijnen lucht;
|
||||
*NeR:* door InfoMil uitgegeven Nederlandse Emissie Richtlijnen lucht;
|
||||
|
||||
*niet aangewezen oppervlaktewaterlichaam:* oppervlaktewaterlichaam dat geen aangewezen oppervlaktewaterlichaam is;
|
||||
|
||||
*noodsignalen*: noodsignalen die onder de klasse 1.3 of klasse 1.4 van het ADR vallen;
|
||||
*noodsignalen:* noodsignalen die onder de klasse 1.3 of klasse 1.4 van het ADR vallen;
|
||||
|
||||
*normaal kubieke meter*: afgashoeveelheid bij 273,15 Kelvin en 101,3 kilo Pascal en betrokken op droge lucht;
|
||||
*normaal kubieke meter:* afgashoeveelheid bij 273,15 Kelvin en 101,3 kilo Pascal en betrokken op droge lucht;
|
||||
|
||||
*NRB*: door InfoMil uitgegeven Nederlandse richtlijn bodembescherming bedrijfsmatige activiteiten;
|
||||
*NRB:* door InfoMil uitgegeven Nederlandse richtlijn bodembescherming bedrijfsmatige activiteiten;
|
||||
|
||||
*odour unit*: Europese eenheid voor geurconcentratie volgens NEN-EN-13725;
|
||||
*odour unit:* Europese eenheid voor geurconcentratie volgens NEN-EN-13725;
|
||||
|
||||
*opslagtank*: een opslagvoorziening voor gas met een inhoud van ten minste 150 liter of een opslagvoorziening voor vloeistof met een inhoud van ten minste 300 liter, uitgezonderd een intermediate bulk container die voldoet aan hoofdstuk 6.5 van het ADR;
|
||||
*opslagtank:* een opslagvoorziening voor gas met een inhoud van ten minste 150 liter of een opslagvoorziening voor vloeistof met een inhoud van ten minste 300 liter, uitgezonderd een intermediate bulk container die voldoet aan hoofdstuk 6.5 van het ADR;
|
||||
|
||||
*PAK’s*: som van naftaleen, anthraceen, fluorantheen, benzo(g,h,i)peryleen, benzo(a)pyreen, benzo(b)fluorantheen, benzo(k)fluorantheen en indeno(1,2,3-cd)pyreen;
|
||||
*PAK’s:* som van naftaleen, anthraceen, fluorantheen, benzo(g,h,i)peryleen, benzo(a)pyreen, benzo(b)fluorantheen, benzo(k)fluorantheen en indeno(1,2,3-cd)pyreen;
|
||||
|
||||
*PER*: tetrachlooretheen;
|
||||
*PER:* tetrachlooretheen;
|
||||
|
||||
*PGS*: Publicatiereeks Gevaarlijke Stoffen;
|
||||
*PGS:* Publicatiereeks Gevaarlijke Stoffen;
|
||||
|
||||
*pleziervaartuig*: schip bestemd of gebruikt voor sport of vrijetijdsbesteding;
|
||||
*pleziervaartuig:* schip bestemd of gebruikt voor sport of vrijetijdsbesteding;
|
||||
|
||||
*praktijkruimte*: ruimte voor chemisch, natuurkundig of medisch onderwijs waarop de Wet op het hoger onderwijs en het wetenschappelijk onderzoek van toepassing is;
|
||||
*praktijkruimte:* ruimte voor chemisch, natuurkundig of medisch onderwijs waarop de Wet op het hoger onderwijs en het wetenschappelijk onderzoek van toepassing is;
|
||||
|
||||
*propaan*: product, hoofdzakelijk bestaande uit propaan en propeen, met geringe hoeveelheden ethaan, butanen en butenen, voor zover de dampspanning bij 343 Kelvin (70 graden Celsius) ten hoogste 3100 kilopascal (31 bar) bedraagt;
|
||||
*propaan:* product, hoofdzakelijk bestaande uit propaan en propeen, met geringe hoeveelheden ethaan, butanen en butenen, voor zover de dampspanning bij 343 Kelvin (70 graden Celsius) ten hoogste 3100 kilopascal (31 bar) bedraagt;
|
||||
|
||||
*propeen*: zeer licht ontvlambaar tot vloeistof verdicht gas met UN-nummer 1077;
|
||||
*propeen:* zeer licht ontvlambaar tot vloeistof verdicht gas met UN-nummer 1077;
|
||||
|
||||
*pyrotechnische artikelen voor theatergebruik*: pyrotechnische artikelen voor theatergebruik als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, van het Vuurwerkbesluit;
|
||||
*pyrotechnische artikelen voor theatergebruik:* pyrotechnische artikelen voor theatergebruik als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, van het Vuurwerkbesluit;
|
||||
|
||||
*richtlijn 2003/30/EG*: richtlijn nr. 2003/30/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 8 mei 2003 (PbEU L 123) ter bevordering van het gebruik van biobrandstoffen of andere hernieuwbare brandstoffen in het vervoer;
|
||||
*richtlijn 2003/30/EG:*
|
||||
richtlijn nr. 2003/30/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 8 mei 2003 (PbEU L 123) ter bevordering van het gebruik van biobrandstoffen of andere hernieuwbare brandstoffen in het vervoer;
|
||||
|
||||
*rookzwak kruit*: kruit dat onder de klasse 1.3 van het ADR valt;
|
||||
*rookzwak kruit:* kruit dat onder de klasse 1.3 van het ADR valt;
|
||||
|
||||
*spuitbus*: niet-hervulbare houder van metaal, glas of kunststof die een samengeperst, vloeibaar gemaakt of opgelost gas bevat, al dan niet met een vloeibare, pasteuze of poedervormige stof, en voorzien van een aftapinrichting die het mogelijk maakt, dat de inhoud wordt uitgestoten in de vorm van een suspensie van vaste of vloeibare deeltjes in een gas, in de vorm van schuim, pasta of poeder of in vloeibare of gasvormige toestand;
|
||||
*spuitbus:* niet-hervulbare houder van metaal, glas of kunststof die een samengeperst, vloeibaar gemaakt of opgelost gas bevat, al dan niet met een vloeibare, pasteuze of poedervormige stof, en voorzien van een aftapinrichting die het mogelijk maakt, dat de inhoud wordt uitgestoten in de vorm van een suspensie van vaste of vloeibare deeltjes in een gas, in de vorm van schuim, pasta of poeder of in vloeibare of gasvormige toestand;
|
||||
|
||||
*stookinstallatie*: stookinstallatie als bedoeld in het Besluit emissie-eisen middelgrote stookinstallaties milieubeheer;
|
||||
*stookinstallatie:* stookinstallatie als bedoeld in het Besluit emissie-eisen middelgrote stookinstallaties milieubeheer;
|
||||
|
||||
*systeem voor dampretour Stage-II*: geheel van vulpistool, slang, appendages, regelinstrumenten en overige toebehoren waarmee de bij het afleveren van benzine aan motorvoertuigen voor het wegverkeer uit het brandstofreservoir van het motorvoertuig verdreven dampen worden teruggevoerd in de ondergrondse opslagtank van het tankstation;
|
||||
*theatervuurwerk:* theatervuurwerk als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, van het Vuurwerkbesluit;
|
||||
|
||||
*theatervuurwerk*: theatervuurwerk als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, van het Vuurwerkbesluit;
|
||||
*totaal stikstof:* de som van nitraat-, nitriet-, organisch en ammonium stikstof waarvan de emissiemetingen worden uitgevoerd, bedoeld in artikel 2.3;
|
||||
|
||||
*totaal stikstof*: de som van nitraat-, nitriet-, organisch en ammonium stikstof waarvan de emissiemetingen worden uitgevoerd, bedoeld in artikel 2.3;
|
||||
*traditioneel schieten:* door schutterijen of schuttersgilden schieten met buksen ofwel geweren vanaf een vaste standplaats op een stilstaand doel in de buitenlucht;
|
||||
|
||||
*traditioneel schieten*: door schutterijen of schuttersgilden schieten met buksen ofwel geweren vanaf een vaste standplaats op een stilstaand doel in de buitenlucht;
|
||||
*vast object:* locatiegebonden constructie of gedeelte daarvan;
|
||||
|
||||
*vast object*: locatiegebonden constructie of gedeelte daarvan;
|
||||
*verblijfsruimten:* verblijfsruimten als bedoeld in artikel 1.1, onderdeel e, van het Besluit geluidhinder;
|
||||
|
||||
*verblijfsruimten*: verblijfsruimten als bedoeld in artikel 1.1, onderdeel e, van het Besluit geluidhinder;
|
||||
*verbruik van vluchtige organische stoffen:* verbruik van vluchtige organische stoffen als bedoeld in het Oplosmiddelenbesluit omzetting EG-VOS-richtlijn milieubeheer;
|
||||
|
||||
*verbruik van vluchtige organische stoffen*: verbruik van vluchtige organische stoffen als bedoeld in het Oplosmiddelenbesluit omzetting EG-VOS-richtlijn milieubeheer;
|
||||
*verdichten:* reduceren van het volume;
|
||||
|
||||
*verdichten*: reduceren van het volume;
|
||||
*verkleinen:* in kleinere delen opdelen;
|
||||
|
||||
*verkleinen*: in kleinere delen opdelen;
|
||||
|
||||
*verpakkingsgroep*: een groep, waarin bepaalde stoffen op grond van hun gevaarlijkheid tijdens het vervoer conform het ADR zijn ingedeeld voor verpakkingsdoeleinden:
|
||||
*verpakkingsgroep:* een groep, waarin bepaalde stoffen op grond van hun gevaarlijkheid tijdens het vervoer conform het ADR zijn ingedeeld voor verpakkingsdoeleinden:
|
||||
|
||||
1°. *verpakkingsgroep I*: zeer gevaarlijke stoffen;
|
||||
2°. *verpakkingsgroep II*: gevaarlijke stoffen;
|
||||
3°. *verpakkingsgroep III*: minder gevaarlijke stoffen;
|
||||
|
||||
*vervoerseenheid met gevaarlijke stoffen*: een voertuig, oplegger of aanhanger met een conform het ADR voor het vervoer van gevaarlijke stoffen toegelaten tank, tankcontainer, tankbatterij, laadketel, laadruimte of laadvloer waarin gevaarlijke stoffen aanwezig zijn;
|
||||
*vervoerseenheid met gevaarlijke stoffen:* een voertuig, oplegger of aanhanger met een conform het ADR voor het vervoer van gevaarlijke stoffen toegelaten tank, tankcontainer, tankbatterij, laadketel, laadruimte of laadvloer waarin gevaarlijke stoffen aanwezig zijn;
|
||||
|
||||
*verwaarloosbaar bodemrisico*: een situatie als bedoeld in de NRB waarin door een goede afstemming van bodembeschermende voorzieningen en bodembeschermende maatregelen de kans op een verandering van de bodemkwaliteit, ten gevolge van een immissie van een stof, verwaarloosbaar is gemaakt;
|
||||
*verwaarloosbaar bodemrisico:* een situatie als bedoeld in de NRB waarin door een goede afstemming van bodembeschermende voorzieningen en bodembeschermende maatregelen de kans op een verandering van de bodemkwaliteit, ten gevolge van een immissie van een stof, verwaarloosbaar is gemaakt;
|
||||
|
||||
*vloeibare brandstof*: lichte olie, halfzware olie of gasolie als bedoeld in artikel 26 van de Wet op de accijns;
|
||||
*vloeibare brandstof:* lichte olie, halfzware olie of gasolie als bedoeld in artikel 26 van de Wet op de accijns;
|
||||
|
||||
*vloeistofdichte vloer of verharding*: vloer of verharding direct op de bodem die waarborgt dat geen vloeistof aan de niet met vloeistof belaste zijde van die vloer of verharding kan komen;
|
||||
*vloeistofdichte vloer of verharding:* vloer of verharding direct op de bodem die waarborgt dat geen vloeistof aan de niet met vloeistof belaste zijde van die vloer of verharding kan komen;
|
||||
|
||||
*vloeistofkerende voorziening*: lekbak, tankput, vloer, verharding of een andere doelmatige fysieke voorziening die vrijgekomen stoffen keert zolang als nodig is om met de daarop afgestemde bodembeschermende maatregelen te voorkomen dat deze stoffen in de bodem kunnen geraken;
|
||||
*vloeistofkerende voorziening:* lekbak, tankput, vloer, verharding of een andere doelmatige fysieke voorziening die vrijgekomen stoffen keert zolang als nodig is om met de daarop afgestemde bodembeschermende maatregelen te voorkomen dat deze stoffen in de bodem kunnen geraken;
|
||||
|
||||
*vluchtige organische stoffen*: stoffen als bedoeld in het Oplosmiddelenbesluit omzetting EG-VOS-richtlijn milieubeheer;
|
||||
*vluchtige organische stoffen:* stoffen als bedoeld in het Oplosmiddelenbesluit omzetting EG-VOS-richtlijn milieubeheer;
|
||||
|
||||
*voertuig*:
|
||||
*voertuig:*
|
||||
|
||||
1°. bedrijfsauto als bedoeld in artikel 1.1 van de Regeling voertuigen met een maximum gewicht van ten hoogste 3500 kilogram;
|
||||
2°. personenauto als bedoeld in artikel 1.1 van de Regeling voertuigen, of
|
||||
3°. bromfiets als bedoeld in artikel 1.1 van de Regeling voertuigen, niet zijnde een voertuig op twee wielen;
|
||||
|
||||
*voorziening voor het beheer van afvalwater*: een openbaar vuilwaterriool, openbaar hemelwaterstelsel, openbaar ontwateringstelsel, een andere voorziening voor de inzameling en het transport van afvalwater, een zuiveringtechnisch werk of een zuiveringsvoorziening;
|
||||
*voorziening voor het beheer van afvalwater:* een openbaar vuilwaterriool, openbaar hemelwaterstelsel, openbaar ontwateringstelsel, een andere voorziening voor de inzameling en het transport van afvalwater, een zuiveringtechnisch werk of een zuiveringsvoorziening;
|
||||
|
||||
*vuilwaterriool*:
|
||||
*vuilwaterriool:*
|
||||
|
||||
1°. een openbaar vuilwaterriool;
|
||||
2°. een andere voorziening voor de inzameling en het transport van stedelijk afvalwater, aangesloten op een zuiveringsvoorziening, die blijkens een vergunning als bedoeld in artikel 6.2 van de Waterwet mede voor het zuiveren van stedelijk afvalwater is bedoeld, of aangesloten op een zuiveringtechnisch werk; of
|
||||
3°. een werk, niet zijnde een voorziening voor de inzameling en het transport van afvalwater, aangesloten op een zuiveringtechnisch werk;
|
||||
|
||||
*vuurwerk*: vuurwerk als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, van het Vuurwerkbesluit;
|
||||
*vuurwerk:* vuurwerk als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, van het Vuurwerkbesluit;
|
||||
|
||||
*warmtekrachtinstallatie*: stookinstallatie, bestemd voor het gelijktijdig opwekken van warmte en kracht waarbij de warmte nuttig wordt aangewend;
|
||||
*warmtekrachtinstallatie:* stookinstallatie, bestemd voor het gelijktijdig opwekken van warmte en kracht waarbij de warmte nuttig wordt aangewend;
|
||||
|
||||
*windturbine*:een apparaat voor het opwekken van elektrisch of thermisch vermogen uit wind;
|
||||
*windturbine:* een apparaat voor het opwekken van elektrisch of thermisch vermogen uit wind;
|
||||
|
||||
*woning*: een gebouw of een deel van een gebouw dat voor bewoning wordt gebruikt of daartoe is bestemd;
|
||||
*woning:* een gebouw of een deel van een gebouw dat voor bewoning wordt gebruikt of daartoe is bestemd;
|
||||
|
||||
*zuiveringsvoorziening*: werk voor het zuiveren van afvalwater, dat geen zuiveringtechnisch werk is;
|
||||
*zuiveringsvoorziening:* werk voor het zuiveren van afvalwater, dat geen zuiveringtechnisch werk is;
|
||||
|
||||
*zwart kruit*: kruit dat onder de klasse 1.1 van het ADR valt.
|
||||
*zwart kruit:* kruit dat onder de klasse 1.1 van het ADR valt.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt ten aanzien van emissies naar de lucht, verstaan onder:
|
||||
|
||||
*bron*: emissie naar de lucht van een bewerkingseenheid al dan niet voorzien van emissiebeperkende voorzieningen en ongeacht de vraag of die emissie gecombineerd met andere emissies wordt geloosd op één of meer puntbronnen;
|
||||
*bron:* emissie naar de lucht van een bewerkingseenheid al dan niet voorzien van emissiebeperkende voorzieningen en ongeacht de vraag of die emissie gecombineerd met andere emissies wordt geloosd op één of meer puntbronnen;
|
||||
|
||||
*emissieconcentratie-eis*: per bron voor onderscheiden afgascomponenten als bovengrens te hanteren emissieconcentratie ten aanzien van emissies naar de lucht, uitgedrukt in massa per normaal kubieke meter;
|
||||
*emissieconcentratie-eis:* per bron voor onderscheiden afgascomponenten als bovengrens te hanteren emissieconcentratie ten aanzien van emissies naar de lucht, uitgedrukt in massa per normaal kubieke meter;
|
||||
|
||||
*grensmassastroom*: een drempelwaarde per stofklasse, uitgedrukt in gram emissie per uur, waarboven een emissie naar de lucht als relevant beschouwd wordt;
|
||||
*grensmassastroom:* een drempelwaarde per stofklasse, uitgedrukt in gram emissie per uur, waarboven een emissie naar de lucht als relevant beschouwd wordt;
|
||||
|
||||
*meetmethode*: het geheel van monsterneming, monsterbehandeling en analyse ten behoeve van de kwantificering van emissies;
|
||||
*meetmethode:* het geheel van monsterneming, monsterbehandeling en analyse ten behoeve van de kwantificering van emissies;
|
||||
|
||||
*stofcategorie*: clustering van stoffen op basis van vergelijkbare fysische of chemische eigenschappen, overeenkomstig paragraaf 4.4 van de NeR;
|
||||
*stofcategorie:* clustering van stoffen op basis van vergelijkbare fysische of chemische eigenschappen, overeenkomstig paragraaf 4.4 van de NeR;
|
||||
|
||||
*stofklasse*: onderverdeling binnen een stofcategorie op basis van vergelijkbare (toxicologische) eigenschappen, overeenkomstig paragraaf 4.5 van de NeR;
|
||||
*stofklasse:* onderverdeling binnen een stofcategorie op basis van vergelijkbare (toxicologische) eigenschappen, overeenkomstig paragraaf 4.5 van de NeR;
|
||||
|
||||
*gA*: gasvormige anorganische stoffen als bedoeld in de NeR;
|
||||
*gA:* gasvormige anorganische stoffen als bedoeld in de NeR;
|
||||
|
||||
*gO*: gasvormige organische stoffen als bedoeld in de NeR;
|
||||
*gO:* gasvormige organische stoffen als bedoeld in de NeR;
|
||||
|
||||
*MVP*: minimalisatieverplichte stoffen als bedoeld in de NeR;
|
||||
*MVP:* minimalisatieverplichte stoffen als bedoeld in de NeR;
|
||||
|
||||
*puntbron*: een gefixeerd punt van gekanaliseerde en daarmee in principe kwantificeerbare emissies naar de lucht;
|
||||
*puntbron:* een gefixeerd punt van gekanaliseerde en daarmee in principe kwantificeerbare emissies naar de lucht;
|
||||
|
||||
*S*: totaal stof, als bedoeld in de NeR;
|
||||
*S:* totaal stof, als bedoeld in de NeR;
|
||||
|
||||
*sO*: stofvormige organische stoffen als bedoeld in de NeR;
|
||||
*sO:* stofvormige organische stoffen als bedoeld in de NeR;
|
||||
|
||||
*sA*: stofvormige anorganische stoffen als bedoeld in de NeR.
|
||||
*sA:* stofvormige anorganische stoffen als bedoeld in de NeR.
|
||||
|
||||
**3.** Een wijziging van artikel 3, onder f en i, van richtlijn nr. 2002/49/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 25 juni 2002, inzake de evaluatie en de beheersing van omgevingslawaai, gaat voor de toepassing van de in het eerste lid gegeven omschrijving van L_den en L_night gelden met ingang van de dag waarop aan de betrokken wijzigingsrichtlijn uitvoering moet zijn gegeven, tenzij bij ministerieel besluit, dat in de Staatscourant wordt bekendgemaakt, een ander tijdstip wordt vastgesteld.
|
||||
|
||||
|
|
@ -295,9 +302,9 @@ In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt ten aanzien van emissies
|
|||
|
||||
In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
|
||||
|
||||
*bevoegd gezag*: het bevoegd gezag, bedoeld in artikel 1.1 van de wet, alsmede het bestuursorgaan dat bevoegd zou zijn een omgevingsvergunning voor de betrokken inrichting te verlenen of de beheerder, indien het lozen betreft als bedoeld in artikel 6.2 van de Waterwet;
|
||||
*bevoegd gezag:* het bevoegd gezag, bedoeld in artikel 1.1 van de wet, alsmede het bestuursorgaan dat bevoegd zou zijn een omgevingsvergunning voor de betrokken inrichting te verlenen of de beheerder, indien het lozen betreft als bedoeld in artikel 6.2 van de Waterwet;
|
||||
|
||||
*inrichting type A*: een inrichting:
|
||||
*inrichting type A:* een inrichting:
|
||||
|
||||
a. waarvoor geen omgevingsvergunning is vereist voor een activiteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder e, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht;
|
||||
b. waar, indien binnen een afstand van 50 meter van de grens van de inrichting gevoelige objecten aanwezig zijn, in de periode tussen 19.00 en 7.00 uur gemiddeld vier of minder transportbewegingen, als bedoeld in artikel 1.11, eerste lid, plaatsvinden met motorvoertuigen waarvan de massa van het ledig voertuig vermeerderd met het laadvermogen meer dan 3500 kilogram is;
|
||||
|
|
@ -326,21 +333,16 @@ h. waarbinnen geen van de in hoofdstukken 3 en 4 alsmede de in de hoofdstukken 3
|
|||
13°. het opslaan in verpakking van stoffen, niet zijnde gevaarlijke stoffen;
|
||||
14°. het lozen ten gevolge van reinigingswerkzaamheden aan vaste objecten, die periodiek worden uitgevoerd en waarbij uitsluitend vuilafzetting wordt verwijderd;
|
||||
|
||||
*inrichting type B*: een inrichting waarvoor geen omgevingsvergunning is vereist voor een activiteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder e, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht en die geen inrichting type A of C is;
|
||||
*inrichting type B:* een inrichting waarvoor geen omgevingsvergunning is vereist voor een activiteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder e, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht en die geen inrichting type A of C is;
|
||||
|
||||
*inrichting type C*: een inrichting:
|
||||
*inrichting type C:* een inrichting die behoort tot een categorie van inrichtingen die op grond van artikel 1.1, derde lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht is aangewezen, voor zover daartoe geen gpbv-installatie behoort, behoudens indien het betreft een installatie die betrekking heeft op het afleveren van lichte olie aan motorvoertuigen;
|
||||
|
||||
a. die behoort tot een categorie van inrichtingen die op grond van artikel 1.1, derde lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht is aangewezen, voor zover daartoe geen gpbv-installatie behoort;
|
||||
b. die een landbouwinrichting is;
|
||||
c. die een glastuinbouwbedrijf type B als bedoeld in het Besluit glastuinbouw is; of
|
||||
d. die uitsluitend bestaat uit één of meer bassins voor het bewaren van dunne mest als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdelen b, c en d, van het Besluit mestbassins milieubeheer;
|
||||
|
||||
*maatwerkvoorschrift*: voorschrift als bedoeld in artikel 8.42, eerste lid, van de wet, inhoudende:
|
||||
*maatwerkvoorschrift:* voorschrift als bedoeld in artikel 8.42, eerste lid, van de wet, inhoudende:
|
||||
|
||||
a. een beschikking waarbij het bevoegd gezag aanvullende eisen stelt; dan wel
|
||||
b. een ontheffing waarbij het bevoegd gezag de daarbij aangewezen bepalingen niet van toepassing verklaart al dan niet onder het stellen van beperkingen of voorwaarden;
|
||||
|
||||
*wet*: de Wet milieubeheer.
|
||||
*wet:* de Wet milieubeheer.
|
||||
|
||||
### Artikel 1.2a
|
||||
|
||||
|
|
@ -385,6 +387,8 @@ d. hoofdstuk 1, afdelingen 2.1 tot en met 2.4, en 2.10 en hoofdstuk 6 voor zover
|
|||
|
||||
**5.** Onverminderd het derde lid, voldoet een ieder die loost vanuit een inrichting type C voor het lozen waarvoor de beheerder bevoegd gezag is aan de regels genoemd in het derde lid, met uitzondering van afdeling 1.2.
|
||||
|
||||
**6.** In afwijking van het derde lid voldoet degene die een inrichting type C drijft waartoe een gpbv-installatie behoort die betrekking heeft op het afleveren van lichte olie aan motorvoertuigen, aan artikel 3.20 en aan hoofdstuk 1, afdelingen 2.1 tot en met 2.4, afdeling 2.10 en hoofdstuk 6, voor zover deze betrekking hebben op de activiteit binnen de inrichting waarop artikel 3.20 van toepassing is.
|
||||
|
||||
### Artikel 1.5
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
|
@ -440,7 +444,7 @@ Van de beschikking waarbij bij of krachtens dit besluit een maatwerkvoorschrift
|
|||
|
||||
### Artikel 1.9a
|
||||
|
||||
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
|
||||
Met toepassing van artikel 28, eerste lid, laatste zinsnede, van de Dienstenwet, is paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing op de aanvraag om accreditatie als bedoeld in artikel 3.20, vierde lid, onder a.
|
||||
|
||||
### Afdeling 1.2. Melding
|
||||
|
||||
|
|
@ -1524,11 +1528,15 @@ Bij het in werking hebben van een natte koeltoren wordt ten behoeve van het voor
|
|||
|
||||
### Afdeling 3.3. Voorzieningen
|
||||
|
||||
#### Paragraaf 3.3.1. Afleveren van vloeibare brandstof, mengsmering en aardgas ten behoeve van openbare verkoop voor motorvoertuigen voor het wegverkeer
|
||||
#### Paragraaf 3.3.1. Afleveren van vloeibare brandstof en gecomprimeerd aardgas aan motorvoertuigen voor het wegverkeer
|
||||
|
||||
### Artikel 3.17
|
||||
|
||||
Deze paragraaf is van toepassing op een inrichting waarbij sprake is van het afleveren van vloeibare brandstof, mengsmering en aardgas ten behoeve van openbare verkoop voor motorvoertuigen voor het wegverkeer voorzover geen aflevering plaatsvindt met een pomp die zich onder het vloeistofniveau in een ondergrondse tank bevindt.
|
||||
**1.** Deze paragraaf is van toepassing op een inrichting voor het afleveren van vloeibare brandstof en gecomprimeerd aardgas aan motorvoertuigen voor het wegverkeer.
|
||||
|
||||
**2.** De voorschriften die bij of krachtens deze paragraaf gesteld worden aan het afleveren van vloeibare brandstof en gecomprimeerd aardgas aan motorvoertuigen voor het wegverkeer zijn tevens van toepassing op het afleveren van vloeibare brandstof en gecomprimeerd aardgas anders dan aan motorvoertuigen voor het wegverkeer en vaartuigen, indien dit plaats vindt bij een installatie waar ook wordt afgeleverd aan motorvoertuigen voor het wegverkeer.
|
||||
|
||||
**3.** In afwijking van het eerste en tweede lid voldoet een inrichting type C waarop het Besluit landbouw milieubeheer van toepassing is of die een glastuinbouwbedrijf type B als bedoeld in het Besluit glastuinbouw is, uitsluitend aan artikel 3.20.
|
||||
|
||||
### Artikel 3.18
|
||||
|
||||
|
|
@ -1542,11 +1550,11 @@ De afleverzuil bij een aardgas-afleverstation voor het afleveren van gecomprimee
|
|||
| Vanaf 3000 tot 5000 liter | 15 meter |
|
||||
| Meer dan 5000 liter | 20 meter |
|
||||
|
||||
**2.** Een aardgas-afleverinstallatie voor het afleveren van aardgas ten behoeve van openbare verkoop voor motorvoertuigen voor het wegverkeer voldoet aan de bij ministeriële regeling te stellen eisen ten behoeve van het voorkomen van risico’s voor de omgeving en ongewone voorvallen, dan wel voor zover dat niet mogelijk is het zoveel mogelijk beperken van de risico’s voor de omgeving en de kans dat ongewone voorvallen zich voordoen en de gevolgen hiervan.
|
||||
**2.** Een aardgas-afleverinstallatie voor het afleveren van gecomprimeerd aardgas aan motorvoertuigen voor het wegverkeer voldoet aan de bij ministeriële regeling te stellen eisen ten behoeve van het voorkomen van risico’s voor de omgeving en ongewone voorvallen, dan wel voor zover dat niet mogelijk is het zoveel mogelijk beperken van de risico’s voor de omgeving en de kans dat ongewone voorvallen zich voordoen en de gevolgen hiervan.
|
||||
|
||||
### Artikel 3.19
|
||||
|
||||
Het afleveren van vloeibare brandstoffen en mengsmering ten behoeve van openbare verkoop voor motorvoertuigen voor het wegverkeer voldoet ten behoeve van:
|
||||
Het afleveren van vloeibare brandstof aan motorvoertuigen voor het wegverkeer voldoet ten behoeve van:
|
||||
|
||||
a. het realiseren van een verwaarloosbaar bodemrisico en het voorkomen dan wel voor zover dat niet mogelijk is het zoveel mogelijk beperken van luchtverontreiniging, aan de bij ministeriële regeling te stellen eisen; en
|
||||
b. het voorkomen van risico’s voor de omgeving en ongewone voorvallen, dan wel voor zover dat niet mogelijk is het zoveel mogelijk beperken van de risico’s voor de omgeving en de kans dat ongewone voorvallen zich voordoen en de gevolgen hiervan, ten minste aan de bij ministeriële regeling te stellen eisen.
|
||||
|
|
@ -1555,56 +1563,80 @@ b. het voorkomen van risico’s voor de omgeving en ongewone voorvallen, dan wel
|
|||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Het afleveren van lichte olie aan motorvoertuigen voor het wegverkeer ten behoeve van openbare verkoop geschiedt via een systeem voor dampretour Stage-II. Deze verplichting geldt niet voor:
|
||||
Het afleveren van lichte olie aan motorvoertuigen voor het wegverkeer vindt plaats via een EU-systeem voor dampretour fase-II, indien:
|
||||
|
||||
a. het afleveren van lichte olie met een maximale afleversnelheid van 10 liter per minuut of minder; en
|
||||
b. het afleveren van lichte olie met mengsmering met een maximale afleversnelheid van 45 liter per minuut of minder.
|
||||
a. het debiet van lichte olie meer dan 500 kubieke meter per jaar bedraagt, of
|
||||
b. het debiet van lichte olie meer dan 100 kubieke meter per jaar bedraagt en de inrichting is gelegen onder permanent in gebruik zijnde woon- of werkruimten.
|
||||
|
||||
**2.** Het gebruikte systeem voor dampretour Stage-II moet ten minste 75% van de uit de brandstofreservoirs van de motorvoertuigen verdreven dampen naar de ondergrondse opslagtank terugvoeren.
|
||||
**2.** Het eerste lid is niet van toepassing op inrichtingen die uitsluitend in verband met de vervaardiging en aflevering aan nieuwe motorvoertuigen voor het wegverkeer lichte olie afleveren.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
Een systeem voor dampretour Stage-II:
|
||||
Een EU-systeem voor dampretour fase-II heeft:
|
||||
|
||||
a. is goedgekeurd overeenkomstig de Test Procedure voor Damp Retour Systemen in Benzinepompen voor Nederland van het Nederlands Meetinstituut door een keuringsinstantie, welke daartoe door de Raad voor Accreditatie is geaccrediteerd op grond van NEN-EN-ISO/IEC 17020; en
|
||||
b. voldoet aan de bij ministeriële regeling te stellen eisen ten behoeve van het voorkomen van risico’s voor de omgeving en ongewone voorvallen, dan wel voor zover dat niet mogelijk is het zoveel mogelijk beperken van de risico’s voor de omgeving en de kans dat ongewone voorvallen zich voordoen en de gevolgen hiervan.
|
||||
a. een afvangrendement van damp van lichte olie van 85%;
|
||||
b. een damp/lichte olie-verhouding van ten minste 0,95 en ten hoogste 1,05.
|
||||
|
||||
**4.** Een systeem voor dampretour Stage-II wordt voor ingebruikname en daarna eenmaal per drie jaar gecontroleerd op de goede werking. Deze controle moet overeenkomstig de Test Procedure voor Damp Retour Systemen in Benzinepompen voor Nederland van het Nederlands Meetinstituut plaatsvinden door een onafhankelijke inspectie-instelling.
|
||||
**4.**
|
||||
|
||||
**5.** Indien tijdens de uitvoering van de in het vierde lid bedoelde controle afwijkingen worden geconstateerd worden deze afwijkingen onverwijld opgeheven.
|
||||
Een EU-systeem voor dampretour fase-II:
|
||||
|
||||
a. is voorzien van een keurmerk waaruit blijkt dat het is goedgekeurd overeenkomstig de bij ministeriële regeling aangewezen testprocedure voor dampretour fase-II door een keuringsinstantie, welke daartoe door de Raad voor Accreditatie is geaccrediteerd op grond van NEN-EN-ISO/IEC 17020, en
|
||||
b. voldoet aan de bij ministeriële regeling gestelde eisen ten behoeve van het voorkomen van risico’s voor de omgeving en ongewone voorvallen, dan wel voor zover dat niet mogelijk is het zoveel mogelijk beperken van de risico’s voor de omgeving en de kans dat ongewone voorvallen zich voordoen en de gevolgen hiervan.
|
||||
|
||||
**5.** Een EU-systeem voor dampretour fase-II wordt ten minste eenmaal per jaar op de goede werking gecontroleerd overeenkomstig de testprocedure, bedoeld in het vierde lid, onder a, door een onafhankelijke inspectie-instelling of ten minste eenmaal per drie jaar wanneer een automatisch bewakingssysteem is geïnstalleerd.
|
||||
|
||||
**6.**
|
||||
|
||||
Een automatisch bewakingssysteem als bedoeld in het vijfde lid is in staat om:
|
||||
|
||||
a. storingen daarin en in het functioneren van het EU-systeem voor dampretour fase-II op te sporen;
|
||||
b. deze storingen te melden aan degene die de inrichting drijft, en
|
||||
c. de toevoer van lichte olie naar de afleverzuil automatisch te stoppen indien de storing niet binnen zeven dagen is verholpen.
|
||||
|
||||
**7.** Indien bij de controle, bedoeld in het vijfde lid, afwijkingen worden geconstateerd, worden deze afwijkingen onverwijld opgeheven.
|
||||
|
||||
**8.** Degene die de inrichting drijft, maakt door middel van een uithangbord, sticker of andere melding in de inrichting duidelijk zichtbaar dat een EU-systeem voor dampretour fase-II is geïnstalleerd.
|
||||
|
||||
**9.**
|
||||
|
||||
Het bevoegd gezag kan voor het afleveren van lichte olie aan motorvoertuigen voor het wegverkeer, in de gevallen dat het eerste lid niet van toepassing is, bij maatwerkvoorschrift eisen stellen ten behoeve van:
|
||||
|
||||
a. het voorkomen van geurhinder ten gevolge van het afleveren van lichte olie, of
|
||||
b. het beperken van de emissie van benzeen ten gevolge van het afleveren van lichte olie.
|
||||
|
||||
### Artikel 3.20a
|
||||
|
||||
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
|
||||
Het inpandig afleveren van lichte olie vindt niet plaats.
|
||||
|
||||
### Artikel 3.21
|
||||
|
||||
**1.** Op plaatsen waar brandstof wordt afgeleverd, die metaalhoudende additieven bevat, wordt op een label aangegeven hoeveel metaalhoudende additieven de betrokken brandstof bevat. Dit label bevat in elk geval de tekst: Bevat metaalhoudende additieven. Het wordt duidelijk zichtbaar bevestigd op de plaats waar de informatie over de brandstofsoort is aangegeven en is van zodanige afmetingen en van een zodanig lettertype dat het duidelijk zichtbaar en gemakkelijk leesbaar is.
|
||||
**1.** Op plaatsen waar vloeibare brandstof wordt afgeleverd, die metaalhoudende additieven bevat, wordt op een label aangegeven hoeveel metaalhoudende additieven de betrokken brandstof bevat. Dit label bevat in elk geval de tekst: Bevat metaalhoudende additieven. Het wordt duidelijk zichtbaar bevestigd op de plaats waar de informatie over de brandstofsoort is aangegeven en is van zodanige afmetingen en van een zodanig lettertype dat het duidelijk zichtbaar en gemakkelijk leesbaar is.
|
||||
|
||||
**2.** Op of direct bij een afleverzuil die bestemd is voor het afleveren van brandstof die voor meer dan 5% bestaat uit ethanol, wordt duidelijk zichtbaar de volgende tekst vermeld: Deze brandstof bevat meer dan 5% biobrandstoffen en is niet geschikt voor motorvoertuigen die voor het gebruik daarvan niet zijn uitgerust.
|
||||
**2.** Op of direct bij een afleverzuil die bestemd is voor het afleveren van vloeibare brandstof ten behoeve van openbare verkoop aan motorvoertuigen voor het wegverkeer die voor meer dan 5% bestaat uit ethanol, wordt duidelijk zichtbaar de volgende tekst vermeld: Deze brandstof bevat meer dan 5% biobrandstoffen en is niet geschikt voor motorvoertuigen die voor het gebruik daarvan niet zijn uitgerust.
|
||||
|
||||
**3.** Indien op een afleverpunt van brandstoffen voor motorvoertuigen voor het wegverkeer de doorzet aan lichte olie 500 of meer kubieke meter per jaar bedraagt, is ten minste één afleverpunt aanwezig van lichte olie waaraan ten hoogste 5% ethanol is toegevoegd.
|
||||
**3.** Indien op een afleverpunt van vloeibare brandstof voor motorvoertuigen voor het wegverkeer de doorzet aan lichte olie meer dan 500 kubieke meter per jaar bedraagt, is ten minste één afleverpunt aanwezig van lichte olie waaraan ten hoogste 5% ethanol is toegevoegd.
|
||||
|
||||
### Artikel 3.22
|
||||
|
||||
**1.** Degene die de inrichting drijft neemt de resultaten van de metingen, keuringen en controles aan installaties of installatieonderdelen die op grond van artikel 3.20 worden verricht, op in een installatieboek.
|
||||
**1.** Degene die de inrichting drijft neemt de resultaten van de metingen, keuringen en controles, bedoeld in artikel 3.20 op in een installatieboek.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Het installatieboek bevat voor zover van toepassing tevens:
|
||||
Het installatieboek bevat tevens:
|
||||
|
||||
a. een plattegrond op een schaal van ten minste één op tweehonderdvijftig aanduidende de uit- en inwendige samenstelling van de inrichting en toebehoren;
|
||||
b. alle bewijzen van gecertificeerde of geaccrediteerde aanleg en inspectie die op grond van dit besluit uitgevoerd worden.
|
||||
|
||||
**3.** De resultaten van de metingen, keuringen en controles worden in ieder geval tot het beschikbaar zijn van de resultaten van de eerstvolgende meting, keuring dan wel controle, maar ten minste drie jaar opgenomen in het installatieboek.
|
||||
|
||||
**4.** Het installatieboek wordt in de inrichting bewaard en ter inzage beschikbaar gehouden voor het bevoegd gezag.
|
||||
**4.** Het installatieboek wordt in de inrichting bewaard of binnen een termijn die wordt gesteld door het bevoegd gezag voor deze beschikbaar.
|
||||
|
||||
**5.** Het vierde lid is niet van toepassing op een onbemand tankstation, in welk geval het bevoegd gezag bij maatwerkvoorschrift de locatie bepaalt waar het installatieboek wordt bewaard.
|
||||
**5.** Het eerste lid is niet van toepassing op een inrichting voor het afleveren van lichte olie anders dan voor de openbare verkoop.
|
||||
|
||||
### Artikel 3.23
|
||||
|
||||
**1.** Bij het in het vuilwaterriool lozen van afvalwater afkomstig van een bodembeschermende voorziening waarop het afleveren van vloeibare brandstof, mengsmering en aardgas ten behoeve van openbare verkoop voor motorvoertuigen voor het wegverkeer plaatsvindt, wordt ten minste voldaan aan het tweede tot en met het vierde lid.
|
||||
**1.** Bij het in het vuilwaterriool lozen van afvalwater afkomstig van een bodembeschermende voorziening waarop het afleveren van vloeibare brandstof aan motorvoertuigen voor het wegverkeer plaatsvindt, wordt ten minste voldaan aan het tweede tot en met het vierde lid.
|
||||
|
||||
**2.** Het afvalwater wordt geleid door een slibvangput en olieafscheider die voldoen aan en worden gebruikt conform NEN-EN 858-1 en 2.
|
||||
|
||||
|
|
@ -2754,34 +2786,11 @@ d. het voorkomen dan wel beperken van geurhinder,
|
|||
|
||||
ten minste voldaan aan de bij ministeriële regeling te stellen eisen.
|
||||
|
||||
#### Paragraaf 4.6.4. Afleveren van vloeibare brandstof, mengsmering en aardgas anders dan voor openbare verkoop aan derden voor motorvoertuigen voor het wegverkeer en voor vaartuigen
|
||||
#### Paragraaf 4.6.4. Afleveren van vloeibare brandstof en gecomprimeerd aardgas anders dan aan motorvoertuigen voor het wegverkeer en vaartuigen
|
||||
|
||||
### Artikel 4.80
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Het afleveren van lichte olie, anders dan bedoeld in de artikelen 3.17, 4.77 tot en met 4.79, geschiedt via een systeem voor dampretour Stage-II. De eerste zin is niet van toepassing:
|
||||
|
||||
a. op het afleveren van lichte olie met een maximale afleversnelheid van 10 liter per minuut of minder;
|
||||
b. op het afleveren van lichte olie met mengsmering met een maximale afleversnelheid van 45 liter per minuut of minder; en
|
||||
c. indien de doorzet aan lichte olie minder bedraagt dan 500 kubieke meter per jaar, waarbij als bewijs dat de doorzet aan lichte olie in enig jaar minder heeft bedragen dan 500 kubieke meter is uiterlijk op 31 maart van het daarop volgende kalenderjaar een afschrift van een accountantsverklaring daaromtrent in de inrichting aanwezig is.
|
||||
|
||||
**2.** Het gebruikte systeem voor dampretour Stage-II voert ten minste 75% van de uit de brandstofreservoirs van de motorvoertuigen verdreven dampen naar de ondergrondse opslagtank terug.
|
||||
|
||||
**3.** Een systeem voor dampretour Stage-II is goedgekeurd overeenkomstig de Test Procedure voor Damp Retour Systemen in Benzinepompen voor Nederland van het Nederlands Meetinstituut door een keuringsinstantie, welke daartoe door de Raad voor Accreditatie is geaccrediteerd op grond van NEN-EN-ISO/IEC 17020.
|
||||
|
||||
**4.** Een systeem voor dampretour Stage-II wordt voor ingebruikname en daarna eenmaal per drie jaar overeenkomstig de Test Procedure voor Damp Retour Systemen in Benzinepompen voor Nederland van het Nederlands Meetinstituut, gecontroleerd op de goede werking door een onafhankelijke inspectie-instelling.
|
||||
|
||||
**5.** Indien tijdens de uitvoering van de in het vierde lid bedoelde controle afwijkingen worden geconstateerd ten opzichte van de eisen gesteld in het tweede en derde lid, worden deze afwijkingen onverwijld opgeheven.
|
||||
|
||||
**6.** De keuringscertificaten zijnde de resultaten van de keuring en de controle, bedoeld in het derde onderscheidenlijk vierde lid, worden in de inrichting bewaard.
|
||||
|
||||
**7.**
|
||||
|
||||
Het bevoegd gezag kan ten behoeve van:
|
||||
|
||||
a. het voorkomen van stankhinder ten gevolge van het afleveren van lichte olie, of
|
||||
b. het beperken van de emissie van benzeen ten gevolge van het afleveren van lichte olie, bij maatwerkvoorschrift bepalen welke maatregelen bij een inrichting als bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, worden getroffen.
|
||||
Deze paragraaf is van toepassing op inrichtingen voor het afleveren van vloeibare brandstof en gecomprimeerd aardgas, indien uitsluitend wordt afgeleverd anders dan aan motorvoertuigen voor het wegverkeer en vaartuigen.
|
||||
|
||||
### Artikel 4.80a
|
||||
|
||||
|
|
@ -2789,21 +2798,13 @@ Het inpandig afleveren van lichte olie vindt niet plaats.
|
|||
|
||||
### Artikel 4.81
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
**1.** De installatie voor het afleveren van gecomprimeerd aardgas, anders dan aan motorvoertuigen voor het wegverkeer en vaartuigen, bevindt zich op een afstand van ten minste 10 meter van kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten.
|
||||
|
||||
De afleverzuil bij een aardgas-afleverstation voor het afleveren van gecomprimeerd aardgas aan motorvoertuigen voor het wegverkeer die aardgas als motorbrandstof gebruiken bevindt zich op een afstand van ten minste 10 meter van kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten. Indien per etmaal meer dan 300 personenauto’s worden gevuld, bedraagt deze afstand 15 meter. Indien per etmaal meer dan 100 autobussen worden gevuld, bedraagt deze afstand 20 meter. De bufferopslag bevindt zich op een afstand van kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten zoals aangegeven in tabel 4.81.
|
||||
|
||||
| Waterinhoud bufferopslag | Afstand |
|
||||
| --- | --- |
|
||||
| Minder dan 3000 liter | 10 meter |
|
||||
| Vanaf 3000 tot 5000 liter | 15 meter |
|
||||
| Meer dan 5000 liter | 20 meter |
|
||||
|
||||
**2.** Een aardgas-afleverinstallatie voor het afleveren van aardgas ten behoeve van niet-openbare verkoop voor motorvoertuigen voor het wegverkeer voldoet ten behoeve van het voorkomen van risico’s voor de omgeving en ongewone voorvallen, dan wel voor zover dat niet mogelijk is het zoveel mogelijk beperken van de risico’s voor de omgeving en de kans dat ongewone voorvallen zich voordoen en de gevolgen hiervan, aan de bij ministeriële regeling te stellen eisen.
|
||||
**2.** Een aardgas-afleverinstallatie voor het afleveren van gecomprimeerd aardgas, anders dan aan motorvoertuigen voor het wegverkeer en vaartuigen voldoet ten behoeve van het voorkomen van risico’s voor de omgeving en ongewone voorvallen, dan wel voor zover dat niet mogelijk is het zoveel mogelijk beperken van de risico’s voor de omgeving en de kans dat ongewone voorvallen zich voordoen en de gevolgen hiervan, aan de bij ministeriële regeling te stellen eisen.
|
||||
|
||||
### Artikel 4.82
|
||||
|
||||
**1.** Bij het in het vuilwaterriool lozen van afvalwater afkomstig van een vloeistofdichte vloer of verharding waarboven het afleveren van motorbrandstof, anders dan bedoeld in de artikelen 3.17, 4.77 tot en met 4.79 plaatsvindt, wordt ten minste voldaan aan het tweede tot en met het vierde lid.
|
||||
**1.** Bij het in het vuilwaterriool lozen van afvalwater afkomstig van een vloeistofdichte vloer of verharding waarboven het afleveren van motorbrandstof, anders dan aan motorvoertuigen voor het wegverkeer en vaartuigen plaatsvindt, wordt ten minste voldaan aan het tweede tot en met het vierde lid.
|
||||
|
||||
**2.** Het afvalwater wordt geleid door een slibvangput en olieafscheider die voldoen aan NEN-EN 858-1 en 2.
|
||||
|
||||
|
|
@ -2813,7 +2814,7 @@ De afleverzuil bij een aardgas-afleverstation voor het afleveren van gecomprimee
|
|||
|
||||
### Artikel 4.83
|
||||
|
||||
Bij het afleveren van vloeibare brandstoffen en aardgas, anders dan bedoeld in de artikelen 3.17, 4.77 tot en met 4.79 wordt:
|
||||
Bij het afleveren van vloeibare brandstof, anders dan aan motorvoertuigen voor het wegverkeer en vaartuigen, wordt:
|
||||
|
||||
a. ten behoeve van het realiseren van een verwaarloosbaar bodemrisico en het voorkomen dan wel voor zover dat niet mogelijk is het zoveel mogelijk beperken van luchtverontreiniging voldaan aan de bij ministeriële regeling te stellen eisen; en
|
||||
b. ten behoeve van het voorkomen van risico’s voor de omgeving en ongewone voorvallen, dan wel voor zover dat niet mogelijk is het zoveel mogelijk beperken van de risico’s voor de omgeving en de kans dat ongewone voorvallen zich voordoen en de gevolgen hiervan,
|
||||
|
|
@ -3876,28 +3877,29 @@ voor zover de afstanden opgenomen in de vergunning afwijken van de afstanden, be
|
|||
|
||||
Artikel 3.15a is niet van toepassing op een windturbine of een combinatie daarvan waarvoor onmiddellijk voorafgaand aan het tijdstip van inwerkingtreding van artikel 3.15a een vergunning in werking en onherroepelijk was dan wel een melding was gedaan op grond van artikel 1.10 ten aanzien van een kwetsbaar respectievelijk beperkt kwetsbaar object, indien het plaatsgebonden risico ten gevolge van die windturbine of een combinatie van windturbines voor het betreffende kwetsbare respectievelijk beperkt kwetsbare object op het tijdstip voorafgaand aan het tijdstip van inwerkingtreding van artikel 3.15a groter is dan 10^-6 respectievelijk 10^-5 per jaar.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 6.11. Overgangsrecht met betrekking tot het afleveren van vloeibare brandstoffen, mengsmering en aardgas ten behoeve van openbare verkoop voor motorvoertuigen voor het wegverkeer
|
||||
### Paragraaf 6.11. Overgangsrecht met betrekking tot het afleveren van vloeibare brandstof en gecomprimeerd aardgas aan motorvoertuigen voor het wegverkeer
|
||||
|
||||
### Artikel 6.22
|
||||
|
||||
**1.** Artikel 3.20 is niet van toepassing op inrichtingen die zijn opgericht voor 1 juli 1995 en waarvan de doorzet aan lichte olie minder bedraagt dan 500 kubieke meter per jaar. Als bewijs dat de doorzet aan lichte olie in enig jaar minder heeft bedragen dan 500 kubieke meter is uiterlijk op 31 maart van het daarop volgende kalenderjaar een afschrift van een accountantsverklaring daaromtrent in de inrichting aanwezig.
|
||||
**1.** Artikel 3.20, eerste lid, is niet van toepassing op inrichtingen voor het afleveren van lichte olie aan motorvoertuigen voor het wegverkeer, waarbij het afleveren van lichte olie plaatsvindt met een maximale afleversnelheid van 10 liter per minuut, die zijn opgericht voor 1 januari 2012, tot het moment waarop het geheel van de tanks, pompen en leidingen van de afleverinstallatie, sterk wordt gewijzigd of vernieuwd.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
**2.** Artikel 3.20, eerste lid, is niet van toepassing op inrichtingen voor het afleveren van lichte olie aan motorvoertuigen voor het wegverkeer anders dan ten behoeve van de openbare verkoop, die zijn opgericht voor 1 januari 2012, tot het moment waarop het geheel van de tanks, pompen en leidingen van de afleverinstallatie, sterk wordt gewijzigd of vernieuwd.
|
||||
|
||||
Het bevoegd gezag kan met het oog op:
|
||||
|
||||
a. het voorkomen van stankhinder ten gevolge van het afleveren van lichte olie, of
|
||||
b. het beperken van de emissies van benzeen ten gevolge van het afleveren van lichte olie,
|
||||
|
||||
bij maatwerkvoorschrift bepalen welke maatregelen bij een inrichting als bedoeld in het eerste lid worden getroffen.
|
||||
**3.** Het eerste en tweede lid zijn met ingang van 1 januari 2019 niet van toepassing op inrichtingen voor het afleveren van lichte olie aan motorvoertuigen voor het wegverkeer met een debiet van lichte olie van meer dan 3.000 kubieke meter per jaar.
|
||||
|
||||
### Artikel 6.22a
|
||||
|
||||
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
|
||||
**1.** In afwijking van artikel 3.20, vijfde lid, wordt een systeem voor dampretour fase-II bij een inrichting die is opgericht voor 1 januari 2012 ten minste eenmaal per drie jaar op de goede werking gecontroleerd overeenkomstig de testprocedure, bedoeld in artikel 3.20, vierde lid, onder a, tot het moment dat het geheel van de tanks, pompen en leidingen van de afleverinstallatie sterk wordt gewijzigd of vernieuwd.
|
||||
|
||||
**2.** Het eerste lid is met ingang van 1 januari 2019 niet van toepassing op inrichtingen voor het afleveren van lichte olie aan motorvoertuigen voor het wegverkeer met een debiet van lichte olie van meer dan 3.000 kubieke meter per jaar.
|
||||
|
||||
### Artikel 6.22b
|
||||
|
||||
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
|
||||
**1.** Artikel 3.20a is niet van toepassing op inpandige afleverinstallaties voor lichte olie die zijn geïnstalleerd voor 1 januari 2012.
|
||||
|
||||
**2.** In de gevallen, bedoeld in het eerste lid, waarin het inpandig afleveren van lichte olie is toegestaan, vindt het inpandig afleveren in het belang van het voorkomen van risico’s voor de omgeving en ongewone voorvallen, dan wel voor zover dat niet mogelijk is het zoveel mogelijk beperken van de risico’s voor de omgeving en de kans dat ongewone voorvallen zich voordoen en de gevolgen hiervan ten minste plaats via een EU-systeem voor dampretour fase-II.
|
||||
|
||||
**3.** Op het inpandig afleveren van lichte olie, bedoeld in het tweede lid, is artikel 3.20, derde tot en met achtste lid, alsmede de krachtens die leden en krachtens artikel 3.19 gestelde regels van toepassing.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 6.12. Overgangsrecht tandheelkunde
|
||||
|
||||
|
|
@ -4005,17 +4007,15 @@ c. het verzoek tot het stellen van het maatwerkvoorschrift binnen zes maanden na
|
|||
|
||||
**2.** In het belang van het voorkomen van risico’s voor de omgeving en ongewone voorvallen, dan wel voor zover dat niet mogelijk is het zoveel mogelijk beperken van de risico’s voor de omgeving en de kans dat ongewone voorvallen zich voordoen en de gevolgen hiervan kan het bevoegd gezag bij maatwerkvoorschrift eisen stellen aan de locatie van een bunkerstation of een op de wal geplaatste vaste afleverinstallatie als bedoeld in het eerste lid.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 6.23. Overgangsrecht met betrekking tot het afleveren van vloeibare brandstoffen en aardgas, anders dan bedoeld in de
|
||||
### Paragraaf 6.23. Overgangsrecht met betrekking tot het afleveren van vloeibare brandstof en gecomprimeerd aardgas anders dan aan motorvoertuigen voor het wegverkeer en vaartuigen
|
||||
|
||||
### Artikel 6.34
|
||||
|
||||
**1.** Artikel 4.80, eerste lid, is tot vijf jaar na de inwerkingtreding van dat artikel niet van toepassing op afleverinstallaties van benzine, anders dan bedoeld in de artikelen 3.17, 4.77 tot en met 4.79, voor motorvoertuigen voor het wegverkeer die onmiddellijk voorafgaand aan de inwerkingtreding van dat lid aanwezig waren.
|
||||
**1.** Artikel 4.80a is niet van toepassing op inpandige afleverinstallaties voor lichte olie die zijn geïnstalleerd voor 1 januari 2011.
|
||||
|
||||
**2.** Artikel 4.80a is niet van toepassing op inpandige afleverinstallaties voor lichte olie die zijn geïnstalleerd voor 1 januari 2011.
|
||||
**2.** In de gevallen, bedoeld in het eerste lid, waarin het inpandig afleveren van lichte olie is toegestaan, vindt het inpandig afleveren in het belang van het voorkomen van risico’s voor de omgeving en ongewone voorvallen dan wel voor zover dat niet mogelijk is het zoveel mogelijk beperken van de risico’s voor de omgeving en de kans dat ongewone voorvallen zich voordoen en de gevolgen hiervan, ten minste plaats via een EU-systeem voor dampretour fase-II.
|
||||
|
||||
**3.** Indien het inpandig afleveren van lichte olie op grond van het tweede lid is toegestaan, geschiedt dit in het belang van het voorkomen van risico’s voor de omgeving en ongewone voorvallen, dan wel voor zover dat niet mogelijk is het zoveel mogelijk beperken van de risico’s voor de omgeving en de kans dat ongewone voorvallen zich voordoen en de gevolgen hiervan ten minste via een systeem voor dampretour Stage-II.
|
||||
|
||||
**4.** Op het inpandig afleveren van lichte olie, bedoeld in het derde lid, is artikel 4.80, tweede tot en met zevende lid, van overeenkomstige toepassing.
|
||||
**3.** Op het inpandig afleveren van lichte olie, bedoeld in het tweede lid, zijn artikel 3.20, derde tot en met achtste lid, alsmede de krachtens die leden en krachtens artikel 4.83 gestelde regels van toepassing.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 6.23a. Overgangsrecht met betrekking tot vellenoffset druktechniek
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue