2012-01-01 | BWBR0020183 | Besluit WWB 2007
This commit is contained in:
parent
5364c8d7eb
commit
fe83d43639
1 changed files with 34 additions and 42 deletions
|
|
@ -22,19 +22,17 @@ b. *IOAW:*
|
|||
Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers;
|
||||
c. *IOAZ:*
|
||||
Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen;
|
||||
d. *WWIK:*
|
||||
Wet werk en inkomen kunstenaars;
|
||||
e. *Bbz 2004:*
|
||||
d. *Bbz 2004:*
|
||||
Besluit bijstandverlening zelfstandigen 2004;
|
||||
f. *WIJ:*
|
||||
e. *WIJ:*
|
||||
Wet investeren in jongeren;
|
||||
g. *uitkering:* de uitkering, bedoeld in artikel 69, eerste lid, van de wet, inclusief een uitkering voor uitgaven in verband met toegekende algemene bijstand aan zelfstandigen als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel b, van het Bbz 2004;
|
||||
h. *gemeentelijke bijstandslasten:* de volgens de verantwoordingsinformatie, bedoeld in artikel 17a, eerste lid, van de Financiële-verhoudingswet, in het jaar twee jaar voorafgaand aan het jaar waarover de uitkering wordt vastgesteld door het college gedane uitgaven voor algemene bijstand, vermenigvuldigd met het aantal huishoudens waarvan de referentiepersoon tot de leeftijdscategorie van 15 tot en met 64 jaar behoort, in de gemeente op 1 januari van het jaar voorafgaand aan het jaar waarover de uitkering wordt vastgesteld, gedeeld door het aantal dergelijke huishoudens in de gemeente op 1 januari van het jaar twee jaar voorafgaand aan het jaar waarover de uitkering wordt vastgesteld;
|
||||
i. *gemeentelijke uitgaven op grond van de WWIK:* het saldo van de uitgaven en ontvangsten op grond van artikel 48, eerste lid, onderdeel a, van de WWIK volgens de verantwoordingsinformatie, bedoeld in artikel 17a, eerste lid, van de Financiële-verhoudingswet, door het college van de in artikel 16, eerste lid, van het uitvoeringsbesluit WWIK genoemde gemeenten in het jaar twee jaar voorafgaand aan het jaar waarover de uitkering wordt vastgesteld;
|
||||
j. *gemeentelijke uitgaven op grond van de IOAW:* de in het jaar, twee jaar voorafgaand aan het jaar waarover de uitkering wordt vastgesteld, volgens de verantwoordingsinformatie, bedoeld in artikel 17a, eerste lid, van de Financiële-verhoudingswet, door het college gedane uitgaven voor uitkeringen op grond van de IOAW, vermenigvuldigd met het aantal huishoudens waarvan de referentiepersoon tot de leeftijdscategorie van 15 tot en met 64 jaar behoort, in de gemeente op 1 januari van het jaar voorafgaand aan het jaar waarover de uitkering wordt vastgesteld, gedeeld door het aantal dergelijke huishoudens in de gemeente op 1 januari van het jaar twee jaar voorafgaand aan het jaar waarover de uitkering wordt vastgesteld;
|
||||
k. *gemeentelijke uitgaven op grond van de IOAZ:* de in het jaar, twee jaar voorafgaand aan het jaar waarover de uitkering wordt vastgesteld, volgens de verantwoordingsinformatie, bedoeld in artikel 17a, eerste lid, van de Financiële-verhoudingswet, door het college gedane uitgaven voor uitkeringen op grond van de IOAZ, vermenigvuldigd met het aantal huishoudens waarvan de referentiepersoon tot de leeftijdscategorie van 15 tot en met 64 jaar behoort, in de gemeente op 1 januari van het jaar voorafgaand aan het jaar waarover de uitkering wordt vastgesteld, gedeeld door het aantal dergelijke huishoudens in de gemeente op 1 januari van het jaar twee jaar voorafgaand aan het jaar waarover de uitkering wordt vastgesteld;
|
||||
l. *gemeentelijke uitgaven op grond van het Bbz 2004:* 68% van de in het jaar, twee jaar voorafgaand aan het jaar waarover de uitkering wordt vastgesteld, volgens de verantwoordingsinformatie, bedoeld in artikel 17a, eerste lid, van de Financiële-verhoudingswet, door het college gemaakte kosten voor levensonderhoud in de vorm van algemene bijstand verleend aan zelfstandigen als bedoeld in artikel 2, eerste lid, van het Bbz 2004, vermenigvuldigd met het aantal huishoudens waarvan de referentiepersoon tot de leeftijdscategorie van 15 tot en met 64 jaar behoort, in de gemeente op 1 januari van het jaar voorafgaand aan het jaar waarover de uitkering wordt vastgesteld, gedeeld door het aantal dergelijke huishoudens in de gemeente op 1 januari van het jaar twee jaar voorafgaand aan het jaar waarover de uitkering wordt vastgesteld;
|
||||
m. *toetsingscommissie:* de toetsingscommissie Wet werk en bijstand, bedoeld in artikel 73 van de wet.
|
||||
f. *uitkering:* de uitkering, bedoeld in artikel 69, eerste lid, van de wet, inclusief een uitkering voor de kosten van de door het college toegekende algemene bijstand aan zelfstandigen als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel b, van het Bbz 2004;
|
||||
g. *gemeentelijke lasten op grond van de WWB:* de lasten in het jaar twee jaar voorafgaand aan het jaar waarover de uitkering wordt vastgesteld, volgens de verantwoordingsinformatie, bedoeld in artikel 17a, eerste lid, van de Financiële-verhoudingswet, in verband met de door het college toegekende algemene bijstand op grond van de wet, vermenigvuldigd met het aantal huishoudens waarvan de referentiepersoon tot de leeftijdscategorie van 15 tot en met 64 jaar behoort, in de gemeente op 1 januari van het jaar voorafgaand aan het jaar waarover de uitkering wordt vastgesteld, gedeeld door het aantal dergelijke huishoudens in de gemeente op 1 januari van het jaar twee jaar voorafgaand aan het jaar waarover de uitkering wordt vastgesteld;
|
||||
h. *gemeentelijke lasten op grond van de WIJ:* de lasten in het jaar twee jaar voorafgaand aan het jaar waarover de uitkering wordt vastgesteld, volgens de verantwoordingsinformatie, bedoeld in artikel 17a, eerste lid, van de Financiële-verhoudingswet, in verband met de door het college toegekende inkomensvoorzieningen op grond van de WIJ, vermenigvuldigd met het aantal huishoudens waarvan de referentiepersoon tot de leeftijdscategorie van 15 tot en met 64 jaar behoort, in de gemeente op 1 januari van het jaar voorafgaand aan het jaar waarover de uitkering wordt vastgesteld, gedeeld door het aantal dergelijke huishoudens in de gemeente op 1 januari van het jaar twee jaar voorafgaand aan het jaar waarover de uitkering wordt vastgesteld;
|
||||
i. *gemeentelijke lasten op grond van de IOAW:* de lasten in het jaar, twee jaar voorafgaand aan het jaar waarover de uitkering wordt vastgesteld, volgens de verantwoordingsinformatie, bedoeld in artikel 17a, eerste lid, van de Financiële-verhoudingswet, in verband met de door het college toegekende uitkeringen voor uitkeringen op grond van de IOAW, vermenigvuldigd met het aantal huishoudens waarvan de referentiepersoon tot de leeftijdscategorie van 15 tot en met 64 jaar behoort, in de gemeente op 1 januari van het jaar voorafgaand aan het jaar waarover de uitkering wordt vastgesteld, gedeeld door het aantal dergelijke huishoudens in de gemeente op 1 januari van het jaar twee jaar voorafgaand aan het jaar waarover de uitkering wordt vastgesteld;
|
||||
j. *gemeentelijke lasten op grond van de IOAZ:* de lasten in het jaar, twee jaar voorafgaand aan het jaar waarover de uitkering wordt vastgesteld, volgens de verantwoordingsinformatie, bedoeld in artikel 17a, eerste lid, van de Financiële-verhoudingswet, in verband met de door het college toegekende uitkeringen voor uitkeringen op grond van de IOAZ, vermenigvuldigd met het aantal huishoudens waarvan de referentiepersoon tot de leeftijdscategorie van 15 tot en met 64 jaar behoort, in de gemeente op 1 januari van het jaar voorafgaand aan het jaar waarover de uitkering wordt vastgesteld, gedeeld door het aantal dergelijke huishoudens in de gemeente op 1 januari van het jaar twee jaar voorafgaand aan het jaar waarover de uitkering wordt vastgesteld;
|
||||
k. *gemeentelijke lasten op grond van het Bbz 2004:* de lasten in het jaar, twee jaar voorafgaand aan het jaar waarover de uitkering wordt vastgesteld, volgens de verantwoordingsinformatie, bedoeld in artikel 17a, eerste lid, van de Financiële-verhoudingswet, in verband met de door het college toegekende algemene bijstand verleend aan zelfstandigen als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel b, van het Bbz 2004, vermenigvuldigd met het aantal huishoudens waarvan de referentiepersoon tot de leeftijdscategorie van 15 tot en met 64 jaar behoort, in de gemeente op 1 januari van het jaar voorafgaand aan het jaar waarover de uitkering wordt vastgesteld, gedeeld door het aantal dergelijke huishoudens in de gemeente op 1 januari van het jaar twee jaar voorafgaand aan het jaar waarover de uitkering wordt vastgesteld;
|
||||
l. *toetsingscommissie:* de toetsingscommissie Wet werk en bijstand, bedoeld in artikel 73 van de wet.
|
||||
|
||||
### Paragraaf . Werkdeel
|
||||
|
||||
|
|
@ -54,7 +52,7 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
De uitkering voor een gemeente wordt berekend aan de hand van de volgende formule:
|
||||
|
||||
U = (G / TG) × (TBWWB +TBWIJ +TBIOAW +TBIOAZ +TBBbz +TBMAU) +(KWWIK / TKWWIK) × TBWWIK
|
||||
U = (G / TG) × (TBWWB +TBIOAW +TBIOAZ +TBBbz +TBMAU)
|
||||
|
||||
waarbij:
|
||||
|
||||
|
|
@ -62,14 +60,10 @@ a. U de uitkering voor de gemeente is;
|
|||
b. G de budgetgrondslag is van de gemeente;
|
||||
c. TG het totaal van de budgetgrondslagen is voor alle gemeenten samen;
|
||||
d. TBWWB het totale bedrag is dat beschikbaar is voor algemene bijstand;
|
||||
e. TBWIJ het totale bedrag is dat beschikbaar is voor inkomensvoorzieningen op grond van de WIJ;
|
||||
f. TBIOAW het totale bedrag is dat beschikbaar is voor uitkeringen op grond van de IOAW;
|
||||
g. TBIOAZ het totale bedrag is dat beschikbaar is voor uitkeringen op grond van de IOAZ;
|
||||
h. TBBbz het totale bedrag is dat beschikbaar is voor algemene bijstand ten behoeve van startende ondernemers op grond van het Bbz 2004;
|
||||
i. TBMAU het totale bedrag is dat in een jaar nodig is voor de meerjarige aanvullende uitkeringen, bedoeld in artikel 10c;
|
||||
j. KWWIK de gemeentelijke uitgaven zijn op grond van de WWIK;
|
||||
k. TKWWIK het totaal is van de gemeentelijke uitgaven op grond van de WWIK;
|
||||
l. TBWWIK het totale bedrag is dat beschikbaar is voor uitkeringen op grond van de WWIK.
|
||||
e. TBIOAW het totale bedrag is dat beschikbaar is voor uitkeringen op grond van de IOAW;
|
||||
f. TBIOAZ het totale bedrag is dat beschikbaar is voor uitkeringen op grond van de IOAZ;
|
||||
g. TBBbz het totale bedrag is dat beschikbaar is voor algemene bijstand ten behoeve van startende ondernemers op grond van het Bbz 2004;
|
||||
h. TBMAU het totale bedrag is dat in een jaar nodig is voor de meerjarige aanvullende uitkeringen, bedoeld in artikel 10c.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
|
|
@ -83,9 +77,7 @@ c. 40.000 of meer inwoners.
|
|||
|
||||
**4.** Het aantal inwoners wordt ontleend aan de statistiek «Demografische kerncijfers per gemeente» van het Centraal Bureau voor de Statistiek.
|
||||
|
||||
**5.** Indien de gemeentelijke uitgaven op grond van de WWIK negatief zijn, worden deze voor de toepassing van het eerste lid, onderdelen j en k op nihil gesteld.
|
||||
|
||||
**6.**
|
||||
**5.**
|
||||
|
||||
Het totale bedrag dat in een kalenderjaar nodig is voor meerjarige aanvullende uitkeringen, bedoeld in artikel 10c, wordt in mindering gebracht op de uitkering aan gemeenten waarvan de budgetgrondslag wordt berekend op grond van artikel 6 of artikel 7. Het bedrag dat in mindering wordt gebracht, wordt berekend aan de hand van de volgende formule:
|
||||
|
||||
|
|
@ -104,23 +96,24 @@ e. Som(m *U) de optelsom is van (m *U) van alle gemeenten met meer dan 25.000 in
|
|||
|
||||
### Artikel 5
|
||||
|
||||
Voor gemeenten met 25.000 inwoners of minder is de budgetgrondslag gelijk aan de som van de gemeentelijke bijstandslasten, de gemeentelijke uitgaven op grond van de IOAW, de gemeentelijke uitgaven op grond van de IOAZ en de gemeentelijkeuitgaven op grond van het Bbz 2004.
|
||||
Voor gemeenten met 25.000 inwoners of minder is de budgetgrondslag gelijk aan de som van de gemeentelijke lasten op grond van de WWB, de gemeentelijke lasten op grond van de WIJ, de gemeentelijke lasten op grond van de IOAW, de gemeentelijke lasten op grond van de IOAZ en de gemeentelijke lasten op grond van het Bbz 2004.
|
||||
|
||||
### Artikel 6
|
||||
|
||||
Voor gemeenten met meer dan 25.000 en minder dan 40.000 inwoners wordt de budgetgrondslag bepaald aan de hand van de volgende formule:
|
||||
|
||||
G = m × O + (1-m) × (K +KIOAW +KIOAZ +KBbz)
|
||||
G = m × O + (1-m) × (KWWB +KWIJ +KIOAW +KIOAZ +KBbz)
|
||||
|
||||
waarbij:
|
||||
|
||||
a. G de budgetgrondslag van de gemeente is;
|
||||
b. m het aantal inwoners in de gemeente is, verminderd met 25.000 en vervolgens gedeeld door 15.000;
|
||||
c. O de objectief vastgestelde kosten, bedoeld in artikel 69, eerste lid, van de wet zijn, vermeerderd met de objectief vastgestelde kosten voor algemene bijstand ten behoeve van startende ondernemers op grond van het Bbz 2004;
|
||||
d. K de gemeentelijke bijstandslasten zijn.
|
||||
e. KIOAW de gemeentelijke uitgaven op grond van de IOAW zijn;
|
||||
f. KIOAZ de gemeentelijke uitgaven op grond van de IOAZ zijn;
|
||||
g. KBbz de gemeentelijke uitgaven op grond van het Bbz 2004 zijn.
|
||||
d. KWWB de gemeentelijke lasten op grond van de WWB zijn;
|
||||
e. KWIJ de gemeentelijke lasten op grond van de WIJ zijn;
|
||||
f. KIOAW de gemeentelijke lasten op grond van de IOAW zijn;
|
||||
g. KIOAZ de gemeentelijke lasten op grond van de IOAZ zijn;
|
||||
h. KBbz de gemeentelijke lasten op grond van het Bbz 2004 zijn.
|
||||
|
||||
### Artikel 7
|
||||
|
||||
|
|
@ -130,7 +123,7 @@ Voor gemeenten met 40.000 inwoners of meer is de budgetgrondslag gelijk aan de o
|
|||
|
||||
**1.** Aan de hand van het verdeelmodel dat is opgenomen in de bijlage bij dit besluit worden de objectief vastgestelde kosten, bedoeld in artikel 69, eerste lid, van de wet en voor algemene bijstand ten behoeve van startende ondernemers op grond van het Bbz 2004 vastgesteld.
|
||||
|
||||
**2.** Het totale bedrag dat beschikbaar is voor de uitkering aan de gemeenten betreft: TBWWB +TBWIJ +TBWWIK +TBIOAW +TBIOAZ +TBBbz.
|
||||
**2.** Het totale bedrag dat beschikbaar is voor de uitkering aan de gemeenten betreft: TBWWB +TBIOAW +TBIOAZ +TBBbz.
|
||||
|
||||
**3.** Jaarlijks worden bij ministeriële regeling voor de verdeelmaatstaven in de bijlage bij dit besluit de peiljaren, de peildata en de gewichten vastgesteld.
|
||||
|
||||
|
|
@ -138,7 +131,7 @@ Voor gemeenten met 40.000 inwoners of meer is de budgetgrondslag gelijk aan de o
|
|||
|
||||
### Artikel 8a
|
||||
|
||||
**1.** Indien van een gemeente de bijlage bij de jaarrekening met verantwoordingsinformatie over specifieke uitkeringen, bedoeld in artikel 58a, eerste lid, van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten, voor zover deze betrekking heeft op de uitvoering van de wet, IOAW, IOAZ, Bbz 2004 en WWIK over het jaar twee jaar voorafgaand aan het jaar waarover de uitkering wordt vastgesteld, en de daarbij behorende verklaring van de accountant door Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties niet is ontvangen uiterlijk op 15 augustus van het jaar voorafgaand aan het jaar waarover de uitkering wordt vastgesteld, wordt voor de toepassing van de artikelen 4, eerste lid, 5, en 6, onderdeel c, voor de gemeentelijke bijstandslasten, de gemeentelijke uitgaven op grond van de IOAW, de gemeentelijke uitgaven op grond van de IOAZ, de gemeentelijke uitgaven op grond van de WWIK en de gemeentelijkeuitgaven op grond van het Bbz 2004 uitgegaan van het jaar drie jaar voorafgaand aan het jaar waarover de uitkering wordt vastgesteld met correctie van deze gegevens in verband met de prijsontwikkeling en de ontwikkeling van het bijstandsvolume.
|
||||
**1.** Indien van een gemeente de bijlage bij de jaarrekening met verantwoordingsinformatie over specifieke uitkeringen, bedoeld in artikel 58a, eerste lid, van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten, voor zover deze betrekking heeft op de uitvoering van de wet, de WIJ, de IOAW, de IOAZ en het Bbz 2004 over het jaar twee jaar voorafgaand aan het jaar waarover de uitkering wordt vastgesteld, en de daarbij behorende verklaring van de accountant door Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties niet is ontvangen uiterlijk op 15 augustus van het jaar voorafgaand aan het jaar waarover de uitkering wordt vastgesteld, wordt voor de toepassing van de artikelen 4, eerste lid, 5, en 6, onderdeel c, voor de gemeentelijke lasten op grond van de WWB, de gemeentelijke lasten op grond van de WIJ, de gemeentelijke lasten op grond van de IOAW, de gemeentelijke lasten op grond van de IOAZ en de gemeentelijke lasten op grond van het Bbz 2004 uitgegaan van het jaar drie jaar voorafgaand aan het jaar waarover de uitkering wordt vastgesteld met correctie van deze gegevens in verband met de prijsontwikkeling en de ontwikkeling van het bijstandsvolume.
|
||||
|
||||
**2.** Bij ministeriële regeling wordt een correctiefactor bij de toepassing van het eerste lid vastgelegd.
|
||||
|
||||
|
|
@ -148,22 +141,21 @@ Voor gemeenten met 40.000 inwoners of meer is de budgetgrondslag gelijk aan de o
|
|||
|
||||
Indien artikel 8b van de wet, onderscheidenlijk artikel 10 van de WIJ, artikel 40 van de IOAW en artikel 40 van de IOAZ van toepassing is kan, voor de toepassing van de artikelen 4, eerste lid, 5, en 6, voor:
|
||||
|
||||
a. de gemeentelijke bijstandslasten;
|
||||
b. de gemeentelijke uitgaven op grond van de WIJ;
|
||||
c. de gemeentelijke uitgaven op grond van de IOAW;
|
||||
d. de gemeentelijke uitgaven op grond van de IOAZ;
|
||||
e. de gemeentelijke uitgaven op grond van de WWIK; en
|
||||
f. de gemeentelijke uitgaven op grond van het Bbz 2004,
|
||||
a. de gemeentelijke lasten op grond van de WWB;
|
||||
b. de gemeentelijke lasten op grond van de WIJ;
|
||||
c. de gemeentelijke lasten op grond van de IOAW;
|
||||
d. de gemeentelijke lasten op grond van de IOAZ; en
|
||||
e. de gemeentelijke lasten op grond van het Bbz 2004,
|
||||
|
||||
de informatie in aanmerking worden genomen die het openbaar lichaam heeft verantwoord over het jaar dat voorafgaat aan het jaar waarover de uitkering wordt vastgesteld. De eerste zin is slechts van toepassing indien de bedoelde informatie is vastgesteld overeenkomstig artikel 34a van de Wet gemeenschappelijke regelingen.
|
||||
de informatie in aanmerking worden genomen die het openbaar lichaam heeft verantwoord over het jaar twee jaar voorafgaand aan het jaar waarover de uitkering wordt vastgesteld. De eerste zin is slechts van toepassing indien de bedoelde informatie is vastgesteld overeenkomstig artikel 34a van de Wet gemeenschappelijke regelingen.
|
||||
|
||||
**2.** Indien van een openbaar lichaam de verantwoordingsinformatie, bedoeld in het eerste lid, voor zover deze betrekking heeft op de uitvoering van de wet, WIJ, IOAW, IOAZ, Bbz 2004 en WWIK over het jaar dat twee jaar voorafgaat aan het jaar waarover de uitkering wordt vastgesteld, en de daarbij behorende verklaring van de accountant door Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties niet is ontvangen uiterlijk op 15 augustus van het jaar dat voorafgaat aan het jaar waarover de uitkering wordt vastgesteld, is artikel 8a van overeenkomstige toepassing. In dat geval wordt voor de ontbrekende informatie uitgegaan van de verantwoordingsinformatie van het openbaar lichaam over het jaar dat drie jaar voorafgaat aan het jaar waarover de uitkering wordt vastgesteld, indien die verantwoordingsinformatie door Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties is ontvangen.
|
||||
**2.** Indien van een openbaar lichaam de verantwoordingsinformatie, bedoeld in het eerste lid, voor zover deze betrekking heeft op de uitvoering van de wet, de WIJ, de IOAW, de IOAZ en het Bbz 2004 over het jaar dat twee jaar voorafgaat aan het jaar waarover de uitkering wordt vastgesteld, en de daarbij behorende verklaring van de accountant door Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties niet is ontvangen uiterlijk op 15 augustus van het jaar dat voorafgaat aan het jaar waarover de uitkering wordt vastgesteld, is artikel 8a van overeenkomstige toepassing. In dat geval wordt voor de ontbrekende informatie uitgegaan van de verantwoordingsinformatie van het openbaar lichaam over het jaar dat drie jaar voorafgaat aan het jaar waarover de uitkering wordt vastgesteld, indien die verantwoordingsinformatie door Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties is ontvangen.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 3. Incidentele en meerjarige aanvullende uitkering
|
||||
|
||||
### Artikel 9
|
||||
|
||||
De toetsingscommissie bestaat uit een voorzitter en twee leden. Onze Minister benoemt de voorzitter en de leden, alsmede twee plaatsvervangende leden, die tevens door hem kunnen worden geschorst en ontslagen.
|
||||
De toetsingscommissie bestaat uit een voorzitter en vier leden. Onze Minister benoemt de voorzitter en de leden, die tevens door hem kunnen worden geschorst en ontslagen.
|
||||
|
||||
### Artikel 10
|
||||
|
||||
|
|
@ -271,12 +263,12 @@ Bij een wijziging van de gemeentelijke indeling of een grenscorrectie als bedoel
|
|||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Voor de verlening van bijstand op grond van de wet of inkomensvoorziening op grond van de WIJ aan belanghebbenden zonder adres als bedoeld in artikel 1 van de Wet gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens worden aangewezen:
|
||||
Voor de verlening van bijstand op grond van de wet aan belanghebbenden zonder adres als bedoeld in artikel 1 van de Wet gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens worden aangewezen:
|
||||
|
||||
a. de gemeenten opgenomen in de bijlage onder A van het Besluit maatschappelijke ondersteuning, en
|
||||
b. de centrumgemeenten voor maatschappelijke opvang en verslavingsbeleid, bedoeld in artikel 1, onderdeel f, van het Besluit brede doeluitkering sociaal, integratie en veiligheid.
|
||||
|
||||
**2.** De bijstand en de inkomensvoorziening, bedoeld in het eerste lid, worden verleend door het college van de gemeente waar de belanghebbende zich op het moment van zijn aanvraag bevindt.
|
||||
**2.** De bijstand, bedoeld in het eerste lid, wordt verleend door het college van de gemeente waar de belanghebbende zich op het moment van zijn aanvraag bevindt.
|
||||
|
||||
### Artikel 11a
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue