rijk/amvb/besluit-ex-artikel-6-derde-lid-opiumwet/BWBR0003063/README.md
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00

2 KiB

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Besluit ex artikel 6, derde lid, Opiumwet BWBR0003063 AMvB geldend 1976-11-01 https://wetten.overheid.nl/BWBR0003063 Besluit ex artikel 6, derde lid, Opiumwet

Besluit ex artikel 6, derde lid, Opiumwet

Artikel 1

1.

De verboden, voor zoveel betreft het verstrekken en het vervoeren, gesteld in artikel 2, eerste lid, onder B, en in artikel 3, eerste lid, onder B, en de verboden, gesteld in artikel 2, eerste lid, onder C, en in artikel 3, eerste lid, onder C, van de Opiumwet, zijn niet van toepassing op:

a. a. ziekenhuizen in de zin van de Wet op de Geneesmiddelenvoorziening (Stb. 1958, 408); b. b. diensten als bedoeld in artikel 14, derde lid, van de Arbeidsomstandighedenwet 1998 en de Rijks Bedrijfsgezondheids- en Bedrijfsveiligheidsdienst, voor wat betreft door Onze Minister aangewezen middelen; c. c. door Onze Minister overeenkomstig door Ons gestelde regelen erkende instellingen tot het verlenen van hulp aan verslaafden, voor wat betreft door Onze Minister aangewezen middelen; d. d. huizen van bewaring, gevangenissen, inrichtingen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder l, van de Wet op de jeugdhulpverlening en rijks- en particuliere inrichtingen voor ter beschikking gestelden, voor wat betreft door Onze Minister van Justitie aangewezen middelen; e. e. de Organisatie voor het Verbod van Chemische Wapens.

2. Een in het eerste lid, onder c, bedoelde erkenning, kan onder beperkingen worden verleend; aan een erkenning kunnen voorschriften worden verbonden.

3.

Een in het eerste lid, onder c, bedoelde erkenning kan worden ingetrokken indien:

a. a. de instelling niet meer voldoet aan de door Ons voor erkenning gestelde regelen; b. b. wordt gehandeld in strijd met de aan een erkenning door Onze Minister verbonden voorschriften.

Artikel 2

Dit besluit treedt in werking op het tijdstip waarop de wet van 23 juni 1976 (Stb. 424) in werking treedt.