2013-01-01 | BWBR0014168 | Mijnbouwwet

This commit is contained in:
Coornhert 2013-01-01 12:00:00 +00:00
parent be1b60950b
commit fe8ee78bf3

View file

@ -1155,9 +1155,9 @@ Onverminderd het overigens bij of krachtens deze paragraaf bepaalde geschieden d
### Artikel 73
**1.** Artikel 30f, eerste en derde lid, onderdeel a, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen is van overeenkomstige toepassing op de berekening van de heffingsrente met betrekking tot het winstaandeel.
**1.** De artikelen 30f, 30fa, 30fb, 30fc, 30fd, 30fe en 30hb, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen zijn van overeenkomstige toepassing op de berekening van de belastingrente met betrekking tot het winstaandeel.
**2.** Artikel 30f, tweede en derde lid, onderdeel d, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen is van overeenkomstige toepassing op de berekening van de heffingsrente met betrekking tot de cijns en het oppervlakterecht.
**2.** De artikelen 30h en 30hb van de Algemene wet inzake rijksbelastingen zijn van overeenkomstige toepassing op de berekening van de belastingrente met betrekking tot de cijns en het oppervlakterecht.
### Artikel 74
@ -1193,7 +1193,7 @@ Onverminderd het bij of krachtens deze afdeling bepaalde geschieden de heffing e
### Artikel 80
Indien een afdracht aan de provincie op een later tijdstip op een ander bedrag wordt vastgesteld, wordt bij die latere vaststelling de rentederving in rekening gebracht die voor de betrokkene of voor de provincie uit die latere vaststelling voortvloeit. Daarbij wordt een enkelvoudige rente in rekening gebracht, waarvan het percentage gelijk is aan het percentage van de heffingsrente, bedoeld in artikel 30f, vijfde lid, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen.
Indien een afdracht aan de provincie op een later tijdstip op een ander bedrag wordt vastgesteld, wordt bij die latere vaststelling de rentederving in rekening gebracht die voor de betrokkene of voor de provincie uit die latere vaststelling voortvloeit. Daarbij wordt een enkelvoudige rente in rekening gebracht, waarvan het percentage gelijk is aan het percentage van de heffingsrente, bedoeld in artikel 30hb van de Algemene wet inzake rijksbelastingen.
### Afdeling 5.2. Deelneming in opsporing en winning van koolwaterstoffen en andere taken en activiteiten van de aangewezen vennootschap
@ -1430,7 +1430,7 @@ Vervallen
### Artikel 100
Onverminderd het bij of krachtens deze afdeling bepaalde geschieden de heffing en invordering van de afdracht aan de staat of een vooruitbetaling op een afdracht met overeenkomstige toepassing van de artikelen 11, 12, 14, 17, eerste lid, 25, eerste en tweede lid, 28, eerste, tweede, vijfde en zesde lid, en 29 van de Invorderingswet 1990 met dien verstande dat Onze Minister in de plaats treedt van de ontvanger.
Onverminderd het bij of krachtens deze afdeling bepaalde geschieden de heffing en invordering van de afdracht aan de staat of een vooruitbetaling op een afdracht met overeenkomstige toepassing van de artikelen 11, 12, 14, 17, eerste lid, 25, eerste en tweede lid, 28 en 29 van de Invorderingswet 1990 met dien verstande dat Onze Minister in de plaats treedt van de ontvanger.
### Artikel 101
@ -1438,7 +1438,7 @@ Onverminderd het bij of krachtens deze afdeling bepaalde geschieden de heffing e
**2.** Aan de betrokkene wordt een enkelvoudige rente in rekening gebracht over het bedrag waarvoor overeenkomstig artikel 25 van de Invorderingswet 1990 uitstel van betaling is verleend. De rente wordt berekend over het tijdvak waarvoor uitstel is verleend.
**3.** Het percentage van de rente, bedoeld in het eerste en het tweede lid, is gelijk aan het percentage van de heffingsrente, bedoeld in artikel 30f, vijfde lid, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen.
**3.** Het percentage van de rente, bedoeld in het eerste en het tweede lid, is gelijk aan het percentage van de belastingrente, bedoeld in artikel 30hb van de Algemene wet inzake rijksbelastingen.
**4.** Een rente, bedoeld in het eerste en het tweede lid, is aan de staat verschuldigd met ingang van de dag na die waarop de vaststelling aan de betrokkene bekend is gemaakt. Artikel 100 is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van de betaling en de invordering van deze rente.
@ -1878,11 +1878,9 @@ d. de procedure, bedoeld in artikel 3.35, eerste lid, aanhef en onderdeel a, gev
### Artikel 142
**1.** Tegen een op grond van deze wet genomen besluit dat van toepassing is op het continentaal plat kan een belanghebbende beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De eerste volzin geldt niet voor een besluit op grond van hoofdstuk 5, met uitzondering van afdeling 5.2.
**1.** Ten aanzien van een besluit omtrent een mijnbouwmilieuvergunning en instemming met een winningsplan is hoofdstuk 20 van de Wet milieubeheer van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat artikel 20.3 van de Wet milieubeheer niet van toepassing is op een besluit omtrent een mijnbouwmilieuvergunning voor een mijnbouwwerk te plaatsen of geplaatst aan de zeezijde van de in de bijlage bij deze wet vastgelegde lijn en een winningsplan voorzover het winnen van delfstoffen geschiedt vanuit een voorkomen dat is gelegen aan de zeezijde van de in de bijlage bij deze wet vastgelegde lijn. De eerste volzin is van overeenkomstige toepassing op een besluit omtrent instemming met een winningsplan of opslagplan als bedoeld in artikel 39, eerste lid.
**2.** Ten aanzien van een besluit omtrent een mijnbouwmilieuvergunning en instemming met een winningsplan is hoofdstuk 20 van de Wet milieubeheer van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat artikel 20.3 van de Wet milieubeheer niet van toepassing is op een besluit omtrent een mijnbouwmilieuvergunning voor een mijnbouwwerk te plaatsen of geplaatst aan de zeezijde van de in de bijlage bij deze wet vastgelegde lijn en een winningsplan voorzover het winnen van delfstoffen geschiedt vanuit een voorkomen dat is gelegen aan de zeezijde van de in de bijlage bij deze wet vastgelegde lijn.
**3.** Op het beroep tegen besluiten op grond van hoofdstuk 5, met uitzondering van de in het eerste lid, tweede volzin, genoemde afdeling, is hoofdstuk V, afdelingen 2 tot en met 4 van de Algemene wet rijksbelastingen van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat hoger beroep en beroep in cassatie kunnen worden ingesteld door de belanghebbende die bevoegd was beroep bij de rechtbank, onderscheidenlijk hoger beroep bij het gerechtshof, in te stellen en door het bestuursorgaan dat bevoegd was het bestreden besluit te nemen.
**2.** Op het beroep tegen besluiten op grond van de afdelingen 5.1.1, 5.1.2, 5.3, 5.4 en 5.5 is hoofdstuk V, afdelingen 2 en 3, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen van overeenkomstige toepassing.
## Hoofdstuk 11. Overgangsbepalingen