2025-01-01 | BWBR0002667 | Besluit kerninstallaties, splijtstoffen en ertsen

This commit is contained in:
Coornhert 2025-01-01 12:00:00 +00:00
parent 20e7d4553f
commit ee438b7157

View file

@ -3,7 +3,7 @@ titel: Besluit kerninstallaties, splijtstoffen en ertsen
bwb_id: BWBR0002667
type: AMvB
status: geldend
datum_inwerkingtreding: '2013-06-25'
datum_inwerkingtreding: '2025-01-01'
bron: https://wetten.overheid.nl/BWBR0002667
citeertitel: Besluit kerninstallaties, splijtstoffen en ertsen
---
@ -27,6 +27,12 @@ splijtstof of erts;
- *buiten-ontwerpongeval:*
ongeval waarvan de kans dat het zich voordoet geringer is dan elk van de gepostuleerde begin-gebeurtenissen en waarbij niet is uit te sluiten dat door het vrijkomen van splijtstoffen of radioactieve stoffen de bij artikel 18 vastgestelde limietwaarden voor de gepostuleerde begin-gebeurtenissen worden overschreden;
- *categorie I-, II- of III-materiaal:*
met het oog op beveiliging op grond van artikel 22, zevende of achtste lid, als categorie I-, II- of III- materiaal aangewezen splijtstoffen of ertsen als genoemd in bijlage 1;
- *compenserende maatregelen:*
maatregelen van tijdelijke aard die het niet-beschikbaar zijn van structurele maatregelen volledig compenseren;
- *gehalte:*
massagehalte van de elementen uranium, thorium en plutonium in splijtstoffen;
@ -57,6 +63,9 @@ door een chemisch scheidingsproces verkregen uranium waarin de uraniumisotopen z
- *nucleaire drukapparatuur:*
speciaal voor nucleair gebruik in inrichtingen als bedoeld in artikel 15, onder b, van de wet ontworpen drukapparatuur die bij defecten de verspreiding van radioactiviteit kan veroorzaken, met uitzondering van splijtstofstaven en opslag- en transportverpakkingen;
- *Nuclear Security Recommendations on Physical Protection of Nuclear Material and Nuclear Facilities:*
Nuclear Security Recommendations on Physical Protection of Nuclear Material and Nuclear Facilities (INFCIRC/225/revision 5, Nuclear Security Series-13, http://www.pub.iaea.org/MTCD/publications/PDF/Pub1481_web.pdf), International Atomic Energy Agency, Vienna, 2011, of een bij verordening van de Autoriteit aangewezen revisie daarvan, met de ingangsdatum;
- *ondernemer:*
natuurlijke persoon, rechtspersoon of bestuursorgaan onder wiens verantwoordelijkheid een handeling wordt verricht of maatregel wordt uitgevoerd;
@ -68,7 +77,7 @@ plan met een beschrijving van de wijze waarop een inrichting als bedoeld in arti
Onze Minister van Infrastructuur en Milieu;
- *referentiedreiging:*
lange termijnanalyse van dreigingen van diefstal van de in de bijlage genoemde splijtstoffen en ertsen dan wel van sabotage van die splijtstoffen of ertsen, of van inrichtingen als bedoeld in artikel 15, onder b, van de wet;
langetermijnanalyse van dreigingen van diefstal of sabotage van de in bijlage 1 genoemde splijtstoffen of ertsen, of sabotage van inrichtingen als bedoeld in artikel 15, onder b, van de wet, met inbegrip van de op die splijtstoffen of ertsen dan wel inrichtingen betrekking hebbende informatie en processen;
- *schade:*
nadelige gevolgen van ioniserende straling voor mensen, dieren, planten en goederen;
@ -155,7 +164,7 @@ b. een opgave van het doel, waarvoor de aanvrager de splijtstoffen voorhanden we
c. een opgave en beschrijving van de plaats, waar de splijtstoffen voorhanden worden gehouden, dan wel, indien ten aanzien van de inrichting of uitrusting, waarin de splijtstoffen voorhanden worden gehouden, een vergunning als bedoeld in artikel 15, onder b of c, van de wet is vereist, een opgave van die inrichting of uitrusting, onder verwijzing naar de ten aanzien daarvan verleende vergunning, dan wel naar de aanvraag om een zodanige vergunning;
d. een beschrijving van de maatregelen die door of vanwege de aanvrager zullen worden getroffen ter voorkoming van schade;
e. een risicoanalyse van de schade van het voorhanden hebben van de onder a bedoelde splijtstoffen buiten de onder c bedoelde plaats, inrichting of uitrusting;
f. een opgave van alle handelingen en met splijtstoffen, ertsen, radioactieve stoffen en toestellen binnen de locatie die kennisgevingsplichtig, registratieplichtig of vergunningplichtig zijn krachtens dit besluit, het Besluit basisveiligheidsnormen stralingsbescherming of het Besluit vervoer splijtstoffen, ertsen en radioactieve stoffen.
f. een opgave van alle handelingen met splijtstoffen, ertsen, radioactieve stoffen en toestellen binnen de locatie die kennisgevingsplichtig, registratieplichtig of vergunningplichtig zijn krachtens dit besluit, het Besluit basisveiligheidsnormen stralingsbescherming of het Besluit vervoer splijtstoffen, ertsen en radioactieve stoffen.
**2.** Indien de aanvraag betrekking heeft op een ingekapselde bron, bevat zij voorts een opgave van de chemische en fysische toestand en vorm waardoor deze splijtstoffen een ingekapselde bron vormen alsmede een aanduiding van de constructie en de kwaliteit van de bron.
@ -168,7 +177,7 @@ b. een opgave van het doel, waarvoor de aanvrager de ertsen voorhanden wenst te
c. een opgave en beschrijving van de plaats, waar de ertsen voorhanden zullen worden gehouden;
d. een beschrijving van de maatregelen, die door of vanwege de aanvrager zullen worden getroffen ter voorkoming van schade;
e. een risicoanalyse van de schade van het voorhanden hebben van ertsen buiten de onder c bedoelde plaats;
f. een opgave van alle handelingen en met splijtstoffen, ertsen, radioactieve stoffen en toestellen binnen de locatie die kennisgevingsplichtig, registratieplichtig of vergunningplichtig zijn krachtens dit besluit, het Besluit basisveiligheidsnormen stralingsbescherming of het Besluit vervoer splijtstoffen, ertsen en radioactieve stoffen.
f. een opgave van alle handelingen met splijtstoffen, ertsen, radioactieve stoffen en toestellen binnen de locatie die kennisgevingsplichtig, registratieplichtig of vergunningplichtig zijn krachtens dit besluit, het Besluit basisveiligheidsnormen stralingsbescherming of het Besluit vervoer splijtstoffen, ertsen en radioactieve stoffen.
**4.**
@ -187,7 +196,7 @@ a. een opgave van de hoeveelheden, de chemische en fysische toestand, de vorm, h
b. een opgave en beschrijving van de plaats, waar en de wijze, waarop de aanvrager zich van de splijtstoffen wenst te ontdoen;
c. een beschrijving van de maatregelen, welke door of vanwege de aanvrager zullen worden getroffen ter voorkoming van schade;
d. een risicoanalyse van de schade buiten de onder b bedoelde plaats als gevolg van de handeling waarvoor vergunning wordt gevraagd;
e. een opgave van alle handelingen en met splijtstoffen, ertsen, radioactieve stoffen en toestellen binnen de locatie die kennisgevingsplichtig, registratieplichtig of vergunningplichtig zijn krachtens dit besluit, het Besluit basisveiligheidsnormen stralingsbescherming of het Besluit vervoer splijtstoffen, ertsen en radioactieve stoffen.
e. een opgave van alle handelingen met splijtstoffen, ertsen, radioactieve stoffen en toestellen binnen de locatie die kennisgevingsplichtig, registratieplichtig of vergunningplichtig zijn krachtens dit besluit, het Besluit basisveiligheidsnormen stralingsbescherming of het Besluit vervoer splijtstoffen, ertsen en radioactieve stoffen.
**2.**
@ -197,7 +206,7 @@ a. een opgave van de aard, de hoeveelheid en het gemiddelde uranium- of thoriumg
b. een opgave en beschrijving van de plaats, waar en de wijze, waarop de aanvrager zich van de ertsen wenst te ontdoen;
c. een beschrijving van de maatregelen, welke door of vanwege de aanvrager zullen worden getroffen ter voorkoming van schade;
d. een risicoanalyse van de schade buiten de onder b bedoelde plaats als gevolg van de handeling waarvoor vergunning wordt gevraagd;
e. een opgave van alle handelingen en met splijtstoffen, ertsen, radioactieve stoffen en toestellen binnen de locatie die kennisgevingsplichtig, registratieplichtig of vergunningplichtig zijn krachtens dit besluit, het Besluit basisveiligheidsnormen stralingsbescherming of het Besluit vervoer splijtstoffen, ertsen en radioactieve stoffen.
e. een opgave van alle handelingen met splijtstoffen, ertsen, radioactieve stoffen en toestellen binnen de locatie die kennisgevingsplichtig, registratieplichtig of vergunningplichtig zijn krachtens dit besluit, het Besluit basisveiligheidsnormen stralingsbescherming of het Besluit vervoer splijtstoffen, ertsen en radioactieve stoffen.
### Paragraaf 3. Aanvragen om een vergunning ten aanzien van een inrichting als bedoeld in artikel 15, onder b, van de wet
@ -332,8 +341,17 @@ Vervallen
Bij de voorbereiding van beschikkingen met betrekking waartoe op grond van artikel 17 of 20, eerste lid, van de wet afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing is, worden  anders dan als adviseurs  betrokken:
a. in gevallen waarin de beschikking een inrichting als bedoeld in artikel 6, 7 of 8 betreft: het college van gedeputeerde staten van de provincie en het college van burgemeester en wethouders van de gemeente waar de inrichting geheel of in hoofdzaak is of zal zijn gelegen, de colleges van gedeputeerde staten van de provincies en de colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten welker gebied is gelegen op minder dan tien kilometer van de plaats waar de inrichting gelegen is of zal zijn, alsmede de bestuursorganen die belast zijn met het waterkwaliteitsbeheer van oppervlaktewaterlichamen als bedoeld in de bijlage bij de Omgevingswet die gelegen zijn op minder dan tien kilometer van de plaats waar de inrichting gelegen is of zal zijn;
b. in gevallen waarin de beschikking een inrichting als bedoeld in artikel 9 betreft: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente of gemeenten, waar de inrichting gelegen is of zal zijn.
a. in gevallen waarin de beschikking een inrichting als bedoeld in artikel 6 betreft, voor zover die inrichting is bestemd voor de productie van elektriciteit:
1°. het college van gedeputeerde staten van de provincie, het bestuur van de veiligheidsregio en het college van burgemeester en wethouders van de gemeente waar de inrichting geheel of in hoofdzaak is of zal zijn gelegen;
2°. de colleges van gedeputeerde staten van de provincies, de besturen van de veiligheidsregios en de colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten waarvan het gebied is gelegen op minder dan twintig kilometer van de plaats waar de inrichting gelegen is of zal zijn, en
3°. de bestuursorganen die belast zijn met het waterkwaliteitsbeheer van een oppervlaktewaterlichaam als bedoeld in de bijlage bij de Omgevingswet dat gelegen is op minder dan twintig kilometer van de plaats waar de inrichting gelegen is of zal zijn;
b. in gevallen waarin de beschikking een inrichting betreft als bedoeld in artikel 6, voor zover die inrichting niet is bestemd voor de productie van elektriciteit, of als bedoeld in artikel 7 of 8:
1°. het college van gedeputeerde staten van de provincie, het bestuur van de veiligheidsregio en het college van burgemeester en wethouders van de gemeente waar de inrichting geheel of in hoofdzaak is of zal zijn gelegen;
2°. de colleges van gedeputeerde staten van de provincies, de besturen van de veiligheidsregios en de colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten waarvan het gebied is gelegen op minder dan tien kilometer van de plaats waar de inrichting gelegen is of zal zijn, en
3°. de bestuursorganen die belast zijn met het waterkwaliteitsbeheer van een oppervlaktewaterlichaam als bedoeld in de bijlage bij de Omgevingswet dat gelegen is op minder dan tien kilometer van de plaats waar de inrichting gelegen is of zal zijn;
c. in gevallen waarin de beschikking een inrichting als bedoeld in artikel 9 betreft: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente of gemeenten, waar de inrichting gelegen is of zal zijn.
### Paragraaf 2. Beschikkingen op de voorbereiding waarvan
@ -384,6 +402,8 @@ b. een kans van 10^5 per jaar dat buiten de desbetreffende inrichting een gro
## Hoofdstuk IIIa. Algemene regels
### Paragraaf 1. Algemene bepalingen
### Artikel 19
**1.** Het bepaalde bij of krachtens de in het tweede lid genoemde hoofdstukken, paragrafen en artikelen van het Besluit basisveiligheidsnormen stralingsbescherming is van overeenkomstige toepassing.
@ -408,27 +428,192 @@ k. artikel 14.1, met dien verstande dat in plaats van «die van dit besluit afwi
Onze Minister en Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid kunnen ten aanzien van inrichtingen als bedoeld in artikel 15, onder b, van de wet regels stellen waaraan het ontwerp en de bedrijfsvoering in verband met de voorkoming van schade moeten voldoen.
### Paragraaf 2. Nucleaire drukapparatuur
### Artikel 21
**1.** Het is verboden in een inrichting als bedoeld in artikel 15, onder b, van de wet, nucleaire drukapparatuur te gebruiken, die niet is goedgekeurd aan de hand van door de Autoriteit daartoe in het belang van de veilige werking van zodanige apparatuur vastgestelde voorschriften.
**1.** Het is verboden in een inrichting als bedoeld in artikel 15, onder b, van de wet, nucleaire drukapparatuur te gebruiken die niet is goedgekeurd door een daartoe door de Autoriteit aangewezen instelling.
**2.** Onze Minister kan bij ministeriële regeling bepalen dat het in het eerste lid gestelde verbod mede geldt voor gebruik in een inrichting als bedoeld in artikel 15, onder b, van de wet, van bij of krachtens die regeling aangewezen andere drukapparatuur die bij defecten de verspreiding van radioactiviteit kan veroorzaken.
**2.** De Autoriteit stelt in het belang van de veilige werking van nucleaire drukapparatuur in een inrichting als bedoeld in artikel 15, onder b, van de wet, bij verordening de voorschriften vast waaraan die apparatuur moet voldoen.
**3.** Goedkeuring van nucleaire drukapparatuur, die voor het in werking treden van dit artikel is verleend aan de hand van een keuring overeenkomstig het Stoombesluit, wordt gelijkgesteld met goedkeuring, verleend na een keuring aan de hand van de krachtens het eerste lid vastgestelde voorschriften.
**3.** De Autoriteit stelt bij verordening regels met betrekking tot het aanwijzen van de in het eerste lid bedoelde instellingen, de eisen waar deze instellingen aan moeten voldoen met het oog op de aanwijzing en de duur van de aanwijzing.
**4.** Met de keuring zijn belast de door de Autoriteit aangewezen instellingen.
**4.**
**5.** De Autoriteit stelt bij verordening regels met betrekking tot het aanwijzen van instellingen.
De houder van een vergunning voor een inrichting als bedoeld in artikel 15, onder b, van de wet:
**6.** De Autoriteit kan bij verordening regels stellen met betrekking tot de wijze waarop de keuringen worden verricht.
a. laat voor de ingebruikneming van de nucleaire drukapparatuur in die inrichting verrichten:
1°. een beoordeling van het ontwerp van de nucleaire drukapparatuur;
2°. een keuring van de fabricage van de nucleaire drukapparatuur;
3°. een keuring voor de ingebruikneming van de nucleaire drukapparatuur;
b. laat nucleaire drukapparatuur gedurende het gebruik keuren overeenkomstig een door de Autoriteit goedgekeurd keuringsprogramma.
**5.** De Autoriteit stelt bij verordening regels vast met betrekking tot de wijze waarop de beoordelingen en keuringen, bedoeld in het vierde lid, worden verricht en goedkeuringen worden verleend.
**6.** Bij regeling van Onze Minister kan worden bepaald dat het in het eerste lid gestelde verbod mede geldt voor gebruik in een inrichting als bedoeld in artikel 15, onder b, van de wet, van bij of krachtens die regeling aangewezen andere drukapparatuur die bij defecten de verspreiding van radioactiviteit kan veroorzaken. Het tweede tot en met achtste lid zijn van overeenkomstige toepassing voor zover dat bij of krachtens die regeling is bepaald.
**7.** De houder van een vergunning voor een inrichting als bedoeld in artikel 15, onder b, van de wet houdt met betrekking tot nucleaire drukapparatuur, die in zijn inrichting wordt of is geïnstalleerd, een administratie bij volgens bij verordening van de Autoriteit te stellen regels.
**8.** Goedkeuring van nucleaire drukapparatuur, die voor het in werking treden van dit artikel is verleend aan de hand van een keuring overeenkomstig het Stoombesluit, wordt gelijkgesteld met goedkeuring, verleend na een keuring overeenkomstig de krachtens het tweede lid bij verordening vastgestelde voorschriften.
### Paragraaf 3. De beveiliging van het voorhanden hebben en het zich ontdoen van splijtstoffen of ertsen en de beveiliging van inrichtingen als bedoeld in
### Artikel 22
**1.** Een referentiedreiging of wijziging daarvan wordt door Onze Minister vastgesteld.
**2.** Een referentiedreiging wordt na vaststelling medegedeeld aan de houders van een vergunning van een inrichting als bedoeld in artikel 15, onder b, van de wet.
**2.** Een referentiedreiging wordt na vaststelling medegedeeld aan de houders van een vergunning voor een inrichting als bedoeld in artikel 15, onder b, van de wet.
**3.** De Autoriteit kan bij verordening regels stellen ten aanzien van de beveiliging van het voorhanden hebben en het zich ontdoen van de in de bijlage bij dit besluit genoemde splijtstoffen en ertsen en ten aanzien van de beveiliging van inrichtingen als bedoeld in artikel 15, onder b, van de wet.
**3.**
De houder van een vergunning voor een inrichting als bedoeld in artikel 15, onder b, van de wet:
a. treft de beveiligingsmaatregelen die redelijkerwijs nodig zijn om de inrichting of de in bijlage 1 genoemde splijtstoffen of ertsen, die krachtens het zevende of achtste lid zijn aangewezen als categorie I-, II- of III-materiaal, te beveiligen tegen de dreigingen zoals omschreven in de referentiedreiging. Daarbij handelt de vergunninghouder overeenkomstig het goedgekeurde beveiligingspakket, bedoeld in artikel 22a;
b. treft in ieder geval de beveiligingsmaatregelen die nodig zijn om te voorkomen dat de in bijlage 2 genoemde maximale waarde voor de hoeveelheid radioactiviteit geëmitteerd naar de lucht, bepaald overeenkomstig die bijlage, of de maximale waarden voor de effectieve dosis ontvangen door een lid van de bevolking of een werknemer als bedoeld in artikel 1.2 juncto bijlage 1 van het Besluit basisveiligheidsnormen stralingsbescherming, bepaald overeenkomstig bijlage 2 van dit besluit, worden overschreden.
**4.**
De houder van een vergunning voor een inrichting als bedoeld in artikel 15, onder b, van de wet, stemt de combinatie en het niveau van de beveiligingsmaatregelen af op:
1°. de aard van het materiaal, bedoeld in het derde lid, onder a, en de inrichting, en
2°. de omvang van de mogelijke gevolgen door blootstelling aan straling van mensen, dieren, planten en goederen in het geval van diefstal of sabotage van categorie I-, II- of III-materiaal of sabotage van de inrichting.
**5.** De beveiligingsmaatregelen en nucleaire veiligheidsmaatregelen worden door de houder van een vergunning voor een inrichting als bedoeld in artikel 15, onder b, van de wet, zodanig ontworpen en uitgevoerd dat deze elkaar complementeren en niet belemmeren. Hij treft zodanige maatregelen dat het ontstaan van mogelijke conflicten tussen de beveiligingsmaatregelen en nucleaire veiligheidsmaatregelen zoveel mogelijk wordt tegengegaan of, waar deze conflicten zich toch zouden voordoen, deze zo spoedig mogelijk worden opgeheven.
**6.** De houder van een vergunning als bedoeld in artikel 15, onder b, van de wet, treft de organisatorische, bouwkundige, elektronische en informatiebeveiligingsmaatregelen die in samenhang ten minste weerstand bieden tegen de dreigingen uit de referentiedreiging en die zorgdragen voor een tijdige respons.
**7.** Bij verordening van de Autoriteit worden met het oog op de te treffen beveiligingsmaatregelen de in bijlage 1 genoemde splijtstoffen of ertsen aangewezen als categorie I-, II- of III-materiaal, overeenkomstig de Table of Categorization of nuclear material behorend bij de Nuclear Security Recommendations on Physical Protection of Nuclear Material and Nuclear Facilities.
**8.** De Autoriteit kan, in afwijking van de aanwijzing, bedoeld in het zevende lid, overeenkomstig de afwijkingsmogelijkheden zoals opgenomen in de Table of Categorization of nuclear material, bij verordening of besluit het daarbij aangewezen materiaal indelen in een andere categorie.
**9.** Bij verordening van de Autoriteit worden nadere regels gesteld met betrekking tot de uitvoering van het derde tot en met zesde lid.
### Artikel 22a
**1.**
De houder van een vergunning voor een inrichting als bedoeld in artikel 15, onder b, van de wet, beschikt over een overeenkomstig artikel 22b goedgekeurd beveiligingspakket met een beschrijving van de wijze waarop de inrichting of het categorie I-, II- en III-materiaal wordt beveiligd. Het beveiligingspakket bevat ten minste:
a. de aanwijzing van een beveiligingsdeskundige en diens plaatsvervanger die belast zijn met de uitvoering en naleving van de beveiligingsmaatregelen en die voldoen aan bij verordening van de Autoriteit gestelde opleidingseisen;
b. de aanwijzing van vertrouwensfuncties als bedoeld in artikel 1 van de Wet veiligheidsonderzoeken;
c. een plan interne beveiligingsorganisatie dat ten minste een omschrijving bevat van de interne beveiligingsorganisatie en de daarmee verband houdende verantwoordelijkheden, taken en bevoegdheden, de getroffen beveiligingsmaatregelen voor daarbij genoemde gebeurtenissen en situaties, de aansluiting op een plan externe beveiligingsorganisatie en de eisen aan het management of managementsysteem;
d. een omschrijving van de getroffen en te nemen beveiligingsmaatregelen;
e. de aanwijzing van een alarmcentrale die de elektronische signaleringen ontvangt en beoordeelt en indien nodig assistentie vraagt aan de externe beveiligingsorganisatie, en de beveiliging daarvan;
f. de aanwijzing van een bedrijfsbeveiligingsdienst;
g. een evaluatieprogramma bestaande uit testen, controles, audits en oefeningen om de doeltreffendheid van de beveiligingsmaatregelen te kunnen beoordelen;
h. een procedure voor de registratie van personen die toegang hebben of kunnen verlenen tot een daarbij aangewezen gebied.
**2.** Tot de plannen en maatregelen, bedoeld in het eerste lid, behoort per onderdeel een tijdstip waarop zij zijn uitgevoerd, met een daarop gericht plan van aanpak.
**3.**
De houder van een vergunning voor een inrichting als bedoeld in artikel 15, onder b, van de wet:
a. treft de beveiligingsmaatregelen die redelijkerwijs nodig zijn om de alarmcentrale, bedoeld in het eerste lid, onderdeel e, te beveiligen tegen de dreigingen zoals omschreven in de referentiedreiging, bedoeld in artikel 22, eerste lid;
b. verdeelt bij het treffen van de beveiligingsmaatregelen het terrein waarop de inrichting en de daarbij behorende gebouwen zich bevinden, voor zover van toepassing, in een observatiegebied, een beveiligd gebied en een vitaal gebied met een omschrijving van de wijze van beveiliging van deze gebieden en treft beveiligingsmaatregelen voor deze gebieden en de gebouwen daarbinnen.
**4.** Bij verordening van de Autoriteit worden nadere regels gesteld met betrekking tot het beveiligingspakket en de daarin opgenomen of op te nemen beveiligingsmaatregelen en het plan interne beveiligingsorganisatie.
### Artikel 22b
**1.** Het beveiligingspakket, bedoeld in artikel 22a, eerste lid, en wijzigingen daarvan die een negatief effect hebben of kunnen hebben op het niveau van de beveiliging, behoeven goedkeuring van de Autoriteit.
**2.** Goedkeuring wordt in ieder geval geweigerd indien het beveiligingspakket niet voldoet aan de eisen die daaraan bij of krachtens dit besluit zijn gesteld.
**3.** De Autoriteit kan aan de goedkeuring voorschriften verbinden.
**4.** De Autoriteit kan de goedkeuring intrekken of de daaraan verbonden voorschriften intrekken of wijzigen, indien het beveiligingspakket niet meer voldoet aan de eisen die daaraan bij of krachtens dit besluit zijn gesteld.
**5.** Goedgekeurde wijzigingen worden geregistreerd en opgenomen in het beveiligingspakket.
**6.** Indien een aanvraag om goedkeuring betrekking heeft op een wijziging van het beveiligingspakket en voorafgaand aan die aanvraag reeds meerdere wijzigingen van dat pakket zijn goedgekeurd, kan de Autoriteit bepalen dat in plaats van die aanvraag een aanvraag om goedkeuring van een daarbij te overleggen, volledig herzien beveiligingspakket wordt ingediend.
### Artikel 22c
**1.** De houder van een vergunning voor een inrichting als bedoeld in artikel 15, onder b, van de wet, wijzigt het beveiligingspakket, bedoeld in artikel 22a, nadat de referentiedreiging is gewijzigd, of wanneer de Autoriteit dit nodig acht en dit schriftelijk heeft medegedeeld aan de vergunninghouder, waarbij in de kennisgeving is aangegeven wat de aard is van de aan te brengen wijzigingen.
**2.** De houder van een vergunning voor een inrichting als bedoeld in artikel 15, onder b, van de wet dient binnen een jaar nadat de referentiedreiging is gewijzigd, respectievelijk binnen een jaar nadat de Autoriteit kenbaar heeft gemaakt wijziging van het beveiligingspakket nodig te achten, een aanvraag om goedkeuring van het in overeenstemming met de referentiedreiging, respectievelijk de kennisgeving van de Autoriteit, gewijzigde beveiligingspakket in.
**3.**
De termijnen, bedoeld in het tweede lid, kunnen door de Autoriteit worden gewijzigd indien:
a. de wijziging van de referentiedreiging, respectievelijk de door de Autoriteit nodig geachte wijzigingen van het beveiligingspakket, deze gewijzigde termijnen rechtvaardigen, en
b. de wijzigingen binnen de door de Autoriteit gestelde termijn door de houder van een vergunning van een inrichting als bedoeld in artikel 15, onder b, van de wet, redelijkerwijs mogelijk zijn.
### Artikel 22d
**1.** De houder van een vergunning voor een inrichting als bedoeld in artikel 15, onder b, van de wet, meldt gebeurtenissen die aan onverkorte toepassing van het beveiligingspakket in de weg staan, onmiddellijk aan de Autoriteit.
**2.** De vergunninghouder neemt onmiddellijk compenserende maatregelen en legt deze onverwijld voor aan de op grond van artikel 58, eerste lid, onderdeel a, van de wet aangewezen ambtenaren.
### Artikel 22e
Het Geheimhoudingsbesluit Kernenergiewet is van toepassing op de referentiedreiging en het beveiligingspakket, bedoeld in artikel 22a.
### Artikel 22f
**1.** De houder van een vergunning voor een inrichting als bedoeld in artikel 15, onder b, van de wet, voert het evaluatieprogramma, bedoeld in artikel 22a, eerste lid, onder g, uit.
**2.** De houder van een vergunning voor een inrichting als bedoeld in artikel 15, onder b, van de wet beoordeelt het beveiligingspakket jaarlijks op doeltreffendheid en meldt binnen een maand na die beoordeling de resultaten ervan aan de Autoriteit.
**3.** De houder van een vergunning voor een inrichting als bedoeld in artikel 15, onder b, van de wet, wijzigt het beveiligingspakket voor zover de resultaten van de in het tweede lid bedoelde beoordeling daartoe aanleiding geven. Hij biedt de wijziging binnen een jaar na het ontstaan van de aanleiding tot wijziging ter goedkeuring aan de Autoriteit aan. Artikel 22c, derde lid, is van overeenkomstige toepassing.
### Artikel 22g
**1.** De houder van een vergunning voor een inrichting als bedoeld in artikel 15, onder b, van de wet, beoordeelt elke tien jaar of het beveiligingspakket, bedoeld in artikel 22a, eerste lid, voldoet aan de stand van de techniek. Daartoe worden de getroffen beveiligingsmaatregelen vergeleken met de op dat moment meest doeltreffende technieken die economisch en technisch gezien redelijkerwijs haalbaar zijn voor het bereiken van een hoog niveau van beveiliging. Indien de houder van een vergunning voor een inrichting als bedoeld in artikel 15, onder b, van de wet op grond van de voorschriften in de vergunning een tienjaarlijkse evaluatie voor de nucleaire veiligheid en stralingsbescherming moet uitvoeren, dan wordt de beoordeling tegelijkertijd met deze evaluatie uitgevoerd.
**2.** De houder van een vergunning voor een inrichting als bedoeld in artikel 15, onder b, van de wet de past het beveiligingspakket, bedoeld in artikel 22a, eerste lid, aan voor zover de resultaten van de in het eerste lid bedoelde beoordeling daartoe aanleiding geven.
**3.** De Autoriteit kan de houder van een vergunning voor een inrichting als bedoeld in artikel 15, onder b, van de wet opdragen een of meer extra beoordelingen binnen het tijdvak van tien jaar te doen indien dat naar zijn oordeel met het oog op het niveau van beveiliging noodzakelijk is.
### Artikel 22h
Met het oog op een goede uitvoering van de artikelen 22a tot en met 22g kunnen bij verordening van de Autoriteit nadere regels worden gesteld.
### Paragraaf 4. Beveiliging van splijtstoffen of ertsen door de houder van een vergunning als bedoeld in
### Artikel 22i
**1.** De houder van een vergunning als bedoeld in artikel 15, onder a, van de wet, treft de beveiligingsmaatregelen die redelijkerwijs noodzakelijk nodig zijn om categorie I-, II- of III-materiaal en de daarop betrekking hebbende informatie en processen te beveiligen tegen diefstal en sabotage.
**2.** De houder van een vergunning als bedoeld in artikel 15, onder a, van de wet, houdt op persoonlijke of elektronische wijze toezicht op het categorie I-, II- of III- materiaal.
**3.**
De beveiligingsmaatregelen, bedoeld in het eerste en tweede lid, worden afgestemd op:
a. de aard van het categorie I-, II-, of III-materiaal;
b. de manier waarop het categorie I-, II-, of III-materiaal wordt gebruikt of opgeslagen;
c. de verplaatsbaarheid van het categorie I-, II-, of III-materiaal;
d. de mogelijke gevolgen voor mensen, dieren, planten en goederen door blootstelling aan ioniserende straling of het vrijkomen van het categorie I-, II-, of III-materiaal in geval van diefstal of sabotage;
e. de maatregelen die zijn of worden getroffen om de nadelige gevolgen van ioniserende straling voor mensen, dieren, planten en goederen te voorkomen of te beperken.
### Artikel 22j
**1.** De houder van een vergunning als bedoeld in artikel 15, onder a, van de wet beschikt over een beveiligingsplan met een beschrijving van de wijze waarop het categorie I-, II- of III-materiaal wordt beveiligd. De eerste volzin geldt niet indien de vergunninghouder tevens houder van een vergunning voor een inrichting als bedoeld in artikel 15, onder b, van de wet is en voor de desbetreffende inrichting voldaan wordt aan paragraaf 3.
**2.**
Het beveiligingsplan bevat ten minste een beschrijving van:
a. de aanwijzing van een vakbekwame beveiligingsverantwoordelijke en diens plaatsvervanger,
b. de indeling van de te beveiligen splijtstoffen in categorie I-, II- of III-materiaal;
c. de manier waarop en de plaats waar het categorie I-, II- of III- materiaal wordt gebruikt of opgeslagen;
d. de getroffen en te treffen beveiligingsmaatregelen;
e. de organisatie van de beveiliging en het toezicht, waaronder taken en bevoegdheden, de te volgen procedures in geval van diefstal of sabotage van het categorie I-, II- of III- materiaal of een poging daartoe en afspraken met de politie of een particuliere beveiligingsdienst;
f. een evaluatieprogramma om de beveiligingsmaatregelen te beoordelen.
**3.** De houder van een vergunning als bedoeld in artikel 15, onder a, van de wet handelt in overeenstemming met het beveiligingsplan.
**4.** De houder van een vergunning als bedoeld in artikel 15, onder a, van de wet draagt er zorg voor dat van het beveiligingsplan alleen personen kennis kunnen nemen voor wie dit noodzakelijk is voor het goed uitvoeren van hun functie en dat deze personen voorafgaand aan het kennisnemen een verklaring omtrent het gedrag of een verklaring als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel b, van de Wet veiligheidsonderzoeken overleggen.
**5.** De houder van een vergunning als bedoeld in artikel 15, onder a, van de wet voert jaarlijks en na elke inbreuk op de beveiliging het evaluatieprogramma uit. Daarbij worden in ieder geval de beveiligingsmaatregelen gecontroleerd en getest en wordt het beveiligingsplan in een oefening toegepast. De vergunninghouder wijzigt het beveiligingsplan voor zover de resultaten van het evaluatieprogramma daartoe aanleiding geven.
**6.** Bij verordening van de Autoriteit worden nadere regels gesteld met betrekking tot de uitvoering van artikel 22i en het eerste tot en met vijfde lid, waaronder in elk geval het beveiligingsplan en de beveiligingsmaatregelen.
### Paragraaf 5. Toepassing van het
### Artikel 23
@ -440,6 +625,8 @@ Onze Minister en Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid kunnen ten a
Het veiligheidsrapport, bedoeld in artikel 6, eerste lid, onder h, en het opgestelde preventiebeleid, bedoeld in artikel 4.10, eerste en tweede lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, dan wel het veiligheidsrapport, bedoeld in artikel 4.14, eerste en tweede lid, van dat besluit, kunnen tot één veiligheidsrapport worden gecombineerd.
### Paragraaf 6. Ontmantelingsplan
### Artikel 25
De houder van een vergunning voor het oprichten, het in werking brengen of het in werking houden van een inrichting als bedoeld in artikel 15, onder b, van de wet beschikt over een ontmantelingsplan.
@ -521,6 +708,8 @@ De Autoriteit beslist op een aanvraag tot het intrekken van een vergunning voor
De in de artikelen 26, derde lid, 30b en 30d, tweede lid, bedoelde regels kunnen tevens betrekking hebben op radioactieve afvalstoffen.
### Paragraaf 7. Voorziening voor de opslag van splijtstof of erts bevattende afvalstoffen en radioactieve afvalstoffen
### Artikel 30f
**1.**
@ -804,6 +993,26 @@ d. een overzicht waaruit blijkt dat het bedrag van de berekening van de kosten o
**2.** Het treedt in werking op een door Ons te bepalen tijdstip.
## Bijlage . behorende bij
## Bijlage 1. behorende bij de
Splijtstoffen en ertsen als bedoeld in artikel 22 zijn:
## Bijlage 2. behorende bij
De maximale waarde voor de hoeveelheid radioactiviteit geëmitteerd naar de lucht bedraagt het radiologische equivalent van 10 terabecquerels I-131.
Dit radiologische equivalent wordt bepaald met behulp van onderstaande tabel. Hierbij wordt de activiteit van ieder geëmitteerd isotoop vermenigvuldigd met de daarbij in de tabel aangegeven factor. Vervolgens worden de aldus gevonden waarden gesommeerd.
^1 Long-absorptieklassen: S langzaam; M gemiddeld; F snel. Bij onduidelijkheid wordt de meest conservatieve waarde gebruikt.
Maximale waarden voor de effectieve dosis ontvangen door een lid van de bevolking of een werknemer:
een effectieve dosis, met een waarschijnlijk optreden van een dodelijk deterministisch effect voor 1 of meer leden van de bevolking of werknemers;
een effectieve dosis met een waarschijnlijk optreden van een niet- dodelijke deterministisch effect voor 3 of meer leden van de bevolking of werknemers;
een effectieve dosis van 200 mSv voor 10 of meer leden van de bevolking of werknemers;
een effectieve dosis van 10 mSv voor 100 of meer leden van de bevolking;
een effectieve dosis van 20 mSv voor 100 of meer werknemers.