rijk/amvb/besluit-personeel-veiligheidsregios/BWBR0027841/README.md
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00

8.3 KiB
Raw Permalink Blame History

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Besluit personeel veiligheidsregios BWBR0027841 AMvB geldend 2015-10-15 https://wetten.overheid.nl/BWBR0027841 Besluit personeel veiligheidsregios

Besluit personeel veiligheidsregios

Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen

Artikel 1

In dit besluit wordt verstaan onder:

a. a.

    *functie:* samenstel van te verrichten werkzaamheden;

b. b.

    *diploma:* diploma als bedoeld in artikel 18, vierde lid, van de Wet veiligheidsregios.

Hoofdstuk 2. Functies

Artikel 2

1. Bij ministeriële regeling worden voor het personeel van de brandweer regels gesteld over de functies, genoemd in de bijlagen 1 en 1A, en de daarbij behorende eisen over de bekwaamheid.

2.

Bij ministeriële regeling worden regels gesteld over de volgende functies binnen de GHOR:

a. a. algemeen commandant geneeskundige zorg; b. b. directeur publieke gezondheid, voor zover het de GHOR-taken betreft; c. c. hoofd acute gezondheidszorg; d. d. hoofd informatie geneeskundige zorg; e. e. hoofd ondersteuning geneeskundige zorg; f. f. hoofd publieke gezondheidszorg; g. g. officier van dienst geneeskundig.

3.

Bij ministeriële regeling worden regels gesteld over de volgende functies binnen de organisatie van de rampenbestrijding en de crisisbeheersing:

a. a. calamiteitencoördinator meldkamer; b. b. evaluator multidisciplinair oefenen; c. c. informatiemanager commando plaats incident; d. d. informatiemanager regionaal operationeel team; e. e. leider commando plaats incident; f. f. procesmanager multidisciplinair oefenen; g. g. regionaal operationeel leider; h. h. functionaris crisiscommunicatie commando plaats incident; i. i. functionaris crisiscommunicatie regionaal operationeel team.

4.

Bij ministeriële regeling kunnen voor de bedrijfsbrandweer regels worden gesteld over de volgende functies:

a. a. bedrijfsbrandweer bestrijder petrochemie; b. b. bedrijfsbrandweer bestrijder tankincidenten; c. c. bedrijfsbrandweer bevelvoerder; d. d. bedrijfsbrandweer bevelvoerder vliegtuigbrand; e. e. bedrijfsbrandweer officier van dienst; f. f. bedrijfsbrandweer officier van dienst vliegtuigbrand; g. g. bedrijfsbrandweer manschap a; h. h. bedrijfsbrandweer manschap a bestrijder vliegtuigbrand.

Artikel 3

1. Bij de functies, genoemd in bijlage 1 en artikel 2, vierde lid, behoort een functiegerichte opleiding die wordt afgesloten met een examen.

2. Voor de functies, genoemd in de bijlagen 1 en 1A, gelden van laag naar hoog de volgende rangen: brandwacht, hoofdbrandwacht, brandmeester, hoofdbrandmeester, commandeur, adjunct-hoofdcommandeur en hoofdcommandeur.

Artikel 4

1. Een persoon is voorafgaand aan de uitoefening van een of meer functies, genoemd in bijlage 1, in het bezit van het diploma van de bij de desbetreffende functie behorende opleiding.

2. Onze Minister kan ontheffing verlenen voor het in het bezit zijn van het diploma van de bij de desbetreffende functie behorende opleiding, bedoeld in het eerste lid, met uitzondering van het diploma voor de functies brandweerduiker en duikploegleider.

3. In afwijking van het eerste lid kan degene die een opleiding volgt tot een van de functies, genoemd in bijlage 1, als aspirant de desbetreffende functie uitoefenen, met uitzondering van de functies brandweerduiker en duikploegleider.

4. Voorafgaand aan de uitoefening van de functies waarvoor dit in bijlage 1 is aangegeven, wordt een keuring als bedoeld in artikel 1, onder a, van de Wet op de medische keuringen verricht ter bescherming van de gezondheid en veiligheid van de keurling en van derden bij de uitoefening van de desbetreffende functie.

5. Het vierde lid is van overeenkomstige toepassing op de aspirant, bedoeld in het derde lid.

6. Met het diploma, bedoeld in het eerste lid, wordt gelijkgesteld een beroepskwalificatie, verkregen in een andere lidstaat van de Europese Unie dan wel een staat, niet zijnde een lidstaat van de Europese Unie, die partij is bij een daartoe strekkend of mede daartoe strekkend Verdrag dat Nederland bindt, die een beroepsniveau waarborgt dat ten minste gelijkwaardig is aan het niveau dat met het diploma wordt nagestreefd.

Hoofdstuk 3. Overleg

Artikel 5

1. Het overleg, bedoeld in artikel 18, vijfde lid, van de Wet veiligheidsregios, staat onder het voorzitterschap van Onze Minister. Onze Minister is bevoegd het voorzitterschap over te dragen aan een door hem aan te wijzen ambtenaar.

2.

Tot het overleg worden vertegenwoordigers toegelaten van:

a. a. iedere centrale van overheidspersoneel, genoemd in artikel 105, tweede lid, onderdeel a tot en met d, van het Algemeen Rijksambtenarenreglement, en b. b. andere organisaties, die naar het oordeel van Onze Minister representatief zijn voor het personeel van de brandweer en tegen wier toelating het algemeen belang zich niet verzet.

3. Van de aanwijzing van een vertegenwoordiger als bedoeld in het tweede lid wordt mededeling gedaan aan de voorzitter van het overleg.

4. Schorsing onderscheidenlijk intrekking van de toelating tot de Sectorcommissie, bedoeld in artikel 105, tweede lid, van het Algemeen Rijksambtenarenreglement, heeft van rechtswege ten gevolge schorsing onderscheidenlijk intrekking van de toelating tot het overleg.

5. Onze Minister kan een toelating van een organisatie tot het overleg krachtens het tweede lid, onderdeel b, intrekken, indien de organisatie naar het oordeel van Onze Minister niet meer representatief is dan wel het algemeen belang zich tegen verdere toelating verzet.

Artikel 6

1. Het College voor Arbeidszaken van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten kan een vertegenwoordiger aanwijzen die als adviseur aan het overleg deelneemt.

2. Deelnemers aan het overleg kunnen zich voor de behandeling van een bepaald onderwerp door een of meer deskundigen laten bijstaan.

Artikel 7

1. De voorzitter van het overleg wijst een secretaris aan.

2. De secretaris staat, onder leiding van de voorzitter, ten dienste van de voorzitter en de vertegenwoordigers van de centrales van overheidspersoneel en andere organisaties als bedoeld in artikel 5, tweede lid, onderdeel b.

Artikel 8

1. Ter voorbereiding op in het overleg te nemen besluiten of ter uitwerking van in het overleg genomen besluiten kan de voorzitter in overleg met deelnemers aan het overleg een werkgroep instellen, waarin ook personen van buiten het overleg zitting kunnen hebben.

2. De voorzitter wijst de voorzitter van de werkgroep aan.

3. De secretaris van het overleg is tevens secretaris van de werkgroep.

Artikel 9

1. Onze Minister bevordert slechts de totstandkoming van een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in artikel 18, tweede lid, van de Wet veiligheidsregios, indien daarover overeenstemming bestaat tussen de voorzitter en de meerderheid van de centrales van overheidspersoneel, bedoeld in artikel 5, tweede lid, onder a.

2. Iedere centrale van overheidspersoneel brengt één stem uit.

3. Indien de stemmen staken, beslist Onze Minister of hij de totstandkoming van de algemene maatregel van bestuur, bedoeld in het eerste lid, bevordert.

4. De artikelen 110d tot en met 110k van het Algemeen Rijksambtenarenreglement zijn van overeenkomstige toepassing indien het overleg niet tot een uitkomst zal leiden die de instemming van de voorzitter dan wel de meerderheid van de centrales zal hebben.

Hoofdstuk 4. Overgangs- en slotbepalingen

Artikel 10

1. Het diploma van de bij de desbetreffende functie behorende opleiding wordt gelijkgesteld met het diploma dat is behaald op basis van de examenreglementen overeenkomstig bijlage 2 bij dit besluit.

2. Onder de examenreglementen, genoemd in het eerste lid, wordt verstaan: de examenreglementen, zoals deze luidden op de dag, voorafgaande aan de datum van inwerkingtreding van de Wet veiligheidsregios.

Artikel 11

Dit besluit treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet veiligheidsregios in werking treedt.

Artikel 12

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit personeel veiligheidsregios.

Bijlage 1. behorende bij de

Bijlage 1a. behorende bij de

Bijlage 2. behorende bij