rijk/amvb/besluit-subsidies-niet-fysieke-stadseconomie-grote-steden/BWBR0012459/README.md
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00

96 lines
4.8 KiB
Markdown
Raw Permalink Blame History

This file contains ambiguous Unicode characters

This file contains Unicode characters that might be confused with other characters. If you think that this is intentional, you can safely ignore this warning. Use the Escape button to reveal them.

---
titel: Besluit subsidies niet-fysieke stadseconomie grote steden
bwb_id: BWBR0012459
type: AMvB
status: geldend
datum_inwerkingtreding: '2001-06-22'
bron: https://wetten.overheid.nl/BWBR0012459
citeertitel: Besluit subsidies niet-fysieke stadseconomie grote steden
---
# Besluit subsidies niet-fysieke stadseconomie grote steden
### Paragraaf 1. Algemene bepalingen
### Artikel 1
In dit besluit wordt verstaan onder:
a. a.
niet-fysieke stadseconomie: hetgeen daaronder wordt verstaan in het doorstartconvenant grotestedenbeleid, dat als bijlage is gevoegd bij de brief van 4 december 1998 van de Minister voor Grote Steden- en Integratiebeleid aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal (Kamerstukken II 1998/99, 21 062, nr. 77);
b. b.
ontwikkelingsprogramma: door een gemeente vastgesteld strategisch overzicht van investeringen en maatregelen voor de komende vijf jaren, met een vooruitblik op de vijf daarop volgende jaren, dat gericht is op de beleidsdoelen economie en werkgelegenheid, fysieke ontwikkeling en sociale infrastructuur en dat meetbare doestellingen en prestaties bevat;
c. c.
benchmark lokaal ondernemersklimaat: referentiekader voor de toetsing van de economische concurrentiepositie van de stad.
### Artikel 2
**1.** Onze Minister verstrekt in 2001 een subsidie ten behoeve van niet-fysieke stadseconomie aan een in bijlage 1 van dit besluit vermelde gemeente die een ontwikkelingsprogramma uitvoert dat als bijlage 1 is gehecht aan het tussen die gemeente en het Rijk op 20 december 1999 in het kader van het grotestedenbeleid gesloten convenant.
**2.** Onze Minister verstrekt in 2001 een subsidie ten behoeve van niet-fysieke stadseconomie aan een in bijlage 2 van dit besluit vermelde gemeente die een ontwikkelingsprogramma uitvoert dat als bijlage 1 is gehecht aan het tussen die gemeente en het Rijk op 21 december 1999 in het kader van het Investeringsbudget stedelijke vernieuwing gesloten convenant.
### Artikel 3
**1.** De subsidie bedraagt in het in artikel 2, eerste lid, bedoelde geval het in bijlage 1 van dit besluit genoemde bedrag.
**2.** De subsidie bedraagt in het in artikel 2, tweede lid, bedoeld geval het in bijlage 2 van dit besluit genoemde bedrag.
### Paragraaf 2. De subsidieverlening
### Artikel 4
De beschikking tot subsidieverlening vermeldt het tijdstip en de wijze waarop de aanvraag om subsidievaststelling moet worden ingediend.
### Paragraaf 3. Verplichtingen van de subsidie-ontvanger
### Artikel 5
**1.** Aan de subsidieverlening zijn de in het tweede tot en met zevende lid opgenomen verplichtingen verbonden.
**2.** De subsidie-ontvanger gebruikt de subsidie voor de uitvoering van die onderdelen van het ontwikkelingsprogramma, die vallen binnen de reikwijdte van het Beleidskader stadseconomie (Kamerstukken 1998/99, 21 062, nr. 77), onderdeel niet-fysieke economie.
**3.** De subsidie-ontvanger komt de voor hem uit het convenant met betrekking tot de subsidie voortvloeiende verplichtingen na.
**4.** De subsidie-ontvanger neemt deel aan de tweejaarlijkse herhalingsmeting van de benchmark lokaal ondernemers klimaat.
**5.** De subsidie-ontvanger neemt bij het gebruik van de subsidie de ingevolge het Verdrag betreffende de Europese Unie voor de Staat geldende verplichtingen in acht.
**6.** De subsidie-ontvanger dient bij Onze Minister een aanvraag om subsidievaststelling in overeenkomstig hetgeen daaromtrent in de beschikking tot subsidieverlening is vermeld.
**7.** De subsidie-ontvanger voert een administratie die zodanig is ingericht, dat daaruit te allen tijde op eenvoudige en duidelijke wijze alle door hem aangegane verplichtingen en verrichte betalingen kunnen worden afgelezen.
### Paragraaf 4. Voorschotten
### Artikel 6
**1.** Op een subsidie ter zake waarvan een beschikking tot subsidieverlening geldt wordt door Onze Minister ten hoogste eenmaal per kalenderjaar een voorschot verstrekt.
**2.** Het voorschot is het bedrag dat in bijlage 1 of bijlage 2 van dit besluit als voorschot is vermeld.
### Paragraaf 5. De subsidievaststelling
### Artikel 7
Onze Minister geeft de beschikking tot subsidievaststelling binnen dertien weken na ontvangst van de aanvraag daartoe dan wel nadat de voor het indienen ervan geldende termijn is verstreken.
### Paragraaf 6. Overgangs- en slotbepalingen
### Artikel 8
Tot 1 januari 2002 gelden voor de toepassing van deartikelen 3 en 6 de bedragen genoemd in debijlagen 1a en 2a van dit besluit.
### Artikel 9
Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst.
### Artikel 10
Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit subsidies niet-fysieke stadseconomie grote steden.
## Bijlage 1. Euro's (bedragen * € 1000,)
## Bijlage 2. Euro's (bedragen * € 1000,)
## Bijlage 1a. (bedragen f 1000,)
## Bijlage 2a. (bedragen *f 1000,)