2009-01-01 | BWBR0003664 | Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940-1945

This commit is contained in:
Coornhert 2009-01-01 12:00:00 +00:00
parent c1fe2d983b
commit eb33bc3a2b

View file

@ -326,8 +326,6 @@ c. aan de gehuwde uitkeringsgerechtigde, van wie de echtgenoot recht heeft op en
**3.** Het in aanmerking te nemen bijdrage-inkomen bedraagt op jaarbasis ten hoogste het bedrag, bedoeld in artikel 43, tweede lid, van de Zorgverzekeringswet.
**4.** In afwijking van de artikelen 59 en 60 worden de toeslagen, bedoeld in het eerste en tweede lid, in de maand waarin de betaling plaatsvindt definitief vastgesteld.
### Paragraaf 5. De garantie-uitkering
### Artikel 24
@ -353,15 +351,15 @@ b. voor het burger-oorlogsslachtoffer, dat de leeftijd van 65 jaren heeft bereik
### Artikel 25
**1.** Indien de op 31 december 1995 reeds ingegane pensioenen en reeds bestaande uitzichten op pensioen, bedoeld in artikel 10 van de Wet privatisering ABP, ingevolge dat artikel worden aangepast aan een algemene bezoldigingswijziging, worden de grondslagen, bedoeld in artikel 10, eerste, tweede, zesde, zevende en negende lid, naar overeenkomstige normen en voorwaarden aangepast. Onze Minister stelt de regels voor de uitvoering van de eerste volzin. Indien de algemene bezoldigingswijziging een verhoging is, werken deze regels zo nodig terug tot en met de datum waarop bedoelde algemene bezoldigingswijziging is ingegaan.
**1.** De periodieke uitkering of de garantie-uitkering wordt door de Raad aangepast overeenkomstig de normen en voorwaarden waarmee het bedrag, genoemd in artikel 8, eerste lid, onder a, van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag ingevolge artikel 14 van die wet wordt herzien.
**2.** In dezelfde mate waarin en met ingang van hetzelfde tijdstip waarop de grondslagen ingevolge het eerste lid worden aangepast, worden bij de ministeriële regeling als in het eerste lid bedoeld, gewijzigd de bedragen, genoemd in artikel 10, achtste lid, onder *a* en *b*.
**2.** De grondslagen, bedoeld in artikel 10, eerste, tweede, zesde, zevende en negende lid, en de bedragen genoemd in artikel 10, achtste lid, onder a en b, worden door Onze Minister aangepast overeenkomstig de normen en voorwaarden waarmee het bedrag, genoemd in artikel 8, eerste lid, onder a, van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag ingevolge artikel 14 van die wet wordt herzien.
**3.** De overeenkomstig het eerste en tweede lid aangepaste grondslagen en bedragen treden in de plaats van de grondslagen en bedragen, zoals die golden op de dag, voorafgaande aan de datum van ingang van de aanpassing.
**3.** Bij de aanpassing, bedoeld in het eerste lid, wordt uitgegaan van de laatst vastgestelde dan wel overeenkomstig het eerste lid aangepaste periodieke uitkering of garantie-uitkering, waarbij de toeslagen, bedoeld in de artikelen 20, eerste en tweede lid, en 21, eerste en tweede lid, buiten beschouwing worden gelaten.
**4.** Indien de op 31 december 1995 reeds ingegane pensioenen en reeds bestaande uitzichten op pensioen, bedoeld in artikel 10 van de Wet privatisering ABP, ingevolge dat artikel worden aangepast aan een eenmalige uitkering met een algemeen karakter, stelt Onze Minister de regels over de wijze waarop deze eenmalige uitkering naar overeenkomstige normen en voorwaarden leidt tot een eenmalige uitkering aan de uitkeringsgerechtigden. Deze regels werken zo nodig terug tot en met de datum waarop de in de eerste volzin bedoelde aanpassing van pensioenen en uitzichten op pensioen plaatsvindt.
**4.** De aanpassing van een periodieke uitkering of een garantie-uitkering, bedoeld in het eerste lid, vindt plaats zonder dat dit bij beschikking is vastgesteld.
**5.** Indien daartoe naar het oordeel van de Kroon een bijzondere aanleiding bestaat, kunnen de grondslagen, bedoeld in het eerste lid, en de bedragen, bedoeld in het tweede lid, bij algemene maatregel van bestuur met ingang van een bij die algemene maatregel van bestuur aan te geven datum worden aangepast, waarbij kan worden bepaald dat de aanpassing verschilt naar gelang de hoogte van de grondslagen en de bedragen. De ingevolge de vorige volzin aangepaste grondslagen en bedragen treden in de plaats van de grondslagen en de bedragen, zoals die golden op de dag, voorafgaande aan de datum van ingang van de aanpassing.
**5.** De aangepaste periodieke uitkering of garantie-uitkering, bedoeld in het vierde lid, wordt betaald bij de eerste betaling nadat de aanpassing heeft plaatsgevonden.
### Artikel 26
@ -375,8 +373,6 @@ b. voor het burger-oorlogsslachtoffer, dat de leeftijd van 65 jaren heeft bereik
**5.** Het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing indien de uitkeringsgerechtigde 65 jaar of ouder is.
**6.** Onze Minister kan nadere en zo nodig afwijkende regelen stellen met betrekking tot de berekening van de ingevolge het eerste lid op de aldaar bedoelde uitkeringen in te houden bedragen.
### Artikel 27
Het bedrag, bedoeld in artikel 28, vierde lid, onder a, wordt door Onze Minister herzien, indien en voor zover de ontwikkeling van de consumentenprijsindex daartoe aanleiding geeft.
@ -391,7 +387,7 @@ De op grond van de artikelen 20, eerste en tweede lid, en 21, eerste en tweede l
**1.**
Op de over enig kalenderjaar toegekende periodieke uitkering vermeerderd met de toeslagen, bedoeld in de artikelen 21 en 23, worden, voor zover deze over de overeenkomstige periode werden genoten, in mindering gebracht:
Op de periodieke uitkering vermeerderd met de toeslagen, bedoeld in de artikelen 21 en 23, worden, voor zover deze over de overeenkomstige periode werden genoten, in mindering gebracht:
a. indien de uitkeringsgerechtigde de leeftijd van 65 jaar nog niet heeft bereikt, de bruto-inkomsten uit tegenwoordige arbeid in beroep of bedrijf, na aftrek van de daarop drukkende verwervingskosten, voor zover deze inkomsten 20% van de grondslag waarnaar de uitkering is berekend te boven gaan;
b. Indien de uitkeringsgerechtigde 65 jaar of ouder is, en pensioengerechtigd ingevolge de Algemene Ouderdomswet, het bruto-ouderdomspensioen krachtens die wet van de uitkeringsgerechtigde en de echtgenoot met inbegrip van de toeslag, bedoeld in artikel 10 van die wet, en de vakantie-uitkering, bedoeld in artikel 29 van die wet, voor zover dit niet meer bedraagt dan tweemaal het bedrag van het bruto-ouderdomspensioen voor de pensioengerechtigde, bedoeld in artikel 9, eerste lid, onder b, van die wet, vermeerderd met de vakantie-uitkering, bedoeld in artikel 29 van die wet;
@ -402,13 +398,11 @@ d. de overige inkomsten van de uitkeringsgerechtigde.
**3.** Met inkomsten uit tegenwoordige arbeid worden gelijkgesteld uitkeringen op grond van de Ziektewet en de Werkloosheidswet, alsmede de daarmede vergelijkbare uitkeringen welke worden verleend aan het overheidspersoneel.
**4.** a. De inkomsten uit vermogen, bedoeld in het eerste lid, onder c, worden berekend naar het vermogen dat de uitkeringsgerechtigde en zijn echtgenoot op het tijdstip van de aanvraag, bedoeld in artikel 35, bezitten. Deze inkomsten worden jaarlijks bepaald op een percentage van dat vermogen dat gelijk is aan het forfaitaire rendementspercentage, genoemd in artikel 5.2 van de Wet inkomstenbelasting 2001. Van het aldus berekende bedrag wordt een bedrag vrijgelaten, waarvan de hoogte door Onze Minister wordt bepaald.
b. Indien na het tijdstip van de aanvraag aan de uitkeringsgerechtigde en zijn echtgenoot vermogensbestanddelen toevallen, wordt voor de berekening van de inkomsten uit vermogen, het vermogen met ingang van de datum waarop die vermogensbestanddelen zijn toegevallen, opnieuw vastgesteld.
c. Wijziging van het vermogen, anders dan bedoeld onder b, geeft geen aanleiding tot herziening van de overeenkomstig dit lid onder a en b vastgestelde inkomsten, tenzij het vermogen, door oorzaken gelegen in factoren waarop de uitkeringsgerechtigde generlei invloed heeft kunnen uitoefenen, zodanig is verminderd, dat dit tot een klaarblijkelijke hardheid zou leiden. Bij de beoordeling hiervan wordt rekening gehouden met de totale vermogens- en inkomstenpositie van de uitkeringsgerechtigde en zijn echtgenoot.
**4.** De inkomsten uit vermogen, bedoeld in het eerste lid, onder c, worden berekend naar het vermogen dat de uitkeringsgerechtigde en zijn echtgenoot op het tijdstip van de aanvraag, bedoeld in artikel 35, bezitten. Deze inkomsten worden op jaarbasis bepaald op een percentage van dat vermogen dat gelijk is aan het forfaitaire rendementspercentage, genoemd in artikel 5.2 van de Wet inkomstenbelasting 2001. Van het aldus berekende bedrag wordt een bedrag vrijgelaten, waarvan de hoogte door Onze Minister wordt bepaald.
**5.** Bij bedrijfsbeëindiging vindt het bepaalde in het eerste lid, onder c, en het vierde lid, van dat tijdstip af overeenkomstige toepassing.
**6.** Indien de echtgenoot van de uitkeringsgerechtigde eveneens recht heeft op enig pensioen als bedoeld in artikel 23, derde lid, en op dat pensioen een vermindering is toegepast uit hoofde van recht op ouderdomspensioen ingevolge de Algemene Ouderdomswet van tenminste 40% van het bedrag van het bruto-ouderdomspensioen voor de pensioengerechtigde, bedoeld in artikel 9, eerste lid, onder b, van de Algemene Ouderdomswet, vermeerderd met 40% van de vakantie-uitkering, bedoeld in artikel 29 van die wet, zijn het eerste tot en met vierde lid van toepassing, met dien verstande dat, in afwijking van het eerste lid, onder *b*, op schriftelijk verzoek van de uitkeringsgerechtigde 50% van het aan de uitkeringsgerechtigde en de echtgenoot toegekende bruto-ouderdomspensioen krachtens de Algemene Ouderdomswet, met inbegrip van de vakantie-uitkering, bedoeld in artikel 29 van die wet, op de uitkering in mindering wordt gebracht.
**6.** Indien de echtgenoot van de uitkeringsgerechtigde eveneens recht heeft op enig pensioen als bedoeld in artikel 23, derde lid, en op dat pensioen een vermindering is toegepast uit hoofde van recht op ouderdomspensioen ingevolge de Algemene Ouderdomswet van tenminste 40% van het bedrag van het bruto-ouderdomspensioen voor de pensioengerechtigde, bedoeld in artikel 9, eerste lid, onder b, van de Algemene Ouderdomswet, vermeerderd met 40% van de vakantie-uitkering, bedoeld in artikel 29 van die wet, zijn het eerste tot en met vierde lid van toepassing, met dien verstande dat, in afwijking van het eerste lid, onder b, op schriftelijk verzoek van de uitkeringsgerechtigde 50% van het aan de uitkeringsgerechtigde en de echtgenoot toegekende bruto-ouderdomspensioen krachtens de Algemene Ouderdomswet, met inbegrip van de vakantie-uitkering, bedoeld in artikel 29 van die wet, op de uitkering in mindering wordt gebracht.
**7.**
@ -419,13 +413,13 @@ b. in afwijking van het in het vierde lid, onder a, laatste volzin, bedoelde bed
### Artikel 29
**1.** Op de in enig kalenderjaar toegekende garantie-uitkering worden in mindering gebracht alle over de overeenkomstige periode genoten bruto-inkomsten, uit welken hoofde dan ook, van het burger-oorlogsslachtoffer en van diens echtgenoot of van degene met wie hij duurzaam samenleeft.
**1.** Op de garantie-uitkering worden in mindering gebracht alle over de overeenkomstige periode genoten bruto-inkomsten, uit welken hoofde dan ook, van het burger-oorlogsslachtoffer en van diens echtgenoot of van degene met wie hij duurzaam samenleeft.
**2.** De inkomsten uit vermogen worden vastgesteld overeenkomstig het bepaalde in artikel 28, vierde en vijfde lid.
### Artikel 30
**1.** Op de in enig kalenderjaar toegekende uitkering, bedoeld in artikel 18, eerste lid, vermeerderd met de toeslag bedoeld in artikel 20, worden alle over de overeenkomstige periode genoten inkomsten van het burger-oorlogsslachtoffer en van diens echtgenoot in mindering gebracht.
**1.** Op de uitkering, bedoeld in artikel 18, eerste lid, vermeerderd met de toeslag bedoeld in artikel 20, worden alle inkomsten van het burger-oorlogsslachtoffer en van diens echtgenoot in mindering gebracht.
**2.** De inkomsten uit vermogen worden vastgesteld overeenkomstig het bepaalde in artikel 28, vierde en vijfde lid.
@ -675,7 +669,7 @@ Vervallen
### Artikel 53
**1.** Onverminderd het bepaalde in de artikelen 49, 50 en 51, doet de belanghebbende aan wie een uitkering of tegemoetkoming wordt uitbetaald, al dan niet door tussenkomst van zijn wettelijke vertegenwoordiger, jaarlijks op een door de Raad te bepalen tijdstip en wijze, opgave van alle door hem in het voorafgaande kalenderjaar, anders dan uit vermogen genoten inkomsten, en indien zulks door de Raad wordt verlangd, van de hoogte en samenstelling van zijn vermogen.
**1.** Onverminderd het bepaalde in de artikelen 49, 50 en 51, doet de belanghebbende aan wie een uitkering of tegemoetkoming wordt uitbetaald, al dan niet door tussenkomst van zijn wettelijke vertegenwoordiger, op een door de Raad te bepalen tijdstip en wijze, opgave van alle door hem, anders dan uit vermogen genoten inkomsten, en indien zulks door de Raad wordt verlangd, van de hoogte en samenstelling van zijn vermogen.
**2.** De Raad kan, voor zover zulks naar zijn oordeel nodig is, de financiële gegevens, die bij een aanvraag om een uitkering of tegemoetkoming zijn overgelegd, alsmede die welke op grond van het eerste lid zijn verstrekt, ter controle aan de Belastingdienst voorleggen. De Raad is gehouden de belanghebbende van deze mogelijkheid in kennis te stellen.
@ -729,17 +723,37 @@ Vervallen
### Artikel 59
**1.** Indien de beschikbare gegevens de definitieve vaststelling van de uitkering, toeslag, vergoeding of tegemoetkoming dan wel van de hoogte van de op de uitkering in mindering te brengen bedragen nog niet mogelijk maken, kan de Raad, in afwachting van toereikende gegevens, de uitkering, toeslag, vergoeding of tegemoetkoming dan wel de hoogte van de op de uitkering in mindering te brengen bedragen voorlopig vaststellen.
**1.**
**2.** Zodra de in het eerste lid bedoelde toereikende gegevens bekend zijn, herziet de Raad, indien nodig, zijn oorspronkelijke beschikking.
De periodieke uitkering of de garantie-uitkering wordt, met uitzondering van de op grond van artikel 10 vastgestelde grondslag, opnieuw vastgesteld:
a. wanneer de uitkeringsgerechtigde of zijn echtgenoot de 65-jarige leeftijd bereikt;
b. wanneer de uitkeringsgerechtigde in het huwelijk treedt of zijn huwelijk wordt beëindigd door echtscheiding of overlijden van zijn echtgenoot;
c. wanneer de uitkeringsgerechtigde duurzaam gescheiden van zijn echtgenoot gaat leven;
d. wanneer een kind of pleegkind van de uitkeringsgerechtigde meerderjarig wordt;
e. wanneer toepassing wordt gegeven aan artikel 18, eerste lid;
f. wanneer er sprake is van bedrijfsbeëindiging door de uitkeringsgerechtigde of zijn echtgenoot;
g. wanneer de uitkeringsgerechtigde aanspraak maakt op de betaling uit een nieuwe bron van inkomsten, of
h. wanneer de uitkeringsgerechtigde geen aanspraak meer kan maken op de betaling uit een bron van inkomsten, tenzij hij het vervallen van die aanspraak heeft bewerkstelligd.
**2.** Het eerste lid, onder g en h, is van overeenkomstige toepassing op de inkomsten van de echtgenoot van de uitkeringsgerechtigde, voor zover die inkomsten de hoogte van de periodieke uitkering of de garantie-uitkering, bedoeld in artikel 8, mede bepalen.
**3.** De beschikking, bedoeld in het eerste en tweede lid, wordt genomen binnen 13 weken nadat de noodzakelijke gegevens ter kennis van de Raad zijn gebracht.
**4.** Hetgeen als gevolg van een beschikking als bedoeld in het eerste of tweede lid te veel dan wel te weinig is uitbetaald, wordt door de Raad teruggevorderd of verrekend dan wel nabetaald. De terugvordering kan in door de Raad te bepalen termijnen plaatsvinden.
### Artikel 60
**1.** De administratieve uitwerking van een beschikking van de Raad in een berekeningsbeschikking draagt een voorlopig karakter.
**1.**
**2.** In het kalenderjaar, volgend op het jaar, waarin de in het eerste lid bedoelde berekeningsbeschikking is afgegeven, wordt deze definitief vastgesteld.
Op aanvraag van de uitkeringsgerechtigde wordt de periodieke uitkering of de garantie-uitkering, met uitzondering van de op grond van artikel 10 vastgestelde grondslag, opnieuw vastgesteld:
**3.** Indien de definitieve vaststelling, bedoeld in het tweede lid, op grond van het ontbreken van de noodzakelijke gegevens niet binnen de aldaar genoemde termijn kan plaatsvinden, vindt deze plaats zodra bedoelde gegevens bekend zijn.
a. indien de vast te stellen periodieke uitkering ten minste 1% van de op de datum van deze aanvraag geldende grondslag of de vast te stellen garantie-uitkering ten minste 1% van op de datum van deze aanvraag geldende minimum-grondslag, bedoeld in artikel 10, achtste lid, onder a, hoger is dan de laatst vastgestelde of aangepaste periodieke uitkering of garantie-uitkering, mits dit niet uitsluitend het gevolg is van de koersomrekening van inkomsten die door de uitkeringsgerechtigde of zijn echtgenoot worden ontvangen, of;
b. indien het vermogen van de uitkeringsgerechtigde en zijn echtgenoot door oorzaken gelegen in factoren waarop de uitkeringsgerechtigde geen invloed heeft kunnen uitoefenen, zodanig is verminderd, dat het niet herzien van de laatst vastgestelde inkomsten uit vermogen, bedoeld in artikel 28, eerste lid, onder c, tot een klaarblijkelijke hardheid zou leiden. Bij de beoordeling hiervan wordt rekening gehouden met de totale vermogens- en inkomstenpositie van de uitkeringsgerechtigde en zijn echtgenoot.
**2.** Indien toepassing is gegeven aan het eerste lid, gaat de opnieuw vastgestelde periodieke uitkering of de garantie-uitkering in op de eerste dag van de maand waarin de aanvraag is ingediend.
**3.** Op een besluit, voortvloeiende uit de toepassing van het eerste lid, is artikel 38, vierde lid, van overeenkomstige toepassing.
## Hoofdstuk VII. Herziening
@ -755,11 +769,7 @@ Vervallen
### Artikel 62
**1.** Indien met terugwerkende kracht inkomsten worden ontvangen die, op grond van het bepaalde in de artikelen 28, 29 en 30, op de uitkering in mindering zouden zijn gebracht, waren zij genoten in de periode waarop zij betrekking hebben, dan herziet de Raad zijn op die periode betrekking hebbende oorspronkelijke beschikking.
**2.** Indien de inkomsten, bedoeld in het eerste lid, zouden leiden tot een hogere financiële draagkracht, bedoeld in artikel 33, wordt deze draagkracht over de periode waarop die inkomsten betrekking hebben opnieuw vastgesteld. Het bepaalde in de vorige volzin is van overeenkomstige toepassing, indien de grondslag, bedoeld in artikel 10, met terugwerkende kracht op een hoger bedrag wordt vastgesteld.
**3.** Indien met terugwerkende kracht een voorziening wordt getroffen voor hetzelfde doel als waarvoor reeds ingevolge deze wet een vergoeding of tegemoetkoming werd verleend, herziet de Raad zijn oorspronkelijke beschikking.
Indien met terugwerkende kracht een voorziening wordt getroffen voor hetzelfde doel als waarvoor reeds ingevolge deze wet een vergoeding of tegemoetkoming werd verleend, herziet de Raad zijn oorspronkelijke beschikking.
## Hoofdstuk VIII. Terugvordering en verrekening
@ -767,7 +777,7 @@ Vervallen
Indien een ingevolge deze wet gegeven beschikking in het nadeel van betrokkene wordt herzien, wordt hetgeen te veel was uitbetaald, niet teruggevorderd of verrekend, tenzij:
a. de herziening betrekking heeft op een beschikking die een voorlopig karakter droeg als bedoeld in de artikelen 59 en 60, dan wel
a. tenzij toepassing is gegeven aan artikel 59, dan wel
b. toepassing is gegeven aan het bepaalde in artikel 62, dan wel
c. in de herzieningsbeschikking gemotiveerd is aangegeven dat van de feiten, gegevens en omstandigheden, bedoeld in artikel 61, eerste lid, niet kon worden kennisgenomen als gevolg van opzet of grove nalatigheid van betrokkene, dan wel
d. betrokkene redelijkerwijs had moeten begrijpen dat hem te veel werd uitbetaald.
@ -790,47 +800,31 @@ Vervallen
### Artikel 67
De Rijksgroepsregeling Oorlogsslachtoffers 1940-1945 en de krachtens dat besluit vastgestelde regelen worden ingetrokken.
Vervallen
### Artikel 68
**1.** Degene, die in een periode liggende tussen de datum tot welke deze wet terugwerkt en de datum van het in werking treden van deze wet in het genot was van een periodieke of bijzondere uitkering krachtens de Rijksgroepsregeling Oorlogsslachtoffers 1940-1945, wordt geacht over die periode een periodieke uitkering, vergoeding of tegemoetkoming op grond van deze wet te hebben genoten.
**2.** Degene, die op de datum van het in werking treden van deze wet een periodieke of bijzondere uitkering ontvangt krachtens de Rijksgroepsregeling Oorlogsslachtoffers 1940-1945, wordt geacht met ingang van die datum een periodieke uitkering, vergoeding of tegemoetkoming op grond van deze wet te genieten, tenzij het recht op deze periodieke of bijzondere uitkering was toegekend in strijd met de bepalingen van genoemde regeling.
**3.** Een bedrag dat op grond van artikel XXX van de Wet houdende nadere wijziging van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag, een aantal sociale verzekeringswetten en enige andere wetten (herziening aanpassingsmechanismen en vaststelling regelen hoogte sociale minimum) (*Stb.* 1979, 711) in de periode liggende tussen de datum tot welke deze wet terugwerkt en de datum van in werking treden van deze wet is ingehouden op een periodieke of bijzondere uitkering krachtens de Rijksgroepsregeling Oorlogsslachtoffers 1940-1945, wordt geacht te zijn ingehouden op grond van artikel 26 van deze wet.
Vervallen
### Artikel 69
**1.** Indien de persoon, bedoeld in artikel 68, in het genot is van een periodieke uitkering wordt de grondslag, waarnaar zijn uitkering wordt berekend, door de Raad ambtshalve en zo nodig met ingang van 1 juli 1981 vastgesteld overeenkomstig de bepalingen van deze wet, met dien verstande dat, indien de aanvraag om een periodieke uitkering is ingediend vóór 1 juli 1981, laatstgenoemde datum als datum van de aanvraag wordt aangemerkt. Indien de aldus vastgestelde grondslag minder bedraagt dan het inkomen, bedoeld in artikel 3 van de Rijksgroepsregeling Oorlogsslachtoffers 1940-1945, waarnaar de uitkering op gelijke datum werd of zou zijn berekend, wordt de grondslag vastgesteld op het bedrag van bedoeld inkomen.
**2.** Indien ten aanzien van de persoon, bedoeld in artikel 68, is gebleken, dat hij in verband met het bepaalde in artikel 5 geen aanspraken aan deze wet kan ontlenen, wordt de grondslag, waarnaar zijn uitkering wordt berekend, vastgesteld op het bedrag van het inkomen, bedoeld in artikel 3 van de Rijksgroepsregeling Oorlogsslachtoffers 1940-1945, zoals dat geldt op de datum van in werking treden van deze wet. Het bepaalde in het eerste lid is niet van toepassing.
**3.** Bij de vaststelling van de grondslagen, bedoeld in het eerste lid, zijn de herzieningen van de grondslagen en bedragen, bedoeld in artikel 18 van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945, zoals deze sinds 1 juli 1981 hebben plaatsgevonden, van overeenkomstige toepassing.
Vervallen
### Artikel 70
**1.** Aan de persoon bedoeld in artikel 69, eerste lid, wordt een uitkering toegekend met ingang van de datum, waarop hij recht op een uitkering had, doch niet eerder dan 1 juli 1981, berekend volgens de bepalingen van paragraaf 3 tot en met paragraaf 7 van hoofdstuk II. Op deze uitkering wordt in mindering gebracht hetgeen betrokkene op grond van de Rijksgroepsregeling Oorlogsslachtoffers 1940-1945 vanaf bedoelde datum heeft genoten of zou hebben genoten indien hij op die datum een aanvraag om een periodieke uitkering zou hebben ingediend.
**2.** De uitkering van de persoon, bedoeld in artikel 69, tweede lid, wordt met ingang van de datum van in werking treden van deze wet berekend volgens de bepalingen van paragraaf 3 tot en met 7 van hoofdstuk II. Het bepaalde in het eerste lid is niet van toepassing.
**3.** Aan de persoon die binnen drie maanden na de datum van het in werking treden van deze wet een aanvraag indient om een uitkering wordt, indien hij ingevolge deze wet recht op deze uitkering kan doen gelden, met ingang van de datum waarop hij dit recht verkreeg, doch niet eerder dan 1 juli 1981, een uitkering toegekend, berekend volgens de bepalingen van paragraaf 2 tot en met 7 van hoofdstuk II. Op deze uitkering wordt in mindering gebracht hetgeen hij vanaf bedoelde datum tot de datum van zijn aanvraag heeft genoten of zou hebben genoten ingevolge de Rijksgroepsregeling Oorlogsslachtoffers 1940-1945, indien hij op eerstbedoelde datum een aanvraag om een periodieke uitkering op grond van die regeling zou hebben ingediend.
**4.** Onder uitkering bedoeld in het eerste, tweede en derde lid wordt verstaan de periodieke uitkering, de garantie-uitkering en de toeslag, bedoeld in artikel 19.
Vervallen
### Artikel 71
Degene voor wie ingevolge het bepaalde in artikel 10 van de Rijksgroepsregeling Oorlogsslachtoffers 1940-1945 een wachttijd was vastgesteld, welke op de datum van het in werking treden van deze wet nog niet is verstreken, wordt geacht op de datum van zijn aanvraag om een periodieke uitkering ingevolge genoemde regeling, doch niet eerder dan op 1 juli 1981 een aanvraag ingevolge deze wet te hebben ingediend, waarop door de Raad ambtshalve wordt beslist.
Vervallen
### Artikel 72
Indien degene voor wie ingevolge artikel 10 van de Rijksgroepsregeling Oorlogsslachtoffers 1940-1945 een wachttijd was vastgesteld, welke op de datum tot welke deze wet terugwerkt nog niet was verstreken, een aanvraag om een periodieke uitkering heeft ingediend ingevolge genoemde regeling vóór genoemde datum, wordt bij de vaststelling van de inkomsten uit vermogen bedoeld in artikel 28, vierde lid, uitgegaan van het vermogen waarmee bij de vaststelling van de wachttijd was rekening gehouden, verminderd met het vermogen dat geacht kan worden reeds te zijn ingeteerd op die datum en vermeerderd met vermogensbestanddelen die de betrokkene en zijn echtgenoot zijn toegevallen na de datum waarop de wachttijd was vastgesteld.
Vervallen
### Artikel 73
**1.** Op de ten tijde van het in werking treden van deze wet bij burgemeester en wethouders van de gemeente, alwaar een aanvraag om een periodieke of bijzondere uitkering ingevolge de Rijksgroepsregeling Oorlogsslachtoffers 1940-1945 is ingediend dan wel aan welke de aanvraag is doorgezonden, in behandeling zijnde aanvragen en bezwaarschriften waarop nog niet is beslist, wordt een beslissing genomen door de Raad.
**2.** Voor zover de aanvragen en bezwaarschriften betrekking hebben op een periode liggende vóór de datum tot welke deze wet terugwerkt, wordt door de Raad met betrekking tot die periode een beslissing genomen op de voet van de bepalingen van de hoofdstukken I en II van de ingetrokken Rijksgroepsregeling Oorlogsslachtoffers 1940-1945.
Vervallen
### Artikel 74
@ -838,13 +832,11 @@ Vervallen
### Artikel 75
**1.** Met betrekking tot beslissingen op grond van de Rijksgroepsregeling Oorlogsslachtoffers 1940-1945, die op het tijdstip van het in werking treden van deze wet nog niet in kracht van gewijsde zijn gegaan, kan uiterlijk binnen een maand na bedoeld tijdstip een bezwaarschrift worden ingediend bij de Raad.
**2.** Het bepaalde in artikel 73, tweede lid, is van toepassing.
Vervallen
### Artikel 76
De in artikel 64 bedoelde uitbetaling aan de betrokken gemeente blijft achterwege in de gevallen waarin bijstand is verleend op grond van de Rijksgroepsregeling Oorlogsslachtoffers 1940-1945.
Vervallen
### Artikel 77