2013-01-01 | BWBR0017321 | Besluit tegemoetkoming kosten kinderopvang

This commit is contained in:
Coornhert 2013-01-01 12:00:00 +00:00
parent 67c0a1ad50
commit c5a1f8b074

View file

@ -1,14 +1,14 @@
---
titel: Besluit kinderopvangtoeslag en tegemoetkomingen in kosten kinderopvang
titel: Besluit kinderopvangtoeslag
bwb_id: BWBR0017321
type: AMvB
status: geldend
datum_inwerkingtreding: '2005-11-28'
bron: https://wetten.overheid.nl/BWBR0017321
citeertitel: Besluit kinderopvangtoeslag en tegemoetkomingen in kosten kinderopvang
citeertitel: Besluit kinderopvangtoeslag
---
# Besluit kinderopvangtoeslag en tegemoetkomingen in kosten kinderopvang
# Besluit kinderopvangtoeslag
## Hoofdstuk 1. Algemeen
@ -23,6 +23,13 @@ d. maximum uurprijs: de maximaal voor kinderopvangtoeslag en voor tegemoetkoming
e. kosten van kinderopvang: het aantal uren kinderopvang per kind, vermenigvuldigd met de voor die kinderopvang te betalen prijs, met inachtneming van het bedrag, bedoeld in artikel 1.7, tweede lid, van de wet;
f. tegenwoordige arbeid: tegenwoordige arbeid als bedoeld in artikel 1.6, eerste lid, onder a of b, van de wet.
### Artikel 1a
Indien buitenschoolse opvang wordt geboden aan kinderen die basisonderwijs volgen waarvan de dagelijkse schooltijd verschillend is:
a. kan voor het eindtijdstip van de buitenschoolse opvang die voor de dagelijkse schooltijd plaatsvindt, worden uitgegaan van de dagelijkse schooltijd van de kinderen van wie de basisschool als laatste begint;
b. kan voor het aanvangstijdstip van de buitenschoolse opvang die na schooltijd plaatsvindt, worden uitgegaan van de dagelijkse schooltijd van de kinderen van wie de basisschool als eerste eindigt.
## Hoofdstuk 2. De kinderopvangtoeslag
### Paragraaf 1. Algemene berekeningsfactoren
@ -47,9 +54,9 @@ De hoogte van de kinderopvangtoeslag wordt voor iedere kalendermaand afzonderlij
De maximum uurprijs bedraagt voor:
a. dagopvang € 6,36;
b. buitenschoolse opvang € 5,93, en
c. gastouderopvang € 5,09.
a. dagopvang € 6,46;
b. buitenschoolse opvang € 6,02, en
c. gastouderopvang € 5,17.
**2.** Indien de prijs per uur kinderopvang hoger ligt dan de maximum uurprijs wordt bij de bepaling van de hoogte van de kinderopvangtoeslag per kind in plaats van de prijs per uur kinderopvang de maximum uurprijs in aanmerking genomen.
@ -72,28 +79,38 @@ Voor de berekening van de kinderopvangtoeslag is de verdeling van de toetsingsin
De bedragen van de toetsingsinkomens van de inkomensgroepen, bedoeld in artikel 6, worden aangepast overeenkomstig de ontwikkeling van de contractlonen, zoals deze voor het betrokken jaar, blijkens bekendmaking in het Centraal Economisch Plan in het voorafgaande jaar, is geraamd, waarbij onder ontwikkeling van de contractlonen wordt verstaan: het gemiddelde van de procentuele ontwikkeling van de contractlonen in de marktsector, de gepremieerde sector en de gesubsidieerde sector, en bij de overheid, zoals dit door het Centraal Planbureau wordt bekendgemaakt.
### Artikel 7a
Artikel 7 wordt niet toegepast voor de aanpassing van de bedragen van de toetsingsinkomens van de inkomensgroepen, bedoeld in artikel 6, per 1 januari 2013.
### Artikel 8
**1.** De kinderopvangtoeslag wordt uitgedrukt in een percentage van de kosten van kinderopvang.
**2.** De percentages, bedoeld in het eerste lid, worden vermeld in bijlage I.
**3.** Indien het toetsingsinkomen, bedoeld in artikel 6, € 82.111 of meer bedraagt, ontvangt de ouder voor de kosten van kinderopvang van het eerste kind, bedoeld in artikel 3, een kinderopvangtoeslag waarvan de hoogte minder dan 33,3 procent van die kosten betreft.
**4.** Indien het toetsingsinkomen, bedoeld in artikel 6, € 118.189 of meer bedraagt, wordt de kinderopvangtoeslag voor de kosten van kinderopvang van het eerste kind, bedoeld in artikel 3, op nul gesteld.
### Artikel 8a
**1.**
Het aantal uren kinderopvang dat voor een tegemoetkoming in aanmerking komt, bedraagt voor ieder kind:
Het aantal uren kinderopvang dat voor kinderopvangtoeslag in aanmerking komt, bedraagt voor ieder kind niet meer dan:
a. voor dagopvang en gastouderopvang aan een kind in de leeftijd, bedoeld in artikel 1, onderdeel b, gezamenlijk:
a. 230 uren per kalendermaand;
b. per berekeningsjaar:
per berekeningsjaar niet meer dan 140 procent van het aantal gewerkte uren van de ouder of partner die in dat berekeningsjaar de minste uren heeft gewerkt, waarbij reistijd niet wordt aangemerkt als gewerkte uren, en
per kalendermaand niet meer dan 230 uren,
b. voor buitenschoolse opvang en gastouderopvang aan een kind in de leeftijd, bedoeld in artikel 1, onderdeel c, gezamenlijk:
1°. 140 procent van het aantal gewerkte uren, waarbij reistijd niet wordt aangemerkt als gewerkte uren, voor dagopvang en gastouderopvang aan een kind in de leeftijd, bedoeld in artikel 1, onderdeel b, gezamenlijk;
2°. 70 procent van het aantal gewerkte uren, waarbij reistijd niet wordt aangemerkt als gewerkte uren, voor buitenschoolse opvang en gastouderopvang aan een kind in de leeftijd, bedoeld in artikel 1, onderdeel c, gezamenlijk;
3°. de duur van een voorziening die gericht is op arbeidsinschakeling of scholing, een opleiding of een cursus als bedoeld in artikel 1.6, eerste lid, onderdelen c tot en met j, van de wet uitgedrukt in kalendermaanden, vermenigvuldigd met 230 uren per kalendermaand.
per berekeningsjaar niet meer dan 70 procent van het aantal gewerkte uren van de ouder of partner die in dat berekeningsjaar de minste uren heeft gewerkt, waarbij reistijd niet wordt aangemerkt als gewerkte uren, en
per kalendermaand niet meer dan 230 uren.
**2.** Voor het aantal uren dat voor kinderopvangtoeslag in aanmerking komt, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, wordt uitgegaan van het aantal uren van de ouder of partner die in dat berekeningsjaar het minste uren heeft gewerkt, gebruik heeft gemaakt van een voorziening die gericht is op arbeidsinschakeling of scholing, een opleiding of een cursus heeft gevolgd.
**2.** Bij de toepassing van het eerste lid wordt indien een ouder of partner wegens werkloosheid niet langer arbeid als bedoeld in artikel 1.6, eerste lid, onderdeel a of b, van de wet verricht, gedurende drie kalendermaanden, gerekend vanaf de eerste dag na de dag waarop de arbeidsverhouding of het verrichten van arbeid in de onderneming van de partner is geëindigd, uitgegaan van het aantal uren dat de ouder of partner voorafgaand aan die werkloosheid werkte.
**3.** Indien de ouder of partner op hetzelfde moment in een berekeningsjaar kan worden aangemerkt als ouder, bedoeld in artikel 1.6, eerste lid, onderdeel a of b, van de wet en als ouder, bedoeld in artikel 1.6, eerste lid, onderdeel g of j, van de wet wordt voor het eerste lid, onderdeel b, uitgegaan van het subonderdeel dat leidt tot het meeste aantal uren als bedoeld in het eerste lid.
**4.** Bij de toepassing van het eerste lid wordt indien een ouder of partner niet langer arbeid als bedoeld in artikel 1.6, eerste lid, onderdeel a of b, van de wet verricht, gedurende drie kalendermaanden, gerekend vanaf de eerste dag na de dag waarop het verrichten van die arbeid is beëindigd, uitgegaan van het aantal uren dat de ouder of partner daaraan voorafgaand werkte.
### Paragraaf 2. Specifieke berekeningsfactor bij kinderopvangtoeslag voor ouder zonder partner
@ -107,7 +124,7 @@ Vervallen
### Artikel 11
Voor een ouder die geen partner heeft, wordt de kinderopvangtoeslag vermeerderd met een bedrag dat overeenkomt met een zesde deel van de kosten van kinderopvang.
Vervallen
### Artikel 12
@ -137,33 +154,23 @@ Vervallen
### Artikel 18
**1.** Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen geeft een beschikking tot verlening van de tegemoetkoming, bedoeld in artikel 1.30 van de wet, binnen vier weken na ontvangst van de aanvraag.
**2.** Indien een beschikking als bedoeld in het eerste lid niet binnen de in dat lid genoemde termijn kan worden gegeven, kan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen deze termijn met een door hem te bepalen redelijke termijn verlengen. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen stelt de ouder daarvan in kennis.
Vervallen
### Artikel 19
De tegemoetkoming van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen wordt verleend voor de periode van een berekeningsjaar. In afwijking van de vorige volzin kan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen de tegemoetkoming voor een andere periode verlenen.
Vervallen
### Artikel 20
De tegemoetkoming van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen wordt in de vorm van een voorschot in maandelijkse termijnen uitbetaald.
Vervallen
### Artikel 21
**1.** Een voorschot op de tegemoetkoming van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen waarvan de beschikking tot voorschotverlening een dagtekening heeft die ligt voor 1 februari van het berekeningsjaar wordt door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen uitbetaald in 12 gelijke termijnen. De eerste termijnbetaling vindt plaats in de maand die in de dagtekening is vermeld en elk van de volgende termijnbetalingen telkens een maand later.
**2.** Een voorschot op de tegemoetkoming van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen waarvan de beschikking een dagtekening heeft die ligt na 31 januari doch voor 1 december van het berekeningsjaar, wordt uitbetaald in zoveel gelijke termijnen als er met inbegrip van de maand die in de dagtekening is vermeld, nog maanden van dat jaar overblijven. De eerste termijnbetaling vindt plaats in de maand die in de dagtekening is vermeld en elk van de volgende termijnbetalingen telkens een maand later.
**3.** Een voorschot op de tegemoetkoming van het Uitvoeringinstituut werknemersverzekeringen waarvan de beschikking een dagtekening heeft die ligt na 30 november van het berekeningsjaar, wordt in één bedrag uitbetaald in de maand van de dagtekening.
**4.** In afwijking van het eerste en tweede lid wordt, op verzoek van de ouder die slechts voor een deel van het berekeningsjaar aanspraak heeft op een tegemoetkoming, een voorschot op de tegemoetkoming van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen in zoveel gelijke termijnen uitbetaald als het aantal kalendermaanden waarin de aanspraak bestaat.
Vervallen
### Artikel 22
**1.** Binnen vier weken na afloop van de periode waarvoor de tegemoetkoming van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen is verleend, dient een ouder de aanvraag tot vaststelling van de tegemoetkoming in. De aanvraag gaat vergezeld van een overzicht van de feitelijke kosten van kinderopvang over deze periode.
**2.** Binnen acht weken na ontvangst van de aanvraag tot vaststelling stelt het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen de tegemoetkoming vast.
Vervallen
## Hoofdstuk 4. Slotbepalingen
@ -173,11 +180,7 @@ Artikel 7 is niet van toepassing voor de aanpassingen voor het jaar 2009.
### Artikel 22b
**1.** Voor het tegemoetkomingsjaar 2005 blijft het Besluit tegemoetkoming kosten kinderopvang zoals dit luidde op 31 december 2005, van toepassing op de tegemoetkoming van het Rijk, en voor het berekeningsjaar 2006 blijft het Besluit kinderopvangtoeslag en tegemoetkomingen in kosten kinderopvang zoals dit luidde op 31 december 2006, van toepassing op de kinderopvangtoeslag.
**2.** Voor het tegemoetkomingsjaar 2005 blijft het Besluit tegemoetkoming kosten kinderopvang zoals dit luidde op 31 december 2005, van toepassing op de extra tegemoetkoming van het Rijk, en voor het berekeningsjaar 2006 blijft het Besluit kinderopvangtoeslag en tegemoetkomingen in kosten kinderopvang zoals dit luidde op 31 december 2006, van toepassing op de extra kinderopvangtoeslag.
**3.** Voor de berekeningsjaren 2007 en 2008 blijft het Besluit kinderopvangtoeslag en tegemoetkomingen in kosten kinderopvang zoals dit luidde op 31 december 2008, van toepassing op de kinderopvangtoeslag.
Voor een berekeningsjaar dat voorafgaat aan 2013 blijft dit besluit, zoals dat luidde op 31 december van dat berekeningsjaar, van toepassing op de kinderopvangtoeslag en de tegemoetkoming, bedoeld in artikel 1.5, eerste lid, van de wet zoals dat luidde op 31 december 2012.
### Artikel 23
@ -185,7 +188,7 @@ Dit besluit treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.
### Artikel 24
Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit kinderopvangtoeslag en tegemoetkomingen in kosten kinderopvang.
Dit Besluit wordt aangehaald als: Besluit kinderopvangtoeslag.
## Bijlage I. , behorende bij