rijk/amvb/besluit-randapparaten-en-radioapparaten/BWBR0011261/README.md
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00

22 KiB

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Besluit randapparaten en radioapparaten BWBR0011261 AMvB geldend 2000-04-08 https://wetten.overheid.nl/BWBR0011261 Besluit randapparaten en radioapparaten

Besluit randapparaten en radioapparaten

Hoofdstuk 1. BEGRIPSOMSCHRIJVINGEN EN TOEPASSINGSBEREIK

Artikel 1

In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

a. a. wet: Telecommunicatiewet; b. b.

    richtlijn nr. 1999/5/EG: richtlijn nr. 1999/5/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 9 maart 1999 betreffende radioapparatuur en telecommunicatie-eindapparatuur en de wederzijdse erkenning van hun conformiteit (PbEG L 91);

c. c.

    richtlijn nr. 73/23/EEG: richtlijn nr. 73/23/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 19 februari 1973 betreffende de onderlinge aanpassing van de wettelijke voorschriften der Lid-Staten inzake elektrisch materiaal bestemd voor gebruik binnen bepaalde spanningsgrenzen (PbEG L 77);

d. d.

    richtlijn nr. 89/336/EEG: richtlijn nr. 89/336/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 3 mei 1989 betreffende de onderlinge aanpassing van de wetgevingen van de Lid-Staten inzake elektromagnetische compatibiliteit (PbEG L 139);

e. e.

    richtlijn nr. 98/13/EG: richtlijn nr. 98/13/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 12 februari 1998 betreffende eindapparatuur voor telecommunicatie en apparatuur voor satelliet-grondstations alsmede inzake de onderlinge erkenning van de conformiteit van die apparatuur (PbEG L 74), naar de tekst zoals deze bij die richtlijn is vastgesteld;

f. f. radioapparaten: radiozendapparaten en apparaten die naar hun aard bestemd zijn voor het ontvangen van radiocommunicatiesignalen; g. g. geharmoniseerde norm: technische specificatie die door een erkende normalisatie-instelling, in opdracht van de Commissie van de Europese Gemeenschappen en in overeenstemming met de procedures van richtlijn nr. 98/34/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 22 juni 1998 betreffende de informatieprocedure op het gebied van normen en technische voorschriften (PbEG L 204), is goedgekeurd; h. h. lidstaat: staat die lid is van de Europese Unie; i. i. derde land: land dat partij is bij een bij ministeriële regeling genoemde overeenkomst; j. j. aangemelde instantie: instantie die door een lidstaat dan wel die in het kader van een bij ministeriële regeling genoemde overeenkomst door de aanwijzende autoriteit van een derde land is aangewezen voor het uitvoeren van de in artikel 10 van richtlijn nr. 1999/5/EG bedoelde conformiteitsbeoordelingsprocedures; k. k. verklaring van conformiteit: document waarin degene die randapparaten of radioapparaten in de handel brengt, verklaart dat die apparaten voldoen aan het bij of krachtens dit besluit bepaalde; l. l. schadelijke interferentie: interferentie die het functioneren van een radionavigatiedienst of van andere veiligheidsdiensten in gevaar brengt, of die een overeenkomstig de van toepassing zijnde communautaire of nationale voorschriften werkende radiocommunicatiedienst op een andere wijze ernstig doet achteruitgaan, hindert of herhaaldelijk onderbreekt.

Artikel 2

1. Het bij of krachtens dit besluit bepaalde is van toepassing in de staten die partij zijn bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, niet zijnde lidstaten, vanaf het tijdstip waarop richtlijn nr. 1999/5/EG ingevolge een besluit van het Gemengd Comité van de EER in de Europese Economische Ruimte van kracht is.

2. Onze Minister doet mededeling in de Staatscourant van het in het eerste lid bedoelde tijdstip.

Artikel 3

Het bij of krachtens dit besluit bepaalde is niet van toepassing op:

a. a. de randapparaten of radioapparaten, genoemd in bijlage I van richtlijn nr. 1999/5/EG, en b. b. randapparaten of radioapparaten die uitsluitend worden gebruikt bij activiteiten die betrekking hebben op de openbare veiligheid, defensie, de staatsveiligheid en bij de activiteiten van de staat op gebieden die onder het strafrecht vallen.

Artikel 4

De verplichtingen die bij of krachtens dit besluit worden opgelegd aan degene die randapparaten of radioapparaten in de handel brengt en aan degene die het voornemen heeft om radioapparaten, die in frequentiebanden worden gebruikt waarvan het gebruik niet in de gehele Europese Unie is geharmoniseerd, in Nederland in de handel te brengen, gelden tevens voor de in de Nederland gevestigde vertegenwoordigers van deze personen.

Hoofdstuk 2. RANDAPPARATEN EN RADIOAPPARATEN

Paragraaf 1. Kennisgeving

Artikel 5

1. Degene die het voornemen heeft om radioapparaten, die in frequentiebanden worden gebruikt waarvan het gebruik niet in de gehele Europese Unie is geharmoniseerd, in Nederland in de handel te brengen, stelt Onze Minister ten minste vier weken voordat de apparaten in Nederland in de handel worden gebracht in kennis van dit voornemen.

2. Bij de kennisgeving, bedoeld in het eerste lid, wordt aan Onze Minister informatie verschaft inzake de radiokenmerken van de radioapparaten en wordt, indien bij de conformiteitsbeoordelingsprocedures, bedoeld in artikel 8, een aangemelde instantie is betrokken, het identificatienummer van deze aangemelde instantie verstrekt.

3. Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld inzake de wijze waarop de in het eerste lid bedoelde kennisgeving geschiedt en de informatie die hierbij wordt verschaft.

Paragraaf 2. Essentiële eisen

Artikel 6

1.

Randapparaten en radioapparaten voldoen aan de voorschriften, bedoeld in artikel 3, eerste lid, van richtlijn nr. 1999/5/EG, te weten:

a. a. de bescherming van de gezondheid of de veiligheid van de gebruiker of van anderen, met inbegrip van de doelstellingen met betrekking tot de veiligheidsvoorschriften van richtlijn nr. 73/23/EEG, echter zonder toepassing van de spanningsgrens, en b. b. de elektromagnetische compatibiliteit van richtlijn nr. 89/336/EEG, voor zover deze relevant zijn voor randapparaten of radioapparaten.

2. Onverminderd het eerste lid, voldoen radioapparaten aan artikel 3, tweede lid, van richtlijn nr. 1999/5/EG.

3. Indien op grond van artikel 3, derde lid, van richtlijn nr. 1999/5/EG voorschriften worden gesteld, worden ter uitvoering daarvan bij ministeriële regeling regels gesteld inzake die voorschriften waaraan randapparaten of radioapparaten dan wel categorieën of soorten daarvan, onverminderd het eerste en tweede lid, voldoen.

Paragraaf 3. Conformiteitsbeoordeling

Artikel 7

1. Randapparaten en radioapparaten worden vermoed aan een of meer voorschriften, bedoeld in artikel 6 te voldoen, indien blijkens een van de in artikel 8 bedoelde conformiteitsbeoordelingsprocedures is voldaan aan de krachtens richtlijn nr. 1999/5/EG vastgestelde geharmoniseerde normen of delen daarvan, die betrekking hebben op de desbetreffende voorschriften.

2. Naast de mogelijkheid, bedoeld in het eerste lid, worden randapparaten en radioapparaten eveneens vermoed aan de voorschriften, bedoeld in artikel 6, eerste lid, onderdeel a, onderscheidenlijk onderdeel b, te voldoen, indien blijkens een van de in artikel 8 bedoelde conformiteitsbeoordelingsprocedures is voldaan aan de krachtens richtlijn nr. 73/23/EEG, onderscheidenlijk richtlijn nr. 89/336/EEG vastgestelde geharmoniseerde normen of delen daarvan, die betrekking hebben op de desbetreffende voorschriften.

3. Naast de mogelijkheid, bedoeld in het eerste lid, worden randapparaten eveneens vermoed aan de voorschriften, bedoeld in artikel 6, tweede en derde lid, te voldoen, indien blijkens een van de in artikel 8 bedoelde conformiteitsbeoordelingsprocedures is voldaan aan de krachtens richtlijn nr. 98/13/EG vastgestelde gemeenschappelijke technische voorschriften dan wel delen daarvan, die betrekking hebben op de desbetreffende voorschriften.

4. Van een vermoeden van overeenstemming als bedoeld in het eerste tot en met het derde lid is slechts sprake indien de referentienummers van de bij de conformiteitsbeoordelingsprocedure gehanteerde geharmoniseerde normen of gemeenschappelijke technische voorschriften gepubliceerd zijn in het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen en deze normen of voorschriften van kracht zijn.

Artikel 8

1. Degene die randapparaten die geen gebruik maken van de frequentieruimte, apparaten die naar hun aard bestemd zijn voor het ontvangen van radiocommunicatiesignalen of ontvangende delen van radiozendapparaten in de handel brengt, onderwerpt deze apparaten naar keuze aan de in bijlage II, IV of V van richtlijn nr. 1999/5/EG beschreven conformiteitsbeoordelingsprocedures om vast te stellen of deze apparaten aan de voorschriften, bedoeld in artikel 6, voldoen.

2. Degene die andere dan de in het eerste lid bedoelde radioapparaten in de handel brengt en de van toepassing zijnde geharmoniseerde normen, bedoeld in artikel 7, heeft toegepast, onderwerpt deze apparaten naar keuze aan de in bijlage III, IV of V van richtlijn nr. 1999/5/EG beschreven conformiteitsbeoordelingsprocedures om vast te stellen of deze apparaten aan de voorschriften, bedoeld in artikel 6, voldoen.

3. Degene die andere dan de in het eerste lid bedoelde radioapparaten in de handel brengt en de van toepassing zijnde geharmoniseerde normen, bedoeld in artikel 7, niet of slechts gedeeltelijk heeft toegepast, onderwerpt deze apparaten naar keuze aan de in de bijlage IV of V van richtlijn nr. 1999/5/EG beschreven conformiteitsbeoordelingsprocedures om vast te stellen of deze apparaten aan de voorschriften, bedoeld in artikel 6, voldoen.

4. In afwijking van het eerste tot en met het derde lid, kan degene die randapparaten of radioapparaten in de handel brengt de conformiteitsbeoordelingsprocedures, bedoeld in bijlage III, paragraaf B, en bijlage IV van richtlijn nr. 73/23/EEG of de conformiteitsbeoordelingsprocedures, bedoeld in artikel 10, eerste lid, artikel 10, tweede lid, en bijlage I, van richtlijn nr. 89/336/EEG toepassen, om vast te stellen of deze apparaten aan de voorschriften, bedoeld in artikel 6, eerste lid, onderdeel a, onderscheidenlijk onderdeel b, voldoen.

5. De stukken die betrekking hebben op de in het eerste tot en met het vierde lid bedoelde conformiteitsbeoordelingsprocedures zijn gesteld in een officiële taal van de lidstaat waar de conformiteitsbeoordelingsprocedure plaatsvindt of in een taal die door de bij de conformiteitsbeoordelingsprocedure betrokken aangemelde instantie wordt aanvaard.

Artikel 9

Degene die randapparaten of radioapparaten in de handel brengt, voldoet aan de uit de bijlagen II tot en met V van richtlijn nr. 1999/5/EG voortvloeiende verplichtingen.

Artikel 10

1. Bij de in artikel 8 bedoelde conformiteitsbeoordelingsprocedures kan degene die randapparaten of radioapparaten in de handel brengt een aangemelde instantie in een lidstaat inschakelen, mits deze instantie voor de desbetreffende procedure of het desbetreffende onderdeel daarvan bij de Commissie van de Europese Gemeenschappen is aangemeld op grond van artikel 11, eerste lid, van richtlijn nr. 1999/5/EG.

2. In afwijking van het eerste lid kan degene die randapparaten of radioapparaten in de Europese Unie in de handel brengt een aangemelde instantie in een derde land inschakelen, mits deze aangemelde instantie is vermeld in de sectorbijlage betreffende radioapparatuur en telecommunicatie-eindapparatuur behorend bij een bij ministeriële regeling genoemde overeenkomst, de aanwijzing van de instantie op grond van deze overeenkomst niet is geschorst en de Europese Gemeenschap haar uit deze overeenkomst voortvloeiende verplichtingen niet geheel of gedeeltelijk heeft opgeschort.

Artikel 11

1. Ter bekrachtiging dat randapparaten of radioapparaten aan de voorschriften, bedoeld in artikel 6 voldoen, stelt degene die deze apparaten in de handel brengt een verklaring van conformiteit op en brengt hij op elk apparaat, op de eventuele verpakking hiervan en op de documenten met betrekking tot de apparaten, een door Onze Minister aan te wijzen markering aan.

2. Onverminderd het eerste lid wordt op radioapparaten, in bij ministeriële regeling te bepalen gevallen, een door Onze Minister aan te wijzen markering aangebracht ter aanduiding van de categorie waartoe deze radioapparaten behoren.

3. Onverminderd het eerste en tweede lid wordt op radioapparaten die gebruikt worden in frequentiebanden waarvan het gebruik niet in de gehele Europese Unie is geharmoniseerd, een door Onze Minister aan te wijzen markering aangebracht.

4. Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld inzake de afmeting en de grafische vorm van de in het eerste, tweede en derde lid bedoelde markeringen, de aanvullende aanduidingen bij deze markeringen, de wijze waarop deze markeringen wordt aangebracht en omtrent de zichtbaarheid, leesbaarheid en herkenbaarheid hiervan.

Paragraaf 4. Aanwijzing van aangemelde instanties

Artikel 12

1. Onze Minister wijst een instantie aan voor de uitvoering van de taken die met de in artikel 8 bedoelde conformiteitsbeoordelingsprocedures samenhangen, indien uit de aanvraag tot aanwijzing volgt, dat de instantie blijkens accreditatie aantoonbaar voldoet aan de norm NEN-EN 45011 of de norm NEN-EN 45012.

2. Onze Minister kan de aanwijzing beperken tot daarbij te omschrijven categorieën van randapparaten of radioapparaten of conformiteitsbeoordelingsprocedures, dan wel onderdelen hiervan.

Artikel 13

Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld over de wijze waarop een aanvraag tot aanwijzing als bedoeld in artikel 12 moet worden ingediend.

Paragraaf 5. Informatie

Artikel 14

1.

Degene die randapparaten of radioapparaten in de handel brengt, verstrekt aan de gebruiker een afschrift van de verklaring van conformiteit en informatie over het gebruik waarvoor deze apparaten bestemd zijn, met dien verstande dat:

a. a. indien het radioapparaten betreft, de verpakking of de gebruiksaanwijzing informatie bevat waaruit blijkt voor het gebruik in welke lidstaat of in welk geografisch grondgebied binnen een lidstaat deze radioapparaten bedoeld zijn en de gebruiker door de op het apparaat aangebrachte markering als bedoeld in artikel 11, derde lid, geattendeerd wordt op voorschriften inzake het gebruik van deze radioapparaten in bepaalde lidstaten; b. b. indien het randapparaten betreft, op alle apparaten duidelijk zichtbaar informatie is aangebracht waaruit blijkt voor welke netwerkaansluitpunten van openbare telecommunicatienetwerken deze randapparaten zijn bestemd.

2. Degene die randapparaten of radioapparaten in de handel brengt, draagt er zorg voor dat op de apparaten zijn naam of de naam van de fabrikant is aangebracht alsmede een type-, partij- of serienummer, waardoor het mogelijk is hem of de fabrikant te identificeren.

3. Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld inzake de informatie die in de documenten met betrekking tot de randapparaten of radioapparaten moet zijn opgenomen.

Paragraaf 6. Specificaties van netwerkaansluitpunten en toegang tot openbare telecommunicatienetwerken

Artikel 15

1. Een aanbieder van een openbaar telecommunicatienetwerk verschaft het college informatie over de technische specificaties van de netwerkaansluitpunten en maakt deze informatie op genoegzame wijze bekend, voordat via deze netwerkaansluitpunten diensten aan het publiek beschikbaar worden gesteld.

2. De in het eerste lid bedoelde technische specificaties moeten nauwkeurig genoeg zijn om randapparaten te kunnen ontwerpen waarmee alle via het netwerkaansluitpunt verstrekte diensten kunnen worden gebruikt en moeten in elk geval alle informatie bevatten die de fabrikanten in staat stellen naar keuze de relevante tests uit te voeren om vast te stellen of de randapparaten voldoen aan de voorschriften, bedoeld in artikel 6.

3. Een aanbieder van een openbaar telecommunicatienetwerk draagt er zorg voor dat wijzigingen in de informatie, bedoeld in het eerste lid, ten minste twee maanden voor de datum waarop die wijzigingen ingaan, bij het college bekend zijn en op genoegzame wijze bekend zijn gemaakt.

4. Een aanbieder van een openbaar telecommunicatienetwerk doet van de wijze van bekendmaking, bedoeld in het eerste en derde lid, mededeling in de Staatscourant.

Artikel 16

Een aanbieder van een openbaar telecommunicatienetwerk zorgt er voor dat randapparaten die voldoen aan de voorschriften, bedoeld in artikel 6, op daartoe geschikte netwerkaansluitpunten kunnen worden aangesloten.

Artikel 17

In afwijking van artikel 16 is een aanbieder van een openbaar telecommunicatienetwerk gerechtigd om randapparaten die voldoen aan de voorschriften, bedoeld in artikel 6, niet aan te sluiten of af te sluiten dan wel buiten gebruik te stellen indien deze apparaten ernstige schade toebrengen aan een telecommunicatienetwerk, schadelijke interferentie veroorzaken of het telecommunicatienetwerk of de werking daarvan schaden, mits hij hiertoe voorafgaande toestemming heeft van het college.

Artikel 18

1. In afwijking van de artikelen 16 en 17 is een aanbieder van een openbaar telecommunicatienetwerk gerechtigd randapparaten af te sluiten, indien dit in verband met de bescherming van het telecommunicatienetwerk onmiddellijk dient te geschieden en biedt de gebruiker van het telecommunicatienetwerk direct, en zonder daarvoor kosten in rekening te brengen, een alternatieve voorziening.

2. De aanbieder, bedoeld in het eerste lid, doet onmiddellijk mededeling aan het college van het feit dat de randapparaten zijn afgesloten.

Hoofdstuk 3. HANDHAVING

Artikel 19

1. Indien wordt geconstateerd, dat randapparaten of radioapparaten niet voldoen aan de in artikel 6 bedoelde voorschriften, kan Onze Minister deze apparaten uit de handel nemen.

2. Indien wordt geconstateerd, dat een in de handel gebracht randapparaat of radioapparaat niet voldoet aan de in artikel 6 bedoelde voorschriften ondanks de aanwezigheid van de in artikel 11, eerste lid, bedoelde markering en van een afschrift van de verklaring van conformiteit, wordt hiervan schriftelijk mededeling gedaan aan de betrokkene.

3. Onze Minister maakt de constatering, bedoeld in het tweede lid, zo spoedig mogelijk bekend in de Staatscourant.

4. Met ingang van de dag na de datum van bekendmaking is het verboden de randapparaten of radioapparaten van dit type te verhandelen.

Hoofdstuk 4. BEROEPS- OF BEDRIJFSMATIG AANLEGGEN EN ONDERHOUDEN VAN RANDAPPARATEN

Artikel 20

1. Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld ten aanzien van de vakbekwaamheid voor het beroeps- of bedrijfsmatig aanleggen en onderhouden van randapparaten.

2.

Deze regels betreffen in ieder geval:

a. a. de erkenning van diploma's; b. b. de erkenning van vakopleidingen voor het beroeps- of bedrijfsmatig aanleggen en onderhouden van randapparaten.

Hoofdstuk 5. BEHANDELING VAN KLACHTEN

Artikel 21

Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld inzake de behandeling van klachten over belemmeringen welke bij het gebruik van radiozendapparaten worden ondervonden.

Hoofdstuk 6. HANDELSRECLAME

Artikel 22

Het is verboden handelsreclame te maken voor randapparaten of radioapparaten waarvan het in de handel brengen of het verhandelen op grond van artikel 10.5 van de wet is verboden.

Hoofdstuk 7. GELIJKSTELLING

Artikel 23

Voor de toepassing van paragraaf 10.2.3 van de wet worden met radiozendapparaten gelijkgesteld radiofrequentvermogensversterkers die geschikt zijn voor gebruik tezamen met radiozendapparaten alsmede andere elektrische of elektronische apparaten die geschikt zijn om het radiofrequent signaal van radiozendapparaten te wijzigen.

Hoofdstuk 8. WIJZIGING IN ANDERE REGELGEVING

Artikel 24

Wijzigt het Besluit vergoedingen Telecommunicatiewet.

Artikel 25

Wijzigt het Besluit adspirant-registerloodsen.

Hoofdstuk 9. OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN

Artikel 26

Na de inwerkingtreding van dit besluit berust de Regeling storingsklachten op artikel 20 van het Besluit elektromagnetische compatibiliteit en op artikel 21 van dit besluit.

Artikel 27

Na de inwerkingtreding van dit besluit berust een aanwijzing door Onze Minister van een instantie als aangemelde instantie op grond van artikel 15 van het Besluit randapparatuur en apparatuur voor satellietgrondstations, op artikel 12 van dit besluit.

Artikel 28

Een wijziging van richtlijn nr. 1999/5/EG, van richtlijn nr. 98/34/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 22 juni 1998 betreffende de informatieprocedure op het gebied van normen en technische voorschriften (PbEG L 204), van richtlijn nr. 73/23/EEG of van richtlijn nr. 89/336/EEG gaat voor de toepassing van het onderhavige besluit gelden met ingang van de dag waarop aan de betrokken wijzigingsrichtlijn uitvoering moet zijn gegeven, tenzij bij ministerieel besluit, dat in de Staatscourant wordt bekendgemaakt, een ander tijdstip wordt vastgesteld.

Artikel 29

Het bij of krachtens dit besluit bepaalde is niet van toepassing op apparaten die vóór 8 april 2001 overeenkomstig het bij of krachtens het Besluit randapparatuur en apparatuur voor satellietgrondstations bepaalde, onderscheidenlijk het bij of krachtens het Besluit radio-elektrische inrichtingen bepaalde, in de handel zijn gebracht.

Artikel 30

Het Besluit radio-elektrische inrichtingen en het Besluit randapparatuur en apparatuur voor satellietgrondstations worden ingetrokken, met dien verstande dat het bij of krachtens deze besluiten bepaalde tot en met 7 april 2001 van toepassing blijft met betrekking tot de in artikel 29 bedoelde apparaten.

Artikel 31

Artikel 19, eerste lid, is met ingang van 8 april 2001 van overeenkomstige toepassing op apparaten, bedoeld in artikel 29, indien deze niet of niet meer voldoen aan de voorschriften waaraan deze apparaten op grond van het bij of krachtens het Besluit radio-elektrische inrichtingen of het Besluit randapparatuur en apparatuur voor satellietgrondstations bepaalde moesten voldoen op het tijdstip dat zij in de handel zijn gebracht.

Artikel 32

Dit besluit treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.

Artikel 33

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit randapparaten en radioapparaten.