rijk/amvb/besluit-college-van-advies-voor-de-justitiële-kinderbescherming/BWBR0004723/README.md
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00

3.9 KiB

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Besluit College van advies voor de justitiële kinderbescherming BWBR0004723 AMvB geldend 1989-07-01 https://wetten.overheid.nl/BWBR0004723 Besluit College van advies voor de justitiële kinderbescherming

Besluit College van advies voor de justitiële kinderbescherming

Artikel 1

Het College van advies voor de justitiële kinderbescherming is gevestigd te 's-Gravenhage.

Artikel 2

1. Bij de benoeming van de leden wordt rekening gehouden met de geestelijke stromingen, zoals die in de bevolking in het algemeen aanwezig zijn.

2.

Van het college maakt deel uit:

tenminste één met rechtspraak belast lid van de rechterlijke macht.

3.

Van het college maken verder bij voorkeur deel uit:

a. a. een deskundige uit de kring van het maatschappelijk werk; b. b. een deskundige op het gebied van de gedragswetenschappen; c. c. een advocaat.

Artikel 3

1. De leden worden benoemd voor de tijd van zes jaren.

2. In aansluiting aan deze termijn kunnen zij eenmaal voor gelijke termijn worden herbenoemd.

3.

Aan een lid wordt tussentijds ontslag verleend:

a. a. bij het bereiken van de leeftijd van vijfenzestig jaren met ingang van de eerstvolgende maand; b. b. op eigen verzoek.

Artikel 4

Bij belet of ontstentenis van de voorzitter en de plaatsvervangende voorzitter wordt het voorzitterschap waargenomen door het in achtereenvolgende dienstjaren oudste lid; in geval van gelijke diensttijd beslist de leeftijd.

Artikel 5

Een daartoe door Onze Minister van Justitie aangewezen ambtenaar van zijn ministerie is bevoegd deel te nemen aan de beraadslagingen van het college. Hij heeft ter vergadering een adviserende stem.

Artikel 6

1. Aan het college wordt door Onze Minister van Justitie een secretaris toegevoegd;

2. De secretaris kan, ten behoeve van de werkzaamheden voor het college, worden bijgestaan door een of meer adjunct-secretarissen, die door Onze Minister van Justitie worden benoemd en ontslagen.

Artikel 7

Het college wordt vertegenwoordigd door de voorzitter.

Artikel 8

De leden genieten voor hun werkzaamheden ten behoeve van het college vergoeding van reis- en verblijfkosten overeenkomstig de bepalingen, welke te dien aanzien voor de burgerlijke rijksambtenaren zijn of zullen worden vastgesteld. Voor het bijwonen van vergaderingen van het college, alsmede voor het deelnemen aan zittingen ter behandeling van beroepschriften als bedoeld in artikel 79 van de Wet op de jeugdhulpverlening (Stb. 1989, 360) of van verzoeken om advies als bedoeld in artikel 7, derde lid, van de Wet opneming buitenlandse pleegkinderen (Stb. 1988, 566) genieten zij een vacatiegeld.

Artikel 9

Vervallen

Artikel 10

1. Het college behandelt beroepschriften als bedoeld in artikel 79 van de Wet op de jeugdhulpverlening (Stb. 1989, 360), alsmede verzoeken om advies als bedoeld in artikel 7, derde lid, van de Wet opneming buitenlandse pleegkinderen (Stb. 1988, 566);

2. Het college kan de behandeling van de in het eerste lid bedoelde beroepschriften en verzoeken opdragen aan een uit zijn midden benoemde commissie van drie leden. Van deze commissie treedt bij voorkeur als voorzitter op een met rechtspraak belast lid van de rechterlijke macht.

Artikel 11

De secretaris zendt van elke beslissing als bedoeld in artikel 79 van de Wet op de jeugdhulpverlening (Stb. 1989, 360) een afschrift aan Onze Minister van Justitie.

Artikel 12

Het college stelt een reglement van orde vast waarin zijn werkwijze, met inachtneming van de bepalingen van dit besluit, nader wordt geregeld.

Artikel 13

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 juli 1989.

Artikel 14

Dit besluit kan worden aangehaald als "Besluit College van advies voor de justitiële kinderbescherming".