2014-01-01 | BWBR0020420 | Besluit prudentiële regels Wft
This commit is contained in:
parent
92ae77a213
commit
dee40691b4
1 changed files with 233 additions and 105 deletions
|
|
@ -3,7 +3,7 @@ titel: Besluit prudentiële regels Wft
|
|||
bwb_id: BWBR0020420
|
||||
type: AMvB
|
||||
status: geldend
|
||||
datum_inwerkingtreding: '2010-11-23'
|
||||
datum_inwerkingtreding: '2014-01-01'
|
||||
bron: https://wetten.overheid.nl/BWBR0020420
|
||||
citeertitel: Besluit prudentiële regels Wft
|
||||
---
|
||||
|
|
@ -20,12 +20,6 @@ In dit besluit wordt verstaan onder:
|
|||
|
||||
*business line*: afgezonderde categorie activiteiten, bedoeld in bijlage X, deel 2, tabel 2, van de herziene richtlijn banken;
|
||||
|
||||
*convertibele valuta’s:* valuta’s van:
|
||||
|
||||
a. de staten die deel uitmaken van de G10;
|
||||
b. de overige staten die deel uitmaken van de Europese Economische Ruimte; of
|
||||
c. Australië of Nieuw-Zeeland;
|
||||
|
||||
*daggeld:* kortlopende vorderingen die dagelijks opvraagbaar zijn en die uiterlijk twee werkdagen na opvraging dan wel opzegging moeten worden terugbetaald;
|
||||
|
||||
*entiteit voor securitisatiedoeleinden*: onderneming:
|
||||
|
|
@ -92,7 +86,7 @@ b. functie waaraan een bevoegdheid is verbonden die een wezenlijk risico inhoudt
|
|||
|
||||
*integriteitsrisico:* gevaar voor aantasting van de reputatie of bestaande of toekomstige bedreiging van vermogen of resultaat van een financiële onderneming als gevolg van een ontoereikende naleving van hetgeen bij of krachtens enig wettelijk voorschrift is voorgeschreven;
|
||||
|
||||
*internationale jaarrekeningstandaarden:* internationale standaarden voor jaarrekeningen die door de Commissie van de Europese Gemeenschappen van toepassing zijn verklaard overeenkomstig artikel 3 van verordening (EG) nr. 1606/2002 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 19 juli 2002 (PbEG L 243);
|
||||
*internationale jaarrekeningstandaarden:* internationale standaarden voor jaarrekeningen die door de Commissie van de Europese Gemeenschappen van toepassing zijn verklaard overeenkomstig artikel 3 van verordening (EG) nr. 1606/2002 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 19 juli 2002 (PbEG L 243);
|
||||
|
||||
*interne modellenmethode*: methode waarbij de som van de naar risico gewogen activa en posten buiten de balanstelling voor de kredietrisico’s van een financiële onderneming wordt bepaald op basis van een intern model;
|
||||
|
||||
|
|
@ -236,9 +230,9 @@ c. waarvan geen van de personen die het beleid bepalen of mede bepalen personen
|
|||
|
||||
### Artikel 4
|
||||
|
||||
**1.** Berekeningen met betrekking tot het minimumbedrag aan eigen vermogen, de solvabiliteit en de liquiditeit op grond van de hoofdstukken 9, 10 onderscheidenlijk 11 worden, voor zover niet anders is bepaald, gedaan op basis van de enkelvoudige jaarrekening zoals opgemaakt ingevolge Titel 9 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek of de internationale jaarrekeningstandaarden.
|
||||
**1.** Berekeningen met betrekking tot het minimumbedrag aan eigen vermogen, de solvabiliteit, de kapitaalbuffer onderscheidenlijk de liquiditeit op grond van de hoofdstukken 9, 10, 10A onderscheidenlijk 11 worden, voor zover niet anders is bepaald, gedaan op basis van de enkelvoudige jaarrekening zoals opgemaakt ingevolge Titel 9 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek of de internationale jaarrekeningstandaarden.
|
||||
|
||||
**2.** Berekeningen met betrekking tot de solvabiliteit van banken op grond van hoofdstuk 10 en de liquiditeit van banken op grond van hoofdstuk 11 worden, voor zover niet anders is bepaald, gedaan op basis van de geconsolideerde jaarrekening indien deze wordt opgemaakt ingevolge Titel 9 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek of de internationale jaarrekeningstandaarden.
|
||||
**2.** Berekeningen met betrekking tot de solvabiliteit van banken op grond van hoofdstuk 10, de kapitaalbuffer van banken op grond van hoofdstuk 10A en de liquiditeit van banken op grond van hoofdstuk 11 worden, voor zover niet anders is bepaald, gedaan op basis van de geconsolideerde jaarrekening indien deze wordt opgemaakt ingevolge Titel 9 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek of de internationale jaarrekeningstandaarden.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 2. Betrouwbaarheid
|
||||
|
||||
|
|
@ -291,7 +285,7 @@ De betrouwbaarheid van een persoon als bedoeld in artikel 5 staat niet buiten tw
|
|||
a. deze onherroepelijk veroordeeld is terzake van een misdrijf, genoemd in onderdeel 1 van bijlage A, waarbij sinds het onherroepelijk worden van de uitspraak minder dan acht jaren zijn verstreken;
|
||||
b. deze veroordeeld is terzake van een misdrijf, genoemd in onderdeel 1 van bijlage A, waarbij de uitspraak nog niet onherroepelijk is of waarbij sinds het onherroepelijk worden van de uitspraak acht of meer jaren zijn verstreken;
|
||||
c. deze veroordeeld is terzake van een overtreding van artikel 69 van de Algemene wet inzake de rijksbelastingen of artikel 65 van de Invorderingswet 1990, waarbij betrokkene veroordeeld is tot een gevangenisstraf of boete; of
|
||||
d. deze een vergrijpboete van meer dan € 62.500 opgelegd heeft gekregen terzake van een feit, genoemd in onderdeel 5 van bijlage A, en het besluit waarbij de vergrijpboete is opgelegd onherroepelijk is geworden of waarbij ten minste de rechter in eerste aanleg uitspraak heeft gedaan.
|
||||
d. deze een vergrijpboete van meer dan € 62.500 opgelegd heeft gekregen terzake van een feit, genoemd in onderdeel 5 van bijlage A, en het besluit waarbij de vergrijpboete is opgelegd onherroepelijk is geworden of waarbij ten minste de rechter in eerste aanleg uitspraak heeft gedaan.
|
||||
|
||||
**2.** De Nederlandsche Bank kan op grond van de omstandigheden of belangen, genoemd in artikel 9, afwijken van het eerste lid, ten aanzien van de onderdelen b, c en d.
|
||||
|
||||
|
|
@ -411,6 +405,10 @@ b. het doen van aanbevelingen op basis van de resultaten van de werkzaamheden, b
|
|||
c. het controleren of aan deze aanbevelingen gevolg wordt gegeven; en
|
||||
d. het ten minste jaarlijks rapporteren aan de personen die het dagelijks beleid van de bank bepalen en aan het orgaan, indien aanwezig, dat is belast met toezicht op het beleid en de algemene gang van zaken van de bank inzake aangelegenheden met betrekking tot de interne controle en de genomen maatregelen in geval van gesignaleerde tekortkomingen.
|
||||
|
||||
### Artikel 17b
|
||||
|
||||
De Nederlandsche Bank kan ter uitvoering van internationaal aanvaarde standaarden nadere regels stellen met betrekking tot de bedrijfsvoering van afwikkelondernemingen.
|
||||
|
||||
### Artikel 18
|
||||
|
||||
Een betaalinstelling, clearinginstelling, elektronischgeldinstelling, entiteit voor risico-acceptatie, bank, premiepensioeninstelling, verzekeraar, wisselinstelling of bijkantoor als bedoeld in artikel 17 beschikt over een adequate functiescheiding met het oog op een beheerste bedrijfsvoering.
|
||||
|
|
@ -456,7 +454,7 @@ De werknemers van een bank die een vergunning heeft als bedoeld in artikel 2:11
|
|||
|
||||
### Artikel 23
|
||||
|
||||
**1.** Een beheerder van een icbe, beleggingsonderneming, betaalinstelling clearinginstelling, elektronischgeldinstelling, entiteit voor risico-acceptatie, bank, verzekeraar, wisselinstelling of bijkantoor als bedoeld in artikel 3:17, eerste en derde lid, 3:22, 3:23, 3:24a, 3:24b, 3:26 of 3:27 van de wet voert beleid gericht op het beheersen van relevante risico’s.
|
||||
**1.** Een bank, beheerder van een icbe, beleggingsonderneming, betaalinstelling, clearinginstelling, elektronischgeldinstelling, entiteit voor risico-acceptatie, premiepensioeninstelling, verzekeraar, wisselinstelling of bijkantoor als bedoeld in de artikelen 3:17, eerste en derde lid, 3:22, 3:23, 3:24a, 3:24b, 3:24c, 3:26 of 3:27 van de wet voert beleid gericht op het beheersen van relevante risico’s.
|
||||
|
||||
**2.** Onder relevante risico’s, bedoeld in het eerste lid, worden in het bijzonder verstaan het concentratierisico, krediet- en tegenpartijrisico, liquiditeitsrisico, marktrisico, operationeel risico, renterisico voortvloeiend uit niet-handelsactiviteiten, restrisico, securitisatierisico en verzekeringsrisico. Een bank, beleggingsonderneming of clearinginstelling als bedoeld in artikel 3:17, eerste of derde lid, 3:22, 3:23 of 3:27 van de wet houdt tevens rekening met de risico’s die voortvloeien uit de macro-economische omgeving waarin de onderneming actief is en die verband houden met de stand van de conjunctuurcyclus.
|
||||
|
||||
|
|
@ -480,7 +478,7 @@ De werknemers van een bank die een vergunning heeft als bedoeld in artikel 2:11
|
|||
|
||||
### Artikel 23b
|
||||
|
||||
Een bank, beleggingsonderneming of clearinginstelling, bedoeld in artikel 23, tweede lid, beschikt over deugdelijke procedures en maatregelen voor de vaststelling, de meting, het beheer en de bewaking van het liquiditeitsrisico over een passende reeks termijnen aan de hand waarvan zij doorlopend nagaat of en ervoor zorgt dat de hoogte, samenstelling en verdeling van de aanwezige liquiditeit aansluiten op de aard en de omvang van haar huidige en toekomstige liquiditeitsrisico’s. Deze procedures en maatregelen voldoen tenminste aan de technische criteria voor de organisatie en behandeling van risico’s als bedoeld in paragraaf 10 van bijlage V van de herziene richtlijn banken.
|
||||
Een bank, beleggingsonderneming of clearinginstelling, bedoeld in artikel 23, tweede lid, beschikt over deugdelijke procedures en maatregelen voor de vaststelling, de meting, het beheer en de bewaking van het liquiditeitsrisico over een passende reeks termijnen aan de hand waarvan zij doorlopend nagaat of en ervoor zorgt dat de hoogte, samenstelling en verdeling van de aanwezige liquiditeit aansluiten op de aard en de omvang van haar huidige en toekomstige liquiditeitsrisico’s. Deze procedures en maatregelen voldoen tenminste aan de technische criteria voor de organisatie en behandeling van risico’s als bedoeld in paragraaf 10 van bijlage V van de herziene richtlijn banken.
|
||||
|
||||
### Artikel 23c
|
||||
|
||||
|
|
@ -546,13 +544,25 @@ f. opzetten, implementeren en in stand houden van adequate procedures die in gev
|
|||
|
||||
### Artikel 24
|
||||
|
||||
Een beheerder van een icbe, beleggingsonderneming, betaalinstelling, clearinginstelling, elektronischgeldinstelling, entiteit voor risico-acceptatie, bank, verzekeraar, wisselinstelling of bijkantoor als bedoeld in artikel 23, eerste lid, ziet er op systematische wijze op toe dat de procedures en maatregelen, bedoeld in artikel 23, derde lid, worden nageleefd en zorgt ervoor dat gesignaleerde tekortkomingen of gebreken worden opgeheven.
|
||||
Een bank, beheerder van een icbe, beleggingsonderneming, betaalinstelling, clearinginstelling, elektronischgeldinstelling, entiteit voor risico-acceptatie, premiepensioeninstelling, verzekeraar, wisselinstelling of bijkantoor als bedoeld in artikel 23, eerste lid, ziet er op systematische wijze op toe dat de procedures en maatregelen, bedoeld in artikel 23, derde lid, worden nageleefd en zorgt ervoor dat gesignaleerde tekortkomingen of gebreken worden opgeheven.
|
||||
|
||||
### Artikel 24a
|
||||
|
||||
**1.** Een bank of beleggingsonderneming als bedoeld in artikel 23, tweede lid, tweede volzin, beschikt over solide, doeltreffende en alomvattende strategieën en procedures aan de hand waarvan zij doorlopend nagaat of en ervoor zorgt dat de hoogte, samenstelling en verdeling van haar eigen vermogen aansluiten op de omvang en de aard van haar huidige en mogelijk toekomstige risico’s.
|
||||
**1.** Een bank of beleggingsonderneming als bedoeld in artikel 23, tweede lid, tweede volzin, beschikt over solide, doeltreffende en alomvattende strategieën en procedures aan de hand waarvan zij doorlopend nagaat of en ervoor zorgt dat de hoogte, samenstelling en verdeling van haar toetsingsvermogen aansluiten op de omvang en de aard van haar de korte- en langetermijnrisico’s waaraan zij blootstaat of zou kunnen blootstaan.
|
||||
|
||||
**2.** De financiële onderneming ziet er op systematische wijze op toe dat de strategieën en procedures, bedoeld in het eerste lid, worden nageleefd en zorgt ervoor dat gesignaleerde tekortkomingen of gebreken worden opgeheven.
|
||||
**2.** Een verzekeraar als bedoeld in artikel 23, eerste lid, beschikt over solide, doeltreffende en alomvattende strategieën en procedures aan de hand waarvan hij regelmatig nagaat hoe zijn aanwezige solvabiliteitsmarge zich verhoudt tot de korte- en langetermijnrisico’s waaraan hij blootstaat of zou kunnen blootstaan.
|
||||
|
||||
**3.** Het tweede lid is niet van toepassing op een verzekeraar die in het voorafgaande boekjaar een bruto geboekt premie-inkomen had van minder dan vijf miljoen euro en technische voorzieningen, zonder aftrek van de bedragen die op grond van herverzekeringsovereenkomsten kunnen worden verhaald, van minder dan 25 miljoen euro.
|
||||
|
||||
### Artikel 24a1
|
||||
|
||||
**1.** Een levensverzekeraar als bedoeld in artikel 3:17, eerste lid, of 3:23, eerste lid, van de wet voert ten minste jaarlijks scenarioanalyses uit die betrekking hebben op het renterisico, aandelenrisico, kredietrisico, vastgoedrisico, kostenrisico, tegenpartijkredietrisico en het lang- en kortlevenrisico.
|
||||
|
||||
**2.** Een levensverzekeraar als bedoeld in het eerste lid berekent ten minste jaarlijks zijn theoretisch solvabiliteitscriterium met gebruikmaking van de scenarioanalyses, bedoeld in het eerste lid. Onder theoretisch solvabiliteitscriterium wordt verstaan het minimumbedrag aan solvabiliteitsmarge, bedoeld in artikel 3:57 van de wet, dan wel het solvabiliteitskapitaalvereiste, bedoeld in artikel 3:97 van de wet, waarover de verzekeraar op het tijdstip van het vaststellen van het minimumbedrag aan solvabiliteitsmarge ten minste zou moeten beschikken indien ervan wordt uitgegaan dat realisatie van de scenario’s als bedoeld in het eerste lid in de verwachte onderlinge samenhang op dat moment zou plaatsvinden.
|
||||
|
||||
**3.** Het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing op een levensverzekeraar die in het voorafgaande boekjaar een bruto geboekt premie-inkomen had van minder dan vijf miljoen euro en technische voorzieningen, zonder aftrek van de bedragen die op grond van herverzekeringsovereenkomsten kunnen worden verhaald, van minder dan 25 miljoen euro.
|
||||
|
||||
**4.** Bij ministeriële regeling worden regels gesteld met betrekking tot de scenarioanalyses en de berekeningswijze van het theoretisch solvabiliteitscriterium.
|
||||
|
||||
### Artikel 24b
|
||||
|
||||
|
|
@ -635,7 +645,15 @@ c. resultaatontwikkeling, uitgesplitst naar de onderscheiden bedrijfsactiviteite
|
|||
|
||||
### Artikel 26.0
|
||||
|
||||
Een premiepensioeninstelling beschikt over procedures en maatregelen die waarborgen dat de omvang en samenstelling van en mutaties in de aan te houden financiële waarborgen getrouw en volledig kunnen worden vastgesteld.
|
||||
**1.** Een premiepensioeninstelling als bedoeld in artikel 3:17, eerste lid, van de wet beschikt over procedures en maatregelen die waarborgen dat de omvang en samenstelling van en mutaties in de aan te houden financiële waarborgen getrouw en volledig kunnen worden vastgesteld.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Met het oog op de bewaking en beheersing van solvabiliteitsrisico’s voorziet de bedrijfsvoering van een premiepensioeninstelling in ieder geval in de bewaking en beheersing van de:
|
||||
|
||||
a. aard en omvang van de activa en passiva;
|
||||
b. niet uit de balans blijkende verplichtingen; en
|
||||
c. resultaatontwikkeling, uitgesplitst naar de onderscheiden bedrijfsactiviteiten en bedrijfsonderdelen.
|
||||
|
||||
### Artikel 26.1
|
||||
|
||||
|
|
@ -657,7 +675,7 @@ Een premiepensioeninstelling beschikt over procedures en maatregelen die waarbor
|
|||
|
||||
### Artikel 27
|
||||
|
||||
**1.** Een financiële onderneming of bijkantoor als bedoeld in artikel 3:18, eerste lid, 3:22, 3:23, 3:24b, 3:25, 3:26 of 3:27, van de wet gaat niet over tot het uitbesteden van werkzaamheden indien die uitbesteding een belemmering kan vormen voor een adequaat toezicht op de naleving van het bij of krachtens het Deel Prudentieel toezicht financiële ondernemingen van de wet bepaalde.
|
||||
**1.** Een financiële onderneming of bijkantoor als bedoeld in artikel 3:18, eerste lid, 3:22, 3:23, 3:24b, 3:26 of 3:27, van de wet gaat niet over tot het uitbesteden van werkzaamheden indien die uitbesteding een belemmering kan vormen voor een adequaat toezicht op de naleving van het bij of krachtens het Deel Prudentieel toezicht financiële ondernemingen van de wet bepaalde.
|
||||
|
||||
**2.** Een betaalinstelling, clearinginstelling, elektronischgeldinstelling, entiteit voor risico-acceptatie, bank, premiepensioeninstelling, verzekeraar, wisselinstelling of bijkantoor als bedoeld in artikel 3:18, tweede lid, 3:23, 3:26 of 3:27 van de wet besteedt de taken en werkzaamheden van personen die het dagelijks beleid bepalen, daaronder mede verstaan het vaststellen van het beleid en het afleggen van verantwoording over het gevoerde beleid, niet uit.
|
||||
|
||||
|
|
@ -671,6 +689,10 @@ Een premiepensioeninstelling beschikt over procedures en maatregelen die waarbor
|
|||
|
||||
Bij de uitbesteding van werkzaamheden in verband met het verlenen van betaaldiensten draagt de betaalinstelling er zorg voor dat uitbesteding de verplichtingen van de betaalinstelling jegens haar cliënten en de rechten van haar cliënten uit hoofde van de wet of Titel 7B van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek niet wijzigt.
|
||||
|
||||
### Artikel 27c
|
||||
|
||||
De Nederlandsche Bank kan ter uitvoering van internationaal aanvaarde standaarden nadere regels stellen met betrekking tot de uitbesteding door afwikkelondernemingen van werkzaamheden.
|
||||
|
||||
### Artikel 28
|
||||
|
||||
Een betaalinstelling, clearinginstelling, elektronischgeldinstelling, entiteit voor risico-acceptatie, bank, premiepensioeninstelling, verzekeraar, wisselinstelling of bijkantoor als bedoeld in artikel 27, tweede lid, gaat niet over tot het uitbesteden van werkzaamheden indien dat afbreuk doet aan de kwaliteit van haar onafhankelijke interne toetsing als bedoeld in artikel 17, vierde lid.
|
||||
|
|
@ -722,7 +744,7 @@ Een betaalinstelling of elektronischgeldinstelling geeft onverwijld schriftelijk
|
|||
a. de activiteiten die de betaaldienstverlener of de elektronischgeldinstelling voornemens is te verrichten;
|
||||
b. het bedrijfsplan waarmee wordt aangetoond dat de betaaldienstverlener of de elektronischgeldinstelling in staat is gebruik te maken van passende en evenredige systemen, middelen en procedures om op een gezonde basis te opereren;
|
||||
c. de identiteit van personen die, direct of indirect, gekwalificeerde deelnemingen als bedoeld in artikel 1 van de wet in de betaaldienstverlener of de elektronischgeldinstelling bezitten, alsmede de omvang van hun deelnemingen en het bewijs van hun geschiktheid;
|
||||
d. indien van toepassing, de accountantsorganisatie of het auditkantoor, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdelen a en c, van de Wet toezicht accountantsorganisaties, belast met de wettelijke controle bedoeld in artikel 2, onderdeel 1, van de richtlijn nr. 2006/43/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 17 mei 2006 betreffende de wettelijke controles van jaarrekeningen en geconsolideerde jaarrekeningen, tot wijziging van de Richtlijnen 78/660/EEG en 83/349/EEG van de Raad, en houdende intrekking van Richtlijn 84/253/EEG van de Raad (PbEU L 157) van de jaarrekening van de betaaldienstverlener of de elektronischgeldinstelling;
|
||||
d. indien van toepassing, de accountantsorganisatie of het auditkantoor, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdelen a en c, van de Wet toezicht accountantsorganisaties, belast met de wettelijke controle bedoeld in artikel 2, onderdeel 1, van de richtlijn nr. 2006/43/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 17 mei 2006 betreffende de wettelijke controles van jaarrekeningen en geconsolideerde jaarrekeningen, tot wijziging van de Richtlijnen 78/660/EEG en 83/349/EEG van de Raad, en houdende intrekking van Richtlijn 84/253/EEG van de Raad (PbEU L 157) van de jaarrekening van de betaaldienstverlener of de elektronischgeldinstelling;
|
||||
e. gegevens op basis waarvan de Nederlandsche Bank heeft geoordeeld dat wordt voldaan aan hetgeen ingevolge artikel 3:8 van de wet is bepaald met betrekking tot de geschiktheid van de personen die het dagelijks beleid bepalen;
|
||||
f. gegevens op basis waarvan de Nederlandsche Bank heeft geoordeeld dat wordt voldaan aan hetgeen ingevolge artikel 3:9 van de wet is bepaald met betrekking tot de betrouwbaarheid van de personen die het beleid bepalen of mede bepalen of onderdeel zijn van een orgaan dat belast is met toezicht op het beleid en de algemene gang van zaken;
|
||||
g. het voorgenomen beleid met betrekking tot de integere bedrijfsuitoefening, bedoeld in artikel 3:10, eerste lid, van de wet;
|
||||
|
|
@ -738,7 +760,7 @@ j. het eigen vermogen, bedoeld in artikel 3:53, eerste lid, van de wet.
|
|||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Een betaalinstelling, clearinginstelling, elektronischgeldinstelling, entiteit voor risico-acceptatie, bank, verzekeraar of wisselinstelling als bedoeld in artikel 3:29, eerste lid, 3:42, 3:43, tweede lid, of 3:49 van de wet geeft schriftelijk aan de Nederlandsche Bank kennis van het voornemen tot een wijziging van:
|
||||
Een afwikkelonderneming, betaalinstelling, clearinginstelling, elektronischgeldinstelling, entiteit voor risico-acceptatie, bank, verzekeraar of wisselinstelling als bedoeld in artikel 3:29, eerste lid, 3:42, 3:43, tweede lid, of 3:49 van de wet geeft schriftelijk aan de Nederlandsche Bank kennis van het voornemen tot een wijziging van:
|
||||
|
||||
a. de personen die het dagelijks beleid van de financiële onderneming bepalen of het beleid van de financiële onderneming bepalen of mede bepalen; en
|
||||
b. indien van toepassing, de personen die onderdeel zijn van een orgaan dat belast is met het toezicht op het beleid en de algemene gang van zaken van de financiële onderneming.
|
||||
|
|
@ -770,7 +792,7 @@ d. een kopie van een geldig identiteitsbewijs.
|
|||
|
||||
### Artikel 34
|
||||
|
||||
**1.** Een betaalinstelling, clearinginstelling, elektronischgeldinstelling, entiteit voor risico-acceptatie, bank, verzekeraar of wisselinstelling als bedoeld in artikel 33, eerste lid, geeft schriftelijk kennis aan de Nederlandsche Bank van een wijziging van gegevens op basis waarvan de Nederlandsche Bank heeft geoordeeld dat wordt voldaan aan hetgeen ingevolge artikel 3:9 wordt bepaald met betrekking tot de betrouwbaarheid van de in dat artikel bedoelde personen.
|
||||
**1.** Een afwikkelonderneming, betaalinstelling, clearinginstelling, elektronischgeldinstelling, entiteit voor risico-acceptatie, bank, verzekeraar of wisselinstelling als bedoeld in artikel 33, eerste lid, geeft schriftelijk kennis aan de Nederlandsche Bank van een wijziging van gegevens op basis waarvan de Nederlandsche Bank heeft geoordeeld dat wordt voldaan aan hetgeen ingevolge artikel 3:9 wordt bepaald met betrekking tot de betrouwbaarheid van de in dat artikel bedoelde personen.
|
||||
|
||||
**2.** De financiële onderneming geeft van een wijziging als bedoeld in het eerste lid onverwijld schriftelijk kennis nadat zij van de wijziging op de hoogte is gekomen.
|
||||
|
||||
|
|
@ -778,7 +800,7 @@ d. een kopie van een geldig identiteitsbewijs.
|
|||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Een betaalinstelling, clearinginstelling, elektronischgeldinstelling, entiteit voor risico-acceptatie, bank, verzekeraar of wisselinstelling als bedoeld in artikel 33, eerste lid, geeft schriftelijk kennis aan de Nederlandsche Bank van een wijziging in:
|
||||
Een afwikkelonderneming, betaalinstelling, clearinginstelling, elektronischgeldinstelling, entiteit voor risico-acceptatie, bank, verzekeraar of wisselinstelling als bedoeld in artikel 33, eerste lid, geeft schriftelijk kennis aan de Nederlandsche Bank van een wijziging in:
|
||||
|
||||
a. de naam of het adres van de financiële onderneming;
|
||||
b. de rechtsvorm van de financiële onderneming;
|
||||
|
|
@ -792,19 +814,46 @@ g. indien van toepassing, het adres van een in een andere staat gelegen bijkanto
|
|||
|
||||
### Artikel 36
|
||||
|
||||
**1.** Een clearinginstelling, bank, verzekeraar of wisselinstelling als bedoeld in artikel 3:29, eerste lid, 3:42 of 3:43, eerste lid, van de wet geeft schriftelijk aan de Nederlandsche Bank kennis van het voornemen tot een wijziging van de personen die het dagelijks beleid van het bijkantoor bepalen.
|
||||
**1.** Een afwikkelonderneming, clearinginstelling, bank, verzekeraar of wisselinstelling als bedoeld in artikel 3:29, eerste lid, 3:42 of 3:43, eerste lid, van de wet geeft schriftelijk aan de Nederlandsche Bank kennis van het voornemen tot een wijziging van de personen die het dagelijks beleid van het bijkantoor bepalen.
|
||||
|
||||
**2.** Artikel 33, tweede tot en met vijfde lid, is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
### Artikel 37
|
||||
|
||||
**1.** Een clearinginstelling, bank of verzekeraar als bedoeld in artikel 3:29, eerste lid, van de wet met zetel in Nederland die haar bedrijf uitoefent vanuit een in een andere lidstaat gelegen bijkantoor geeft schriftelijk aan de Nederlandsche Bank en de toezichthoudende instantie van die lidstaat kennis van een wijziging in het adres van het bijkantoor.
|
||||
**1.** Een afwikkelonderneming, clearinginstelling, bank of verzekeraar als bedoeld in artikel 3:29, eerste lid, van de wet met zetel in Nederland die haar bedrijf uitoefent vanuit een in een andere lidstaat gelegen bijkantoor geeft schriftelijk aan de Nederlandsche Bank en de toezichthoudende instantie van die lidstaat kennis van een wijziging in het adres van het bijkantoor.
|
||||
|
||||
**2.** Onverminderd het eerste lid, geeft een bank als bedoeld in artikel 3:29, eerste lid, van de wet, met zetel in Nederland die haar bedrijf uitoefent vanuit een in een andere lidstaat gelegen bijkantoor geeft schriftelijk aan de Nederlandsche Bank en de toezichthoudende instantie van die lidstaat kennis van een wijziging met betrekking tot de toepasselijkheid van een depositogarantiestelsel op het bijkantoor.
|
||||
|
||||
**3.** De financiële onderneming geeft van een wijziging als bedoeld in het eerste of tweede lid kennis binnen twee weken nadat de wijziging zich heeft voorgedaan.
|
||||
|
||||
**4.** Een clearinginstelling of bank als bedoeld in artikel 3:29, eerste lid, van de wet die haar bedrijf uitoefent vanuit een in een andere lidstaat gelegen bijkantoor geeft schriftelijk kennis aan de Nederlandsche Bank en de toezichthoudende instantie van die lidstaat van het voornemen de uitoefening van haar bedrijf vanuit het in de andere lidstaat gelegen bijkantoor te staken. De clearinginstelling of bank geeft geen uitvoering aan het voornemen gedurende de eerste vier weken na de kennisgeving.
|
||||
**4.** Een afwikkelonderneming, clearinginstelling of bank als bedoeld in artikel 3:29, eerste lid, van de wet die haar bedrijf uitoefent vanuit een in een andere lidstaat gelegen bijkantoor geeft schriftelijk kennis aan de Nederlandsche Bank en de toezichthoudende instantie van die lidstaat van het voornemen de uitoefening van haar bedrijf vanuit het in de andere lidstaat gelegen bijkantoor te staken. De clearinginstelling of bank geeft geen uitvoering aan het voornemen gedurende de eerste vier weken na de kennisgeving.
|
||||
|
||||
### Artikel 37a
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Een afwikkelonderneming waaraan de Nederlandsche Bank een vergunning heeft verleend voor het uitoefenen van het bedrijf van afwikkelonderneming geeft aan de Nederlandsche Bank schriftelijk kennis van het voornemen tot:
|
||||
|
||||
a. een wijziging of het doen ontstaan van een verbinding met een andere afwikkelonderneming;
|
||||
b. een wijziging van de contractuele algemene voorwaarden van de afwikkelonderneming;
|
||||
c. een substantiële wijziging in de bedrijfsvoering;
|
||||
d. een substantiële wijziging in het risicomanagement, voor zover ten aanzien daarvan nadere regels krachtens artikel 17b zijn gesteld;
|
||||
e. een handeling van de afwikkelonderneming die zal leiden tot een substantiële wijziging van de balans van de afwikkelonderneming.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Met betrekking tot het voornemen overlegt de afwikkelonderneming:
|
||||
|
||||
a. een beschrijving van de voorgenomen wijziging, bedoeld in het eerste lid;
|
||||
b. gegevens op basis waarvan de Nederlandsche Bank redelijkerwijs kan beoordelen of wordt voldaan aan hetgeen in artikel 3:17 van de wet wordt bepaald met betrekking tot de beheerste uitoefening van het bedrijf.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
De financiële onderneming geeft geen uitvoering aan het voornemen voordat de Nederlandsche Bank heeft ingestemd met de wijziging. De Nederlandsche Bank neemt een besluit omtrent instemming:
|
||||
|
||||
a. binnen zes weken na ontvangst van de kennisgeving;
|
||||
b. indien de Nederlandsche Bank binnen twee weken na ontvangst van de kennisgeving om nadere gegevens heeft verzocht, binnen vier weken na ontvangst van die gegevens, doch uiterlijk binnen dertien weken na ontvangst van de kennisgeving; of
|
||||
c. indien de Nederlandsche Bank de Autoriteit Financiële Markten om advies heeft gevraagd, binnen vier weken na ontvangst van dat advies.
|
||||
|
||||
### Artikel 38
|
||||
|
||||
|
|
@ -874,7 +923,7 @@ b. de geldmiddelen worden gedekt door een verzekeringspolis of een vergelijkbare
|
|||
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
Voor de toepassing van het tweede lid zijn veilige activa met een lage risicograad activa die vallen in een van de categorieën opgenomen in tabel 1 van punt 14 van bijlage I bij Richtlijn 2006/49/EG van het Europees Parlement en de Raad van 14 juni 2006 inzake de kapitaaltoereikendheid van beleggingsondernemingen en kredietinstellingen (PbEU L 177) waarvoor het kapitaalvereiste voor het specifieke risico niet hoger ligt dan 1,6%, terwijl andere in aanmerking komende activa, als gedefinieerd in punt 15 van die bijlage, worden uitgesloten.
|
||||
Voor de toepassing van het tweede lid zijn veilige activa met een lage risicograad activa die vallen in een van de categorieën opgenomen in tabel 1 van punt 14 van bijlage I bij Richtlijn 2006/49/EG van het Europees Parlement en de Raad van 14 juni 2006 inzake de kapitaaltoereikendheid van beleggingsondernemingen en kredietinstellingen (PbEU L 177) waarvoor het kapitaalvereiste voor het specifieke risico niet hoger ligt dan 1,6%, terwijl andere in aanmerking komende activa, als gedefinieerd in punt 15 van die bijlage, worden uitgesloten.
|
||||
|
||||
Voor de toepassing van het tweede lid zijn veilige activa met een lage risicograad eveneens deelnemingsrechten in een instelling voor collectieve belegging in effecten (ICBE) die enkel investeert in activa zoals gespecificeerd in de eerste alinea.
|
||||
|
||||
|
|
@ -994,21 +1043,21 @@ b. indien de Nederlandsche Bank binnen twee weken na ontvangst van de kennisgevi
|
|||
|
||||
Het minimumbedrag aan eigen vermogen, bedoeld in artikel 3:53, eerste lid, van de wet bedraagt:
|
||||
|
||||
a. € 5 miljoen voor een bank als bedoeld in artikel 3:53, eerste lid, of 3:54, eerste lid, van de wet die geen bank als bedoeld in onderdeel b is, of voor een clearinginstelling als bedoeld in artikel 3:53, eerste lid, of 3:55, eerste lid, van de wet;
|
||||
a. € 5 miljoen voor een bank als bedoeld in artikel 3:53, eerste lid, of 3:54, eerste lid, van de wet die geen bank als bedoeld in onderdeel b is, of voor een clearinginstelling als bedoeld in artikel 3:53, eerste lid, of 3:55, eerste lid, van de wet;
|
||||
b. € 2,5 miljoen voor een bank als bedoeld in artikel 2:13 van de wet die in hoofdzaak haar bedrijf maakt van het verlenen van beleggingsdiensten of het verrichten van beleggingsactiviteiten;
|
||||
c. € 125.000 voor een beheerder van een beleggingsinstelling als bedoeld in artikel 3:53, eerste lid van de wet;
|
||||
d. € 125.000 voor een beheerder van een icbe als bedoeld in artikel 3:53, eerste lid, van de wet;
|
||||
e. € 300.000 voor een beleggingsmaatschappij of een maatschappij voor collectieve belegging in effecten als bedoeld in artikel 3:53, eerste lid, van de wet die geen aparte beheerder hebben;
|
||||
f. € 35.000 voor een beleggingsonderneming als bedoeld in artikel 3:53, eerste lid, of 3:54, eerste lid, van de wet die uitsluitend de beleggingsdienst, bedoeld in onderdeel a van de definitie van verlenen van een beleggingsdienst in artikel 1:1 van de wet, verleent en die deze beleggingsdienst niet vanuit een bijkantoor in een andere lidstaat of door middel van het verrichten van diensten naar een andere lidstaat mag verlenen;
|
||||
g. € 50.000 voor een beleggingsonderneming als bedoeld in artikel 3:53, eerste lid, of 3:54, eerste lid, van de wet, die de beleggingsdienst, bedoeld in onderdeel a van de definitie van verlenen van een beleggingsdienst in artikel 1:1 van de wet, vanuit een bijkantoor in een andere lidstaat of door middel van het verrichten van diensten naar een andere lidstaat mag verlenen;
|
||||
h. € 50.000 voor een beleggingsonderneming als bedoeld in artikel 3:53, eerste lid, of 3:54, eerste lid, van de wet, niet zijnde een beleggingsonderneming als bedoeld in onderdeel g, die de beleggingsdienst verleent, bedoeld in onderdeel b, c, d of f, van de definitie van verlenen van een beleggingsdienst in artikel 1:1 van de wet;
|
||||
i. € 730.000 voor een beleggingsonderneming als bedoeld in artikel 3:53, eerste lid, of 3:54, eerste lid, van de wet, niet zijnde een beleggingsonderneming als bedoeld in onderdeel f of g, die de beleggingsdienst verleent, bedoeld in onderdeel e van de definitie van verlenen van een beleggingsdienst in artikel 1:1 van de wet;
|
||||
j. € 730.000 voor een beleggingsonderneming als bedoeld in artikel 3:53, eerste lid, of 3:54, eerste lid, van de wet, niet zijnde een beleggingsonderneming als bedoeld in onderdeel f of g, die de beleggingsactiviteit verricht, bedoeld in onderdeel a van de definitie van verrichten van een beleggingsactiviteit in artikel 1:1 van de wet;
|
||||
k. € 730.000 voor een beleggingsonderneming als bedoeld in artikel 3:53, eerste lid, of 3:54, eerste lid, van de wet, die de beleggingsactiviteit verricht, bedoeld in onderdeel b van de definitie van verrichten van een beleggingsactiviteit in artikel 1:1 van de wet;
|
||||
c. € 125.000 voor een beheerder van een beleggingsinstelling als bedoeld in artikel 3:53, eerste lid van de wet;
|
||||
d. € 125.000 voor een beheerder van een icbe als bedoeld in artikel 3:53, eerste lid, van de wet;
|
||||
e. € 300.000 voor een beleggingsmaatschappij of een maatschappij voor collectieve belegging in effecten als bedoeld in artikel 3:53, eerste lid, van de wet die geen aparte beheerder hebben;
|
||||
f. € 35.000 voor een beleggingsonderneming als bedoeld in artikel 3:53, eerste lid, of 3:54, eerste lid, van de wet die uitsluitend de beleggingsdienst, bedoeld in onderdeel a van de definitie van verlenen van een beleggingsdienst in artikel 1:1 van de wet, verleent en die deze beleggingsdienst niet vanuit een bijkantoor in een andere lidstaat of door middel van het verrichten van diensten naar een andere lidstaat mag verlenen;
|
||||
g. € 50.000 voor een beleggingsonderneming als bedoeld in artikel 3:53, eerste lid, of 3:54, eerste lid, van de wet, die de beleggingsdienst, bedoeld in onderdeel a van de definitie van verlenen van een beleggingsdienst in artikel 1:1 van de wet, vanuit een bijkantoor in een andere lidstaat of door middel van het verrichten van diensten naar een andere lidstaat mag verlenen;
|
||||
h. € 50.000 voor een beleggingsonderneming als bedoeld in artikel 3:53, eerste lid, of 3:54, eerste lid, van de wet, niet zijnde een beleggingsonderneming als bedoeld in onderdeel g, die de beleggingsdienst verleent, bedoeld in onderdeel b, c, d of f, van de definitie van verlenen van een beleggingsdienst in artikel 1:1 van de wet;
|
||||
i. € 730.000 voor een beleggingsonderneming als bedoeld in artikel 3:53, eerste lid, of 3:54, eerste lid, van de wet, niet zijnde een beleggingsonderneming als bedoeld in onderdeel f of g, die de beleggingsdienst verleent, bedoeld in onderdeel e van de definitie van verlenen van een beleggingsdienst in artikel 1:1 van de wet;
|
||||
j. € 730.000 voor een beleggingsonderneming als bedoeld in artikel 3:53, eerste lid, of 3:54, eerste lid, van de wet, niet zijnde een beleggingsonderneming als bedoeld in onderdeel f of g, die de beleggingsactiviteit verricht, bedoeld in onderdeel a van de definitie van verrichten van een beleggingsactiviteit in artikel 1:1 van de wet;
|
||||
k. € 730.000 voor een beleggingsonderneming als bedoeld in artikel 3:53, eerste lid, of 3:54, eerste lid, van de wet, die de beleggingsactiviteit verricht, bedoeld in onderdeel b van de definitie van verrichten van een beleggingsactiviteit in artikel 1:1 van de wet;
|
||||
l. € 20.000 voor een betaalinstelling als bedoeld in artikel 3:53, eerste lid, van de wet die uitsluitend de in punt 6 van de bijlage bij de richtlijn betaaldiensten vermelde betaaldienst verleent;
|
||||
m. € 50.000 voor een betaalinstelling als bedoeld in artikel 3:53, eerste lid, van de wet die uitsluitend de in punt 7 van de richtlijn betaaldiensten vermelde betaaldienst verleent;
|
||||
n. € 125.000 voor een betaalinstelling als bedoeld in artikel 3:53, eerste lid, van de wet die een in de punten 1 tot en met 5 van de bijlage bij de richtlijn betaaldiensten vermelde betaaldienst verleent;
|
||||
o. € 112.500 voor een bewaarder of bewaarder van een icbe als bedoeld in artikel 3:53, eerste lid, van de wet;
|
||||
o. € 112.500 voor een bewaarder of bewaarder van een icbe als bedoeld in artikel 3:53, eerste lid, van de wet;
|
||||
p. € 350.000 voor een elektronischgeldinstelling als bedoeld in artikel 3:53, eerste lid, van de wet;
|
||||
q. € 500.000 voor een premiepensioeninstelling als bedoeld in artikel 3:53, eerste lid, van de wet;
|
||||
r. € 112.500 voor een pensioenbewaarder als bedoeld in artikel 3:53, eerste lid, van de wet.
|
||||
|
|
@ -1017,16 +1066,16 @@ r. € 112.500 voor een pensioenbewaarder als bedoeld in artikel 3:53, eerste li
|
|||
|
||||
Het eerste lid is niet van toepassing op beleggingsondernemingen als bedoeld in artikel 3:53, eerste lid, of 3:54, eerste lid, van de wet die geen andere beleggingsdienst mogen verlenen dan de beleggingsdienst, bedoeld in onderdeel a of d van de definitie van verlenen van een beleggingsdienst in artikel 1:1 van de wet, en geen nevendiensten als bedoeld in onderdeel a van de definitie van nevendienst in artikel 1:1 van de wet verrichten, indien zij beschikken over:
|
||||
|
||||
a. een beroepsaansprakelijkheidsverzekering of een daarmee vergelijkbare voorziening die de aansprakelijkheid dekt van de beleggingsonderneming wegens fouten, verzuimen of nalatigheden begaan in de uitoefening van diens beroep en voorgevallen op het grondgebied waarop de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte van toepassing is, voor een bedrag van ten minste € 1.120.200 per schadegeval en ten minste € 1.680.300 per jaar voor alle schadegevallen gezamenlijk; of
|
||||
b. een combinatie van een bedrag aan eigen vermogen als bedoeld in het eerste lid, onderdelen g of h en een beroepsaansprakelijkheidsverzekering als bedoeld in onderdeel a die resulteert in een dekking die ten minste gelijkwaardig is aan € 50.000 of onderdeel a.
|
||||
a. een beroepsaansprakelijkheidsverzekering of een daarmee vergelijkbare voorziening die de aansprakelijkheid dekt van de beleggingsonderneming wegens fouten, verzuimen of nalatigheden begaan in de uitoefening van diens beroep en voorgevallen op het grondgebied waarop de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte van toepassing is, voor een bedrag van ten minste € 1.120.200 per schadegeval en ten minste € 1.680.300 per jaar voor alle schadegevallen gezamenlijk; of
|
||||
b. een combinatie van een bedrag aan eigen vermogen als bedoeld in het eerste lid, onderdelen g of h en een beroepsaansprakelijkheidsverzekering als bedoeld in onderdeel a die resulteert in een dekking die ten minste gelijkwaardig is aan € 50.000 of onderdeel a.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
Onverminderd het eerste lid, aanhef en onderdeel g of h, beschikken beleggingsondernemingen als bedoeld in het tweede lid, waaraan een vergunning als bedoeld in artikel 2:80 of 2:86 van de wet is verleend, over:
|
||||
|
||||
a. een minimumbedrag aan eigen vermogen van € 25.000;
|
||||
b. een beroepsaansprakelijkheidsverzekering of een daarmee vergelijkbare voorziening die hun aansprakelijkheid dekt wegens fouten, verzuimen of nalatigheden begaan in de uitoefening van hun beroep en voor gevallen op het grondgebied waarop de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte van toepassing is, voor een bedrag van ten minste € 500.000 per schadegeval en ten minste € 750.000 per jaar voor alle schadegevallen gezamenlijk; of
|
||||
c. een combinatie van een beroepsaansprakelijkheidsverzekering of een daarmee vergelijkbare voorziening als bedoeld in onderdeel a die resulteert in een dekking die ten minste gelijkwaardig is aan € 25.000 of onderdeel b.
|
||||
a. een minimumbedrag aan eigen vermogen van € 25.000;
|
||||
b. een beroepsaansprakelijkheidsverzekering of een daarmee vergelijkbare voorziening die hun aansprakelijkheid dekt wegens fouten, verzuimen of nalatigheden begaan in de uitoefening van hun beroep en voor gevallen op het grondgebied waarop de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte van toepassing is, voor een bedrag van ten minste € 500.000 per schadegeval en ten minste € 750.000 per jaar voor alle schadegevallen gezamenlijk; of
|
||||
c. een combinatie van een beroepsaansprakelijkheidsverzekering of een daarmee vergelijkbare voorziening als bedoeld in onderdeel a die resulteert in een dekking die ten minste gelijkwaardig is aan € 25.000 of onderdeel b.
|
||||
|
||||
### Artikel 49
|
||||
|
||||
|
|
@ -1034,32 +1083,32 @@ c. een combinatie van een beroepsaansprakelijkheidsverzekering of een daarmee ve
|
|||
|
||||
Het minimumbedrag van het garantiefonds, bedoeld in artikel 3:53, vierde lid, bedraagt:
|
||||
|
||||
a. voor een entiteit voor risico-acceptatie als bedoeld in artikel 3:53, eerste lid, van de wet een door de Nederlandsche Bank te bepalen bedrag, dat niet hoger is dan € 1 miljoen, afhankelijk van het risicoprofiel van de entiteit;
|
||||
b. € 1,2 miljoen voor een herverzekeraar als bedoeld in artikel 3:53, eerste lid, of 3:55a, eerste lid, van de wet die ondernemingsgebonden herverzekeraar is;
|
||||
c. € 3,4 miljoen voor een herverzekeraar als bedoeld in artikel 3:53, eerste lid, of 3:55a, eerste lid, van de wet, niet zijnde een herverzekeraar als bedoeld onder b;
|
||||
d. € 3,7 miljoen voor een levensverzekeraar als bedoeld in artikel 3:53, eerste lid, of 3:54, eerste lid, van de wet;
|
||||
e. € 45.378,02 voor een natura-uitvaartverzekeraar als bedoeld in artikel 3:53, eerste lid, of 3:55, eerste lid, van de wet;
|
||||
f. € 2,5 miljoen voor een schadeverzekeraar als bedoeld in artikel 3:53, eerste lid, of 3:54, eerste lid, van de wet, die geen schadeverzekeraar als bedoeld in onderdeel g is;
|
||||
g. € 3,7 miljoen voor een schadeverzekeraar als bedoeld in artikel 3:53, eerste lid, of 3:54, eerste lid, van de wet die zijn bedrijf uitoefent in de branche Aansprakelijkheid motorrijtuigen, Aansprakelijkheid wegvervoer, Aansprakelijkheid luchtvaartuigen, Aansprakelijkheid zee- en binnenschepen, Algemene aansprakelijkheid of Krediet en Borgtocht.
|
||||
a. voor een entiteit voor risico-acceptatie als bedoeld in artikel 3:53, eerste lid, van de wet een door de Nederlandsche Bank te bepalen bedrag, dat niet hoger is dan € 1 miljoen, afhankelijk van het risicoprofiel van de entiteit;
|
||||
b. € 1,2 miljoen voor een herverzekeraar als bedoeld in artikel 3:53, eerste lid, of 3:55a, eerste lid, van de wet die ondernemingsgebonden herverzekeraar is;
|
||||
c. € 3,4 miljoen voor een herverzekeraar als bedoeld in artikel 3:53, eerste lid, of 3:55a, eerste lid, van de wet, niet zijnde een herverzekeraar als bedoeld onder b;
|
||||
d. € 3,7 miljoen voor een levensverzekeraar als bedoeld in artikel 3:53, eerste lid, of 3:54, eerste lid, van de wet;
|
||||
e. € 45.378,02 voor een natura-uitvaartverzekeraar als bedoeld in artikel 3:53, eerste lid, of 3:55, eerste lid, van de wet;
|
||||
f. € 2,5 miljoen voor een schadeverzekeraar als bedoeld in artikel 3:53, eerste lid, of 3:54, eerste lid, van de wet, die geen schadeverzekeraar als bedoeld in onderdeel g is;
|
||||
g. € 3,7 miljoen voor een schadeverzekeraar als bedoeld in artikel 3:53, eerste lid, of 3:54, eerste lid, van de wet die zijn bedrijf uitoefent in de branche Aansprakelijkheid motorrijtuigen, Aansprakelijkheid wegvervoer, Aansprakelijkheid luchtvaartuigen, Aansprakelijkheid zee- en binnenschepen, Algemene aansprakelijkheid of Krediet en Borgtocht.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Het minimumbedrag van het garantiefonds, bedoeld in artikel 3:54, derde lid, 3:55, tweede lid, of 3:55a, tweede lid, van de wet bedraagt:
|
||||
|
||||
a. voor een in Nederland gelegen bijkantoor van een entiteit voor risico-acceptatie als bedoeld in artikel 3:55a, eerste lid, van de wet een door de Nederlandsche Bank te bepalen bedrag, dat niet hoger is dan € 1 miljoen, afhankelijk van het risicoprofiel van de entiteit;
|
||||
b. € 0,6 miljoen voor een in Nederland gelegen bijkantoor van een herverzekeraar als bedoeld in artikel 3:55a, eerste lid, van de wet die ondernemingsgebonden herverzekeraar is;
|
||||
c. € 1,7 miljoen voor een in Nederland gelegen bijkantoor van een herverzekeraar als bedoeld in artikel 3:55a, eerste lid, van de wet, niet zijnde een bijkantoor als bedoeld onder b;
|
||||
d. € 1,9 miljoen voor een in Nederland gelegen bijkantoor van een levensverzekeraar als bedoeld in artikel 3:54, derde lid, van de wet;
|
||||
e. € 45.378,02 voor een in Nederland gelegen bijkantoor van een natura-uitvaartverzekeraar als bedoeld in artikel 3:55, tweede lid, van de wet;
|
||||
f. € 1,3 miljoen voor een in Nederland gelegen bijkantoor van een schadeverzekeraar als bedoeld in artikel 3:54, derde lid, van de wet die geen schadeverzekeraar als bedoeld in onderdeel g is;
|
||||
g. € 1,9 miljoen voor een in Nederland gelegen bijkantoor van een schadeverzekeraar als bedoeld in artikel 3:54, derde lid, van de wet die zijn bedrijf uitoefent in de branche Aansprakelijkheid motorrijtuigen, Aansprakelijkheid wegvervoer, Aansprakelijkheid luchtvaartuigen, Aansprakelijkheid zee- en binnenschepen, Algemene aansprakelijkheid of Krediet en Borgtocht.
|
||||
a. voor een in Nederland gelegen bijkantoor van een entiteit voor risico-acceptatie als bedoeld in artikel 3:55a, eerste lid, van de wet een door de Nederlandsche Bank te bepalen bedrag, dat niet hoger is dan € 1 miljoen, afhankelijk van het risicoprofiel van de entiteit;
|
||||
b. € 0,6 miljoen voor een in Nederland gelegen bijkantoor van een herverzekeraar als bedoeld in artikel 3:55a, eerste lid, van de wet die ondernemingsgebonden herverzekeraar is;
|
||||
c. € 1,7 miljoen voor een in Nederland gelegen bijkantoor van een herverzekeraar als bedoeld in artikel 3:55a, eerste lid, van de wet, niet zijnde een bijkantoor als bedoeld onder b;
|
||||
d. € 1,9 miljoen voor een in Nederland gelegen bijkantoor van een levensverzekeraar als bedoeld in artikel 3:54, derde lid, van de wet;
|
||||
e. € 45.378,02 voor een in Nederland gelegen bijkantoor van een natura-uitvaartverzekeraar als bedoeld in artikel 3:55, tweede lid, van de wet;
|
||||
f. € 1,3 miljoen voor een in Nederland gelegen bijkantoor van een schadeverzekeraar als bedoeld in artikel 3:54, derde lid, van de wet die geen schadeverzekeraar als bedoeld in onderdeel g is;
|
||||
g. € 1,9 miljoen voor een in Nederland gelegen bijkantoor van een schadeverzekeraar als bedoeld in artikel 3:54, derde lid, van de wet die zijn bedrijf uitoefent in de branche Aansprakelijkheid motorrijtuigen, Aansprakelijkheid wegvervoer, Aansprakelijkheid luchtvaartuigen, Aansprakelijkheid zee- en binnenschepen, Algemene aansprakelijkheid of Krediet en Borgtocht.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
Voor schadeverzekeraars als bedoeld in het eerste lid, aanhef en onderdelen f en g, die tevens het bedrijf van herverzekeraar uitoefenen, bedraagt evenwel het minimumbedrag van het garantiefonds, bedoeld in artikel 3:53, vierde lid, het bedrag, genoemd in het eerste lid, onderdeel c, f of g, al naar gelang welk bedrag het hoogste is, indien:
|
||||
|
||||
1°. het bedrag aan geïnde herverzekeringspremies groter is dan tien procent van het totale premiebedrag;
|
||||
2°. het bedrag aan geïnde herverzekeringspremies hoger is dan € 50 miljoen; of
|
||||
2°. het bedrag aan geïnde herverzekeringspremies hoger is dan € 50 miljoen; of
|
||||
3°. de technische voorzieningen als gevolg van geaccepteerde herverzekering groter zijn dan tien procent van de totale technische voorzieningen.
|
||||
|
||||
**4.** De in het eerste lid, onderdelen b tot en met d, f en g, en tweede lid, onderdelen b tot en met d, f en g, bedoelde bedragen wijzigen van rechtswege overeenkomstig de jaarlijkse kennisgeving van de Commissie van de Europese Gemeenschappen aan het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie betreffende de aan de procentuele wijziging van het door Eurostat bekendgemaakte Europese indexcijfer van de consumptieprijzen aangepaste bedragen.
|
||||
|
|
@ -1070,7 +1119,7 @@ Voor schadeverzekeraars als bedoeld in het eerste lid, aanhef en onderdelen f en
|
|||
|
||||
### Artikel 50
|
||||
|
||||
**1.** Het minimumbedrag aan eigen vermogen van een bank als bedoeld in artikel 2:13, eerste lid, 3:53, eerste lid, of 3:54, eerste lid, van de wet, van een beheerder van een beleggingsinstelling als bedoeld in artikel 3:53, eerste lid, van de wet, van een beheerder van een icbe als bedoeld in artikel 3:53, eerste lid, van de wet, van een beleggingsonderneming als bedoeld in artikel 3:53, eerste lid, of 3:54, eerste lid, van de wet, van een betaalinstelling als bedoeld in artikel 3:53, eerste lid, van de wet, van een clearinginstelling als bedoeld in artikel 3:53, eerste lid, of 3:55, eerste lid, van de wet, van een elektronischgeldinstelling als bedoeld in artikel 3:53, eerste lid, van de wet of van een premiepensioeninstelling als bedoeld in artikel 3:53, eerste lid, van de wet, wordt gevormd door de waarde van de vermogensbestanddelen, bedoeld in artikel 91, tweede lid, onderdelen a tot en met c.
|
||||
**1.** Het minimumbedrag aan eigen vermogen van een bank als bedoeld in artikel 2:13, eerste lid, 3:53, eerste lid, of 3:54, eerste lid, van de wet, van een beheerder van een beleggingsinstelling als bedoeld in artikel 3:53, eerste lid, van de wet, van een beheerder van een icbe als bedoeld in artikel 3:53, eerste lid, van de wet, van een beleggingsonderneming als bedoeld in artikel 3:53, eerste lid, of 3:54, eerste lid, van de wet, van een betaalinstelling als bedoeld in artikel 3:53, eerste lid, van de wet, van een clearinginstelling als bedoeld in artikel 3:53, eerste lid, of 3:55, eerste lid, van de wet, van een elektronischgeldinstelling als bedoeld in artikel 3:53, eerste lid, van de wet of van een premiepensioeninstelling als bedoeld in artikel 3:53, eerste lid, van de wet, wordt gevormd door de waarde van de vermogensbestanddelen, bedoeld in artikel 91, tweede lid, onderdelen a tot en met c.
|
||||
|
||||
**2.** Artikel 89, eerste en tweede lid, onderdeel a, is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
|
|
@ -1132,7 +1181,7 @@ b. de overeenkomst met de verzekeraar beëindigt dan wel de nakoming van de verp
|
|||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
In afwijking van artikel 49, eerste lid, aanhef en onderdeel d, bedraagt het minimumbedrag van het garantiefonds, bedoeld in artikel 3:53, vierde lid, van de wet, € 0 voor de volgende levensverzekeraars:
|
||||
In afwijking van artikel 49, eerste lid, aanhef en onderdeel d, bedraagt het minimumbedrag van het garantiefonds, bedoeld in artikel 3:53, vierde lid, van de wet, € 0 voor de volgende levensverzekeraars:
|
||||
|
||||
a. Wederkerige Verzekeringsmaatschappij «Begrafenis Sociëteit» W.A., gevestigd te Edam;
|
||||
b. Onderling Fonds Sliedrecht B.A., gevestigd te Sliedrecht; en
|
||||
|
|
@ -1150,15 +1199,15 @@ c. niet in een andere lidstaat een bijkantoor openen of aldaar hun bedrijf uitbr
|
|||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
In afwijking van artikel 49, eerste lid, aanhef en onderdeel f of g, bedraagt het minimumbedrag van het garantiefonds, bedoeld in artikel 3:53, vierde lid, van de wet, € 0 voor schadeverzekeraars met zetel in Nederland die:
|
||||
In afwijking van artikel 49, eerste lid, aanhef en onderdeel f of g, bedraagt het minimumbedrag van het garantiefonds, bedoeld in artikel 3:53, vierde lid, van de wet, € 0 voor schadeverzekeraars met zetel in Nederland die:
|
||||
|
||||
a. op 1 januari 1986 het bedrijf van schadeverzekeraar uitoefenden;
|
||||
a. op 1 januari 1986 het bedrijf van schadeverzekeraar uitoefenden;
|
||||
b. beschikken over een vergunning als bedoeld in artikel 2:27, eerste lid, van de wet;
|
||||
c. gedurende het laatst verstreken boekjaar voor 1 augustus 1978 niet een premie-inkomen van ten minste zesmaal de waarde van het minimumbedrag van het garantiefonds zoals dat gold op 1 juli 1994 op grond van de Wet toezicht verzekeringsbedrijf 1993 hebben geboekt;
|
||||
c. gedurende het laatst verstreken boekjaar voor 1 augustus 1978 niet een premie-inkomen van ten minste zesmaal de waarde van het minimumbedrag van het garantiefonds zoals dat gold op 1 juli 1994 op grond van de Wet toezicht verzekeringsbedrijf 1993 hebben geboekt;
|
||||
d. niet hun bedrijf uitbreiden met een of meer branches voor de uitoefening waarvan zij een vergunning behoeven; en
|
||||
e. niet in een andere lidstaat een bijkantoor openen of aldaar hun bedrijf uitbreiden.
|
||||
|
||||
**2.** Het eerste lid is van toepassing op een in dat lid bedoelde schadeverzekeraar tot het einde van het boekjaar waarin deze een premie-inkomen van ten minste zesmaal de waarde van het minimumbedrag van het garantiefonds zoals deze gold op 1 juli 1994 op grond van de Wet toezicht verzekeringsbedrijf 1993 boekt.
|
||||
**2.** Het eerste lid is van toepassing op een in dat lid bedoelde schadeverzekeraar tot het einde van het boekjaar waarin deze een premie-inkomen van ten minste zesmaal de waarde van het minimumbedrag van het garantiefonds zoals deze gold op 1 juli 1994 op grond van de Wet toezicht verzekeringsbedrijf 1993 boekt.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 10. Solvabiliteit
|
||||
|
||||
|
|
@ -1173,7 +1222,13 @@ De solvabiliteit, bedoeld in artikel 3:57, eerste lid, van de wet is voldoende i
|
|||
a. het in aanmerking te nemen toetsingsvermogen, bedoeld in de artikelen 90 tot en met 94, ten minste gelijk is aan de minimumomvang van het toetsingsvermogen, berekend overeenkomstig de artikelen 60 tot en met 64 of paragraaf 10.2, met inachtneming van de paragrafen 10.3 en 10.4; of
|
||||
b. de aanwezige solvabiliteitsmarge, bedoeld in de artikelen 95 tot en met 98, ten minste gelijk is aan het minimumbedrag aan solvabiliteitsmarge, berekend overeenkomstig de artikelen 65 tot en met 68.
|
||||
|
||||
**2.** Onverminderd het eerste lid is de solvabiliteit ten minste gelijk aan het ingevolge artikel 48 voorgeschreven minimumbedrag aan eigen vermogen of het ingevolge artikel 49 of 57 voorgeschreven minimumbedrag van het garantiefonds. Zolang artikel 58, eerste lid, van toepassing is, is de solvabiliteitsmarge van een schadeverzekeraar als bedoeld in dat lid ten minste gelijk aan € 205.000.
|
||||
**2.** Onverminderd het eerste lid is de solvabiliteit ten minste gelijk aan het ingevolge artikel 48 voorgeschreven minimumbedrag aan eigen vermogen of het ingevolge artikel 49 of 57 voorgeschreven minimumbedrag van het garantiefonds. Zolang artikel 58, eerste lid, van toepassing is, is de solvabiliteitsmarge van een schadeverzekeraar als bedoeld in dat lid ten minste gelijk aan € 205.000.
|
||||
|
||||
### Artikel 59a
|
||||
|
||||
**1.** De Nederlandsche Bank kan ter uitvoering van internationaal aanvaarde standaarden nadere regels stellen met betrekking tot de solvabiliteit van afwikkelondernemingen.
|
||||
|
||||
**2.** Artikel 59 is niet van toepassing op afwikkelondernemingen.
|
||||
|
||||
### Artikel 60
|
||||
|
||||
|
|
@ -1275,29 +1330,29 @@ e. indien zij het aan een kredietbeoordeling toegekende risicogewicht heeft verh
|
|||
Het is een bank, beleggingsonderneming of clearinginstelling als bedoeld in artikel 60, eerste lid, toegestaan het bedrag van de met betrekking tot de handelsportefeuille vereiste solvabiliteit ter dekking van de positierisico’s, afwikkelingsrisico’s, leveringsrisico’s en tegenpartijrisico’s, bedoeld in artikel 60, eerste lid, onderdeel b, te berekenen volgens de ingevolge artikel 61 gestelde regels indien haar handelsportefeuille onder normale omstandigheden:
|
||||
|
||||
a. niet meer bedraagt dan vijf procent van het totale bedrijf; en
|
||||
b. niet meer bedraagt dan € 15 miljoen.
|
||||
b. niet meer bedraagt dan € 15 miljoen.
|
||||
|
||||
**2.** De Nederlandsche Bank stelt regels met betrekking tot de berekening van de omvang van de handelsportefeuille ten opzichte van het totale bedrijf en de grondslagen van die berekening.
|
||||
|
||||
**3.** Een financiële onderneming die het eerste lid toepast, geeft hiervan kennis aan de Nederlandsche Bank met een door deze na overleg met de financiële onderneming te bepalen frequentie. Een overschrijding van een limiet als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a of b, meldt de financiële onderneming onverwijld aan de Nederlandsche Bank.
|
||||
|
||||
**4.** Indien de handelsportefeuille van een financiële onderneming die het eerste lid toepast op enig moment meer dan zes procent van haar totale bedrijf uitmaakt of meer dan € 20 miljoen bedraagt, is die toepassing haar vanaf zes maanden na die overschrijding niet langer toegestaan.
|
||||
**4.** Indien de handelsportefeuille van een financiële onderneming die het eerste lid toepast op enig moment meer dan zes procent van haar totale bedrijf uitmaakt of meer dan € 20 miljoen bedraagt, is die toepassing haar vanaf zes maanden na die overschrijding niet langer toegestaan.
|
||||
|
||||
**5.** De Nederlandsche Bank kan, op verzoek, besluiten dat een financiële onderneming die een der limieten, bedoeld in het vierde lid, heeft overschreden, opnieuw het eerste lid toepast indien de financiële onderneming aantoont dat zij na de overschrijding gedurende ten minste twee jaren heeft voldaan aan de voorwaarden, bedoeld in het eerste lid, onderdelen a en b.
|
||||
|
||||
### Artikel 62a
|
||||
|
||||
**1.** Het solvabiliteitsvereiste ter dekking van het operationeel risico, bedoeld in artikel 60, eerste lid, onderdeel d, is niet van toepassing op beleggingsondernemingen waarvan het minimumbedrag aan eigen vermogen op grond van artikel 48, aanhef en onderdeel g of h, € 50.000 bedraagt of clearinginstellingen.
|
||||
**1.** Het solvabiliteitsvereiste ter dekking van het operationeel risico, bedoeld in artikel 60, eerste lid, onderdeel d, is niet van toepassing op beleggingsondernemingen waarvan het minimumbedrag aan eigen vermogen op grond van artikel 48, aanhef en onderdeel g of h, € 50.000 bedraagt of clearinginstellingen.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
De Nederlandsche Bank kan, op verzoek, toestemming verlenen om het solvabiliteitsvereiste te berekenen op grond van het derde lid, aan:
|
||||
|
||||
a. beleggingsondernemingen waarvan het minimumbedrag aan eigen vermogen op grond van artikel 48, eerste lid, aanhef en onderdelen i, j of k, € 730.000 bedraagt en die uitsluitend voor eigen rekening handelen:
|
||||
a. beleggingsondernemingen waarvan het minimumbedrag aan eigen vermogen op grond van artikel 48, eerste lid, aanhef en onderdelen i, j of k, € 730.000 bedraagt en die uitsluitend voor eigen rekening handelen:
|
||||
|
||||
1°. om orders van cliënten uit te voeren; of
|
||||
2°. om toegang te verkrijgen tot een clearing- en afwikkelingssysteem dan wel een gereglementeerde markt in de hoedanigheid van gemachtigde of uitvoerder van een order van een cliënt; of
|
||||
b. beleggingsondernemingen waarvan het minimumbedrag aan eigen vermogen op grond van artikel 48, eerste lid, aanhef en onderdelen i, j of k, € 730.000 bedraagt en:
|
||||
b. beleggingsondernemingen waarvan het minimumbedrag aan eigen vermogen op grond van artikel 48, eerste lid, aanhef en onderdelen i, j of k, € 730.000 bedraagt en:
|
||||
|
||||
1°. waarbij cliënten geen gelden of effecten aanhouden;
|
||||
2°. die uitsluitend voor eigen rekening handelen;
|
||||
|
|
@ -1343,7 +1398,7 @@ b. de bank kan aantonen dat een aanzienlijk deel van haar activiteiten op het ge
|
|||
|
||||
### Artikel 63
|
||||
|
||||
**1.** De minimumomvang van het toetsingsvermogen van een beheerder van een beleggingsinstelling als bedoeld in artikel 3:57, eerste lid, van de wet, of van een beheerder van een icbe als bedoeld in artikel 3:57, eerste lid, van de wet bedraagt € 125.000 vermeerderd met twee honderdste procent van het bedrag waarmee de waarde van het beheerde vermogen het bedrag van € 250 miljoen te boven gaat. De minimumomvang van het toetsingsvermogen bedraagt niet meer dan € 10 miljoen.
|
||||
**1.** De minimumomvang van het toetsingsvermogen van een beheerder van een beleggingsinstelling als bedoeld in artikel 3:57, eerste lid, van de wet, of van een beheerder van een icbe als bedoeld in artikel 3:57, eerste lid, van de wet bedraagt € 125.000 vermeerderd met twee honderdste procent van het bedrag waarmee de waarde van het beheerde vermogen het bedrag van € 250 miljoen te boven gaat. De minimumomvang van het toetsingsvermogen bedraagt niet meer dan € 10 miljoen.
|
||||
|
||||
**2.** Tot het beheerde vermogen wordt gerekend het vermogen van de beleggingsinstellingen of van de icbe’s waarover de beheerder het beheer voert met inbegrip van de delen van het vermogen waarvan hij het beheer heeft uitbesteed, uitgezonderd de delen van het vermogen waarvan het beheer door derden aan hem is uitbesteed.
|
||||
|
||||
|
|
@ -1351,13 +1406,13 @@ b. de bank kan aantonen dat een aanzienlijk deel van haar activiteiten op het ge
|
|||
|
||||
### Artikel 63a
|
||||
|
||||
**1.** De minimumomvang van het toetsingsvermogen van een premiepensioeninstelling als bedoeld in artikel 3:57, eerste lid, van de wet bedraagt twee tiende procent van het beheerde pensioenvermogen. De minimumomvang van het toetsingsvermogen bedraagt niet meer dan € 20 miljoen.
|
||||
**1.** De minimumomvang van het toetsingsvermogen van een premiepensioeninstelling als bedoeld in artikel 3:57, eerste lid, van de wet bedraagt twee tiende procent van het beheerde pensioenvermogen. De minimumomvang van het toetsingsvermogen bedraagt niet meer dan € 20 miljoen.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
In aanvulling op het eerste lid beschikt een premiepensioeninstelling naar keuze over:
|
||||
|
||||
a. een beroepsaansprakelijkheidsverzekering of een daarmee vergelijkbare voorziening die haar aansprakelijkheid dekt wegens fouten, verzuimen of nalatigheden begaan in de uitoefening van haar beroep of bedrijf en voorgevallen op het grondgebied waarop de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte van toepassing is, voor een bedrag van ten minste vijfenzeventig honderdste procent van de waarde van het beheerde pensioenvermogen, met een minimum van € 2 miljoen en een maximum van € 20 miljoen per schadegeval, en ten minste een procent van de waarde van het beheerde pensioenvermogen, met een minimum van € 2,5 miljoen en een maximum van € 25 miljoen per jaar, voor alle schadegevallen gezamenlijk; of
|
||||
a. een beroepsaansprakelijkheidsverzekering of een daarmee vergelijkbare voorziening die haar aansprakelijkheid dekt wegens fouten, verzuimen of nalatigheden begaan in de uitoefening van haar beroep of bedrijf en voorgevallen op het grondgebied waarop de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte van toepassing is, voor een bedrag van ten minste vijfenzeventig honderdste procent van de waarde van het beheerde pensioenvermogen, met een minimum van € 2 miljoen en een maximum van € 20 miljoen per schadegeval, en ten minste een procent van de waarde van het beheerde pensioenvermogen, met een minimum van € 2,5 miljoen en een maximum van € 25 miljoen per jaar, voor alle schadegevallen gezamenlijk; of
|
||||
b. een aanvulling op het toetsingsvermogen, bedoeld in het eerste lid, welke een tiende procent van de waarde van het beheerde pensioenvermogen bedraagt.
|
||||
|
||||
**3.** Tot het beheerde pensioenvermogen wordt gerekend het vermogen onder beheer van de premiepensioeninstelling met inbegrip van de delen van het vermogen waarvan zij de bewaring heeft uitbesteed aan een pensioenbewaarder.
|
||||
|
|
@ -1380,7 +1435,7 @@ b. een aanvulling op het toetsingsvermogen, bedoeld in het eerste lid, welke een
|
|||
|
||||
**4.** Indien een elektronischgeldinstelling de uitgifte van elektronisch geld niet gedurende ten minste zes maanden heeft uitgeoefend, bedraagt de minimum omvang van het toetsingsvermogen, bedoeld in het tweede lid, twee procent van het uitstaand elektronisch geld of het blijkens haar programma van werkzaamheden na zes maanden nagestreefde bedrag aan uitstaand elektronisch geld, naar gelang welk bedrag het hoogst is.
|
||||
|
||||
**5.** In afwijking van het eerste en tweede lid kan de Nederlandsche Bank indien een evaluatie van de risicobeheersingsprocessen, het verzamelen en vastleggen van risicoverliesgegevens en het internecontrolesysteem van de elektronischgeldinstelling daartoe aanleiding geeft, de elektronischgeldinstelling verplichten een toetsingsvermogen aan te houden dat ten hoogste 20 procent hoger is dan het bedrag dat het resultaat is van de toepassing van de methode, bedoeld in het eerste of tweede lid, of de elektronischgeldinstelling toestaan een toetsingsvermogen aan te houden dat ten hoogste 20 procent lager is dan het bedrag dat het resultaat is van de toepassing van de methode, bedoeld in het eerste of tweede lid.
|
||||
**5.** In afwijking van het eerste en tweede lid kan de Nederlandsche Bank indien een evaluatie van de risicobeheersingsprocessen, het verzamelen en vastleggen van risicoverliesgegevens en het internecontrolesysteem van de elektronischgeldinstelling daartoe aanleiding geeft, de elektronischgeldinstelling verplichten een toetsingsvermogen aan te houden dat ten hoogste 20 procent hoger is dan het bedrag dat het resultaat is van de toepassing van de methode, bedoeld in het eerste of tweede lid, of de elektronischgeldinstelling toestaan een toetsingsvermogen aan te houden dat ten hoogste 20 procent lager is dan het bedrag dat het resultaat is van de toepassing van de methode, bedoeld in het eerste of tweede lid.
|
||||
|
||||
### Artikel 64a
|
||||
|
||||
|
|
@ -1400,8 +1455,8 @@ Het minimumbedrag aan solvabiliteitsmarge van een herverzekeraar als bedoeld in
|
|||
|
||||
Het minimumbedrag aan solvabiliteitsmarge van een herverzekeraar als bedoeld in artikel 3:57, eerste lid, 3:61, eerste lid, of 3:62, eerste lid, van de wet die zijn bedrijf uitoefent in de activiteit schadeherverzekering bedraagt het product van het op grond van onderdeel c berekende percentage, vermenigvuldigd met het hoogste van de op grond van de onderdelen a en b berekende bedragen. De bedragen en het percentage worden als volgt berekend:
|
||||
|
||||
a. achttien procent van de in het voorafgaande boekjaar geboekte dan wel verdiende premies, naargelang welk bedrag het hoogst is en van de in rekening gebrachte poliskosten, voor zover deze premies en kosten niet meer bedragen dan € 61,3 miljoen, vermeerderd met zestien procent van deze premies en kosten voor zover deze meer bedragen dan € 61,3 miljoen;
|
||||
b. 26 procent van de gemiddeld geboekte bruto schaden in de voorafgaande drie boekjaren en van de gemiddelde toevoeging aan de schadevoorziening in deze jaren, voor zover deze schaden en toevoeging niet meer bedragen dan € 42,9 miljoen, vermeerderd met 23 procent van deze schaden en toevoeging, voor zover deze meer bedragen dan € 42,9 miljoen;
|
||||
a. achttien procent van de in het voorafgaande boekjaar geboekte dan wel verdiende premies, naargelang welk bedrag het hoogst is en van de in rekening gebrachte poliskosten, voor zover deze premies en kosten niet meer bedragen dan € 61,3 miljoen, vermeerderd met zestien procent van deze premies en kosten voor zover deze meer bedragen dan € 61,3 miljoen;
|
||||
b. 26 procent van de gemiddeld geboekte bruto schaden in de voorafgaande drie boekjaren en van de gemiddelde toevoeging aan de schadevoorziening in deze jaren, voor zover deze schaden en toevoeging niet meer bedragen dan € 42,9 miljoen, vermeerderd met 23 procent van deze schaden en toevoeging, voor zover deze meer bedragen dan € 42,9 miljoen;
|
||||
c. de verhouding, welke ten minste vijftig procent bedraagt, berekend over de voorafgaande drie boekjaren tezamen, tussen de schaden die voor eigen rekening komen van de herverzekeraar, na overdracht uit hoofde van retrocessie, en de bruto schaden.
|
||||
|
||||
**2.** Voor zover het de berekening met betrekking tot de herverzekering van risico’s van de branches Aansprakelijkheid luchtvaartuigen, Aansprakelijkheid zee- en binnenschepen en Algemene aansprakelijkheid betreft, worden de geboekte dan wel verdiende premies, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, of de geboekte bruto schaden, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, met vijftig procent verhoogd. Voor de herverzekering van risico’s van andere branches kunnen de geboekte dan wel verdiende premies, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, voor bijzondere herverzekeringsactiviteiten of categorieën overeenkomsten worden verhoogd met ten hoogste vijftig procent. De Nederlandsche Bank past het percentage toe dat is vastgesteld volgens de procedure van artikel 55, tweede lid, van richtlijn nr. 2005/68/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 16 november 2005 betreffende herverzekering en houdende wijziging van Richtlijnen 73/239/EEG en 92/49/EEG van de Raad en van Richtlijnen 98/78/EG en 2002/83/EG van het Europees Parlement en de Raad (PbEU L 323). De Nederlandsche Bank doet mededeling van dat percentage in de Staatscourant. Het percentage wordt voor het eerst toegepast in het boekjaar dat begint op 1 januari van het op de mededeling volgende kalenderjaar of gedurende dat kalenderjaar.
|
||||
|
|
@ -1460,7 +1515,7 @@ b. er nauwelijks of geen risico-overdracht plaatsvindt uit hoofde van herverzeke
|
|||
De artikelen 64a tot en met 64c zijn van overeenkomstige toepassing ten aanzien van de herverzekeringsactiviteiten van de levensverzekeraar indien:
|
||||
|
||||
1°. het bedrag aan geïnde herverzekeringspremies hoger is dan tien procent van het totale premie-inkomen;
|
||||
2°. het bedrag aan geïnde herverzekeringspremies hoger is dan € 50 miljoen; of
|
||||
2°. het bedrag aan geïnde herverzekeringspremies hoger is dan € 50 miljoen; of
|
||||
3°. de technische voorzieningen als gevolg van geaccepteerde herverzekering hoger zijn dan tien procent van de totale technische voorzieningen voor het gehele bedrijf.
|
||||
|
||||
### Artikel 66
|
||||
|
|
@ -1473,7 +1528,7 @@ a. voor zover het verzekeringen betreft waarbij door de natura-uitvaartverzekera
|
|||
b. voor zover het verzekeringen betreft waarbij door de natura-uitvaartverzekeraar geen beleggingsrisico wordt gelopen en waarbij de beheerslasten voor een periode van meer dan vijf jaar zijn vastgelegd: de uitkomst van de berekening, bedoeld in artikel 65, eerste lid, onderdeel b;
|
||||
c. voor zover het uitstaande depots ten behoeve van uitvaarten betreft: een procent van het depotbedrag;
|
||||
d. voor alle verzekeringen: 0,3 procent van het risicokapitaal bij overlijden, vermenigvuldigd met de verhouding, welke ten minste vijftig procent bedraagt, tussen het risicokapitaal verminderd met het bedrag van de overdrachten uit hoofde van herverzekering en het risicokapitaal in het afgelopen boekjaar; en
|
||||
e. voor zover het aanvullende verzekeringen betreft: achttien procent van de in het afgelopen boekjaar geboekte premies en van de in rekening gebrachte poliskosten, voor zover deze premies en kosten niet meer bedragen dan € 10 miljoen, vermeerderd met zestien procent van deze premies en kosten, voor zover deze meer bedragen dan € 10 miljoen. De uitkomst van de berekening, bedoeld in de vorige volzin, wordt vermenigvuldigd met de verhouding, welke ten minste vijftig procent bedraagt, tussen de uitkeringen die voor eigen rekening komen van de natura-uitvaartverzekeraar na overdracht uit hoofde van herverzekering en de bruto uitkeringen in het laatste boekjaar.
|
||||
e. voor zover het aanvullende verzekeringen betreft: achttien procent van de in het afgelopen boekjaar geboekte premies en van de in rekening gebrachte poliskosten, voor zover deze premies en kosten niet meer bedragen dan € 10 miljoen, vermeerderd met zestien procent van deze premies en kosten, voor zover deze meer bedragen dan € 10 miljoen. De uitkomst van de berekening, bedoeld in de vorige volzin, wordt vermenigvuldigd met de verhouding, welke ten minste vijftig procent bedraagt, tussen de uitkeringen die voor eigen rekening komen van de natura-uitvaartverzekeraar na overdracht uit hoofde van herverzekering en de bruto uitkeringen in het laatste boekjaar.
|
||||
|
||||
**2.** Artikel 65, tweede en derde lid, is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
|
|
@ -1483,8 +1538,8 @@ e. voor zover het aanvullende verzekeringen betreft: achttien procent van de in
|
|||
|
||||
Het minimumbedrag aan solvabiliteitsmarge van een schadeverzekeraar als bedoeld in artikel 3:57, eerste lid, of 3:58, eerste of tweede lid, van de wet bedraagt het product van het op grond van onderdeel c van dit lid berekende percentage, vermenigvuldigd met het hoogste van de op grond van de onderdelen a en b van dit lid berekende bedragen. De bedragen en het percentage worden als volgt berekend:
|
||||
|
||||
a. achttien procent van de in het afgelopen boekjaar geboekte dan wel verdiende premies, naargelang welk bedrag het hoogst is en van de in rekening gebrachte poliskosten, voor zover deze premies en kosten niet meer bedragen dan € 61,3 miljoen, vermeerderd met zestien procent van deze premies en kosten voor zover deze meer bedragen dan € 61,3 miljoen;
|
||||
b. 26 procent van de gemiddeld geboekte bruto schaden in de afgelopen drie boekjaren en van de gemiddelde toevoeging aan de schadevoorziening in deze jaren, voor zover deze schaden en toevoeging niet meer bedragen dan € 42,9 miljoen, vermeerderd met 23 procent van deze schaden en toevoeging, voor zover deze meer bedragen dan € 42,9 miljoen;
|
||||
a. achttien procent van de in het afgelopen boekjaar geboekte dan wel verdiende premies, naargelang welk bedrag het hoogst is en van de in rekening gebrachte poliskosten, voor zover deze premies en kosten niet meer bedragen dan € 61,3 miljoen, vermeerderd met zestien procent van deze premies en kosten voor zover deze meer bedragen dan € 61,3 miljoen;
|
||||
b. 26 procent van de gemiddeld geboekte bruto schaden in de afgelopen drie boekjaren en van de gemiddelde toevoeging aan de schadevoorziening in deze jaren, voor zover deze schaden en toevoeging niet meer bedragen dan € 42,9 miljoen, vermeerderd met 23 procent van deze schaden en toevoeging, voor zover deze meer bedragen dan € 42,9 miljoen;
|
||||
c. de verhouding, welke ten minste vijftig procent bedraagt, tussen de schaden die voor eigen rekening komen van de verzekeraar na overdracht uit hoofde van herverzekering en de bruto schaden in de afgelopen drie boekjaren.
|
||||
|
||||
**2.** Voor zover het de berekening met betrekking tot de branches Aansprakelijkheid luchtvaartuigen, Aansprakelijkheid zee- en binnenschepen en Algemene aansprakelijkheid betreft, worden de geboekte dan wel verdiende premies, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, of de geboekte bruto schaden, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, met vijftig procent verhoogd. De Nederlandsche Bank kan besluiten dat voor de toerekening van de geboekte dan wel verdiende premies of geboekte bruto schaden aan de genoemde branches gebruik kan worden gemaakt van statistische methoden.
|
||||
|
|
@ -1630,7 +1685,7 @@ De Nederlandsche Bank kan een bank of beleggingsonderneming als bedoeld in artik
|
|||
|
||||
a. het activa of posten buiten de balanstelling als bedoeld in artikel 71, eerste lid, onderdelen a en b, betreft, het aantal wederpartijen beperkt is en het voor de financiële onderneming te belastend zou zijn om voor deze wederpartijen een interne modellenmethode in te voeren;
|
||||
b. het activa of posten buiten de balanstelling betreft in verband met niet-belangrijke bedrijfsactiviteiten en in categorieën die geen noemenswaardige omvang hebben en waarvan het risicoprofiel als laag wordt aangemerkt;
|
||||
c. het vorderingen betreft op de centrale overheid, regionale overheden, lagere overheden en administratieve organen van een lidstaat, indien er op grond van bepaalde publiekrechtelijke regelingen geen verschil in risico bestaat tussen de vorderingen op de centrale overheid en de vorderingen op de andere hierboven bedoelde overheden en organen, en aan de vorderingen op de centrale overheid van die lidstaat ingevolge artikel 61, vijfde lid, onderdeel a, een risicogewicht van nul procent is toegekend;
|
||||
c. het vorderingen betreft op de centrale overheid, regionale overheden, lagere overheden en administratieve organen van een lidstaat, indien er op grond van bepaalde publiekrechtelijke regelingen geen verschil in risico bestaat tussen de vorderingen op de centrale overheid en de vorderingen op de andere hierboven bedoelde overheden en organen, en aan de vorderingen op de centrale overheid van die lidstaat ingevolge artikel 61, vijfde lid, onderdeel a, een risicogewicht van nul procent is toegekend;
|
||||
d. het vorderingen betreft op een wederpartij die haar moederonderneming, dochteronderneming of een dochteronderneming van haar moederonderneming is, indien deze wederpartij een bank, beleggingsonderneming, financiële holding, financiële instelling, vermogensbeheerder of onderneming die nevendiensten verricht is waarop de hoofdstukken 9, 10 en 13 van dit besluit van toepassing zijn of een verbonden onderneming als bedoeld in artikel 12, eerste lid, van de richtlijn geconsolideerde jaarrekening;
|
||||
e. het posities in aandelen betreft van rechtspersonen aan wier kredietverplichtingen ingevolge artikel 61, vijfde lid, onderdeel a, een risicogewicht van nul procent is toegekend;
|
||||
f. het posities in aandelen betreft, ten belope van ten hoogste tien procent van de som van het bedrag van het kernkapitaal, bedoeld in artikel 91, en het bedrag van het aanvullend kapitaal, bedoeld in artikel 92, die zijn ingenomen in het kader van overheidsprogramma’s waarmee steun wordt verleend aan bepaalde economische sectoren en waarbij de financiële onderneming omvangrijke subsidies ontvangt voor haar beleggingen en de beleggingen op de een of andere wijze onderworpen zijn aan overheidstoezicht en restricties;
|
||||
|
|
@ -1782,7 +1837,7 @@ b. waarbij een kwantitatieve waarde, die losstaat van het driemaandsgemiddelde v
|
|||
|
||||
**3.** De Nederlandsche Bank stelt regels met betrekking tot het aanhouden en meten van het netto economisch belang, de relevante informatie over de securitisatie die voor potentiële beleggers beschikbaar moet worden gesteld door als sponsor en als initiator optredende banken of beleggingsondernemingen alsmede de verplichtingen die voortvloeien uit de securitisatieposities.
|
||||
|
||||
**4.** Voor het toezicht op geconsolideerde basis op een Nederlandse EU-moederkredietinstelling, een Nederlandse EU-moederbeleggingsonderneming of een Nederlandse financiële EU-moederholding, als bedoeld in artikel 1:1 van de wet stelt de Nederlandsche Bank nadere regels met betrekking tot het bepaalde in het eerste lid.
|
||||
**4.** Voor het toezicht op geconsolideerde basis op een Nederlandse EU-moederbank, een Nederlandse EU-moederbeleggingsonderneming of een Nederlandse financiële EU-moederholding, als bedoeld in artikel 1:1 van de wet stelt de Nederlandsche Bank nadere regels met betrekking tot het bepaalde in het eerste lid.
|
||||
|
||||
### Artikel 87b
|
||||
|
||||
|
|
@ -1794,7 +1849,7 @@ b. waarbij een kwantitatieve waarde, die losstaat van het driemaandsgemiddelde v
|
|||
|
||||
### Artikel 88
|
||||
|
||||
**1.** De Nederlandsche Bank erkent, op aanvraag, al dan niet voor bepaalde tijd, een kredietbeoordelingsbureau indien het geregistreerd is, bedoeld in artikel 14, vierde lid, van de verordening (EG) nr. 1060/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 16 september 2009 inzake ratingbureaus (PbEU L 302).
|
||||
**1.** De Nederlandsche Bank erkent, op aanvraag, al dan niet voor bepaalde tijd, een kredietbeoordelingsbureau indien het geregistreerd is, bedoeld in artikel 14, vierde lid, van de verordening (EG) nr. 1060/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 16 september 2009 inzake ratingbureaus (PbEU L 302).
|
||||
|
||||
**2.** De Nederlandsche Bank stelt een procedure vast voor de erkenning, bedoeld in het eerste lid, en maakt deze bekend.
|
||||
|
||||
|
|
@ -1821,7 +1876,7 @@ b. het als immateriële activa als bedoeld in de artikelen 91, derde lid, onderd
|
|||
|
||||
### Artikel 90
|
||||
|
||||
**1.** Het toetsingsvermogen van een bank, beleggingsonderneming, betaalinstelling, clearinginstelling of elektronischgeldinstelling als bedoeld in artikel 3:57, eerste lid, 3:58, eerste lid, of 3:61, eerste lid, van de wet wordt gevormd door de som van het overeenkomstig artikel 94, eerste lid, onderdelen a tot en met c, tweede, derde en vierde lid, in aanmerking te nemen kernkapitaal en aanvullend kapitaal.
|
||||
**1.** Het toetsingsvermogen van een bank, beleggingsonderneming, betaalinstelling, clearinginstelling of elektronischgeldinstelling als bedoeld in artikel 3:57, eerste lid, 3:58, eerste lid, of 3:61, eerste lid, van de wet wordt gevormd door de som van het overeenkomstig artikel 94, eerste lid, onderdelen a tot en met c, tweede, derde en vierde lid, in aanmerking te nemen kernkapitaal en aanvullend kapitaal.
|
||||
|
||||
**2.** In afwijking van het eerste lid kan de financiële onderneming ervoor kiezen dat haar toetsingsvermogen, uitsluitend ter dekking van de bedragen, bedoeld in artikel 60, eerste lid, onderdeel b, voor zover het betreft de vereiste solvabiliteit ter dekking van de positierisico’s en grote posities, en onderdeel c, en het vereiste, bedoeld in artikel 60, derde lid, wordt gevormd door de som van het overeenkomstig artikel 94, in aanmerking te nemen kernkapitaal, aanvullend kapitaal en overig kapitaal. De bestanddelen van dit toetsingsvermogen dienen niet tevens ter dekking van andere in artikel 60, eerste lid, bedoelde bedragen.
|
||||
|
||||
|
|
@ -1957,7 +2012,7 @@ f. mag, indien wordt voldaan aan de onderdelen b, c en e, voor de berekening van
|
|||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Het ingevolge het eerste lid als toetsingsvermogen in aanmerking te nemen kernkapitaal en aanvullend kapitaal van een bank, beleggingsonderneming, betaalinstelling, clearinginstelling of elektronischgeldinstelling als bedoeld in artikel 90, eerste lid, worden beide verminderd met de helft van de som van de waarde van:
|
||||
Het ingevolge het eerste lid als toetsingsvermogen in aanmerking te nemen kernkapitaal en aanvullend kapitaal van een bank, beleggingsonderneming, betaalinstelling, clearinginstelling of elektronischgeldinstelling als bedoeld in artikel 90, eerste lid, worden beide verminderd met de helft van de som van de waarde van:
|
||||
|
||||
a. aandelen die een belang van meer dan tien procent vertegenwoordigen van het geplaatste aandelenkapitaal van een financiële instelling of bank;
|
||||
b. indien de bank, beleggingsonderneming, betaalinstelling, clearinginstelling of elektronischgeldinstelling een belang als bedoeld in onderdeel a aanhoudt, de achtergestelde leningen en de posten, bedoeld in artikel 92, tweede lid, onderdelen b en c, en derde lid, onderdelen b en c, die tot het toetsingsvermogen van de financiële instelling of bank gerekend worden;
|
||||
|
|
@ -2025,6 +2080,8 @@ g. indien de verzekeraar een deelneming als bedoeld in onderdeel f aanhoudt: de
|
|||
|
||||
**5.** Een verzekeraar als bedoeld in het eerste lid kan, in plaats van de vermindering met de waarde van de posten, bedoeld in het derde lid, onderdelen f en g, de methodes 1, 2 of 3, bedoeld in bijlage A of B, van het Besluit prudentieel toezicht financiële groepen Wft op overeenkomstige wijze toepassen, met dien verstande dat methode 1 uitsluitend kan worden toegepast indien de Nederlandsche Bank, op verzoek, heeft besloten dat hem dat is toegestaan. De Nederlandsche Bank besluit hiertoe indien het geïntegreerd beheer en de interne controle van de in de consolidatie te betrekken ondernemingen voldoende zijn.
|
||||
|
||||
**6.** De Nederlandsche Bank kan een verzekeraar op diens verzoek toestaan de aanwezige solvabiliteitsmarge te berekenen met overeenkomstige toepassing van de berekeningsmethode uit artikel 473 van Verordening (EU) nr. 575/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2013 betreffende prudentiële vereisten voor kredietinstellingen en beleggingsondernemingen en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 648/2012 (PbEU 2013, L 176).
|
||||
|
||||
### Artikel 96
|
||||
|
||||
De aanwezige solvabiliteitsmarge, bedoeld in artikel 95, eerste lid, wordt tevens gevormd door de waarde van:
|
||||
|
|
@ -2091,11 +2148,11 @@ c. wordt de waarde van de vermogensbestanddelen, bedoeld in artikel 96, onderdel
|
|||
|
||||
### Artikel 102
|
||||
|
||||
**1.** De waarde van de grote posities van een bank of beleggingsonderneming als bedoeld in artikel 3:57, zesde lid, of 3:58, eerste lid, van de wet of van een clearinginstelling als bedoeld in artikel 3:57, zesde lid, of 3:61, eerste lid, van de wet, is met inachtneming van de kredietrisicolimitering, ten aanzien van een wederpartij of groep van verbonden wederpartijen niet groter dan 25 procent van haar toetsingsvermogen.
|
||||
**1.** De waarde van de grote posities van een bank of beleggingsonderneming als bedoeld in artikel 3:57, zesde lid, of 3:58, eerste lid, van de wet of van een clearinginstelling als bedoeld in artikel 3:57, zesde lid, of 3:61, eerste lid, van de wet, is met inachtneming van de kredietrisicolimitering, ten aanzien van een wederpartij of groep van verbonden wederpartijen niet groter dan 25 procent van haar toetsingsvermogen.
|
||||
|
||||
**2.** Indien de wederpartij een bank of beleggingsonderneming is als bedoeld in het eerste lid of wanneer een groep van verbonden wederpartijen een of meer banken of beleggingsondernemingen als bedoeld in het eerste lid omvat, kan deze waarde niet meer bedragen dan 25 procent van het toetsingsvermogen van de bank of beleggingsonderneming of € 150 miljoen, naargelang welk bedrag het hoogst is, voor zover de som van de waarde van de posities, met inaanmerkingneming van het effect van de kredietrisicolimitering, jegens alle verbonden wederpartijen die geen bank of beleggingsonderneming zijn, niet meer bedraagt dan 25 procent van het toetsingsvermogen van de bank of beleggingsonderneming.
|
||||
**2.** Indien de wederpartij een bank of beleggingsonderneming is als bedoeld in het eerste lid of wanneer een groep van verbonden wederpartijen een of meer banken of beleggingsondernemingen als bedoeld in het eerste lid omvat, kan deze waarde niet meer bedragen dan 25 procent van het toetsingsvermogen van de bank of beleggingsonderneming of € 150 miljoen, naargelang welk bedrag het hoogst is, voor zover de som van de waarde van de posities, met inaanmerkingneming van het effect van de kredietrisicolimitering, jegens alle verbonden wederpartijen die geen bank of beleggingsonderneming zijn, niet meer bedraagt dan 25 procent van het toetsingsvermogen van de bank of beleggingsonderneming.
|
||||
|
||||
**3.** Indien het bedrag van € 150 miljoen groter is dan 25 procent van het toetsingsvermogen van de bank of beleggingsonderneming, mag de waarde van de grote positie, met inachtneming van het effect van de kredietrisicolimitering, een redelijke limiet, gelet op het toetsingsvermogen van de bank of beleggingsonderneming, bedoeld in het eerste lid, niet te boven gaan. Deze limiet wordt door de bank of beleggingsonderneming bepaald overeenkomstig het door haar gevoerde beleid ten aanzien van het beheersen van concentratierisico’s, maar mag niet groter zijn dan honderd procent van haar toetsingsvermogen.
|
||||
**3.** Indien het bedrag van € 150 miljoen groter is dan 25 procent van het toetsingsvermogen van de bank of beleggingsonderneming, mag de waarde van de grote positie, met inachtneming van het effect van de kredietrisicolimitering, een redelijke limiet, gelet op het toetsingsvermogen van de bank of beleggingsonderneming, bedoeld in het eerste lid, niet te boven gaan. Deze limiet wordt door de bank of beleggingsonderneming bepaald overeenkomstig het door haar gevoerde beleid ten aanzien van het beheersen van concentratierisico’s, maar mag niet groter zijn dan honderd procent van haar toetsingsvermogen.
|
||||
|
||||
**4.** Het tweede en het derde lid zijn van overeenkomstige toepassing op posities die worden gehouden in geregistreerde gedekte obligaties.
|
||||
|
||||
|
|
@ -2103,7 +2160,7 @@ c. wordt de waarde van de vermogensbestanddelen, bedoeld in artikel 96, onderdel
|
|||
|
||||
**6.** Voor de toepassing van dit artikel is de waarde van een actief gelijk aan de balanswaarde en is de waarde van een post buiten de balanstelling gelijk aan de actuele waarde. De Nederlandsche Bank stelt nadere regels met betrekking tot de waardering van activa en posten buiten de balanstelling voor de toepassing van dit artikel, het geheel of gedeeltelijk niet in aanmerking nemen van bepaalde activa of posten buiten de balanstelling voor de toepassing van dit artikel en het toepassen van risicogewichten op bepaalde activa en posten buiten de balanstelling.
|
||||
|
||||
**7.** De financiële onderneming geeft de Nederlandsche Bank onverwijld kennis van een overschrijding van een limiet als bedoeld in het eerste, tweede of derde lid. De Nederlandsche Bank kan, op verzoek, besluiten dat het een bank of beleggingsonderneming voor een beperkte duur is toegestaan een limiet te overschrijden of in het geval de limiet van € 150 miljoen bedoeld in het derde lid van toepassing is, in een uitzonderlijk geval toestaan dat de limiet van honderd procent van het eigen vermogen van de bank wordt overschreden. De Nederlandsche Bank stelt regels met betrekking tot de voorwaarden waaronder zij een overschrijding toestaat. Zij kan daarbij bepalen dat de eerste volzin van dit lid niet van toepassing is.
|
||||
**7.** De financiële onderneming geeft de Nederlandsche Bank onverwijld kennis van een overschrijding van een limiet als bedoeld in het eerste, tweede of derde lid. De Nederlandsche Bank kan, op verzoek, besluiten dat het een bank of beleggingsonderneming voor een beperkte duur is toegestaan een limiet te overschrijden of in het geval de limiet van € 150 miljoen bedoeld in het derde lid van toepassing is, in een uitzonderlijk geval toestaan dat de limiet van honderd procent van het eigen vermogen van de bank wordt overschreden. De Nederlandsche Bank stelt regels met betrekking tot de voorwaarden waaronder zij een overschrijding toestaat. Zij kan daarbij bepalen dat de eerste volzin van dit lid niet van toepassing is.
|
||||
|
||||
### Artikel 103
|
||||
|
||||
|
|
@ -2134,9 +2191,59 @@ a. kortlopende leningen die gezamenlijk niet meer bedragen dan tien procent van
|
|||
b. leningen voor het verwerven van onroerende zaken die rechtstreeks noodzakelijk zijn voor de uitoefening van de werkzaamheden van de beleggingsmaatschappij en die gezamenlijk niet meer bedragen dan tien procent van haar activa, voor zover de omvang van deze geldleningen tezamen met de omvang van de in onderdeel a genoemde leningen niet meer bedraagt dan vijftien procent van haar activa; of
|
||||
c. leningen met als doel de verwerving van vreemde valuta waardoor de netto schuld van de instelling voor collectieve belegging in effecten niet verandert of zal veranderen.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 10a. Kapitaalbuffer
|
||||
|
||||
### Artikel 105
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
De vereiste omvang van de kapitaalbuffer, bedoeld in artikel 3:62a, eerste lid, van de wet, bedraagt de som van de omvang van de volgende componenten, voor zover van toepassing:
|
||||
|
||||
c. een systeemrelevantiebuffer, in verband met het risico dat de financiële onderneming vormt voor de stabiliteit van het financiële stelsel.
|
||||
|
||||
**2.** De omvang van de in het eerste lid bedoelde buffercomponenten wordt uitgedrukt in een percentage van het overeenkomstig artikel 92, derde lid, van Verordening (EU) nr. 575/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2013 betreffende prudentiële vereisten voor kredietinstellingen en beleggingsondernemingen en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 648/2012 berekende totaal van risicoposten.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
De vereiste omvang van de systeemrelevantiebuffer bedraagt een gedeelte van de vereiste omvang ingevolge artikel 105d, gedurende de hierna genoemde perioden en overeenkomstig de daarbij vermelde percentages:
|
||||
|
||||
a. tot en met 31 december 2015: 0 procent;
|
||||
b. het kalenderjaar 2016: 25 procent;
|
||||
c. het kalenderjaar 2017: 50 procent;
|
||||
d. het kalenderjaar 2018: 75 procent.
|
||||
|
||||
### Artikel 105c
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
De Nederlandsche Bank beoordeelt of banken en beleggingsondernemingen als bedoeld in artikel 3:62a, eerste lid, van de wet:
|
||||
|
||||
a. als mondiaal systeemrelevant worden aangemerkt, aan de hand van de criteria, bedoeld in artikel 131, tweede lid, van Richtlijn 2013/36/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2013 betreffende toegang tot het bedrijf van kredietinstellingen en het prudentieel toezicht op kredietinstellingen en beleggingsondernemingen, tot wijziging van Richtlijn 2002/87/EG en tot intrekking van de Richtlijnen 2006/48/EG en 2006/49/EG; of
|
||||
b. als anderzins systeemrelevant worden aangemerkt, aan de hand van de volgende criteria:
|
||||
|
||||
1°. de omvang van de onderneming;
|
||||
2°. de verwevenheid van de activiteiten, de activa, de passiva of de zeggenschap van de onderneming met andere financiële ondernemingen of andere partijen die hoofdzakelijk actief zijn op de financiële markten;
|
||||
3°. de mate van vervangbaarheid van de dienstverlening van de onderneming;
|
||||
4°. de belemmeringen die bestaan ten aanzien van de afwikkelbaarheid van de onderneming;
|
||||
5°. de mate waarin een gedraging van de onderneming of van een derde ten aanzien van de onderneming op de financiële markten kan leiden tot gedragingen van andere partijen die actief zijn op de financiële markten.
|
||||
|
||||
**2.** De Nederlandsche Bank voert de beoordeling, bedoeld in het eerste lid, ten minste jaarlijks uit. Onze Minister kan de Nederlandsche Bank op ieder moment verzoeken een beoordeling uit te voeren.
|
||||
|
||||
**3.** Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de in het eerste lid, onderdeel b, bedoelde criteria. Tevens kunnen bij ministeriële regeling aanvullende criteria worden vastgesteld in verband met de stabiliteit van het financiële stelsel.
|
||||
|
||||
### Artikel 105d
|
||||
|
||||
**1.** De systeemrelevantiebuffer is van toepassing op banken en beleggingsondernemingen die ingevolge artikel 105c als systeemrelevant zijn aangemerkt.
|
||||
|
||||
**2.** De Nederlandsche Bank stelt de vereiste omvang van de systeemrelevantiebuffer vast. Deze buffer bedraagt een, anderhalf of twee procent, al naar gelang de mate waarin, gelet op de criteria, bedoeld in artikel 105c, eerste lid, naar het oordeel van de Nederlandsche Bank het risico bestaat dat de situatie waarin de als systeemrelevant aangemerkte onderneming op enig moment zou kunnen komen te verkeren, de stabiliteit van het financiële stelsel in gevaar kan brengen. Indien de onderneming als mondiaal systeemrelevant is aangemerkt, kan de vereiste omvang van de buffer overeenkomstig artikel 131, negende tot en met elfde lid, van Richtlijn 2013/36/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2013 betreffende toegang tot het bedrijf van kredietinstellingen en het prudentieel toezicht op kredietinstellingen en beleggingsondernemingen, tot wijziging van Richtlijn 2002/87/EG en tot intrekking van de Richtlijnen 2006/48/EG en 2006/49/EG en met inachtneming van artikel 131, veertiende tot en met zeventiende lid, van de richtlijn tevens worden vastgesteld op tweeënhalf of drieënhalf procent.
|
||||
|
||||
**3.** De Nederlandsche Bank stelt ten minste dertig dagen voordat zij een besluit tot vaststelling van een systeemrelevantiebuffervereiste als bedoeld in het tweede lid neemt, Onze Minister op de hoogte van haar voornemen. Hetzelfde geldt ten aanzien van het voornemen tot wijziging of intrekking van een zodanig besluit.
|
||||
|
||||
### Artikel 105f
|
||||
|
||||
**1.** De vereiste omvang van de kapitaalbuffer, bedoeld in artikel 105, wordt gedekt door tier 1-kernkapitaal als bedoeld in artikel 50 van Verordening (EU) nr. 575/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2013 betreffende prudentiële vereisten voor kredietinstellingen en beleggingsondernemingen en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 648/2012.
|
||||
|
||||
**2.** Het tier 1-kernkapitaal dat wordt aangehouden ter dekking van de kapitaalbuffer dient niet tevens ter dekking van de minimumomvang van het toetsingsvermogen, bedoeld in artikel 60, eerste lid.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 11. Liquiditeit
|
||||
|
||||
|
|
@ -2148,13 +2255,13 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
**2.** De minimale omvang van de liquiditeit, bedoeld in het eerste lid, is ten minste gelijk aan de vereiste liquiditeit, bedoeld in artikel 108.
|
||||
|
||||
**3.** De liquiditeit van een onderneming als bedoeld in artikel 3:63, eerste lid, 3:64, 3:65 of 3:66 van de wet, niet zijnde een bank, is voldoende indien de aanwezige liquiditeit, bedoeld in de artikelen 111, 112 of 113, tenminste gelijk is aan de vereiste liquiditeit, bedoeld in de artikelen 108, 109 of 110.
|
||||
**3.** De liquiditeit van een onderneming als bedoeld in artikel 3:63, eerste lid, 3:64 of 3:65 van de wet, niet zijnde een bank, is voldoende indien de aanwezige liquiditeit, bedoeld in de artikelen 111, 112 of 113, tenminste gelijk is aan de vereiste liquiditeit, bedoeld in de artikelen 108, 109 of 110.
|
||||
|
||||
### Artikel 107
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Het is een bank of clearinginstelling als bedoeld in artikel 3:63, 3:64, 3:65 of 3:66 van de wet toegestaan om:
|
||||
Het is een bank of clearinginstelling als bedoeld in artikel 3:63, 3:64 of 3:65 van de wet toegestaan om:
|
||||
|
||||
a. zowel de te ontvangen rente bij de aanwezige liquiditeit als de te betalen rente bij de vereiste liquiditeit mee te rekenen;
|
||||
b. dochtermaatschappijen en bijkantoren die elk minder dan één procent uitmaken van het balanstotaal niet te betrekken bij de liquiditeitsberekeningen, indien ten minste 95 procent van het totale geconsolideerde balanstotaal wordt betrokken in de berekening;
|
||||
|
|
@ -2163,17 +2270,19 @@ d. een liquiditeitstekort in convertibele of inconvertibele valuta’s te compen
|
|||
|
||||
**2.** Indien een bank of clearinginstelling kiest voor toepassing van het eerste lid, onderdeel b of c, betrekt zij de intragroepstransacties in de berekening van de liquiditeit.
|
||||
|
||||
**3.** De Nederlandsche Bank stelt nadere regels betreffende de valuta’s die voor de toepassing van dit hoofdstuk als convertibel aangemerkt worden.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 11.2. Berekening van de minimumomvang van de liquiditeit
|
||||
|
||||
### Artikel 108
|
||||
|
||||
**1.** De vereiste liquiditeit van een bank of clearinginstelling als bedoeld in artikel 3:63, 3:64, 3:65 of 3:66 van de wet bedraagt de som van de gewogen uitgaande kasstromen op basis van de kalenderposten, vermeerderd met de niet in de vervalkalender opgenomen gewogen toevertrouwde middelen en overige posten die opgevraagd kunnen worden of tot een betalingsverplichting kunnen leiden, gedurende de weekperiode respectievelijk de maandperiode.
|
||||
**1.** De vereiste liquiditeit van een bank of clearinginstelling als bedoeld in artikel 3:63, 3:64 of 3:65 van de wet bedraagt de som van de gewogen uitgaande kasstromen op basis van de kalenderposten, vermeerderd met de niet in de vervalkalender opgenomen gewogen toevertrouwde middelen en overige posten die opgevraagd kunnen worden of tot een betalingsverplichting kunnen leiden, gedurende de weekperiode respectievelijk de maandperiode.
|
||||
|
||||
**2.** De Nederlandsche Bank stelt regels met betrekking tot de in het eerste lid bedoelde posten en de weging daarvan.
|
||||
|
||||
### Artikel 109
|
||||
|
||||
**1.** De vereiste liquiditeit van een icbe als bedoeld in artikel 3:63 of 3:66 van de wet bedraagt tien procent van het beheerde vermogen.
|
||||
**1.** De vereiste liquiditeit van een icbe als bedoeld in artikel 3:63 van de wet bedraagt tien procent van het beheerde vermogen.
|
||||
|
||||
**2.** In afwijking van het vorige lid kan, indien uit een overeengekomen ontbindings- of beëindigingsregeling vooraf bekend is voor welk bedrag op een bepaalde datum wordt ingekocht, worden volstaan met dat bedrag.
|
||||
|
||||
|
|
@ -2185,7 +2294,7 @@ De vereiste liquiditeit van een elektronischgeldinstelling als bedoeld in artike
|
|||
|
||||
### Artikel 111
|
||||
|
||||
**1.** De aanwezige liquiditeit van een bank of clearinginstelling als bedoeld in artikel 3:63, 3:64, 3:65 of 3:66 van de wet in de weekperiode wordt gevormd door de gewogen voorraadposten, de gewogen kasinstroom van de kalenderposten gedurende de weekperiode en de officiële stand-by faciliteiten.
|
||||
**1.** De aanwezige liquiditeit van een bank of clearinginstelling als bedoeld in artikel 3:63, 3:64 of 3:65 van de wet in de weekperiode wordt gevormd door de gewogen voorraadposten, de gewogen kasinstroom van de kalenderposten gedurende de weekperiode en de officiële stand-by faciliteiten.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
|
|
@ -2216,7 +2325,7 @@ b. direct opeisbare tegoeden bij personen die geen bank of professionele geldmar
|
|||
|
||||
### Artikel 112
|
||||
|
||||
De aanwezige liquiditeit van een icbe als bedoeld in artikel 3:63 of 3:66 van de wet wordt gevormd door de volgende posten:
|
||||
De aanwezige liquiditeit van een icbe als bedoeld in artikel 3:63 van de wet wordt gevormd door de volgende posten:
|
||||
|
||||
a. kasmiddelen, daggeld en direct opvraagbare tegoeden bij banken die een vergunning als bedoeld in artikel 2:11 van de wet hebben of waarop toezicht op het uitoefenen van het bedrijf van bank wordt uitgeoefend dat in voldoende mate waarborgen biedt ten aanzien van de belangen die de wet beoogt te beschermen;
|
||||
b. kortlopende schuldtitels aan toonder;
|
||||
|
|
@ -2319,10 +2428,10 @@ b. de vanuit zijn in Nederland gelegen bijkantoren aangegane verplichtingen indi
|
|||
|
||||
Het eerste lid is niet van toepassing op:
|
||||
|
||||
a. herverzekeraars met zetel in Nederland die naast de risico’s van de branche Krediet risico’s van een andere branche vanuit een vestiging in een lidstaat herverzekeren, indien de door hun jaarlijks geboekte premies met betrekking tot hun vanuit vestigingen in een lidstaat aangegane verplichtingen voor de risico’s van de branche Krediet minder dan vier procent van het totale bedrag aan jaarlijks geboekte premies en minder dan € 2.500.000 belopen;
|
||||
b. herverzekeraars met zetel in een niet-aangewezen staat die naast de risico’s van de branche Krediet risico’s van een andere branche vanuit een in Nederland gelegen bijkantoor herverzekeren, indien de door hun jaarlijks geboekte premies met betrekking tot hun vanuit bijkantoren in Nederland aangegane verplichtingen in de herverzekering van risico’s van de branche Krediet minder dan vier procent van het totale bedrag aan jaarlijks geboekte premies en minder dan € 2.500.000 belopen;
|
||||
c. schadeverzekeraars met zetel in Nederland die naast de branche Krediet een of meer andere branches vanuit een vestiging in een lidstaat uitoefenen, indien de door hun jaarlijks geboekte premies met betrekking tot hun vanuit vestigingen in een lidstaat aangegane verplichtingen in de uitoefening van de branche Krediet minder dan vier procent van het totale bedrag aan jaarlijks geboekte premies en minder dan € 2.500.000 belopen; of
|
||||
d. schadeverzekeraars met zetel in een staat die geen lidstaat is die naast de branche Krediet een of meer andere branches vanuit een in Nederland gelegen bijkantoor uitoefenen, indien de door hun jaarlijks geboekte premies met betrekking tot hun vanuit bijkantoren in Nederland aangegane verplichtingen in de uitoefening van de branche Krediet minder dan vier procent van het totale bedrag aan jaarlijks geboekte premies en minder dan € 2.500.000 belopen.
|
||||
a. herverzekeraars met zetel in Nederland die naast de risico’s van de branche Krediet risico’s van een andere branche vanuit een vestiging in een lidstaat herverzekeren, indien de door hun jaarlijks geboekte premies met betrekking tot hun vanuit vestigingen in een lidstaat aangegane verplichtingen voor de risico’s van de branche Krediet minder dan vier procent van het totale bedrag aan jaarlijks geboekte premies en minder dan € 2.500.000 belopen;
|
||||
b. herverzekeraars met zetel in een niet-aangewezen staat die naast de risico’s van de branche Krediet risico’s van een andere branche vanuit een in Nederland gelegen bijkantoor herverzekeren, indien de door hun jaarlijks geboekte premies met betrekking tot hun vanuit bijkantoren in Nederland aangegane verplichtingen in de herverzekering van risico’s van de branche Krediet minder dan vier procent van het totale bedrag aan jaarlijks geboekte premies en minder dan € 2.500.000 belopen;
|
||||
c. schadeverzekeraars met zetel in Nederland die naast de branche Krediet een of meer andere branches vanuit een vestiging in een lidstaat uitoefenen, indien de door hun jaarlijks geboekte premies met betrekking tot hun vanuit vestigingen in een lidstaat aangegane verplichtingen in de uitoefening van de branche Krediet minder dan vier procent van het totale bedrag aan jaarlijks geboekte premies en minder dan € 2.500.000 belopen; of
|
||||
d. schadeverzekeraars met zetel in een staat die geen lidstaat is die naast de branche Krediet een of meer andere branches vanuit een in Nederland gelegen bijkantoor uitoefenen, indien de door hun jaarlijks geboekte premies met betrekking tot hun vanuit bijkantoren in Nederland aangegane verplichtingen in de uitoefening van de branche Krediet minder dan vier procent van het totale bedrag aan jaarlijks geboekte premies en minder dan € 2.500.000 belopen.
|
||||
|
||||
**3.** De egalisatievoorziening wordt gevormd ter dekking van een tijdens het boekjaar in de branche Krediet geleden technisch verlies en beloopt ten minste 134 procent van het gemiddelde van de tijdens de vijf voorgaande boekjaren jaarlijks geboekte premies verminderd met het bedrag van de overdrachten uit hoofde van herverzekering en na toevoeging van de geaccepteerde herverzekeringen.
|
||||
|
||||
|
|
@ -2569,7 +2678,7 @@ b. in geval van een natura-uitvaartverzekeraar met zetel in een niet-aangewezen
|
|||
|
||||
### Artikel 129
|
||||
|
||||
Een betaalinstelling, clearinginstelling, elektronischgeldinstelling, entiteit voor risico-acceptatie, bank, pensioenbewaarder, premiepensioeninstelling, verzekeraar of wisselinstelling als bedoeld in artikel 3:71, eerste lid, 3:81, eerste lid of 3:85 verstrekt de documenten, bedoeld in artikel 3:71, eerste lid, of 3:81, eerste lid, van de wet, wat betreft indeling en inhoud in de vorm waarin deze zijn opgemaakt ingevolge Titel 9 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, de internationale jaarrekeningstandaarden onderscheidenlijk het recht van de staat waar deze financiële onderneming haar zetel heeft. Een financiële onderneming met zetel in Nederland vermeldt of de jaarrekening al dan niet is vastgesteld en goedgekeurd overeenkomstig de statuten of de vennootschapsakte.
|
||||
Een afwikkelonderneming, betaalinstelling, clearinginstelling, elektronischgeldinstelling, entiteit voor risico-acceptatie, bank, pensioenbewaarder, premiepensioeninstelling, verzekeraar of wisselinstelling als bedoeld in artikel 3:71, eerste lid, 3:81, eerste lid of 3:85 verstrekt de documenten, bedoeld in artikel 3:71, eerste lid, of 3:81, eerste lid, van de wet, wat betreft indeling en inhoud in de vorm waarin deze zijn opgemaakt ingevolge Titel 9 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, de internationale jaarrekeningstandaarden onderscheidenlijk het recht van de staat waar deze financiële onderneming haar zetel heeft. Een financiële onderneming met zetel in Nederland vermeldt of de jaarrekening al dan niet is vastgesteld en goedgekeurd overeenkomstig de statuten of de vennootschapsakte.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 13.2. Verstrekking van de staten
|
||||
|
||||
|
|
@ -2620,6 +2729,13 @@ b. andere gegevens ten behoeve van het toezicht op de naleving van de regels met
|
|||
|
||||
**6.** De door een beheerder als bedoeld in artikel 3:72, eerste lid, van de wet te verstrekken staten bevatten uitsluitend balans- en resultaatgegevens ten behoeve van het toezicht op de naleving van de regels met betrekking tot het bedrag aan eigen vermogen ingevolge artikel 3:53 en de solvabiliteit ingevolge artikel 3:57, van de wet.
|
||||
|
||||
**6.**
|
||||
|
||||
De door een afwikkelonderneming als bedoeld in artikel 3:72, eerste lid, van de wet te verstrekken staten omvatten uitsluitend:
|
||||
|
||||
a. balans- en resultatengegevens alsmede aanvullende gegevens ten behoeve van toezicht op de naleving van het Deel Prudentieel toezicht financiële ondernemingen van de wet;
|
||||
b. gegevens met betrekking tot de verrichte girale betalingstransacties, bedoeld in de artikelen 2:3.0c, 2:3.0h of 2:3.0m van de wet.
|
||||
|
||||
### Artikel 131
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
|
@ -2651,13 +2767,13 @@ g. twee maal per jaar voor de in artikel 130, zesde lid, genoemde staten.
|
|||
|
||||
**4.** Een beleggingsonderneming als bedoeld in artikel 48, eerste lid, onderdeel i, j of k, doet de melding, bedoeld in het derde lid, met redenen omkleed aan de Nederlandsche Bank in elke maand waarin zij niet ingevolge het tweede lid, onderdeel c, staten verstrekt. Zij meldt daarbij in ieder geval wat de waarde van haar toetsingsvermogen is, hoe deze waarde is berekend en hoe deze waarde zich verhoudt tot de waarde van haar toetsingsvermogen zoals vermeld in de laatst verstrekte staten.
|
||||
|
||||
**5.** Ter voorbereiding op de implementatie van richtlijn nr. 2009/138/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 25 november 2009 betreffende de toegang tot en uitoefening van het verzekerings- en het herverzekeringsbedrijf (Solvabiliteit II) (herschikking) (PbEU L 335) dienen entiteiten voor risico-acceptatie en verzekeraars de in Bijlage D vastgestelde modellen van staten in, met inachtneming van het zesde lid. Voor zover niet anders blijkt, zijn op deze modellen van staten de regels van toepassing die de Nederlandsche Bank heeft vastgesteld op grond van het eerste lid, onderdelen b, c, e, f en h.
|
||||
**5.** Ter voorbereiding op de implementatie van richtlijn nr. 2009/138/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 25 november 2009 betreffende de toegang tot en uitoefening van het verzekerings- en het herverzekeringsbedrijf (Solvabiliteit II) (herschikking) (PbEU L 335) dienen entiteiten voor risico-acceptatie en verzekeraars de in Bijlage D vastgestelde modellen van staten in, met inachtneming van het zesde lid. Voor zover niet anders blijkt, zijn op deze modellen van staten de regels van toepassing die de Nederlandsche Bank heeft vastgesteld op grond van het eerste lid, onderdelen b, c, e, f en h.
|
||||
|
||||
**6.** Voor het boekjaar 2011 dienen entiteiten voor risico-acceptatie en verzekeraars de modellen van staten 1 tot en met 3, bedoeld in bijlage D, in binnen acht maanden na afloop van dat boekjaar. Voor het boekjaar 2012 dienen entiteiten voor risico-acceptatie en verzekeraars de modellen van staten, bedoeld in bijlage D, gelijktijdig in met de kwartaalrapportages over het eerste kwartaal van 2013 die op grond van de in het vijfde lid genoemde richtlijn worden ingediend.
|
||||
|
||||
### Artikel 131a
|
||||
|
||||
**1.** Indien blijkt dat de rapportage zoals vastgesteld in bijlage D materiële afwijkingen bevat ten opzichte van de rapportage zoals die ingevolge de richtlijn nr. 2009/138/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 25 november 2009 betreffende de toegang tot en uitoefening van het verzekerings- en het herverzekeringsbedrijf (Solvabiliteit II) (herschikking) (PbEU L 335) zal worden vastgesteld, besluit Onze Minister dat de rapportage over het boekjaar 2011, bedoeld in artikel 131, zesde lid, niet behoeft te worden ingediend.
|
||||
**1.** Indien blijkt dat de rapportage zoals vastgesteld in bijlage D materiële afwijkingen bevat ten opzichte van de rapportage zoals die ingevolge de richtlijn nr. 2009/138/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 25 november 2009 betreffende de toegang tot en uitoefening van het verzekerings- en het herverzekeringsbedrijf (Solvabiliteit II) (herschikking) (PbEU L 335) zal worden vastgesteld, besluit Onze Minister dat de rapportage over het boekjaar 2011, bedoeld in artikel 131, zesde lid, niet behoeft te worden ingediend.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
|
|
@ -2692,6 +2808,12 @@ a. de jaarrekening, het jaarverslag en de overige gegevens en wat betreft indeli
|
|||
b. indien van toepassing: informatie over de winstdeling ten gunste van polishouders per productgroep; en
|
||||
c. indien van toepassing: financiële informatie over de zorgverzekering, bedoeld in artikel 1, onderdeel d, van de Zorgverzekeringswet.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 13.2a. Melding van gebeurtenissen of omstandigheden die de ordelijke uitoefening van het bedrijf van afwikkelonderneming bedreigen
|
||||
|
||||
### Artikel 134a
|
||||
|
||||
Tot de gegevens, bedoeld in artikel 3:73a van de wet, behoren in ieder geval de gegevens met betrekking tot storingen die zich hebben voorgedaan of bijna hebben voorgedaan in het verrichten van afwikkeldiensten.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 13.3. Verstrekking van de opgave van gesloten verzekeringen
|
||||
|
||||
### Artikel 135
|
||||
|
|
@ -2716,6 +2838,12 @@ c. indien van toepassing: financiële informatie over de zorgverzekering, bedoel
|
|||
|
||||
**3.** De Nederlandsche Bank kan de in het tweede lid bedoelde gegevens alleen verlangen indien de Europese Autoriteit van effecten en markten hiervan in kennis is gesteld of de Europese Autoriteit van effecten en markten de Nederlandsche Bank hierom heeft verzocht.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 13a. Effectief verlenen van afwikkeldiensten
|
||||
|
||||
### Artikel 135a*
|
||||
|
||||
De Nederlandsche Bank kan ter uitvoering van internationaal aanvaarde standaarden nadere regels stellen met betrekking tot het effectief verlenen van afwikkeldiensten.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 14. Meldingsplichten van de accountant en de actuaris
|
||||
|
||||
### Artikel 136
|
||||
|
|
@ -2801,7 +2929,7 @@ c. de identiteit van de bestuurders en de personen die verantwoordelijk zijn voo
|
|||
|
||||
Onverminderd het tweede lid is hoofdstuk 5 niet van toepassing op overeenkomsten met betrekking tot het uitbesteden van werkzaamheden die:
|
||||
|
||||
a. zijn gesloten door een clearinginstelling, bank, verzekeraar of bijkantoor als bedoeld in artikel 3:18, eerste lid, 3:23, 3:25, 3:26 of 3:27 van de wet voor de datum van inwerkingtreding van dit besluit; en
|
||||
a. zijn gesloten door een clearinginstelling, bank, verzekeraar of bijkantoor als bedoeld in artikel 3:18, eerste lid, 3:23, 3:26 of 3:27 van de wet voor de datum van inwerkingtreding van dit besluit; en
|
||||
b. voldoen aan de op dat moment geldende regelgeving.
|
||||
|
||||
**2.** Indien de overeenkomst, bedoeld in het eerste lid, materieel wordt aangepast, is hoofdstuk 5 vanaf dat moment van toepassing op de gehele overeenkomst.
|
||||
|
|
@ -2816,7 +2944,7 @@ Wijzigt dit besluit.
|
|||
|
||||
### Artikel 144
|
||||
|
||||
**1.** De ingevolge dit besluit te verstrekken staten worden voor de eerste maal verstrekt over het boekjaar dat aanvangt op of na 1 januari 2007.
|
||||
**1.** De ingevolge dit besluit te verstrekken staten worden voor de eerste maal verstrekt over het boekjaar dat aanvangt op of na 1 januari 2007.
|
||||
|
||||
**2.** Ten aanzien van de staten over het in 2006 geëindigde boekjaar blijft het bepaalde ingevolge artikel 55, tweede lid, van de Wet toezicht kredietwezen 1992, het Besluit staten verzekeringsbedrijf 1994, het Besluit staten natura-uitvaartverzekeringsbedrijf en artikel 8 van de Nadere regeling prudentieel toezicht effectenverkeer 2002 van toepassing.
|
||||
|
||||
|
|
@ -2846,4 +2974,4 @@ Afgeleide financiële instrumenten in de zin van artikel 61, derde lid, onderdee
|
|||
|
||||
## Bijlage D
|
||||
|
||||
In deze bijlage worden, voor zover niet anders blijkt, begrippen gebruikt overeenkomstig richtlijn nr. 2009/138/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 25 november 2009 betreffende de toegang tot en uitoefening van het verzekerings- en het herverzekeringsbedrijf (Solvabiliteit II) (herschikking) (PbEU L 335)
|
||||
In deze bijlage worden, voor zover niet anders blijkt, begrippen gebruikt overeenkomstig richtlijn nr. 2009/138/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 25 november 2009 betreffende de toegang tot en uitoefening van het verzekerings- en het herverzekeringsbedrijf (Solvabiliteit II) (herschikking) (PbEU L 335)
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue