rijk/amvb/besluit-bevordering-eigenwoningbezit/BWBR0012085/README.md
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00

4.3 KiB

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Besluit bevordering eigenwoningbezit BWBR0012085 AMvB geldend 2001-01-01 https://wetten.overheid.nl/BWBR0012085 Besluit bevordering eigenwoningbezit

Besluit bevordering eigenwoningbezit

Hoofdstuk 1. Definitie

Artikel 1

In dit besluit wordt verstaan onder wet: Wet bevordering eigenwoningbezit.

Hoofdstuk 2. Vaststelling bijzondere bijdrage

Paragraaf 1. Vaststelling actueel inkomen

Artikel 2

1. Het actueel inkomen, bedoeld in artikel 33, eerste lid, onder a, van de wet, wordt vastgesteld aan de hand van door de eigenaar-bewoner en degene die tot diens huishouden behoort over te leggen stukken die naar het oordeel van Onze Minister voor een deugdelijke onderbouwing van dat inkomen noodzakelijk zijn.

2. Voor het vaststellen van het recht op een bijzondere bijdrage stelt Onze Minister het actueel inkomen forfaitair vast aan de hand van het inkomen over een langere periode dan over de eerste kalendermaand van het betreffende bijdragetijdvak, voorzover het patroon van de inkomensverwerving of de hoogte van het inkomen over een langere periode daartoe aanleiding geeft.

3. Voor de toepassing van artikel 33, eerste lid, onder a, van de wet worden inkomsten aangemerkt als te zijn genoten op het tijdstip, bedoeld in artikel 3.146 van de Wet inkomstenbelasting 2001.

4. Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld omtrent de bepaling van het actueel inkomen. Daartoe kunnen regels behoren over de bepaling van het netto inkomen. Daarbij kunnen voorts gevallen worden aangegeven waarin bij de bepaling van het actueel inkomen degene die tot het huishouden van de eigenaar-bewoner behoort of inkomensbestanddelen geheel of gedeeltelijk buiten beschouwing worden gelaten. Bij de bepaling van het netto inkomen of het geheel of gedeeltelijk buiten beschouwing laten van inkomensbestanddelen kan van het derde lid worden afgeweken.

Paragraaf 2. Gevallen waarin geen bijzondere bijdrage wordt toegekend of deze bijdrage niet nader wordt vastgesteld

Artikel 3

1. Indien blijkt dat het verschil tussen het actueel inkomen en het meetinkomen ten minste gelijk is aan het verschil, genoemd in artikel 34, eerste lid, van de wet, maar deze omstandigheid niet of nauwelijks tot een daling van het netto inkomen heeft geleid, is artikel 34, eerste lid, van de wet niet van toepassing.

2. Een wijziging van feiten en omstandigheden die van belang is voor de vaststelling van het actueel inkomen en zich gedurende het betreffende bijdragetijdvak voordoet, kan eerst voor het daaropvolgende tijdvak in aanmerking worden genomen bij de vaststelling van het recht op een bijzondere bijdrage.

3. Artikel 34, eerste lid, van de wet is niet van toepassing indien de inkomensdaling een vrijwillig karakter heeft.

Paragraaf 3. Terugvordering en verrekening

Artikel 4

Onze Minister verrekent of vordert geheel of gedeeltelijk de bijzondere bijdrage, dan wel het daarop verstrekte voorschot terug, indien deze ten onrechte is verstrekt doordat:

a. a. de eigenaar-bewoner of degene die tot diens huishouden behoort een onjuiste opgave heeft gedaan van het meetinkomen of het netto inkomen; b. b. het rekenvermogen meer bedraagt dan het toepasselijke bedrag, genoemd in artikel 9, eerste lid, van de wet, of c. c. de eigenaar-bewoner een onjuiste opgave van de samenstelling van het huishouden of aanwezige personen die tot diens huishouden behoren heeft gedaan.

Hoofdstuk 3

Artikel 5

Vervallen

Hoofdstuk 4. Wijziging van het

Artikel 6

Wijzigt het Besluit beheer sociale-huursector.

Artikel 7

Wijzigt het Besluit woninggebonden subsidies 1995.

Hoofdstuk 5. Overgangs- en slotbepalingen

Artikel 8

Voorzover de peildatum is gelegen voor 1 juli 2002, wordt voor de toepassing van artikel 3, derde lid, onder het in dat lid bedoelde tijdstip verstaan het tijdstip, bedoeld in artikel 33 van de Wet op de inkomstenbelasting 1964.

Artikel 9

1. Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 januari 2001.

2. Hoofdstuk 3 vervalt met ingang van 1 juli 2002.

3. Hoofdstuk 3 blijft van toepassing op aanvragen om toekenning van een eigenwoningbijdrage met de peildatum 1 juni 2002 of eerder.

Artikel 10

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit bevordering eigenwoningbezit.