rijk/amvb/besluit-elektromagnetische-compatibiliteit-2001/BWBR0012915/README.md
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00

18 KiB
Raw Permalink Blame History

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Besluit elektromagnetische compatibiliteit 2001 BWBR0012915 AMvB geldend 2001-11-28 https://wetten.overheid.nl/BWBR0012915 Besluit elektromagnetische compatibiliteit 2001

Besluit elektromagnetische compatibiliteit 2001

Hoofdstuk 1. Begripsomschrijvingen en toepassingsbereik

Artikel 1

In dit besluit wordt verstaan onder:

a. a. wet: Telecommunicatiewet; b. b. richtlijn: richtlijn nr. 89/336/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 3 mei 1989 betreffende de onderlinge aanpassing van de wetgevingen van de Lid-Staten inzake elektromagnetische compatibiliteit (PbEG L 139); c. c. derde land: land dat partij is bij een bij ministeriële regeling genoemde overeenkomst; d. d. bevoegde instantie: instantie die door een staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte dan wel die, in het kader van een bij ministeriële regeling genoemde overeenkomst, door de aanwijzende autoriteit van een derde land is aangewezen voor het afgeven van een technisch verslag of een certificaat als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel b; e. e. aangemelde instantie: instantie die door een staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte dan wel die, in het kader van een bij ministeriële regeling genoemde overeenkomst, door de aanwijzende autoriteit in een derde land is aangewezen voor het afgeven van een EG-typeverklaring als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel c; f. f. EG-verklaring van overeenstemming: document waarin degene die apparaten in de handel brengt verklaart dat die apparaten voldoen aan het bij of krachtens dit besluit bepaalde en dat de in bijlage 1 bedoelde gegevens bevat; g. g. apparaten of systemen voor luchtverkeersafhandeling: apparatuur of systemen, bedoeld in artikel 1 van richtlijn nr. 93/65/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 19 juli 1993 betreffende de vaststelling en het gebruik van compatibele technische normen en specificaties voor de aanschaf van apparatuur en van systemen voor luchtverkeersafhandeling (PbEG L 187), voor zover het radiozendapparaten betreft; h. h. EG-typeverklaring: document waarin een aangemelde instantie verklaart dat de onderzochte apparaten of systemen voor luchtverkeersafhandeling voldoen aan het in het bij of krachtens dit besluit terzake van die apparatuur of systemen bepaalde; i. i. beschermingseisen: voorschriften betreffende de elektromagnetische compatibiliteit, bedoeld in artikel 3; j. j. markering: CE-markering, bedoeld in bijlage 2.

Artikel 2

De verplichtingen die bij of krachtens dit besluit worden opgelegd aan degene die apparaten in de handel brengt, gelden tevens voor de in Nederland gevestigde wettelijke vertegenwoordiger van deze persoon.

Hoofdstuk 2. Beschermingseisen

Artikel 3

1.

Indien apparaten op passende wijze zijn geïnstalleerd en onderhouden en overeenkomstig hun bestemming worden gebruikt, voldoen zij aan de voorschriften betreffende de elektromagnetische compatibiliteit, die inhouden dat:

a. a. de opwekking van elektromagnetische storingen beperkt blijft tot een zodanig niveau dat apparaten overeenkomstig hun bestemming kunnen functioneren, en b. b. apparaten een passend niveau van ongevoeligheid bezitten zodat zij, bij aanwezigheid van een elektromagnetische storing, kunnen functioneren zonder dat de kwaliteit van de werking wordt aangetast.

2. De in het eerste lid bedoelde voorschriften omvatten in elk geval de in bijlage 3 genoemde voorschriften.

Artikel 4

1. Onze Minister stelt normen op het gebied van elektromagnetische compatibiliteit vast.

2.

De door Onze Minister krachtens het eerste lid vast te stellen normen kunnen inhouden:

a. a. de omzetting van binnen de Europese Unie geharmoniseerde normen, of b. b. nationale normen van Nederland, voor zover geharmoniseerde normen niet bestaan.

3. De referenties van de door Onze Minister vastgestelde normen worden bekendgemaakt in de Staatscourant.

4. Voor zover geharmoniseerde normen niet bestaan, maakt Onze Minister tevens in de Staatscourant bekend de referenties van nationale normen van een staat, die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, niet zijnde Nederland.

Hoofdstuk 3. Overeenstemmingsbeoordeling

Artikel 5

Apparaten worden vermoed te voldoen aan de beschermingseisen, indien blijkens de markering en de EG-verklaring van overeenstemming is voldaan aan de normen, bedoeld in artikel 4, eerste of vierde lid.

