2013-01-01 | BWBR0015007 | Spoorwegwet
This commit is contained in:
parent
db760435e6
commit
d7356fd7e3
1 changed files with 137 additions and 115 deletions
|
|
@ -14,33 +14,51 @@ citeertitel: Spoorwegwet
|
|||
|
||||
### Artikel 1
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
|
||||
|
||||
a. Onze Minister: Onze Minister van Verkeer en Waterstaat;
|
||||
b. spoorweg: weg bestemd voor verkeer over spoorstaven of geleiderails;
|
||||
c. spoorweginfrastructuur: spoorwegen en daarbij behorende spoorweginfrastructuur als bedoeld in bijlage 1, onderdeel A, van Verordening (EEG) nr. 2598/70 van de Europese Commissie van 18 december 1970 (PbEG L 278);
|
||||
d. rechthebbende: eigenaar, bezitter of degene die een recht van erfpacht, opstal, vruchtgebruik, gebruik, huur of pacht heeft;
|
||||
e. spoorvoertuig: voertuig, bestemd voor het verkeer over spoorwegen;
|
||||
f. spoorwegonderneming: spoorwegonderneming als bedoeld in richtlijn 95/18/EG alsmede iedere andere onderneming die gebruik maakt of beoogt te maken van de spoorweg en daarvoor de beschikking heeft over tractie;
|
||||
g. lidstaat: lidstaat van de Europese Unie of een andere staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte;
|
||||
h. beheerder: houder van een concessie als bedoeld in artikel 16, eerste lid;
|
||||
i. keuringsinstantie: instantie aangewezen op grond van artikel 93;
|
||||
j. veiligheidsfunctie: functie van bestuurder van een spoorvoertuig of een andere, bij algemene maatregel van bestuur omschreven, functie binnen het spoorwegverkeerssysteem die van aanmerkelijke invloed is op de veiligheid van het spoorverkeer;
|
||||
k. richtlijn 91/440/EEG: richtlijn nr. 91/440/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 29 juli 1991 betreffende de ontwikkeling van de spoorwegen in de Gemeenschap (PbEG L 237);
|
||||
l. richtlijn 95/18/EG: richtlijn nr. 95/18/EG van de Raad van de Europese Unie van 19 juni 1995 betreffende de verlening van vergunningen aan spoorwegondernemingen (PbEG L 143);
|
||||
m. richtlijn 2001/14/EG: richtlijn nr. 2001/14/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 26 februari 2001 inzake de toewijzing van spoorweginfrastructuurcapaciteit en de heffing van rechten voor het gebruik van spoorweginfrastructuur (PbEG L 75);
|
||||
n. richtlijn 2004/49/EG: richtlijn nr. 2004/49/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 29 april 2004 inzake de veiligheid op communautaire spoorwegen en tot wijziging van Richtlijn 95/18/EG van de Raad betreffende de verlening van vergunningen aan spoorwegondernemingen en van Richtlijn 2001/14/EG van de Raad inzake de toewijzing van spoorweginfrastructuurcapaciteit en de heffing van rechten voor het gebruik van spoorweginfrastructuur alsmede inzake veiligheidscertificering (Spoorwegveiligheidsrichtlijn) (PbEU L 220);
|
||||
o. richtlijn 2007/59/EG: richtlijn nr. 2007/59/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 23 oktober 2007 inzake de certificering van machinisten die locomotieven en treinen op het spoorwegsysteem van de Gemeenschap besturen (PbEU L 315);
|
||||
p. richtlijn 2008/57/EG: richtlijn nr. 2008/57/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 17 juni 2008 betreffende de interoperabiliteit van het spoorwegsysteem in de Gemeenschap (PbEU L 191);
|
||||
q. aangemelde instantie: aangemelde instantie als bedoeld in artikel 2, onderdeel j, van richtlijn 2008/57/EG;
|
||||
r. bevoegdheidsbewijs: bevoegdheidsbewijs als bedoeld in artikel 3, onderdeel j van richtlijn 2007/59/EG;
|
||||
s. interoperabiliteitsonderdeel: interoperabiliteitsonderdeel als bedoeld in artikel 2, onderdeel f, van richtlijn 2008/57/EG;
|
||||
t. machinistenvergunning: vergunning als bedoeld in artikel 4 van richtlijn 2007/59/EG;
|
||||
u. subsysteem: subsysteem van structurele aard als bedoeld in bijlage II van richtlijn 2008/57/EG;
|
||||
v. technische specificatie inzake interoperabiliteit: technische specificatie inzake interoperabiliteit als bedoeld in artikel 2, onderdeel i, van richtlijn 2008/57/EG;
|
||||
w. verbetering: verbetering als bedoeld in artikel 2, onderdeel m, van richtlijn 2008/57/EG;
|
||||
x. vernieuwing: vernieuwing als bedoeld in artikel 2, onderdeel n, van richtlijn 2008/57/EG;
|
||||
y. raad van bestuur NMa: raad van bestuur van de mededingingsautoriteit, bedoeld in artikel 2 van de Mededingingswet.
|
||||
- *aangemelde instantie:* aangemelde instantie als bedoeld in artikel 2, onderdeel j, van richtlijn 2008/57/EG;
|
||||
- *beheerder:* houder van een concessie als bedoeld in artikel 16, eerste lid;
|
||||
- *bevoegdheidsbewijs:* bevoegdheidsbewijs als bedoeld in artikel 3, onderdeel j, van richtlijn 2007/59/EG;
|
||||
- *capaciteit:* capaciteit van de hoofdspoorweginfrastructuur;
|
||||
- *gebruik van een hoofdspoorweg:* het met een spoorvoertuig rijden over of stilstaan op een hoofdspoorweg;
|
||||
- *gebruiksvergoeding:* vergoeding als bedoeld in artikel 8 van richtlijn 91/440/EEG en hoofdstuk 2 van richtlijn 2001/14/EG;
|
||||
- *gerechtigde:* gerechtigde als bedoeld in artikel 57;
|
||||
- *hoofdspoorweg:* op grond van artikel 2 als hoofdspoorweg aangewezen spoorweg;
|
||||
- *hoofdspoorweginfrastructuur:* spoorweginfrastructuur, waarbij de spoorwegen als hoofdspoorwegen zijn aangewezen;
|
||||
- *interoperabiliteitsonderdeel:* interoperabiliteitsonderdeel als bedoeld in artikel 2, onderdeel f, van richtlijn 2008/57/EG;
|
||||
- *kaderovereenkomst:* kaderovereenkomst als bedoeld in artikel 17 van richtlijn 2001/14/EG;
|
||||
- *keuringsinstantie:* instantie aangewezen op grond van artikel 93;
|
||||
- *lidstaat:* lidstaat van de Europese Unie of een andere staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte;
|
||||
- *machinistenvergunning:* vergunning als bedoeld in artikel 4 van richtlijn 2007/59/EG;
|
||||
- *netverklaring:* netverklaring als bedoeld in richtlijn 2001/14/EG;
|
||||
- *Onze Minister:* Onze Minister van Infrastructuur en Milieu;
|
||||
- *raad van bestuur NMa:* raad van bestuur van de mededingingsautoriteit, bedoeld in artikel 2 van de Mededingingswet;
|
||||
- *rechthebbende:* eigenaar, bezitter of degene die een recht van erfpacht, opstal, vruchtgebruik, gebruik, huur of pacht heeft;
|
||||
- *spoorvoertuig:* voertuig, bestemd voor het verkeer over spoorwegen;
|
||||
- *spoorweg:* weg bestemd voor verkeer over spoorstaven of geleiderails;
|
||||
- *spoorweginfrastructuur:* spoorwegen en de daarvan deel uitmakende elementen van spoorweginfrastructuur als bedoeld in bijlage I, onderdeel A, van Verordening (EG) nr. 851/2006 van de Europese Commissie van 9 juni 2006 betreffende de vaststelling van de inhoud van de verschillende posten van de boekhoudkundige schema’s bedoeld in bijlage I bij Verordening (EEG) nr. 1108/70 van de Raad (PbEU L 158);
|
||||
- *spoorwegonderneming:* spoorwegonderneming als bedoeld in richtlijn 95/18/EG, alsmede iedere andere onderneming die gebruik maakt of beoogt te maken van de spoorweg en daarvoor de beschikking heeft over tractie;
|
||||
- *subsysteem:* subsysteem van structurele aard als bedoeld in bijlage II van richtlijn 2008/57/EG;
|
||||
- *technische specificatie inzake interoperabiliteit:* technische specificatie inzake interoperabiliteit als bedoeld in artikel 2, onderdeel i, van richtlijn 2008/57/EG;
|
||||
- *toegangsovereenkomst:* toegangsovereenkomst als bedoeld in artikel 59;
|
||||
- *veiligheidsfunctie:* functie van bestuurder van een spoorvoertuig of een andere, bij algemene maatregel van bestuur omschreven, functie binnen het spoorwegverkeerssysteem die van aanmerkelijke invloed is op de veiligheid van het spoorverkeer;
|
||||
- *verbetering:* verbetering als bedoeld in artikel 2, onderdeel m, van richtlijn 2008/57/EG;
|
||||
- *vernieuwing:* vernieuwing als bedoeld in artikel 2, onderdeel n, van richtlijn 2008/57/EG.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt voorts verstaan onder:
|
||||
|
||||
- *richtlijn 91/440/EEG:* richtlijn nr. 91/440/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 29 juli 1991 betreffende de ontwikkeling van de spoorwegen in de Gemeenschap (PbEG L 237);
|
||||
- *richtlijn 95/18/EG:* richtlijn nr. 95/18/EG van de Raad van de Europese Unie van 19 juni 1995 betreffende de verlening van vergunningen aan spoorwegondernemingen (PbEG L 143);
|
||||
- *richtlijn 96/48/EG:* richtlijn nr. 96/48/EG van de Raad van de Europese Unie van 23 juli 1996 betreffende de interoperabiliteit van het transeuropees hogesnelheidsspoorwegsysteem (PbEG L 235);
|
||||
- *richtlijn 2001/14/EG:* richtlijn nr. 2001/14/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 26 februari 2001 inzake de toewijzing van spoorweginfrastructuurcapaciteit en de heffing van rechten voor het gebruik van spoorweginfrastructuur (PbEG L 75);
|
||||
- *richtlijn 2001/16/EG:* richtlijn nr. 2001/16/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 19 maart 2001 betreffende de interoperabiliteit van het conventionele trans-Europese spoorwegsysteem (PbEG L 110);
|
||||
- *richtlijn 2004/49/EG:* richtlijn nr. 2004/49/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 29 april 2004 inzake de veiligheid op communautaire spoorwegen en tot wijziging van Richtlijn 95/18/EG van de Raad betreffende de verlening van vergunningen aan spoorwegondernemingen en van Richtlijn 2001/14/EG van de Raad inzake de toewijzing van spoorweginfrastructuurcapaciteit en de heffing van rechten voor het gebruik van spoorweginfrastructuur alsmede inzake veiligheidscertificering (Spoorwegveiligheidsrichtlijn) (PbEU L 220);
|
||||
- *richtlijn 2007/59/EG:* richtlijn nr. 2007/59/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 23 oktober 2007 inzake de certificering van machinisten die locomotieven en treinen op het spoorwegsysteem van de Gemeenschap besturen (PbEU L 315);
|
||||
- *richtlijn 2008/57/EG:* richtlijn nr. 2008/57/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 17 juni 2008 betreffende de interoperabiliteit van het spoorwegsysteem in de Gemeenschap (PbEU L 191).
|
||||
|
||||
### Artikel 2
|
||||
|
||||
|
|
@ -88,7 +106,7 @@ b. het alcoholgehalte van zijn bloed bij een onderzoek hoger blijkt te zijn dan
|
|||
|
||||
### Artikel 5
|
||||
|
||||
Onze Minister draagt zorg voor de aanleg, het beheer en het onderhoud van hoofdspoorweginfrastructuur.
|
||||
Onze Minister draagt zorg voor de aanleg en het beheer van hoofdspoorweginfrastructuur.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 2. De eigenschappen van hoofdspoorweginfrastructuur
|
||||
|
||||
|
|
@ -112,7 +130,11 @@ i. energievoorziening.
|
|||
|
||||
**3.** De krachtens het eerste lid te stellen regels ten aanzien van een onderwerp waarin ook door een besluit van een of meer instellingen van de Europese Unie is voorzien, mogen niet in strijd zijn met dat besluit.
|
||||
|
||||
**4.** In de krachtens het eerste lid te stellen regels kan worden bepaald dat Onze Minister bevoegd is op aanvraag van de beheerder ontheffing verlenen van die regels.
|
||||
**4.** In de krachtens het eerste lid te stellen regels kan worden bepaald dat Onze Minister bevoegd is op aanvraag van de beheerder ontheffing te verlenen van die regels.
|
||||
|
||||
**5.** Een wijziging van de technische of functionele eigenschappen van de hoofdspoorweginfrastructuur die de gebruiksmogelijkheden van de hoofdspoorwegen aanmerkelijk verandert, behoeft de voorafgaande instemming van Onze Minister. De beheerder vermeldt in zijn verzoek om instemming de zienswijzen van betrokken gerechtigden en, voor zover de wijziging afwijkt van die zienswijzen, een deugdelijke motivering van die afwijking.
|
||||
|
||||
**6.** Het vijfde lid geldt niet voor een wijziging van de technische of functionele eigenschappen, indien het een verbetering of vernieuwing betreft waarvoor Onze Minister een vergunning voor indienststelling respectievelijk een nieuwe vergunning voor indienststelling als bedoeld in artikel 9, derde lid, heeft verleend.
|
||||
|
||||
### Artikel 7
|
||||
|
||||
|
|
@ -223,7 +245,7 @@ c. het leiden van het verkeer over de infrastructuur.
|
|||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Onze Minister verleent op aanvraag een veiligheidsvergunning aan de beheerder, indien hij beschikt over een veiligheidszorgsysteem dat:
|
||||
Onze Minister verleent op aanvraag een veiligheidsvergunning aan de beheerder, indien hij beschikt over een veiligheidsbeheersysteem dat:
|
||||
|
||||
a. voldoet aan artikel 9, tweede lid, en bijlage III van richtlijn 2004/49/EG,
|
||||
|
||||
|
|
@ -232,14 +254,14 @@ b. op zodanige wijze is geoperationaliseerd dat het een veilig beheer en gebruik
|
|||
|
||||
**3.** Een veiligheidsvergunning is ten hoogste vijf jaar geldig.
|
||||
|
||||
**4.** Onze Minister trekt een veiligheidsvergunning in, indien het veiligheidszorgsysteem van de beheerder niet meer voldoet aan het tweede lid.
|
||||
**4.** Onze Minister trekt een veiligheidsvergunning in, indien het veiligheidsbeheersysteem van de beheerder niet meer voldoet aan het tweede lid.
|
||||
|
||||
**5.**
|
||||
|
||||
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gegeven over de uitvoering van dit artikel, waaronder:
|
||||
|
||||
a. regels ten aanzien van de aanvraag van een veiligheidsvergunning, en
|
||||
b. nadere regels ten aanzien het veiligheidszorgsysteem.
|
||||
b. nadere regels ten aanzien het veiligheidsbeheersysteem.
|
||||
|
||||
### Artikel 16b
|
||||
|
||||
|
|
@ -253,9 +275,9 @@ b. nadere regels ten aanzien het veiligheidszorgsysteem.
|
|||
|
||||
Aan de concessie worden in elk geval voorschriften, onder meer houdende prestatie-indicatoren, verbonden om te waarborgen dat:
|
||||
|
||||
a. de infrastructuur in goede staat verkeert en geschikt is voor het verkeer of ander gebruik waarvoor zij bestemd is;
|
||||
b. de infrastructuur veilig en doelmatig bereden kan worden zonder overmatige slijtage aan spoorvoertuigen;
|
||||
c. de risico's van het gebruik en beheer voor de veiligheid van hoofdspoorwegen worden geanalyseerd en dat passende maatregelen worden genomen, waaronder het zo nodig buiten dienst stellen van een gedeelte van de hoofdspoorweg, om deze risico's afdoende te beheersen, waarbij rekening wordt gehouden met de specifieke vereisten van de te verwachten bedrijfsvoering en de stand der techniek;
|
||||
a. de hoofdspoorweginfrastructuur in goede staat verkeert en geschikt is voor het verkeer of ander gebruik waarvoor zij bestemd is;
|
||||
b. de hoofdspoorweginfrastructuur veilig en doelmatig bereden kan worden zonder overmatige slijtage aan spoorvoertuigen;
|
||||
c. de risico's van het gebruik en beheer voor de veiligheid van de hoofdspoorweginfrastructuur worden geanalyseerd en dat passende maatregelen worden genomen, waaronder het zo nodig buiten dienst stellen van een gedeelte van de hoofdspoorweg, om deze risico's afdoende te beheersen, waarbij rekening wordt gehouden met de specifieke vereisten van de te verwachten bedrijfsvoering en de stand der techniek;
|
||||
d. voldaan wordt aan de richtlijnen 91/440/EEG en 2001/14/EG;
|
||||
e. de beheerder financieel draagkrachtig en beroepsbekwaam is.
|
||||
|
||||
|
|
@ -272,17 +294,29 @@ b. het verstrekken van gegevens aan Onze Minister ten behoeve van:
|
|||
c. het opstellen van een financiële verantwoording van het uitvoeren van de concessie, welke verantwoording gescheiden is van die voor andere werkzaamheden, en
|
||||
d. wijzigingen van hoofdspoorweginfrastructuur die de beheerder aanbesteedt en als een verbetering of een vernieuwing als bedoeld in artikel 9, eerste lid, worden aangemerkt.
|
||||
|
||||
**3.** Een wijziging van de technische of functionele eigenschappen van de hoofdspoorweginfrastructuur die de gebruiksmogelijkheden van de hoofdspoorwegen aanmerkelijk verandert, behoeft de voorafgaande instemming van Onze Minister. De beheerder vermeldt in zijn verzoek om instemming de zienswijzen van betrokken gerechtigden als bedoeld in artikel 57 en, voorzover de wijziging afwijkt van die zienswijzen, een deugdelijke motivering van die afwijking.
|
||||
**3.** Aan een concessie kan het voorschrift worden verbonden dat de beheerder, indien hij tekortschiet in het verrichten van een bepaalde prestatie, gehouden is een geldsom te voldoen aan Onze Minister.
|
||||
|
||||
**4.** Het derde lid geldt niet voor een wijziging van de technische of functionele eigenschappen, indien het verbetering of vernieuwing betreft waarvoor Onze Minister een vergunning voor indienststelling respectievelijk nieuwe vergunning voor indienststelling als bedoeld in artikel 9, derde lid, heeft verleend.
|
||||
**4.** Indien toepassing is gegeven aan het derde lid is de concessieverlener niet bevoegd ten aanzien van het verrichten van de desbetreffende prestatie aan de concessiehouder een last onder dwangsom op te leggen. Artikel 5:32, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht is niet van toepassing.
|
||||
|
||||
**5.** Onze Minister kan aan de beheerder een bijzondere volmacht als bedoeld in artikel 32, vierde lid, van de Comptabiliteitswet 2001 verlenen met betrekking tot hoofdspoorweginfrastructuur die aan de Staat toebehoort.
|
||||
|
||||
### Artikel 17a
|
||||
|
||||
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
|
||||
**1.** De beheerder stelt een beheerplan op conform de in de hem verleende concessie vastgelegde voorschriften.
|
||||
|
||||
**2.** Aan de concessie wordt een voorschrift verbonden ten aanzien van de duur van het beheerplan.
|
||||
|
||||
### Artikel 17b
|
||||
|
||||
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
|
||||
**1.** De beheerder vraagt advies aan de gerechtigden, bedoeld in artikel 57, met uitzondering van de concessieverlener, bedoeld in artikel 20, eerste lid, van de Wet personenvervoer 2000, over de bij of krachtens algemene maatregel van bestuur aangewezen onderdelen van het beheerplan, bedoeld in artikel 17a.
|
||||
|
||||
**2.** De beheerder stelt de gerechtigden in de gelegenheid met hem overleg te voeren voordat advies wordt uitgebracht.
|
||||
|
||||
**3.** Het advies, bedoeld in het eerste lid, wordt op een zodanig tijdstip gevraagd dat het van wezenlijke invloed kan zijn op het door de beheerder op te stellen beheerplan.
|
||||
|
||||
**4.** Indien na het advies van de gerechtigden een beslissing wordt genomen ten aanzien van de onderdelen van het beheerplan, bedoeld in het eerste lid, worden de gerechtigden door de beheerder zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk vier weken voor deze gevolg geeft aan de beslissing, schriftelijk hiervan in kennis gesteld. Indien het advies van de gerechtigden niet of niet geheel is gevolgd, wordt aan hen tevens meegedeeld, waarom van dat advies is afgeweken en wordt hen de gelegenheid geboden binnen vier weken nader te overleggen met de beheerder alvorens deze gevolg geeft aan de beslissing.
|
||||
|
||||
**5.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld over de termijnen die bij de adviesprocedure en de overlegprocedure, bedoeld in dit artikel, in acht worden genomen.
|
||||
|
||||
### Artikel 18
|
||||
|
||||
|
|
@ -298,7 +332,7 @@ Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
|
|||
|
||||
### Artikel 18a
|
||||
|
||||
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
|
||||
Een besluit tot verlening of wijziging van een concessie kan worden genomen indien de beheerder niet binnen vier dagen na de dag waarop het voorgenomen besluit aan hem is bekendgemaakt aan de concessieverlener heeft doen blijken dat hij de concessie niet zonder voorbehoud aanvaardt.
|
||||
|
||||
### Artikel 19
|
||||
|
||||
|
|
@ -359,9 +393,10 @@ Het eerste lid is niet van toepassing op:
|
|||
a. het uitvoeren van het beheer;
|
||||
b. de uitoefening van een veiligheidsfunctie;
|
||||
c. de uitoefening van een wettelijke taak;
|
||||
d. het uitvoeren van werkzaamheden in opdracht van een spoorwegonderneming die beschikt over een veiligheidsattest als bedoeld in artikel 32, eerste lid, of een proefattest als bedoeld in artikel 34;
|
||||
d. het uitvoeren van werkzaamheden in opdracht van een spoorwegonderneming die beschikt over een veiligheidscertificaat als bedoeld in artikel 32, eerste lid, of een proefcertificaat als bedoeld in artikel 34;
|
||||
e. de uitoefening van het houderschap van een spoorvoertuig en de uitoefening van werkzaamheden aan een spoorvoertuig in opdracht van de houder, en
|
||||
f. de uitoefening van opleidingsactiviteiten voor een veiligheidsfunctie en de beoordeling op het voldoen aan de eisen voor een veiligheidsfunctie.
|
||||
f. de uitoefening van opleidingsactiviteiten voor een veiligheidsfunctie en de beoordeling op het voldoen aan de eisen voor een veiligheidsfunctie;
|
||||
g. de uitoefening van overige activiteiten in opdracht van de beheerder.
|
||||
|
||||
**3.** Onze Minister kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid vervatte verbod. Artikel 21, tweede lid, tweede en derde volzin, zijn van toepassing.
|
||||
|
||||
|
|
@ -406,13 +441,15 @@ Deze paragraaf geldt onverkort voor de rechthebbende ten aanzien van de onder of
|
|||
Geen toegang tot hoofdspoorwegen heeft een spoorwegonderneming:
|
||||
|
||||
a. die niet beschikt over een geldige bedrijfsvergunning;
|
||||
b. die niet beschikt over een geldig veiligheidsattest of proefattest;
|
||||
b. die niet beschikt over een geldig veiligheidscertificaat of proefcertificaat;
|
||||
c. die niet voldoet aan de voor haar ingevolge artikel 55 geldende verzekeringsplicht;
|
||||
d. indien het recht op die toegang niet rechtstreeks voortvloeit uit een toegangsovereenkomst als bedoeld in artikel 59;
|
||||
e. die anderszins niet gerechtigd is van de hoofdspoorweg gebruik te maken.
|
||||
|
||||
**3.** Bij algemene maatregel van bestuur kan met inachtneming van de artikelen 1 en 2 van richtlijn 95/18/EG onder daarbij te stellen voorwaarden en beperkingen vrijstelling worden verleend van het tweede lid, onderdeel a, en met inachtneming van artikel 3 van richtlijn 2004/49/EG onder daarbij te stellen voorwaarden en beperkingen vrijstelling worden verleend van het tweede lid, onderdeel b.
|
||||
|
||||
**4.** Een beheerder heeft in afwijking van het tweede lid, onder d, ten behoeve van de uitoefening van de taken, bedoeld in artikel 16, eerste lid, als spoorwegonderneming toegang tot hoofdspoorwegen zonder dat het recht rechtstreeks voortvloeit uit een toegangsovereenkomst met dien verstande dat de beheerder, voor zover het de activiteiten, bedoeld in artikel 28 van richtlijn 2001/14/EG betreft, beschikt over verdeelde capaciteit.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 2. De bedrijfsvergunning voor spoorwegondernemingen
|
||||
|
||||
### Artikel 28
|
||||
|
|
@ -456,66 +493,59 @@ a. de toepassing van de in artikel 28, eerste lid, bedoelde eisen;
|
|||
b. de verlening, weigering, wijziging, schorsing of intrekking van een bedrijfsvergunning;
|
||||
c. de aan de bedrijfsvergunning te verbinden voorschriften en beperkingen.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 3. Het veiligheidsattest
|
||||
### Paragraaf 3. Het veiligheidscertificaat
|
||||
|
||||
### Artikel 32
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Onze Minister verleent op aanvraag een veiligheidsattest aan de aanvrager, indien deze aantoont:
|
||||
Onze Minister verleent op aanvraag van een spoorwegonderneming een veiligheidscertificaat als bedoeld in artikel 10 van richtlijn 2004/49/EG bestaande uit:
|
||||
|
||||
a. bij het voorgenomen gebruik van de spoorweg te kunnen voldoen aan de bij of krachtens dit hoofdstuk gestelde voorschriften en
|
||||
b. door toepassing van een adequaat veiligheidszorgsysteem veilig gebruik te kunnen maken van de spoorweg.
|
||||
a. een A-certificaat voor het veiligheidsbeheersysteem dat wordt verleend indien het veiligheidsbeheersysteem voldoet aan artikel 9 en bijlage III van richtlijn 2004/49/EG;
|
||||
b. een B-certificaat voor de voorzieningen die de spoorwegonderneming overeenkomstig bijlage IV van richtlijn 2004/49/EG heeft getroffen om te voldoen aan de bij of krachtens deze wet gestelde voorschriften.
|
||||
|
||||
**2.** Onze Minister beslist binnen dertien weken op de aanvraag. Indien de beschikking niet binnen dertien weken kan worden gegeven, stelt Onze Minister de aanvrager daarvan in kennis en noemt daarbij een redelijke termijn waarbinnen de beschikking wel tegemoet kan worden gezien.
|
||||
**2.** Een veiligheidsbeheersysteem waarvoor door een daartoe bevoegde instantie in een andere lidstaat van de Europese Unie een certificaat als bedoeld in artikel 10, tweede lid, onderdeel a, van richtlijn 2004/49/EG is afgegeven, wordt voor de verlening van het veiligheidscertificaat gelijkgesteld met een A-certificaat als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a.
|
||||
|
||||
**3.** Onze Minister verleent op aanvraag aan een beheerder, in afwijking van het eerste lid, een veiligheidscertificaat, indien hij beschikt over een op grond van artikel 16a verleende veiligheidsvergunning.
|
||||
|
||||
**4.** Een beheerder gebruikt een op grond van het derde lid verleend veiligheidscertificaat slechts ten behoeve van de uitvoering van de taken, bedoeld in artikel 16, eerste lid.
|
||||
|
||||
### Artikel 33
|
||||
|
||||
**1.** Het veiligheidsattest is ten hoogste vijf jaar geldig.
|
||||
**1.** Het veiligheidscertificaat is ten hoogste vijf jaar geldig.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
**2.** Aan het veiligheidscertificaat kunnen beperkingen en voorschriften worden verbonden in het belang van de veiligheid op en in de directe nabijheid van de spoorweg.
|
||||
|
||||
De attesthouder past een adequaat veiligheidszorgsysteem toe, met behulp waarvan wordt gewaarborgd dat de spoorwegonderneming:
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
a. bij de normale bedrijfsvoering en bij voorzienbare afwijkingen daarvan geen schade berokkent en niemand onnodig hindert of in gevaar brengt en zorgt dat het spoorverkeer zo veel mogelijk zonder verstoringen kan worden afgewikkeld;
|
||||
b. rekening houdt met de specifieke vereisten wanneer de normale bedrijfsvoering raakt aan die van andere gebruikers van de spoorweg of van de beheerder;
|
||||
c. de aan de bedrijfsvoering verbonden risico's onderkent en passende maatregelen neemt om deze afdoende te beheersen en daarbij rekening houdt met de stand der techniek en de binnen de bedrijfstak aanwezige kennis en richtsnoeren voor een veilige bedrijfsvoering;
|
||||
d. procedures vaststelt en hanteert voor het nemen van corrigerende maatregelen bij afwijkingen en incidenten, alsmede voor het voortdurend verbeteren van het veiligheidsniveau met het oog op zich wijzigende omstandigheden en op grond van opgedane ervaringen;
|
||||
e. ervoor zorg draagt dat werknemers met een veiligheidsfunctie met het oog op het behouden van hun geschiktheid, kennis en bekwaamheid voor de desbetreffende functie de noodzakelijke oefening hebben en de noodzakelijke nadere of aanvullende scholing, opleiding en studie volgen.
|
||||
|
||||
**3.** Het veiligheidszorgsysteem is passend voor de aard en de omvang van de spoorwegonderneming.
|
||||
|
||||
**4.** Aan het veiligheidsattest kunnen beperkingen en voorschriften worden verbonden in het belang van de veiligheid op en in de directe nabijheid van de spoorweg.
|
||||
|
||||
**5.**
|
||||
|
||||
Onze Minister kan het veiligheidsattest schorsen of intrekken:
|
||||
Onze Minister kan het veiligheidscertificaat schorsen of intrekken:
|
||||
|
||||
a. wegens handelen in strijd met dit hoofdstuk;
|
||||
b. in het belang van de veiligheid op en in de directe nabijheid van de spoorweg;
|
||||
c. indien de bedrijfsvergunning van de attesthouder is geschorst of ingetrokken.
|
||||
c. indien de bedrijfsvergunning van de certificaathouder is geschorst of ingetrokken;
|
||||
d. indien het certificaat, bedoeld in artikel 32, tweede lid, door een daartoe bevoegde instantie in een andere lidstaat van de Europese Unie is ingetrokken.
|
||||
|
||||
**6.** Onze Minister kan het veiligheidsattest of de daaraan verbonden beperkingen en voorschriften ambtshalve of op aanvraag wijzigen, met inachtneming van het belang van de veiligheid op en in de directe nabijheid van de spoorweg.
|
||||
**4.** Onze Minister kan het veiligheidscertificaat of de daaraan verbonden beperkingen en voorschriften ambtshalve of op aanvraag wijzigen, met inachtneming van het belang van de veiligheid op en in de directe nabijheid van de spoorweg.
|
||||
|
||||
**7.** Overtreding van de voorschriften, bedoeld in het vierde lid, is verboden.
|
||||
**5.** Overtreding van de voorschriften, bedoeld in het tweede lid, is verboden.
|
||||
|
||||
### Artikel 34
|
||||
|
||||
**1.** Onze Minister kan aan degene die een veiligheidsattest heeft aangevraagd of aan de attesthouder die een wijziging van het veiligheidsattest heeft aangevraagd een proefattest verlenen.
|
||||
**1.** Onze Minister kan aan degene die een veiligheidscertificaat heeft aangevraagd of aan de certificaathouder die een wijziging van het veiligheidscertificaat heeft aangevraagd een proefcertificaat verlenen.
|
||||
|
||||
**2.** Het proefattest wordt verleend met het oog op het opdoen van ervaring of het testen van procedures of spoorvoertuigen ten behoeve van verlening of wijziging van een veiligheidsattest.
|
||||
**2.** Het proefcertificaat wordt verleend met het oog op het opdoen van ervaring of het testen van procedures of spoorvoertuigen ten behoeve van verlening of wijziging van een veiligheidscertificaat.
|
||||
|
||||
**3.** Het proefattest is ten hoogste dertien weken geldig en vervalt van rechtswege bij de verlening of de wijziging, bedoeld in het tweede lid. Indien toepassing is gegeven aan artikel 32, tweede lid, tweede volzin, vervalt het proefattest met ingang van de dag na de laatste dag van de krachtens die bepaling gestelde termijn.
|
||||
**3.** Het proefcertificaat is ten hoogste dertien weken geldig en vervalt van rechtswege bij de verlening of de wijziging, bedoeld in het tweede lid. Indien toepassing is gegeven aan artikel 32, tweede lid, tweede volzin, vervalt het proefcertificaat met ingang van de dag na de laatste dag van de krachtens die bepaling gestelde termijn.
|
||||
|
||||
**4.** Artikel 33, vierde en vijfde lid, is op het proefattest van overeenkomstige toepassing.
|
||||
**4.** Artikel 33, vierde en vijfde lid, is op het proefcertificaat van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
### Artikel 35
|
||||
|
||||
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gegeven over de uitvoering van deze paragraaf, waaronder regels ten aanzien van:
|
||||
|
||||
a. de verlening, weigering, wijziging, schorsing of intrekking van een veiligheidsattest en van een proefattest;
|
||||
b. de aan een veiligheidsattest en een proefattest te verbinden voorschriften en beperkingen;
|
||||
c. de bedrijfsprocessen die ten minste in het veiligheidszorgsysteem zijn opgenomen.
|
||||
a. de verlening, weigering, wijziging, schorsing of intrekking van een veiligheidscertificaat en van een proefcertificaat;
|
||||
b. de aan een veiligheidscertificaat en een proefcertificaat te verbinden voorschriften en beperkingen;
|
||||
c. de bedrijfsprocessen die ten minste in het veiligheidsbeheersysteem zijn opgenomen.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 4. Gebruik, compatibiliteit en interoperabiliteit van spoorvoertuigen en interoperabiliteitsonderdelen
|
||||
|
||||
|
|
@ -586,7 +616,7 @@ c. in andere bij regeling van Onze Minister aangegeven gevallen.
|
|||
|
||||
**2.** Onze Minister verleent in afwijking van artikel 36, derde en vijfde lid, een vergunning voor indienststelling respectievelijk een aanvullende vergunning voor indienststelling, indien het spoorvoertuig overeenstemt met een type dat voorzien is van een geldige dergelijke vergunning.
|
||||
|
||||
**3.** Onze Minister kan de vergunning voor indienststelling voor een type respectievelijk de aanvullende vergunning voor indienststelling voor een type intrekken,indien het type niet langer voldoet aan de krachtens artikel 36 geldende eisen.
|
||||
**3.** Onze Minister kan de vergunning voor indienststelling voor een type respectievelijk de aanvullende vergunning voor indienststelling voor een type schorsen of intrekken, indien het type niet of niet langer voldoet aan de bij of krachtens artikel 36 geldende eisen.
|
||||
|
||||
**4.** De overeenstemming met een type blijkt uit een verklaring van overeenstemming die voldoet aan de daartoe bij regeling van Onze Minister gestelde voorschriften.
|
||||
|
||||
|
|
@ -899,29 +929,25 @@ Degene onder wiens gezag een persoon die binnen het hoofdspoorwegverkeerssysteem
|
|||
|
||||
### Artikel 56
|
||||
|
||||
In dit hoofdstuk en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
|
||||
|
||||
a. gerechtigde: gerechtigde als bedoeld in artikel 57;
|
||||
b. toegangsovereenkomst: toegangsovereenkomst als bedoeld in artikel 59;
|
||||
c. kaderovereenkomst: kaderovereenkomst als bedoeld in artikel 17 van richtlijn 2001/14/EG;
|
||||
d. gebruik van een hoofdspoorweg: het met een spoorvoertuig rijden over of stilstaan op een hoofdspoorweg;
|
||||
e. capaciteit: capaciteit van de hoofdspoorweginfrastructuur;
|
||||
f. netverklaring: netverklaring als bedoeld in richtlijn 2001/14/EG;
|
||||
g. gebruiksvergoeding: vergoeding als bedoeld in artikel 8 van richtlijn 91/440/EEG en artikel 4 van richtlijn 2001/14/EG.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 57
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
**1.** Gerechtigd tot het sluiten van een toegangsovereenkomst en een kaderovereenkomst met de beheerder zijn de partijen, bedoeld in het tweede lid.
|
||||
|
||||
Gerechtigd tot het sluiten van een toegangsovereenkomst en een kaderovereenkomst met de beheerder zijn:
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Als aanvrager als bedoeld in artikel 2, onderdeel b, van richtlijn 2001/14/EG worden aangemerkt:
|
||||
|
||||
a. spoorwegondernemingen die in het bezit zijn van een bedrijfsvergunning of deze hebben aangevraagd, voorzover zij daarmee gerechtigd zijn van de hoofdspoorwegen gebruik te maken op de wijze waarvoor zij de overeenkomst willen sluiten;
|
||||
b. concessieverleners als bedoeld in artikel 20 van de Wet personenvervoer 2000 ten behoeve van openbaar vervoer per trein;
|
||||
c. andere bij of krachtens algemene maatregel van bestuur aan te wijzen bestuursorganen, personen of rechtspersonen.
|
||||
c. andere natuurlijke personen of rechtspersonen die om commerciële redenen aantoonbaar belang hebben bij de verwerving van capaciteit voor het doen vervoeren van personen of lading door middel van spoorvervoerdiensten.
|
||||
|
||||
**2.** De spoorwegonderneming doet uiterlijk tien maanden voor aanvang van de geldigheidsperiode van de dienstregeling, bedoeld in artikel 2, onderdeel m, van richtlijn 2001/14/EG waarin hij met het grensoverschrijdend personenvervoer wil aanvangen aan de raad van bestuur NMa en de beheerder melding van het voornemen om voor dat vervoer capaciteit aan te vragen.
|
||||
**3.** Overdracht van capaciteit als bedoeld in artikel 13, eerste lid, van richtlijn 2001/14/EG is verboden.
|
||||
|
||||
**3.** Het tweede lid is van overeenkomstige toepassing voor wijzigingen van het grensoverschrijdend personenvervoer.
|
||||
**4.** De spoorwegonderneming doet uiterlijk tien maanden voor aanvang van de geldigheidsperiode van de dienstregeling, bedoeld in artikel 2, onderdeel m, van richtlijn 2001/14/EG waarin hij met het grensoverschrijdend personenvervoer wil aanvangen aan de raad van bestuur NMa en de beheerder melding van het voornemen om voor dat vervoer capaciteit aan te vragen.
|
||||
|
||||
**5.** Het vierde lid is van overeenkomstige toepassing voor wijzigingen van het grensoverschrijdend personenvervoer.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 2. Netverklaring
|
||||
|
||||
|
|
@ -953,7 +979,7 @@ Een tussen de beheerder en een gerechtigde gesloten overeenkomst over het gebrui
|
|||
a. de door de beheerder te bieden kwaliteit van de hoofdspoorweginfrastructuur;
|
||||
b. de gebruiksvergoeding.
|
||||
|
||||
**2.** In de overeenkomst wordt uitgesloten dat overeengekomen capaciteit kan worden overgedragen aan of gebruikt door een ander dan een gerechtigde.
|
||||
**2.** In de toegangsovereenkomst wordt voor het gebruik van capaciteit voor in opdracht van de beheerder uit te voeren werkzaamheden op of aan hoofdspoorweginfrastructuur ten behoeve van de uitoefening van de taken, bedoeld in artikel 16, eerste lid, een gebruiksvergoeding van nihil overeengekomen.
|
||||
|
||||
**3.** Bij algemene maatregel van bestuur kunnen ten behoeve van de overeenkomst algemene voorwaarden als bedoeld in artikel 231 van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek worden vastgesteld. In dat geval wordt in de overeenkomst naar die algemene voorwaarden verwezen.
|
||||
|
||||
|
|
@ -963,11 +989,9 @@ b. de gebruiksvergoeding.
|
|||
|
||||
**1.** Een tussen de beheerder en een gerechtigde gesloten kaderovereenkomst voldoet aan artikel 10, vijfde lid, van richtlijn 91/440/EEG en artikel 17 van richtlijn 2001/14/EG.
|
||||
|
||||
**2.** In een kaderovereenkomst wordt uitgesloten dat overeengekomen capaciteit kan worden overgedragen aan of gebruikt door een ander dan een gerechtigde.
|
||||
**2.** Een kaderovereenkomst met een geldigheidsduur van meer dan vijf jaar behoeft de voorafgaande instemming van de raad van bestuur NMa.
|
||||
|
||||
**3.** Een kaderovereenkomst met een geldigheidsduur van meer dan vijf jaar behoeft de voorafgaande instemming van de raad van bestuur NMa.
|
||||
|
||||
**4.** Bij algemene maatregel van bestuur kunnen ten behoeve van de kaderovereenkomst algemene voorwaarden als bedoeld in artikel 231 van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek worden vastgesteld. In dat geval wordt in de kaderovereenkomst naar die algemene voorwaarden verwezen.
|
||||
**3.** Bij algemene maatregel van bestuur kunnen ten behoeve van de kaderovereenkomst algemene voorwaarden als bedoeld in artikel 231 van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek worden vastgesteld. In dat geval wordt in de kaderovereenkomst naar die algemene voorwaarden verwezen.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 5. Algemene regels over de verdeling van capaciteit
|
||||
|
||||
|
|
@ -1013,9 +1037,9 @@ b. de gebruiksvergoeding.
|
|||
|
||||
### Artikel 64
|
||||
|
||||
**1.** De beheerder bevordert dat werkzaamheden aan en nabij de hoofdspoorweg veilig plaatsvinden. Werkzaamheden aan of nabij de hoofdspoorweg, waardoor veilig en ongestoord rijden of stilstaan met spoorvoertuigen niet mogelijk is, worden slechts uitgevoerd, indien het betrokken gedeelte van de hoofdspoorweg door de beheerder buiten dienst is gesteld.
|
||||
**1.** De beheerder draagt er zorg voor dat werkzaamheden aan en nabij de hoofdspoorweg ten behoeve van de hoofdspoorweginfrastructuur veilig plaatsvinden. De beheerder treft hiertoe maatregelen waardoor het spoorverkeer en de uitvoering van werkzaamheden geen gevaar voor elkaar opleveren.
|
||||
|
||||
**2.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld over het verrichten van werkzaamheden aan of nabij de hoofdspoorweg.
|
||||
**2.** Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld over de veilige uitvoering van werkzaamheden aan of nabij de hoofdspoorweg.
|
||||
|
||||
### Artikel 65
|
||||
|
||||
|
|
@ -1145,10 +1169,12 @@ b. een last onder dwangsom opleggen.
|
|||
|
||||
### Artikel 77
|
||||
|
||||
**1.** Onze Minister kan een bestuurlijke boete opleggen ter zake van overtreding van de artikelen 33, zevende lid, 36, eerste lid, 37, eerste lid, 37b, eerste en achtste lid, 53, en 96, tweede lid.
|
||||
**1.** Onze Minister kan een bestuurlijke boete opleggen ter zake van overtreding van de artikelen 19, 21, 33, vijfde lid, 36, eerste lid, 37, eerste lid, 37b, eerste en achtste lid, 51, vierde lid, 53, 65, tweede lid, en 96, tweede lid, alsmede ter zake van overtreding van de krachtens hoofdstuk 2 en de artikelen 64, tweede lid, en 65, eerste lid, vastgestelde voorschriften, voor zover die overtreding daarbij uitdrukkelijk als beboetbaar feit is aangemerkt.
|
||||
|
||||
**2.** Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld over de uitoefening van de bevoegdheid, bedoeld in het eerste lid.
|
||||
|
||||
**3.** Een overtreding die krachtens het eerste lid als beboetbaar feit is aangemerkt, wordt niet tevens als strafbaar feit krachtens artikel 87, eerste lid, aangemerkt.
|
||||
|
||||
### Artikel 78
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
|
@ -1161,24 +1187,20 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Voor de overtredingen gelden de volgende vaste bedragen van de bestuurlijke boete:
|
||||
De bestuurlijke boete die ten hoogste voor een overtreding als bedoeld in artikel 77, eerste lid, kan worden opgelegd, is indien begaan door:
|
||||
|
||||
a. voor overtreding van de artikelen 36, eerste lid, 37, eerste lid, 37b, eerste en achtste lid, en 53: € 10.000;
|
||||
b. voor overtreding van de artikelen 33, zevende lid, 96, tweede lid: € 50.000.
|
||||
a. een natuurlijke persoon, niet zijnde een onderneming, gelijk aan de geldsom van ten hoogste € 5.700,–;
|
||||
b. een onderneming, gelijk aan de geldsom van ten hoogste € 225.000,–.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
**2.** De hoogte van de bestuurlijke boete wordt in ieder geval afgestemd op de omzet van een onderneming indien de overtreder een onderneming is.
|
||||
|
||||
Indien de boete wordt opgelegd voor het overtreden van een bepaling vermeld in het eerste lid is bij de vaststelling van de hoogte van deze boete de onderstaande categorie-indeling naar omzet van toepassing met de daarbij behorende factor. De omzet is de omzet in het kalenderjaar voorafgaand aan de datum van overtreding. De boete wordt vastgesteld door het in het eerste lid vermelde bedrag te vermenigvuldigen met de factor behorende bij de onderstaande omzet-categorie:
|
||||
**3.** Onverminderd het eerste lid en tweede lid kan de op te leggen bestuurlijke boete met 50% worden verhoogd, indien op de dag van het constateren van de overtreding nog geen 24 maanden zijn verstreken nadat een eerdere overtreding bestaande uit het niet naleven van eenzelfde wettelijke verplichting is geconstateerd en de bestuurlijke boete wegens de eerdere overtreding onherroepelijk is geworden.
|
||||
|
||||
– Categorie I: ondernemingen met een omzet van minder dan € 100 000: factor 0,25.
|
||||
– Categorie II: ondernemingen met een omzet van ten minste € 100 000 maar minder dan € 200 000: factor 0,5.
|
||||
– Categorie III: ondernemingen met een omzet van ten minste € 200 000 maar minder dan € 500 000: factor 1.
|
||||
– Categorie IV: ondernemingen met een omzet van ten minste € 500 000 maar minder dan € 1 000 000: factor 2.
|
||||
– Categorie V: ondernemingen met een omzet van meer dan € 1 000 000: factor 3.
|
||||
**4.** Indien de gegevens omtrent de omzet van een onderneming, bedoeld in het tweede lid, niet aan Onze Minister beschikbaar zijn gesteld, kan Onze Minister aan degene aan wie de bestuurlijke boete wordt opgelegd verzoeken deze gegevens binnen een door hem te stellen termijn te verstrekken. Indien de betrokkene niet binnen de gestelde termijn voldoet aan dit verzoek, is de hoogte van de boete gelijk aan het maximale boetebedrag, bedoeld in het eerste lid, onder b.
|
||||
|
||||
**3.** Indien de gegevens omtrent de omzet niet aan Onze Minister beschikbaar zijn gesteld, kan Onze Minister aan degene aan wie de boete wordt opgelegd verzoeken deze gegevens binnen een door hem te stellen termijn te verstrekken. Indien de betrokkene niet binnen de gestelde termijn voldoet aan dit verzoek, is bij de vaststelling van de hoogte van de in het tweede lid bedoelde boete categorie V van toepassing.
|
||||
**5.** De in het eerste lid genoemde bedragen kunnen elke twee jaar, met ingang van 1 januari van een jaar, bij algemene maatregel van bestuur worden gewijzigd ten gevolge van de ontwikkeling van de consumentenprijsindex sinds de vorige wijziging van deze bedragen. Bij deze wijziging wordt het geldbedrag op een veelvoud van € 5,– naar beneden afgerond.
|
||||
|
||||
**4.** De in het eerste en tweede lid vermelde bedragen en factoren kunnen bij algemene maatregel van bestuur worden gewijzigd.
|
||||
**6.** Onze Minister stelt een beleidsregel vast voor de toepassing van dit artikel.
|
||||
|
||||
### Artikel 81
|
||||
|
||||
|
|
@ -1212,15 +1234,15 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
### Artikel 87
|
||||
|
||||
**1.** Overtreding van de artikelen 4, vierde lid, 19, 21, 22, eerste lid, onderdelen c en d, en 51, vierde lid, alsmede overtreding van de krachtens hoofdstuk 2 en de artikelen 64, tweede lid, 65, eerste lid, en 94 vastgestelde voorschriften, voorzover die overtreding daarbij uitdrukkelijk als strafbaar feit is aangemerkt, wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste twee maanden of geldboete van de tweede categorie.
|
||||
**1.** Overtreding van artikel 4, vierde lid, en artikel 22, eerste lid, onderdelen c en d, alsmede overtreding van de krachtens hoofdstuk 2 en de artikelen 64, tweede lid, en 65, eerste lid, vastgestelde voorschriften, voor zover die overtreding daarbij uitdrukkelijk als strafbaar feit is aangemerkt, wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste twee maanden of geldboete van de tweede categorie.
|
||||
|
||||
**2.** Overtreding van de artikelen 3, 22, eerste lid, onderdelen a en b, en 65, tweede lid, wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste drie maanden of geldboete van de derde categorie.
|
||||
**2.** Overtreding van de artikelen 3 en 22, eerste lid, onderdelen a en b, wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste drie maanden of geldboete van de derde categorie.
|
||||
|
||||
**3.** Overtreding van artikel 4, eerste, tweede en derde lid, artikel 88, derde lid, artikel 89, tweede, zesde, achtste en negende lid, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste een jaar of geldboete van de vierde categorie.
|
||||
|
||||
**4.** Bij veroordeling van een persoon die een veiligheidsfunctie uitoefent, wegens overtreding van artikel 4, eerste of tweede lid, kan hem de bevoegdheid tot het uitoefenen van die functie voor ten hoogste vijf jaren worden ontzegd.
|
||||
|
||||
**5.** Bij veroordeling van een persoon die een veiligheidsfunctie uitoefent, wegens overtreding van het bepaalde krachtens deze wet, kan hem in die gevallen waarin dit bij algemene maatregel van bestuur is bepaald, de bevoegdheid tot het uitoefenen van die functie voor ten hoogste twee jaar worden ontzegd.
|
||||
**5.** Een overtreding die krachtens het eerste lid als strafbaar feit is aangemerkt, wordt niet tevens als beboetbaar feit krachtens artikel 77, eerste lid, aangemerkt.
|
||||
|
||||
**6.** De feiten strafbaar gesteld bij dan wel krachtens de in het eerste en tweede lid bedoelde bepalingen zijn overtredingen. De in het derde lid strafbaar gestelde feiten zijn misdrijven.
|
||||
|
||||
|
|
@ -1242,7 +1264,7 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
**4.** In het geval, bedoeld in het derde lid, dan wel indien de medewerking van de verdachte niet heeft geleid tot een voltooid ademonderzoek, kan de betrokken ambtenaar de verdachte vragen of hij zijn toestemming geeft tot het verrichten van een onderzoek als bedoeld in artikel 4, tweede lid, onderdeel b. Gelijke bevoegdheid heeft de betrokken ambtenaar, indien het vermoeden bestaat dat de verdachte onder invloed van een andere in artikel 4, eerste lid, bedoelde stof dan alcoholhoudende drank verkeert.
|
||||
|
||||
**5.** Indien de verdachte zijn op grond van het vierde lid gevraagde toestemming niet verleent, kan de officier van justitie, een hulpofficier van justitie of een van de daartoe bij regeling van Onze Minister van Justitie aangewezen ambtenaren, aangesteld voor de uitvoering van de politietaak, hem bevelen zich te onderwerpen aan een bloedonderzoek.
|
||||
**5.** Indien de verdachte zijn op grond van het vierde lid gevraagde toestemming niet verleent, kan de officier van justitie, een hulpofficier van justitie of een van de daartoe bij regeling van Onze Minister van Justitie aangewezen ambtenaren van politie, aangesteld voor de uitvoering van de politietaak, hem bevelen zich te onderwerpen aan een bloedonderzoek.
|
||||
|
||||
**6.** Degene wie is bevolen zich aan een bloedonderzoek te onderwerpen, is verplicht aan dit bevel gevolg te geven en zijn medewerking te verlenen. Hem wordt door een arts zoveel bloed afgenomen als voor het onderzoek noodzakelijk is.
|
||||
|
||||
|
|
@ -1258,7 +1280,7 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
### Artikel 90
|
||||
|
||||
In afwijking van artikel 8:7 van de Algemene wet bestuursrecht is voor beroepen tegen besluiten op grond van deze wet, met uitzondering van besluiten op grond van de artikelen 19 en 21, de rechtbank te Rotterdam bevoegd.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Paragraaf 6. Heffingen
|
||||
|
||||
|
|
@ -1431,9 +1453,9 @@ De schadevergoedingsplicht, bedoeld in artikel 57, eerste en tweede lid, van Boe
|
|||
|
||||
### Artikel 120
|
||||
|
||||
**1.** Een geldende concessie ter uitoefening van de dienst verleend op grond van artikel 2 van de Wet van 9 juli 1900, houdende nadere regeling van den dienst en het gebruik van spoorwegen waarop uitsluitend met beperkte snelheid wordt vervoerd (Stb. 118) wordt tot en met de eerste dag van de vierde kalendermaand na de dag waarop artikel 103, onderdeel b, in werking treedt, aangemerkt als een veiligheidsattest als bedoeld in artikel 32.
|
||||
**1.** Een geldende concessie ter uitoefening van de dienst verleend op grond van artikel 2 van de Wet van 9 juli 1900, houdende nadere regeling van den dienst en het gebruik van spoorwegen waarop uitsluitend met beperkte snelheid wordt vervoerd (Stb. 118) wordt tot en met de eerste dag van de vierde kalendermaand na de dag waarop artikel 103, onderdeel b, in werking treedt, aangemerkt als een veiligheidscertificaat als bedoeld in artikel 32.
|
||||
|
||||
**2.** De in het eerste lid bedoelde concessie wordt ook na de daarin bedoelde periode aangemerkt als een veiligheidsattest als bedoeld in artikel 32, indien de houder voor die dag een aanvraag heeft ingediend voor een veiligheidsattest als bedoeld in artikel 32 en zolang daarop niet onherroepelijk is beslist.
|
||||
**2.** De in het eerste lid bedoelde concessie wordt ook na de daarin bedoelde periode aangemerkt als een veiligheidscertificaat als bedoeld in artikel 32, indien de houder voor die dag een aanvraag heeft ingediend voor een veiligheidscertificaat als bedoeld in artikel 32 en zolang daarop niet onherroepelijk is beslist.
|
||||
|
||||
### Artikel 121
|
||||
|
||||
|
|
@ -1459,7 +1481,7 @@ Erkenningen op grond van artikel 32d, zevende lid, van de Spoorwegwet (Stb. 1875
|
|||
|
||||
**2.** De overgang van registergoederen ingevolge het eerste lid doet Onze Minister van Financiën onverwijld inschrijven in de openbare registers, bedoeld in afdeling 2 van titel 1 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek. Artikel 24, eerste lid, van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek is niet van toepassing.
|
||||
|
||||
**3.** Ter zake van de overgang, bedoeld in het eerste lid, is geen overdrachtsbelasting of omzetbelasting verschuldigd. Ter zake van het in ontvangst nemen en het in de openbare registers verwerken is geen tarief verschuldigd.
|
||||
**3.** Ter zake van de overgang, bedoeld in het eerste lid, is geen dividendbelasting, omzetbelasting of overdrachtsbelasting verschuldigd. Ter zake van het in ontvangst nemen en het in de openbare registers verwerken is geen tarief verschuldigd.
|
||||
|
||||
**4.** In wettelijke procedures en rechtsgedingen waarbij de in het eerste lid genoemde vennootschap is betrokken, treedt met ingang van de het in het eerste lid bedoelde tijdstip de Staat in de plaats van die vennootschap.
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue