2021-10-01 | BWBR0012289 | Vreemdelingencirculaire 2000 (B)
This commit is contained in:
parent
5b354b4bf1
commit
efd0a31837
1 changed files with 132 additions and 80 deletions
|
|
@ -879,7 +879,7 @@ De IND neemt aan dat geen sprake is van verplaatsing van het hoofdverblijf buite
|
|||
a. een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd heeft in het kader van studie aan het hoger onderwijs en in het kader van de voltooiing van zijn studie in Nederland tijdelijk hoger onderwijs in het buitenland gaat volgen. Tijdelijkheid wordt niet aangenomen als de periode van het volgen van hoger onderwijs in het buitenland langer is dan een jaar aaneengesloten;
|
||||
b. een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd heeft in het kader van studie aan het hoger onderwijs en bij de IND is gemeld dat er sprake is van mobiliteit binnen de Europese Unie waarbij de vreemdeling ten hoogste 360 dagen per lidstaat een deel van de studie in één of meerdere tweede lidstaten volgt in het kader van de voltooiing van zijn studie in Nederland;
|
||||
c. een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd heeft voor het verrichten van arbeid die geheel of gedeeltelijk buiten Nederland plaatsvindt;
|
||||
d. de echtgenoot/partner is van een ambtenaar, bedoeld in artikel 17, eerste lid, of artikel 8, derde of vierde lid, van het reglement van dienst van het Ministerie van BUZA, die uitgezonden is (geweest) naar een Nederlandse diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging in het buitenland;
|
||||
d. de echtgenoot/partner is van een ambtenaar, bedoeld in artikel 1 van de aanvullende cao Rijk uitzendingen (ACRU), die uitgezonden is (geweest) naar een Nederlandse diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging in het buitenland;
|
||||
e. is achtergelaten in het land van herkomst en zich zo snel mogelijk tot de Nederlandse overheid (gemeente, diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging, IND of AVIM) heeft gewend om naar Nederland te kunnen terugkeren;
|
||||
f. Nederland heeft verlaten voor de vervulling van de militaire dienstplicht en binnen zes maanden na beëindiging van de dienstplicht naar Nederland is teruggekeerd;
|
||||
g. een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder de beperking ‘arbeid als kennismigrant’ heeft en niet langer dan acht maanden arbeid buiten Nederland verricht mits de vreemdeling aan de voorwaarden van de verblijfsvergunning blijft voldoen;
|
||||
|
|
@ -891,7 +891,7 @@ l. een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder de beperking ‘ver
|
|||
|
||||
Wat ‘zo snel mogelijk’ is, beoordeelt de IND per geval, waarbij de IND rekening houdt met de moeilijkheden die de positie van de achtergelaten vreemdeling met zich heeft meegebracht.
|
||||
|
||||
De toepasselijke regels voor verplaatsing van het hoofdverblijf door houders van een EU-verblijfsvergunning voor langdurig ingezetenen staan in paragraaf D1/2.6 Vc
|
||||
De toepasselijke regels voor verplaatsing van het hoofdverblijf door houders van een EU-verblijfsvergunning voor langdurig ingezetenen staan in paragraaf D1/2.6 Vc.
|
||||
|
||||
##### 6.2.2. Onjuiste gegevens
|
||||
|
||||
|
|
@ -2641,13 +2641,17 @@ De IND beschouwt een salaris dat voldoet aan het looncriterium voor arbeid als k
|
|||
|
||||
Op grond van artikel 3.30d, vierde lid, Vb vraagt de IND geen advies aan het UWV en wijst de IND de aanvraag af of trekt de vergunning in, indien:
|
||||
|
||||
• de vreemdeling niet voldoet aan de voorwaarden genoemd in artikel 3.30d, eerste lid, onder j, k of l, Vb; of
|
||||
• sprake is van de situatie genoemd in artikel 3.30d, tweede lid onder c, Vb en de vreemdeling eerder een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd had onder de beperking ’overplaatsing binnen een onderneming’.
|
||||
• de vreemdeling niet voldoet aan de voorwaarden genoemd in artikel 3.30d, eerste lid, onder j, k of l, Vb;
|
||||
• sprake is van de situatie genoemd in artikel 3.30d, tweede lid onder c, Vb en de vreemdeling eerder een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd had onder de beperking ’overplaatsing binnen een onderneming’;
|
||||
• het onderdeel van de onderneming, waarnaar de vreemdeling in Nederland wordt overgeplaatst, niet is ingeschreven in de Kamer van Koophandel;
|
||||
• de vreemdeling voor meer dan 50% eigenaar is van de onderneming.
|
||||
|
||||
Als de vreemdeling meer dan 50% eigenaar is van de onderneming, dan beschouwt de IND deze persoon als zelfstandige. Op dat moment is de ICT-richtlijn niet op hem van toepassing (artikel 2, aanhef en onder d, Richtlijn 2014/66/EU).
|
||||
|
||||
Op grond van artikel 3.30d, vierde lid, Vb wijst de IND de aanvraag af of trekt de vergunning in indien het UWV een negatief advies geeft omtrent:
|
||||
|
||||
• de voorwaarden genoemd in artikel 3.30d, eerste lid, onderdelen a tot en met j, Vb; of
|
||||
• de afwijzingsgronden, bedoeld in artikel 3.30d, tweede lid,Vb.
|
||||
• de afwijzingsgronden, bedoeld in artikel 3.30d, tweede lid, Vb.
|
||||
|
||||
Op grond van artikel 11, vierde lid, respectievelijk 22, vierde lid van de richtlijn 2014/66/EU vermeldt de IND op het verblijfsdocument van de werknemer ‘ICT’ respectievelijk ‘mobile ICT’.
|
||||
|
||||
|
|
@ -2973,15 +2977,17 @@ De IND beschouwt bewijsmiddelen waaruit de duur en aard van het eerdere verblijf
|
|||
|
||||
De IND beschouwt als bewijsmiddel voor de adviesaanvraag bij het UWV in ieder geval:
|
||||
|
||||
• Een opdrachtbrief van de werkgever met daarin de gegevens zoals vermeld in artikel 3.30d, eerste lid, onder d, Vb;
|
||||
• Een cv van de vreemdeling waaruit blijkt welke opleidingen hij heeft afgerond en waaruit – indien van toepassing – de werkervaring blijkt; en
|
||||
• Een verklaring van de vreemdeling waarin wordt aangegeven dat hij/zij niet meer dan 50% eigenaar is van de onderneming.
|
||||
• Een opdrachtbrief van de werkgever met daarin de gegevens zoals vermeld in artikel 3.30d, eerste lid, onder d, Vb; en
|
||||
• Een cv van de vreemdeling waaruit blijkt welke opleidingen hij heeft afgerond en waaruit – indien van toepassing – de werkervaring blijkt.
|
||||
|
||||
Vorenstaande bewijsmiddelen gelden zowel voor de erkend-referent in de gevallen zoals genoemd in paragraaf B6/2.7 Vc, als de niet-erkend referent en de vreemdeling die voor overplaatsing binnen een onderneming in aanmerking wil komen.
|
||||
|
||||
In de hieronder genoemde specifieke gevallen beschouwt de IND verder als bewijsmiddel:
|
||||
|
||||
• Bij de uitoefening van een gereglementeerd beroep:
|
||||
|
||||
− Bewijs van erkenning van de beroepskwalificaties
|
||||
|
||||
• Bij een trainee-werknemer die géén houder is van een door een andere lidstaat afgegeven verblijfsvergunning voor overplaatsing binnen een onderneming:
|
||||
|
||||
− Diploma’s en getuigschriften waaronder een cv en een kopie van een behaald masterdiploma; en
|
||||
|
|
@ -2991,10 +2997,21 @@ In de hieronder genoemde specifieke gevallen beschouwt de IND verder als bewijsm
|
|||
○ de duur ervan; en
|
||||
○ de wijze waarop tijdens de overplaatsing toezicht zal worden uitgeoefend op de trainee-werknemer.
|
||||
|
||||
In aanvulling op het bovenstaande beschouwt de IND bovendien de volgende stukken als bewijsmiddel ten behoeve van de adviesaanvraag bij het UWV als bedoeld in artikel 3.30d, vierde lid Vb, indien de referent niet erkend is:
|
||||
|
||||
• Een bewijs van inschrijving bij de Kamer van Koophandel;
|
||||
• Een bewijs van een eigen adres waar economische activiteiten verricht worden, zoals een huurcontract of koopakte;
|
||||
• Een verklaring van betalingsgedrag als bedoeld in artikel 1.1.12 van de Leidraad Invordering 2008, die op de datum van indiening niet ouder is dan drie maanden; en
|
||||
• Een geanonimiseerde verzamelloonstaat waaruit blijkt dat ten minste een fte al werkzaam is in de gastentiteit vóór de komst van de ICT.
|
||||
|
||||
De IND beschouwt een postbus niet als een bewijs van een eigen adres.
|
||||
|
||||
De IND beschouwt als een bewijsmiddel dat de vreemdeling houder is van een door een andere lidstaat afgegeven verblijfsvergunning voor overplaatsing binnen een onderneming:
|
||||
|
||||
• Een kopie van het verblijfsdocument met de vermelding ‘ICT’ afgegeven door de andere lidstaat van de EU.
|
||||
|
||||
In (bijzondere) gevallen kan de IND afwijken van de over te leggen bewijsmiddelen door niet-erkend referenten. Dit geeft het UWV enige ruimte bij de beoordeling van adviesaanvragen die niet volledig aan de voorwaarden voldoen, maar waarbij op andere wijze is aangetoond dat de overkomst van de ICT naar de bestaande gastentiteit toch een positieve bijdrage levert aan de Nederlandse economie.
|
||||
|
||||
### 5. Verlenging
|
||||
|
||||
#### 5.1. Arbeid als kennismigrant
|
||||
|
|
@ -5697,34 +5714,45 @@ De IND verleent de verblijfsvergunning die is ontleend aan artikel 7, Besluit 1/
|
|||
|
||||
#### 4.4. Ontzegging of beëindiging rechtmatig verblijf
|
||||
|
||||
De IND ontzegt of beëindigt het verblijfsrecht van een Turkse werknemer en zijn gezinsleden die vallen onder de reikwijdte van artikel 6, eerste lid, of 7, Besluit 1/80, als sprake is van één van de volgende gevallen:
|
||||
##### 4.4.1. Verlies van het recht op arbeid en verblijf
|
||||
|
||||
a. het persoonlijk gedrag van de vreemdeling vormt een actuele, werkelijke en voldoende ernstige bedreiging voor een fundamenteel belang van de samenleving;
|
||||
b. de vreemdeling die het verblijf ontleent aan artikel 6, eerste lid, eerste streepje, Besluit 1/80 verricht geen legale arbeid meer als gevolg van detentie of vrijwillige werkloosheid;
|
||||
c. de vreemdeling die het verblijf ontleent aan artikel 6, eerste lid, derde streepje, Besluit 1/80 heeft na detentie of vrijwillige werkloosheid niet binnen een redelijke termijn nieuw werk gevonden;
|
||||
d. de vreemdeling die het verblijf ontleent aan artikel 6, eerste lid, Besluit 1/80 heeft de Nederlandse arbeidsmarkt definitief verlaten;
|
||||
e. bij verplaatsing van het hoofdverblijf buiten Nederland; of
|
||||
f. de verblijfsvergunning is verleend op grond van het verstrekken van onjuiste gegevens of het achterhouden van gegevens die tot afwijzing van de oorspronkelijke aanvraag tot het verlenen of verlengen zouden hebben geleid.
|
||||
Het recht op arbeid en daarmee op verblijf op grond van artikel 6, eerste lid en artikel 7 van Besluit 1/80 gaat in de volgende gevallen verloren:
|
||||
|
||||
De IND ontzegt of beëindigt het verblijfsrecht op grond van artikel 6, eerste lid, of artikel 7, Besluit 1/80, niet met terugwerkende kracht tenzij het verblijfsrecht is verkregen op de wijze zoals hiervoor omschreven onder f.
|
||||
a. als het verblijfsrecht wordt beëindigd op grond van artikel 14 van Besluit 1/80;
|
||||
b. bij langdurige afwezigheid zonder gegronde reden uit Nederland;
|
||||
|
||||
Bovendien gaat het recht op arbeid op grond van artikel 6, eerste lid van Besluit 1/80 verloren:
|
||||
|
||||
c. als de Turkse onderdaan niet meer tot de legale arbeidsmarkt behoort.
|
||||
|
||||
De IND beëindigt het verblijfsrecht van een Turkse werknemer of het gezinslid, als het persoonlijk gedrag een actuele, werkelijke en voldoende ernstige bedreiging voor een fundamenteel belang van de samenleving vormt.
|
||||
|
||||
De artikelen 8.22, eerste lid, 8.23 en 8.24 Vb zijn van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
De IND hanteert als redelijke termijn een termijn van zes maanden. Er dient sprake te zijn van daadwerkelijk zoeken naar werk en een reële kans op werk. De IND verlengt de termijn eenmalig met drie maanden wanneer er na zes maanden nog geen werk is gevonden, maar er nog wel een reële kans op werk bestaat. De vreemdeling moet na uiterlijk negen maanden werk gevonden hebben.
|
||||
|
||||
De IND neemt in ieder geval aan dat sprake is van definitief verlaten van de arbeidsmarkt in de volgende gevallen:
|
||||
|
||||
• bij het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd;
|
||||
• bij volledige en duurzame arbeidsongeschiktheid; of
|
||||
• wanneer de vreemdeling anderszins geen enkele kans meer maakt op re-integratie op de arbeidsmarkt.
|
||||
|
||||
De IND neemt aan dat geen sprake is van verplaatsing van het hoofdverblijf buiten Nederland als de vreemdeling:
|
||||
De IND neemt aan dat geen sprake is van langdurige afwezigheid zonder gegronde reden uit Nederland als de Turkse werknemer of het gezinslid:
|
||||
|
||||
• korter dan zes achtereenvolgende maanden buiten Nederland heeft verbleven; of
|
||||
• Nederland heeft verlaten om belangrijke redenen, zoals zwangerschap en bevalling, ernstige ziekte, studie of beroepsopleiding, gedurende een eenmalige periode van ten hoogste twaalf maanden; of
|
||||
• Nederland heeft verlaten om belangrijke redenen, zoals zwangerschap en bevalling, ernstige ziekte, studie of beroepsopleiding, en hiervan sprake was gedurende een eenmalige periode van ten hoogste twaalf maanden; of
|
||||
• Nederland heeft verlaten voor de vervulling van de militaire dienstplicht.
|
||||
|
||||
Als de vreemdeling als werknemer of als gezinslid van een werknemer gedurende ten minste vijf jaar ononderbroken rechtmatig verblijf in Nederland heeft gehad op grond van artikel 6 of 7 Besluit 1/80 neemt de IND verplaatsing van het hoofdverblijf aan als de vreemdeling in ieder geval twee jaar of langer buiten Nederland heeft verbleven.
|
||||
Als de Turkse werknemer of het gezinslid gedurende ten minste vijf jaar ononderbroken rechtmatig verblijf in Nederland heeft gehad op grond van artikel 6 en/of 7 van Besluit 1/80 neemt de IND langdurige afwezigheid en daarmee verlies van de rechten van artikel 6 en/of 7 van Besluit 1/80 aan als de werknemer of het gezinslid in ieder geval twee jaar of langer buiten Nederland heeft verbleven. De reden van de afwezigheid is niet van belang.
|
||||
|
||||
De IND neemt in ieder geval aan dat de Turkse vreemdeling niet meer tot de legale Nederlandse arbeidsmarkt behoort, als hij die arbeidsmarkt definitief heeft verlaten. Hiervan is sprake bij volledige en duurzame arbeidsongeschiktheid of als de vreemdeling anderszins geen enkele kans meer maakt op re-integratie op de arbeidsmarkt. Bij het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd is de arbeidsmarkt verlaten, tenzij er nog reële en daadwerkelijke arbeid wordt verricht.
|
||||
|
||||
De IND neemt verder aan dat de Turkse vreemdeling, die in het bezit is van de rechten van artikel 6 eerste lid, derde streepje van Besluit 1/80, niet meer als werknemer tot de legale Nederlandse arbeidsmarkt behoort als hij, na het stoppen van de werkzaamheden (ongeacht om welke reden), niet binnen een redelijke termijn nieuw werk in loondienst heeft gevonden. Als de werkzaamheden zijn gestaakt door detentie dan moet binnen een redelijke termijn ná de detentie een nieuwe dienstbetrekking zijn gevonden. De IND hanteert als redelijke termijn een termijn van zes maanden. Er moet sprake zijn van daadwerkelijk zoeken naar werk en een reële kans op werk. De IND verlengt de termijn eenmalig met drie maanden, als er na zes maanden nog geen werk is gevonden, maar er nog wel een reële kans op werk bestaat. De vreemdeling moet na uiterlijk negen maanden werk gevonden hebben.
|
||||
|
||||
Heeft de Turkse vreemdeling nog geen verblijfsrecht op grond van artikel 6, eerste lid, derde streepje opgebouwd, dan gaan de opgebouwde rechten op grond van artikel 6, eerste lid, eerste streepje verloren, wanneer hij van werkgever verandert of wanneer de werkzaamheden zijn gestopt vanwege een andere reden dan genoemd in artikel 6, tweede lid van Besluit 1/80 (zoals vanwege detentie of vrijwillige werkloosheid).
|
||||
|
||||
##### 4.4.2. Ontzegging recht op arbeid en verblijf
|
||||
|
||||
De IND ontzegt het recht op arbeid en daarmee op verblijf op grond van artikel 6, eerste lid, en op grond van artikel 7, Besluit 1/80, als:
|
||||
|
||||
• de verblijfsvergunning is verleend op grond van het verstrekken van onjuiste gegevens of het achterhouden van gegevens, terwijl die gegevens zouden leiden of hebben geleid tot afwijzing van de oorspronkelijke aanvraag tot het verlenen of verlengen van de verblijfsvergunning (fraude); of
|
||||
• sprake is van rechtsmisbruik.
|
||||
|
||||
Artikel 8.25 Vb in combinatie met paragraaf B10/2.3 Vc is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
De IND ontzegt de rechten op grond van artikel 6, eerste lid, of artikel 7, Besluit 1/80, met terugwerkende kracht, als zij zijn verkregen op grond van fraude of rechtsmisbruik.
|
||||
|
||||
#### 4.5. Bewijsmiddelen
|
||||
|
||||
|
|
@ -6230,24 +6258,30 @@ Als het afhankelijke gezinslid van de ex-geprivilegieerde niet zelfstandig en du
|
|||
|
||||
### 1. Inleiding
|
||||
|
||||
Vanwege de terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk (VK) uit de Europese Unie (EU) zijn onderdanen van het VK (hierna: VK-onderdanen) na 31 januari 2020 geen burgers van de Unie meer. De EU en het VK hebben een terugtrekkingsakkoord1 Agreement on the withdrawal of the United Kingdom of Great Britain and Northern Ireland from the European Union and te European Energy Community, as agreed at negotiators’ level on 12 november 2019 ) bereikt, dat is geratificeerd door het VK en goedgekeurd door het Europees parlement. In dit hoofdstuk wordt beschreven hoe Nederland het terugtrekkingsakkoord uitvoert ten behoeve van de beoordeling van de verblijfsaanspraken en de daarmee verband houdende afgifte van verblijfsdocumenten.
|
||||
Vanwege de terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk (VK) uit de Europese Unie (EU) is een onderdaan van het VK (hierna: VK-onderdaan) na 31 januari 2020 geen burger van de Unie meer. De EU en het VK hebben een terugtrekkingsakkoord 1Agreement on the withdrawal of the United Kingdom of Great Britain and Northern Ireland from the European Union and te European Energy Community, as agreed at negotiators’ level on 12 november 2019 bereikt, dat is geratificeerd door het VK en goedgekeurd door de Europese Unie. In dit hoofdstuk wordt beschreven hoe Nederland het terugtrekkingsakkoord uitvoert ten behoeve van de beoordeling van de verblijfsaanspraken van een VK-onderdaan en de daarmee verband houdende afgifte van verblijfsdocumenten.
|
||||
|
||||
Onderdeel van het terugtrekkingsakkoord is een overgangsperiode. De overgangsperiode ging in op 31 januari 2020 en is geëindigd op 31 december 2020. Tijdens deze overgangsperiode behielden VK-onderdanen en hun familieleden die vóór 31 januari 2020 in Nederland woonden, het recht om te verblijven, werken en studeren, binnen de kaders van de richtlijn 2004/38/EG.
|
||||
Onderdeel van het terugtrekkingsakkoord is een overgangsperiode. De overgangsperiode ging in op 31 januari 2020 en is geëindigd op 31 december 2020. Tijdens deze overgangsperiode behield een VK-onderdaan en zijn familieleden die vóór 31 januari 2020 in Nederland woonden, het recht om te verblijven, werken en studeren, binnen de kaders van de richtlijn 2004/38/EG.
|
||||
|
||||
Het terugtrekkingsakkoord biedt lidstaten op grond van artikel 19, eerste lid de mogelijkheid om een procedure in te stellen voor het aanvragen van een nieuwe verblijfsstatus en een document ter staving van deze status. Nederland maakt gebruik van deze mogelijkheid. De termijn waarbinnen de VK-onderdaan en zijn familielid een aanvraag voor een nieuwe verblijfstatus kan indienen is vermeld in paragraaf B13/2.3 Vc bij het onderdeel ‘aanvraagprocedure’.
|
||||
Het terugtrekkingsakkoord biedt lidstaten op grond van artikel 19, eerste lid de mogelijkheid om een procedure in te stellen voor het aanvragen van een nieuwe verblijfsvergunning en een document als bewijs van deze vergunning. Nederland maakt gebruik van deze mogelijkheid. De termijn waarbinnen de VK-onderdaan en zijn familielid een aanvraag voor een nieuwe verblijfstatus kan indienen is vermeld in paragraaf B13/2.3 Vc bij het onderdeel ‘aanvraagprocedure’.
|
||||
|
||||
Na indiening van de aanvraag beoordeelt de IND of de VK-onderdaan en zijn familielid op grond van het terugtrekkingsakkoord in aanmerking komt voor:
|
||||
|
||||
– een verblijfsdocument in geval van verblijfsrecht korter dan 5 jaar als bedoeld in paragraaf B13/2.1 Vc; of
|
||||
– duurzaam verblijfsrecht onder de voorwaarden als bedoeld in paragraaf B13/3.1 Vc.
|
||||
− een verblijfsdocument als het verblijfsrecht korter is dan 5 jaar als bedoeld in paragraaf B13/2.1 Vc; of
|
||||
− duurzaam verblijfsrecht onder de voorwaarden als bedoeld in paragraaf B13/3.1 Vc.
|
||||
|
||||
De IND verstaat onder familieleden van de VK-onderdaan: familieleden als bedoeld en omschreven in artikel 9 en 10 van het terugtrekkingsakkoord en uitgewerkt in artikel 8.7 van het Vreemdelingenbesluit, ongeacht hun nationaliteit.
|
||||
De IND verstaat onder een familielid van de VK-onderdaan: een familielid als bedoeld en omschreven in artikel 9 en 10 van het terugtrekkingsakkoord en uitgewerkt in artikel 8.7 van het Vreemdelingenbesluit, ongeacht hun nationaliteit.
|
||||
|
||||
VK-onderdanen die na 31 december 2020 naar Nederland komen en hier willen verblijven kunnen geen aanspraak maken op een verblijfsstatus op grond van het terugtrekkingsakkoord. Zij zijn derdelanders op wie het algemene reguliere beleid van hoofdstuk B1 Vc van toepassing is.
|
||||
Een VK-onderdaan die na 31 december 2020 naar Nederland komt en hier wil verblijven kan geen aanspraak maken op een verblijfsvergunning op grond van het terugtrekkingsakkoord. Hij is derdelander op wie het algemene reguliere beleid van hoofdstuk B1 Vc van toepassing is.
|
||||
|
||||
Familieleden van VK-onderdanen als bedoeld in artikel 10, eerste lid, onder e ii, en artikel 10, derde en vierde lid van het terugtrekkingsakkoord hebben het recht om hun verblijf na 31 december 2020 aan te vangen. Voor de overige in artikel 10 van het terugtrekkingsakkoord vermelde familieleden geldt dat in het geval zij hun verblijf na 31 december 2020 aanvangen het algemene reguliere beleid van hoofdstuk B1 Vc van toepassing is.
|
||||
Een familielid van een VK-onderdaan als bedoeld in artikel 10, eerste lid, onder e, onderdeel ii van het terugtrekkingsakkoord en artikel 10, derde en vierde lid van het terugtrekkingsakkoord heeft het recht om zijn verblijf in Nederland na 31 december 2020 aan te vangen. Het verblijfsrecht van een familielid van een VK-onderdaan gaat in dat geval in vanaf het moment dat het familielid een aanvraag heeft ingediend als bedoeld in paragraaf B13/2.3 Vc, als aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:
|
||||
|
||||
Kinderen van VK-onderdanen of familieleden die na de overgangsperiode zijn geboren of wettelijk geadopteerd komen voor een verblijfsdocument als bedoeld in paragraaf B13/2.1 Vc in aanmerking, mits één van de ouders in het bezit is van een verblijfsdocument op grond van artikel 18 en 19 van het terugtrekkingsakkoord.
|
||||
− de VK-onderdaan en het familielid voldoen aan de verblijfsvoorwaarden als bedoeld in paragraaf B13/2.1 Vc;
|
||||
− het familielid was al vóór 1 januari 2021 familielid van de VK-onderdaan; en
|
||||
− er is geen sprake is van een contra-indicatie als bedoeld in paragraaf B13/2.2 Vc.
|
||||
|
||||
Voor de overige in artikel 10 van het terugtrekkingsakkoord vermelde familieleden geldt dat in het geval zij hun verblijf na 31 december 2020 aanvangen het algemene reguliere beleid van hoofdstuk B1 Vc van toepassing is.
|
||||
|
||||
Het kind van een VK-onderdaan of familielid dat na de overgangsperiode is geboren of wettelijk geadopteerd komt voor een verblijfsdocument als bedoeld in paragraaf B13/2.1 Vc in aanmerking, als één van de ouders in het bezit is van een verblijfsdocument op grond van artikel 18 en 19 van het terugtrekkingsakkoord. Als aan deze voorwaarde wordt voldaan gaat het verblijfsrecht van het kind in vanaf het moment dat voor het kind een aanvraag op grond van het terugtrekkingsakkoord is ingediend.
|
||||
|
||||
### 2. Aanvraagprocedure terugtrekkingsakkoord verblijfsrecht korter dan vijf jaar
|
||||
|
||||
|
|
@ -6258,9 +6292,7 @@ De IND verleent een verblijfsdocument op grond van artikel 18 en 19 van het teru
|
|||
a. die voldoen aan de criteria van artikel 13, eerste lid van het terugtrekkingsakkoord; en
|
||||
b. die op grond van artikel 18, eerste lid onder i van het terugtrekkingsakkoord beschikken over een geldig document voor grensoverschrijding.
|
||||
|
||||
Ad a en b.
|
||||
|
||||
De IND verstrekt een verblijfsdocument indien de VK-onderdaan en zijn familielid voor verblijfsrecht op grond van artikel 13 van het terugtrekkingsakkoord in aanmerking komen en derhalve voldoen aan de artikelen 6, 7 en 14 van de richtlijn 2004/38/EG. Voornoemde artikelen zijn nader uitgewerkt in de artikelen 8.7 t/m 8.25 Vb (afgezien van de bepalingen die zien op duurzaam verblijfsrecht) en de beleidsregels die zien op het recht van de EU, als bedoeld in het deel van paragraaf B10/2 Vc dat ziet op de artikelen 8.7 t/m 8.25 Vb.
|
||||
De IND verstrekt een verblijfsdocument als de VK-onderdaan en zijn familielid voor verblijfsrecht op grond van artikel 13 van het terugtrekkingsakkoord in aanmerking komen en derhalve voldoen aan de artikelen 6, 7 en 14 van de richtlijn 2004/38/EG. Deze artikelen zijn nader uitgewerkt in de artikelen 8.7 t/m 8.25 Vb (afgezien van de bepalingen die zien op duurzaam verblijfsrecht) en de beleidsregels die zien op het recht van de EU, als bedoeld in het deel van paragraaf B10/2 Vc dat ziet op de artikelen 8.7 t/m 8.25 Vb.
|
||||
|
||||
Op grond van de vrije bewijsleer kunnen de VK-onderdaan en zijn familielid dit met alle bewijsmiddelen aantonen.
|
||||
|
||||
|
|
@ -6271,50 +6303,54 @@ De IND verleent geen verblijfsdocument als bedoeld in paragraaf B13/2.1 Vc als b
|
|||
a. de VK-onderdaan of het familielid vormt een gevaar voor de openbare orde (inclusief artikel 1F van het Vluchtelingenverdrag) of de openbare veiligheid zoals beschreven in de artikelen 27 en 28 van richtlijn 2004/38/EG;
|
||||
b. de VK-onderdaan of het familielid maakt zich schuldig aan rechtsmisbruik of fraude zoals beschreven in artikel 35 van richtlijn 2004/38/EG.
|
||||
|
||||
Ad a.
|
||||
|
||||
*Gevaar voor de openbare orde en de openbare veiligheid*
|
||||
|
||||
Op grond van artikel 20, eerste lid van het terugtrekkingsakkoord gelden, voor misdrijven gepleegd tot en met 31 december 2020, de bepalingen van hoofdstuk 6 van richtlijn 2004/38/EG. Dit houdt in dat op deze misdrijven het openbare orde criterium van paragraaf B10/2.3 Vc van toepassing is.
|
||||
|
||||
Ten aanzien van na 31 december 2020 gepleegde misdrijven gelden op grond van artikel 20, tweede lid van het terugtrekkingsakkoord de nationale openbare orde bepalingen. Afhankelijk van de voorafgaande verblijfssituatie, betekent dat:
|
||||
Voor misdrijven gepleegd na 31 december 2020 gelden op grond van artikel 20, tweede lid van het terugtrekkingsakkoord de nationale openbare orde bepalingen. Afhankelijk van de voorafgaande verblijfssituatie, betekent dat:
|
||||
|
||||
− toetsing aan de bepalingen inzake eerste toelating (artikel 3.77 en 3.78 Vb en paragraaf B1/4.4 Vc);
|
||||
− toetsing aan de bepalingen inzake de voortzetting van het eerdere verblijfsrecht (artikel 3.86 en 3.87 Vb en paragraaf B1/6.2 en B1/6.2.2 Vc).
|
||||
− toetsing aan de bepalingen inzake eerste toelating (artikelen 3.77 en 3.78 Vb en paragraaf B1/4.4 Vc);
|
||||
− toetsing aan de bepalingen inzake de voortzetting van het eerdere verblijfsrecht (artikelen 3.86 en 3.87 Vb en paragrafen B1/6.2 en B1/6.2.2 Vc).
|
||||
|
||||
De IND verleent evenmin een verblijfsdocument indien er concrete aanwijzingen zijn dat de VK-onderdaan of het familielid overeenkomstig artikel 27 van de richtlijn 2004/38/EG een gevaar vormt voor de nationale veiligheid (zie paragraaf B1/4.4 Vc). In het geval er enkel bij de VK-onderdaan sprake is van deze contra-indicatie verleent de IND, gelet op het afhankelijke karakter van het verblijfsrecht, noch aan de VK-onderdaan, noch aan het familielid een verblijfsdocument als bedoeld in paragraaf B13/2.1 Vc. In het geval er enkel bij het familielid sprake is van deze contra-indicatie, wordt uitsluitend aan dat familielid geen verblijfsdocument verleend.
|
||||
De IND verleent evenmin een verblijfsdocument als er concrete aanwijzingen zijn dat de VK-onderdaan of het familielid overeenkomstig artikel 27 van de richtlijn 2004/38/EG een gevaar vormt voor de nationale veiligheid (zie paragraaf B1/4.4 Vc). In het geval er enkel bij de VK-onderdaan sprake is van deze contra-indicatie verleent de IND, gelet op het afhankelijke karakter van het verblijfsrecht, noch aan de VK-onderdaan, noch aan het familielid een verblijfsdocument als bedoeld in paragraaf B13/2.1 Vc. In het geval er enkel bij het familielid sprake is van deze contra-indicatie, wordt uitsluitend aan dat familielid geen verblijfsdocument verleend.
|
||||
|
||||
De IND verleent voorts geen verblijfsdocument als er een procedure aanhangig is om te beoordelen of de betrokken vreemdeling een gevaar vormt voor de openbare orde of de openbare veiligheid, ongeacht de pleegdatum.
|
||||
De IND verleent voorts geen verblijfsdocument als er een procedure aanhangig is om te beoordelen of de VK-onderdaan of zijn familielid een gevaar vormt voor de openbare orde of de openbare veiligheid, ongeacht de pleegdatum.
|
||||
|
||||
De IND voert op grond van artikel 18, eerste lid onder p van het terugtrekkingsakkoord systematisch controles ten aanzien van openbare orde uit bij de beoordeling van aanvragen voor een verblijfsdocument als bedoeld in paragraaf B13/2.1 Vc om te bezien of de beperkingen van artikel 20 van het terugtrekkingsakkoord van toepassing zijn.
|
||||
|
||||
Ad b.
|
||||
De IND voert op grond van artikel 18, eerste lid onder p van het terugtrekkingsakkoord systematisch controles ten aanzien van openbare orde uit bij de beoordeling van aanvragen voor een verblijfsdocument als bedoeld in paragraaf B13/2.1 Vc om te bezien of de beperkingen van artikel 20 van het terugtrekkingsakkoord van toepassing zijn.
|
||||
|
||||
De bepalingen van B10/2.3 Vc onder het kopje ‘Rechtsmisbruik en fraude’ zijn hier van toepassing.
|
||||
|
||||
#### 2.3. Procedurele bepalingen
|
||||
|
||||
De VK-onderdaan en zijn familielid moeten een aanvraag indienen om in aanmerking te komen voor een verblijfsdocument als bedoeld in paragraaf B13/2.1 Vc, zodat zij na de overgangsperiode een bewijs van rechtmatig verblijf hebben.
|
||||
De VK-onderdaan en zijn familielid moeten een aanvraag indienen om in aanmerking te komen voor een verblijfsdocument als bedoeld in paragraaf B13/2.1 Vc, zodat zij bij inwilliging van de aanvraag na de overgangsperiode een bewijs van rechtmatig verblijf hebben.
|
||||
|
||||
Op grond van artikel 18, eerste lid onder b, eerste alinea, van het terugtrekkingsakkoord kunnen de VK-onderdaan en zijn familielid die vóór het einde van de overgangsperiode naar Nederland zijn gekomen ook daarna nog een aanvraag indienen. De VK-onderdaan en zijn familielid hebben in dat geval de gelegenheid om tot en met uiterlijk 30 september 2021 (negen maanden na het einde van de overgangsperiode) een aanvraag voor een verblijfsdocument als bedoeld in paragraaf B13/2.1 Vc in te dienen.
|
||||
Op grond van artikel 18, eerste lid onder b, eerste alinea, van het terugtrekkingsakkoord kunnen de VK-onderdaan en zijn familielid die vóór het einde van de overgangsperiode naar Nederland zijn gekomen ook na 31 december 2020 nog een aanvraag indienen. De VK-onderdaan en zijn familielid hebben in dat geval de gelegenheid om tot en met uiterlijk 30 september 2021 (negen maanden na het einde van de overgangsperiode) een aanvraag voor een verblijfsdocument als bedoeld in paragraaf B13/2.1 Vc in te dienen.
|
||||
|
||||
Personen, als bedoeld in artikel 10, eerste lid, onder e ii en artikel 10, derde en vierde lid, van het terugtrekkingsakkoord die het recht hebben hun verblijf na 31 december 2020 aan te vangen hebben op grond van artikel 18, eerste lid onder b, tweede alinea, van het terugtrekkingsakkoord het recht een aanvraag voor een verblijfsdocument als bedoeld in paragraaf B13/2.1 Vc in te dienen uiterlijk drie maanden na hun inreis maar in ieder geval tot en met 30 september 2021.
|
||||
Het familielid van een VK-onderdaan, als bedoeld in artikel 10, eerste lid, onder e,onderdeel ii en artikel 10, derde en vierde lid, van het terugtrekkingsakkoord dat het recht heeft zijn verblijf na 31 december 2020 aan te vangen, heeft op grond van artikel 18, eerste lid onder b, tweede alinea, van het terugtrekkingsakkoord het recht een aanvraag voor een verblijfsdocument als bedoeld in paragraaf B13/2.1 Vc in te dienen uiterlijk drie maanden na inreis. Deze termijn van drie maanden na inreis blijft ook gelden bij een inreis na 30 september 2021. Verder kan het familielid, dat na 31 december 2020 Nederland is ingereisd, sowieso tot en met 30 september 2021 een aanvraag om een verblijfsdocument als bedoeld in paragraaf B13/2.1 Vc indienen. De termijn van 3 maanden na inreis is dus niet aan de orde zolang de aanvraag uiterlijk op 30 september 2021 is ingediend.
|
||||
|
||||
Indien de VK-onderdaan en zijn familielid voor het einde van de overgangsperiode in Nederland verbleven en na 30 september 2021 een aanvraag indienen, toetst de IND op grond van artikel 18, eerste lid onder d van het terugtrekkingsakkoord of er verschoonbare redenen aanwezig zijn waarom de aanvraag niet binnen de termijn is ingediend. De IND betrekt bij de beoordeling of sprake is van een verschoonbare termijnoverschrijding alle relevante feiten en omstandigheden. Pas als de IND concludeert dat de aanvraag verschoonbaar te laat is ingediend, wordt aan de voorwaarden van B13/2.1 Vc getoetst.
|
||||
De Brexit heeft ingrijpende verblijfsrechtelijke en maatschappelijke gevolgen in het geval niet tijdig een nieuw verblijfsdocument wordt aangevraagd. Daarom wordt een aanvraag van een VK-onderdaan en zijn familielid, die vóór het einde van de overgangsperiode (31 december 2020) in Nederland verbleef en die na 30 september 2021 een aanvraag indient nog gedurende één jaar (tot 1 oktober 2022) uit oogpunt van evenredigheid inhoudelijk in behandeling genomen, ongeacht de reden van de te late indiening. De toets op de aanwezigheid van een verschoonbare reden voor de te late aanvraag blijft gedurende deze periode derhalve achterwege.
|
||||
|
||||
Voor de personen die het recht hebben om hun verblijf na 31 december 2020 aan te vangen en die hun aanvraag niet tijdig indienen geldt eveneens dat de IND op grond van artikel 18, eerste lid onder d van het terugtrekkingsakkoord toetst of er verschoonbare redenen zijn waarom de aanvraag niet binnen de termijn is ingediend.
|
||||
Als de VK-onderdaan (en zijn familielid) niet uiterlijk op 30 september 2021 een aanvraag heeft ingediend voor verlening van een verblijfsdocument (als bedoeld in paragraaf B13/2.1 Vc), heeft hij vanaf 1 oktober 2021 in Nederland geen rechtmatig verblijf meer op grond van het terugtrekkingsakkoord. Maar als de VK onderdaan (en zijn familielid) daarna vóór 1 oktober 2022 alsnog de aanvraag indient, verkrijgt de VK onderdaan (en het familielid) bij inwilliging van de aanvraag alsnog met terugwerkende kracht vanaf 1 oktober 2021 weer verblijfsrecht op grond van het terugtrekkingsakkoord.
|
||||
|
||||
De IND verleent het verblijfsdocument onder verwijzing naar het terugtrekkingsakkoord. Op het verblijfsdocument wordt vermeld: ‘Residence document Withdrawal Agreement’. De arbeidsmarktaantekening luidt: ‘Arbeid vrij toegestaan, TWV niet vereist. Een (meer dan aanvullend) beroep op algemene middelen kan gevolgen hebben voor uw verblijfsrecht’.
|
||||
Ook voor het familielid van de VK-onderdaan dat het recht heeft om zijn verblijf inNederland na 31 december 2020 aan te vangen en die zijn aanvraag niet tijdig indient geldt dat de aanvraag nog gedurende één jaar (tot 1 oktober 2022) in behandeling wordt genomen, ongeacht de reden van de te late indiening. Als het familielid van de VK-onderdaan niet binnen de uiterlijke aanvraagtermijn (als bedoeld in artikel 18, lid 1 onder b van het terugtrekkingsakkoord) een aanvraag heeft ingediend voor verlening van een verblijfsdocument als bedoeld in paragraaf B13/2.1 Vc, heeft hij vanaf de eerste dag na verstrijken van de uiterlijke aanvraagtermijn geen rechtmatig verblijf meer op grond van het terugtrekkingsakkoord. Maar als het familielid van de VK-onderdaan daarna vóór 1 oktober 2022 alsnog de aanvraag indient, verkrijgt het familielid bij inwilliging van de aanvraag alsnog vanaf het moment van indiening van de aanvraag weer verblijfsrecht op grond van het terugtrekkingsakkoord als bedoeld in paragraaf B13/2.1 Vc.
|
||||
|
||||
Bij aanvragen ingediend na 30 september 2022 toetst de IND op grond van artikel 18, eerste lid onder d van het terugtrekkingsakkoord of er verschoonbare redenen aanwezig zijn waarom de aanvraag niet binnen de termijn is ingediend. De IND betrekt bij de beoordeling of sprake is van een verschoonbare termijnoverschrijding alle relevante feiten en omstandigheden. Pas als de IND concludeert dat de aanvraag verschoonbaar te laat is ingediend, wordt aan de voorwaarden van B13/2.1 Vc getoetst.
|
||||
|
||||
De IND verleent het verblijfsdocument onder verwijzing naar het terugtrekkingsakkoord. De tekst op het verblijfsdocument luidt: ‘Residence document Withdrawal Agreement’. De arbeidsmarktaantekening luidt: ‘Arbeid vrij toegestaan, TWV niet vereist. Een (meer dan aanvullend) beroep op algemene middelen kan gevolgen hebben voor uw verblijfsrecht’.
|
||||
|
||||
De IND verleent het verblijfsdocument als bedoeld in paragraaf B13/2.1 Vc met ingang van de dag waarop op de aanvraag is beslist. De IND verleent het verblijfsdocument voor de duur van 5 jaar.
|
||||
|
||||
#### 2.4. Intrekking van het verblijfsrecht
|
||||
#### 2.4. Beëindiging van het verblijfsrecht
|
||||
|
||||
De IND trekt het verblijfsrecht als bedoeld in paragraaf B13/2.1 Vc met terugwerkende kracht in, in geval van rechtsmisbruik of indien er onjuiste gegevens zijn verstrekt terwijl bekendheid met de juiste gegevens zou hebben geleid tot weigering van het verblijfsdocument, zoals omschreven in paragraaf B10/2.3 Vc.
|
||||
De IND beëindigt het verblijfsrecht als bedoeld in paragraaf B13/2.1 Vc met terugwerkende kracht bij rechtsmisbruik of indien er onjuiste gegevens zijn verstrekt terwijl bekendheid met de juiste gegevens zou hebben geleid tot weigering van het verblijfsdocument (zie paragraaf B10/2.3 Vc).
|
||||
|
||||
De IND trekt het verblijfsrecht van de VK-onderdaan en zijn familielid voorts in, indien de VK-onderdaan of het familielid een gevaar voor de openbare orde vormt als bedoeld in artikel 20 van het terugtrekkingsakkoord.
|
||||
De IND beëindigt het verblijfsrecht van de VK-onderdaan en zijn familielid als de VK-onderdaan of het familielid een gevaar voor de openbare orde vormt als bedoeld in artikel 20 van het terugtrekkingsakkoord.
|
||||
|
||||
Indien zich na de verlening, maar vóór het einde van de overgangsperiode, nieuwe omstandigheden voordoen op grond waarvan het verblijfsrecht kan worden ingetrokken, zijn de bepalingen van hoofdstuk VI van richtlijn 2004/38/EG van toepassing. In geval van openbare orde is de pleegdatum leidend. Indien het misdrijf is gepleegd vóór of op 31 december 2020 geldt het openbare orde criterium als bedoeld in paragraaf B10/2.3 Vc. Indien het misdrijf ná 31 december 2020 is gepleegd geldt het openbare orde criterium als bedoeld in paragraaf B1/6 Vc.
|
||||
Indien zich na de verlening van de verblijfsvergunning als bedoeld in paragraaf B13/2.1 Vc, maar vóór het einde van de overgangsperiode, nieuwe omstandigheden op het gebied van openbare orde voordoen op grond waarvan het verblijfsrecht kan worden ingetrokken, zijn de bepalingen van hoofdstuk 6 van richtlijn 2004/38/EG van toepassing. Bij openbare orde is de pleegdatum leidend. Indien het misdrijf is gepleegd vóór of op 31 december 2020 geldt het openbare orde criterium als bedoeld in paragraaf B10/2.3 Vc. Als het misdrijf ná 31 december 2020 is gepleegd geldt het openbare orde criterium als bedoeld in paragraaf B1/6 Vc.
|
||||
|
||||
Als een economisch niet-actieve VK-onderdaan of zijn familielid een beroep doet op de algemene middelen, is ten aanzien van de beoordeling van de verblijfsrechtelijke gevolgen de inhoud van het onderdeel ‘Beroep op de algemene middelen’ van paragraaf B10/2.3 Vc van toepassing.
|
||||
|
||||
Daar waar in het onderdeel ‘beroep op de algemene middelen’ van paragraaf B10/2.3 sprake is van de term ‘verblijf’, betrekt de IND bij het beoordelen van de duur van het verblijf van de VK-onderdaan in Nederland zowel het (ononderbroken) verblijf van voor als van na de einddatum van de overgangsperiode.
|
||||
|
||||
Het verblijfsrecht (als bedoeld in paragraaf B13/2.1 Vc) van een familielid van een VK-onderdaan eindigt als niet langer sprake is van een familierechtelijke relatie als bedoeld in B13/1 Vc (onderdeel ‘Familieleden van VK-onderdanen’). Tenzij sprake is van een omstandigheid als bedoeld in artikel 12, 13 of 14 van Richtlijn 2004/38/EG (in het Vb geïmplementeerd in artikel 8.15, lid 2 tot en met 5) en aan de in die artikelen vermelde voorwaarden wordt voldaan. Daar waar in die artikelen ‘burger van de Unie’ staat vermeld dient dat in dit geval te worden gelezen als ‘VK-onderdaan’.
|
||||
|
||||
### 3. Aanvraagprocedure terugtrekkingsakkoord duurzaam verblijfsrecht
|
||||
|
||||
|
|
@ -6327,9 +6363,11 @@ b. die op grond van artikel 18, eerste lid onder i van het terugtrekkingsakkoord
|
|||
|
||||
Ad a en b.
|
||||
|
||||
De IND verstrekt een verblijfsdocument indien de VK-onderdaan en zijn familielid voor duurzaam verblijfsrecht op grond van artikel 15 van het terugtrekkingsakkoord in aanmerking komen en derhalve voldoen aan de artikelen 16, 17 en 18 van de richtlijn 2004/38/EG, nader uitgewerkt in de artikelen 8.17 t/m 8.25 Vb en de beleidsregels als bedoeld in het deel van paragraaf B10/2 Vc dat ziet op de artikelen 8.17 t/m 8.25 Vb. Op grond van de vrije bewijsleer kunnen de VK-onderdaan en zijn familielid dit met alle bewijsmiddelen aantonen.
|
||||
De IND verstrekt een verblijfsdocument indien de VK-onderdaan en zijn familielid voor duurzaam verblijfsrecht op grond van artikel 15 van het terugtrekkingsakkoord in aanmerking komen en derhalve voldoen aan de artikelen 16, 17 en 18 van de richtlijn 2004/38/EG, nader uitgewerkt in de artikelen 8.17 t/m 8.25 Vb en de beleidsregels als bedoeld in het deel van paragraaf B10/2 Vc dat ziet op de artikelen 8.17 t/m 8.25 Vb.
|
||||
|
||||
In het geval na toetsing blijkt dat de VK-onderdaan of het familielid niet voldoen aan de criteria van artikel 15, eerste lid van het terugtrekkingsakkoord toetst de IND ambtshalve door aan de voorwaarden voor verlening van een verblijfsdocument als bedoeld in paragraaf B13/2.1 Vc.
|
||||
Op grond van de vrije bewijsleer kunnen de VK-onderdaan en zijn familielid dit met alle bewijsmiddelen aantonen.
|
||||
|
||||
De IND toetst ambtshalve aan de voorwaarden als vermeld in paragraaf B13/2.1 Vc als de VK onderdaan en zijn familielid geen verblijfsvergunning hebben als bedoeld in paragraaf B13/2.1 Vc en zij niet voldoen aan de voorwaarden van artikel 15, eerste lid van het terugtrekkingsakkoord.
|
||||
|
||||
#### 3.2. Contra-indicaties
|
||||
|
||||
|
|
@ -6341,19 +6379,17 @@ c. de VK-onderdaan of zijn familielid zijn meer dan vijf achtereenvolgende jaren
|
|||
|
||||
Ad a.
|
||||
|
||||
*Gevaar voor de openbare orde en de nationale veiligheid*
|
||||
|
||||
Op grond van artikel 20, eerste lid van het terugtrekkingsakkoord gelden, voor misdrijven gepleegd tot en met 31 december 2020, de bepalingen van hoofdstuk 6 van richtlijn 2004/38/EG. Dit houdt in dat op deze misdrijven het openbare orde criterium van paragraaf B10/2.3 Vc van toepassing is. Ten aanzien van na 31 december 2020 gepleegde misdrijven, gelden op grond van artikel 20, tweede lid van het terugtrekkingsakkoord de nationale openbare orde bepalingen.
|
||||
|
||||
De IND verleent evenmin een verblijfsdocument indien er concrete aanwijzingen zijn dat de VK-onderdaan of het familielid op grond van artikel 27 van de richtlijn 2004/38/EG een gevaar vormt voor de nationale veiligheid als bedoeld in paragraaf B1/4.4 Vc. In het geval er enkel bij de VK-onderdaan sprake is van deze contra-indicatie verleent de IND, gelet op het afhankelijke karakter van het verblijfsrecht, noch aan de VK-onderdaan, noch aan het familielid een verblijfsdocument als bedoeld in paragraaf B13/3.1 Vc. In het geval er enkel bij het familielid sprake is van deze contra-indicatie, wordt uitsluitend aan dat familielid geen verblijfsdocument verleend.
|
||||
De IND verleent evenmin een verblijfsdocument indien er concrete aanwijzingen zijn dat de VK-onderdaan of het familielid op grond van artikel 27 van de richtlijn 2004/38/EG een gevaar vormt voor de nationale veiligheid als bedoeld in paragraaf B1/4.4 Vc. Als er enkel bij de VK-onderdaan sprake is van een gevaar voor de openbare orde (of gevaar voor de nationale veiligheid) verleent de IND, gelet op het afhankelijke karakter van het verblijfsrecht, noch aan de VK-onderdaan, noch aan het familielid een verblijfsdocument als bedoeld in paragraaf B13/3.1 Vc. Als er enkel bij het familielid sprake is van deze contra-indicatie, verleent de IND uitsluitend aan dat familielid geen verblijfsdocument.
|
||||
|
||||
De IND verleent voorts geen verblijfsdocument als er een procedure aanhangig is om te beoordelen of de betrokken vreemdeling een gevaar vormt voor de openbare orde, ongeacht de pleegdatum.
|
||||
De IND verleent ook geen verblijfsdocument als er een procedure aanhangig is om te beoordelen of de VK-onderdaan of het familielid een gevaar vormt voor de openbare orde, ongeacht de pleegdatum.
|
||||
|
||||
De IND voert op grond van artikel 18, eerste lid onder p van het terugtrekkingsakkoord systematisch controles ten aanzien van openbare orde uit bij de beoordeling van aanvragen voor een verblijfsdocument als bedoeld in paragraaf B13/3.1 Vc om te bezien of de beperkingen van artikel 20 van het terugtrekkingsakkoord van toepassing zijn.
|
||||
De IND voert op grond van artikel 18, eerste lid onder p van het terugtrekkingsakkoord systematisch controles ten aanzien van openbare orde uit bij de beoordeling van aanvragen voor een verblijfsdocument als bedoeld in paragraaf B13/3.1 Vc om te bezien of de beperkingen van artikel 20 van het terugtrekkingsakkoord van toepassing zijn.
|
||||
|
||||
Ad b.
|
||||
|
||||
De bepalingen van B10/2.3 Vc onder het kopje ‘Rechtsmisbruik en fraude’ zijn hier van toepassing.
|
||||
De bepalingen van paragraaf B10/2.3 Vc onder het kopje ‘Rechtsmisbruik en fraude’ zijn hier van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
#### 3.3. Houders van een EU document duurzaam verblijf
|
||||
|
||||
|
|
@ -6365,21 +6401,37 @@ De IND wisselt kosteloos het bestaande verblijfsdocument EU duurzaam als bedoeld
|
|||
|
||||
#### 3.4. Procedurele bepalingen
|
||||
|
||||
De VK-onderdaan en zijn familielid moeten een aanvraag indienen om in aanmerking te komen voor een verblijfsdocument als bedoeld in paragraaf B13/3.1 Vc, zodat zij na de overgangsperiode een bewijs van rechtmatig verblijf hebben.
|
||||
##### 3.4.1. Aanvraagprocedure indien niet eerder een verblijfsdocument is verleend als bedoeld in
|
||||
|
||||
Op grond van artikel 18, eerste lid onder b, eerste alinea, van het terugtrekkingsakkoord kunnen de VK-onderdaan en zijn familielid die vóór het einde van de overgangsperiode naar Nederland zijn gekomen, ook daarna nog een aanvraag indienen. De VK-onderdaan en zijn familielid hebben in dat geval de gelegenheid om tot en met uiterlijk 30 september 2021 (negen maanden na het einde van de overgangsperiode) een aanvraag voor een verblijfsdocument als bedoeld in paragraaf B13/3.1 Vc in te dienen.
|
||||
De VK-onderdaan en zijn familielid moeten een aanvraag indienen om in aanmerking te komen voor een verblijfsdocument als bedoeld in paragraaf B13/3.1 Vc, zodat zij bij inwilliging van de aanvraag na de overgangsperiode een bewijs van rechtmatig verblijf hebben.
|
||||
|
||||
Indien de VK-onderdaan en zijn familielid voor het einde van de overgangsperiode in Nederland verbleven en na 30 september 2021 een aanvraag indienen, toetst de IND op grond van artikel 18, eerste lid onder d van het terugtrekkingsakkoord of er verschoonbare redenen aanwezig zijn waarom de aanvraag niet binnen de termijn is ingediend. De IND betrekt bij de beoordeling of sprake is van een verschoonbare termijnoverschrijding alle relevante feiten en omstandigheden. Pas als de IND concludeert dat de aanvraag verschoonbaar te laat is ingediend, wordt aan de voorwaarden van B13/3.1 Vc getoetst.
|
||||
Op grond van artikel 18, eerste lid onder b, eerste alinea, van het terugtrekkingsakkoord kunnen de VK-onderdaan en zijn familielid die vóór het einde van de overgangsperiode naar Nederland zijn gekomen, ook na 31 december 2020 nog een aanvraag indienen. De VK-onderdaan en zijn familielid hebben in dat geval de gelegenheid om tot en met uiterlijk 30 september 2021 (negen maanden na het einde van de overgangsperiode) een aanvraag voor een verblijfsdocument als bedoeld in paragraaf B13/3.1 Vc in te dienen.
|
||||
|
||||
De IND verleent het verblijfsdocument onder verwijzing naar het terugtrekkingsakkoord. Op het verblijfsdocument wordt vermeld: ‘Permanent residence document Withdrawal Agreement’. De arbeidsmarktaantekening luidt: ‘Arbeid vrij toegestaan, TWV niet vereist’.
|
||||
De Brexit heeft ingrijpende verblijfsrechtelijke en maatschappelijke gevolgen in het geval niet tijdig een nieuw verblijfsdocument wordt aangevraagd. Daarom wordt een aanvraag van een VK-onderdaan en zijn familielid, die vóór het einde van de overgangsperiode (31 december 2020) in Nederland verbleef en die na 30 september 2021 een aanvraag indient nog gedurende één jaar (tot 1 oktober 2022) uit oogpunt van evenredigheid inhoudelijk in behandeling genomen, ongeacht de reden van de te late indiening. De toets op de aanwezigheid van een verschoonbare reden voor de te late aanvraag blijft gedurende deze periode derhalve achterwege.
|
||||
|
||||
Als de VK-onderdaan (en zijn familielid) niet uiterlijk op 30 september 2021 een aanvraag heeft ingediend voor verlening van een verblijfsdocument (als bedoeld in paragraaf B13/3.1 Vc), heeft hij vanaf 1 oktober 2021 in Nederland geen rechtmatig verblijf meer op grond van het terugtrekkingsakkoord. Maar als de VK onderdaan (en zijn familielid) daarna vóór 1 oktober 2022 alsnog de aanvraag indient, verkrijgt de VK onderdaan (en het familielid) bij inwilliging van de aanvraag alsnog met terugwerkende kracht vanaf 1 oktober 2021 weer verblijfsrecht op grond van het terugtrekkingsakkoord.
|
||||
|
||||
Bij aanvragen ingediend na 30 september 2022 toetst de IND op grond van artikel 18, eerste lid onder d van het terugtrekkingsakkoord of er verschoonbare redenen aanwezig zijn waarom de aanvraag niet binnen de termijn is ingediend. De IND betrekt bij de beoordeling of sprake is van een verschoonbare termijnoverschrijding alle relevante feiten en omstandigheden. Pas als de IND concludeert dat de aanvraag verschoonbaar te laat is ingediend, wordt aan de voorwaarden van B13/3.1 Vc getoetst.
|
||||
|
||||
##### 3.4.2. Aanvraagprocedure indien eerder aan de VK onderdaan en zijn familielid een verblijfsdocument is verleend als bedoeld in
|
||||
|
||||
De VK-onderdaan en zijn familielid die reeds in het bezit zijn van een verblijfsrecht als bedoeld in paragraaf B13/2.1 Vc, verwerven een duurzaam verblijfsrecht als zij voldoen aan de voorwaarden als bedoeld in paragraaf B13/3.1 Vc. Zij kunnen in dat geval een aanvraag indienen voor verlening van een verblijfsdocument als bedoeld in paragraaf B13/3.1 Vc. Voor deze aanvraag geldt dan geen uiterlijke termijn.
|
||||
|
||||
De IND toetst na indiening van de aanvraag of de VK-onderdaan en zijn familielid voldoen aan de voorwaarden als vermeld paragraaf B13/3.1 Vc. Bij inwilliging van de aanvraag ontvangen zij van de IND een verblijfsdocument als bedoeld in paragraaf B13/3.1 Vc. Zij kunnen met dit verblijfsdocument aantonen dat zij in het bezit zijn van een duurzaam verblijfsrecht als bedoeld in paragraaf B13/3.1 Vc.
|
||||
|
||||
##### 3.4.3. Beperking en arbeidsmarktaantekening
|
||||
|
||||
De IND verleent het verblijfsdocument onder verwijzing naar het terugtrekkingsakkoord. De tekst op het verblijfsdocument luidt: ‘Permanent residence document Withdrawal Agreement’. De arbeidsmarktaantekening luidt: ‘Arbeid vrij toegestaan, TWV niet vereist’.
|
||||
|
||||
##### 3.4.4. Ingangsdatum en geldigheidsduur van het verblijfsdocument
|
||||
|
||||
De IND verleent het verblijfsdocument als bedoeld in paragraaf B13/3.1 Vc met ingang van de dag waarop de aanvraag is beslist. De IND verleent het verblijfsdocument voor de duur van 10 jaar.
|
||||
|
||||
#### 3.5. Intrekking van het verblijfsrecht
|
||||
#### 3.5. Beeindiging van het verblijfsrecht
|
||||
|
||||
De IND trekt het verblijfsrecht van de VK-onderdaan en zijn familielid in, indien de intrekkingsgronden van artikel 20 van het terugtrekkingsakkoord van toepassing zijn. De IND trekt voorts op grond van artikel 15, lid 3 van het terugtrekkingsakkoord het verblijfsrecht in bij afwezigheid uit Nederland van een periode van meer dan vijf jaar. De IND trekt het verblijfsrecht als bedoeld in paragraaf B13/3.1 Vc met terugwerkende kracht in, in geval van rechtsmisbruik of indien er onjuiste gegevens zijn verstrekt terwijl bekendheid met de juiste gegevens zou hebben geleid tot weigering van het verblijfsdocument, zoals omschreven in paragraaf B10/2.3 Vc.
|
||||
De IND beëindigt het verblijfsrecht van de VK-onderdaan en zijn familielid als de beeindigingsgronden van artikel 20 van het terugtrekkingsakkoord van toepassing zijn. De IND beëindigt ook op grond van artikel 15, lid 3 van het terugtrekkingsakkoord het verblijfsrecht bij afwezigheid uit Nederland van een periode van meer dan vijf jaar. De IND beëindigt het verblijfsrecht als bedoeld in paragraaf B13/3.1 Vc met terugwerkende kracht bij rechtsmisbruik of indien er onjuiste gegevens zijn verstrekt terwijl bekendheid met de juiste gegevens zou hebben geleid tot weigering van het verblijfsdocument, zoals omschreven in paragraaf B10/2.3 Vc.
|
||||
|
||||
Indien na de verlening zich tijdens de overgangsperiode nieuwe omstandigheden voordoen op grond waarvan het verblijfsrecht kan worden ingetrokken, zijn de bepalingen van hoofdstuk VI van richtlijn 2004/38/EG van toepassing. In geval van openbare orde is de pleegdatum leidend. Indien het misdrijf is gepleegd vóór of op 31 december 2020 geldt het openbare orde criterium als bedoeld in paragraaf B10/2.3 Vc. Indien het misdrijf ná 31 december 2020 is gepleegd geldt het openbare orde criterium als bedoeld in paragraaf B1/6 Vc.
|
||||
Indien na de verlening van de verblijfsvergunning als bedoeld in paragraaf B13/3.1Vc zich tijdens de overgangsperiode nieuwe omstandigheden voordoen op grond waarvan het verblijfsrecht kan worden ingetrokken, zijn de bepalingen van hoofdstuk 6 van richtlijn 2004/38/EG van toepassing. Bij openbare orde is de pleegdatum leidend. Als het misdrijf is gepleegd vóór of op 31 december 2020 geldt het openbare orde criterium als bedoeld in paragraaf B10/2.3 Vc. Indien het misdrijf ná 31 december 2020 is gepleegd geldt het openbare orde criterium als bedoeld in paragraaf B1/6 Vc.
|
||||
|
||||
### 4. Aanvraagprocedure terugtrekkingsakkoord Grensarbeiders
|
||||
|
||||
|
|
@ -6387,9 +6439,9 @@ Indien na de verlening zich tijdens de overgangsperiode nieuwe omstandigheden vo
|
|||
|
||||
De IND beschouwt een VK-onderdaan als grensarbeider als hij:
|
||||
|
||||
– voor het eind van de overgangsperiode in Nederland een economische activiteit uitoefent niet zijnde op basis van detachering;
|
||||
– deze economische activiteit na de overgangsperiode voortzet; en
|
||||
– buiten Nederland woonachtig is.
|
||||
− voor het eind van de overgangsperiode in Nederland een economische activiteit uitoefent niet zijnde op basis van detachering;
|
||||
− deze economische activiteit na de overgangsperiode voortzet; en
|
||||
− buiten Nederland woonachtig is.
|
||||
|
||||
#### 4.2. Voorwaarden voor voortzetting van het recht om na de overgangsperiode op grond van het terugtrekkingsakkoord een economische activiteit als grensarbeider in Nederland uit te oefenen
|
||||
|
||||
|
|
@ -6432,7 +6484,7 @@ De bepalingen van B10/2.3 Vc onder het kopje ‘Rechtsmisbruik en fraude’ zijn
|
|||
|
||||
De VK-onderdaan moet een aanvraag indienen om in aanmerking te komen voor een document als bedoeld in deze paragraaf.
|
||||
|
||||
Het document ‘Grensarbeider’ wordt kosteloos verstrekt en kan via de website van de IND worden aangevraagd (zie www.ind.nl).
|
||||
Het document ‘Grensarbeider’ kan via de website van de IND worden aangevraagd (zie www.ind.nl).
|
||||
|
||||
#### 4.5. Document, arbeidsmarktaantekening en geldigheidsduur
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue