2004-06-01 | BWBR0004575 | Wet op de waterhuishouding
This commit is contained in:
parent
10797fc2f4
commit
c275aa633a
1 changed files with 36 additions and 16 deletions
|
|
@ -173,17 +173,17 @@ Onze Minister kan aan provinciale staten omtrent de vaststelling of wijziging en
|
|||
|
||||
### Artikel 13
|
||||
|
||||
**1.** De in artikel 12, eerste lid, bedoelde aanwijzing van gevallen welke geheel of gedeeltelijk betrekking hebben op de oppervlaktewateren onder beheer van het Rijk, vindt plaats bij of krachtens algemene maatregel van bestuur en van de overige gevallen bij door provinciale staten vast te stellen verordening. Provinciale staten zenden het besluit waarbij de verordening is vastgesteld aan Onze Minister.
|
||||
**1.** De in artikel 12, eerste lid, bedoelde aanwijzing van gevallen welke geheel of gedeeltelijk betrekking hebben op de oppervlaktewateren onder beheer van het Rijk vindt plaats bij of krachtens algemene maatregel van bestuur en van de overige gevallen bij door de kwantiteitsbeheerder vast te stellen verordening. Bij de aanwijzing wordt rekening gehouden met het in artikel 5 respectievelijk artikel 9 bedoelde beheersplan. De kwantiteitsbeheerder zendt het besluit waarbij de verordening is vastgesteld aan Onze Minister.
|
||||
|
||||
**2.** Een voordracht tot de in het eerste lid bedoelde algemene maatregel van bestuur wordt Ons gedaan door Onze Minister.
|
||||
|
||||
### Artikel 14
|
||||
|
||||
In afwijking van het bepaalde in artikel 13, eerste lid, kunnen provinciale staten bij verordening de kwantiteitsbeheerder de bevoegdheid geven de aanwijzing ingevolge artikel 12, eerste lid, uit te breiden.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 15
|
||||
|
||||
Onze Minister kan aan provinciale staten omtrent de vaststelling of wijziging en de inhoud van een verordening als bedoeld in artikel 13, eerste lid, aanwijzingen geven indien een samenhangend en doelmatig beleid en beheer met betrekking tot de waterhuishouding zulks vorderen. Artikel 10, tweede, derde, vierde en vijfde lid, is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
Onze Minister kan aan de kwantiteitsbeheerder omtrent de vaststelling of wijziging en de inhoud van een verordening als bedoeld in artikel 13, eerste lid, aanwijzingen geven indien een samenhangend en doelmatig beleid en beheer met betrekking tot de waterhuishouding zulks vorderen. Artikel 10, tweede, derde, vierde en vijfde lid, is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
### Afdeling 2. Het peilbesluit
|
||||
|
||||
|
|
@ -195,7 +195,11 @@ Onze Minister kan aan provinciale staten omtrent de vaststelling of wijziging en
|
|||
|
||||
**3.** Ten aanzien van de overige oppervlaktewateren stellen provinciale staten bij verordening nadere regelen met betrekking tot het peilbesluit.
|
||||
|
||||
**4.** Met betrekking tot de aanwijzing van de in het eerste lid bedoelde gevallen zijn de artikelen 13 en 15 van overeenkomstige toepassing.
|
||||
**4.** De in het eerste lid bedoelde aanwijzing van gevallen welke geheel of gedeeltelijk betrekking hebben op de oppervlaktewateren onder beheer van het Rijk vindt plaats bij of krachtens algemene maatregel van bestuur en van de overige gevallen bij door provinciale staten vast te stellen verordening. Provinciale staten zenden het besluit waarbij de verordening is vastgesteld aan Onze Minister.
|
||||
|
||||
**5.** Een voordracht tot de in het vierde lid bedoelde algemene maatregel van bestuur wordt Ons gedaan door Onze Minister.
|
||||
|
||||
**6.** Onze Minister kan aan provinciale staten omtrent de vaststelling of wijziging en de inhoud van een verordening als bedoeld in het vierde lid aanwijzingen geven indien een samenhangend en doelmatig beleid en beheer met betrekking tot de waterhuishouding zulks vorderen. Artikel 10, tweede tot en met vijfde lid, is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
### Afdeling 3. Het waterakkoord
|
||||
|
||||
|
|
@ -207,7 +211,7 @@ Onze Minister kan aan provinciale staten omtrent de vaststelling of wijziging en
|
|||
|
||||
**2.** Een waterakkoord bevat bepalingen omtrent de wijze waarop de beheerders de af- en aanvoer van water ten opzichte van elkaar in het belang van de waterhuishouding regelen. Bij het stellen van deze bepalingen wordt rekening gehouden met de in de artikelen 5 en 9 bedoelde beheersplannen welke op de oppervlaktewateren waarop het waterakkoord betrekking heeft, van toepassing zijn.
|
||||
|
||||
**3.** Met betrekking tot de aanwijzing van de in het eerste lid bedoelde gevallen zijn de artikelen 13 en 15 van overeenkomstige toepassing.
|
||||
**3.** Met betrekking tot de aanwijzing van de in het eerste lid bedoelde gevallen is artikel 16, vierde tot en met zesde lid, van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
#### Paragraaf 2. De totstandkoming van een waterakkoord
|
||||
|
||||
|
|
@ -274,15 +278,13 @@ b. de besturen van andere openbare lichamen alsmede andere bestuursorganen of in
|
|||
|
||||
**2.** De aanwijzing ingevolge het eerste lid kan enkel betreffen de lozing of onttrekking van waterhoeveelheden die, zelfstandig of in samenhang met andere lozingen of onttrekkingen, van nadelige invloed kunnen zijn op de peilregeling, de grondwaterstand of de waterbeweging, dan wel de kwantiteitsbeheerder kunnen noodzaken tot bijzondere beheersmaatregelen. De artikelen 13 en 15 zijn van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
**3.** In afwijking van het bepaalde in artikel 13, eerste lid, kunnen provinciale staten bij verordening de kwantiteitsbeheerder de bevoegdheid geven de aanwijzing ingevolge het eerste lid uit te breiden.
|
||||
**3.** Een vergunning wordt verleend door de kwantiteitsbeheerder van het desbetreffende oppervlaktewater. Is het Rijk kwantiteitsbeheerder, dan geschiedt de vergunningverlening door of vanwege Onze Minister. Bij het verlenen van de vergunning wordt rekening gehouden met de in de artikelen 5 en 9 bedoelde beheersplannen, die van toepassing zijn op het oppervlaktewater waarop de vergunning betrekking heeft.
|
||||
|
||||
**4.** Een vergunning wordt verleend door de kwantiteitsbeheerder van het desbetreffende oppervlaktewater. Is het Rijk kwantiteitsbeheerder, dan geschiedt de vergunningverlening door of vanwege Onze Minister. Bij het verlenen van de vergunning wordt rekening gehouden met de in de artikelen 5 en 9 bedoelde beheersplannen, die van toepassing zijn op het oppervlaktewater waarop de vergunning betrekking heeft.
|
||||
**4.** Aan de vergunning kunnen voorschriften worden verbonden ter bescherming van het belang van de waterhuishouding voor zover het bij of krachtens de Wet verontreiniging oppervlaktewateren of de Grondwaterwet bepaalde daarin niet voorziet.
|
||||
|
||||
**5.** Aan de vergunning kunnen voorschriften worden verbonden ter bescherming van het belang van de waterhuishouding voor zover het bij of krachtens de Wet verontreiniging oppervlaktewateren of de Grondwaterwet bepaalde daarin niet voorziet.
|
||||
**5.** In de vergunning worden ten minste de waterhoeveelheden vermeld die per één of meer tijdseenheden mogen onderscheidenlijk moeten worden afgevoerd, aangevoerd, geloosd of onttrokken, alsmede, voor zover het aanvoeren of onttrekken betreft, het doel waarvoor de waterhoeveelheden zijn bestemd. De vorige volzin geldt niet voor zover de vergunning wordt verleend voor een lozing in een geval waarin ingevolge het eerste lid een aanwijzing van toepassing is in verband met de nadelige invloed van de lozing van de desbetreffende waterhoeveelheden op de grondwaterstand of de grondwaterbeweging.
|
||||
|
||||
**6.** In de vergunning worden ten minste de waterhoeveelheden vermeld die per één of meer tijdseenheden mogen onderscheidenlijk moeten worden afgevoerd, aangevoerd, geloosd of onttrokken, alsmede, voor zover het aanvoeren of onttrekken betreft, het doel waarvoor de waterhoeveelheden zijn bestemd. De vorige volzin geldt niet voor zover de vergunning wordt verleend voor een lozing in een geval waarin ingevolge het eerste lid een aanwijzing van toepassing is in verband met de nadelige invloed van de lozing van de desbetreffende waterhoeveelheden op de grondwaterstand of de grondwaterbeweging.
|
||||
|
||||
**7.** De vergunning geldt ook voor de rechtsopvolgers van de houder, met dien verstande dat zij met ingang van de vierde maand na de dag van de rechtsopvolging vervalt, tenzij vóór dat tijdstip de wijziging van de tenaamstelling schriftelijk is aangevraagd.
|
||||
**6.** De vergunning geldt ook voor de rechtsopvolgers van de houder, met dien verstande dat zij met ingang van de vierde maand na de dag van de rechtsopvolging vervalt, tenzij vóór dat tijdstip de wijziging van de tenaamstelling schriftelijk is aangevraagd.
|
||||
|
||||
#### Paragraaf 2. De aanvraag tot verlening van een vergunning
|
||||
|
||||
|
|
@ -355,6 +357,24 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
De kwantiteitsbeheerder doet van een beslissing tot wijziging of tot weigering daarvan mededeling door toezending van een afschrift aan de kwaliteitsbeheerder en aan gedeputeerde staten.
|
||||
|
||||
### Afdeling 5. Algemene regels van kwantiteitsbeheerders
|
||||
|
||||
### Artikel 33a
|
||||
|
||||
**1.** De kwantiteitsbeheerder kan algemene regels stellen ten aanzien van het lozen van water in, het onttrekken van water aan, het afvoeren van water naar of het aanvoeren van water uit oppervlaktewateren waarover hij het beheer voert.
|
||||
|
||||
**2.** De regels kunnen enkel betreffen de lozing, onttrekking, aanvoer of afvoer van waterhoeveelheden die, niet zelfstandig maar wel in samenhang met andere lozingen, onttrekkingen, aanvoer of afvoer, van nadelige invloed kunnen zijn op de peilregeling, de grondwaterstand of de waterbeweging, dan wel de kwantiteitsbeheerder kunnen nopen tot bijzondere beheersmaatregelen.
|
||||
|
||||
**3.** De regels kunnen het belang van de waterhuishouding beschermen voor zover het bij of krachtens de Wet verontreiniging oppervlaktewateren of de Grondwaterwet bepaalde daarin niet voorziet.
|
||||
|
||||
**4.** De regels kunnen een algeheel verbod of een bepaalde beperking inhouden van het met behulp van daarbij aan te geven categorieën van werken afvoeren, aanvoeren, lozen of onttrekken van waterhoeveelheden. De regels kunnen betrekking hebben op alle of op bepaalde oppervlaktewateren ten aanzien waarvan de in het eerste lid bedoelde bevoegdheid kan worden uitgeoefend.
|
||||
|
||||
**5.** De regels kunnen geen betrekking hebben op gevallen waarin ingevolge artikel 24, eerste lid, een vergunning is vereist.
|
||||
|
||||
**6.** Het vijfde lid geldt niet voor zover de regels overgangsvoorzieningen betreffen voor gevallen waarvoor onmiddellijk voorafgaand aan de inwerkingtreding van die regels een vergunning was vereist ingevolge artikel 24, eerste lid.
|
||||
|
||||
**7.** Artikel 13 is van overeenkomstige toepassing met betrekking tot de wijze van vaststelling van de regels. Artikel 15 is van overeenkomstige toepassing met betrekking tot de aanwijzingen van Onze Minister omtrent de vaststelling of wijziging en de inhoud van een verordening als bedoeld in artikel 13, eerste lid.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk IV. Bevoegdheden in buitengewone omstandigheden
|
||||
|
||||
### Afdeling 1. Vervallen
|
||||
|
|
@ -389,7 +409,7 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
### Artikel 40
|
||||
|
||||
Aan degene die ten gevolge van het vaststellen of wijzigen van een peilbesluit, het vaststellen of wijzigen van een waterakkoord, het verlenen, weigeren, wijzigen of intrekken van een vergunning, schade lijdt of zal lijden, welke redelijkerwijze niet of niet geheel te zijnen laste behoort te blijven en waarvan de vergoeding niet of niet op andere wijze voldoende is verzekerd, wordt door het gezag dat het desbetreffende besluit heeft genomen, op zijn verzoek een naar billijkheid te bepalen schadevergoeding toegekend. De schadevergoeding kan worden bepaald in geld of op andere wijze.
|
||||
Aan degene die ten gevolge van het vaststellen of wijzigen van een peilbesluit, het vaststellen of wijzigen van een waterakkoord, het verlenen, weigeren, wijzigen of intrekken van een vergunning of het vaststellen of wijzigen van een algemene regel als bedoeld in artikel 33a, schade lijdt of zal lijden, welke redelijkerwijze niet of niet geheel te zijnen laste behoort te blijven en waarvan de vergoeding niet of niet op andere wijze voldoende is verzekerd, wordt door het gezag dat het desbetreffende besluit heeft genomen, op zijn verzoek een naar billijkheid te bepalen schadevergoeding toegekend. De schadevergoeding kan worden bepaald in geld of op andere wijze.
|
||||
|
||||
### Artikel 41
|
||||
|
||||
|
|
@ -407,7 +427,7 @@ In het geval dat een ander dan het Rijk of een provincie aan het waterakkoord de
|
|||
|
||||
### Artikel 44
|
||||
|
||||
Tegen een beschikking ter zake van een vergunning als bedoeld in artikel 24 of de aanvrage daarvan staat, ingeval het een beschikking betreft van een beheerder, niet zijnde het Rijk of een provincie, voor belanghebbenden beroep open op gedeputeerde staten van de provincie waarbinnen het gebied van de beheerder is gelegen. Indien gedeputeerde staten van meer dan één provincie van het beroep zouden moeten kennis nemen, staat het beroep open op gedeputeerde staten van de provincie op het grondgebied waarvan het besluit betrekking heeft.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 45
|
||||
|
||||
|
|
@ -475,7 +495,7 @@ Onze Minister is, voor zover het de hem bij of krachtens deze wet toegekende bev
|
|||
|
||||
### Artikel 59
|
||||
|
||||
**1.** Handelen in strijd met het in artikel 24, eerste lid, omschreven verbod dan wel krachtens artikel 24, vijfde lid, aan een vergunning verbonden voorschrift, wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste drie maanden of geldboete van ten hoogste vijfentwintig duizend gulden.
|
||||
**1.** Handelen in strijd met het in artikel 24, eerste lid, omschreven verbod, een krachtens artikel 24, vierde lid, aan een vergunning verbonden voorschrift, dan wel een krachtens artikel 33a gestelde algemene regel, wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste drie maanden of een geldboete van de vierde categorie.
|
||||
|
||||
**2.** Handelen in strijd met bij of krachtens artikel 12 vastgestelde verplichtingen wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste drie weken of een geldboete van de eerste categorie.
|
||||
|
||||
|
|
@ -501,11 +521,11 @@ De bevoegdheid tot het maken van verordeningen door waterschappen en gemeenten b
|
|||
|
||||
### Artikel 63
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
Bepalingen in verordeningen van provincies ter zake van de aanwijzing van registratie- of vergunningplichtige gevallen, vastgesteld op grond van de artikelen 13, eerste lid, 14 of 24, tweede of derde lid, zoals deze luidden voor de inwerkingtreding van de Wet van 23 februari 2004, Stb. 191, blijven na de inwerkingtreding van die wet van kracht tot het tijdstip waarop met betrekking tot de in die verordeningen genoemde gevallen voorschriften van de kwantiteitsbeheerder als bedoeld in de artikelen 13, eerste lid, 24, eerste lid, of 33a, eerste lid, van kracht worden.
|
||||
|
||||
### Artikel 64
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
Ten aanzien van de behandeling van beroep dat voor de datum van inwerkingtreding van de Wet van 23 februari 2004, Stb. 191 is ingesteld tegen een beschikking ter zake van een vergunning als bedoeld in artikel 24, of ter zake van de aanvraag daarvan, blijft het recht zoals dat gold voor die datum van toepassing.
|
||||
|
||||
### Artikel 65
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue