2019-02-01 | BWBR0040407 | Besluit experiment instellingsaccreditatie met lichtere opleidingsaccreditatie

This commit is contained in:
Coornhert 2019-02-01 12:00:00 +00:00
parent b035dd3f0a
commit cb5687b5a3

View file

@ -16,21 +16,32 @@ citeertitel: Besluit experiment instellingsaccreditatie met lichtere opleidingsa
In dit besluit wordt verstaan onder:
- *accreditatiekader:* accreditatiekader als bedoeld in artikel 1.1 van de wet;
- *deelnemende instelling:* instelling voor hoger onderwijs die op grond van artikel 10 is geselecteerd voor deelname aan het experiment;
- *erkenning ITK:* erkenning ITK als bedoeld in artikel 1.1 van de wet;
- *instelling voor hoger onderwijs:* instelling voor hoger onderwijs als bedoeld in artikel 1.1 van de wet;
- *instellingsaccreditatie:* instellingsaccreditatie, verleend op grond van artikel 11;
- *instellingsbestuur:* instellingsbestuur als bedoeld in artikel 1.1 van de wet;
- *instellingstoets kwaliteitszorg:* instellingstoets kwaliteitszorg als bedoeld in artikel 1.1 van de wet;
- *kwaliteitsaspecten I:*
a. voor zover het een deelnemende instelling betreft waaraan een instellingstoets kwaliteitszorg is verleend de aspecten van kwaliteit, genoemd in artikel 5a.13f, eerste lid, onder a en c, van de wet;
b. voor zover het een deelnemende instelling betreft waaraan geen instellingstoets kwaliteitszorg is verleend de aspecten van kwaliteit, genoemd in artikel 5a.8, tweede lid, onder a en c, van de wet;
a. het beoogde eindniveau van de opleiding, gelet op hetgeen internationaal gewenst en gangbaar is; en
b. het gerealiseerde eindniveau van de opleiding, gelet op hetgeen internationaal gewenst en gangbaar is;
- *kwaliteitsaspecten II:*
a. voor zover het een deelnemende instelling betreft waaraan een instellingstoets kwaliteitszorg is verleend de aspecten van kwaliteit, genoemd in artikel 5a.13f, eerste lid, onder b en d, van de wet;
b. voor zover het een deelnemende instelling betreft waaraan geen instellingstoets kwaliteitszorg is verleend de aspecten van kwaliteit, genoemd in artikel 5a.8, tweede lid, onder b, d, e, f en g, van de wet;
a. voor zover het een deelnemende instelling betreft waaraan een erkenning ITK is verleend:
1°. de inhoud en opzet van het onderwijsprogramma;
2°. de kwaliteit van het docententeam; en
3°. de deugdelijkheid van de beoordeling, toetsing en examinering van de studenten;
b. voor zover het een deelnemende instelling betreft waaraan geen erkenning ITK is verleend:
1°. de inhoud en opzet van het onderwijsprogramma;
2°. de kwaliteit van het docententeam;
3°. de opleidingsspecifieke voorzieningen alsmede de instellingsbrede voorzieningen die van invloed zijn op de kwaliteit van de opleiding, daaronder mede begrepen voldoende studiebegeleiding en voorzieningen die de toegankelijkheid en studeerbaarheid voor studenten met een functiebeperking bevorderen;
4°. de vormgeving en effectiviteit van de interne kwaliteitszorg gericht op de systematische verbetering van de opleiding; en
5°. de deugdelijkheid van beoordeling, toetsing en examinering van de studenten;
- *medezeggenschapsraad:* gezamenlijke vergadering als bedoeld in artikel 9.30a, 10.16b, of 11.13 van de wet, universiteitsraad als bedoeld in artikel 9.31 of 11.13 van de wet, of medezeggenschapsraad als bedoeld in artikel 10.17 van de wet;
- *NVAO:* accreditatieorgaan als bedoeld in artikel 5a.2, eerste lid, van de wet;
- *NVAO:* accreditatieorgaan als bedoeld in artikel 5.2, eerste lid, van de wet;
- *Onze Minister:* Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap;
- *wet:*
Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek.
@ -55,17 +66,17 @@ Onverminderd artikel 10, vijfde lid, vangt het experiment aan op 1 september 201
### Artikel 4
In afwijking van artikel 5a.2, tweede lid, van de wet, is artikel 13 van toepassing.
In afwijking van artikel 5.2, tweede lid, onderdelen c en d, en artikel 5.14 van de wet, is artikel 13 van toepassing.
### Artikel 5
**1.** Het accreditatieorgaan werkt in afwijking van artikel 5a.2a van de wet voor de verlening van de accreditatie in het kader van dit experiment volgens de wijze beschreven in de bijlage bij dit besluit. Voor zover in bijlage 1, behorende bij dit besluit, geen afwijking is beschreven, is het accreditatiekader, bedoeld in artikel 5a.2a van de wet, van toepassing.
**1.** Het accreditatieorgaan werkt in afwijking van artikel 5.3 van de wet voor de verlening van de accreditatie in het kader van dit experiment volgens de wijze beschreven in de bijlage bij dit besluit. Voor zover in bijlage 1, behorende bij dit besluit, geen afwijking is beschreven, is het accreditatiekader, bedoeld in artikel 5.3 van de wet, van toepassing.
**2.** Voor de beoordeling van de kwaliteitsaspecten II wordt in afwijking van artikel 5a.2a van de wet ten minste voldaan aan de voorschriften die zijn opgenomen in bijlage 2, behorende bij dit besluit.
**2.** Voor de beoordeling van de kwaliteitsaspecten II wordt in afwijking van artikel 5.3 van de wet ten minste voldaan aan de voorschriften die zijn opgenomen in bijlage 2, behorende bij dit besluit.
### Artikel 6
Indien aan een instellingsbestuur instellingsaccreditatie is verleend worden de opleidingen aan die instelling, in afwijking van de artikelen 5a.8 tot en met 5a.10 of 5a.13f van de wet, bij accreditatie beoordeeld op grond van paragraaf 2.5.
Indien aan een instellingsbestuur instellingsaccreditatie is verleend worden de opleidingen aan die instelling, in afwijking van de artikelen 5.11 tot en met 5.19 en 5.25 van de wet, bij accreditatie beoordeeld op grond van paragraaf 2.5.
### Artikel 7
@ -83,31 +94,37 @@ In afwijking van de artikelen 9.30a, tweede lid, 9.33, eerste lid, 10.16b, tweed
**1.**
Onze Minister kan op aanvraag van het instellingsbestuur goedkeuren dat een instelling voor hoger onderwijs deelneemt aan het experiment, indien:
Onze Minister kan op aanvraag van een instellingsbestuur toestemming verlenen voor deelname aan het experiment, indien:
a. het instellingsbestuur:
1°. van een bekostigde instelling voor hoger onderwijs, instemming van de medezeggenschapsraad heeft verkregen voor deelname aan het experiment, of
2°. van een niet-bekostigde instelling voor hoger onderwijs, voldoende draagvlak voor het experiment onder studenten en docenten aantoont;
b. de opleidingen waarmee het instellingsbestuur wenst deel te nemen aan het experiment zijn geaccrediteerd;
c. het instellingsbestuur beschrijft op welke wijze de met dit besluit geboden innovatieruimte ten aanzien van de kwaliteitsaspecten II wordt benut; en
d. voor zover aan een opleiding van het instellingsbestuur in de periode van zes jaar voorafgaand aan de datum van aanvraag tot deelname aan het experiment een herstelperiode als bedoeld artikel 5a.12a, eerste lid, van de wet is verleend en na afloop van die herstelperiode in alle gevallen opnieuw accreditatie is verleend, of de aanvraag tot het verlenen van accreditatie is ingetrokken.
1°. van een bekostigde instelling voor hoger onderwijs, instemming van de medezeggenschapsraad heeft verkregen voor deelname aan het experiment met bepaalde opleidingen, of
2°. van een niet-bekostigde instelling voor hoger onderwijs, voldoende draagvlak voor deelname aan het experiment met bepaalde opleidingen aantoont onder studenten en docenten;
b. aan de opleidingen waarmee het instellingsbestuur wenst deel te nemen aan het experiment, accreditatie bestaande opleiding als bedoeld in artikel 5.11 van de wet is verleend;
c. het instellingsbestuur beschrijft op welke wijze de met dit besluit geboden innovatieruimte ten aanzien van de kwaliteitsaspecten II wordt benut;
d. voor zover aan een opleiding van het instellingsbestuur in de periode van zes jaar voorafgaand aan de datum van aanvraag tot deelname aan het experiment accreditatie bestaande opleiding onder voorwaarden is verleend als bedoeld artikel 5.17, tweede lid, van de wet, na afloop van de termijn voor herbeoordeling, bedoeld in artikel 3.11, eerste lid, onderdeel b, van het Uitvoeringsbesluit WHW 2008, in alle gevallen accreditatie bestaande opleiding is verleend als bedoeld in artikel 5.16, eerste lid, van de wet of indien het visitatierapport niet is overgelegd op de datum, bedoeld in artikel 5.16, tweede lid, van de wet, dan wel de datum, bedoeld in artikel 5.16, vierde lid, van de wet, indien Onze Minister daaraan toepassing heeft gegeven; en
e. voor zover aan een opleiding van het instellingsbestuur in de periode van zes jaar voorafgaand aan de datum van aanvraag tot deelname aan het experiment een herstelperiode is verleend op grond van artikel 5a.12a, eerste lid, van de wet zoals deze luidde voor de inwerkingtreding van de Wet accreditatie op maat, en na afloop van die herstelperiode in alle gevallen opnieuw accreditatie is verleend, of de aanvraag tot het verlenen van accreditatie is ingetrokken.
**2.** Een instelling voor hoger onderwijs waaraan geen instellingstoets kwaliteitszorg is verleend, kan slechts deelnemen aan het experiment, indien de instelling voor hoger onderwijs in de periode van zes jaar voorafgaand aan de datum van aanvraag tot deelname aan het experiment voor alle opleidingen aan die instelling het oordeel goed of excellent, bedoeld in artikel 5a.8, eerste lid, onder d, van de wet, heeft verkregen voor het bedoelde in artikel 5a.8, tweede lid, onder g, van de wet.
**2.**
**3.** Een instelling voor hoger onderwijs waaraan een instellingstoets kwaliteitszorg is verleend, kan slechts deelnemen aan het experiment indien aan die instellingstoets kwaliteitszorg geen voorwaarden zijn gesteld als bedoeld in artikel 5a.13e, vierde lid, van de wet.
Een instelling voor hoger onderwijs waaraan geen erkenning ITK is verleend, kan slechts deelnemen aan het experiment, indien de instelling voor hoger onderwijs in de periode van zes jaar voorafgaand aan de datum van aanvraag tot deelname aan het experiment, voor alle opleidingen aan die instelling:
a. die voor de inwerkingtreding van de Wet accreditatie op maat zijn geaccrediteerd, het oordeel goed of excellent, bedoeld in artikel 5a.8, eerste lid, onderdeel d, van de wet, zoals deze luidde voor de Wet accreditatie op maat heeft verkregen voor het kwaliteitsaspect, bedoeld in artikel 5a.8, tweede lid, onderdeel g, van de wet;
b. die na inwerkingtreding van de Wet accreditatie op maat zijn geaccrediteerd het oordeel voldoende, bedoeld in artikel 5.15, zesde lid, van de wet, heeft verkregen voor het kwaliteitsaspect, bedoeld in artikel 5.12, onder e, van de wet.
**3.** Een instelling voor hoger onderwijs waaraan een erkenning ITK is verleend kan slechts deelnemen aan het experiment indien de erkenning ITK niet onder voorwaarden is verleend of verlengd als bedoeld in artikel 5.27, tweede lid, van de wet.
### Artikel 10
**1.** Onze Minister vraagt advies aan de NVAO alvorens op de aanvraag, bedoeld in artikel 9, eerste lid, te beslissen.
**2.** De NVAO toetst of aan de voorwaarden, bedoeld in artikel 9, is voldaan. Ten aanzien van de voorwaarde, bedoeld in artikel 9, eerste lid, onder c, wordt uitsluitend getoetst of de beschrijving aanwezig is.
**2.** De NVAO toetst of aan de voorwaarden, bedoeld in artikel 9, is voldaan. Ten aanzien van de voorwaarde, bedoeld in artikel 9, eerste lid, onderdeel c, wordt uitsluitend getoetst of de beschrijving aanwezig is.
**3.** Aan het experiment nemen ten hoogste zes instellingen voor hoger onderwijs deel.
**4.** Indien meer dan zes aanvragen tot deelname aan het experiment kunnen worden goedgekeurd, weegt de NVAO de diversiteit van instellingen voor hoger onderwijs mee in het advies en indien nodig de resterende looptijd van de verleende instellingstoets kwaliteitszorg.
**4.** Indien meer dan zes aanvragen tot deelname aan het experiment kunnen worden goedgekeurd, weegt de NVAO de diversiteit van instellingen voor hoger onderwijs mee in het advies en indien nodig de resterende looptijd van de verleende erkenning ITK.
**5.** Onze Minister kan besluiten af te zien van de aanvang van het experiment indien er onvoldoende aanvragen zijn ingediend of de aanvragen zijn onvoldoende divers om de doeltreffendheid en de effecten van het experiment te meten.
**5.** Onze Minister kan besluiten af te zien van de aanvang van het experiment indien er onvoldoende aanvragen zijn ingediend of de aanvragen onvoldoende divers zijn om de doeltreffendheid en de effecten van het experiment te meten.
### Paragraaf 2.4. Verlening instellingsaccreditatie
@ -117,7 +134,7 @@ d. voor zover aan een opleiding van het instellingsbestuur in de periode van zes
**2.** De instellingsaccreditatie vervalt met ingang van 1 oktober 2024. De instellingsaccreditatie blijft van toepassing voor een aanvraag tot verlening van accreditatie die bij de NVAO is ingediend indien de visitaties zijn gestart op een tijdstip voor de vervaldatum, genoemd in de eerste volzin.
**3.** Artikel 5a.9, negende lid, van de wet is van overeenkomstige toepassing op de verlening van accreditatie op grond van paragraaf 2.5.
**3.** Artikel 5.15, vijfde lid, van de wet is van overeenkomstige toepassing op de verlening van accreditatie op grond van paragraaf 2.5.
### Paragraaf 2.5. Lichtere opleidingsaccreditatie
@ -127,7 +144,7 @@ d. voor zover aan een opleiding van het instellingsbestuur in de periode van zes
**2.**
Het instellingsbestuur besluit niet tot wijziging van de aan de NVAO gemelde opleidingen, voordat het instellingsbestuur:
Het instellingsbestuur besluit niet tot deelname van andere opleidingen dan de opleidingen waarvoor instemming van de medezeggenschapsraad als bedoeld in artikel 9, eerste lid, onderdeel a, onder 1°, is verkregen of waarvoor draagvlak is aangetoond als bedoeld in artikel 9, eerste lid, onderdeel a, onder 2°, voordat het instellingsbestuur:
a. van een bekostigde instelling voor hoger onderwijs, instemming van de medezeggenschapsraad heeft verkregen voor de wijziging, of
b. van een niet-bekostigde instelling voor hoger onderwijs, voldoende draagvlak onder studenten en docenten heeft aangetoond voor de wijziging.
@ -138,19 +155,17 @@ b. van een niet-bekostigde instelling voor hoger onderwijs, voldoende draagvlak
**1.** Het instellingsbestuur van een deelnemende instelling kan een commissie van deskundigen samenstellen ter beoordeling van een opleiding op de kwaliteitsaspecten II.
**2.** Het instellingsbestuur kan besluiten de commissie, bedoeld in het eerste lid, ook de kwaliteitsaspecten I te laten beoordelen. In dat geval is artikel 5a.2, tweede lid, tweede volzin, van de wet van toepassing op die beoordeling en is in afwijking van artikel 5bijlage 1, onder 1 en 2, niet van toepassing.
**2.** Het instellingsbestuur kan besluiten de commissie, bedoeld in het eerste lid, ook de kwaliteitsaspecten I te laten beoordelen. In dat geval is artikel 5.2, tweede lid, onder c, en artikel 5.14, van de wet van toepassing op die beoordeling en is in afwijking van artikel 5, bijlage 1, onder 1 en 2, niet van toepassing.
**3.** Het instellingsbestuur kan besluiten de opleidingen waarmee de instelling deelneemt aan dit experiment, in afwijking van artikel 5a.2, lid 3a, niet door de NVAO in te laten delen in visitatiegroepen. Indien het instellingsbestuur dat besluit, geeft de deelnemende instelling op andere wijze vorm aan de beoordeling van de vergelijkbaarheid van de opleidingen voor de kwaliteitsaspecten I.
**3.** Het instellingsbestuur kan besluiten de opleidingen waarmee de instelling deelneemt aan dit experiment, in afwijking van artikel 5.2, tweede lid, onder a, niet door de NVAO in te laten delen in visitatiegroepen. Indien het instellingsbestuur dat besluit, geeft de deelnemende instelling op andere wijze vorm aan de beoordeling van de vergelijkbaarheid van de opleidingen voor de kwaliteitsaspecten I.
### Artikel 14
**1.** Bij de beoordeling van de aanvraag om accreditatie voor een opleiding van een deelnemende instelling worden uitsluitend de kwaliteitsaspecten I door de NVAO beoordeeld.
**1.** Een opleiding van een deelnemende opleiding wordt in het kader van behoud van accreditatie bestaande opleiding als bedoeld in artikel 5.16 van de wet, uitsluitend herbeoordeeld op de kwaliteitsaspecten I.
**2.** De kwaliteitsaspecten II worden op een door de deelnemende instelling te bepalen wijze beoordeeld, daarbij is het accreditatiekader, bedoeld in artikel 5a.2a van de wet, niet van toepassing op de opleidingsbeoordeling, met uitzondering van het bepaalde in bijlage 1, behorende bij dit besluit.
**2.** De kwaliteitsaspecten II worden op een door de instelling te bepalen wijze beoordeeld overeenkomstig bijlage 2 behorende bij dit besluit.
**3.** De kwaliteitsaspecten II worden niet door de NVAO beoordeeld.
**4.** De opleidingen worden ten minste eens in de zes jaar op een door de deelnemende instelling te bepalen moment beoordeeld op de kwaliteitsaspecten II. De beoordeling vindt ten minste een maal plaats gedurende de experimenteerperiode, bedoeld in artikel 3, en vindt niet later plaats dan twee jaar na afloop van de geldigheidsduur van het laatste besluit tot verlening van accreditatie of wanneer de verleende accreditatie is verlengd niet later dan ten hoogste drie jaar na afloop van de geldigheidsduur van het laatste besluit tot verlening van accreditatie.
**3.** Gedurende de experimenteerperiode worden de deelnemende opleidingen ten minste eenmaal beoordeeld op de kwaliteitsaspecten II overeenkomstig de voorschriften van dit besluit. De beoordeling geschiedt uiterlijk twee jaar na de datum van overlegging van het visitatierapport, bedoeld in artikel 5.16, tweede lid, van de wet, dan wel uiterlijk een jaar na de datum van overlegging van het visitatierapport, bedoeld in artikel 5.16, vierde lid, van de wet, indien Onze Minister daaraan toepassing heeft gegeven.
### Artikel 15
@ -164,7 +179,11 @@ Indien een instellingsbestuur met een gereglementeerde opleiding als bedoeld in
### Artikel 17
Accreditatie van opleidingen wordt verleend overeenkomstig artikel 5a.9 van de wet.
Een deelnemende opleiding behoudt accreditatie bestaande opleiding als bedoeld in artikel 5.16 van de wet, tenzij:
a. niet wordt voldaan aan de voorschriften, bedoeld in de artikelen 13 en 14;
b. de opleiding op het kwaliteitsaspect «het beoogde eindniveau van de opleiding, gelet op hetgeen internationaal gewenst en gangbaar is» het oordeel onvoldoende verkrijgt; of
c. de opleiding op het kwaliteitsaspect «het gerealiseerde eindniveau van de opleiding, gelet op hetgeen internationaal gewenst en gangbaar is» tekortkomingen bevat die naar het oordeel van de NVAO niet binnen afzienbare tijd kunnen worden weggenomen.
### Artikel 18
@ -178,13 +197,13 @@ c. het verlenen van medewerking aan de monitoring van het experiment, waaronder
### Artikel 19
**1.** Indien een opleiding van een deelnemende instelling als onvoldoende wordt beoordeeld op het kwaliteitsaspect, bedoeld in artikel 5a.13f, eerste lid, onder c, onderscheidenlijk artikel 5a.8, tweede lid, onder c, van de wet, is paragraaf 2.5 niet langer van toepassing op deze opleiding.
**1.** Indien een opleiding van een deelnemende instelling als onvoldoende wordt beoordeeld op het kwaliteitsaspect, bedoeld in artikel 5a.13f, eerste lid, onder c, onderscheidenlijk artikel 5.12, tweede lid, onderdeel b, van de wet, is paragraaf 2.5 niet langer van toepassing op deze opleiding.
**2.** De opleiding, bedoeld in het eerste lid, wordt door de NVAO beoordeeld op de kwaliteitsaspecten II.
**3.** De beoordeling, bedoeld in het tweede lid vindt plaats binnen een redelijke termijn en voor deze beoordeling is een indeling in een visitatiegroep, in afwijking van artikel 5a.2, lid 3a, van de wet, niet verplicht.
**3.** De beoordeling, bedoeld in het tweede lid vindt plaats binnen een redelijke termijn en voor deze beoordeling is een indeling in een visitatiegroep, in afwijking van artikel 5.2, tweede lid, van de wet, niet verplicht.
**4.** Na de herstelperiode, bedoeld in artikel 5a.12a van de wet, wordt de opleiding, bedoeld in het eerste lid, uitsluitend door de NVAO herbeoordeeld op de aspecten van kwaliteit die als onvoldoende zijn beoordeeld.
**4.** De herbeoordeling, bedoeld in artikel 3.11, eerste lid, onderdeel b, van het Uitvoeringsbesluit WHW 2008, ziet enkel op de kwaliteitsaspecten die als onvoldoende zijn beoordeeld.
### Artikel 20
@ -199,13 +218,13 @@ b. een representatieve vertegenwoordiging van de onderwijsgemeenschap van een ni
### Artikel 22
De instellingsaccreditatie wordt door Onze Minister ingetrokken indien aan een deelnemende instelling gedurende de experimenteerperiode, bedoeld in artikel 3, niet opnieuw een instellingstoets kwaliteitszorg wordt verleend of aan de verlening van een instellingstoets kwaliteitszorg voorwaarden als bedoeld in artikel 5a.13e, zesde lid, van de wet zijn gesteld.
De instellingsaccreditatie wordt door Onze Minister ingetrokken indien aan een deelnemende instelling gedurende de experimenteerperiode, bedoeld in artikel 3, de verlenging van de erkenning ITK wordt geweigerd op grond van artikel 5.27, eerste lid, van de wet of de verlenging van de erkenning ITK onder voorwaarden wordt verleend op grond van artikel 5.27, tweede lid, van de wet.
### Artikel 23
**1.** Een aanvraag tot verlening van accreditatie die bij de NVAO is ingediend wordt beoordeeld op grond van dit besluit indien de visitaties zijn gestart op een tijdstip voordat de instellingsaccreditatie op grond van artikel 20, 21 of 22 wordt ingetrokken.
**1.** Een opleiding wordt beoordeeld op grond van dit besluit indien de visitaties zijn gestart op een tijdstip voordat de instellingsaccreditatie op grond van artikel 20, 21 of 22 wordt ingetrokken.
**2.** In afwijking van het eerste lid kan Onze Minister in het belang van de kwaliteit van het onderwijs besluiten dat de opleidingsaccreditatie niet langer op grond van dit besluit wordt beoordeeld.
**2.** In afwijking van het eerste lid kan Onze Minister in het belang van de kwaliteit van het onderwijs besluiten dat de opleiding niet langer op grond van dit besluit wordt beoordeeld.
## Hoofdstuk 3. Evaluatie
@ -243,8 +262,8 @@ c. de doelmatigheid van instellingsaccreditatie met lichtere opleidingsaccredita
Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst en vervalt met ingang van 1 oktober 2024, met dien verstande dat dit besluit van toepassing blijft op een op grond van dit besluit verleende accreditatie.
## Bijlage 1. , behorende bij
## Bijlage 1. behorende bij
In afwijking van en in aanvulling op het accreditatiekader, bedoeld in artikel 5a.2a van de wet, geldt voor de verlening van accreditatie in het kader van dit experiment de volgende werkwijze.
In afwijking van en in aanvulling op het accreditatiekader, bedoeld in artikel 5.3 van de wet, geldt voor de verlening van accreditatie in het kader van dit experiment de volgende werkwijze.
## Bijlage 2. behorende bij