2007-02-01 | BWBR0009950 | Telecommunicatiewet
This commit is contained in:
parent
5c487e3e5f
commit
cb5b0fcd23
1 changed files with 226 additions and 74 deletions
|
|
@ -41,7 +41,7 @@ v. minimumpakket van huurlijnen: door de Commissie van de Europese Gemeenschappe
|
|||
w. openbaar telefoonnetwerk: elektronisch communicatienetwerk dat wordt gebruikt om openbare telefoondiensten aan te bieden; het ondersteunt de overdracht tussen netwerkaansluitpunten van spraakcommunicatie en ook andere vormen van communicatie, zoals fax en data;
|
||||
x. openbare telefoondienst: dienst die voor het publiek beschikbaar is voor uitgaande en binnenkomende gesprekken;
|
||||
y. programma: programma als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder f, van de Mediawet;
|
||||
z. kabels: kabels en de daarbij behorende ondersteuningswerken, beschermingswerken en signaalinrichtingen, alsmede inrichtingen, bestemd om daarin verbinding tot stand te brengen tussen kabels in, op of boven openbare gronden enerzijds en kabels in gebouwen en daarmee één geheel vormende gronden anderzijds dan wel tussen laatstgenoemde kabels onderling;
|
||||
z. kabels: fysieke geleidingsdraden bestemd voor de rechtstreekse overdracht van signalen tussen punten en de bij deze fysieke geleidingsdraden behorende ondergrondse ondersteuningswerken, beschermingswerken en signaalinrichtingen, alsmede inrichtingen, bestemd om daarin verbinding tot stand te brengen tussen fysieke geleidingsdraden in, op of boven openbare gronden enerzijds en fysieke geleidingsdraden in gebouwen en daarmee één geheel vormende gronden anderzijds dan wel tussen laatstgenoemde fysieke geleidingsdraden onderling;
|
||||
aa. openbare gronden:
|
||||
|
||||
1º. openbare wegen met inbegrip van de daartoe behorende stoepen, glooiingen, bermen, sloten, bruggen, viaducten, tunnels, duikers, beschoeiingen en andere werken;
|
||||
|
|
@ -80,7 +80,8 @@ vv. veilig middel voor het aanmaken van elektronische handtekeningen: een middel
|
|||
ww. elektronische handtekening: elektronische handtekening als bedoeld in artikel 15a, vierde lid, van Titel 1, afdeling 1A van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek;
|
||||
xx. ondertekenaar: voor de toepassing van deze wet geldt de definitiebepaling van artikel 15a, vijfde lid, van Titel 1, afdeling 1A van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek;
|
||||
yy. openbare betaaltelefoon: voor het publiek toegankelijk telefoontoestel waarmee uitgaande gesprekken gevoerd kunnen worden en waarvan de betaling voor het gebruik kan geschieden door middel van munten, krediet- of debetkaarten of vooruitbetaalde telefoonkaarten;
|
||||
zz. notificatierichtlijn: richtlijn nr. 98/34/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 22 juni 1998 betreffende een informatieprocedure op het gebied van normen en technische voorschriften en regels betreffende de diensten van de informatiemaatschappij (PbEG L 204).
|
||||
zz. notificatierichtlijn: richtlijn nr. 98/34/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 22 juni 1998 betreffende een informatieprocedure op het gebied van normen en technische voorschriften en regels betreffende de diensten van de informatiemaatschappij (PbEG L 204);
|
||||
aaa. programmadienst: dienst die geheel of hoofdzakelijk bestaat uit het aanbieden van programma’s aan het algemene publiek of een deel daarvan.
|
||||
|
||||
### Artikel 1.2
|
||||
|
||||
|
|
@ -603,112 +604,227 @@ b. stelt voor interconnectie verband houdende met een krachtens het eerste lid o
|
|||
|
||||
**4.** Een erkenning wordt door Onze Minister ingetrokken indien niet meer wordt voldaan aan de voorschriften of de regels, bedoeld in het eerste en tweede lid. Van een beschikking tot intrekking van een erkenning wordt mededeling gedaan door plaatsing in de Staatscourant.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 5. Gedoogplicht voor aanleg, instandhouding en opruiming van kabels
|
||||
## Hoofdstuk 5. Aanleg, instandhouding en opruiming van kabels
|
||||
|
||||
### Paragraaf 5.1. De gedoogplicht
|
||||
|
||||
#### Paragraaf 5.1.1. Algemene bepalingen
|
||||
|
||||
### Artikel 5.1
|
||||
|
||||
**1.** Eenieder is, behoudens artikel 5.2 en onverminderd het in dit hoofdstuk geregelde recht op schadevergoeding, verplicht de aanleg en instandhouding van kabels ten dienste van een openbaar elektronisch communicatienetwerk en de aanleg en instandhouding van niet gevulde mantelbuizen in en op openbare gronden, alsmede de opruiming daarvan, te gedogen.
|
||||
|
||||
**2.** De in het eerste lid bedoelde verplichting strekt zich, behoudens artikel 5.3 en onverminderd het in dit hoofdstuk geregelde recht op schadevergoeding, wat betreft interlokale en internationale kabels tevens uit tot alle andere gronden, uitgezonderd afgesloten tuinen en erven die met bewoonde percelen één geheel vormen.
|
||||
|
||||
**3.** Door de aanleg, de instandhouding en de opruiming van kabels wordt geen verandering in de bestemming en zo min mogelijk belemmering in het gebruik van de gronden gebracht.
|
||||
In dit hoofdstuk en de daarop berustende bepalingen wordt onder een aanbieder van een openbaar elektronisch communicatienetwerk mede verstaan degene die in eigen naam en voor eigen rekening kabels ten dienste van een dergelijk netwerk aanlegt, instandhoudt en opruimt.
|
||||
|
||||
### Artikel 5.2
|
||||
|
||||
**1.** Burgemeester en wethouders zijn belast met de coördinatie van de binnen het grondgebied van de gemeente door aanbieders van openbare telecommunicatienetwerken of van omroepnetwerken uit te voeren werkzaamheden in verband met de aanleg en instandhouding van kabels, bedoeld in artikel 5.1, eerste lid.
|
||||
**1.** De rechthebbende op of de beheerder van openbare gronden is verplicht te gedogen dat ten dienste van een openbaar elektronisch communicatienetwerk kabels in en op deze gronden worden aangelegd, instandgehouden of opgeruimd.
|
||||
|
||||
**2.** Bij deze coördinatie worden mede betrokken andere werkzaamheden en andere belangen dan waarin door deze wet wordt voorzien. De coördinatie mag niet leiden tot een zodanige vertraging van voorgenomen werkzaamheden dat redelijkerwijs niet meer kan worden gesproken van gedogen als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid.
|
||||
**2.** Voor zover het de aanleg, instandhouding of opruiming van andere dan lokale kabels betreft strekt de gedoogplicht zich tevens uit tot niet-openbare gronden, uitgezonderd tuinen en erven die met bewoonde percelen één geheel vormen.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
**3.** Voor zover het voor het aansluiten van gebruikers op een openbaar elektronisch communicatienetwerk nodig is, strekt de gedoogplicht zich wat lokale kabels betreft tevens uit tot niet-openbare gronden, met inbegrip van tuinen en erven die met bewoonde percelen één geheel vormen.
|
||||
|
||||
Een aanbieder van een openbaar elektronisch communicatienetwerk gaat slechts over tot het verrichten van werkzaamheden als bedoeld in het eerste lid indien deze:
|
||||
**4.** Voor zover het voor het aansluiten van gebruikers op een openbaar elektronisch communicatienetwerk nodig is, is bovendien de rechthebbende op een gebouw verplicht de aanleg, instandhouding of opruiming van netwerkaansluitpunten en kabels in en aan dit gebouw te gedogen.
|
||||
|
||||
a. het voornemen daartoe heeft gemeld bij burgemeester en wethouders van de desbetreffende gemeente, en
|
||||
b. van burgemeester en wethouders instemming heeft verkregen omtrent tijdstip, plaats en werkwijze van uitvoering van de werkzaamheden.
|
||||
**5.** Indien ten behoeve van een andere toepassing dan elektronische communicatie bovengrondse ondersteuningswerken zijn of worden aangelegd waarmee ten behoeve van die toepassing bovengronds fysieke draden zijn of worden aangelegd, is de rechthebbende op of de beheerder van openbare of niet-openbare grond waarboven deze draden zijn of worden aangelegd, verplicht te gedogen dat met de uitsluitende gebruikmaking van deze bovengrondse ondersteuningswerken tevens kabels ten behoeve van een openbaar elektronisch communicatienetwerk boven de desbetreffende grond worden aangelegd, instandgehouden of opgeruimd. Voor de rechthebbende op of de beheerder van de genoemde bovengrondse ondersteuningswerken bestaat geen gedoogplicht voor het gebruik laten maken van deze werken.
|
||||
|
||||
**4.**
|
||||
**6.**
|
||||
|
||||
De gemeenteraad stelt bij verordening in ieder geval regels vast inzake:
|
||||
Door de aanleg, de instandhouding en de opruiming van kabels wordt:
|
||||
|
||||
a. het tijdstip, voorafgaand aan het verrichten van de werkzaamheden, waarop de melding uiterlijk moet zijn gedaan;
|
||||
b. de gegevens die bij de melding moeten worden verstrekt waaronder het uitvoeringsplan;
|
||||
c. de wijze van uitvoering bij aanleg, onderhoud, verplaatsing en opruiming en van medegebruik van voorzieningen.
|
||||
a. geen verandering teweeggebracht in de bestemming van hetgeen waarin, waarop, waarboven of waaraan de kabels zijn of worden aangelegd, en
|
||||
b. zo min mogelijk verandering in de uiterlijke gedaante en zo min mogelijk belemmering in het gebruik ervan teweeggebracht.
|
||||
|
||||
**5.** Burgemeester en wethouders kunnen, zonodig in afwijking van de melding, in het instemmingsbesluit het tijdstip van aanvang of voltooiing en de wijze van uitvoering van de werkzaamheden vaststellen.
|
||||
**7.** Op verzoek van degene op wie de gedoogplicht rust, maakt de aanbieder van een openbaar elektronisch communicatienetwerk ter uitvoering van het zesde lid, onder b, gebruik van ondergrondse voorzieningen, die door degene op wie de gedoogplicht rust of een derde tegen een marktconforme prijs ter beschikking wordt gesteld, tenzij de aanbieder ingeval artikel 5.15 van toepassing is, aannemelijk kan maken dat medegebruik als bedoeld in artikel 5.12 op technische of economische gronden niet haalbaar is. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen aanvullende voorwaarden worden gesteld met betrekking tot de aanleg en vorm van aan te leggen netwerken ingeval van gebruik van voorzieningen als bedoeld in de eerste volzin.
|
||||
|
||||
**8.** Aan de in het eerste tot en met het vijfde lid opgenomen verplichting om de instandhouding van kabels ten dienste van een openbaar elektronisch communicatienetwerk te gedogen komt een einde wanneer de aangelegde kabels gedurende een aaneengesloten periode van tien jaar geen deel uitmaken van een openbaar elektronisch communicatienetwerk. In dat geval is de aanbieder van een openbaar elektronisch communicatienetwerk verplicht op verzoek van degene op wie de gedoogplicht rustte de kabels op te ruimen.
|
||||
|
||||
**9.** Het in of uit gebruik nemen van kabels ten dienste van een openbaar elektronisch communicatienetwerk wordt door de aanbieder van het desbetreffende netwerk schriftelijk gemeld aan degene op wie de gedoogplicht rust. De bewijslast voor de ingebruikneming ligt bij de aanbieder.
|
||||
|
||||
**10.** Onverminderd dit artikel gelden de gegeven voorschriften bij of krachtens andere wetten terzake van het gebruik van deze gronden, gebouwen of wateren.
|
||||
|
||||
### Artikel 5.3
|
||||
|
||||
**1.** Indien de aanbieder van een openbaar elektronisch communicatienetwerk het voornemen heeft werkzaamheden uit te voeren in verband met de aanleg en instandhouding van kabels, bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, streeft hij naar overeenstemming met degene op wie een gedoogplicht rust over de plaats en wijze van de uitvoering van het werk.
|
||||
**1.** De aanbieder van een openbaar elektronisch communicatienetwerk die het voornemen heeft werkzaamheden uit te voeren in verband met de aanleg, instandhouding of opruiming van kabels, stelt degene op wie de gedoogplicht rust schriftelijk in kennis van dit voornemen en streeft vervolgens naar overeenstemming over de plaats, het tijdstip en de wijze van uitvoering van de werkzaamheden.
|
||||
|
||||
**2.** Bij gebreke van overeenstemming geeft de aanbieder, bedoeld in het eerste lid, aan degene op wie een gedoogplicht als bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, rust onverwijld een schriftelijke kennisgeving waarin een omschrijving van de voorgenomen plaats en de wijze van uitvoering van de werkzaamheden wordt gegeven. Indien degene op wie een gedoogplicht rust, tegen de kennisgeving bedenkingen heeft, kan hij na ontvangst daarvan het college verzoeken een beschikking te geven.
|
||||
**2.** Indien binnen vier weken na de datum van verzending van de schriftelijke kennisgeving geen overeenstemming is bereikt, geeft de aanbieder een tweede schriftelijke kennisgeving aan degene op wie de gedoogplicht rust waarin een omschrijving van de plaats, het tijdstip, dat niet eerder kan zijn gelegen dan drie weken na verzending van de tweede kennisgeving, en de wijze van de uit te voeren werkzaamheden wordt gegeven.
|
||||
|
||||
**3.** Het college geeft de beschikking binnen acht weken na ontvangst van het verzoek.
|
||||
**3.** Indien degene op wie de gedoogplicht rust tegen deze tweede kennisgeving bedenkingen heeft, kan hij binnen twee weken na ontvangst daarvan het college verzoeken een beschikking te geven over de plaats, het tijdstip en de wijze van de uit te voeren werkzaamheden.
|
||||
|
||||
**4.** Het verzoek schorst de uitvoering van het voornemen.
|
||||
**4.** Het college geeft de beschikking binnen acht weken na ontvangst van het verzoek.
|
||||
|
||||
**5.** Het verzoek schorst het recht op uitvoering van de werkzaamheden.
|
||||
|
||||
**6.** Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de schriftelijke kennisgeving.
|
||||
|
||||
#### Paragraaf 5.1.2. Openbare gronden
|
||||
|
||||
### Artikel 5.4
|
||||
|
||||
**1.** Het recht op schadevergoeding, verband houdend met de gedoogplicht, bedoeld in artikel 5.1, beperkt zich voor eigenaren en beheerders van openbare gronden tot vergoeding van de marktconforme kosten van de voorzieningen en van de meerdere marktconforme kosten van onderhoud.
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
**2.** Onder marktconforme kosten, bedoeld in het eerste lid, wordt in dit verband verstaan kosten zoals deze door een onderneming onder normale omstandigheden in een markteconomie op de desbetreffende markt worden gemaakt.
|
||||
De aanbieder van een openbaar elektronisch communicatienetwerk die het voornemen heeft werkzaamheden uit te voeren in of op openbare gronden in verband met de aanleg, instandhouding of opruiming van kabels, gaat slechts over tot het verrichten van deze werkzaamheden indien deze:
|
||||
|
||||
a. het voornemen daartoe schriftelijk heeft gemeld bij burgemeester en wethouders van de gemeente binnen wier grondgebied de uit te voeren werkzaamheden plaats zullen vinden, en
|
||||
b. van burgemeester en wethouders instemming heeft verkregen omtrent de plaats, het tijdstip, en de wijze van uitvoering van de werkzaamheden.
|
||||
|
||||
**2.** Burgemeester en wethouders kunnen om redenen van openbare orde, veiligheid, het voorkomen of beperken van overlast, de bereikbaarheid van gronden of gebouwen, dan wel ondergrondse ordening in het instemmingsbesluit voorschriften opnemen.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
De voorschriften kunnen slechts betrekking hebben op:
|
||||
|
||||
a. de plaats van de werkzaamheden;
|
||||
b. het tijdstip van de werkzaamheden, met dien verstande dat het toegestane tijdstip van aanvang, behoudens zwaarwichtige redenen van publiek belang als genoemd in het tweede lid, niet later mag liggen dan 12 maanden na de datum van afgifte van het instemmingsbesluit;
|
||||
c. de wijze van uitvoering van de werkzaamheden;
|
||||
d. het bevorderen van medegebruik van voorzieningen;
|
||||
e. het afstemmen van de voorgenomen werkzaamheden met beheerders van overige in de grond aanwezige werken.
|
||||
|
||||
**4.**
|
||||
|
||||
De gemeenteraad stelt met betrekking tot het verrichten van de werkzaamheden bij verordening regels vast die in ieder geval betrekking hebben op:
|
||||
|
||||
a. het tijdstip, voorafgaand aan het verrichten van de werkzaamheden, waarop de melding uiterlijk moet zijn gedaan;
|
||||
b. de gegevens die bij de melding moeten worden verstrekt, waaronder het uitvoeringsplan;
|
||||
c. de wijze van uitvoering van de werkzaamheden bij aanleg, instandhouding en opruiming;
|
||||
d. het bevorderen van medegebruik van voorzieningen;
|
||||
e. het afstemmen van de voorgenomen werkzaamheden met beheerders van overige in de grond aanwezige werken;
|
||||
f. de wijze van melding en uitvoering van spoedeisende werkzaamheden in verband
|
||||
|
||||
met ernstige belemmering of storing van de communicatie.
|
||||
|
||||
**5.** In de verordening wordt onderscheid gemaakt tussen werkzaamheden van al dan niet ingrijpende aard.
|
||||
|
||||
**6.** Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de verordening.
|
||||
|
||||
**7.** Indien een gemeente gedoogplichtig is, vindt artikel 5.3 geen toepassing voor zover de belangen van de gemeente kunnen worden behartigd in het door burgemeester en wethouders te verlenen instemmingsbesluit.
|
||||
|
||||
### Artikel 5.5
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
**1.** Indien voor de aanleg, instandhouding of opruiming van kabels ten dienste van een openbaar elektronisch communicatienetwerk zowel een aanvraag voor een besluit als bedoeld in artikel 5.4, eerste lid, onder b, bij burgemeester en wethouders van de gemeente binnen wiens grondgebied de uit te voeren werkzaamheden plaats zullen vinden, als een aanvraag voor een vergunning al dan niet bij een ander bestuursorgaan op grond van een andere wet is ingediend, dan stelt de aanvrager burgemeester en wethouders hiervan op de hoogte.
|
||||
|
||||
Onverminderd artikel 5.1 en het in dit hoofdstuk geregelde recht op schadevergoeding, is eenieder verplicht ten dienste van een openbaar elektronisch communicatienetwerk te gedogen dat:
|
||||
**2.** Burgemeester en wethouders van de desbetreffende gemeente bevorderen op verzoek van de aanvrager een inhoudelijke afstemming bij de beoordeling van de aanvragen. De overige betrokken bestuursorganen verlenen de daarvoor benodigde medewerking.
|
||||
|
||||
a. kabels boven gronden, gebouwen en wateren worden aangelegd en instandgehouden, mits zonder aanhechting of aanraking;
|
||||
b. in en aan gebouwen, alsmede in en op gronden welke daarmee een geheel vormen, kabels en netwerkaansluitpunten worden aangelegd en instandgehouden ten behoeve van aansluitingen in die gebouwen en in naburige gebouwen;
|
||||
c. de onder a en b bedoelde kabels en netwerkaansluitpunten worden opgeruimd.
|
||||
**3.** Artikel 5.4, zevende lid, is van overeenkomstige toepassing in het geval van vergunningverlening als bedoeld in het eerste lid.
|
||||
|
||||
**2.** Door de aanleg, de instandhouding en de opruiming van kabels wordt geen verandering teweeggebracht in de bestemming van hetgeen waarin, waaraan, waarop of waarboven de kabels zijn of worden aangelegd alsmede zo min mogelijk verandering in de uiterlijke gedaante en zo min mogelijk belemmering in het gebruik ervan.
|
||||
|
||||
**3.** Op de aanleg van kabels ingevolge dit artikel is het bepaalde bij of krachtens de artikelen 5.2 en 5.3 niet van toepassing.
|
||||
#### Paragraaf 5.1.3. Ernstige belemmeringen en storingen
|
||||
|
||||
### Artikel 5.6
|
||||
|
||||
**1.** De aanleg van kabels en netwerkaansluitpunten door de aanbieder van een openbaar elektronisch communicatienetwerk in en op gronden, alsmede in en aan gebouwen van anderen brengt geen wijziging in de eigendom van hetgeen is aangelegd.
|
||||
**1.** In geval van spoedeisende werkzaamheden ten gevolge van een ernstige belemmering of storing van de communicatie is het bepaalde bij of krachtens de artikelen 5.3 en 5.4, eerste tot en met vierde lid, onder e, niet van toepassing op de instandhouding van kabels ten dienste van een openbaar elektronisch communicatienetwerk en kan door de aanbieder van het openbaar elektronische communicatienetwerk worden volstaan met een melding voorafgaand aan de uit te voeren werkzaamheden aan degene op wie de gedoogplicht rust.
|
||||
|
||||
**2.** Dit artikel is mede van toepassing op kabels en netwerkaansluitpunten aangelegd voor het tijdstip van inwerkingtreding van dit artikel.
|
||||
**2.** Ingeval de werkzaamheden in verband met de instandhouding van kabels worden verricht in of op openbare gronden, wordt hiervan door de aanbieder tevens voorafgaand aan de uit te voeren werkzaamheden melding gedaan bij de burgemeester van de gemeente binnen wiens grondgebied de werkzaamheden zullen plaatsvinden, of bij een daartoe door hem gemachtigd ambtenaar. Ingeval de melding bij de gemachtigde heeft plaatsgevonden stelt de gemachtigde de burgemeester zo spoedig mogelijk daarvan in kennis.
|
||||
|
||||
**3.** Ingeval de openbare orde of gevaar dan wel de vrees voor het ontstaan van gevaar zich verzet tegen de uitvoering van de voorgenomen werkzaamheden kan de burgemeester besluiten dat de werkzaamheden op een ander dan het voorgenomen tijdstip plaatsvinden.
|
||||
|
||||
**4.** Het besluit wordt onverwijld na het tijdstip van ontvangst van de melding genomen.
|
||||
|
||||
**5.** In de verordening, bedoeld in artikel 5.4, vierde lid, kan de gemeenteraad om redenen van veiligheid delen van een grondgebied aanwijzen waarvoor dit artikel niet van toepassing is.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 5.2. Schadevergoeding in verband met gedoogplicht
|
||||
|
||||
### Artikel 5.7
|
||||
|
||||
**1.** De aanbieder van een openbaar elektronisch communicatienetwerk is verplicht op eigen kosten tot verplaatsing van kabels ten dienste van het netwerk over te gaan, indien de verplaatsing nodig is voor de oprichting van gebouwen of de uitvoering van werken door of vanwege degene op wie een gedoogplicht rust.
|
||||
**1.** De aanbieder van een openbaar elektronisch communicatienetwerk vergoedt aan degene op wie de gedoogplicht rust de schade voortvloeiend uit de aanleg, instandhouding of opruiming van kabels.
|
||||
|
||||
**2.** In andere gevallen dan bedoeld in het eerste lid, gaat de aanbieder, bedoeld in het eerste lid, slechts over tot verplaatsing van kabels, indien de verzoeker hem de kosten daarvan vergoedt.
|
||||
**2.** Het recht op schadevergoeding beperkt zich voor rechthebbenden op en beheerders van openbare gronden tot vergoeding van de marktconforme kosten van de voorzieningen en van de meerdere marktconforme kosten van onderhoud.
|
||||
|
||||
**3.** Bij gebreke van overeenstemming over de kosten, bedoeld in het eerste of tweede lid, is artikel 5.3, tweede en derde lid, van overeenkomstige toepassing.
|
||||
**3.** Na het beëindigen van de werkzaamheden in verband met de aanleg, instandhouding of opruiming van kabels brengt de aanbieder van een openbaar elektronisch communicatienetwerk de grond terug in de oude staat, tenzij degene op wie de gedoogplicht rust, heeft aangegeven hier zelf voor te willen zorgdragen. De aanbieder draagt de marktconforme kosten die nodig zijn voor het terugbrengen van de grond in de oude staat.
|
||||
|
||||
**4.** Onder marktconforme kosten wordt in dit verband verstaan kosten zoals deze door een onderneming onder normale omstandigheden in een markteconomie op de desbetreffende markt worden gemaakt.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 5.3. Overige bepalingen
|
||||
|
||||
### Artikel 5.8
|
||||
|
||||
**1.** Rechthebbenden ten aanzien van bomen of beplantingen zijn, behoudens recht op schadevergoeding, verplicht deze op schriftelijk verzoek van de aanbieder van een openbaar elektronisch communicatienetwerk binnen twee weken op te snoeien dan wel de wortels of takken daarvan in te korten, voorzover deze redelijkerwijs hinderlijk zijn of worden voor de aanleg, instandhouding en exploitatie van de in dit lid bedoelde netwerken.
|
||||
**1.** De aanbieder van een openbaar elektronisch communicatienetwerk is verplicht op verzoek van degene op wie de gedoogplicht rust op eigen kosten over te gaan tot het nemen van maatregelen ten aanzien van kabels ten dienste van zijn netwerk, waaronder het verplaatsen van kabels, voor zover deze noodzakelijk zijn voor de oprichting van gebouwen of de uitvoering van werken door of vanwege degene op wie de gedoogplicht rust.
|
||||
|
||||
**2.** In geval van ernstige belemmering of storing van een openbaar elektronisch communicatienetwerk of een door middel daarvan aangeboden openbare elektronische communicatiedienst kan een aanbieder als bedoeld in dit artikel onmiddellijk tot het opsnoeien dan wel inkorten van wortels of takken overgaan, waarna deze zo spoedig mogelijk hiervan schriftelijk aan de rechthebbende kennis geeft.
|
||||
**2.** Indien degene op wie de gedoogplicht rust jegens een derde gehouden is grond, die door degene op wie de gedoogplicht rust is bestemd voor het oprichten van een of meer gebouwen, zodanig te leveren dat die derde na verkrijging van de grond bij het door of vanwege hem oprichten van een of meer gebouwen niet gehinderd wordt door de in de grond aanwezige kabels ten dienste van een openbaar elektronisch communicatienetwerk, is het eerste lid van overeenkomstige toepassing. De oprichting van een of meer gebouwen dient op het moment dat een verzoek wordt gedaan voldoende bepaalbaar te zijn.
|
||||
|
||||
**3.** Indien de aanbieder kabels heeft verplaatst op grond van het eerste en tweede lid, en naderhand blijkt dat de door gedoogplichtige aangekondigde werkzaamheden, waarvoor deze verplaatsing nodig was, niet hebben plaatsgevonden, heeft de aanbieder recht op vergoeding van de door hem gemaakte kosten.
|
||||
|
||||
**4.** Indien binnen vijf jaar na een verzoek tot het nemen van maatregelen op grond van het eerste of tweede lid opnieuw een verzoek wordt gedaan door degene op wie de gedoogplicht rust, komen de daarmee verbonden kosten voor rekening van degene op wie de gedoogplicht rust.
|
||||
|
||||
**5.** In andere gevallen dan bedoeld in het eerste of tweede lid, is de aanbieder slechts verplicht over te gaan tot maatregelen, waaronder het verplaatsen van de kabels, indien degene op wie de gedoogplicht rust hem de kosten daarvan vergoedt.
|
||||
|
||||
**6.** Ingeval een verzoek tot het nemen van maatregelen is gedaan, gaat de aanbieder zo snel mogelijk over tot de gevraagde maatregelen, doch niet later dan zestien weken na de datum van ontvangst van het verzoek. Indien het verzoek het verplaatsen van kabels betreft gaat de aanbieder zo snel mogelijk over tot de gevraagde verplaatsing, doch niet later dan twaalf weken nadat een plaats waar de kabels kunnen worden gelegd beschikbaar is gekomen. Het verzoek bevat een omschrijving van de op te richten gebouwen dan wel de uit te voeren werken en in geval het verzoek een verplaatsing van kabels betreft voor zover mogelijk een voorstel voor de plaats waar de kabels kunnen worden aangelegd.
|
||||
|
||||
**7.** Bij gebrek aan overeenstemming over de vraag wie de kosten van de te nemen maatregelen dient te dragen, kan degene op wie de gedoogplicht rust dan wel de aanbieder het college verzoeken een beschikking te geven.
|
||||
|
||||
**8.** Het college geeft de beschikking binnen acht weken na ontvangst van het verzoek.
|
||||
|
||||
### Artikel 5.9
|
||||
|
||||
**1.** De eis tot schadevergoeding als bedoeld in de artikelen 5.1, 5.5 en 5.8 wordt, onafhankelijk van hetgeen gevorderd wordt, aanhangig gemaakt bij de rechtbank van het arrondissement waarin de onroerende zaak waaraan schade wordt toegebracht is gelegen. De eis tot schadevergoeding wordt behandeld en beslist door de kantonrechter van de rechtbank.
|
||||
**1.** De aanleg, instandhouding of opruiming van kabels ten dienste van een openbaar elektronisch communicatienetwerk geschiedt op zodanige wijze dat zo min mogelijk hinder wordt veroorzaakt ten aanzien van reeds in de grond aanwezige werken, waaronder begrepen werken ten behoeve van de levering of het transport van gas, water en elektriciteit.
|
||||
|
||||
**2.** Indien de onroerende zaak in meer dan een arrondissement is gelegen, wordt de eis aanhangig gemaakt bij een van de rechtbanken, ter keuze van de eiser.
|
||||
**2.** De aanleg, instandhouding of opruiming van kabels mag de instandhouding van andere reeds in de grond aanwezige werken niet in gevaar brengen of zonder noodzaak bemoeilijken.
|
||||
|
||||
**3.** Van de uitspraak van de kantonrechter is hoger beroep toegelaten.
|
||||
**3.** De aanbieder van een openbaar elektronisch communicatienetwerk die in strijd handelt met het bepaalde in het eerste en tweede lid neemt op eigen kosten maatregelen ten aanzien van de kabels ten dienste van zijn netwerk, waaronder zonodig het verplaatsen van de kabels, om aan de strijdigheid een einde te maken.
|
||||
|
||||
**4.** De bepalingen van burgerlijk procesrecht zijn van toepassing op de geschillen, bedoeld in het eerste lid, voorzover daarvan in de voorgaande leden van dit artikel niet is afgeweken.
|
||||
|
||||
**5.** Ook voordat omtrent de schadevergoeding overeenstemming verkregen of uitspraak gedaan is, kan tot de uitvoering van de in de artikelen 5.1, 5.5 en 5.8 bedoelde werkzaamheden worden overgegaan.
|
||||
**4.** Bij gebrek aan overeenstemming over de vraag of een aanbieder op eigen kosten maatregelen dient te nemen is artikel 5.8, zevende en achtste lid, van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
### Artikel 5.10
|
||||
|
||||
**1.** Aanbieders van openbare elektronische communicatienetwerken zijn over en weer verplicht te voldoen aan redelijke verzoeken tot het medegebruik van voorzieningen terzake van aanleg en instandhouding van kabels. Hierbij worden in ieder geval de technische mogelijkheden in acht genomen.
|
||||
|
||||
**2.** In het geval dat voor het verlenen van medegebruik toestemming van een derde is vereist, is deze daartoe slechts gehouden indien het een redelijk verzoek betreft.
|
||||
|
||||
**3.** De aanbieder, bedoeld in het eerste lid, en de derde die op grond van het tweede lid gehouden is toestemming te verlenen, stellen het medegebruik ter beschikking tegen een redelijke vergoeding.