Artikel 6

1. Ter bekrachtiging dat apparaten aan de beschermingseisen voldoen, brengt degene die de apparaten in de handel brengt op het apparaat of, als dat niet mogelijk is, op de verpakking, de gebruiksaanwijzing of het garantiebewijs, de markering aan.

2. Vermeldingen, vaststellingen of andere aanduidingen, die met de markering kunnen worden verward, worden niet gebezigd.

Artikel 7

1.

Degene die apparaten in de handel brengt, brengt de markering slechts aan, indien hij:

a. a. voor apparaten, niet zijnde apparaten of systemen voor luchtverkeersafhandeling, waarvan de vervaardiging plaatsvindt met inachtneming van de in artikel 4, eerste of vierde lid, bedoelde normen, de overeenstemming van de apparaten met de beschermingseisen heeft bekrachtigd door de afgifte van een EG-verklaring van overeenstemming; b. b. voor apparaten, niet zijnde apparaten of systemen voor luchtverkeersafhandeling, waarvan de vervaardiging plaatsvindt zonder of zonder volledige inachtneming van de normen, bedoeld in artikel 4, eerste of vierde lid:

        I.
        een technisch constructiedossier heeft samengesteld, waarin zijn opgenomen:
        
          
            
            een beschrijving van het apparaat; 
          
          
            
            een uiteenzetting van de wijze waarop de overeenstemming met de beschermingseisen is verzekerd;
          
          
            
            een technisch verslag of een certificaat, dat is verkregen van een bevoegde instantie, en
          
        
      
      
        II.
        de overeenstemming van de apparaten met het in het technische constructiedossier beschreven apparaat heeft bekrachtigd door de afgifte van een EG-verklaring van overeenstemming;

I. I. een technisch constructiedossier heeft samengesteld, waarin zijn opgenomen:

            
            een beschrijving van het apparaat; 
          
          
            
            een uiteenzetting van de wijze waarop de overeenstemming met de beschermingseisen is verzekerd;
          
          
            
            een technisch verslag of een certificaat, dat is verkregen van een bevoegde instantie, en

een beschrijving van het apparaat; een uiteenzetting van de wijze waarop de overeenstemming met de beschermingseisen is verzekerd; een technisch verslag of een certificaat, dat is verkregen van een bevoegde instantie, en II. II. de overeenstemming van de apparaten met het in het technische constructiedossier beschreven apparaat heeft bekrachtigd door de afgifte van een EG-verklaring van overeenstemming; c. c. voor apparaten of systemen voor luchtverkeersafhandeling, voorafgaande aan het afgeven van een EG-verklaring van overeenstemming, een EG-typeverklaring heeft verkregen.

2. Onverminderd het eerste lid wordt de markering slechts op de apparaten aangebracht, indien deze apparaten tevens voldoen aan het bepaalde bij of krachtens andere wettelijke voorschriften waarin het aanbrengen van de markering verplicht is gesteld, met dien verstande dat indien en voor zolang het aanbrengen van de markering in deze andere wettelijke voorschriften optioneel is gesteld, de markering in afwijking van het vorenstaande tevens op de apparaten mag worden aangebracht mits de in het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen bekendgemaakte referenties van de toegepaste richtlijnen worden vermeld op de vereiste documenten, handleidingen of gebruiksaanwijzingen die bij deze apparaten zijn gevoegd.

Artikel 8

1. Degene die apparaten of systemen voor luchtverkeersafhandeling in de handel brengt kan bij de overeenstemmingsbeoordelingsprocedure, bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel c, een aangemelde instantie in een staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte inschakelen, mits deze instantie voor de desbetreffende procedure bij de Commissie van de Europese Gemeenschappen is aangemeld op grond van artikel 10, zesde lid, van de richtlijn.

2. In afwijking van het eerste lid kan degene die apparaten of systemen voor luchtverkeersafhandeling in de Europese Unie in de handel brengt bij de overeenstemmingsbeoordelingsprocedure, bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel c, een aangemelde instantie in een derde land inschakelen, mits deze aangemelde instantie is vermeld in de sectorbijlage betreffende elektromagnetische compatibiliteit behorend bij een van de bij ministeriële regeling genoemde overeenkomsten, de aanwijzing van de instantie op grond van deze overeenkomst niet is geschorst en de Europese Gemeenschap haar uit deze overeenkomst voortvloeiende verplichtingen niet geheel of gedeeltelijk heeft opgeschort.

3. Het tweede lid is van overeenkomstige toepassing voor wat betreft het inschakelen van een bevoegde instantie in een derde land bij de overeenstemmingsbeoordelingsprocedure, bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel b, door degene die apparaten in de Europese Unie in de handel brengt.

Artikel 9

Het technisch verslag of certificaat, bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel b, wordt door een bevoegde instantie verstrekt en behelst een oordeel van de bevoegde instantie over de wijze waarop de overeenstemming van de apparaten met de beschermingseisen is verzekerd.

Artikel 10

1. De EG-typeverklaring, bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel c, wordt door een aangemelde instantie verleend aan degene die apparaten of systemen voor luchtverkeersafhandeling in de handel brengt, indien de aangemelde instantie mede op basis van een uitgevoerde test tot de bevinding is gekomen dat de apparaten of systemen voldoen aan de beschermingseisen.

2.

In de EG-typeverklaring is tenminste opgenomen:

a. a. de naam en het adres van degene aan wie de EG-typeverklaring is afgegeven; b. b. een beschrijving van de apparaten of systemen voor luchtverkeersafhandeling; c. c. de vermelding van de technische specificaties op basis waarvan de test is uitgevoerd; d. d. de resultaten van het testrapport.

3.

Bij de EG-typeverklaring zijn in elk geval gevoegd:

a. a. een bijlage met daarin een volledige technische omschrijving van de apparaten of systemen voor luchtverkeersafhandeling; b. b. een bijlage bestaande uit een gewaarmerkt exemplaar van het testrapport.

Artikel 11

De EG-verklaring van overeenstemming en het technisch constructiedossier, bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel b, worden door degene die de apparaten in de handel brengt, gedurende tien jaar na het in de handel brengen van de apparaten ter beschikking gehouden van Onze Minister.

Hoofdstuk 4. Informatie inzake het gebruik

Artikel 12

1. Degene die apparaten in de handel brengt neemt de informatie die nodig is voor een gebruik conform de bestemming van de apparaten op in de gebruiksaanwijzing die bij de apparaten is gevoegd.

2. Indien apparaten niet voldoen aan de beschermingseisen ten aanzien van alle omgevingen die worden vermeld in de in artikel 4, eerste of vierde lid, bedoelde normen, neemt degene die apparaten in de handel brengt, onverminderd het eerste lid, in de gebruiksaanwijzing informatie op over de beperkingen die voor het gebruik van dergelijke apparaten gelden, met dien verstande dat indien de toegepaste normen meerdere klassen apparaten onderscheiden in de gebruiksaanwijzing wordt aangegeven tot welke klasse de apparaten behoren.

Hoofdstuk 5. Aanwijzing van bevoegde en aangemelde instanties

Artikel 13

1.

Onze Minister wijst een bevoegde instantie of een aangemelde instantie aan, indien deze:

a. a. volledige rechtspersoonlijkheid bezit, en b. b. blijkens accreditatie aantoonbaar voldoet aan:

        I.
        de normen voor kwaliteitsborging voor het onderzoeken en testen van apparaten, respectievelijk van apparaten of systemen voor luchtverkeersafhandeling, ter zake van hun elektromagnetische compatibiliteit, welke normen in elk geval de in bijlage II bij de richtlijn neergelegde minimum-voorwaarden omvatten, met dien verstande dat in elk geval een wettelijke aansprakelijkheidsverzekering is afgesloten;
      
      
        II.
        de door de accreditatie-instelling aan de onder I bedoelde normen gegeven toepassing ten aanzien van het onderzoeken en testen van apparaten, respectievelijk van apparaten of systemen voor luchtverkeersafhandeling, overeenkomstig artikel 7, eerste lid, onderdeel b, respectievelijk artikel 7, eerste lid, onderdeel c.

I. I. de normen voor kwaliteitsborging voor het onderzoeken en testen van apparaten, respectievelijk van apparaten of systemen voor luchtverkeersafhandeling, ter zake van hun elektromagnetische compatibiliteit, welke normen in elk geval de in bijlage II bij de richtlijn neergelegde minimum-voorwaarden omvatten, met dien verstande dat in elk geval een wettelijke aansprakelijkheidsverzekering is afgesloten; II. II. de door de accreditatie-instelling aan de onder I bedoelde normen gegeven toepassing ten aanzien van het onderzoeken en testen van apparaten, respectievelijk van apparaten of systemen voor luchtverkeersafhandeling, overeenkomstig artikel 7, eerste lid, onderdeel b, respectievelijk artikel 7, eerste lid, onderdeel c.

2. Onze Minister kan de aanwijzing beperken tot de daarin genoemde categorieën apparaten.

Artikel 14

Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld over de wijze waarop een aanvraag tot aanwijzing als bedoeld in artikel 13 wordt ingediend.

Hoofdstuk 6. Afkondiging verbod

Artikel 15

1. Indien uit controlemetingen blijkt dat een in de handel gebracht apparaat niet aan de beschermingseisen voldoet ondanks de aanwezigheid van de markering en van de EG-verklaring van overeenstemming, wordt hiervan schriftelijk mededeling gedaan aan de betrokkene.

2. Onze Minister maakt dit daarna zo spoedig mogelijk bekend in de Staatscourant.

3. Met ingang van de dag na de datum van bekendmaking is het verboden de apparaten van dit type te verhandelen.

Hoofdstuk 7. Behandeling van klachten

Artikel 16

Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld inzake de behandeling van klachten over elektromagnetische storingen, ondervonden van het gebruik van apparaten.

Hoofdstuk 8. Wijzigingsbepaling

Artikel 17

Wijzigt het Besluit randapparaten en radioapparaten.

Hoofdstuk 9. Overgangs- en slotbepalingen

Artikel 18

1. Na de inwerkingtreding van dit besluit berust de Regeling storingsklachten op artikel 21 van het Besluit randapparaten en radioapparaten en op artikel 16 van dit besluit.

2. Na de inwerkingtreding van dit besluit berust het Besluit vaststelling EMC-normen 1998 op artikel 4, eerste en derde lid, van het onderhavige besluit.

Artikel 19

1. Na de inwerkingtreding van dit besluit wordt een erkenning door Onze Minister van een bevoegde instantie op grond van artikel 13 van het Besluit elektromagnetische compatibiliteit gelijkgesteld met een aanwijzing op grond van artikel 13, eerste lid, van dit besluit.

2. De aanwijzing door Onze Minister van instanties op grond van artikel 10, zesde lid, van de richtlijn bij de Commissie van de Europese Gemeenschappen vóór de datum van inwerkingtreding van dit besluit, wordt gelijkgesteld met een aanwijzing op grond van artikel 13, eerste lid, van dit besluit.

Artikel 20

Een wijziging van de richtlijn gaat voor de toepassing van het onderhavige besluit gelden met ingang van de dag waarop aan de betrokken wijzigingsrichtlijn uitvoering moet zijn gegeven, tenzij bij ministerieel besluit, dat in de Staatscourant wordt bekendgemaakt, een ander tijdstip wordt vastgesteld.

Artikel 21

Het Besluit elektromagnetische compatibiliteit wordt ingetrokken.

Artikel 22

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin zij zal worden geplaatst.

Artikel 23

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit elektromagnetische compatibiliteit 2001.

Bijlage . 1

Behorende bij het Besluit elektromagnetische compatibiliteit 2001 (artikel 1, onderdeel f).

Inhoud van de EG-verklaring van overeenstemming

De EG-verklaring van overeenstemming bevat de volgende gegevens:

Bijlage . 2

Behorende bij het Besluit elektromagnetische compatibiliteit 2001 (artikel 1, onderdeel j).

CE-markering

De CE-markering bestaat uit de initialen CE in de volgende grafische vorm:

[afbeelding]

Bij vergroting of verkleining van de CE-markering worden de verhoudingen van bovenstaande gegradueerde afbeelding in acht genomen.

De onderscheiden onderdelen van de CE-markering hebben nagenoeg dezelfde hoogte, die minimaal 5 mm bedraagt.

Bijlage . 3

Behorende bij het Besluit elektromagnetische compatibiliteit 2001 (artikel 3, tweede lid).

Enuntiatieve lijst van de voornaamste beschermingseisen.

Het maximumniveau van de door de apparaten opgewekte elektromagnetische storingen is dusdanig dat het geen belemmering vormt voor het gebruik van in ieder geval de volgende apparaten:

De apparaten, met name die welke genoemd zijn onder a tot en met l, zijn dusdanig geconstrueerd dat zij een passend niveau van elektromagnetische ongevoeligheid hebben in een normale EMC-omgeving waar de apparaten moeten functioneren, zodat zij ongehinderd kunnen worden gebruikt bij de storingsniveaus die worden opgewekt door apparaten die aan de op grond van artikel 4 vastgestelde normen voldoen.