2004-11-01 | BWBR0004306 | Besluit voorkoming verontreiniging door met schepen in bulk vervoerde schadelijke vloeistoffen
This commit is contained in:
parent
2709ffeee5
commit
c4a6826451
1 changed files with 22 additions and 22 deletions
|
|
@ -48,7 +48,7 @@ n. verjaardatum: de datum van afgifte van het eerste certificaat, bedoeld in art
|
|||
|
||||
**4.** Elk schip, gebouwd voor 1 juli 1986, dient met ingang van 1 januari 1988 te voldoen aan de bepalingen voor het lozen onder de waterlijn en voor de maximale concentratie in het kielzog van het schip, bedoeld in artikel 5.
|
||||
|
||||
**5.** Het Hoofd van de Scheepvaartinspectie kan het aanbrengen van andere onderdelen, materialen, voorzieningen of apparatuur, dan die welke in dit besluit worden voorgeschreven, in een schip toestaan, mits deze ten minste even doelmatig zijn als die welke in dit besluit worden vereist. In geen geval zullen vormen van ontwerp en constructie ter regeling van het lozen van schadelijke vloeistoffen, zoals deze in dit besluit zijn voorgeschreven, kunnen worden vervangen door operationele methoden.
|
||||
**5.** De inspecteur-generaal kan het aanbrengen van andere onderdelen, materialen, voorzieningen of apparatuur, dan die welke in dit besluit worden voorgeschreven, in een schip toestaan, mits deze ten minste even doelmatig zijn als die welke in dit besluit worden vereist. In geen geval zullen vormen van ontwerp en constructie ter regeling van het lozen van schadelijke vloeistoffen, zoals deze in dit besluit zijn voorgeschreven, kunnen worden vervangen door operationele methoden.
|
||||
|
||||
### Artikel 3
|
||||
|
||||
|
|
@ -63,7 +63,7 @@ d. categorie D: schadelijke vloeistoffen die, wanneer deze bij het schoonmaken v
|
|||
|
||||
**2.** Onze Minister wijst de schadelijke vloeistoffen aan, ingedeeld in categorieën als bedoeld in het eerste lid. Deze indeling geschiedt met inachtneming van de richtlijnen in aanhangsel 1 bij Bijlage II van het Verdrag.
|
||||
|
||||
**3.** Voor een vloeistof die wordt aangeboden voor vervoer en niet is aangewezen krachtens het tweede lid van dit artikel of artikel 4, eerste lid, bepaalt het Hoofd van de Scheepvaartinspectie de voorlopige indeling van deze vloeistof.
|
||||
**3.** Voor een vloeistof die wordt aangeboden voor vervoer en niet is aangewezen krachtens het tweede lid van dit artikel of artikel 4, eerste lid, bepaalt de inspecteur-generaal de voorlopige indeling van deze vloeistof.
|
||||
|
||||
### Artikel 4
|
||||
|
||||
|
|
@ -192,12 +192,12 @@ De bepalingen van het tweede en vierde lid zijn niet van toepassing op een schip
|
|||
|
||||
a. een tank waarin zich vloeistoffen van categorie B of C of mengsels daarvan bevinden en welke dient te worden gewassen of geballast, moet worden voorgewassen overeenkomstig de Standards. Het waswater van deze voorwas moet aan een havenontvangstvoorziening worden afgegeven;
|
||||
b. overig waswater of ballastwater uit een tank als bedoeld onder *a* dient aan een havenontvangstvoorziening te worden afgegeven of in zee te worden geloosd overeenkomstig het bepaalde in artikel 5;
|
||||
c. binnen het beperkte vaargebied dienen de havenontvangstvoorzieningen naar het oordeel van het Hoofd van de Scheepvaartinspectie toereikend te zijn; en
|
||||
c. binnen het beperkte vaargebied dienen de havenontvangstvoorzieningen naar het oordeel van de inspecteur-generaal toereikend te zijn; en
|
||||
d. het beperkte vaargebied dient te zijn aangetekend op het certificaat als bedoeld in artikel 11.
|
||||
|
||||
**7.**
|
||||
|
||||
Voor een schip waarvan de bouw en de bedrijfsvoering zodanig zijn dat de ladingtanks niet worden gebruikt voor ballast en slechts dan worden gewassen indien dit nodig is voor reparatie of voor het droogzetten, kan het Hoofd van de Scheepvaartinspectie ontheffing verlenen van het bepaalde in het eerste, tweede, derde en vierde lid indien wordt voldaan aan alle onderstaande voorwaarden:
|
||||
Voor een schip waarvan de bouw en de bedrijfsvoering zodanig zijn dat de ladingtanks niet worden gebruikt voor ballast en slechts dan worden gewassen indien dit nodig is voor reparatie of voor het droogzetten, kan de inspecteur-generaal ontheffing verlenen van het bepaalde in het eerste, tweede, derde en vierde lid indien wordt voldaan aan alle onderstaande voorwaarden:
|
||||
|
||||
a. het ontwerp, de bouw en de uitrusting zijn goedgekeurd, waarbij rekening is gehouden met de reizen welke het schip zal gaan maken;
|
||||
b. het waswater van een tank die wordt gewassen alvorens een reparatie wordt uitgevoerd of alvorens het schip wordt drooggezet, aan een havenontvangstvoorziening wordt afgegeven;
|
||||
|
|
@ -366,51 +366,51 @@ b. Elke aantekening in het ladingjournaal moet door een officier of de officiere
|
|||
Elk schip dat schadelijke vloeistoffen in bulk vervoert is onderworpen aan:
|
||||
|
||||
a. een eerste onderzoek dat wordt verricht voordat het schip in dienst wordt gesteld of voordat het certificaat, bedoeld in artikel 11, voor de eerste maal wordt afgegeven, en dat een volledig onderzoek van de bouw, uitrusting, systemen, onderdelen, voorzieningen en materialen van het schip omvat teneinde na te gaan of wordt voldaan aan de regels bij of krachtens dit besluit gesteld;
|
||||
b. een hernieuwd onderzoek dat wordt verricht met door het Hoofd van de Scheepvaartinspectie vast te stellen tussenpozen die, behoudens indien artikel 12, tweede, vijfde, zesde of zevende lid, van toepassing is, niet langer dan vijf jaar zijn, en dat de bouw, uitrusting, systemen, onderdelen, voorzieningen en materialen van het schip omvat teneinde na te gaan of wordt voldaan aan de regels bij of krachtens dit besluit gesteld;
|
||||
b. een hernieuwd onderzoek dat wordt verricht met door de inspecteur-generaal vast te stellen tussenpozen die, behoudens indien artikel 12, tweede, vijfde, zesde of zevende lid, van toepassing is, niet langer dan vijf jaar zijn, en dat de bouw, uitrusting, systemen, onderdelen, voorzieningen en materialen van het schip omvat teneinde na te gaan of wordt voldaan aan de regels bij of krachtens dit besluit gesteld;
|
||||
c. een tussentijds onderzoek dat wordt verricht binnen drie maanden voor of na de tweede of de derde verjaardatum en dat in de plaats komt van een van de jaarlijkse onderzoeken als bedoeld onder *d*, en dat de uitrusting en de daarbij behorende pompen en pijpleidingen van het schip omvat teneinde na te gaan of wordt voldaan aan de regels bij of krachtens dit besluit gesteld. Van dit tussentijds onderzoek wordt een aantekening geplaatst op het certificaat;
|
||||
d. een jaarlijks onderzoek dat wordt verricht binnen drie maanden voor of na elke verjaardatum en dat de bouw, uitrusting, systemen, onderdelen, voorzieningen en materialen van het schip omvat teneinde na te gaan of zij zijn onderhouden overeenkomstig het tweede lid, onder *a*, en zich in goede staat bevinden. Van dit jaarlijks onderzoek wordt een aantekening geplaatst op het certificaat;
|
||||
e. een aanvullend onderzoek dat afhankelijk van de omstandigheden hetzij geheel, hetzij gedeeltelijk wordt verricht, indien herstellingen of vernieuwingen zijn uitgevoerd, of indien zich een ongeval heeft voorgedaan, waarbij wordt nagegaan of de noodzakelijke reparaties of vernieuwingen deugdelijk zijn doorgevoerd en of wordt voldaan aan de regels bij of krachtens dit besluit gesteld.
|
||||
|
||||
**2.** a. De toestand van het schip en van de uitrusting dient te worden gehandhaafd in overeenstemming met de bepalingen vastgesteld bij of krachtens dit besluit om zeker te stellen dat het schip in alle opzichten geschikt blijft tot het verlaten van een haven zonder dat het een gevaar vormt voor verontreiniging van het mariene milieu.
|
||||
b. Nadat een onderzoek als bedoeld in het eerste lid is voltooid, mag zonder toestemming van het Hoofd van de Scheepvaartinspectie geen verandering worden aangebracht in de bouw, uitrusting, systemen, onderdelen, voorzieningen en materialen die aan het onderzoek zijn onderworpen, tenzij het de onmiddellijke vervanging van dergelijke uitrusting of onderdelen betreft.
|
||||
c. Indien een schip een ongeval overkomt, of indien gebreken worden geconstateerd die de hechtheid van het schip, de doelmatigheid of de volledigheid van de uitrusting, vallende onder de bepalingen van dit besluit in belangrijke mate beïnvloeden, dient de kapitein of de eigenaar van het schip het betreffende districtshoofd van de Scheepvaartinspectie zo spoedig mogelijk in te lichten. Indien het schip zich in een haven buiten Nederland bevindt, dient de kapitein of de eigenaar tevens onmiddellijk de ter plaatse bevoegde autoriteit in te lichten.
|
||||
b. Nadat een onderzoek als bedoeld in het eerste lid is voltooid, mag zonder toestemming van de inspecteur-generaal geen verandering worden aangebracht in de bouw, uitrusting, systemen, onderdelen, voorzieningen en materialen die aan het onderzoek zijn onderworpen, tenzij het de onmiddellijke vervanging van dergelijke uitrusting of onderdelen betreft.
|
||||
c. Indien een schip een ongeval overkomt, of indien gebreken worden geconstateerd die de hechtheid van het schip, de doelmatigheid of de volledigheid van de uitrusting, vallende onder de bepalingen van dit besluit in belangrijke mate beïnvloeden, dient de kapitein of de eigenaar van het schip de inspecteur-generaal zo spoedig mogelijk in te lichten. Indien het schip zich in een haven buiten Nederland bevindt, dient de kapitein of de eigenaar tevens onmiddellijk de ter plaatse bevoegde autoriteit in te lichten.
|
||||
|
||||
### Artikel 11
|
||||
|
||||
**1.** Het Internationaal certificaat van voorkoming van verontreiniging voor het vervoer van schadelijke vloeistoffen in bulk wordt door het Hoofd van de Scheepvaartinspectie afgegeven na de voltooiing van een eerste of een hernieuwd onderzoek als bedoeld in artikel 10, eerste lid, onder *a* en *b*, ten behoeve van elk schip dat schadelijke vloeistoffen in bulk vervoert.
|
||||
**1.** Het Internationaal certificaat van voorkoming van verontreiniging voor het vervoer van schadelijke vloeistoffen in bulk wordt door de inspecteur-generaal afgegeven na de voltooiing van een eerste of een hernieuwd onderzoek als bedoeld in artikel 10, eerste lid, onder *a* en *b*, ten behoeve van elk schip dat schadelijke vloeistoffen in bulk vervoert.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
|
||||
|
||||
a. Het Hoofd van de Scheepvaartinspectie kan een daartoe bevoegde regering verzoeken de onderzoeken, bedoeld in artikel 10 uit te voeren en het certificaat af te geven, of, voorzover van toepassing, een aantekening te plaatsen.
|
||||
b. 1°. Op verzoek van een daartoe bevoegde regering kan namens het Hoofd van de Scheepvaartinspectie een schip dat niet gerechtigd is de Nederlandse vlag te voeren, aan de in artikel 10 genoemde onderzoeken worden onderworpen en kan ten behoeve van dat schip een certificaat worden afgegeven, of, voorzover van toepassing, een aantekening worden geplaatst.
|
||||
a. De inspecteur-generaal kan een daartoe bevoegde regering verzoeken de onderzoeken, bedoeld in artikel 10 uit te voeren en het certificaat af te geven, of, voorzover van toepassing, een aantekening te plaatsen.
|
||||
b. 1°. Op verzoek van een daartoe bevoegde regering kan namens de inspecteur-generaal een schip dat niet gerechtigd is de Nederlandse vlag te voeren, aan de in artikel 10 genoemde onderzoeken worden onderworpen en kan ten behoeve van dat schip een certificaat worden afgegeven, of, voorzover van toepassing, een aantekening worden geplaatst.
|
||||
2°. Een afschrift van het certificaat en een afschrift van het rapport van onderzoek worden zo spoedig mogelijk toegezonden aan de regering die het verzoek heeft gedaan.
|
||||
3°. Een krachtens het bepaalde onder 1° afgegeven certificaat zal een verklaring bevatten, inhoudende dat het is afgegeven op verzoek van de betrokken regering.
|
||||
|
||||
**3.** Een certificaat wordt afgegeven tegen betaling van de kosten verbonden aan het onderzoek ter verkrijging van het certificaat alsmede de afgifte daarvan. Onze Minister stelt de tarieven vast voor de vergoeding van de kosten, verbonden aan een onderzoek als bedoeld in artikel 10, eerste lid, onder *a* tot en met *d*, voorzover dit door een ambtenaar van de Scheepvaartinspectie is verricht, en voor de vergoeding van de kosten, verbonden aan de afgifte van het certificaat.
|
||||
**3.** Een certificaat wordt afgegeven tegen betaling van de kosten verbonden aan het onderzoek ter verkrijging van het certificaat alsmede de afgifte daarvan. Onze Minister stelt de tarieven vast voor de vergoeding van de kosten, verbonden aan een onderzoek als bedoeld in artikel 10, eerste lid, onder *a* tot en met *d*, voorzover dit door een ambtenaar van de divisie Scheepvaart is verricht, en voor de vergoeding van de kosten, verbonden aan de afgifte van het certificaat.
|
||||
|
||||
**4.** Er wordt geen certificaat afgegeven aan een schip dat gerechtigd is de vlag te voeren van een staat die geen partij is bij het Verdrag.
|
||||
|
||||
**5.** Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld betreffende de aanvraag tot het verkrijgen van een certificaat en de daarbij te overleggen bescheiden.
|
||||
|
||||
**6.** Het Hoofd van de Scheepvaartinspectie kan nadere voorschriften geven betreffende de aanvraag tot het verkrijgen van een certificaat en de daarbij te overleggen bescheiden.
|
||||
**6.** De inspecteur-generaal kan nadere voorschriften geven betreffende de aanvraag tot het verkrijgen van een certificaat en de daarbij te overleggen bescheiden.
|
||||
|
||||
### Artikel 12
|
||||
|
||||
**1.** Het Internationaal certificaat van voorkoming van verontreiniging voor het vervoer van schadelijke vloeistoffen in bulk wordt door het Hoofd van de Scheepvaartinspectie afgegeven voor een periode van ten hoogste vijf jaar.
|
||||
**1.** Het Internationaal certificaat van voorkoming van verontreiniging voor het vervoer van schadelijke vloeistoffen in bulk wordt door de inspecteur-generaal afgegeven voor een periode van ten hoogste vijf jaar.
|
||||
|
||||
**2.** In afwijking van het eerste lid is, indien het hernieuwde onderzoek binnen drie maanden voor de vervaldatum van het bestaande certificaat wordt voltooid, het nieuwe certificaat geldig vanaf de datum van voltooiing van dit onderzoek tot een datum niet later dan vijf jaar na de vervaldatum van het bestaande certificaat.
|
||||
|
||||
**3.** Onverminderd het eerste lid is, indien het hernieuwde onderzoek binnen drie maanden na de vervaldatum van het bestaande certificaat wordt voltooid, het nieuwe certificaat geldig vanaf de datum van voltooiing van dit onderzoek tot een datum niet later dan vijf jaar na de vervaldatum van het bestaande certificaat.
|
||||
|
||||
**4.** Indien een certificaat wordt afgegeven voor een periode korter dan vijf jaar, kan het Hoofd van de Scheepvaartinspectie na de voltooiing van een tussentijds of jaarlijks onderzoek de geldigheidsduur van het certificaat verlengen tot een periode van vijf jaar.
|
||||
**4.** Indien een certificaat wordt afgegeven voor een periode korter dan vijf jaar, kan de inspecteur-generaal na de voltooiing van een tussentijds of jaarlijks onderzoek de geldigheidsduur van het certificaat verlengen tot een periode van vijf jaar.
|
||||
|
||||
**5.** Indien een hernieuwd onderzoek wordt voltooid en indien geen nieuw certificaat ten behoeve van het schip kan worden afgegeven voor de vervaldatum van het bestaande certificaat, kan daarvan een aantekening op het bestaande certificaat worden geplaatst. In afwijking van het eerste lid wordt in dat geval de geldigheidsduur van het certificaat verlengd voor een periode van niet langer dan vijf maanden na de vervaldatum.
|
||||
|
||||
**6.** In afwijking van het eerste lid kan, indien een schip zich op het tijdstip waarop het certificaat zijn geldigheid verliest niet in een haven bevindt waar het hernieuwde onderzoek kan plaatsvinden, het Hoofd van de Scheepvaartinspectie de geldigheidsduur van het certificaat verlengen voor een periode van ten hoogste drie maanden na de vervaldatum, uitsluitend om het schip in staat te stellen de reis naar de haven waar het moet worden onderzocht te voltooien. Na de voltooiing van het hernieuwde onderzoek in die haven is het nieuwe certificaat geldig tot een datum niet later dan vijf jaar na de oorspronkelijke vervaldatum van het bestaande certificaat.
|
||||
**6.** In afwijking van het eerste lid kan, indien een schip zich op het tijdstip waarop het certificaat zijn geldigheid verliest niet in een haven bevindt waar het hernieuwde onderzoek kan plaatsvinden, de inspecteur-generaal de geldigheidsduur van het certificaat verlengen voor een periode van ten hoogste drie maanden na de vervaldatum, uitsluitend om het schip in staat te stellen de reis naar de haven waar het moet worden onderzocht te voltooien. Na de voltooiing van het hernieuwde onderzoek in die haven is het nieuwe certificaat geldig tot een datum niet later dan vijf jaar na de oorspronkelijke vervaldatum van het bestaande certificaat.
|
||||
|
||||
**7.** In afwijking van het eerste lid kan, indien een certificaat is afgegeven ten behoeve van een schip dat korte reizen maakt en de geldigheidsduur van het certificaat niet is verlengd ingevolge een van de andere leden, het Hoofd van de Scheepvaartinspectie de geldigheidsduur van het certificaat verlengen voor een periode van ten hoogste een maand na de vervaldatum. Na de voltooiing van het hernieuwde onderzoek is het nieuwe certificaat geldig tot een datum niet later dan vijf jaar na de oorspronkelijke vervaldatum van het bestaande certificaat.
|
||||
**7.** In afwijking van het eerste lid kan, indien een certificaat is afgegeven ten behoeve van een schip dat korte reizen maakt en de geldigheidsduur van het certificaat niet is verlengd ingevolge een van de andere leden, de inspecteur-generaal de geldigheidsduur van het certificaat verlengen voor een periode van ten hoogste een maand na de vervaldatum. Na de voltooiing van het hernieuwde onderzoek is het nieuwe certificaat geldig tot een datum niet later dan vijf jaar na de oorspronkelijke vervaldatum van het bestaande certificaat.
|
||||
|
||||
**8.** In bijzondere omstandigheden behoeft een nieuw certificaat niet te worden gedateerd vanaf de vervaldatum van het bestaande certificaat. Na de voltooiing van het hernieuwde onderzoek in deze bijzondere omstandigheden is het nieuwe certificaat geldig tot een datum niet later dan vijf jaar na de datum van voltooiing van het hernieuwde onderzoek.
|
||||
|
||||
|
|
@ -421,23 +421,23 @@ b. 1°. Op verzoek van een daartoe bevoegde regering kan namens het Hoofd van de
|
|||
1°. de op het certificaat aangegeven periode van geldigheid is verstreken;
|
||||
2°. het tussentijds of jaarlijks onderzoek niet is uitgevoerd binnen de gestelde periode danwel indien daarvan geen aantekening is gemaakt op het certificaat;
|
||||
3°. het schip ophoudt te behoren tot de categorie van schepen, waarop dit besluit van toepassing is;
|
||||
4°. de bouw, uitrusting, systemen, onderdelen, voorzieningen en materialen van het schip op ingrijpende wijze worden gewijzigd zonder de toestemming van het Hoofd van de Scheepvaartinspectie tenzij het de onmiddellijke vervanging van dergelijke uitrusting en onderdelen betreft;
|
||||
4°. de bouw, uitrusting, systemen, onderdelen, voorzieningen en materialen van het schip op ingrijpende wijze worden gewijzigd zonder de toestemming van de inspecteur-generaal tenzij het de onmiddellijke vervanging van dergelijke uitrusting en onderdelen betreft;
|
||||
5°. de naam van het schip wordt veranderd of het schip een andere roepnaam krijgt. In dat geval wordt op aanvraag een nieuw certificaat afgegeven voor het nog niet verstreken gedeelte van het tijdvak, waarvoor het vervallen certificaat zou hebben gegolden; en
|
||||
6°. het schip niet meer gerechtigd is de Nederlandse vlag te voeren.
|
||||
b. Een vervallen certificaat moet door de eigenaar van het schip zo spoedig mogelijk aan het Hoofd van de Scheepvaartinspectie worden ingezonden door tussenkomst van de ambtenaren van de Scheepvaartinspectie, de ambtenaren met de in- of uitklaring belast, dan wel de Nederlandse diplomatieke of consulaire ambtenaren.
|
||||
b. Een vervallen certificaat moet door de eigenaar van het schip zo spoedig mogelijk aan de inspecteur-generaal worden ingezonden door tussenkomst van de ambtenaren van de divisie Scheepvaart, de ambtenaren met de in- of uitklaring belast, dan wel de Nederlandse diplomatieke of consulaire ambtenaren.
|
||||
c. Voor een ingezonden certificaat wordt desverlangd een bewijs van ontvangst afgegeven.
|
||||
|
||||
**11.**
|
||||
|
||||
|
||||
|
||||
a. Een certificaat kan door de bevoegde ambtenaar van de Scheepvaartinspectie worden ingetrokken:
|
||||
a. Een certificaat kan door de bevoegde ambtenaar van de divisie Scheepvaart worden ingetrokken:
|
||||
|
||||
1°. wanneer het schip schade van betekenis heeft opgelopen en de herstelling daarvan niet naar behoren is geschied; of
|
||||
2°. wanneer uit een onderzoek is gebleken dat het schip niet zonder gevaar voor verontreiniging van het mariene milieu de haven kan verlaten.
|
||||
b. Indien een certificaat wordt ingetrokken, wordt de eigenaar van het schip zo spoedig mogelijk bericht gezonden, onder vermelding van de redenen, welke tot de intrekking hebben geleid.
|
||||
|
||||
**12.** In afwijking van het tiende lid, onder *a*, 2°, kan het Hoofd van de Scheepvaartinspectie, indien het certificaat zijn geldigheid heeft verloren omdat een tussentijds of jaarlijks onderzoek niet binnen de gestelde periode is verricht, in bijzondere omstandigheden de geldigheid van het certificaat herstellen, nadat door middel van een inspectie is vastgesteld dat het schip voldoet aan de regels bij of krachtens dit besluit gesteld. De omvang van deze inspectie is ter beoordeling van het Hoofd van de Scheepvaartinspectie.
|
||||
**12.** In afwijking van het tiende lid, onder *a*, 2°, kan de inspecteur-generaal, indien het certificaat zijn geldigheid heeft verloren omdat een tussentijds of jaarlijks onderzoek niet binnen de gestelde periode is verricht, in bijzondere omstandigheden de geldigheid van het certificaat herstellen, nadat door middel van een inspectie is vastgesteld dat het schip voldoet aan de regels bij of krachtens dit besluit gesteld. De omvang van deze inspectie is ter beoordeling van de inspecteur-generaal.
|
||||
|
||||
### Artikel 12A
|
||||
|
||||
|
|
@ -470,7 +470,7 @@ b. de stabiliteitscriteria voor een type III schip zoals genoemd in de Bulk Chem
|
|||
|
||||
### Artikel 14A
|
||||
|
||||
**1.** Elk schip met een tonnage van 150 of meer waarvoor een Internationaal certificaat van voorkoming van verontreiniging voor het vervoer van schadelijke vloeistoffen in bulk is afgegeven, heeft een door het Hoofd van de Scheepvaartinspectie goedgekeurd scheepsnoodplan voor verontreiniging van de zee door schadelijke vloeistoffen aan boord.
|
||||
**1.** Elk schip met een tonnage van 150 of meer waarvoor een Internationaal certificaat van voorkoming van verontreiniging voor het vervoer van schadelijke vloeistoffen in bulk is afgegeven, heeft een door de inspecteur-generaal goedgekeurd scheepsnoodplan voor verontreiniging van de zee door schadelijke vloeistoffen aan boord.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
|
|
@ -489,7 +489,7 @@ Ter uitvoering van internationale afspraken en besluiten van volkenrechtelijke o
|
|||
|
||||
### Artikel 16
|
||||
|
||||
**1.** Het Hoofd van de Scheepvaartinspectie kan, indien bijzondere omstandigheden daartoe nopen, geheel of gedeeltelijke ontheffing verlenen van de bij of krachtens dit besluit gestelde regelen met betrekking tot de bouw, inrichting of uitrusting van een schip.
|
||||
**1.** De inspecteur-generaal kan, indien bijzondere omstandigheden daartoe nopen, geheel of gedeeltelijke ontheffing verlenen van de bij of krachtens dit besluit gestelde regelen met betrekking tot de bouw, inrichting of uitrusting van een schip.
|
||||
|
||||
**2.** Indien een ontheffing als bedoeld in het eerste lid wordt verleend aan een schip dat een certificaat behoeft als bedoeld in artikel 11, dient daarvan aantekening te worden gemaakt op het certificaat.
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue