rijk/amvb/besluit-bewapening-en-uitrusting-politie/BWBR0032136/README.md
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00

614 lines
24 KiB
Markdown
Raw Permalink Blame History

This file contains invisible Unicode characters

This file contains invisible Unicode characters that are indistinguishable to humans but may be processed differently by a computer. If you think that this is intentional, you can safely ignore this warning. Use the Escape button to reveal them.

---
titel: Besluit bewapening en uitrusting politie
bwb_id: BWBR0032136
type: AMvB
status: geldend
datum_inwerkingtreding: '2013-01-01'
bron: https://wetten.overheid.nl/BWBR0032136
citeertitel: Besluit bewapening en uitrusting politie
---
# Besluit bewapening en uitrusting politie
## Hoofdstuk 1. Bewapening en uitrusting
### Artikel 1
**1.**
In dit hoofdstuk en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
a. a.
*ambtenaar:* de ambtenaar van politie, bedoeld in artikel 2, onderdeel a of c, van de Politiewet 2012, met een rang als bedoeld in artikel 1, onderdelen a tot en met h, van het Besluit rangen politie;
b. b.
*pistool:* semi-automatisch pistool, kaliber 9 millimeter maal 19 millimeter;
c. c.
*semi-automatisch schoudervuurwapen:* semi-automatisch schoudervuurwapen, kaliber 9 millimeter maal 19 millimeter;
d. d.
*automatisch schoudervuurwapen:* automatisch schoudervuurwapen, kaliber 9 millimeter maal 19 millimeter;
e. e.
*granaatwerper:* een granaatwerper, kaliber 40mm;
f. f.
*repeteervuurwapen:* een repeteervuurwapen, kaliber 12;
g. g.
*pepperspray:* spuitbus met Oleoresin Capsicum (OC) of Pelargonylvanillylamide (PAVA);
h. h.
*aanhoudings- en ondersteuningsteam:* een aanhoudings- en ondersteuningsteam als bedoeld in artikel 12, onder a, van het Besluit beheer politie;
i. i.
*aspirant:* de aspirant en vrijwilliger-aspirant, bedoeld in artikel 1, eerste lid, van het Besluit algemene rechtspositie politie;
j. j.
*surveillant van politie:* de ambtenaar van politie, bedoeld in artikel 2, onderdelen a of c, van de Politiewet 2012, aangesteld voor de uitvoering van de politietaak, met de rang, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel i, van het Besluit rangen politie;
k. k.
*stroomstootwapen:* een apparaat dat door het afgeven van een elektrische stroomstoot een persoon weerloos maakt als gevolg van het tijdelijk verstoren van het motorisch- en zintuiglijk zenuwsysteem.
**2.** In dit hoofdstuk wordt onder munitie mede verstaan niet-penetrerende projectielen als bedoeld in artikel 1, vierde lid, onder k, van de Ambtsinstructie voor de politie, de Koninklijke marechaussee en andere opsporingsambtenaren.
### Artikel 2
**1.**
De bewapening van de ambtenaar bestaat tijdens de uitoefening van de dienst uit:
a. a.
een korte wapenstok;
b. b.
pepperspray;
c. c.
het pistool.
**2.** De korpschef kan bepalen dat de bewapening van de ambtenaar, bedoeld in het eerste lid, mede bestaat uit een lange wapenstok.
**3.**
De uitrusting van de ambtenaar, bedoeld in het eerste lid, bestaat uit:
a. a.
handboeien;
b. b.
een koppel;
c. c.
een veiligheidsvest;
d. d.
nazorgmiddelen bij het gebruik van pepperspray;
e. e.
mondafscherming.
**4.** Indien de korpschef dit noodzakelijk acht, kan de ambtenaar, bedoeld in het eerste lid, mede worden uitgerust met andere vrijheidsbeperkende middelen waarmee de polsen van een persoon bij elkaar kunnen worden gehouden.
**5.**
De uitrusting van de ambtenaar, bedoeld in het eerste lid, kan mede bestaan uit:
a. a.
een tactisch vest;
b. b.
een kogelwerende helm;
c. c.
een gasmasker;
d. d.
een schild;
e. e.
hulpmiddelen jegens ingeslotenen, bestaande uit:
1°.
een gecapitonneerde helm, al dan niet met geïntegreerde bijt- of spuugvoorziening;
2°.
gecapitonneerde handschoenen;
3°.
mondafscherming;
4°.
polsbanden;
5°.
enkelbanden met tussenstuk.
1°. 1°.
een gecapitonneerde helm, al dan niet met geïntegreerde bijt- of spuugvoorziening;
2°. 2°.
gecapitonneerde handschoenen;
3°. 3°.
mondafscherming;
4°. 4°.
polsbanden;
5°. 5°.
enkelbanden met tussenstuk.
### Artikel 3
**1.**
De bewapening van de ambtenaar van de rijksrecherche die is aangesteld voor de uitvoering van de politietaak, bestaat tijdens de uitoefening van de dienst uit:
a. a.
een korte wapenstok;
b. b.
pepperspray;
c. c.
het pistool.
**2.** Het College van procureurs-generaal kan bepalen dat de bewapening van de ambtenaar, bedoeld in het eerste lid, mede bestaat uit een lange wapenstok.
**3.**
De uitrusting van de ambtenaar, bedoeld in het eerste lid, bestaat uit:
a. a.
handboeien;
b. b.
een koppel;
c. c.
een veiligheidsvest;
d. d.
nazorgmiddelen bij het gebruik van pepperspray.
**4.** Indien het College van procureurs-generaal dit noodzakelijk acht, kan de ambtenaar, bedoeld in het eerste lid, mede worden uitgerust met andere vrijheidsbeperkende middelen waarmee de polsen van een persoon bij elkaar kunnen worden gehouden.
**5.**
De uitrusting van de ambtenaar, bedoeld in het eerste lid, kan mede bestaan uit:
a. a.
een tactisch vest;
b. b.
een kogelwerende helm;
c. c.
een gasmasker;
d. d.
een schild.
### Artikel 4
**1.**
De bewapening van de surveillant van politie bestaat tijdens de uitoefening van de dienst uit:
a. a.
een korte wapenstok;
b. b.
pepperspray.
**2.**
De bewapening van de ambtenaar, bedoeld in het eerste lid, bestaat mede uit het pistool:
a. a.
tijdens de uitoefening van de taken ten dienste van de justitie, genoemd in artikel 1, eerste lid, onderdeel i, onder 3°, van de Politiewet 2012;
b. b.
tijdens de uitvoering van een last voor de tenuitvoerlegging van beslissingen als bedoeld in artikel 6:1:5, van het Wetboek van Strafvordering;
c. c.
tijdens de uitoefening van zijn dienst in de beroepspraktijkvorming, bedoeld in artikel 1, eerste lid, van het Besluit algemene rechtspositie politie, indien hij een opleiding volgt op een niveau dat overeenkomt met niveau 3 of hoger als bedoeld in artikel 7.2.2, derde lid, van de Wet educatie en beroepsonderwijs of op een niveau dat op grond van artikel 7.10a of artikel 7.10b van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek recht geeft op het voeren van de graad Associate degree, Bachelor of Master.
**3.** In andere gevallen dan bedoeld in het tweede lid, is het bewapenen van de ambtenaar, bedoeld in het eerste lid met het pistool alleen toegestaan indien Onze Minister daarvoor, op verzoek van de korpschef, toestemming heeft verleend. Aan deze toestemming kunnen voorwaarden worden verbonden.
**4.**
De uitrusting van de ambtenaar, bedoeld in het eerste lid, bestaat uit:
a. a.
handboeien;
b. b.
een koppel;
c. c.
een veiligheidsvest;
d. d.
nazorgmiddelen bij het gebruik van pepperspray.
**5.** Indien de korpschef dit noodzakelijk acht, kan de ambtenaar, bedoeld in het eerste lid, mede worden uitgerust met andere vrijheidsbeperkende middelen waarmee de polsen van een persoon bij elkaar kunnen worden gehouden.
**6.**
De uitrusting van de ambtenaar, bedoeld in het eerste lid, kan mede bestaan uit:
a. a.
een tactisch vest;
b. b.
een kogelwerende helm;
c. c.
een gasmasker;
d. d.
een schild.
### Artikel 5
**1.**
De bewapening van de aspirant bestaat tijdens de uitoefening van de dienst in de beroepspraktijkvorming, bedoeld in artikel 1, eerste lid, van het Besluit algemene rechtspositie politie uit:
a. a.
een korte wapenstok;
b. b.
pepperspray.
**2.** De bewapening van de ambtenaar, bedoeld in het eerste lid, die een opleiding volgt op een niveau dat overeenkomt met niveau 3 of hoger als bedoeld in artikel 7.2.2, derde lid, van de Wet educatie en beroepsonderwijs of op een niveau dat op grond van artikel 7.10a of artikel 7.10b van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek recht geeft op het voeren van de graad Associate degree, Bachelor of Master, bestaat tijdens de uitoefening van de dienst in de beroepspraktijkvorming, bedoeld in artikel 1, eerste lid, van het Besluit algemene rechtspositie politie mede uit het pistool.
**3.**
De uitrusting van de ambtenaar, bedoeld in het eerste lid, bestaat uit:
a. a.
handboeien;
b. b.
een koppel;
c. c.
een veiligheidsvest;
d. d.
nazorgmiddelen bij het gebruik van pepperspray.
**4.** Indien de korpschef dit noodzakelijk acht, kan de ambtenaar, bedoeld in het eerste lid, mede worden uitgerust met andere vrijheidsbeperkende middelen waarmee de polsen van een persoon bij elkaar kunnen worden gehouden.
**5.**
De uitrusting van de ambtenaar, bedoeld in het eerste lid, kan mede bestaan uit:
a. a.
een tactisch vest;
b. b.
een kogelwerende helm;
c. c.
een gasmasker;
d. d.
een schild.
**6.** Het eerste tot en met vijfde lid is van overeenkomstige toepassing op de ambtenaar in opleiding en de ambtenaar die enkel een krachtens artikel 2c, tweede lid, van het Besluit algemene rechtspositie politie aangewezen politieopleiding heeft voltooid, tijdens de uitoefening van de dienst gedurende de beroepspraktijkvorming, bedoeld in artikel 1, eerste lid, van het Besluit algemene rechtspositie politie.
### Artikel 6
**1.**
De bewapening van de ambtenaar van politie, bedoeld in artikel 2, onderdeel b, van de Politiewet 2012 die op grond van artikel 7, negende lid, van die wet de bevoegdheid heeft geweld te gebruiken, bestaat, indien Onze Minister daarvoor toestemming heeft gegeven, tijdens de uitoefening van de dienst uit:
a. a.
een korte wapenstok;
b. b.
pepperspray;
c. c.
het pistool.
**2.** De bewapening van de ambtenaar, bedoeld in het eerste lid, die belast is met persoonsbeveiliging, bestaat tevens uit de in artikel 12 genoemde wapens.
**3.** De bewapening van de ambtenaar, bedoeld in het eerste lid, die behoort tot een aanhoudings- en ondersteuningsteam, bestaat tevens uit de in artikel 13, eerste lid, genoemde wapens.
**4.** Het verzoek voor het bewapenen wordt gedaan door de korpschef.
**5.** Aan de toestemming, bedoeld in het eerste lid, kunnen voorwaarden worden verbonden.
**6.**
De uitrusting van de ambtenaar, bedoeld in het eerste lid, bestaat uit:
a. a.
handboeien;
b. b.
een koppel;
c. c.
een veiligheidsvest;
d. d.
nazorgmiddelen bij het gebruik van pepperspray.
**7.** Indien de korpschef dit noodzakelijk acht, kan de ambtenaar, bedoeld in het eerste lid, mede worden uitgerust met andere vrijheidsbeperkende middelen waarmee de polsen van een persoon bij elkaar kunnen worden gehouden.
**8.**
De uitrusting van de ambtenaar, bedoeld in het eerste lid, kan mede bestaan uit:
a. a.
een tactisch vest;
b. b.
een kogelwerende helm;
c. c.
een gasmasker;
d. d.
een schild.
### Artikel 7
Vervallen
### Artikel 8
De bewapening van de ambtenaar en de surveillant van politie, die dienst doen met een surveillancehond, bestaat mede uit:
a. a.
een elektrische wapenstok;
b. b.
een lange wapenstok.
### Artikel 9
De bewapening van de ambtenaar die behoort tot een bereden onderdeel, kan mede bestaan uit:
a. a.
een lange wapenstok;
b. b.
een ceremonieel ruitersabel.
### Artikel 10
De bewapening van de ambtenaar die is belast met de bewakings- en beveiligingstaak, kan mede bestaan uit het semi-automatisch schoudervuurwapen.
### Artikel 11
De bewapening van de ambtenaar die behoort tot de mobiele eenheid, bedoeld in artikel 26 van het Besluit beheer politie, kan tijdens de uitoefening van de dienst mede bestaan uit:
a. a.
een lange wapenstok;
b. b.
de granaatwerper en traangasgranaten;
c. c.
een waterwerper.
### Artikel 12
De bewapening van de ambtenaar die is belast met persoonsbeveiliging kan tijdens de uitoefening van de dienst mede bestaan uit:
a. a.
de granaatwerper en traangasgranaten;
b. b.
rook- en lawaaigranaten;
c. c.
het semi-automatisch schoudervuurwapen;
d. d.
het automatisch schoudervuurwapen.
### Artikel 13
**1.**
De bewapening van de ambtenaar die behoort tot een aanhoudings- en ondersteuningsteam, kan tijdens de uitoefening van de dienst mede bestaan uit:
a. a.
rook- en lawaaigranaten;
b. b.
een elektrische wapenstok;
c. c.
de granaatwerper en traangasgranaten;
d. d.
het semi-automatisch schoudervuurwapen;
e. e.
het automatisch schoudervuurwapen;
f. f.
het repeteervuurwapen;
g. g.
het stroomstootwapen;
h. h.
explosieven.
**2.** De uitrusting van de ambtenaar, bedoeld in het eerste lid, bestaat mede uit middelen om een persoon te blinddoeken.
### Artikel 14
Onverminderd de artikelen 2 tot en met 13 kan Onze Minister aan door hem aangewezen ambtenaren andere dan de in dit besluit genoemde wapens en munitie toekennen.
### Artikel 15
**1.** Onze Minister bepaalt voor de wapens, bedoeld in de artikelen 2 tot en met 14, en de daarbij behorende munitie, het merk en type.
**2.** Onze Minister kan voor de wapens, bedoeld in de artikelen 2 tot en met 14, het merk en type van het draagmiddel bepalen.
**3.** Bij ministeriële regeling worden regels gesteld omtrent de technische specificaties waaraan de nazorgmiddelen bij het gebruik van pepperspray, bedoeld in de artikelen 2, derde lid, onderdeel d, 3, derde lid, onderdeel d, 4, vierde lid, onderdeel d, 5, derde lid, onderdeel d, 6, zesde lid, onderdeel d, en 7, vierde lid, onderdeel d, voldoen.
### Artikel 16
**1.** Onze Minister kan het merk en type van de uitrusting, bedoeld in de artikelen 2, derde, vierde en vijfde lid, 3, derde, vierde en vijfde lid, 4, vierde, vijfde en zesde lid, 5, derde, vierde en vijfde lid, 6, zesde, zevende en achtste lid, 7, vierde, vijfde en zesde lid, en 17, derde, vierde en vijfde lid, aanwijzen.
**2.** Onze Minister kan regels stellen omtrent de uitrusting, bedoeld in het eerste lid.
**3.** Onverminderd het eerste lid kunnen de korpschef en het College van procureurs-generaal aan de onder hen ressorterende ambtenaren andere dan de in het eerste lid bedoelde uitrusting toekennen.
### Artikel 17
**1.**
De bewapening van de ambtenaar en van ambtenaren van de Koninklijke marechaussee en andere delen van de krijgsmacht, die behoren tot een bijzondere bijstandseenheid, bestaat uit:
a. a.
de wapens, bedoeld in de artikelen 2 tot en met 14;
b. b.
andere wapens van de categorieën I, II, III en IV en munitie van de categorieën II en III, zoals bedoeld in artikel 2 van de Wet wapens en munitie.
**2.** Onze Minister, in overeenstemming met Onze Minister van Defensie, bepaalt het merk en type van de wapens, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, en de daarbij behorende munitie.
**3.**
De uitrusting van de ambtenaar, bedoeld in het eerste lid, bestaat uit:
a. a.
handboeien;
b. b.
een koppel;
c. c.
een veiligheidsvest;
d. d.
nazorgmiddelen bij het gebruik van pepperspray;
e. e.
middelen om een persoon te blinddoeken.
**4.** Indien de korpschef dit noodzakelijk acht, kan de ambtenaar, bedoeld in het eerste lid, mede worden uitgerust met andere vrijheidsbeperkende middelen waarmee de polsen van een persoon bij elkaar kunnen worden gehouden.
**5.**
De uitrusting van de ambtenaar, bedoeld in het eerste lid, kan mede bestaan uit:
a. a.
een tactisch vest;
b. b.
een kogelwerende helm;
c. c.
een gasmasker;
d. d.
een schild.
### Artikel 18
Onze Minister, in overeenstemming met Onze Minister van Defensie, kan toestemming geven tot beproeving van wapens en munitie door het personeel van een bijzondere bijstandseenheid. Aan de toestemming kunnen voorwaarden worden verbonden.
### Artikel 19
**1.** Onze Minister kan de korpschef toestemming geven tot beproeving van andere wapens en munitie, dan bedoeld in de artikelen 2 tot en met 14. Aan de toestemming kunnen voorwaarden worden verbonden.
**2.** Ten behoeve van de opleiding en beroepsvaardigheidstrainingen mag de ambtenaar, naast de in dit besluit bedoelde bewapening en munitie, gebruik maken van trainingswapens en trainingsmunitie van een door Onze Minister aangewezen merk en type.
### Artikel 20
**1.** De wapens en de munitie, bedoeld in de artikelen 2 tot en met 19, worden door het Politiedienstencentrum aangeschaft en afgevoerd, met uitzondering van de afvoer van de pepperspray, de verdekte pepperspray en de munitie, voor zover deze na gebruik geen werkzame bestanddelen meer bevatten.
**2.** Onze Minister kan ontheffing verlenen van het eerste lid. Het eerste lid is niet van toepassing op de ambtenaren van de krijgsmacht die behoren tot de unit interventie mariniers van de bijzondere bijstandeenheid Dienst speciale interventies.
**3.** Onze Minister kan aanwijzingen geven over de wijze waarop de wapens en de munitie worden afgevoerd.
### Artikel 20a
Bij ministeriële regeling kan worden bepaald dat in afwijking van de artikelen 2, 3, 4, 5, zesde lid, 8 tot en met 14, 17 en 24 niet bewapend zijn:
a. a.
een ambtenaar, aangesteld voor de uitvoering van de politietaak of een vrijwillige ambtenaar, aangesteld voor de uitvoering van de politietaak, die enkel een krachtens artikel 2c, tweede lid, van het Besluit algemene rechtspositie politie aangewezen politieopleiding heeft voltooid, in een van de door Onze Minister aangewezen functies, en
b. b.
een ambtenaar in opleiding of een vrijwillige ambtenaar in opleiding die na het voltooien van een politieopleiding als bedoeld onder a wordt geplaatst in een functie als bedoeld onder a.
### Artikel 21
**1.** Bij ministeriële regeling worden regels gesteld omtrent het dragen, het onderhoud en het in een inbraakvrije ruimte bewaren van de wapens en de munitie, bedoeld in de artikelen 2 tot en met 14 en 19, door de ambtenaren van politie, bedoeld in artikel 2 van de Politiewet 2012.
**2.** Bij regeling van Onze Minister, in overeenstemming met Onze Minister van Defensie, worden regels gesteld omtrent het dragen, het onderhoud en het in inbraakvrije ruimte bewaren van de wapens en munitie, bedoeld in de artikelen 17 en 18, door het personeel van een bijzondere bijstandseenheid.
### Artikel 22
Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld omtrent meetmiddelen waarvoor voor het gebruik ervan een verklaring van een in deze regeling aangewezen instantie vereist is, alsmede omtrent meetmiddelen die daarmee gelijkgesteld worden.
## Hoofdstuk 2. Politiehonden
### Artikel 23
In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:
a. a.
*surveillancehond:* hond die uitsluitend wordt ingezet bij de surveillancedienst of het optreden van de mobiele eenheid, bedoeld in artikel 26 van het Besluit beheer politie;
b. b.
*AOT-hond:* hond die uitsluitend wordt ingezet bij het optreden van een aanhoudings- en ondersteuningsteam of van een bijzondere bijstandseenheid;
c. c.
*politiespeurhond:* hond die uitsluitend wordt ingezet voor bij regeling, bedoeld in artikel 24, derde lid, vastgestelde taken.
### Artikel 24
**1.** De surveillancehond en de AOT-hond maken onderdeel uit van de bewapening.
**2.**
De surveillancehond, de AOT-hond en de politiespeurhond staan onder toezicht van:
a. a.
een ambtenaar van politie als bedoeld in artikel 2, onderdeel a, van de Politiewet 2012;
b. b.
een ambtenaar van politie als bedoeld in artikel 2, onderdeel b, van de Politiewet 2012, die op grond van artikel 7, negende lid, van die wet de bevoegdheid heeft geweld te gebruiken, of
c. c.
de ambtenaar van politie als bedoeld in artikel 2, onderdeel c, van die wet, die is aangesteld voor de uitvoering van de politietaak.
**3.** De ambtenaar, bedoeld in het tweede lid, beschikt over de hond uitsluitend na toestemming van de korpschef.
**4.** De ambtenaar, bedoeld in het tweede lid, beschikt over een certificaat als bedoeld in het vijfde lid, onder a.
**5.**
Bij ministeriële regeling worden regels gesteld omtrent:
a. a.
een certificaat waaruit blijkt dat de combinatie van hond en de ambtenaar, bedoeld in het tweede lid, voldoet aan de bij deze regeling gestelde eisen;
b. b.
de keuring en de herkeuring binnen twee jaar;
c. c.
de instelling van commissies die zijn belast met de keuring, certificering en herkeuring;
d. d.
het toezicht op de kwaliteit en de objectiviteit van de keuring en herkeuring.
## Hoofdstuk 3. Kleding
### Artikel 25
**1.** Bij ministeriële regeling worden regels gesteld omtrent de kleding van de ambtenaren van politie, bedoeld in artikel 56 van het Besluit algemene rechtspositie politie.
**2.** De korpschef draagt er zorg voor dat de aan de ambtenaar, bedoeld in het eerste lid, verstrekte kleding niet in handen van onbevoegden terecht komt.
### Artikel 25a
**1.** Bij ministeriële regeling worden regels gesteld omtrent de kleding van de directeur van de Politieacademie en zijn plaatsvervanger.
**2.** De directeur van de Politieacademie draagt er zorg voor dat de aan de ambtenaren, bedoeld in het eerste lid, verstrekte kleding niet in handen van onbevoegden terecht komt.
## Hoofdstuk 4. Goede taakuitvoering door de politie en eisen van bekwaamheid van ambtenaren van politie
### Artikel 26
**1.**
De korpschef draagt er zorg voor dat de volgende ambtenaren van politie slechts over bewapening beschikken indien zij voldoen aan de bij ministeriële regeling gestelde eisen van bekwaamheid:
a. a.
de ambtenaar van politie, bedoeld in artikel 2, onderdelen a en c, van de Politiewet 2012, die is aangesteld voor de uitvoering van de politietaak;
b. b.
de ambtenaar van politie, bedoeld in artikel 2, onderdeel b, van de Politiewet 2012, die op grond van artikel 7, negende lid, van die wet de bevoegdheid heeft geweld te gebruiken.
**2.** Het College van procureurs-generaal draagt er zorg voor dat de ambtenaar van de rijksrecherche die is aangesteld voor de uitvoering van de politietaak slechts over bewapening beschikt indien hij voldoet aan de bij ministeriële regeling gestelde eisen van bekwaamheid.
**3.** De regeling, bedoeld in het eerste en tweede lid, bevat in ieder geval regels over de jaarlijkse toetsing terzake van geweldsbeheersing, aanhoudings- en zelfverdedigingsvaardigheden en schietvaardigheid.
### Artikel 27
**1.** De korpschef stelt de ambtenaar van politie, bedoeld in artikel 2, onderdelen a tot en met c, van de Politiewet 2012, in de gelegenheid de noodzakelijke training, opleiding en toetsing te volgen.
**2.** Het College van procureurs-generaal stelt de ambtenaar van politie, bedoeld in artikel 2, onderdeel d, van de Politiewet 2012, in de gelegenheid de noodzakelijke training, opleiding en toetsing te volgen.
### Artikel 28
Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld omtrent de goede taakuitvoering door de politie en de eisen die worden gesteld aan de bekwaamheid van de ambtenaren van politie en van het personeel van de bijzondere bijstandseenheden.
## Hoofdstuk 5. Slotbepalingen
### Artikel 29
Na inwerkingtreding van dit besluit berusten de volgende besluiten onderscheidenlijk regelingen op de volgende artikelen van dit besluit:
a. a.
de krachtens artikel 4, eerste lid, van de Regeling Dienst speciale interventies gegeven besluiten inzake de goedkeuring van het merk en type wapens en munitie op artikel 17, tweede lid;
b. b.
de Regeling meetmiddelen politie op artikel 22;
c. c.
de Regeling politiehonden op artikel 24, derde lid;
d. d.
de Kledingregeling voor de politie op artikel 25, eerste lid;
e. e.
de Regeling toetsing geweldsbeheersing politie op artikel 26, eerste en tweede lid;
f. f.
de Regeling mobiele eenheid 2007 en de Regeling infiltratieteams, voor zover deze berustten op artikel 48a van de Politiewet 1993, en de Regeling aanhoudings- en ondersteuningseenheid en samenwerking speciale eenheden, voor zover deze berustte op artikel 60, tweede lid, van de Politiewet 1993, op artikel 28.
### Artikel 29a
Dit besluit berust op de artikelen 21, 22, 59, zesde lid, en 81, vijfde lid, van de Politiewet 2012.
### Artikel 30
Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 januari 2013.
### Artikel 31
Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit bewapening en uitrusting politie.