2010-09-01 | BWBR0025028 | Mediawet 2008

This commit is contained in:
Coornhert 2010-09-01 12:00:00 +00:00
parent 0c9c428f84
commit fe5734b3d7

View file

@ -789,16 +789,27 @@ b. dit onderdeel is nog niet in werking getreden.
Op de algemene programmakanalen:
a. beschikken omroepverenigingen waarvan het Commissariaat bij de erkenningverlening heeft vastgesteld dat zij 300 000 of meer leden hebben per jaar over 650 uren voor televisie en 3000 uren voor radio;
b. beschikken omroepverenigingen waarvan het Commissariaat bij de erkenningverlening heeft vastgesteld dat zij ten minste 150 000, doch minder dan 300 000 leden hebben per jaar over 325 uren voor televisie en 1500 uren voor radio;
c. beschikken omroepverenigingen die een voorlopige erkenning hebben verkregen per jaar over 100 uren voor televisie en 450 uren voor radio;
d. beschikt de Stichting per jaar over 1300 uren voor televisie en 1500 uren voor radio;
e. beschikt de Programmastichting per jaar over 650 uren voor televisie en 3 000 uren voor radio; en
f. beschikt de educatieve media-instelling per jaar over 500 uren voor televisie en 475 uren voor radio.
a. beschikken de omroepverenigingen die een erkenning als bedoeld in artikel 2.24 hebben verkregen, per jaar over 325 uren voor televisie en over 1500 uren voor radio, aangevuld met een aantal uren dat wordt berekend naar rato van het aantal leden van de omroepverenigingen overeenkomstig het tweede lid;
b. beschikken de omroepverenigingen die een voorlopige erkenning als bedoeld in artikel 2.24 hebben verkregen, per jaar over 100 uren voor televisie en over 450 uren voor radio;
c. beschikt de NOS per jaar over 1300 uren voor televisie en over 1500 uren voor radio;
d. beschikt de NPS per jaar over 650 uren voor televisie en over 3000 uren voor radio; en
e. beschikt de educatieve media-instelling die een erkenning als bedoeld in artikel 2.28 heeft verkregen, per jaar over 500 uren voor televisie en over 475 uren voor radio.
**2.** De instellingen, bedoeld in het eerste lid, kunnen meer uren gebruiken.
**2.**
**3.** Bij algemene maatregel van bestuur kan de verdeling van het eerste lid, onderdelen a tot en met c, worden herzien als het aantal omroepverenigingen daartoe aanleiding geeft.
Het aanvullend aantal uren voor televisie en radio per omroepvereniging die een erkenning als bedoeld in artikel 2.24 heeft verkregen, wordt vastgesteld aan de hand van de formule (l : t) * 325 * o onderscheidenlijk (l : t) * 1500 * o, waarbij
l = het aantal leden per omroepvereniging die een erkenning heeft verkregen;
t = het aantal leden van alle omroepverenigingen die een erkenning hebben verkregen; en
o = het aantal omroepverenigingen die een erkenning hebben verkregen.
Voor de vaststelling van het aanvullend aantal uren telt het aantal leden dat het aantal van 400 000 leden overschrijdt, niet mee. Het aanvullend aantal uren wordt naar boven afgerond op het naastbij gelegen gehele getal.
**3.** De instellingen, bedoeld in het eerste lid, kunnen meer uren gebruiken dan de aantallen, bedoeld in dat lid.
**4.** Bij algemene maatregel van bestuur kan de verdeling van het eerste lid, onderdelen a en b, worden herzien als het aantal omroepverenigingen daartoe aanleiding geeft.
### Artikel 2.52
@ -816,12 +827,13 @@ De raad van bestuur kan deze indeling herzien:
a. als een erkenning of een voorlopige erkenning wordt ingetrokken;
b. als de aan een instelling ter beschikking staande uren worden ingetrokken of verminderd;
c. in het belang van de coördinatie en ordening op en tussen de verschillende programmakanalen van de programmas; of
d. op grond van omstandigheden die niet voorzien waren ten tijde van de indeling.
c. in het belang van de coördinatie en ordening op en tussen de verschillende programmakanalen van de programmas;
d. op grond van omstandigheden die niet voorzien waren ten tijde van de indeling; of
e. naar aanleiding van een verzoek als bedoeld in artikel 2.54, eerste lid, tweede volzin.
### Artikel 2.54
**1.** Bij de indeling zorgt de raad van bestuur er voor dat tussen 16.00 uur en 24.00 uur op de algemene televisieprogrammakanalen en tussen 7.00 uur en 19.00 uur op de algemene radioprogrammakanalen een evenwichtige verdeling van de uren wordt bereikt.
**1.** Bij de indeling zorgt de raad van bestuur er voor dat tussen 16.00 uur en 24.00 uur op de algemene televisieprogrammakanalen en tussen 7.00 uur en 19.00 uur op de algemene radioprogrammakanalen een evenwichtige verdeling van de uren wordt bereikt. Indien en voor zover een of meer landelijke publieke media-instellingen daarom verzoeken zorgt de raad van bestuur in afwijking van de vorige volzin voor een verdeling van de uren van deze landelijke publieke media-instellingen tussen 7.00 uur en 24.00 uur op de algemene televisieprogrammakanalen.
**2.** De raad van bestuur zorgt er in het kader van de coördinatie voor dat het media-aanbod op de aanbodkanalen van de landelijke publieke mediadienst past binnen de kaders van artikel 2.1, het concessiebeleidsplan, bedoeld in artikel 2.20, en de profielen van de aanbodkanalen en voldoet aan de artikelen 2.115, eerste lid, 2.116 en 2.119 tot en met 2.123.
@ -842,7 +854,7 @@ b. zorgen voor voldoende gebruiksrechten op dat media-aanbod voor verspreiding,
Voor de coördinatie en ordening van het programma-aanbod op een algemeen televisieprogrammakanaal wordt de raad van bestuur bijgestaan door een redactie die als volgt is samengesteld:
a. de omroepverenigingen, de educatieve media-instelling, de Programmastichting en de Stichting van wie een door de raad van bestuur te bepalen belangrijk deel van de uren, bedoeld in artikel 2.51, eerste lid, tussen 16.00 uur en 24.00 uur is ingedeeld op het desbetreffende programmakanaal benoemen elk één lid; en
a. de omroepverenigingen, de educatieve media-instelling, de NOS en de NPS van wie een door de raad van bestuur te bepalen belangrijk deel van de uren, bedoeld in artikel 2.51, eerste lid, is ingedeeld op het desbetreffende programmakanaal tussen de uren waarvoor een evenwichtige verdeling is gemaakt als bedoeld in artikel 2.54, eerste lid, benoemen elk één lid; en
b. de kerkgenootschappen en genootschappen op geestelijke grondslag van wie uren zijn ingedeeld op het desbetreffende programmakanaal benoemen gezamenlijk één lid.
**2.** Voor de coördinatie en ordening van het programma-aanbod op een radioprogrammakanaal wordt de raad van bestuur bijgestaan door een redactie waarin de instellingen van wie uren op het desbetreffende programmakanaal zijn ingedeeld elk één lid benoemen.
@ -854,8 +866,9 @@ b. de kerkgenootschappen en genootschappen op geestelijke grondslag van wie uren
Een regeling voor de coördinatie en ordening van het media-aanbod als bedoeld in artikel 2.10, tweede lid, onderdeel c, regelt in elk geval:
a. de wijze waarop de coördinatie en ordening van het media-aanbod op en tussen de verschillende aanbodkanalen plaatsvindt;
b. de wijze waarop de raad van bestuur zijn bevoegdheid om het beoogde moment van verspreiding van media-aanbod te wijzigen of media-aanbod niet te verspreiden, gebruikt; en
c. de wijze waarop de raad van bestuur het tot stand komen van afspraken als bedoeld in artikel 2.55, eerste lid, bevordert.
b. de wijze waarop de raad van bestuur zijn bevoegdheid om het beoogde moment van verspreiding van media-aanbod te wijzigen of media-aanbod niet te verspreiden, gebruikt;
c. de beschikbaarheid van budgettering voor de uren bedoeld in artikel 2.54, eerste lid; en
d. de wijze waarop de raad van bestuur het tot stand komen van afspraken als bedoeld in artikel 2.55, eerste lid, bevordert.
### Artikel 2.58
@ -1774,6 +1787,8 @@ f. de verzorging van het media-aanbod van de op grond van artikel 2.42 aangeweze
g. de uitvoering van de taken en werkzaamheden van de NPO; en
h. de versterking van het media-aanbod van de landelijke publieke mediadienst.
Onze Minister stelt het budget, bedoeld in de eerste volzin, onderdeel d, niet hoger vast dan het gemiddelde budget dat met toepassing van artikel 2.152 voor een omroepvereniging kan worden vastgesteld.
**2.** Onze Minister stelt de budgetten vast op tachtig procent van de overeenkomstige budgetten van het voorgaande jaar als de NPO de begroting niet volgens de daarvoor geldende regels heeft ingediend.
### Artikel 2.150
@ -1794,17 +1809,30 @@ h. de versterking van het media-aanbod van de landelijke publieke mediadienst.
**1.**
De raad van bestuur verdeelt het budget, bedoeld in artikel 2.149, eerste lid, onderdeel a, als volgt:
De raad van bestuur verdeelt het budget, bedoeld in artikel 2.149, eerste lid, onderdeel a, zodanig dat:
a. de omroepverenigingen, bedoeld in artikel 2.51, eerste lid, onderdeel a, en de Programmastichting krijgen elk hetzelfde bedrag;
b. de omroepverenigingen, bedoeld in artikel 2.51, eerste lid, onderdeel b, krijgen elk vijftig procent van het bedrag, bedoeld in onderdeel a; en
c. de omroepverenigingen die een voorlopige erkenning hebben verkregen, krijgen elk vijftien procent van het bedrag, bedoeld in onderdeel a.
a. van de ene helft van het budget elke omroepvereniging een gelijk deel ontvangt; en
b. van de andere helft van het budget elke omroepvereniging een bedrag ontvangt waarvan de omvang wordt berekend naar rato van het aantal leden van de omroepvereniging overeenkomstig het tweede lid.
**2.** De omroepverenigingen, de educatieve media-instelling en de Programmastichting besteden de ontvangen bedragen aan de in artikel 2.149, eerste lid, onderdelen a en c, genoemde doelen.
Voor de vaststelling van het budget, bedoeld in onderdeel b, telt het aantal leden dat het aantal van 400 000 leden overschrijdt, niet mee.
**2.**
Het bedrag per omroepvereniging, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, wordt vastgesteld aan de hand van de formule
(l : t) * b, waarbij
l = het aantal leden per omroepvereniging;
t = het totaal aantal leden van alle omroepverenigingen die een erkenning als bedoeld in artikel 2.24 hebben verkregen; en
b = de helft van het budget, bedoeld in artikel 2.149, eerste lid, onderdeel a.
### Artikel 2.152a
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
**1.** De raad van bestuur verdeelt het budget, bedoeld in artikel 2.149, eerste lid, onderdeel b, over de omroepverenigingen die een voorlopige erkenning als bedoeld in artikel 2.24 hebben verkregen, zodanig dat elke omroepvereniging een bedrag ontvangt van dertig procent van het basisbudget van een omroepvereniging, bedoeld in artikel 2.152, eerste lid, onderdeel a.
**2.** De omroepverenigingen, bedoeld in artikel 2.152, eerste lid, onderdeel a, de omroepverenigingen, bedoeld in het eerste lid, de NOS, de NPS en de educatieve media-instelling, bedoeld in artikel 2.149, eerste lid, onderdeel e, besteden de ontvangen bedragen en de budgetten aan de in artikel 2.149, eerste lid, onderdelen a tot en met e, genoemde doelen.
### Artikel 2.153