rijk/amvb/besluit-tijdelijk-besluit-covid-19-aanspraak-bovenwettelijke-vakantie-uren-raads/BWBR0044073/README.md
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00

2.1 KiB

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Besluit tijdelijk besluit COVID-19 aanspraak bovenwettelijke vakantie-uren raadsheren-plaatsvervangers en rechters-plaatsvervangers (tijdelijke verhoging leeftijdsgrens tot drieënzeventig jaar) BWBR0044073 AMvB geldend 2020-09-12 https://wetten.overheid.nl/BWBR0044073 Besluit tijdelijk besluit COVID-19 aanspraak bovenwettelijke vakantie-uren raadsheren-plaatsvervangers en rechters-plaatsvervangers (tijdelijke verhoging leeftijdsgrens tot drieënzeventig jaar)

Besluit tijdelijk besluit COVID-19 aanspraak bovenwettelijke vakantie-uren raadsheren-plaatsvervangers en rechters-plaatsvervangers (tijdelijke verhoging leeftijdsgrens tot drieënzeventig jaar)

Artikel 1

In afwijking van artikel 33b, vijfde lid, van het Besluit rechtspositie rechterlijke ambtenaren, maken raadsheren-plaatsvervangers en rechters-plaatsvervangers in de leeftijdscategorie van zeventig tot drieënzeventig jaar die op grond van artikel 3.3, eerste of tweede lid, van de Tweede Verzamelspoedwet COVID-19 zijn benoemd en het ambt op basis van een aanwijzing vervullen, aanspraak op 36 bovenwettelijke vakantie-uren. De ingevolge de eerste volzin geldende aanspraak op vakantie wordt vermenigvuldigd met de voor de rechterlijk ambtenaar geldende arbeidsduurfactor.

Artikel 2

Wanneer dit besluit vervalt op grond van artikel 3, tweede lid, blijft de in artikel 1 bedoelde aanspraak op bovenwettelijke vakantie-uren van raadsheren-plaatsvervangers en rechters-plaatsvervangers die op grond van artikel 3.3, eerste of tweede lid, van de Tweede Verzamelspoedwet COVID-19 zijn benoemd van kracht, tot de eerste dag van de maand volgende op die waarin de raadsheer-plaatsvervanger of rechter-plaatsvervanger de leeftijd van drieënzeventig jaar bereikt of, indien aan hem eerder ontslag wordt verleend, tot het moment van dat ontslag.

Artikel 3

1. Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst.

2. Dit besluit vervalt met ingang van de dag waarop artikel 3.3 van de Tweede Verzamelspoedwet COVID-19 vervalt.