rijk/amvb/besluit-inzake-het-houden-van-een-waak-of-heemhond/BWBR0002394/README.md
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00

5.7 KiB

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Besluit inzake het houden van een waak- of heemhond BWBR0002394 AMvB geldend 1963-05-01 https://wetten.overheid.nl/BWBR0002394 Besluit inzake het houden van een waak- of heemhond

Besluit inzake het houden van een waak- of heemhond

Artikel 1

Het is de eigenaren of gebruikers van erven, landerijen of andere terreinen verboden daarop een hond te houden, die aan een ketting of op andere wijze is vastgelegd, indien niet is voldaan aan de in artikel 2 gestelde eisen.

Artikel 2

1.

De ketting, waaraan de hond is vastgelegd, moet voldoen aan de volgende eisen:

a. a. de lengte moet ten minste 2 meter bedragen; b. b. het gewicht mag ten hoogste 300 gram per meter bedragen; c. c. de schakels mogen geen grotere maat hebben dan 20 mm.

2. Eén uiteinde van de ketting dient verbonden te zijn aan de halsband van de hond door middel van een wartelhaak, waaronder wordt verstaan een vrij om zijn as draaiende haak, het andere aan een metalen ring met een diameter van ten minste 8 cm, welke ring vrij moet kunnen glijden langs een looplijn, waaronder voor de toepassing van deze bepaling wordt verstaan een niet hoger dan een halve meter boven de grond, tussen twee ten minste 10 meter uit elkaar gelegen steunpunten, horizontaal gespannen metalen draad ter dikte van ten minste 10 mm.

3. Indien de hond op andere wijze dan door middel van een ketting is vastgelegd, moet het bevestigingsmiddel voldoen aan de in het eerste lid, onder a en b, genoemde eisen en is het tweede lid van overeenkomstige toepassing.

4. De halsband mag geen strophalsband of prikkelhalsband zijn en mag ook anderszins niet schadelijk of kwellend zijn voor de hond.

5. Op het terrein, waar de hond zich bevindt, mogen geen obstakels aanwezig zijn waardoor de hond wordt belemmerd in de bewegingsvrijheid welke hem door de looplijn wordt gelaten.

6.

Op het terrein, waar de hond zich bevindt, moet aanwezig zijn een uitsluitend voor de hond bestemd en voor deze steeds bereikbaar vocht- en tochtvrij hok van deugdelijk materiaal, welk hok, behoudens een voldoend ruime ingang naar de tochtgang, aan alle zijden en van boven doelmatig afgesloten dient te zijn. Het hok moet verder voldoen aan de volgende eisen:

a. a. het moet verdeeld zijn in twee door een schot van elkaar gescheiden delen, namelijk een slaapplaats en een tochtgang; b. b. de afmetingen van de slaapplaats moeten bedragen: hoogte: ten minste anderhalf maal de hoogte van de hond; lengte: ten minste anderhalf maal de lengte van de hond; breedte: ten minste éénmaal de hoogte van de hond; waarbij onder hoogte van de hond wordt verstaan de schofthoogte en onder lengte de romplengte; c. c. de tochtgang moet van de slaapplaats gescheiden zijn door een tot het dak doorlopend schot, dat aan de achterkant een voldoend ruime doorgang moet hebben om de hond gelegenheid te geven van de tochtgang in de slaapruimte te komen; d. d. het hok dient een op klossen rustende, zindelijke houten vloer te hebben van ten minste 3 cm dikte, welke in goede staat verkeert, naar buiten afwatert en zich ten minste 10 cm boven de grond bevindt; e. e. het hok moet zodanig zijn, dat het goed kan worden gereinigd, dat het de hond afdoende beschutting biedt tegen nadelige weersinvloeden en dat de hond zich niet aan het hok kan verwonden.

7. Een zindelijke drinkbak met vers drinkwater moet op een voortdurend voor de hond bereikbare plaats buiten het hok aanwezig zijn. Deze drinkbak moet zodanig zijn, dat hij door de hond niet omver kan worden geworpen.

Artikel 3

Het is de eigenaren of gebruikers van erven, landerijen of andere terreinen verboden daarop een hond te houden, die is ingesloten in een ren, indien niet is voldaan aan de in artikel 4 gestelde eisen.

Artikel 4

1.

De ren moet uitsluitend bestemd zijn voor het verblijf van de hond en moet verder voldoen aan de volgende eisen:

a. a. de afmetingen moeten bedragen: hoogte: ten minste 2 meter; oppervlakte: ten minste 7 vierkante meter, met dien verstande, dat de afmeting van de kortste zijde niet minder dan 1 meter mag bedragen; b. b. de bodem moet zindelijk zijn en niet drassig; c. c. de omheining moet aan ten minste één zijde bestaan uit harmonikagaas met een maaswijdte van ten hoogste 5 cm of uit tralies met een onderlinge afstand van ten hoogste 5 cm; d. d. de ren moet zodanig zijn, dat de hond zich daaraan niet kan verwonden.

2. In of in verbinding met de ren moet zich een hok bevinden, dat voldoet aan de in artikel 2, zesde lid, genoemde eisen. De ruimte, ingenomen door een zich in de ren bevindend hok, mag niet in mindering komen van de in het eerste lid, onder a, genoemde minimum-oppervlakte van de ren.

3. In de ren mogen zich geen voorwerpen bevinden, waaraan de hond zich kan verwonden.

4. Een zindelijke drinkbak met vers drinkwater moet in de ren, doch buiten het hok, aanwezig zijn. Deze drinkbak moet zodanig zijn, dat hij door de hond niet omver kan worden geworpen.

Artikel 5

Het is de eigenaren of gebruikers van erven, landerijen of andere terreinen verboden daarop een hond te houden, die is ingesloten in een ren en daarin aan een ketting of op andere wijze is vastgelegd.

Artikel 6

1. Overtreding van de in dit besluit gestelde verboden wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste een maand of geldboete van de eerste categorie.

2. De in dit besluit gestelde verboden gelden niet, indien de houder van de hond aannemelijk maakt, dat hij het dier niet houdt als waak- of heemhond.

Artikel 7

Dit besluit treedt in werking drie maanden na de datum van uitgifte van het Staatsblad, waarin het wordt geplaatst.