|
||||
De aanleg, instandhouding en opruiming van kabels ten dienste van een openbaar elektronisch communicatienetwerk geschiedt op zodanige wijze dat bomen en beplantingen zoveel mogelijk worden beschermd en de mogelijkheid tot groei niet wordt ontnomen.
|
||||
|
||||
### Artikel 5.11
|
||||
|
||||
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
|
||||
**1.** Rechthebbenden op bomen of beplantingen of de beheerders van de grond waarop de bomen of beplantingen zich bevinden zijn verplicht op schriftelijk verzoek van de aanbieder van een openbaar elektronisch communicatienetwerk binnen twee weken de wortels daarvan in te korten, voor zover deze redelijkerwijs hinderlijk zijn of worden voor de instandhouding van kabels ten dienste van het netwerk waardoor de exploitatie van het netwerk in gevaar komt.
|
||||
|
||||
**2.** In geval van ernstige belemmering of storing van de communicatie kan een aanbieder van een openbaar elektronisch communicatienetwerk onmiddellijk tot het inkorten van wortels overgaan, waarna deze zo spoedig mogelijk hiervan schriftelijk aan de rechthebbende of beheerder kennis geeft, doch niet later dan de dag volgend op de werkzaamheden.
|
||||
|
||||
**3.** De aanbieder van een openbaar elektronisch communicatienetwerk vergoedt aan de rechthebbende of beheerder de schade voortvloeiend uit het inkorten van wortels.
|
||||
|
||||
### Artikel 5.12
|
||||
|
||||
**1.** Aanbieders van openbare elektronische communicatienetwerken zijn over en weer verplicht te voldoen aan redelijke verzoeken tot het medegebruik van de voorzieningen waarop de gedoogplicht van toepassing is. Hierbij worden in ieder geval de technische mogelijkheden in acht genomen.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
In het geval dat voor het verlenen van medegebruik toestemming van een derde is vereist, is deze daartoe slechts gehouden indien het een redelijk verzoek betreft en hij:
|
||||
|
||||
a. direct of indirect een relevant economisch belang heeft in de aanbieder, bedoeld in het eerste lid, tot wie het verzoek is gericht;
|
||||
b. deel uitmaakt van een groep als bedoeld in artikel 24b van boek 2 van het Burgerlijk Wetboek waartoe een andere groepsmaatschappij als bedoeld in dat artikel behoort, die een direct of indirect relevant economisch belang heeft in de aanbieder.
|
||||
|
||||
**3.** De aanbieder, bedoeld in het eerste lid, en de derde die op grond van het tweede lid gehouden is toestemming te verlenen, stellen het medegebruik ter beschikking tegen een redelijke vergoeding.
|
||||
|
||||
**4.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels gesteld worden met betrekking tot het in het eerste lid bedoelde medegebruik van voorzieningen en de in het derde lid bedoelde vergoeding.
|
||||
|
||||
### Artikel 5.13
|
||||
|
||||
**1.** De kantonrechter van de rechtbank van het arrondissement, waarin de onroerende zaak waarin, waarop of waarboven de kabels ten dienste van een openbaar elektronisch communicatienetwerk worden aangelegd, instandgehouden of opgeruimd, zich geheel of grotendeels bevindt, is, ongeacht de hoogte van de vordering, bevoegd geschillen inzake een eis tot schadevergoeding op grond van dit hoofdstuk te beslissen, alsmede geschillen inzake de hoogte van de kosten van het nemen van maatregelen, bedoeld in de artikelen 5.8 en 5.9.
|
||||
|
||||
**2.** Van de uitspraak van de kantonrechter is hoger beroep toegelaten.
|
||||
|
||||
**3.** De bepalingen van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering zijn van toepassing op de geschillen, bedoeld in het eerste lid, voor zover daarvan in de voorgaande leden van dit artikel niet is afgeweken.
|
||||
|
||||
**4.** Ook voordat omtrent de schadevergoeding of de hoogte van de kosten overeenstemming verkregen of uitspraak gedaan is, kan tot uitvoering van de werkzaamheden, bedoeld in de artikelen 5.2, 5.8 en 5.11, worden overgegaan.
|
||||
|
||||
### Artikel 5.14
|
||||
|
||||
**1.** Gemeenten bieden geen openbare elektronische communicatienetwerken of openbare elektronische communicatiediensten aan.
|
||||
|
||||
**2.** Gemeenten hebben geen belang of zeggenschap in ondernemingen die openbare elektronische communicatienetwerken of openbare elektronische communicatiediensten aanbieden.
|
||||
|
||||
**3.** In afwijking van het tweede lid kunnen gemeenten een minderheidsbelang – tenzij omstandigheden een groter belang rechtvaardigen – hebben in een onderneming die tot doel heeft een openbaar elektronisch communicatienetwerk aan te leggen, indien het aannemelijk is dat zonder de deelname van de gemeente een vergelijkbaar netwerk niet tot stand komt.
|
||||
|
||||
**4.** Burgemeester en wethouders van een gemeente, die een belang heeft in een onderneming, die openbare elektronische netwerken aanbiedt, stellen ten minste een keer in de vijf jaar een rapport vast ter verantwoording van de beslissing om het belang te continueren of af te stoten. Zij stellen het college van de OPTA in de gelegenheid over het ontwerp van het rapport advies uit te brengen. Het rapport wordt bekend gemaakt met toepassing van artikel 3:42 van de Algemene wet bestuursrecht.
|
||||
|
||||
**5.** Personen die besluiten voorbereiden als bedoeld in artikel 5.4, eerste lid, onder b zijn niet betrokken bij besluitvorming of activiteiten in samenhang met het derde lid of vierde lid.
|
||||
|
||||
**6.** Het voornemen een belang te nemen als bedoeld in het derde lid, wordt bekendgemaakt. Artikel 3:42 van de Algemene wet bestuursrecht is van toepassing. Bij de bekendmaking van het voornemen wordt de omvang van het belang en de redengeving ervan vermeld. Tevens wordt bekendgemaakt waar en wanneer nadere informatie over het voornemen van de te nemen beslissing kan worden verkregen.
|
||||
|
||||
**7.** Bij de toepassing van artikel 5.4, tweede lid, bevoordelen burgemeester en wethouders geen ondernemingen die openbare elektronische communicatienetwerken aanbieden waarin de gemeente een belang heeft, boven concurrerende ondernemingen.
|
||||
|
||||
### Artikel 5.15
|
||||
|
||||
Dit hoofdstuk is van overeenkomstige toepassing op de aanleg, instandhouding en opruiming van ondergrondse ondersteuningswerken en beschermingswerken waarin of waarop geen fysieke geleidingsdraden bestemd voor de rechtstreekse overdracht van signalen tussen punten zijn aangebracht, en die aangelegd worden of zijn met het oogmerk deel uit te gaan maken van een openbaar elektronisch communicatienetwerk van degene in wiens naam wordt aangelegd of een derde.
|
||||
|
||||
### Artikel 5.16
|
||||
|
||||
Voor de toepassing van dit hoofdstuk, met uitzondering van artikel 5.12, wordt gelijkgesteld met een openbaar elektronisch communicatienetwerk een door Onze Minister aangewezen elektronisch communicatienetwerk dat geheel of hoofdzakelijk gebruikt wordt voor vitale overheidstaken.
|
||||
|
||||
### Artikel 5.17
|
||||
|
||||
De artikelen 17, eerste lid, onder k, van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek, 20, tweede lid, van Boek 5 van het Burgerlijk Wetboek, 36, vierde lid, Kadasterwet en 78, derde en vierde lid, en 155 van de Overgangswet nieuw Burgerlijk Wetboek zijn van overeenkomstige toepassing op ondergrondse ondersteuningswerken en beschermingswerken als bedoeld in artikel 5.15.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 6. Interoperabiliteit van diensten en vertrouwelijkheid van informatie
|
||||
|
||||
|
|
@ -1053,6 +1169,33 @@ b. meer dan de helft van de leden van het bestuur of het toezichthoudend orgaan
|
|||
|
||||
### Paragraaf 6a.7. Verplichtingen voor aanbieders van programmadiensten die beschikken over een aanmerkelijke marktmacht
|
||||
|
||||
### Artikel 6a.21
|
||||
|
||||
**1.** Het college bepaalt in overeenstemming met de beginselen van het algemene Europese mededingingsrecht relevante markten voor het aanbieden van programmadiensten waarvan de kenmerken zodanig zijn dat het opleggen van de in de artikelen 6a.12, 6a.13, 6a.14 en 6a.22 bedoelde verplichtingen passend kan zijn.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Het college onderzoekt de overeenkomstig het eerste lid bedoelde markten zo spoedig mogelijk. Het onderzoek is er in ieder geval op gericht om vast te stellen:
|
||||
|
||||
a. of de desbetreffende markt al dan niet daadwerkelijk concurrerend is en of hierop ondernemingen die programmadiensten aanbieden actief zijn die beschikken over een aanmerkelijke marktmacht, en
|
||||
b. welke verplichtingen als bedoeld in de artikelen 6a.12, 6a.13, 6a.14 en 6a.22 passend zijn voor de onder a bedoelde ondernemingen.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
Indien uit een onderzoek, bedoeld in tweede lid, blijkt dat een relevante markt niet daadwerkelijk concurrerend is, stelt het college vast welke ondernemingen die programmadiensten aanbieden, beschikken over een aanmerkelijke marktmacht, en:
|
||||
|
||||
a. legt hij ieder van hen, voor zover passend, verplichtingen als bedoeld in de artikelen 6a.12, 6a.13, 6a.14 en 6a.22 op;
|
||||
b. houdt hij eerder opgelegde verplichtingen, voor zover zij betrekking hebben op deze markt, in stand indien zij nog steeds passend zijn, of
|
||||
c. trekt hij eerder opgelegde verplichtingen, voor zover zij betrekking hebben op deze markt, in, indien zij niet langer passend zijn.
|
||||
|
||||
**4.** Voor de toepassing van dit artikel wordt onder «eindgebruiker», bedoeld in de artikelen 6a.12 tot en met 6a.14, verstaan: een natuurlijk persoon of rechtspersoon die gebruik maakt of verzoekt om een programmadienst.
|
||||
|
||||
**5.** De artikelen 6a.1, zesde, zevende en achtste lid, 6a.2, derde lid, 6a.3, eerste en tweede lid, 6a.4, 6a.5, 6b.1, 6b.3 en 6b.6 zijn van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
### Artikel 6a.22
|
||||
|
||||
Bij algemene maatregel van bestuur kunnen andere verplichtingen dan de verplichtingen, bedoeld in de artikelen 6a.12 tot en met 6a.14, worden aangewezen die het college op grond van artikel 6a.21, derde lid, kan opleggen aan ondernemingen die een aanmerkelijke marktmacht hebben bij het aanbieden van programmadiensten.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 6b. Consultatie
|
||||
|
||||
### Artikel 6b.1
|
||||
|
|
@ -1128,15 +1271,21 @@ h. de wijze waarop gebruik kan worden gemaakt van de geschillencommissie, bedoel
|
|||
|
||||
**2.** Een aanbieder van een openbare elektronische communicatiedienst zorgt ervoor dat de gegevens die hij voor of bij het sluiten van de overeenkomst verstrekt, opgenomen worden in de tussen hem en de desbetreffende consument te sluiten overeenkomst.
|
||||
|
||||
**3.** Bij ministeriële regeling kunnen categorieën van openbare elektronische communicatiediensten worden aangewezen met betrekking waartoe voor de desbetreffende aanbieder de in het eerste en tweede lid bedoelde verplichting geheel of gedeeltelijk buiten toepassing blijft.
|
||||
**3.** Het eerste en tweede lid zijn van overeenkomstige toepassing op aanbieders van programmadiensten.
|
||||
|
||||
**4.** Bij ministeriële regeling kunnen categorieën van openbare elektronische communicatiediensten of programmadiensten worden aangewezen met betrekking waartoe voor de desbetreffende aanbieder de in het eerste en tweede lid bedoelde verplichting geheel of gedeeltelijk buiten toepassing blijft.
|
||||
|
||||
### Artikel 7.2
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Ten minste vier weken voordat een voorgenomen wijziging van een beding dat is opgenomen in een overeenkomst van kracht wordt:
|
||||
|
||||
a. biedt een aanbieder van een openbare elektronische communicatiedienst de abonnee de mogelijkheid om de overeenkomst kosteloos te beëindigen, en
|
||||
b. stelt de aanbieder de abonnee op genoegzame wijze op de hoogte van de inhoud van de voorgenomen wijziging en van de mogelijkheid om de overeenkomst kosteloos te beëindigen.
|
||||
|
||||
**2.** Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op aanbieders van programmadiensten. Bij ministeriële regeling kunnen categorieën van programmadiensten worden aangewezen met betrekking waartoe voor de desbetreffende aanbieder de in de vorige volzin bedoelde verplichting geheel of gedeeltelijk buiten toepassing blijft.
|
||||
|
||||
### Artikel 7.3
|
||||
|
||||
**1.** Onverminderd artikel 11.9, worden bij ministeriële regeling regels gesteld ter uitvoering van de bijlagen I, deel B, en II van richtlijn nr. 2002/22/EG. Deze regels hebben in elk geval betrekking op het door aanbieders van openbare telefoonnetwerken aan hun eindgebruikers beschikbaar stellen van faciliteiten als bedoeld in de in de eerste volzin bedoelde bijlage I, deel B, en het door aanbieders van openbare telefoondiensten bekendmaken van informatie over de geldende tarieven en voorwaarden met betrekking tot de toegang tot en het gebruik van die telefoondiensten.
|
||||
|
|
@ -1153,11 +1302,11 @@ b. stelt de aanbieder de abonnee op genoegzame wijze op de hoogte van de inhoud
|
|||
|
||||
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen, voor zover niet voorzien op grond van het eerste lid, regels worden gesteld inzake het:
|
||||
|
||||
a. door aanbieders van openbare elektronische communicatiediensten maken van een periodiek overzicht van de kwaliteit van de door hen aangeboden diensten aan de hand van bij of krachtens die algemene maatregel van bestuur te bepalen parameters, definities en meetmethoden;
|
||||
a. door aanbieders van openbare elektronische communicatiediensten of programmadiensten maken van een periodiek overzicht van de kwaliteit van de door hen aangeboden diensten aan de hand van bij of krachtens die algemene maatregel van bestuur te bepalen parameters, definities en meetmethoden;
|
||||
b. door het college, of een door het college aan te wijzen onafhankelijke deskundige derde, onderzoeken of het overzicht in overeenstemming is met de desbetreffende regels, en
|
||||
c. bekendmaken van het overzicht en het ter beschikking stellen daarvan aan het college.
|
||||
|
||||
**4.** De regels, bedoeld in het derde lid, kunnen verschillen voor bij die regels te bepalen categorieën van openbare elektronische communicatiediensten.
|
||||
**4.** De regels, bedoeld in het derde lid, kunnen verschillen voor bij die regels te bepalen categorieën van openbare elektronische communicatiediensten of programmadiensten.
|
||||
|
||||
**5.** Bij de regels, bedoeld in het tweede en derde lid, kunnen taken worden opgedragen en bevoegdheden worden verleend aan het college.
|
||||
|
||||
|
|
@ -1185,13 +1334,13 @@ Bij algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld inzake het, met inachtn
|
|||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Voor zover de andere artikelen van dit hoofdstuk hierin niet voorzien, kunnen bij of krachtens algemene maatregel van bestuur regels worden gesteld voor aanbieders van openbare elektronische communicatienetwerken of openbare elektronische communicatiediensten inzake consumentenbescherming. De regels kunnen onder meer betrekking hebben op:
|
||||
Voor zover de andere artikelen van dit hoofdstuk hierin niet voorzien, kunnen bij of krachtens algemene maatregel van bestuur regels worden gesteld voor aanbieders van openbare elektronische communicatienetwerken, openbare elektronische communicatiediensten of programmadiensten inzake de bescherming van natuurlijke personen die gebruik maken van of verzoeken om openbare elektronische communicatiediensten of programmadiensten voor andere dan bedrijfs- of beroepsdoeleinden. De regels kunnen onder meer betrekking hebben op:
|
||||
|
||||
a. het bekendmaken van informatie over de geldende tarieven;
|
||||
b. het maximale tarief dat voor een oproep in rekening mag worden gebracht indien het tarief mede betrekking heeft op een inhoudsdienst;
|
||||
c. de omstandigheden waaronder een aanbieder de levering van een openbare elektronische communicatiedienst mag opschorten of beëindigen.
|
||||
|
||||
**2.** De regels, bedoeld in het eerste lid, kunnen voor bij die regels te bepalen categorieën van openbare elektronische communicatienetwerken of openbare elektronische communicatiediensten verschillen. Bij die regels kunnen taken worden opgedragen en bevoegdheden worden verleend aan het college.
|
||||
**2.** De regels, bedoeld in het eerste lid, kunnen voor bij die regels te bepalen categorieën van openbare elektronische communicatienetwerken, openbare elektronische communicatiediensten of programmadiensten verschillen. Bij die regels kunnen taken worden opgedragen en bevoegdheden worden verleend aan het college.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 8. Regels met betrekking tot het verspreiden van programma's, systemen voor voorwaardelijke toegang, applicatieprogramma-interfaces en elektronische programmagidsen
|
||||
|
||||
|
|
@ -1783,7 +1932,7 @@ b. de voorkoming, opsporing en vervolging van strafbare feiten.
|
|||
|
||||
### Artikel 12.1
|
||||
|
||||
Aanbieders van een openbare telefoondienst of andere bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen openbare elektronische communicatiediensten sluiten zich aan bij een van overheidswege erkende geschillencommissie welke geschillen behandelt over een overeenkomst met betrekking tot de levering van een openbare elektronische communicatiedienst tussen een hiervoor bedoelde aanbieder en een consument.
|
||||
Aanbieders van een openbare telefoondienst, andere bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen openbare elektronische communicatiediensten of bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen programmadiensten sluiten zich aan bij een van overheidswege erkende geschillencommissie welke geschillen behandelt over een overeenkomst met betrekking tot de levering van een openbare elektronische communicatiedienst of een programmadienst tussen een hiervoor bedoelde aanbieder en een natuurlijk persoon die voor andere dan bedrijfs- of beroepsdoeleinden handelt.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 12.2. Geschilbeslechting door het college
|
||||
|
||||
|
|
@ -1795,7 +1944,9 @@ Aanbieders van een openbare telefoondienst of andere bij algemene maatregel van
|
|||
|
||||
**2.** Onder een geschil als bedoeld in het eerste lid, wordt mede verstaan een geschil inzake de vraag of, indien de in dat lid bedoelde houders van een vergunning, aanbieders, aanbieders en ondernemingen, onderscheidenlijk ondernemingen een overeenkomst hebben gesloten op basis van een bij of krachtens deze wet op een of meer van hen rustende verplichting, de ter zake daarvan tussen hen bestaande verbintenissen, of de wijze waarop die verbintenissen worden nagekomen strijdig zijn, onderscheidenlijk strijdig is met het bij of krachtens deze wet bepaalde.
|
||||
|
||||
**3.** Het eerste en tweede lid zijn van overeenkomstige toepassing indien een geschil is gerezen tussen degenen, bedoeld in artikel 3.11, vierde lid.
|
||||
**3.** Het eerste en tweede lid zijn van overeenkomstige toepassing indien een geschil is gerezen tussen degenen, bedoeld in artikel 3.11, vierde lid, dan wel tussen een aanbieder en een derde als bedoeld in artikel 5.12, tweede lid.
|
||||
|
||||
**4.** Met uitzondering van geschillen op grond van artikel 5.12 is het eerste lid niet van toepassing op geschillen voortvloeiend uit hoofdstuk 5 van deze wet.
|
||||
|
||||
### Artikel 12.3
|
||||
|
||||
|
|
@ -1869,13 +2020,13 @@ Van een besluit als bedoeld in artikel 12.2 wordt mededeling gedaan in de Staats
|
|||
|
||||
### Artikel 13.2a
|
||||
|
||||
**1.** Aanbieders van openbare telecommunicatienetwerken en openbare telecommunicatiediensten voldoen aan een vordering op grond van artikel 126n of artikel 126u van het Wetboek van Strafvordering dan wel een verzoek op grond van artikel 28 van de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten 2002 tot het verstrekken van gegevens over een gebruiker van een openbaar telecommunicatienetwerk dan wel een openbare telecommunicatiedienst en het telecommunicatieverkeer met betrekking tot die gebruiker.
|
||||
**1.** Aanbieders van openbare telecommunicatienetwerken en openbare telecommunicatiediensten voldoen aan een vordering op grond van artikel 126n, artikel 126u of artikel 126zh van het Wetboek van Strafvordering dan wel een verzoek op grond van artikel 28 van de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten 2002 tot het verstrekken van gegevens over een gebruiker van een openbaar telecommunicatienetwerk dan wel een openbare telecommunicatiedienst en het telecommunicatieverkeer met betrekking tot die gebruiker.
|
||||
|
||||
**2.** Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de wijze waarop de aanbieders aan de vordering of het verzoek voldoen en de wijze waarop de gegevens, bedoeld in het eerste lid, beschikbaar worden gehouden.
|
||||
|
||||
### Artikel 13.2b
|
||||
|
||||
Aanbieders van openbare telecommunicatienetwerken en openbare telecommunicatiediensten voldoen aan een vordering op grond van de artikelen 126nc tot en met 126ni en 126uc tot en met 126ui van het Wetboek van Strafvordering.
|
||||
Aanbieders van openbare telecommunicatienetwerken en openbare telecommunicatiediensten voldoen aan een vordering op grond van de artikelen 126nc tot en met 126ni, 126uc tot en met 126ui en 126zja tot en met 126zp van het Wetboek van Strafvordering.
|
||||
|
||||
### Artikel 13.3
|
||||
|
||||
|
|
@ -1883,9 +2034,9 @@ Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld met betrekking t
|
|||
|
||||
### Artikel 13.4
|
||||
|
||||
**1.** Aanbieders van openbare telecommunicatienetwerken en openbare telecommunicatiediensten voldoen aan een vordering op grond van artikel 126na, eerste lid, of 126ua, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering dan wel een verzoek op grond van artikel 29 van de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten 2002 tot het verstrekken van gegevens terzake van naam, adres, postcode, woonplaats, nummer en soort dienst van een gebruiker van een openbaar telecommunicatienetwerk dan wel een openbare telecommunicatiedienst.
|
||||
**1.** Aanbieders van openbare telecommunicatienetwerken en openbare telecommunicatiediensten voldoen aan een vordering op grond van artikel 126na, eerste lid, 126ua, eerste lid, of 126zi van het Wetboek van Strafvordering dan wel een verzoek op grond van artikel 29 van de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten 2002 tot het verstrekken van gegevens terzake van naam, adres, postcode, woonplaats, nummer en soort dienst van een gebruiker van een openbaar telecommunicatienetwerk dan wel een openbare telecommunicatiedienst.
|
||||
|
||||
**2.** Aanbieders van openbare telecommunicatienetwerken en openbare telecommunicatiediensten voldoen aan een vordering op grond van artikel 126na, tweede lid, of 126ua, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering dan wel een verzoek op grond van artikel 29 van de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten 2002 tot het op bij algemene maatregel van bestuur te bepalen wijze achterhalen en verstrekken van de gegevens, bedoeld in het eerste lid. Teneinde aan deze verplichting te kunnen voldoen bewaren de aanbieders bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen gegevens voor een periode van drie maanden, vanaf het tijdstip waarop deze gegevens voor de eerste maal zijn verwerkt.
|
||||
**2.** Aanbieders van openbare telecommunicatienetwerken en openbare telecommunicatiediensten voldoen aan een vordering op grond van artikel 126na, tweede lid, 126ua, tweede lid, of 126zi van het Wetboek van Strafvordering dan wel een verzoek op grond van artikel 29 van de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten 2002 tot het op bij algemene maatregel van bestuur te bepalen wijze achterhalen en verstrekken van de gegevens, bedoeld in het eerste lid. Teneinde aan deze verplichting te kunnen voldoen bewaren de aanbieders bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen gegevens voor een periode van drie maanden, vanaf het tijdstip waarop deze gegevens voor de eerste maal zijn verwerkt.
|
||||
|
||||
**3.** Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de wijze waarop de aanbieders aan een vordering of een verzoek, bedoeld in het eerste en tweede lid, voldoen en de wijze waarop de gegevens, bedoeld in het eerste lid, beschikbaar worden gehouden.
|
||||
|
||||
|
|
@ -1999,7 +2150,7 @@ i. verdere onderwerpen als bedoeld in de artikelen 12.4, voor zover het bevoegdh
|
|||
|
||||
**2.** Met het toezicht op de naleving van artikel 6a.20, derde lid, zijn belast de bij besluit van de raad van bestuur van de mededingingsautoriteit aangewezen ambtenaren.
|
||||
|
||||
**3.** Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens andere bepalingen van deze wet dan bedoeld in het eerste en tweede lid zijn belast de bij besluit van het college aangewezen ambtenaren.
|
||||
**3.** Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens andere bepalingen van deze wet dan bedoeld in het eerste en tweede lid zijn belast de bij besluit van het college aangewezen ambtenaren. De vorige volzin is niet van toepassing op het bepaalde bij of krachtens de artikelen 5.1, 5.4, 5.5, 5.6, tweede, derde lid, vierde en vijfde lid, 5.7, 5.13 en 5.14 van deze wet.
|
||||
|
||||
**4.** Van een besluit als bedoeld in het eerste, tweede, en derde lid wordt mededeling gedaan door plaatsing in de Staatscourant.
|
||||
|
||||
|
|
@ -2187,7 +2338,7 @@ De bevoegdheid tot het opleggen van een boete vervalt vijf jaar nadat de overtre
|
|||
|
||||
**2.** In afwijking van artikel 8:7 van de Algemene wet bestuursrecht is voor beroep tegen besluiten, niet zijnde besluiten als bedoeld in het eerste lid, de rechtbank te Rotterdam bevoegd.
|
||||
|
||||
**3.** Ten aanzien van besluiten die door het college zijn genomen op grond van hoofdstuk 6, 6A, 6B, of 12, blijft artikel 7:1 van de Algemene wet bestuursrecht buiten toepassing.
|
||||
**3.** Ten aanzien van besluiten die door het college zijn genomen op grond van hoofdstuk 5, 6, 6A, 6B, of 12, blijft artikel 7:1 van de Algemene wet bestuursrecht buiten toepassing.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 18. Verdere bepalingen
|
||||
|
||||
|
|
@ -2545,12 +2696,7 @@ Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
|
|||
|
||||
**1.** Met betrekking tot de instandhouding, de verplaatsing en de opruiming van kabels en kabelwerken, voorzover de kabels en kabelwerken zijn aangelegd met toepassing van hoofdstuk VI van de Wet op de telecommunicatievoorzieningen is hoofdstuk 5 van deze wet van toepassing met dien verstande, dat kabels en kabelwerken, aangelegd in en op openbare gronden als bedoeld in artikel 1, onderdeel g, onder 3°, van de Wet op de telecommunicatievoorzieningen worden gelijkgesteld met kabels, aangelegd in en op openbare gronden als bedoeld in artikel 1.1, onderdeel aa, van deze wet.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Ten aanzien van kabels en kabelwerken, bedoeld in het eerste lid, die deel uitmaken van een telecommunicatienetwerk dat tot gebruik strekt van het Ministerie van Defensie geldt dat:
|
||||
|
||||
a. gedurende een periode van vijf jaar na het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet op de aanleg van kabels en kabelwerken ten behoeve van uitbreiding van dat telecommunicatienetwerk hoofdstuk 5 van deze wet van toepassing is, en
|
||||
b. dat tijdens de periode, genoemd onder a, alsmede na afloop van die periode op de kabels en kabelwerken die zijn aangelegd voor uitbreiding van dat telecommunicatienetwerk de bepalingen van hoofdstuk 5 van deze wet met betrekking tot de instandhouding, de verplaatsing en de opruiming van toepassing blijven.
|
||||
**2.** In afwijking van de artikelen 5.2, achtste lid, en 5.15 geldt voor kabels, ondergrondse ondersteuningswerken of beschermingswerken in of op openbare gronden, waarin of waarop geen fysieke geleidingsdraden bestemd voor de rechtstreekse overdracht van signalen tussen punten zijn aangebracht, die zijn aangelegd met het oogmerk deel uit te maken van doch op het tijdstip van inwerkingtreding van de wet ......, houdende wijziging van de Telecommunicatiewet in verband met een herziening van het nationale beleid ten aanzien van de aanleg van kabels ten dienste van openbare elektronische communicatienetwerken (Stb. ...) niet in gebruik zijn ten dienste van een openbaar elektronisch communicatienetwerk, een gedoogplicht tot 1 januari 2018, tenzij de instandhouding van deze voorzieningen de instandhouding van andere reeds in de grond aanwezige werken in gevaar brengt of ernstig hindert. De aanbieder meldt aan degene op wie de gedoogplicht rust schriftelijk op welke netwerkvoorziening de gedoogplicht betrekking heeft. Daarvan doet hij tevens mededeling aan burgemeester en wethouders van de gemeente binnen wier grondgebied de netwerkvoorziening is gelegen.
|
||||
|
||||
### Artikel 20.6
|
||||
|
||||
|
|
@ -2576,11 +2722,17 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
### Artikel 20.11
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
**1.** De rechthebbende op of de beheerder van gronden is verplicht te gedogen dat ten dienste van openbare elektronische communicatienetwerken kabels, die voor de inwerkingtreding van de wet, houdende wijziging van de Telecommunicatiewet in verband met een herziening van het nationale beleid ten aanzien van de aanleg van kabels ten dienste van openbare elektronische communicatienetwerken (Stb. ...), boven deze gronden zijn aangelegd, worden instandgehouden of opgeruimd. De eerste volzin is tevens van toepassing op de bij de kabels behorende bovengrondse ondersteuningswerken.
|
||||
|
||||
**2.** De artikelen 5.3 tot en met 5.8, 5.10, 5.13 en 5.14 van deze wet zijn van overeenkomstige toepassing op de in het eerste lid bedoelde kabels en ondersteuningswerken.
|
||||
|
||||
**3.** Artikel 5.8 van de Telecommunicatiewet, zoals dat luidde voor het tijdstip van inwerkingtreding van de wet, houdende wijziging van de Telecommunicatiewet in verband met een herziening van het nationale beleid ten aanzien van de aanleg van kabels ten dienste van openbare elektronische communicatienetwerken, is van toepassing op de instandhouding van de in het eerste lid bedoelde kabels en ondersteuningswerken.
|
||||
|
||||
### Artikel 20.12
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
**1.** Artikel 5.14, eerste lid, is niet van toepassing op een gemeente die openbare elektronische communicatienetwerken of openbare elektronische communicatiediensten aanbiedt, voor zover die gemeente op het tijdstip van inwerkingtreding van de wet, houdende wijziging van de Telecommunicatiewet in verband met een herziening van het nationale beleid ten aanzien van de aanleg van kabels ten dienste van openbare elektronische communicatienetwerken (Stb. ...) deze netwerken of diensten reeds aanbiedt.
|
||||
|
||||
**2.** Artikel 5.14, tweede tot en met vierde lid, is niet van toepassing op een gemeente met een belang of zeggenschap in een onderneming die openbare elektronische communicatienetwerken of openbare elektronische communicatiediensten aanbiedt, voor zover die gemeente dat belang of die zeggenschap op het tijdstip van inwerkingtreding van de wet, houdende wijziging van de Telecommunicatiewet in verband met een herziening van het nationale beleid ten aanzien van de aanleg van kabels ten dienste van openbare elektronische communicatienetwerken (Stb. ...) reeds heeft.
|
||||
|
||||
### Artikel 20.13
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue