2011-01-01 | BWBR0003482 | Algemeen militair ambtenarenreglement
This commit is contained in:
parent
a46f54608a
commit
dbe3973d68
1 changed files with 221 additions and 26 deletions
|
|
@ -2373,52 +2373,247 @@ Aan de militair die is aangesteld bij het beroepspersoneel kan door Onze Ministe
|
|||
|
||||
In deze paragraaf wordt verstaan onder:
|
||||
|
||||
a. vermoeden van een misstand: een op redelijke gronden gebaseerd vermoeden van het zich voordoen in de organisatie waar de militair werkzaam is van een grove schending van wettelijke voorschriften of beleidsregels, een groot gevaar voor de gezondheid, de veiligheid of het milieu, dan wel een zeer onbehoorlijke wijze van functioneren, die het goed functioneren van de openbare dienst in gevaar kan brengen;
|
||||
b. het bevoegd gezag: de secretaris-generaal.
|
||||
a. *organisatie:* een ministerie met inbegrip van de daaronder ressorterende diensten en instellingen, de Eerste en Tweede Kamer der Staten-Generaal, de Raad van State, de Algemene Rekenkamer, het bureau van de Nationale ombudsman, de Hoge Raad van Adel, de Kanselarij der Nederlandse Orden, het Kabinet der Koningin, de commissie van toezicht betreffende de inlichtingen- en veiligheidsdiensten, een regionaal politiekorps, het Korps landelijke politiediensten, het Landelijk selectie- en opleidingsinstituut politie, een voorziening tot samenwerking waarbij een publiekrechtelijke rechtspersoon is ingesteld als bedoeld in artikel 47a van de Politiewet 1993, de rechtbanken, de gerechtshoven, de Centrale Raad van Beroep, het College van Beroep voor het bedrijfsleven, de Raad voor de rechtspraak en de daaronder ressorterende diensten, alsmede de diensten die door een gerechtelijk college of de Raad voor de rechtspraak gezamenlijk of in samenwerking met een ander orgaan van de rijksoverheid in stand worden gehouden;
|
||||
b. *bevoegd gezag:* het tot aanstellen bevoegde gezag, bedoeld in artikel 4, met dien verstande dat daaronder mede wordt begrepen degene aan wie de bevoegdheid tot aanstellen is gemandateerd en dat in de gevallen, bedoeld in artikel 4, tweede lid, Onze Minister optreedt als bevoegd gezag in de zin van deze paragraaf;
|
||||
c. *vermoeden van een misstand:* een op redelijke gronden gebaseerd vermoeden van:
|
||||
|
||||
1° een schending van wettelijke voorschriften of beleidsregels;
|
||||
2° een gevaar voor de gezondheid, de veiligheid of het milieu;
|
||||
3° een onbehoorlijke wijze van handelen of nalaten, die een gevaar vormt voor het goed functioneren van de openbare dienst;
|
||||
|
||||
bij het Ministerie van Defensie, of bij een andere organisatie indien de militair uit hoofde van zijn ambtenaarschap met die organisatie in aanraking is gekomen en kennis heeft gekregen van de misstand;
|
||||
d. *melder:* de militair die een vermoeden van een misstand meldt overeenkomstig dit besluit;
|
||||
e. *melding:* de melding van een vermoeden van een misstand door een melder;
|
||||
f. *commissie:* de Commissie integriteit overheid, bedoeld in het Besluit melden vermoeden van misstand bij Rijk en Politie;
|
||||
g. *vertrouwenspersoon:* de vertrouwenspersoon, bedoeld in artikel 126i.
|
||||
|
||||
### Artikel 126h
|
||||
|
||||
**1.** Onverminderd verplichtingen tot aangifte van strafbare feiten meldt de militair het vermoeden van een misstand aan zijn commandant. Indien de militair melding aan zijn commandant niet wenselijk acht, meldt hij het vermoeden aan de naast hogere commandant of aan een daartoe aangewezen vertrouwenspersoon.
|
||||
**1.** Ten aanzien van een melder wordt als gevolg van het te goeder trouw melden van een vermoeden van een misstand geen besluit met nadelige gevolgen voor zijn rechtspositie genomen. Het bevoegd gezag draagt er zorg voor dat een melder niet op andere wijze bij de uitoefening van zijn functie nadelige gevolgen ondervindt ten gevolge van die melding.
|
||||
|
||||
**2.** Indien zwaarwegende redenen in de weg staan aan de toepassing van de in het eerste lid bedoelde procedure, meldt de militair het vermoeden van een misstand schriftelijk rechtstreeks aan de Commissie integriteit overheid.
|
||||
**2.** Ten aanzien van een vertrouwenspersoon of een gewezen vertrouwenspersoon, wordt vanwege de uitoefening van zijn taken op basis van dit besluit geen besluit met nadelige gevolgen voor zijn rechtspositie genomen. Het bevoegd gezag draagt er zorg voor dat hij niet op andere wijze bij de uitoefening van zijn functie nadelige gevolgen ondervindt in de uitoefening van zijn taken.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
Onder een besluit met nadelige gevolgen voor de rechtspositie wordt in ieder geval verstaan een besluit dat strekt tot:
|
||||
|
||||
a. het verlenen van ontslag anders dan op eigen verzoek;
|
||||
b. het verplaatsen of overplaatsen of het weigeren van een verzoek daartoe;
|
||||
c. het treffen van een ordemaatregel;
|
||||
d. het treffen van een disciplinaire maatregel;
|
||||
e. het onthouden van salarisverhoging;
|
||||
f. het onthouden van promotiekansen;
|
||||
g. het afwijzen van verlof.
|
||||
|
||||
### Artikel 126i
|
||||
|
||||
**1.** De commandant of de vertrouwenspersoon, bedoeld in artikel 126h, eerste lid, draagt er zorg voor dat het bevoegd gezag onverwijld via de hiërarchische lijn schriftelijk op de hoogte wordt gesteld van het gemelde vermoeden van een misstand en van de datum waarop de melding is ontvangen. Indien de melding is gedaan bij de vertrouwenspersoon, vergewist deze zich ervan dat de militair heeft ingestemd met melding aan het bevoegd gezag.
|
||||
**1.** Onze Minister wijst een of meer vertrouwenspersonen aan.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Het bevoegd gezag
|
||||
De vertrouwenspersoon heeft tot taak:
|
||||
|
||||
a. bewerkstelligt dat onverwijld een onderzoek wordt ingesteld naar aanleiding van de melding van een vermoeden van een misstand;
|
||||
b. bevestigt schriftelijk aan de militair die een vermoeden van een misstand heeft gemeld het moment van die melding en de inhoud ervan en
|
||||
c. informeert de persoon of personen op wie het gemelde vermoeden van een misstand betrekking heeft, dat een melding is gedaan, tenzij dit het onderzoeksbelang kan schaden.
|
||||
a. een militair op diens verzoek te adviseren over een melding;
|
||||
b. de Secretaris-Generaal te informeren over een melding; en
|
||||
c. het bevoegd gezag en de Secretaris-Generaal te adviseren over vermoedens van misstanden.
|
||||
|
||||
**3.** Binnen acht weken na de melding wordt de militair die een vermoeden van een misstand heeft gemeld door het bevoegd gezag schriftelijk op de hoogte gesteld van het inhoudelijke standpunt van het bevoegd gezag omtrent het gemelde vermoeden.
|
||||
|
||||
**4.** Indien het standpunt niet binnen acht weken kan worden gegeven, stelt het bevoegd gezag de militair hiervan in kennis en vermeldt het daarbij de termijn waarbinnen een standpunt tegemoet kan worden gezien.
|
||||
|
||||
**5.** Nadat het bevoegd gezag het standpunt omtrent het gemelde vermoeden heeft bepaald stelt het de persoon of personen op wie het vermoeden van een misstand betrekking had schriftelijk op de hoogte van dat standpunt alsmede van de melding, indien bedoelde persoon of personen daarover ingevolge het tweede lid, onderdeel c, niet eerder was of waren geïnformeerd.
|
||||
**3.** Als vertrouwenspersoon wordt niet een militair van de Koninklijke marechaussee belast met een feitelijke opsporingsfunctie aangewezen.
|
||||
|
||||
### Artikel 126j
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
**1.** Een militair doet een melding bij zijn leidinggevende, bij een vertrouwenspersoon, of, indien daartoe aanleiding bestaat, rechtstreeks bij de commissie.
|
||||
|
||||
De militair kan het vermoeden van een misstand melden bij de Commissie integriteit overheid, indien:
|
||||
**2.** Een militair doet een melding over een organisatie anders dan het Ministerie van Defensie, bij een leidinggevende of bij een vertrouwenspersoon van die organisatie of indien daartoe aanleiding bestaat, rechtstreeks bij de commissie.
|
||||
|
||||
a. de militair het niet eens is met het standpunt van het bevoegd gezag, bedoeld in artikel 126i, derde lid;
|
||||
b. de militair niet binnen de in artikel 126i, derde lid, gestelde termijn een standpunt of een bericht als bedoeld in artikel 126i, vierde lid, heeft ontvangen, of
|
||||
c. de militair niet binnen de in artikel 126i, vierde lid, bedoelde termijn een standpunt heeft ontvangen dan wel die termijn onredelijk lang is.
|
||||
|
||||
**2.** De militair meldt het vermoeden van een misstand bij de Commissie integriteit overheid, indien de situatie, bedoeld in artikel 126h, tweede lid, zich voordoet.
|
||||
|
||||
**3.** Binnen vier weken nadat de Commissie integriteit overheid, bedoeld in het eerste lid, advies heeft uitgebracht, deelt het bevoegd gezag de militair die het vermoeden van een misstand heeft gemeld schriftelijk gemotiveerd mee of het advies wordt opgevolgd. Een afschrift van deze mededeling wordt gezonden aan de Commissie integriteit overheid.
|
||||
|
||||
**4.** Het bevoegd gezag informeert de persoon of personen op wie het vermoeden van een misstand betrekking had over het advies, bedoeld in het derde lid, en het gevolg dat daaraan wordt gegeven, alsmede over de melding, indien bedoelde persoon of personen daarover niet eerder was of waren geïnformeerd.
|
||||
**3.** Een melding laat wettelijke verplichtingen tot het doen van aangifte van strafbare feiten onverlet.
|
||||
|
||||
### Artikel 126k
|
||||
|
||||
De vertrouwenspersoon wordt op geen enkele wijze benadeeld als gevolg van het uitoefenen van zijn taken op basis van deze paragraaf.
|
||||
Indien een melder niet meer werkzaam is bij de organisatie waarop de melding betrekking heeft, doet hij de melding binnen twee jaar na zijn vertrek.
|
||||
|
||||
### Artikel 126l
|
||||
|
||||
De vertrouwenspersoon maakt de identiteit van de melder niet bekend zonder instemming van de melder.
|
||||
|
||||
### Artikel 126m
|
||||
|
||||
Diegenen die betrokken zijn bij de behandeling van een melding gaan op behoorlijke en zorgvuldige wijze met de identiteit van de melder om.
|
||||
|
||||
### Artikel 126n
|
||||
|
||||
Degene bij wie een melding is gedaan stelt de Secretaris-Generaal onverwijld schriftelijk in kennis van de melding en de datum waarop deze is ontvangen.
|
||||
|
||||
### Artikel 126o
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
De Secretaris-Generaal:
|
||||
|
||||
a. bevestigt de ontvangst van de melding schriftelijk aan de melder of de vertrouwenspersoon; en
|
||||
b. informeert de persoon of personen op wie de melding betrekking heeft over de melding, tenzij daardoor een onderzoeksbelang kan worden geschaad.
|
||||
|
||||
**2.** Indien de Secretaris-Generaal de ontvangst van de melding aan de vertrouwenspersoon heeft gemeld, stuurt deze de ontvangstbevestiging door aan de melder.
|
||||
|
||||
### Artikel 126p
|
||||
|
||||
**1.** Het bevoegd gezag stelt een onderzoek in naar het vermoeden van een misstand.
|
||||
|
||||
**2.** Het onderzoek wordt niet verricht door een persoon die mogelijk betrokken is of is geweest bij de vermoede misstand.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
Het onderzoek en de verdere behandeling van de melding kan in ieder geval achterwege worden gelaten als:
|
||||
|
||||
a. geen sprake is van een vermoeden van een misstand als bedoeld in artikel 126g, onderdeel c;
|
||||
b. de melding niet is gedaan binnen de in artikel 126k genoemde termijn, wanneer de melder niet meer werkzaam is bij de organisatie waarop de melding betrekking heeft;
|
||||
c. de melding kennelijk onredelijk laat is gedaan.
|
||||
|
||||
**4.** Het bevoegd gezag meldt het achterwege laten van een onderzoek en van de verdere behandeling van de melding zo spoedig mogelijk schriftelijk aan de melder of de vertrouwenspersoon, alsmede aan de persoon of personen op wie de melding betrekking heeft, tenzij daardoor een ander onderzoeksbelang kan worden geschaad. De vertrouwenspersoon stuurt de kennisgeving door aan de melder.
|
||||
|
||||
**5.** Bij de kennisgeving, bedoeld in het vierde lid, wordt mededeling gedaan van de mogelijkheid het vermoeden van een misstand te melden bij de commissie.
|
||||
|
||||
### Artikel 126q
|
||||
|
||||
**1.** Het bevoegd gezag stelt de melder of de vertrouwenspersoon binnen twaalf weken na de melding schriftelijk en gemotiveerd in kennis van de bevindingen van het onderzoek, het oordeel daarover en de eventuele consequenties die daaraan worden verbonden.
|
||||
|
||||
**2.** Als niet binnen twaalf weken toepassing kan worden gegeven aan het eerste lid, wordt de melder of de vertrouwenspersoon voordat deze termijn verlopen is daarvan schriftelijk en gemotiveerd op de hoogte gesteld. Daarbij wordt de termijn aangegeven waarbinnen de melder of de betrokken vertrouwenspersoon een kennisgeving als bedoeld in het eerste lid ontvangt.
|
||||
|
||||
**3.** Het eerste en tweede lid zijn van overeenkomstige toepassing op de persoon of personen op wie de melding betrekking heeft, tenzij daardoor een onderzoeksbelang kan worden geschaad.
|
||||
|
||||
**4.** Indien het bevoegd gezag de kennisgeving, bedoeld in het eerste of tweede lid, zendt aan de vertrouwenspersoon, stuurt deze de kennisgeving door aan de melder.
|
||||
|
||||
**5.** Bij de kennisgeving, bedoeld in het eerste lid, wordt mededeling gedaan van de mogelijkheid het vermoeden van een misstand te melden bij de commissie.
|
||||
|
||||
### Artikel 126r
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Behoudens de rechtstreekse melding bij de commissie, bedoeld in artikel 126j, eerste en tweede lid, kan een melder een vermoeden van een misstand melden bij de commissie, indien hij:
|
||||
|
||||
a. zich niet kan vinden in de inhoud van de kennisgeving, bedoeld in artikel 126p, vierde lid;
|
||||
b. zich niet kan vinden in de inhoud van de kennisgeving, bedoeld in artikel 126q, eerste lid;
|
||||
c. niet binnen de termijn, genoemd in artikel 126q, eerste lid, of de door het bevoegd gezag aangegeven termijn, bedoeld in artikel 126q, tweede lid, een kennisgeving heeft ontvangen;
|
||||
d. de door het bevoegd gezag aangegeven termijn, bedoeld in artikel 126q, tweede lid, onredelijk lang is.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
De melding bevat ten minste:
|
||||
|
||||
a. naam en adres van de melder;
|
||||
b. de organisatie waar de betrokkene werkzaam is of is geweest;
|
||||
c. de organisatie waarop de melding betrekking heeft;
|
||||
d. een omschrijving van de misstand die wordt vermoed;
|
||||
e. de reden van de melding aan de commissie.
|
||||
|
||||
**3.** De melder verschaft voorts de gegevens die voor het advies van de commissie nodig zijn en waarover de melder redelijkerwijs de beschikking kan krijgen.
|
||||
|
||||
### Artikel 126s
|
||||
|
||||
De commissie maakt de identiteit van de melder niet bekend zonder instemming van de melder.
|
||||
|
||||
### Artikel 126t
|
||||
|
||||
De commissie bevestigt de ontvangst van een melding aan de melder en stelt het bevoegd gezag op de hoogte van de melding. De commissie informeert voorts de persoon of de personen op wie de vermoede misstand betrekking heeft, dat een melding is gedaan, tenzij dit een onderzoeksbelang kan schaden.
|
||||
|
||||
### Artikel 126u
|
||||
|
||||
**1.** De commissie stelt een onderzoek in.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Het onderzoek en de verdere behandeling van de melding kan achterwege worden gelaten indien:
|
||||
|
||||
a. de termijnen, genoemd in artikel 126r, eerste lid, onder c en d, nog niet verstreken zijn;
|
||||
b. niet is voldaan aan artikel 126j, eerste of tweede lid;
|
||||
c. niet is voldaan aan artikel 126r, tweede lid, met dien verstande dat de melder eerst de gelegenheid moet hebben gehad binnen een door de commissie gestelde termijn de melding aan te vullen;
|
||||
d. de melding niet is gedaan binnen de in artikel 126k genoemde termijn, wanneer de melder niet meer werkzaam is bij de organisatie waarop de melding betrekking heeft.
|
||||
|
||||
**3.** Het achterwege laten van een onderzoek en de verdere behandeling van de melding wordt onder vermelding van redenen zo spoedig mogelijk schriftelijk medegedeeld aan de melder, het bevoegd gezag, alsmede aan de persoon of personen op wie de melding betrekking heeft, tenzij daardoor een ander onderzoeksbelang kan worden geschaad.
|
||||
|
||||
**4.** Ten behoeve van het onderzoek kan de commissie bij het bevoegd gezag alle inlichtingen inwinnen die zij voor de vorming van haar advies nodig acht. Het bevoegd gezag verschaft aan de commissie de gevraagde inlichtingen.
|
||||
|
||||
**5.** Wanneer de inhoud van bepaalde door het bevoegd gezag verstrekte inlichtingen vanwege het vertrouwelijke karakter uitsluitend ter kennisneming van de commissie dient te blijven, wordt dit aan de commissie medegedeeld. De commissie draagt er zorg voor in dergelijke gevallen vertrouwelijk met deze informatie om te gaan en deze waar nodig te beveiligen tegen kennisneming door onbevoegden.
|
||||
|
||||
**6.** De kosten van het onderzoek komen voor rekening van de organisatie waarop de melding betrekking heeft.
|
||||
|
||||
### Artikel 126v
|
||||
|
||||
**1.** De commissie legt zo spoedig mogelijk, maar uiterlijk twaalf weken na ontvangst van de melding, haar bevindingen omtrent de melding neer in een advies, gericht aan het bevoegd gezag.
|
||||
|
||||
**2.** Als niet binnen twaalf weken kan worden geadviseerd, kan de commissie het uitbrengen van een advies verdagen. Het bevoegd gezag en de melder worden daarover tijdig schriftelijk en met vermelding van redenen geïnformeerd. Daarbij wordt de termijn aangegeven waarbinnen zij het advies ontvangen.
|
||||
|
||||
**3.** De commissie zendt aan de melder een afschrift van het advies.
|
||||
|
||||
### Artikel 126w
|
||||
|
||||
**1.** Na ontvangst van het advies, bedoeld in artikel 126v, stelt het bevoegd gezag de melder, de commissie en, tenzij daardoor een onderzoeksbelang kan worden geschaad, de persoon of personen op wie de melding betrekking heeft, zo spoedig mogelijk maar uiterlijk binnen twaalf weken schriftelijk in kennis van zijn standpunt dienaangaande en de eventuele consequenties die het daaraan verbindt.
|
||||
|
||||
**2.** Als het standpunt en de consequenties afwijken van het advies, vermeldt het bevoegd gezag de reden voor de afwijking.
|
||||
|
||||
**3.** Als de commissie de identiteit van de melder niet bekend heeft gemaakt, stuurt de commissie de kennisgeving, bedoeld in het eerste lid, door aan de melder.
|
||||
|
||||
**4.** Nadat de commissie het standpunt van het bevoegd gezag heeft ontvangen maakt deze haar advies in geanonimiseerde vorm openbaar. Indien de commissie het standpunt na twaalf weken na verzending van het advies aan het bevoegd gezag nog niet heeft ontvangen, maakt de commissie haar advies openbaar. Indien zwaarwegende redenen hieraan in de weg staan blijft openbaarmaking van het advies achterwege.
|
||||
|
||||
**5.** Het bevoegd gezag maakt zijn standpunt in geanonimiseerde vorm openbaar tenzij zwaarwegende redenen hieraan in de weg staan.
|
||||
|
||||
### Artikel 126x
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
De melder, de vertrouwenspersoon of de gewezen vertrouwenspersoon die bezwaar maakt, beroep of hoger beroep instelt of een verzoek om voorlopige voorziening bij de bestuursrechter doet, kan aanspraak maken op een tegemoetkoming in de kosten van die procedures, op voorwaarde dat:
|
||||
|
||||
a. de rechtsprocedure is gericht tegen een besluit als bedoeld in artikel 126h, eerste of tweede lid;
|
||||
b. bedoeld besluit is genomen binnen vijf jaar nadat het bevoegd gezag kennis heeft gegeven van de bevindingen en het oordeel, bedoeld in artikel 126q, eerste lid, of nadat het bevoegd gezag kennis heeft gegeven van het standpunt, bedoeld in artikel 126w, eerste lid; en
|
||||
c. bedoeld besluit wordt aangevochten op de grond dat het is genomen vanwege een melding.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
De melder, de vertrouwenspersoon of de gewezen vertrouwenspersoon die op grond van artikel 4:8 Algemene wet bestuursrecht zijn zienswijze naar voren brengt met betrekking tot een voorgenomen besluit, kan aanspraak maken op een tegemoetkoming in de kosten op voorwaarde dat:
|
||||
|
||||
a. het voorgenomen besluit betreft een besluit als bedoeld in artikel 126h, eerste of tweede lid;
|
||||
b. het voorgenomen besluit is kenbaar gemaakt binnen de in het eerste lid, onder b, genoemde termijn; en
|
||||
c. in de zienswijze naar voren wordt gebracht dat het voorgenomen besluit verband houdt met de melding.
|
||||
|
||||
**3.** De melder, de vertrouwenspersoon of de gewezen vertrouwenspersoon richt een verzoek om een tegemoetkoming aan het bevoegd gezag.
|
||||
|
||||
### Artikel 126y
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Aanspraak op een tegemoetkoming bestaat alleen voor zover:
|
||||
|
||||
a. door de melder in verband met de in artikel 126x bedoelde procedures daadwerkelijk kosten worden of zijn gemaakt met betrekking tot door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand; en
|
||||
b. het verzoek door het bevoegd gezag is ontvangen voordat op het bezwaar is beslist of uitspraak is gedaan in de procedure waarop het verzoek betrekking heeft.
|
||||
|
||||
**2.** Het bevoegd gezag kan het verzoek in ieder geval afwijzen indien het onderzoek en de verdere behandeling van de melding op grond van artikel 126p, derde lid, en 126u, tweede lid, achterwege zijn gelaten.
|
||||
|
||||
### Artikel 126z
|
||||
|
||||
**1.** De tegemoetkoming voor iedere afzonderlijke procedure, genoemd in artikel 126x, eerste en tweede lid, is gelijk aan tweemaal het bedrag, genoemd in onderdeel B1 van de bijlage bij het Besluit proceskosten bestuursrecht.
|
||||
|
||||
**2.** Artikel 3 van het Besluit proceskosten bestuursrecht is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
### Artikel 126aa
|
||||
|
||||
**1.** Het bevoegd gezag beslist binnen zes weken op het verzoek.
|
||||
|
||||
**2.** Het bevoegd gezag kan de beslissing voor ten hoogste vier weken verdagen. Van de verdaging wordt schriftelijk mededeling gedaan.
|
||||
|
||||
### Artikel 126ab
|
||||
|
||||
Degene aan wie een tegemoetkoming is toegekend, kan worden verplicht tot terugbetaling, indien hij de procedure waarop de tegemoetkoming betrekking heeft, staakt voordat op het bezwaar is beslist of uitspraak is gedaan. Deze verplichting geldt niet, indien het staken van de procedure direct voortvloeit uit de intrekking door het bevoegd gezag van het besluit, waartegen de procedure is gericht.
|
||||
|
||||
### Artikel 126ac
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Als een besluit of een voorgenomen besluit waarvoor op grond van artikel 126x, eerste of tweede lid, aanspraak bestaat op een tegemoetkoming in de kosten van de procedures, in de bezwaarprocedure of zienswijzeprocedure wordt herroepen wegens een aan het bevoegd gezag te wijten onrechtmatigheid of het bestreden besluit als gevolg van een uitspraak van de rechter die onherroepelijk is geworden wordt vernietigd, waarbij de rechtsgevolgen niet in stand worden gelaten, vergoedt het bevoegd gezag voor iedere afzonderlijke procedure aan de melder, de vertrouwenspersoon of de gewezen vertrouwenspersoon alle daadwerkelijk en in redelijkheid door hem gemaakte kosten als bedoeld in artikel 1 van het Besluit proceskosten bestuursrecht, met dien verstande dat:
|
||||
|
||||
a. de vergoeding wordt toegekend zonder toepassing van het tariefsysteem in voornoemd besluit;
|
||||
b. de kosten van door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand worden vergoed voor een bedrag van ten hoogste € 200 per uur tot een bedrag van ten hoogste € 5000, beide bedragen exclusief BTW en kantoorkosten;
|
||||
c. aan de melder toegekende bedragen waarop de melder op grond van een ander wettelijk voorschrift of een uitspraak van een gerechtelijke instantie aanspraak heeft in verband met de vergoeding van kosten als bedoeld in dit artikel, in aftrek worden gebracht op de vergoeding.
|
||||
|
||||
**2.** De in het eerste lid genoemde bedragen worden per 1 januari van elk jaar bij ministeriële regeling gewijzigd aan de hand van de consumentenprijsindex, geldend voor de maand september van het voorafgaande jaar.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 11b. Andere rechten en verplichtingen
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue