2021-07-10 | BWBR0005555 | Wet luchtvaart

This commit is contained in:
Coornhert 2021-07-10 12:00:00 +00:00
parent 8aec71b298
commit b62aa8796d

View file

@ -92,7 +92,7 @@ indien zij krachtens artikel 6.51 of artikel 10.7, eerste lid, zijn aangewezen;
- opsporingsambtenaar: de ambtenaar, bedoeld in artikel 11.3, eerste lid;
- plaatsbepalingsdiensten: de faciliteiten en diensten voor het bepalen van de respectieve posities van luchtvaartuigen waarmee voor een veilige separatie wordt gezorgd;
- plaatselijke verkeersleiding: luchtverkeersleidingsdienst voor luchtvaartterreinverkeer;
- prestatieverordening: Verordening (EU) nr. 390/2013 van de Commissie van 3 mei 2013 houdende vaststelling van een prestatieregeling voor luchtvaartnavigatiediensten en netwerkfuncties (PbEU 2013, L128);
- prestatie- en heffingsverordening: Uitvoeringsverordening (EU) 2019/317 van de Commissie van 11 februari 2019 tot vaststelling van een prestatie- en heffingsregeling in het gemeenschappelijk Europees luchtruim en tot intrekking van Uitvoeringsverordeningen (EU) nr. 390/2013 en (EU) nr. 391/2013 (PbEU 2019, L 56) of een uitvoeringsverordening die daarvoor in de plaats treedt;
- regeling van luchtverkeersstromen: functie die tot doel heeft bij te dragen aan een veilige, ordelijke en vlotte doorstroming van het luchtverkeer door ervoor te zorgen dat de luchtverkeersleidingscapaciteit optimaal wordt benut en dat het verkeersvolume verenigbaar is met de door de betrokken luchtverkeersdienstverleners afgegeven capaciteit;
- staat van exploitatie: staat waarin een luchtvaartuig ingevolge een lease-, charter-, of ruilovereenkomst of soortgelijke regeling wordt geëxploiteerd door een exploitant die zijn hoofdkantoor of, bij afwezigheid daarvan, zijn vaste woonplaats niet heeft in de staat waar het luchtvaartuig is ingeschreven;
- staat van registratie: staat waarin een luchtvaartuig is ingeschreven overeenkomstig Bijlage 7 bij het Verdrag van Chicago;
@ -101,7 +101,6 @@ indien zij krachtens artikel 6.51 of artikel 10.7, eerste lid, zijn aangewezen;
- veiligheidscertificaat: verklaring dat de exploitant van de luchthaven met het veiligheidsmanagementsysteem de veiligheidsrisico's op die luchthaven beheerst;
- veiligheidsmanagementsysteem: een systeem voor het management van de orde en de veiligheid op de luchthaven;
- Verdrag van Chicago: het op 7 december 1944 te Chicago tot stand gekomen Verdrag inzake de internationale burgerluchtvaart (Trb. 1973, 109);
- vergoedingenverordening: Verordening (EU) nr. 391/2013 van de Commissie van 3 mei 2013 tot vaststelling van een gemeenschappelijk heffingenstelsel voor luchtvaartnavigatiediensten (PbEU 2013, L128);
- verleners van luchtvaartnavigatiediensten: de openbare of particuliere lichamen die luchtvaartnavigatiediensten voor het luchtverkeer verlenen;
- verordening voorvallen: Verordening (EU) nr. 376/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 3 april 2014 inzake het melden, onderzoeken en opvolgen van voorvallen in de burgerluchtvaart en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 996/2010 van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van Richtlijn nr. 2003/42/EG van het Europees Parlement en de Raad en de Verordeningen (EG) nr. 1321/2007 en (EG) nr. 1330/2007 van de Commissie (PbEU 2014, L 122);
- vlucht: de verplaatsing van het luchtvaartuig gedurende het tijdsverloop dat het in beweging komt met de bedoeling om op te stijgen, tot het ogenblik dat het weer tot volledige stilstand is gekomen na de landing;
@ -1247,46 +1246,42 @@ Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen ter bevordering van een v
Bij algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald dat de exploitant van een burgerluchthaven met inachtneming van de daarbij te stellen regels na overleg met de gebruikers en de betrokken verlener van luchtverkeersleidingsdiensten, de volgorde van het gebruik van de luchthaven vaststelt.
#### Paragraaf 5.2.2. Vergoedingen
#### Paragraaf 5.2.2. Prestatie- en heffingsregeling
### Artikel 5.20
**1.**
De gebruiker van luchtvaartnavigatiediensten, bedoeld in artikel 2, onderdeel a, van de vergoedingenverordening, is in het vluchtinformatiegebied Amsterdam een vergoeding verschuldigd voor de bestrijding van kosten van:
De luchtruimgebruiker, bedoeld in artikel 2, onderdeel 5, van de prestatie- en heffingsverordening, is in het vluchtinformatiegebied Amsterdam een vergoeding verschuldigd voor de bestrijding van kosten van:
a. luchtvaartnavigatiediensten voor «en route»-verkeer als bedoeld in de op 12 februari 1981 te Brussel gesloten Multilaterale Overeenkomst betreffende «en route»-heffingen (Trb. 1981, 181),
b. plaatselijke luchtvaartnavigatiediensten.
**2.** De Eurocontrol-organisatie stelt jaarlijks in het kader van de op 12 februari 1981 te Brussel gesloten Multilaterale Overeenkomst betreffende «en route»-heffingen (Trb. 1981, 181), de hoogte van het eenheidstarief, bedoeld in artikel 11 van de vergoedingenverordening, vast ter berekening van de vergoeding voor luchtvaartnavigatiediensten voor «en route»-verkeer». Ter voorbereiding daarvan leggen de verleners van luchtvaartnavigatiediensten aan «en route»-verkeer» Onze Minister van Infrastructuur en Milieu, jaarlijks vóór 15 mei een voorstel voor.
**2.** De Eurocontrol-organisatie stelt jaarlijks in het kader van de op 12 februari 1981 te Brussel gesloten Multilaterale Overeenkomst betreffende «en route»-heffingen (Trb. 1981, 181), de hoogte van het en-route-eenheidstarief, bedoeld in artikel 25 van de prestatie- en heffingsverordening, vast ter berekening van de vergoeding voor luchtvaartnavigatiediensten voor «en route»-verkeer». Ter voorbereiding daarvan leggen de verleners van luchtvaartnavigatiediensten aan «en route»-verkeer» Onze Minister van Infrastructuur en Milieu, jaarlijks vóór 15 mei een voorstel voor.
**3.** Onze Minister van Infrastructuur en Milieu stelt jaarlijks de hoogte van het eenheidstarief, bedoeld in artikel 12 van de vergoedingenverordening, vast ter berekening van de vergoeding voor plaatselijke luchtvaartnavigatiediensten. Ter voorbereiding daarvan leggen de verleners van plaatselijke luchtvaartnavigatiediensten genoemde Minister jaarlijks vóór 15 mei een voorstel voor.
**3.** Onze Minister van Infrastructuur en Milieu stelt jaarlijks de hoogte van het terminaleenheidstarief, bedoeld in artikel 25 van de prestatie- en heffingsverordening, vast ter berekening van de vergoeding voor plaatselijke luchtvaartnavigatiediensten. Ter voorbereiding daarvan leggen de verleners van plaatselijke luchtvaartnavigatiediensten genoemde Minister jaarlijks vóór 15 mei een voorstel voor.
**4.** De Eurocontrol-organisatie int de vergoeding ter bestrijding van de kosten voor luchtvaartnavigatiediensten voor «en route»-verkeer en draagt aan de desbetreffende verleners van deze diensten het hun toekomende deel van het geïnde bedrag af.
**5.** De verleners van plaatselijke luchtvaartnavigatiediensten dragen zorg voor de inning van de vergoedingen ter bestrijding van de kosten van deze diensten en stemmen daartoe onderling af.
**6.** Bij algemene maatregel van bestuur worden heffingszones als bedoeld in artikel 5 van de vergoedingenverordening vastgesteld en worden nadere voorschriften gesteld met betrekking tot de bekendmaking en de inning van vergoedingen, bedoeld in het vierde en het vijfde lid, en de termijnen binnen welke betaling van de vergoedingen plaats moet vinden.
**6.** Bij algemene maatregel van bestuur worden heffingszones als bedoeld in artikel 21 van de prestatie- en heffingsverordening vastgesteld en worden nadere voorschriften gesteld met betrekking tot de bekendmaking en de inning van vergoedingen, bedoeld in het vierde en het vijfde lid, en de termijnen binnen welke betaling van de vergoedingen plaats moet vinden.
**7.** De Eurocontrol-organisatie kan rechtsvorderingen tot inning van vergoedingen als bedoeld in het vierde lid en van andere vergoedingen uit hoofde van de op 12 februari 1981 te Brussel gesloten Multilaterale Overeenkomst betreffende «en route»-heffingen (Trb. 1981, 181) uitsluitend aanhangig maken bij de rechtbank Amsterdam.
**8.** Bij algemene maatregel van bestuur kan overeenkomstig artikel 10 van de vergoedingenverordening vrijstelling worden verleend van betaling van vergoedingen voor luchtvaartnavigatiediensten.
**8.** Bij algemene maatregel van bestuur kan overeenkomstig artikel 31, derde tot en met zesde lid, van de prestatie- en heffingsverordening vrijstelling worden verleend van betaling van vergoedingen voor luchtvaartnavigatiediensten.
**9.** Bij regeling van Onze Minister van Infrastructuur en Milieu worden voorschriften gesteld met betrekking tot het treffen van stimuleringsmaatregelen als bedoeld in artikel 15, eerste lid van de vergoedingenverordening. De voorschriften betreffen in ieder geval financiële stimulansen op het prestatiekerngebied capaciteit.
**9.** Bij regeling van Onze Minister van Infrastructuur en Milieu kunnen voorschriften worden gesteld met betrekking tot het treffen van stimuleringsmaatregelen als bedoeld in artikel 11 van de prestatie- en heffingsverordening. Dergelijke voorschriften betreffen in ieder geval financiële stimulansen op het prestatiekerngebied capaciteit.
**10.** De in het eerste lid, onderdeel b, bedoelde vergoeding moet worden betaald zonder dat dit bij beschikking is vastgesteld.
**11.** Bij regeling van Onze Minister van Infrastructuur en Milieu worden voorschriften gesteld voor de raadpleging van vertegenwoordigers van luchtruimgebruikers over het vergoedingenbeleid.
**12.** Onze Minister van Infrastructuur en Milieu kan besluiten tot modulering van luchtvaartnavigatieheffingen als bedoeld in artikel 16 van de vergoedingenverordening.
### Artikel 5.21a
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
**12.** Onze Minister van Infrastructuur en Milieu kan besluiten tot modulering van luchtvaartnavigatieheffingen als bedoeld in artikel 32 van de prestatie- en heffingsverordening.
### Artikel 5.21
**1.** De vergoedingenverordening en artikel 5.20 zijn niet van toepassing op bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen luchtvaartnavigatiediensten die worden verleend op luchthavens met minder dan 70.000 IFR luchtvervoersbewegingen per jaar, ongeacht de maximale startmassa en het aantal passagierszitplaatsen. Daarbij worden de bewegingen geteld als de som van de starts en de landingen en berekend als een gemiddelde van de voorafgaande drie jaar.
**1.** De prestatie- en heffingsverordening en artikel 5.20 zijn niet van toepassing op plaatselijke luchtvaartnavigatiediensten die worden verstrekt op luchthavens met minder dan 80.000 IFR-luchtvervoersbewegingen per jaar als bedoeld in artikel 2, onderdeel 10, van de prestatie- en heffingsverordening, tenzij deze luchthavens onderdeel uitmaken van een bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen terminalheffingszone als bedoeld in artikel 2, onderdeel 21, van de prestatie- en heffingsverordening.
**2.** De gebruiker van luchtvaartnavigatiediensten als bedoeld in het eerste lid is een vergoeding verschuldigd ter bestrijding van de kosten van de verlening van deze diensten. Bij algemene maatregel van bestuur worden voorschriften gesteld ten aanzien van de hoogte, de berekening, de vaststelling, de inning en de bekendmaking van deze vergoeding, en de termijn binnen welke betaling van deze vergoeding plaats moet vinden.
@ -1296,6 +1291,10 @@ Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
**4.** Bij algemene maatregel van bestuur kan vrijstelling worden verleend van de verplichting tot betaling van vergoedingen als bedoeld in het tweede lid.
### Artikel 5.21a
Onverminderd de prestatiekernindicatoren en de indicatoren voor monitoring als bedoeld in artikel 8, tweede lid, van de prestatie- en heffingsverordening kan Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat bij ministeriële regeling, met het oog op de monitoring van de prestatie van luchtvaartnavigatiediensten, aanvullende prestatiekernindicatoren en monitoringindicatoren vaststellen.
### Titel 5.3. De luchtverkeersbeveiligings-organisatie
#### Paragraaf 5.3.1. De LVNL
@ -4041,7 +4040,7 @@ b. voor zover het betreft de burgerluchtvaart de hiertoe bij besluit van Onze Mi
c. voor zover het betreft het vervoer van gevaarlijke stoffen als bedoeld in titel 6.5 en de artikelen 10.7 en 10.8 van deze wet, met luchtvaartuigen waarvan de krijgsmacht of de krijgsmacht van een andere mogendheid houder is, de hiertoe bij besluit van Onze Minister van Defensie aangewezen ambtenaren; de aanwijzing kan inhouden dat de betrokken ambtenaar slechts belast is met het toezicht op de naleving van een of enkele in die aanwijzing genoemde artikelen gesteld bij of krachtens deze wet;
d. voor zover het betreft titel 8A.6 de hiertoe bij besluit van Onze Minister van Infrastructuur en Milieu aangewezen ambtenaren.
**2.** Met het toezicht op de naleving van hetgeen bepaald is bij of krachtens de verordeningen als bedoeld in artikel 11.15, onderdeel b, onder 1° tot en met 8° en 10° tot en met 12°, zijn belast de hiertoe bij besluit van Onze Minister van Infrastructuur en Milieu aangewezen ambtenaren. De aanwijzing kan inhouden, dat de betrokken ambtenaar slechts belast is met het toezicht op de naleving van een of enkele in die aanwijzing genoemde hoofdstukken of artikelen gesteld bij of krachtens een van de genoemde verordeningen.
**2.** Met het toezicht op de naleving van hetgeen bepaald is bij of krachtens de verordeningen als bedoeld in artikel 11.15, onderdeel b, onder 1° tot en met 8°, 10° en 11°, zijn belast de hiertoe bij besluit van Onze Minister van Infrastructuur en Milieu aangewezen ambtenaren. De aanwijzing kan inhouden, dat de betrokken ambtenaar slechts belast is met het toezicht op de naleving van een of enkele in die aanwijzing genoemde hoofdstukken of artikelen gesteld bij of krachtens een van de genoemde verordeningen.
**3.** Onze Minister van Infrastructuur en Milieu kan met het oog op de coördinatie van het beleid ten aanzien van het toezicht algemene aanwijzingen geven aan de ambtenaren, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a.
@ -4330,11 +4329,10 @@ b. het bepaalde bij of krachtens de volgende EG verordeningen:
5°. de interoperabiliteitsverordening;
6°. Hoofdstuk III van Verordening (EG) nr. 2111/2005 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 14 december 2005 betreffende de vaststelling van een communautaire lijst van luchtvaartmaatschappijen waaraan een exploitatieverbod binnen de Gemeenschap is opgelegd en het informeren van luchtreizigers over de identiteit van de exploiterende luchtvaartmaatschappij en tot intrekking van artikel 9 van richtlijn nr. 2004/36/EG (PbEU L344);
7°. Verordening (EG) nr. 1107/2006 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 5 juli 2006 inzake de rechten van gehandicapten en personen met beperkte mobiliteit die per luchtvervoer reizen (PbEU L 204);
8°. de vergoedingenverordening;
8°. de prestatie- en heffingsverordening;
9°. de basisverordening;
10°. de prestatieverordening;
11°. artikel 21, tweede lid, van de onderzoeksverordening;
12°. de verordening voorvallen.
10°. artikel 21, tweede lid, van de onderzoeksverordening;
11°. de verordening voorvallen.
### Artikel 11.16