rijk/amvb/besluit-beëdigde-tolken-en-vertalers/BWBR0024896/README.md
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00

9.7 KiB
Raw Permalink Blame History

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Besluit beëdigde tolken en vertalers BWBR0024896 AMvB geldend 2009-01-01 https://wetten.overheid.nl/BWBR0024896 Besluit beëdigde tolken en vertalers

Besluit beëdigde tolken en vertalers

Hoofdstuk 1. Begripsbepalingen

Artikel 1

In dit besluit wordt verstaan onder:

a. a.

    *wet:* de Wet beëdigde tolken en vertalers;

b. b.

    *commissie:* de commissie beëdigde tolken en vertalers, bedoeld in artikel 2;

c. c.

    *klachtencommissie:* de klachtencommissie, bedoeld in artikel 16, tweede lid, van de wet.

Hoofdstuk 2. De commissie beëdigde tolken en vertalers

Artikel 2

1. Er is een commissie beëdigde tolken en vertalers.

2.

De commissie is belast met de volgende taken:

a. a. het adviseren over de aanwijzing van onafhankelijke deskundigen als bedoeld in artikel 8, derde lid; b. b. het adviseren over opleidingen als bedoeld in artikel 11, onderdeel b; c. c. het adviseren over de competenties, genoemd in artikel 3 van de wet.

3. De commissie bestaat uit maximaal acht leden, waaronder de voorzitter.

Artikel 3

1. Onze Minister benoemt de voorzitter en de overige leden van de commissie voor een periode van vier jaren.

2. Een lid kan voor een periode van ten hoogste vier jaren worden herbenoemd.

3. Onze Minister kan een lid op diens schriftelijk verzoek tussentijds ontslag verlenen.

4. Onze Minister kan een lid ontslag verlenen bij ziekte dan wel wegens zwaarwichtige redenen zoals ongeschiktheid voor de functie of onverenigbaarheid van functies en belangen.

5. Van een vacature en van besluiten tot benoeming, herbenoeming of ontslag wordt mededeling gedaan in de Staatscourant.

Artikel 4

Vervallen

Hoofdstuk 3. De aanvraag tot inschrijving

Artikel 5

Voor de aanvraag tot inschrijving in het register wordt gebruik gemaakt van een daartoe ter beschikking gesteld formulier.

Artikel 6

1.

Bij de aanvraag tot inschrijving of verlenging worden, naast het ingevulde en ondertekende formulier, in elk geval de volgende bescheiden verstrekt:

a. a. de verklaring omtrent het gedrag, genoemd in artikel 4, tweede lid, van de wet; b. b. het getuigschrift, genoemd in artikel 8, eerste lid, onderdeel a, en artikel 8, tweede lid, onderdeel a; c. c. een kopie van een geldig identiteitsbewijs; d. d. een goed gelijkende pasfoto; en e. e. een document waaruit blijkt dat verzoeker, indien relevant, in Nederland mag verblijven en werken.

2. In plaats van het origineel van het getuigschrift, bedoeld in artikel 8, eerste lid, onderdeel a, en artikel 8, tweede lid, onderdeel a, kan ook een gewaarmerkte kopie worden overgelegd.

Artikel 7

1. Voor de behandeling van de aanvraag tot inschrijving in het register is de verzoeker een bedrag van € 125, verschuldigd.

2. Voor de behandeling van de aanvraag tot verlenging van de inschrijving in het register is de verzoeker een bedrag van € 75, verschuldigd.

3. Indien een verzoeker een aanvraag tot inschrijving of verlenging indient voor zowel tolk als vertaler of voor meer dan één bron- of doeltaal, is slechts eenmaal het betrokken bedrag verschuldigd.

4. Bij ministeriële regeling kan worden bepaald in welke gevallen vrijstelling van het eerste en tweede lid kan worden verleend.

Hoofdstuk 4. Inschrijving in het register

Artikel 8

1.

Een tolk of vertaler wordt in het register ingeschreven, indien hij voldoet aan een of meer van de volgende eisen:

a. a. hij beschikt over een of meer van de volgende getuigschriften waaruit blijkt dat hij met goed gevolg het examen heeft afgelegd ter afsluiting van een opleiding tot tolk of vertaler als bedoeld in de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek:

        1°.
        een getuigschrift waaruit blijkt dat het recht is verkregen om de titel baccalaureus te voeren;
      
      
        2°.
        een getuigschrift waaruit blijkt dat de graad Bachelor is verleend; of
      
      
        3°.
        een getuigschrift waaruit blijkt dat de graad Master is verleend;

1°. 1°. een getuigschrift waaruit blijkt dat het recht is verkregen om de titel baccalaureus te voeren; 2°. 2°. een getuigschrift waaruit blijkt dat de graad Bachelor is verleend; of 3°. 3°. een getuigschrift waaruit blijkt dat de graad Master is verleend; b. b. hij anderszins kan aantonen te voldoen aan de wettelijke competenties, waaronder taalvaardigheid in bron- en doeltaal op niveau C1 van het Europees Referentiekader voor Talen.

2.

Onverminderd het eerste lid wordt een tolk eveneens ingeschreven in het register indien:

a. a. hij beschikt over een getuigschrift waaruit blijkt dat hij met goed gevolg een door Onze Minister aangewezen tolktoets heeft afgelegd in de bron- en doeltaal op tenminste niveau B2 van het Europees Referentiekader voor Talen: b. b. hij anderszins kan aantonen te voldoen aan de wettelijke competenties, waarbij taalvaardigheid in bron- en doeltaal op niveau B2 van het Europees Referentiekader voor Talen wordt aangetoond.

3. Onze Minister kan onafhankelijke deskundigen aanwijzen die toetsen kunnen afnemen waarmee tolken en vertalers kunnen aantonen dat ze beschikken over de desbetreffende wettelijke competenties.

Artikel 9

1. Op verzoek van een tolk of vertaler worden met het oog op diens veiligheid bepaalde gegevens uit het register of uit de lijst, bedoeld in artikel 2, derde lid, van de wet, niet openbaar gemaakt.

2. Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld omtrent het eerste lid.

Artikel 10

1.

Bij de inschrijving in het register worden van een tolk of vertaler ten minste de volgende gegevens opgenomen:

de naam; de voornaam of voornamen; de contactgegevens; de aanduiding of betrokkene tolk of vertaler is; het geslacht; de geboortedatum; de nationaliteit; en de bron- en de doeltaal dan wel de bron- en de doeltalen.

2. Indien een tolk of vertaler schriftelijk aantoont over overige specifieke bekwaamheden te beschikken, kunnen deze bekwaamheden op diens verzoek in het register worden vermeld.

3. Onverminderd het eerste lid, wordt bij de inschrijving in het register van een tolk vermeld of de inschrijving is op basis van artikel 8, eerste of tweede lid.

Hoofdstuk 5. Verlenging van de inschrijving

Artikel 11

De inschrijving van een beëdigde tolk of vertaler wordt verlengd, indien schriftelijk is aangetoond:

a. a. dat hij ten minste 20 uren aan professionele werkopdrachten als beëdigde tolk, dan wel 4000 woorden aan professionele werkopdrachten als beëdigde vertaler, heeft verricht; en b. b. dat hij door middel van een door Onze Minister aangewezen opleiding zijn vakbekwaamheid heeft onderhouden.

Artikel 12

Bij ministeriële regeling kan worden bepaald in welke gevallen een inschrijving kan worden verlengd hoewel niet wordt voldaan aan artikel 11.

Artikel 13

Onze Minister kan een opleiding als bedoeld in artikel 11, onderdeel b, aanwijzen, indien deze ten minste voldoet aan de volgende criteria:

a. a. de opleiding is gericht op verhoging van de kwaliteit van de beroeps- en praktijkuitoefening op vakinhoudelijk gebied en de kwaliteit van de dienstverlening van de beëdigde tolk of vertaler; en b. b. de opleiding wordt gegeven door docenten met praktijkervaring.

Artikel 14

1. Bij een verzoek tot aanwijzing van een opleiding als bedoeld in artikel 11, onderdeel b, worden ten minste de namen van de docenten en hun ervaring opgegeven en wordt het studiemateriaal overgelegd.

2. Onze Minister beslist binnen twee maanden na ontvangst op een verzoek tot aanwijzing van een opleiding.

Hoofdstuk 6. De klachtencommissie

Artikel 15

1. De klachtencommissie, bedoeld in artikel 16, tweede lid, van de wet, bestaat uit ten minste drie leden en maximaal acht leden, waaronder ten minste de voorzitter of de plaatsvervangend voorzitter.

2. Er kunnen plaatsvervangende leden worden benoemd.

3. Artikel 3 is van overeenkomstige toepassing op de klachtencommissie.

Artikel 16

1. De voorzitter en de plaatsvervangend voorzitter zijn jurist.

2. De in het eerste lid genoemde leden zijn niet werkzaam als tolk of vertaler, noch werkzaam bij een organisatie van tolken of vertalers of bij een onderneming die tolken of vertalers in dienst heeft, noch in dienst van het Ministerie van Justitie.

Artikel 17

1. De klachtencommissie behandelt een klacht tegen een beëdigde tolk in een kamer, ten minste bestaande uit de voorzitter of een plaatsvervangend voorzitter, een lid dat geen tolk of vertaler is, en een lid dat beëdigd tolk is.

2. De klachtencommissie behandelt een klacht tegen een beëdigde vertaler in een kamer, ten minste bestaande uit de voorzitter of een plaatsvervangend voorzitter, een lid dat geen tolk of vertaler is, en een lid dat beëdigde vertaler is.

Artikel 18

De klachtencommissie stelt een reglement op ter regeling van haar werkwijze.

Artikel 19

1. De klachtencommissie stelt jaarlijks een openbaar verslag op, waarin ten minste het aantal en de aard van de door haar behandelde klachten wordt aangegeven.

2. De klachtencommissie zendt het verslag voor 1 april van het daaropvolgende kalenderjaar aan Onze Minister.

Artikel 20

De artikelen 1 tot en met 41 van de wet en dit besluit treden in werking met ingang van 1 januari 2009.

Artikel 21

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit beëdigde tolken en vertalers.