2009-09-26 | BWBR0020128 | Beleidsregels normenkader randvoorwaarden GLB

This commit is contained in:
Coornhert 2009-09-26 12:00:00 +00:00
parent 42387fc81c
commit b97b74c202

View file

@ -18,7 +18,7 @@ Voor de toepassing van deze regeling wordt aangesloten bij de terminologie van d
**1.**
Indien in strijd wordt gehandeld met de verplichtingen, bedoeld in artikel 3 van de Regeling GLB-inkomenssteun 2006, wordt de inkomenssteun, behoudens overmacht, gekort met een percentage dat afhankelijk is gesteld van:
Indien in strijd wordt gehandeld met de verplichtingen, bedoeld in artikel 3 van de Regeling GLB-inkomenssteun 2006, wordt de inkomenssteun, behoudens overmacht en het bepaalde in het derde lid, gekort met een percentage dat afhankelijk is gesteld van:
de beoordeling van een niet-naleving,
het aantal niet-nalevingen, en
@ -33,7 +33,9 @@ b. omvang;
c. ernst;
d. permanent karakter.
**3.** De randvoorwaarden per beleidsterrein zijn opgenomen in de bijlage.
**3.** De minister kan aan de hand van de criteria bedoeld in het tweede lid, nadat een niet-naleving onmiddellijk is of tijdens de hercontrole blijkt te zijn hersteld, besluiten dat een niet-naleving van gering belang wordt beschouwd zoals bedoeld in artikel 24, tweede lid, van Verordening (EG) 73/2009.
**4.** De randvoorwaarden per beleidsterrein zijn opgenomen in de bijlage.
### Artikel 3
@ -60,7 +62,7 @@ De berekening van de korting vindt als volgt plaats:
a. De beoordeling, bedoeld in artikel 2, tweede lid, leidt tot een initiële korting per randvoorwaarde die is weergegeven in de kolom initiële korting in de bijlage.
b. Bij vaststelling van meerdere niet-nalevingen ten aanzien van hetzelfde besluit of dezelfde norm worden die niet-nalevingen voor de vaststelling van de korting beschouwd als één niet-naleving, waarbij per besluit of norm de niet-naleving met de hoogste initiële korting als uitgangspunt voor de berekening van het kortingspercentage wordt genomen.
c. Per besluit of norm wordt overeenkomstig artikel 66, eerste lid, tweede alinea, van verordening 796/2004 beoordeeld of er factoren zijn die tot een verhoging of een verlaging van het in onderdeel b vastgestelde kortingspercentage moet leiden. In dat geval dient het verhoogde dan wel verlaagde kortingspercentage als uitgangspunt voor de berekening van het kortingspercentage.
c. Per besluit of norm wordt overeenkomstig artikel 66, eerste lid, tweede alinea, van verordening 796/2004 beoordeeld of er factoren zijn die tot een verhoging of een verlaging van het in onderdeel b vastgestelde kortingspercentage moet leiden. In dat geval dient het verhoogde dan wel verlaagde kortingspercentage als uitgangspunt voor de berekening van het kortingspercentage. Indien de niet-naleving van gering belang wordt beschouwd, wordt ten aanzien van het desbetreffende besluit of desbetreffende norm geen korting toegepast.
d. Bij vaststelling van meerdere niet-nalevingen ten aanzien van verschillende besluiten of normen die tot hetzelfde terrein van randvoorwaarden behoren worden die gevallen, na toepassing van onderdeel b en c, voor de vaststelling van de korting beschouwd als één niet-naleving, waarbij per terrein van randvoorwaarden de niet-naleving met de hoogste korting als uitgangspunt voor de berekening van de korting wordt genomen.
e. De uit onderdeel d voortvloeiende kortingspercentages worden bij elkaar opgeteld. De maximale korting op alle vastgestelde niet-nalevingen op alle terreinen en over het totale bedrag aan de toe te kennen steun is niet hoger dan 5%, tenzij sprake is van herhaalde of opzettelijke niet-naleving van een randvoorwaarde.