40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
11 KiB
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Besluit kwaliteitseisen en monitoring water | BWBR0003633 | AMvB | geldend | 2006-12-27 | https://wetten.overheid.nl/BWBR0003633 | Besluit kwaliteitseisen en monitoring water |
Besluit kwaliteitseisen en monitoring water
Paragraaf 1. Algemeen
Artikel 1
1.
In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
– – Onze Ministers: Onze Minister tezamen met Onze Ministers van Verkeer en Waterstaat en van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, ieder voor zover het onderdelen van het milieubeleid betreft, die tot zijn verantwoordelijkheid behoren; – – stroomgebieddistrict: stroomgebieddistrict als bedoeld in artikel 1.2, eerste lid, van de Waterwet; – – monitoringsprogramma: programma als bedoeld in artikel 5.3, vijfde lid, van de Wet milieubeheer; – – stroomgebiedsbeheersplan: stroomgebiedsbeheersplan als bedoeld in artikel 13 van de kaderrichtlijn water.
2. In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt onder de begrippen oppervlaktewatertoestand en grondwatertoestand datgene verstaan wat daaronder wordt verstaan in de kaderrichtlijn water.
Paragraaf 1a. Oppervlaktewater voor de bereiding van drinkwater
Artikel 1a
1. De kwaliteitsdoelstelling oppervlaktewater voor de bereiding van drinkwater is het geheel van normen zoals aangegeven in de bij dit besluit behorende bijlage I.
2. Aan de in het eerste lid bedoelde kwaliteitsdoelstelling is de datum van 1 januari 1985 verbonden.
3. Voor de toepassing van deze paragraaf en de daarop berustende bepalingen wordt onder oppervlaktewater niet verstaan zout en brak water.
Artikel 2
1. Een oppervlaktewaterlichaam waaraan de in artikel 1a bedoelde kwaliteitsdoelstelling is verbonden, dient te worden onderzocht met een minimumfrequentie als aangegeven in bijlage I ten aanzien van de in die bijlage aangegeven parameters en op de wijze als aangegeven in de bij dit besluit behorende bijlage V.
2. De gegevens die uit het in het eerste lid bedoelde onderzoek zijn verkregen, dienen zo spoedig mogelijk te worden gezonden aan de betrokken waterleidingbedrijven.
Paragraaf 2. Zwemwater
Artikel 3
1. De kwaliteitsdoelstelling zwemwater is het geheel van normen zoals aangegeven in de bij dit besluit behorende bijlage II.
2. Aan de in het eerste lid bedoelde kwaliteitsdoelstelling is de datum van 1 januari 1986 verbonden.
3. Voor de toepassing van deze paragraaf en de daarop berustende bepalingen wordt onder badseizoen verstaan de periode van 1 mei tot en met 30 september.
Artikel 4
1. Een oppervlaktewaterlichaam waaraan de in artikel 3 bedoelde kwaliteitsdoelstelling is verbonden, dient te worden onderzocht met een minimumfrequentie als aangegeven in bijlage II ten aanzien van de in die bijlage aangegeven parameters en op de wijze als aangegeven in bijlage V.
2.
De gegevens die uit het in het eerste lid bedoelde onderzoek zijn verkregen, dienen zo spoedig mogelijk te worden gezonden aan:
-
-
ingeval het onderzoek betrekking heeft op het water van een badinrichting als bedoeld in artikel 1 van de Wet hygiëne en veiligheid badinrichtingen en zwemgelegenheden: de houder van de badinrichting;
-
-
-
ingeval het onderzoek betrekking heeft op een oppervlaktewaterlichaam in beheer bij het Rijk: gedeputeerde staten van de provincie waarin dat water is gelegen.
-
3. Eenmaal per badseizoen dient voorts onderzoek te worden verricht naar de omstandigheden in de omgeving van de plaats waar het zwemwater zich bevindt en die van invloed zijn of kunnen zijn op de kwaliteit van het zwemwater. Het in de eerste volzin bedoelde onderzoek dient in ieder geval het aantal, de aard en de omvang van de lozingen die van invloed zijn of kunnen zijn op de kwaliteit van het zwemwater te betreffen.
Paragraaf 3. Water voor zalmachtigen en water voor karperachtigen
Artikel 5
1. De kwaliteitsdoelstelling water voor zalmachtigen onderscheidenlijk water voor karperachtigen is het geheel van daarop onderscheidenlijk betrekking hebbende normen zoals aangegeven in de bij dit besluit behorende bijlage III.
2. Aan de in het eerste lid bedoelde kwaliteitsdoelstellingen is een termijn verbonden van vijf jaar, beginnende op het tijdstip waarop in een plan als bedoeld in de artikelen 4.1, 4.4 en 4.6 van de Waterwet voor de in het plan aangewezen oppervlaktewaterlichamen die kwaliteitsdoelstellingen zijn aangegeven.
3. Voor de toepassing van deze paragraaf en de daarop berustende bepalingen wordt onder water als bedoeld in het eerste lid niet verstaan zout en brak water.
Artikel 6
Een oppervlaktewaterlichaam waaraan één van de in artikel 5 bedoelde kwaliteitsdoelstellingen is verbonden, dient te worden onderzocht met een minimumfrequentie als aangegeven in bijlage III ten aanzien van de in die bijlage aangegeven parameters en op de wijze als aangegeven in bijlage V.
Paragraaf 4. Schelpdierwater
Artikel 7
1. De kwaliteitsdoelstelling schelpdierwater is het geheel van normen zoals aangegeven in de bij dit besluit behorende bijlage IV.
2. Aan de in het eerste lid bedoelde kwaliteitsdoelstelling is een termijn verbonden van zes jaar, beginnende op het tijdstip waarop in een plan als bedoeld in de artikelen 4.1, 4.4 en 4.6 van de Waterwet voor de in het plan aangewezen oppervlaktewaterlichamen de kwaliteitsdoelstelling is aangegeven.
3. Voor de toepassing van deze paragraaf en de daarop berustende bepalingen wordt onder schelpdierwater verstaan zout en brak schelpdierwater.
Artikel 8
1. Een oppervlaktewaterlichaam waaraan de in artikel 7 bedoelde kwaliteitsdoelstelling is verbonden, dient te worden onderzocht met een minimumfrequentie als aangegeven in bijlage IV ten aanzien van de in die bijlage aangegeven parameters en op de wijze als aangegeven in bijlage V.
2. De gegevens die uit het in het eerste lid bedoelde onderzoek zijn verkregen, dienen zo spoedig mogelijk te worden gezonden aan het Produktschap voor Vis en Visprodukten.
Paragraaf 4a. Onderzoek ter uitvoering van de kaderrichtlijn water
Artikel 8a
1. Onze Ministers stellen met inachtneming van het daaromtrent bepaalde in de kaderrichtlijn water voor elk stroomgebieddistrict een monitoringsprogramma op.
2. Het monitoringsprogramma wordt getoetst en bijgesteld in gevallen waarin dat vereist wordt door de kaderrichtlijn water.
3. In afwijking van het eerste lid wordt een onderdeel van het monitoringsprogramma dat betrekking heeft op monitoring voor nader onderzoek, in gevallen als bedoeld in bijlage V, onder 1.3.3, bij de kaderrichtlijn water, met inachtneming van het daaromtrent bepaalde in de kaderrichtlijn water opgesteld door het bestuursorgaan dat krachtens artikel 8b, tweede lid, verantwoordelijk is voor het meten of berekenen van de toestand van het waterlichaam ten aanzien waarvan de monitoring zal plaatsvinden.
4. Van een monitoringsprogramma of een bijstelling daarvan wordt openbaar kennis gegeven door Onze Minister van Verkeer en Waterstaat.
Artikel 8b
1. Bij ministeriële regeling worden met het oog op de uitvoering van het monitoringsprogramma overeenkomstig het daaromtrent in de kaderrichtlijn water bepaalde regels gesteld met betrekking tot de wijze waarop en de frequentie waarmee de toestand van een waterlichaam wordt gemeten en berekend.
2. De bestuursorganen die bevoegd zijn een vergunning krachtens artikel 6.2 van de Waterwet te verlenen, zijn verantwoordelijk voor het meten en berekenen van de oppervlaktewatertoestand, ieder voor zover het de oppervlaktewaterlichamen of gedeelten daarvan betreft waarvoor hij bevoegd is.
3. Gedeputeerde staten zijn verantwoordelijk voor het meten en berekenen van de grondwatertoestand, ieder voor zover het de grondwaterlichamen of gedeelten daarvan betreft die zijn gelegen in de provincie waarvan zij het bestuursorgaan zijn.
Artikel 8c
De in artikel 8b bedoelde bestuursorganen doen van de metingen en berekeningen, waarvoor zij verantwoordelijk zijn, verslag aan Onze Minister van Verkeer en Waterstaat ten behoeve van de opstelling of de bijstelling van een stroomgebiedsbeheersplan.
Paragraaf 5. Verdere bepalingen
Artikel 9
1. Binnen drie maanden na afloop van elk kalenderjaar dienen de gegevens die zijn verkregen uit het in het kalenderjaar verrichte onderzoek als bedoeld in artikelen 2, 4, eerste lid, 6 en 8 te worden getoetst aan de desbetreffende kwaliteitsdoelstelling met inachtneming van de terzake gestelde voorschriften in de bijlagen I tot en met IV.
2. Van de resultaten van de in het eerste lid bedoelde toetsing alsmede van de resultaten van het in artikel 4, derde lid, bedoelde onderzoek dient een overzicht te worden opgesteld, dat in afschrift aan Onze Ministers van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer en van Verkeer en Waterstaat wordt gezonden.
Artikel 10
De verplichtingen, bedoeld in de artikelen 2, 4, 6, 8 en 9 rusten op het overheidsorgaan dat ingevolge de Waterwet bevoegd is tot het verlenen van vergunningen als bedoeld in artikel 6.2 van die wet.
Artikel 11
1. Dit besluit kan worden aangehaald als: Besluit kwaliteitseisen en monitoring water.
2. Het treedt in werking met ingang van de tweede dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst.
Bijlage I. Oppervlaktewater voor de bereiding van drinkwater
Bijlage II. Zwemwater
[afbeelding]
Voorschriften ten aanzien van de toetsing
Met het oog op de beantwoording van de vraag of aan de kwaliteitsdoelstelling is voldaan, dient te worden nagegaan of er overschrijding van de normen is opgetreden. Daarbij dienen niet te worden meegerekend overschrijdingen van de normen die veroorzaakt zijn door uitzonderlijke weersomstandigheden, of uitzonderlijke hydrodynamische omstandigheden zoals die afgeleid kunnen worden uit hoge gehalten aan gesuspendeerde stoffen. Bij parameters ten aanzien waarvan een gemiddelde of een mediaanwaarde is gegeven, worden de waarnemingen die zijn beïnvloed door uitzonderlijke weersomstandigheden, of uitzonderlijke hydrodynamische omstandigheden zoals die afgeleid kunnen worden uit hoge gehalten aan gesuspendeerde stoffen, niet meegerekend.
Het zwemwater wordt geacht overeen te stemmen met de in deze bijlage gegeven normen indien blijkt dat de monsters, genomen op een zelfde plaats van monsterneming, volgens de in deze bijlage aangegeven frequentie:
Bijlage III. Water voor zalmachtigen en water voor karperachtigen
<>
Bij de vaststelling van de normen voor genoemde parameters is er vanuit gegaan dat deze en waarden van niet genoemde parameters niet zodanig zijn voor de functies van vissen, zoals groei, voortplanting en benutting, dat deze ongunstig worden beïnvloed.