2015-01-01 | BWBR0025458 | Waterwet

This commit is contained in:
Coornhert 2015-01-01 12:00:00 +00:00
parent c8158ec53e
commit eca280526d

View file

@ -38,7 +38,7 @@ In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt, tenzij anders bepaald, ver
- *onttrekken van grondwater:* onttrekken van grondwater door middel van een onttrekkingsinrichting;
- *onttrekkingsinrichting:* inrichting of werk, bestemd voor het onttrekken van grondwater;
- *Onze Minister:* Onze Minister van Infrastructuur en Milieu;
- *Onze Ministers:* Onze Minister van Infrastructuur en Milieu tezamen met Onze Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie, ieder voor zover het aangelegenheden betreft die mede tot zijn verantwoordelijkheid behoren;
- *Onze Ministers:* Onze Minister van Infrastructuur en Milieu tezamen met Onze Minister van Economische Zaken, ieder voor zover het aangelegenheden betreft die mede tot zijn verantwoordelijkheid behoren;
- *openbaar vuilwaterriool:* voorziening voor de inzameling en het transport van stedelijk afvalwater, in beheer bij een gemeente of een rechtspersoon die door een gemeente met het beheer is belast;
- *oppervlaktewaterlichaam:* samenhangend geheel van vrij aan het aardoppervlak voorkomend water, met de daarin aanwezige stoffen, alsmede de bijbehorende bodem, oevers en, voor zover uitdrukkelijk aangewezen krachtens deze wet, drogere oevergebieden, alsmede flora en fauna;
- *primaire waterkering:* waterkering die beveiliging biedt tegen overstroming doordat deze behoort tot een dijkring ofwel vóór een dijkring is gelegen;
@ -193,7 +193,7 @@ Onverminderd artikel 2.12 kunnen bij of krachtens algemene maatregel van bestuur
### Artikel 3.2
**1.** Bij provinciale verordening worden voor de regionale wateren overheidslichamen aangewezen geheel of gedeeltelijk zijn belast met het beheer, met inachtneming van artikel 2, tweede lid, van de Waterschapswet.
**1.** Bij provinciale verordening worden voor de regionale wateren overheidslichamen aangewezen die geheel of gedeeltelijk zijn belast met het beheer, met inachtneming van artikel 2, tweede lid, van de Waterschapswet.
**2.** Voor zover bij provinciale verordening andere lichamen dan waterschappen worden belast met beheer, zijn de artikelen 4.6, 5.1, 7.2, 8.1 en 8.3 van deze wet niet van toepassing voor de betrokken beheerders en, indien het provincies en gemeenten betreft, evenmin artikel 5.29, behoudens voor zover dat artikel bij of krachtens die verordening van toepassing wordt verklaard voor daarbij aan te wijzen waterstaatswerken, in verband met de bijzondere betekenis van die waterstaatswerken.
@ -518,7 +518,7 @@ De beheerder neemt, met inachtneming van de bij of krachtens hoofdstuk 2 gesteld
### Artikel 5.5
Deze paragraaf is van toepassing op projectplannen tot aanleg of wijziging van primaire waterkeringen en, in de gevallen bij of krachtens provinciale verordening bepaald, op projectplannen van besturen van waterschappen voor de aanleg of wijziging van andere waterkeringen dan primaire waterkeringen en op andere waterstaatswerken van bovenlokale betekenis die met spoed en op gecoördineerde wijze tot stand moeten worden gebracht.
Deze paragraaf is van toepassing op projectplannen tot aanleg, verlegging of versterking van primaire waterkeringen en, in de gevallen bij of krachtens provinciale verordening bepaald, op projectplannen van besturen van waterschappen voor de aanleg of wijziging van andere waterkeringen dan primaire waterkeringen en op andere waterstaatswerken van bovenlokale betekenis die met spoed en op gecoördineerde wijze tot stand moeten worden gebracht.
### Artikel 5.6
@ -526,7 +526,7 @@ Deze paragraaf is van toepassing op projectplannen tot aanleg of wijziging van p
**2.** De terinzagelegging, bedoeld in artikel 3:11 van de Algemene wet bestuursrecht, geschiedt tevens ten kantore van de betrokken bestuursorganen. Zienswijzen kunnen naar voren worden gebracht door een ieder.
**3.** De beheerder stelt een projectplan tot aanleg of wijziging van een primaire waterkering vast binnen twaalf weken nadat de termijn voor het naar voren brengen van zienswijzen is verstreken. Na vaststelling zendt hij het plan onverwijld aan gedeputeerde staten.
**3.** De beheerder stelt een projectplan tot aanleg, verlegging of versterking van een primaire waterkering vast binnen twaalf weken nadat de termijn voor het naar voren brengen van zienswijzen is verstreken. Na vaststelling zendt hij het plan onverwijld aan gedeputeerde staten.
### Artikel 5.7
@ -534,7 +534,7 @@ Deze paragraaf is van toepassing op projectplannen tot aanleg of wijziging van p
**2.** Indien het een waterstaatswerk betreft dat in meer dan één provincie is gelegen, kunnen gedeputeerde staten van de desbetreffende provincies bij overeenstemmende besluiten bepalen dat gedeputeerde staten van de provincie waarin het waterstaatswerk in hoofdzaak is gelegen, belast zijn met de goedkeuring van het projectplan.
**3.** In afwijking van artikel 10:31, tweede en derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht kan het nemen van een besluit omtrent de goedkeuring van een projectplan tot aanleg of wijziging van een primaire waterkering niet worden verdaagd.
**3.** In afwijking van artikel 10:31, tweede en derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht kan het nemen van een besluit omtrent de goedkeuring van een projectplan tot aanleg, verlegging of versterking van een primaire waterkering niet worden verdaagd.
### Artikel 5.8
@ -575,7 +575,7 @@ De in artikel 5.8, eerste lid, bedoelde besluiten worden, voor zover zij gecoör
### Artikel 5.13
**2.** Tegen een besluit als bedoeld in artikel 5.7, eerste lid, kan geen beroep bij de bestuursrechter worden ingesteld door een belanghebbende aan wie redelijkerwijze kan worden verweten dat hij geen zienswijzen als bedoeld in artikel 3:15 van de Algemene wet bestuursrecht naar voren heeft gebracht tegen het ontwerp van het projectplan waarop de goedkeuring betrekking heeft.
**1.** Tegen een besluit als bedoeld in artikel 5.7, eerste lid, kan geen beroep bij de bestuursrechter worden ingesteld door een belanghebbende aan wie redelijkerwijze kan worden verweten dat hij geen zienswijzen als bedoeld in artikel 3:15 van de Algemene wet bestuursrecht naar voren heeft gebracht tegen het ontwerp van het projectplan waarop de goedkeuring betrekking heeft.
**2.**
@ -632,7 +632,9 @@ Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald in welke geva
**1.** De met de inspectie van watersystemen of onderdelen daarvan belaste personen, werkzaam onder verantwoordelijkheid van de beheerder, zijn bevoegd, met medeneming van de benodigde apparatuur, elke plaats te betreden met uitzondering van woningen zonder toestemming van de bewoner.
**2.** De artikelen 5:13, 5:15, tweede en derde lid, 5:16 en 5:20 van de Algemene wet bestuursrecht zijn van overeenkomstige toepassing.
**2.** Onze Minister of het bestuur van een waterschap is bevoegd tot het geven van een machtiging als bedoeld in artikel 3, tweede lid, van de Algemene wet op het binnentreden, tot het zonder toestemming van de bewoner binnentreden in een woning door een of meer daartoe bij besluit van Onze Minister of dat bestuur aangewezen personen, voor zover die woning deel uitmaakt van een waterstaatswerk of daarmee rechtstreeks in verbinding staat.
**3.** De artikelen 5:13, 5:15, tweede en derde lid, 5:16 en 5:20 van de Algemene wet bestuursrecht zijn van overeenkomstige toepassing.
### Artikel 5.21
@ -964,7 +966,12 @@ c. 2.25, eerste lid, 2.30, 2.31, eerste lid, aanhef en onder b, 2.33, eerste lid
### Artikel 6.27
**1.** Een aanvraag tot verlening of wijziging van een vergunning voor het lozen vanuit een inrichting waartoe een IPPC-installatie als bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht behoort, of vanuit een inrichting als bedoeld in artikel 15, onder b, van de Kernenergiewet, wordt gelijktijdig ingediend met een aanvraag tot verlening of wijziging van een omgevingsvergunning voor een activiteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder e, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht of een vergunning krachtens de Kernenergiewet.
**1.**
Een aanvraag tot verlening of wijziging van een watervergunning, met uitzondering van een krachtens artikel 6.5, aanhef en onder c, of op grond van een verordening als bedoeld in artikel 6.13 vereiste vergunning voor het gebruik van een waterstaatswerk of een bijbehorende beschermingszone, die betrekking heeft op:
a. een inrichting waartoe een IPPC-installatie als bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht behoort, of
b. een inrichting als bedoeld in artikel 15, onder b, van de Kernenergiewet, wordt gelijktijdig ingediend met een aanvraag tot verlening of wijziging van een omgevingsvergunning voor een activiteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder e, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht of een vergunning krachtens de Kernenergiewet.
**2.** De beslissing op een in het eerste lid bedoelde aanvraag om een watervergunning wordt overeenkomstig hoofdstuk 14 van de Wet milieubeheer gecoördineerd voorbereid met de beslissing op de betrokken aanvraag krachtens de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht of de Kernenergiewet. Daarbij worden in ieder geval de in artikel 14.3, tweede lid, van de Wet milieubeheer genoemde handelingen gelijktijdig verricht.
@ -980,7 +987,7 @@ c. 2.25, eerste lid, 2.30, 2.31, eerste lid, aanhef en onder b, 2.33, eerste lid
**8.** Wordt in een geval als bedoeld in artikel 3.16 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, dan wel in de Kernenergiewet juncto dat artikel, beroep ingesteld tegen een beschikking inzake een vergunning krachtens een van die wetten, dan kan de uitspraak in beroep ook betrekking hebben op een daarmee samenhangende, inzake een watervergunning gegeven beschikking.
**9.** Dit artikel is niet van toepassing indien op de voorbereiding van de vergunning voor het lozen van stoffen, de omgevingsvergunning voor een activiteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder e, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht of de vergunning krachtens de Kernenergiewetafdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing is.
**9.** Dit artikel is niet van toepassing indien op de voorbereiding van de in het eerste lid bedoelde watervergunning, de omgevingsvergunning voor een activiteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder e, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht of de vergunning krachtens de Kernenergiewetafdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing is.
### Artikel 6.28
@ -1251,8 +1258,9 @@ Afdeling 6.1 van de Wet ruimtelijke ordening blijft buiten toepassing, voor zove
Het deltafonds heeft ten doel de financiering en bekostiging van:
a. maatregelen en voorzieningen in verband met de opgaven op het gebied van waterveiligheid en zoetwatervoorziening, bedoeld in artikel 4.9, tweede lid;
b. het inwinnen, bewerken en verspreiden van met onderdeel a samenhangende gegevens en het verrichten van met onderdeel a samenhangende onderzoeken.
a. maatregelen en voorzieningen ter voorkoming en waar nodig beperking van overstromingen, wateroverlast en waterschaarste;
b. maatregelen en voorzieningen ter bescherming of verbetering van de chemische of ecologische kwaliteit van watersystemen;
c. het inwinnen, bewerken en verspreiden van met de onderdelen a en b samenhangende gegevens en het verrichten van met de onderdelen a en b samenhangende onderzoeken.
### Artikel 7.22b
@ -1277,26 +1285,26 @@ d. andere ontvangsten in het kader van het bereiken van de doelen van het deltaf
**1.**
Ten laste van het deltafonds komen in verband met de opgaven, bedoeld in artikel 4.9, tweede lid, de uitgaven ten behoeve van:
Ten laste van het deltafonds komen de uitgaven ten behoeve van:
a. aanleg, verbetering, beheer, onderhoud en bediening van waterstaatswerken die bij het Rijk in beheer zijn of zullen zijn, ter voorkoming en waar nodig beperking van overstromingen en waterschaarste;
b. maatregelen en voorzieningen ter bescherming of verbetering van de chemische of ecologische kwaliteit van watersystemen, voor zover deze onderdeel uitmaken van de opgaven, bedoeld in artikel 4.9, tweede lid, onderdeel a, en;
b. maatregelen en voorzieningen ter bescherming of verbetering van de chemische of ecologische kwaliteit van watersystemen;
c. het inwinnen, bewerken en verspreiden van met de onderdelen a en b samenhangende gegevens;
d. met de onderdelen a en b samenhangende onderzoeken.
**2.**
Onze Minister kan in verband met de opgaven, bedoeld in artikel 4.9, tweede lid, uit het deltafonds subsidies vertrekken ten behoeve van:
Onze Minister kan uit het deltafonds subsidies vertrekken ten behoeve van:
a. aanleg, verbetering, beheer, onderhoud en bediening van waterstaatswerken die niet bij het Rijk in beheer zijn of zullen zijn, ter voorkoming en waar nodig beperking van overstromingen en waterschaarste;
b. maatregelen en voorzieningen ter bescherming of verbetering van de chemische of ecologische kwaliteit van watersystemen, voor zover deze onderdeel uitmaken van de opgaven, bedoeld in artikel 4.9, tweede lid, onderdeel a;
b. maatregelen en voorzieningen ter bescherming of verbetering van de chemische of ecologische kwaliteit van watersystemen;
c. met de onderdelen a en b samenhangende onderzoeken.
**3.** Op subsidies die ten laste komen van het deltafonds zijn de artikelen 3 tot en met 6 van de Kaderwet subsidies Verkeer en Waterstaat van toepassing.
**4.** Subsidies als bedoeld in het tweede lid die worden verleend ten laste van een begroting die nog niet is vastgesteld, worden verleend onder de voorwaarde, bedoeld in artikel 4:34, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht.
**5.** Ten laste van het deltafonds kunnen eveneens uitgaven worden gebracht ten behoeve van maatregelen en voorzieningen als bedoeld in artikel 7.22a, tweede lid, onderdeel a, alsmede ten behoeve van het inwinnen, verspreiden en bewerken van gegevens en het doen van onderzoek als bedoeld in artikel 7.22a, tweede lid, onderdeel b, met betrekking tot buiten het Nederlandse grondgebied gelegen delen van de stroomgebieddistricten Eems, Maas, Rijn en Schelde.
**5.** Ten laste van het deltafonds kunnen eveneens uitgaven worden gebracht ten behoeve van maatregelen en voorzieningen als bedoeld in artikel 7.22a, tweede lid, onderdelen a en b, alsmede ten behoeve van het inwinnen, verspreiden en bewerken van gegevens en het doen van onderzoek als bedoeld in artikel 7.22a, tweede lid, onderdeel c, met betrekking tot buiten het Nederlandse grondgebied gelegen delen van de stroomgebieddistricten Eems, Maas, Rijn en Schelde.
**6.** Ten laste van het deltafonds komen tevens uitgaven ten behoeve van het bureau ter ondersteuning van de werkzaamheden van de deltacommissaris, de huisvestingskosten van het bureau en verdere aan de taakvervulling van de deltacommissaris verbonden uitgaven.