40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2.4 KiB
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Besluit op de uitheemse dieren | BWBR0002818 | AMvB | geldend | 1972-07-01 | https://wetten.overheid.nl/BWBR0002818 | Besluit op de uitheemse dieren |
Besluit op de uitheemse dieren
Artikel 1
Voor de toepassing van het bij dit besluit bepaalde wordt verstaan onder "wet": Wet op de dierenbescherming.
Artikel 2
1.
Ingevolge artikel 3, eerste lid, van de wet worden aangewezen:
a. a. de zoogdiersoorten, die in Nederland niet in het wild leven; b. b. de vogelsoorten, die in Nederland niet in het wild leven en buiten de werking vallen van de Vogelwet 1936; c. c. alle soorten reptielen, amfibieën en vissen die in Nederland niet in het wild leven.
2. Van de aanwijzing, bedoeld onder a en b van het voorgaande lid, zijn uitgezonderd honden, katten en soorten van dieren, welke in Nederland plegen te worden gehouden met het oog op een door het dier te leveren of daarvan afkomstig goed of in verband met de trekkracht van het dier.
Artikel 3
Ingevolge artikel 3, tweede lid, van de wet wordt ontheffing verleend ten aanzien van:
a. a. inrichtingen, gehouden door of vanwege een publiekrechtelijk lichaam, waarin dieren van in artikel 2 aangewezen soorten om niet worden tentoongesteld of vertoond; b. b. inrichtingen, waarin dieren van in artikel 2 aangewezen soorten voorradig plegen te worden gehouden ten verkoop aan particulieren, tenzij de inrichting zodanige dieren tevens heeft ingevoerd of te haren behoeve heeft doen invoeren; c. c. inrichtingen waarin dieren van in artikel 2 aangewezen soorten worden vertoond, afgericht of ten verkoop voorradig worden gehouden.
Artikel 4
1. Hij, die op de dag van inwerkingtreding van dit besluit een inrichting houdt, waarvoor ingevolge het bij en krachtens artikel 3 van de wet bepaalde een vergunning vereist is, wordt geacht die inrichting met vergunning van of vanwege Onze Minister van Cultuur, Recreatie en Maatschappelijk Werk te houden tot zes maanden na die dag.
2. Indien tijdens de in het vorige lid genoemde termijn een vergunning wordt aangevraagd, loopt deze termijn door tot de eerste dag van de derde maand na die, waarin de beslissing op de aanvrage onherroepelijk is geworden.
Artikel 5
Dit besluit, dat kan worden aangehaald als Besluit op de uitheemse dieren, treedt in werking op de tweede dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad, waarin het wordt geplaatst.