rijk/amvb/besluit-bescherming-waterleidingbedrijven-1989/BWBR0004603/README.md
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00

5.4 KiB

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Besluit bescherming waterleidingbedrijven 1989 BWBR0004603 AMvB geldend 1989-11-01 https://wetten.overheid.nl/BWBR0004603 Besluit bescherming waterleidingbedrijven 1989

Besluit bescherming waterleidingbedrijven 1989

Artikel 1

In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt onder wet verstaan: de Waterleidingwet (Stb. 1957, 150).

Artikel 2

1. De eigenaar van een waterleidingbedrijf neemt voor de instandhouding van de openbare drinkwatervoorziening in buitengewone omstandigheden als bedoeld in artikel 14a van de wet, in ieder geval de maatregelen die in de bij dit besluit behorende bijlage zijn aangegeven, in overeenstemming met een beschermingsplan als bedoeld in artikel 3, waarvoor een verklaring van geen bezwaar is afgegeven.

2. De eigenaar vormt een beschermingsorganisatie en houdt deze vervolgens in stand. Hij wijst het hoofd van deze beschermingsorganisatie aan.

Artikel 3

De eigenaar van een waterleidingbedrijf draagt zorg voor de vaststelling van een beschermingsplan. In het plan worden in ieder geval aangegeven:

a. a. het tijdstip waarop elk van de in de bij dit besluit behorende bijlage aangegeven maatregelen zal zijn uitgevoerd; b. b. de taak van de beschermingsorganisatie en de taakverdeling in deze organisatie.

Artikel 4

1. Binnen vier weken na de vaststelling van het beschermingsplan dient de eigenaar van het waterleidingbedrijf het in bij Onze Minister.

2. Hij verstrekt op verzoek van Onze Minister de gegevens, die deze nodig heeft om het beschermingsplan te kunnen beoordelen.

Artikel 5

1. Het beschermingsplan behoeft een verklaring van geen bezwaar van Onze Minister.

2. De afgifte van de verklaring van geen bezwaar wordt slechts geweigerd, indien het beschermingsplan naar het oordeel van Onze Minister niet voorziet in een redelijke bescherming van de openbare drinkwatervoorziening door het betrokken waterleidingbedrijf.

3. Onze Minister doet van de afgifte van de verklaring van geen bezwaar of de weigering ervan schriftelijk mededeling aan Onze Minister van Binnenlandse Zaken, alsmede aan burgemeester en wethouders van de gemeenten in het voorzieningsgebied van het betrokken waterleidingbedrijf.

Artikel 6

1. In het geval van weigering van de verklaring wijzigt de eigenaar het plan binnen een door Onze Minister aan te geven termijn met inachtneming van de door deze gemaakte opmerkingen.

2. Hij dient het plan binnen vier weken na wijziging in bij Onze Minister.

3. De artikelen 4, tweede lid, en 5 zijn van toepassing.

Artikel 7

1. Indien de eigenaar van een waterleidingbedrijf van oordeel is dat het beschermingsplan waarvoor een verklaring van geen bezwaar is afgegeven, niet langer voorziet in een redelijke bescherming van de openbare drinkwatervoorziening door het betrokken waterleidingbedrijf, wijzigt hij het plan.

2. De artikelen 4, tweede lid, 5 en 6, eerste en tweede lid, zijn van toepassing.

Artikel 8

1. Indien naar het oordeel van Onze Minister een beschermingsplan, waarvoor een verklaring van geen bezwaar is afgegeven, niet langer voorziet in een redelijke bescherming van de openbare drinkwatervoorziening door het betrokken waterleidingbedrijf, kan hij de eigenaar opdragen het plan binnen een door hem aan te geven termijn te wijzigen.

2. Onze Minister van Binnenlandse Zaken alsmede burgemeester en wethouders van de gemeenten in het voorzieningsgebied van het betrokken waterleidingbedrijf worden schriftelijk in kennis gesteld van dit besluit.

3. De eigenaar van het waterleidingbedrijf wijzigt het beschermingsplan met inachtneming van de door Onze Minister gemaakte opmerkingen.

4. De artikelen 4, tweede lid, 5 en 6, eerste en tweede lid, zijn van toepassing.

Artikel 9

1. Het Besluit bescherming waterleidingbedrijven (Stb. 1963, 381) wordt ingetrokken.

2. Beschermingsplannen waarvoor op grond van het in het eerste lid genoemde besluit een verklaring van geen bezwaar is afgegeven, worden gelijkgesteld met plannen die overeenkomstig dit besluit tot stand zijn gekomen.

3. Beschermingsorganisaties die tot stand zijn gekomen op grond van het in het eerste lid bedoelde besluit, worden gelijkgesteld met organisaties die overeenkomstig dit besluit zijn gevormd.

Artikel 10

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Artikel 11

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Artikel 12

Dit besluit kan worden aangehaald als: Besluit bescherming waterleidingbedrijven 1989.

Bijlage . behorende bij het

Afdeling 1 Alarmering

Afdeling 2 Voorkoming en bestrijding van brand

Afdeling 3 Bescherming van personeel

Afdeling 4 Verbandposten

Het beschikbaar hebben van personeel en het inrichten van verbandposten op zodanige wijze dat geneeskundige eerste hulp aan het personeel kan worden verleend.

Afdeling 5 Samenwerking

Het regelen van samenwerking met openbare bedrijven en diensten en met anderen, die voor de instandhouding van de drinkwatervoorzieningen van belang zijn.

Afdeling 6 Bescherming van de installaties

Afdeling 7 Veiligstelling waterlevering

Afdeling 8 Bescherming van materialen en reserve-onderdelen

Het zodanig verspreid opslaan van materialen en van reserve-onderdelen dat de trefkans wordt verminderd en dat deze zoveel mogelijk nabij de plaats van behoefte beschikbaar zijn.

Afdeling 9 Hersteldienst

Afdeling 10 Opleiding en oefening