rijk/amvb/besluit-uitvoering-eu-verordeningen-financiële-markten/BWBR0032230/README.md
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00

614 lines
50 KiB
Markdown
Raw Permalink Blame History

This file contains invisible Unicode characters

This file contains invisible Unicode characters that are indistinguishable to humans but may be processed differently by a computer. If you think that this is intentional, you can safely ignore this warning. Use the Escape button to reveal them.

This file contains Unicode characters that might be confused with other characters. If you think that this is intentional, you can safely ignore this warning. Use the Escape button to reveal them.

---
titel: Besluit uitvoering EU-verordeningen financiële markten
bwb_id: BWBR0032230
type: AMvB
status: geldend
datum_inwerkingtreding: '2023-06-19'
bron: https://wetten.overheid.nl/BWBR0032230
citeertitel: Besluit uitvoering EU-verordeningen financiële markten
---
# Besluit uitvoering EU-verordeningen financiële markten
### Artikel 1
In dit besluit wordt verstaan onder:
- *bevoegde autoriteit:* de bevoegde autoriteit, bedoeld in artikel 2;
- *verordening (EG) nr. 1060/2009 (ratingbureaus):* verordening (EG) nr. 1060/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 16 september 2009 inzake ratingbureaus (PbEU 2009 L 302);
- *verordening (EU) nr. 583/2010 (essentiële beleggersinformatie):* verordening (EU) nr. 583/2010 van de Europese Commissie van 1 juli 2010 tot uitvoering van Richtlijn 2009/65/EG van het Europees Parlement en de Raad wat betreft essentiële beleggersinformatie en de voorwaarden waaraan moet worden voldaan als de essentiële beleggersinformatie of het prospectus op een andere duurzame drager dan papier of via een website wordt verstrekt (PbEU 2010 L 176);
- *verordening (EU) nr. 1031/2010 (veiling van broeikasgasemissierechten):* verordening (EU) nr. 1031/2010 van de Europese Commissie van 12 november 2010 inzake de tijdstippen, het beheer en andere aspecten van de veiling van broeikasgasemissierechten overeenkomstig Richtlijn 2003/87/EG van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van een regeling voor de handel in broeikasgasemissierechten binnen de Gemeenschap (PbEU 2010 L 302);
- *verordening (EU) nr. 236/2012 (short selling en kredietverzuimswaps):* verordening (EU) nr. 236/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 14 maart 2012 betreffende short selling en bepaalde aspecten van kredietverzuimswaps (PbEU 2012 L 86);
- *verordening (EU) nr. 260/2012 (betaaldiensten):* verordening (EU) nr. 260/2012 van 14 maart 2012 van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van technische en bedrijfsmatige vereisten voor overmakingen en automatische afschrijvingen in euro en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 924/2009 (PbEU 2012 L 94);
- *verordening (EU) nr. 648/2012 (EMIR):* verordening (EU) nr. 648/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 4 juli inzake otc-derivaten, centrale tegenpartijen en transactieregisters (PbEU 2012, L 201);
- *verordening (EU) nr. 345/2013 (Europese durfkapitaalfondsen):* verordening (EU) nr. 345/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 april 2013 betreffende Europese durfkapitaalfondsen (PbEU 2013, L 115);
- *verordening (EU) nr. 346/2013 (Europese sociaalondernemerschapsfondsen):* verordening (EU) nr. 346/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 april 2013 inzake Europese sociaalondernemerschapsfondsen (PbEU 2013, L 115);
- *verordening (EU) nr. 575/2013 (Kapitaalvereisten):* verordening (EU) nr. 575/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2013 betreffende prudentiële vereisten voor kredietinstellingen en beleggingsondernemingen en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 648/2012 (PbEU 2013, L 176);
- *verordening (EU) nr. 596/2014 (marktmisbruik):* verordening (EU) nr. 596/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 16 april 2014 betreffende marktmisbruik (Verordening marktmisbruik) en houdende intrekking van Richtlijn 2003/6/EG van het Europees Parlement en de Raad en Richtlijnen 2003/124, 2003/125/EG en 2004/72/EG van de Commissie;
- *verordening (EU) nr. 600/2014 (MiFIR):* verordening (EU) nr. 600/2014 van het Europees parlement en de Raad van 15 mei 2014 betreffende markten voor financiële instrumenten en tot wijziging van verordening (EU) nr. 648/2012 (PbEU 2014, L 173);
- *verordening (EU) nr. 806/2014 (gemeenschappelijk afwikkelingsmechanisme):* verordening (EU) nr. 806/2014 van het Europees parlement en de Raad van 15 juli 2014 tot vaststelling van eenvormige regels en een eenvormige procedure voor de afwikkeling van kredietinstellingen en bepaalde beleggingsondernemingen in het kader van een gemeenschappelijk afwikkelingsmechanisme en een gemeenschappelijk afwikkelingsfonds en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 1093/2010 (PbEU 2014, L 225);
- *verordening (EU) nr. 909/2014 (centrale effectenbewaarinstellingen):* verordening (EU) nr. 909/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 23 juli 2014 betreffende de verbetering van de effectenafwikkeling in de Europese Unie, betreffende centrale effectenbewaarinstellingen en tot wijziging van Richtlijnen 98/26/EG en 2014/65/EU en Verordening (EU) nr. 236/2012 (PbEU 2014, L 257);
- *verordening (EU) nr. 1286/2014 (PRIIPs):* verordening (EU) Nr. 1286/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 26 november 2014 over essentiële-informatiedocumenten voor verpakte retailbeleggingsproducten en verzekeringsgebaseerde beleggingsproducten (PbEU 2014, L 352);
- *Verordening (EU) nr. 2015/760 (Europese langetermijnbeleggingsinstellingen):* verordening (EU) nr. 2015/760 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2015 betreffende Europese langetermijnbeleggingsinstellingen (PbEU 2015, L 123);
- *verordening (EU) nr. 2015/35 (Solvabiliteit II):* gedelegeerde verordening (EU) nr. 2015/35 van de Commissie van 10 oktober 2014 tot aanvulling van Richtlijn 2009/138/EG van het Europees Parlement en de Raad betreffende de toegang tot en uitoefening van het verzekerings- en het herverzekeringsbedrijf (Solvabiliteit II) (PbEU L 12);
- *verordening (EU) nr. 2015/751 (afwikkelingsvergoedingen voor op kaarten gebaseerde betalingstransacties):* verordening (EU) nr. 2015/751 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2015 betreffende afwikkelingsvergoedingen voor op kaarten gebaseerde betalingstransacties (PbEU 2015, L 123);
- *verordening (EU) nr. 2016/1011 (benchmarks):* Verordening (EU) nr. 2016/1011 van het Europees Parlement en de Raad van 8 juni 2016 betreffende indices die worden gebruikt als benchmarks voor financiële instrumenten en financiële overeenkomsten of om de prestatie van beleggingsfondsen te meten en tot wijziging van Richtlijnen 2008/48/EG en 2014/17/EU en Verordening (EU) nr. 596/2014 (PbEU 2016, L 171);
- *verordening (EU) nr. 2017/565 (MiFID II organisatorische vereisten):* gedelegeerde verordening (EU) nr. 2017/565 van de Commissie van 25 april 2016 houdende aanvulling van Richtlijn 2014/65/EU van het Europees Parlement en de Raad wat betreft de door beleggingsondernemingen in acht te nemen organisatorische eisen en voorwaarden voor de bedrijfsuitoefening en wat betreft de definitie van begrippen voor de toepassing van genoemde richtlijn (PbEU 2017, L 87);
- *verordening (EU) nr. 2017/1129 (prospectus):* verordening (EU) nr. 2017/1129 van het Europees Parlement en de Raad van 14 juni 2017 betreffende het prospectus dat moet worden gepubliceerd wanneer effecten aan het publiek worden aangeboden of tot de handel op een gereglementeerde markt worden toegelaten en tot intrekking van Richtlijn 2003/71/EG (PbEU 2017, L 168);
- *verordening (EU) nr. 2015/2365 (SFTR): * verordening (EU) nr. 2015/2365 van het Europees Parlement en de Raad van 25 november 2015 betreffende de transparantie van effectenfinancieringstransacties en van hergebruik en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 648/2012 (PbEU 2015, L 337);
- *verordening (EU) nr. 2017/2358 (productontwikkeling en -governance):* gedelegeerde verordening (EU) nr. 2017/2358 van de Commissie van 21 september 2017 tot aanvulling van Richtlijn 2016/97/EU van het Europees Parlement en de Raad met betrekking tot vereisten inzake producttoezicht en -governance voor verzekeringsondernemingen en verzekeringsdistributeurs (PbEU 2017, L 341);
- *verordening (EU) nr. 2017/2359 (verzekeringen met een beleggingscomponent):* gedelegeerde verordening (EU) nr. 2017/2359 van de Commissie van 21 september 2017 tot aanvulling van Richtlijn 2016/97/EU van het Europees Parlement en de Raad ten aanzien van informatievereisten en gedragsregels die van toepassing zijn op de distributie van verzekeringsgebaseerde beleggingsproducten (PbEU 2017, L 341);
- *verordening (EU) nr. 2017/2402 (securitisaties):* verordening (EU) nr. 2017/2402 van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2017 tot vaststelling van een algemeen kader voor securitisatie en tot vaststelling van een specifiek kader voor eenvoudige, transparante en gestandaardiseerde securitisatie, en tot wijziging van de Richtlijnen 2009/65/EG, 2009/138/EG en 2011/61/EU en de Verordeningen (EG) nr. 1060/2009 en (EU) nr. 648/2012 (PbEU 2017, L 347);
- *verordening (EU) nr. 2017/1131 (geldmarktfondsen):* verordening (EU) nr. 2017/1131 van het Europees Parlement en de Raad van 14 juni 2017 inzake geldmarktfondsen (PbEU 2017, L 169);
- *verordening (EU) nr. 2019/1156 (grensoverschrijdende distributie van beleggingsinstellingen en icbes):* Verordening (EU) 2019/1156 van het Europees Parlement en de Raad van 20 juni 2019 betreffende het faciliteren van de grensoverschrijdende distributie van instellingen voor collectieve belegging en houdende wijziging van de Verordeningen (EU) nr. 345/2013, (EU) nr. 346/2013 en (EU) nr. 1286/2014 (PbEU 2019, L 188);
- *verordening (EU) nr. 2019/1238 (PEPP):* Verordening (EU) nr. 2019/1238 van het Europees Parlement en de Raad van 20 juni 2019 inzake een pan-Europees persoonlijk pensioenproduct (PEPP) (PbEU 2019, L 198);
- *verordening (EU) nr. 2019/2033 (prudentiële vereisten beleggingsondernemingen):*
verordening (EU) 2019/2033 van het Europees Parlement en de Raad van 27 november 2019 betreffende prudentiële vereisten voor beleggingsondernemingen en tot wijziging van verordeningen (EU) nr. 1093/2010, (EU) nr. 575/2013, (EU) nr. 600/2014 en (EU) nr. 806/2014 (PbEU 2019, L 134);
- *verordening (EU) nr. 2019/2088 (informatieverstrekking over duurzaamheid):* Verordening (EU) 2019/2088 van het Europees Parlement en de Raad van 27 november 2019 betreffende informatieverschaffing over duurzaamheid in de financiëledienstensector (PbEU 2019, L 317);
- *verordening (EU) nr. 2020/852 (kader duurzame beleggingen):* Verordening (EU) 2020/852 van het Europees Parlement en de Raad van 18 juni 2020 betreffende de totstandbrenging van een kader ter bevordering van duurzame beleggingen en tot wijziging van Verordening (EU) 2019/2088 (PbEU 2020, L 198);
- *verordening (EU) 2020/1503 (crowdfundingdienstverleners voor bedrijven):*
Verordening (EU) 2020/1503 van het Europees Parlement en de Raad van 7 oktober 2020 betreffende Europese crowdfundingdienstverleners voor bedrijven en tot wijziging van Verordening (EU) 2017/1129 en Richtlijn (EU) 2019/1937 (PbEU 2020, L 347);
- *verordening (EU) nr. 2021/23 (herstel en afwikkeling centrale tegenpartijen):*
verordening (EU) nr. 2021/23 van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 2020 betreffende een kader voor het herstel en de afwikkeling van centrale tegenpartijen en tot wijziging van de Verordeningen (EU) nr. 1095/2010, (EU) nr. 648/2012, (EU) nr. 600/2014, (EU) nr. 806/2014 en (EU) 2015/2365, en de Richtlijnen 2002/47/EG, 2004/25/EG, 2007/36/EG, 2014/59/EU en (EU) 2017/1132 (PbEU 2021, L 22);
- *verordening (EU) nr. 2021/1230 (grensoverschrijdende betalingen):*
Verordening (EU) 2021/1230 van het Europees Parlement en de Raad van 14 juli 2021 betreffende grensoverschrijdende betalingen in de Unie (codificatie) (PbEU 2021, L 274);
- *verordening (EU) nr. 2022/858 (DLT pilot regime):*
Verordening (EU) 2022/858 van het Europees Parlement en de Raad van 30 mei 2022 betreffende een proefregeling voor marktinfrastructuren op basis van distributed ledger-technologie, en tot wijziging van Verordeningen (EU) nr. 600/2014 en (EU) nr. 909/2014 en Richtlijn 2014/65/EU (PbEU 2022, L 151).
### Artikel 1a
Dit besluit berust mede op de artikelen 1:50a, 1:81, derde lid, 1:82, 1:94 en 1:97, derde lid, onderdeel b, van de Wet op het financieel toezicht.
### Artikel 2
**1.**
Als bevoegde autoriteit in de zin van de hierna genoemde verordeningen, belast met de uitvoering en handhaving van de bij of krachtens die verordeningen gestelde regels, worden aangewezen:
a. a.
voor verordening (EU) nr. 2017/1129 (prospectus): de Autoriteit Financiële Markten;
b. b.
vervallen;
c. c.
voor verordening (EG) nr. 1060/2009 (ratingbureaus):
1°.
ten aanzien van de gehele verordening met uitzondering van artikel 4, eerste lid, voor zover het een bank, centrale tegenpartij, herverzekeraar, pensioenfonds, premiepensioeninstelling of verzekeraar betreft, en artikel 5 bis, eerste lid: de Autoriteit Financiële Markten;
2°.
ten aanzien van artikel 4, eerste lid, voor zover het een bank, centrale tegenpartij, herverzekeraar, pensioenfonds, premiepensioeninstelling of verzekeraar betreft, en artikel 5 bis, eerste lid: de Nederlandsche Bank;
1°. 1°.
ten aanzien van de gehele verordening met uitzondering van artikel 4, eerste lid, voor zover het een bank, centrale tegenpartij, herverzekeraar, pensioenfonds, premiepensioeninstelling of verzekeraar betreft, en artikel 5 bis, eerste lid: de Autoriteit Financiële Markten;
2°. 2°.
ten aanzien van artikel 4, eerste lid, voor zover het een bank, centrale tegenpartij, herverzekeraar, pensioenfonds, premiepensioeninstelling of verzekeraar betreft, en artikel 5 bis, eerste lid: de Nederlandsche Bank;
d. d.
voor verordening (EU) nr. 583/2010 (essentiële beleggersinformatie): de Autoriteit Financiële Markten;
e. e.
voor verordening (EU) nr. 1031/2010 (veiling van broeikasgasemissierechten), voor zover het betreft de bevoegdheid tot het verlenen van vergunningen als bedoeld in artikel 18, tweede en derde lid, en tot het geheel of gedeeltelijk intrekken van die vergunningen: de Autoriteit Financiële Markten;
f. f.
voor verordening (EU) nr. 236/2012 (short selling en kredietverzuimswaps): de Autoriteit Financiële Markten;
g. g.
voor verordening (EU) nr. 260/2012 (betaaldiensten):
1°.
ten aanzien van de artikelen 3 tot en met 6 en 9 de Nederlandsche Bank;
2°.
ten aanzien van artikel 8 de Autoriteit Consument en Markt;
1°. 1°.
ten aanzien van de artikelen 3 tot en met 6 en 9 de Nederlandsche Bank;
2°. 2°.
ten aanzien van artikel 8 de Autoriteit Consument en Markt;
h. h.
voor verordening (EU) nr. 648/2012 (EMIR):
1°.
ten aanzien van de artikelen 4, eerste tot en met derde lid, 4 bis, 6 bis, tweede lid, 11, 12, voor zover de tegenpartij een bank, verzekeraar, herverzekeraar of pensioenfonds is, alsmede ten aanzien van de artikelen 14 tot en met 21, 25, tot en met 35 en 40 tot en met 54: de Nederlandsche Bank;
2°.
ten aanzien van de artikelen 4, eerste tot en met derde lid, 4 bis, 6 bis, tweede lid, 11, 12, voor zover de tegenpartij geen bank, verzekeraar, herverzekeraar of pensioenfonds is, alsmede ten aanzien van de artikelen 4, derde lid bis, 5 tot en met 10, 36 tot en met 39, 57, 59, 61 tot en met 63, 68 en 71 tot en met 74: de Autoriteit Financiële Markten;
1°. 1°.
ten aanzien van de artikelen 4, eerste tot en met derde lid, 4 bis, 6 bis, tweede lid, 11, 12, voor zover de tegenpartij een bank, verzekeraar, herverzekeraar of pensioenfonds is, alsmede ten aanzien van de artikelen 14 tot en met 21, 25, tot en met 35 en 40 tot en met 54: de Nederlandsche Bank;
2°. 2°.
ten aanzien van de artikelen 4, eerste tot en met derde lid, 4 bis, 6 bis, tweede lid, 11, 12, voor zover de tegenpartij geen bank, verzekeraar, herverzekeraar of pensioenfonds is, alsmede ten aanzien van de artikelen 4, derde lid bis, 5 tot en met 10, 36 tot en met 39, 57, 59, 61 tot en met 63, 68 en 71 tot en met 74: de Autoriteit Financiële Markten;
i. i.
voor verordening (EU) nr. 345/2013 (Europese durfkapitaalfondsen): de Autoriteit Financiële Markten;
j. j.
voor verordening (EU) nr. 346/2013 (Europese sociaalondernemerschapsfondsen): de Autoriteit Financiële Markten;
k. k.
voor verordening (EU) nr. 575/2013 (Kapitaalvereisten): de Nederlandsche Bank;
l. l.
voor verordening (EU) nr. 596/2014 (marktmisbruik): de Autoriteit Financiële Markten;
m. m.
voor verordening (EU) nr. 600/2014 (MiFIR): de Autoriteit Financiële Markten;
n. n.
voor verordening (EU) nr. 909/2014 (centrale effectenbewaarinstelllingen):
1°.
ten aanzien van de artikelen 9, voor zover het een bank betreft, 39 tot en met 47, 54 tot en met 57 en 59 en 60: de Nederlandsche Bank;
2°.
ten aanzien van de artikelen 3 tot en met 7, 9, voor zover het een andere onderneming dan een bank betreft, 16 tot en met 20, 23, 26 tot en met 38 en 48 tot en met 53: de Autoriteit Financiële Markten;
1°. 1°.
ten aanzien van de artikelen 9, voor zover het een bank betreft, 39 tot en met 47, 54 tot en met 57 en 59 en 60: de Nederlandsche Bank;
2°. 2°.
ten aanzien van de artikelen 3 tot en met 7, 9, voor zover het een andere onderneming dan een bank betreft, 16 tot en met 20, 23, 26 tot en met 38 en 48 tot en met 53: de Autoriteit Financiële Markten;
o. o.
voor verordening (EU) br. 1286/2014 (PRIIPs): de Autoriteit Financiële Markten;
p. p.
voor verordening (EU) nr. 2015/760 (Europese langetermijnbeleggingsinstellingen): de Autoriteit Financiële Markten;
q. q.
voor verordening (EU) nr. 2015/35 (Solvabiliteit II): de Nederlandsche Bank;
r. r.
voor verordening (EU) nr. 2015/751 (afwikkelingsvergoedingen voor op kaarten gebaseerde betalingstransacties):
1°.
ten aanzien van de artikelen 3 tot en met 6, 8, eerste lid en derde tot en met zesde lid, 10 en 11: de Autoriteit Consument en Markt;
2°.
ten aanzien van artikel 7: de Nederlandsche Bank;
3°.
ten aanzien van de artikelen 8, tweede lid, 9 en 12: de Autoriteit Financiële Markten;
1°. 1°.
ten aanzien van de artikelen 3 tot en met 6, 8, eerste lid en derde tot en met zesde lid, 10 en 11: de Autoriteit Consument en Markt;
2°. 2°.
ten aanzien van artikel 7: de Nederlandsche Bank;
3°. 3°.
ten aanzien van de artikelen 8, tweede lid, 9 en 12: de Autoriteit Financiële Markten;
s. s.
voor verordening (EU) nr. 2016/1011 (benchmarks): de Autoriteit Financiële Markten;
t. t.
voor verordening (EU) nr. 2017/565 (MiFID II organisatorische vereisten): de Autoriteit Financiële Markten;
u. u.
voor verordening (EU) nr. 2017/2358 (productontwikkeling en -governance): de Autoriteit Financiële Markten;
v. v.
voor verordening (EU) nr. 2017/2359 (verzekeringen met een beleggingscomponent): de Autoriteit Financiële Markten;
w. w.
voor verordening (EU) nr. 2015/2365 (SFTR):
1°.
ten aanzien van de artikelen 4, 13, 14 en, 24, derde lid, voor wat betreft de verwijzing naar artikel 4: de Autoriteit Financiële Markten;
2°.
ten aanzien van andere artikelen dan die, genoemd onder 1°:
i.
voor zover de tegenpartij een bank, verzekeraar, herverzekeraar of pensioenfonds is: de Nederlandsche Bank;
ii.
voor zover de tegenpartij geen bank, verzekeraar, herverzekeraar of pensioenfonds is: de Autoriteit Financiële Markten;
1°. 1°.
ten aanzien van de artikelen 4, 13, 14 en, 24, derde lid, voor wat betreft de verwijzing naar artikel 4: de Autoriteit Financiële Markten;
2°. 2°.
ten aanzien van andere artikelen dan die, genoemd onder 1°:
i.
voor zover de tegenpartij een bank, verzekeraar, herverzekeraar of pensioenfonds is: de Nederlandsche Bank;
ii.
voor zover de tegenpartij geen bank, verzekeraar, herverzekeraar of pensioenfonds is: de Autoriteit Financiële Markten;
i. i.
voor zover de tegenpartij een bank, verzekeraar, herverzekeraar of pensioenfonds is: de Nederlandsche Bank;
ii. ii.
voor zover de tegenpartij geen bank, verzekeraar, herverzekeraar of pensioenfonds is: de Autoriteit Financiële Markten;
x. x.
voor verordening (EU) nr. 2017/2402 (securitisaties):
1°.
de Nederlandsche Bank: ten aanzien van:
de artikelen 6 tot en met 9, 30, tweede lid, onderdeel a, en derde lid, indien het een SSPE betreft als bedoeld in artikel 29, vierde lid, van de verordening (EU) nr. 2017/2402 (securitisaties), die is verbonden aan een initiator, oorspronkelijke kredietverstrekker of sponsor met een door de Nederlandsche Bank verleende vergunning;
de artikelen 5 tot en met 9, 29, zesde lid, 30, tweede lid, onderdeel a, en derde lid, 43, vijfde tot en met achtste lid, voor zover het betreft een bank, tenzij de Europese Centrale Bank bevoegd is toezicht uit te oefenen op grond van de artikelen 4 en 6 van de verordening bankentoezicht, beleggingsonderneming onder de verordening kapitaalvereisten, verzekeringsonderneming of herverzekeringsonderneming als bedoeld in artikel 13, eerste onderdeel, onderscheidenlijk vierde onderdeel, van de richtlijn solvabiliteit II, een pensioenfonds of premiepensioeninstelling; en
de artikelen 18, 27, 30, tweede lid, onderdelen b en c, 43, tweede lid, en 43 bis, eerste en tweede lid;
2°.
de Autoriteit Financiële Markten: ten aanzien van:
de artikelen 3, 4, aanhef en onderdelen a tot en met b, en 28;
de artikelen 6 tot en met 9, 30, tweede lid, onderdeel a, en derde lid, indien het een SSPE betreft als bedoeld in artikel 29, vierde lid, van de verordening (EU) nr. 2017/2402 (securitisaties), die is verbonden aan een initiator, oorspronkelijke kredietverstrekker of sponsor zonder door een toezichthouder verleende vergunning of met een door de Autoriteit Financiële Markten verleende vergunning of indien het een initiator of oorspronkelijke kredietverstrekker als bedoeld in artikel 29, vierde lid, van die verordening betreft; en
de artikelen 5 tot en met 9, 29, zesde lid, 30, tweede lid, onderdeel a, en derde lid, en artikel 43, vijfde tot en met achtste lid, voor zover het een beleggingsinstelling, of icbe betreft;
1°. 1°.
de Nederlandsche Bank: ten aanzien van:
de artikelen 6 tot en met 9, 30, tweede lid, onderdeel a, en derde lid, indien het een SSPE betreft als bedoeld in artikel 29, vierde lid, van de verordening (EU) nr. 2017/2402 (securitisaties), die is verbonden aan een initiator, oorspronkelijke kredietverstrekker of sponsor met een door de Nederlandsche Bank verleende vergunning;
de artikelen 5 tot en met 9, 29, zesde lid, 30, tweede lid, onderdeel a, en derde lid, 43, vijfde tot en met achtste lid, voor zover het betreft een bank, tenzij de Europese Centrale Bank bevoegd is toezicht uit te oefenen op grond van de artikelen 4 en 6 van de verordening bankentoezicht, beleggingsonderneming onder de verordening kapitaalvereisten, verzekeringsonderneming of herverzekeringsonderneming als bedoeld in artikel 13, eerste onderdeel, onderscheidenlijk vierde onderdeel, van de richtlijn solvabiliteit II, een pensioenfonds of premiepensioeninstelling; en
de artikelen 18, 27, 30, tweede lid, onderdelen b en c, 43, tweede lid, en 43 bis, eerste en tweede lid;
de artikelen 6 tot en met 9, 30, tweede lid, onderdeel a, en derde lid, indien het een SSPE betreft als bedoeld in artikel 29, vierde lid, van de verordening (EU) nr. 2017/2402 (securitisaties), die is verbonden aan een initiator, oorspronkelijke kredietverstrekker of sponsor met een door de Nederlandsche Bank verleende vergunning;
de artikelen 5 tot en met 9, 29, zesde lid, 30, tweede lid, onderdeel a, en derde lid, 43, vijfde tot en met achtste lid, voor zover het betreft een bank, tenzij de Europese Centrale Bank bevoegd is toezicht uit te oefenen op grond van de artikelen 4 en 6 van de verordening bankentoezicht, beleggingsonderneming onder de verordening kapitaalvereisten, verzekeringsonderneming of herverzekeringsonderneming als bedoeld in artikel 13, eerste onderdeel, onderscheidenlijk vierde onderdeel, van de richtlijn solvabiliteit II, een pensioenfonds of premiepensioeninstelling; en
de artikelen 18, 27, 30, tweede lid, onderdelen b en c, 43, tweede lid, en 43 bis, eerste en tweede lid;
2°. 2°.
de Autoriteit Financiële Markten: ten aanzien van:
de artikelen 3, 4, aanhef en onderdelen a tot en met b, en 28;
de artikelen 6 tot en met 9, 30, tweede lid, onderdeel a, en derde lid, indien het een SSPE betreft als bedoeld in artikel 29, vierde lid, van de verordening (EU) nr. 2017/2402 (securitisaties), die is verbonden aan een initiator, oorspronkelijke kredietverstrekker of sponsor zonder door een toezichthouder verleende vergunning of met een door de Autoriteit Financiële Markten verleende vergunning of indien het een initiator of oorspronkelijke kredietverstrekker als bedoeld in artikel 29, vierde lid, van die verordening betreft; en
de artikelen 5 tot en met 9, 29, zesde lid, 30, tweede lid, onderdeel a, en derde lid, en artikel 43, vijfde tot en met achtste lid, voor zover het een beleggingsinstelling, of icbe betreft;
de artikelen 3, 4, aanhef en onderdelen a tot en met b, en 28;
de artikelen 6 tot en met 9, 30, tweede lid, onderdeel a, en derde lid, indien het een SSPE betreft als bedoeld in artikel 29, vierde lid, van de verordening (EU) nr. 2017/2402 (securitisaties), die is verbonden aan een initiator, oorspronkelijke kredietverstrekker of sponsor zonder door een toezichthouder verleende vergunning of met een door de Autoriteit Financiële Markten verleende vergunning of indien het een initiator of oorspronkelijke kredietverstrekker als bedoeld in artikel 29, vierde lid, van die verordening betreft; en
de artikelen 5 tot en met 9, 29, zesde lid, 30, tweede lid, onderdeel a, en derde lid, en artikel 43, vijfde tot en met achtste lid, voor zover het een beleggingsinstelling, of icbe betreft;
y. y.
voor verordening (EU) nr. 2017/1131 (geldmarktfondsen):
1°.
ten aanzien van de gehele verordening met uitzondering van de artikelen 28 en 37, tweede lid, onderdeel c: de Autoriteit Financiële Markten;
2°.
ten aanzien van de artikelen 28 en 37, tweede lid, onderdeel c: de Nederlandsche Bank;
1°. 1°.
ten aanzien van de gehele verordening met uitzondering van de artikelen 28 en 37, tweede lid, onderdeel c: de Autoriteit Financiële Markten;
2°. 2°.
ten aanzien van de artikelen 28 en 37, tweede lid, onderdeel c: de Nederlandsche Bank;
z. z.
voor verordening (EU) nr. 2019/1156 (grensoverschrijdende distributie van beleggingsinstellingen en icbes): de Autoriteit Financiële Markten;
aa. aa.
voor verordening (EU) nr. 2019/1238 (PEPP):
1°.
ten aanzien van de artikelen 4 tot en met 13, de hoofdstukken III en IV, de artikelen 42 tot en met 44, 45, tweede lid, 48 en 50, eerste tot en met zesde lid, de hoofdstukken VII en VIII, artikel 63 en hoofdstuk X: de Autoriteit Financiële Markten;
2°.
ten aanzien van de artikelen 41, 45, eerste lid, 46, en 49, tweede en derde lid: de Nederlandsche Bank;
1°. 1°.
ten aanzien van de artikelen 4 tot en met 13, de hoofdstukken III en IV, de artikelen 42 tot en met 44, 45, tweede lid, 48 en 50, eerste tot en met zesde lid, de hoofdstukken VII en VIII, artikel 63 en hoofdstuk X: de Autoriteit Financiële Markten;
2°. 2°.
ten aanzien van de artikelen 41, 45, eerste lid, 46, en 49, tweede en derde lid: de Nederlandsche Bank;
ab. ab.
voor verordening (EU) nr. 2019/2033 (prudentiële vereisten beleggingsondernemingen):
1°.
ten aanzien van de gehele verordening met uitzondering van de artikelen 48, 51 en 53: de Nederlandsche Bank;
2°.
ten aanzien van de artikelen 48, 51 en 53: de Autoriteit Financiële Markten;
1°. 1°.
ten aanzien van de gehele verordening met uitzondering van de artikelen 48, 51 en 53: de Nederlandsche Bank;
2°. 2°.
ten aanzien van de artikelen 48, 51 en 53: de Autoriteit Financiële Markten;
ac. ac.
voor verordening (EU) nr. 2019/2088 (informatieverstrekking over duurzaamheid): de Autoriteit Financiële Markten;
ad. ad.
voor verordening (EU) nr. 2020/852 (kader duurzame beleggingen): de Autoriteit Financiële Markten;
ae. ae.
voor verordening (EU) 2020/1503 (crowdfundingdienstverleners voor bedrijven):
1°.
ten aanzien van ten aanzien van de gehele verordening met uitzondering van artikel 11: de Autoriteit Financiële Markten;
2°.
ten aanzien van artikel 11: De Nederlandsche Bank;
1°. 1°.
ten aanzien van ten aanzien van de gehele verordening met uitzondering van artikel 11: de Autoriteit Financiële Markten;
2°. 2°.
ten aanzien van artikel 11: De Nederlandsche Bank;
af. af.
voor verordening (EU) nr. 2021/23 (herstel en afwikkeling centrale tegenpartijen): de Nederlandsche Bank;
ag. ag.
*voor verordening (EU) nr. 2021/1230 (grensoverschrijdende betalingen):* de Autoriteit Financiële Markten;
ah. ah.
*voor verordening (EU) nr. 2022/858 (DLT pilot regime):*
1°.
ten aanzien van de artikelen 3, 4, 8, 9, 10 en 11, derde en vijfde lid: de Autoriteit Financiële Markten;
2°.
ten aanzien van de artikelen 5 tot en met 7: de Autoriteit Financiële Markten of de Nederlandsche Bank al naar gelang de uit artikel 2, eerste lid, onderdelen m, n en ab van dit besluit, met betrekking tot verordening (EU) nr. 600/2014 (MiFIR), verordening (EU) nr. 909/2014 (centrale effectenbewaarstellingen), verordening (EU) nr. 2019/2033 (prudentiële vereisten beleggingsondernemingen) en, met betrekking tot beleggingsondernemingen en marktexploitanten, de Wet op het financieel toezicht voortvloeiende taakverdeling.
1°. 1°.
ten aanzien van de artikelen 3, 4, 8, 9, 10 en 11, derde en vijfde lid: de Autoriteit Financiële Markten;
2°. 2°.
ten aanzien van de artikelen 5 tot en met 7: de Autoriteit Financiële Markten of de Nederlandsche Bank al naar gelang de uit artikel 2, eerste lid, onderdelen m, n en ab van dit besluit, met betrekking tot verordening (EU) nr. 600/2014 (MiFIR), verordening (EU) nr. 909/2014 (centrale effectenbewaarstellingen), verordening (EU) nr. 2019/2033 (prudentiële vereisten beleggingsondernemingen) en, met betrekking tot beleggingsondernemingen en marktexploitanten, de Wet op het financieel toezicht voortvloeiende taakverdeling.
**2.** De Europese Centrale Bank treedt in de plaats van de Nederlandsche Bank als bevoegde autoriteit als bedoeld in het eerste lid, indien dit volgt uit de artikelen 4, 5 en 6 van verordening (EU) nr. 1024/2013 van de Raad van 15 oktober 2013 waarbij aan de Europese Centrale Bank specifieke taken worden opgedragen betreffende het beleid inzake het prudentieel toezicht op kredietinstellingen (PbEU 2013, L 287).
### Artikel 2a
**1.**
De Nederlandsche Bank vraagt advies aan de Autoriteit Financiële Markten voordat zij:
a. a.
beslist op een aanvraag als bedoeld in de artikelen 14, 15 en 17 van verordening (EU) nr. 648/2012 (EMIR), of in het kader van artikel 3:28a van de wet, voor zover betrekking hebbend op de artikelen 26 tot en met 35 en 51 tot en met 54 van die verordening, indien in dat kader dient te worden beoordeeld of wordt voldaan aan het bij of krachtens het Deel Gedragstoezicht financiële ondernemingen bepaalde; of
b. b.
een vergunning intrekt op grond van artikel 20 van verordening (EU) nr. 648/2012 (EMIR).
**2.** De Autoriteit Financiële Markten brengt het advies schriftelijk uit binnen zes weken na het verzoek.
**3.** De Nederlandsche Bank volgt het advies, bedoeld in het eerste lid, tenzij zwaarwegende redenen betreffende de soliditeit van de aanvrager of de stabiliteit van het financiële stelsel naar het oordeel van de Nederlandsche Bank aanleiding tot afwijking geven. Indien de Nederlandsche Bank overweegt af te wijken, stelt zij de Autoriteit Financiële Markten in de gelegenheid om haar advies mondeling toe te lichten. De Nederlandsche Bank motiveert een afwijking schriftelijk.
**4.** Het advies, bedoeld in het eerste lid, maakt deel uit van het besluit ten aanzien van de vergunning, instemming of intrekking.
### Artikel 2b
**1.** Indien de Autoriteit Financiële Markten voornemens is een vergunning te verlenen als bedoeld in de artikelen 16 of 19 van verordening (EU) nr. 909/2014 (centrale effectenbewaarinstellingen), een vergunning in te trekken op grond van artikel 20 van die verordening of op grond van artikel 1:79 of 1:80 van de wet een besluit te nemen ter zake van overtreding van de artikelen 26 tot en met 31 en 48 tot en met 53 van die verordening, stelt zij de Nederlandsche Bank van het voorgenomen besluit in kennis.
**2.** Indien de Nederlandsche Bank naar aanleiding van een inkennisstelling als bedoeld in het eerste lid, oordeelt dat zwaarwegende redenen betreffende de soliditeit van de betrokken onderneming of de stabiliteit van het financiële stelsel daar aanleiding toe geven, kan zij een bindende aanbeveling doen aan de Autoriteit Financiële Markten omtrent een besluit als bedoeld in het eerste lid.
**3.** Een bindende aanbeveling als bedoeld in het tweede lid is met redenen omkleed en wordt binnen zes weken na de inkennisstelling, bedoeld in het eerste lid, schriftelijk ingediend.
**4.** De Autoriteit Financiële Markten geeft uitvoering aan de bindende aanbeveling, bedoeld in het tweede lid. Indien de Autoriteit Financiële Markten uitvoering geeft aan de aanbeveling door een besluit te nemen, maakt de aanbeveling deel uit van het te nemen besluit.
### Artikel 2c
**1.** Voordat de Autoriteit Financiële Markten beslist op een aanvraag tot registratie van een paneuropees persoonlijk pensioenproduct als bedoeld in artikel 6, eerste lid, van verordening (EU) nr. 2019/1238 (PEPP), vraagt zij advies aan de Nederlandsche Bank inzake de beoordeling van de regelingen betreffende portefeuille- en risicobeheer en administratie met betrekking tot het paneuropese persoonlijke pensioenproduct en de identiteit van de aanvrager indien de aanvrager een onderneming als bedoeld in artikel 6, eerste lid, onderdeel a, b of c, van genoemde verordening is, en, indien van toepassing, de identiteit van de bewaarder, indien de aanvrager een onderneming als bedoeld in artikel 6, eerste lid, onderdeel d, e of f, van genoemde verordening is.
**2.** De Nederlandsche Bank brengt schriftelijk advies uit binnen zes weken na ontvangst van het verzoek.
**3.** Indien de Nederlandsche Bank naar aanleiding van de adviesaanvraag als bedoeld in het eerste lid oordeelt dat de aanvraag tot registratie, met inachtneming van artikel 6, vierde lid, van verordening (EU) nr. 2019/1238 (PEPP), afgewezen dient te worden, doet zij een bindende aanbeveling tot afwijzing van de aanvraag tot registratie en geeft de Autoriteit Financiële Markten uitvoering aan die aanbeveling.
**4.** Een bindende aanbeveling als bedoeld in het derde lid is met redenen omkleed.
**5.** Indien de Autoriteit Financiële Markten uitvoering geeft aan de aanbeveling door een besluit te nemen, maakt de aanbeveling deel uit van het te nemen besluit.
### Artikel 2d
**1.** De Autoriteit Financiële Markten stelt de Nederlandsche Bank in kennis van het voornemen om op grond van artikel 8, eerste lid, van verordening (EU) nr. 2019/1238 (PEPP) de registratie van een paneuropees persoonlijk pensioenproduct door te halen.
**2.**
De Nederlandsche Bank kan de Autoriteit Financiële Markten een bindende aanbeveling doen om op grond van artikel 8 van de in het eerste lid genoemde verordening de registratie van een paneuropees persoonlijk pensioenproduct door te halen op een of meer van de volgende gronden:
a. a.
de PEPP-aanbieder heeft, naar later blijkt, bij de aanvraag van de registratie onjuiste of onvolledige gegevens verstrekt, en kennis omtrent de juiste en volledige gegevens zou ertoe hebben geleid dat de Nederlandsche Bank op grond van artikel 2c, tweede lid, had geadviseerd om de aanvraag tot registratie af te wijzen;
b. b.
de PEPP-aanbieder heeft omstandigheden of feiten verzwegen op grond waarvan, zo zij voor het tijdstip waarop het paneuropese persoonlijke pensioenproduct was geregistreerd zich hadden voorgedaan of bekend waren geweest, de Nederlandsche Bank op grond van artikel 2c, tweede lid, zou hebben geadviseerd om de aanvraag van de registratie af te wijzen;
c. c.
de PEPP-aanbieder heeft de in het eerste lid genoemde verordening ernstig of stelselmatig geschonden en de Nederlandsche Bank is ervan overtuigd dat er redelijke gronden zijn om aan te nemen dat de schending of schendingen een risico vormen voor de stabiliteit van het financiële stelsel of een deel daarvan in ten minste één lidstaat;
d. d.
de PEPP-aanbieder of het paneuropese persoonlijke pensioenproduct voldoet niet meer aan de voorwaarden waaronder het paneuropese persoonlijke pensioenproduct is geregistreerd, en de Nederlandsche Bank is ervan overtuigd dat er redelijke gronden zijn om aan te nemen dat dat een risico vormt voor de stabiliteit van het financiële stelsel of een deel daarvan in ten minste één lidstaat.
**3.** Indien de Nederlandsche Bank op grond van het tweede lid een bindende aanbeveling doet om de registratie door te halen, geeft de Autoriteit Financiële Markten uitvoering aan die aanbeveling.
**4.** Een bindende aanbeveling als bedoeld in het derde lid is met redenen omkleed.
**5.** Indien de Autoriteit Financiële Markten uitvoering geeft aan de aanbeveling door een besluit te nemen, maakt de aanbeveling deel uit van het te nemen besluit.
### Artikel 2e
**1.** De Autoriteit Financiële Markten stelt de Nederlandsche Bank in kennis van het voornemen om op grond van artikel 63, eerste lid, van de verordening (EU) nr. 2019/1238 (PEPP) het op de markt brengen en distribueren van een paneuropees persoonlijk pensioenproduct te verbieden of te beperken.
**2.** De Nederlandsche Bank kan de Autoriteit Financiële Markten een bindende aanbeveling doen om op grond van artikel 63, eerste lid, van de in het eerste lid genoemde verordening het op de markt brengen en distribueren van een paneuropees persoonlijk pensioenproduct te verbieden of te beperken op de grond dat redelijkerwijs is aan te nemen dat het paneuropese persoonlijke pensioenproduct een risico vormt voor de stabiliteit van het financiële stelsel of een deel daarvan in ten minste een lidstaat, mits is voldaan aan artikel 63, eerste lid, onderdelen b tot en met d.
**3.** Indien de Nederlandsche Bank op grond van het tweede lid de Autoriteit Financiële Markten een bindende aanbeveling doet om te besluiten tot het verbieden of beperken van het op de markt brengen en distribueren van een paneuropees persoonlijk pensioenproduct, geeft de Autoriteit Financiële Markten uitvoering aan die aanbeveling.
**4.** Een bindende aanbeveling als bedoeld in het derde lid is met redenen omkleed.
**5.** Indien de Autoriteit Financiële Markten besluit tot het verbieden of beperken van het op de markt brengen en distribueren van een paneuropees Europees persoonlijk pensioenproduct naar aanleiding van een bindende aanbeveling van De Nederlandsche Bank, maakt dat advies deel uit van het besluit.
### Artikel 2f
**1.**
De Autoriteit Financiële Markten stelt de Nederlandsche Bank in kennis van het voornemen om:
a. a.
op grond van artikel 8, eerste lid, artikel 9, eerste lid, of artikel 10, eerste lid, van verordening (EU) 2022/858 (DLT pilot regime) een specifieke toestemming te verlenen;
b. b.
op grond van artikel 8, twaalfde lid, artikel 9, twaalfde lid, of 10, twaalfde lid, van verordening (EU) nr. 2022/858 (DLT pilot regime) een specifieke toestemming in te trekken;
c. c.
op grond van artikel 8, dertiende lid, artikel 9, dertiende lid, of 10, dertiende lid, van verordening (EU) nr. 2022/858 (DLT pilot regime) een materiële wijziging goed te keuren;
d. d.
op grond van artikel 11, derde lid, van verordening (EU) nr. 2022/858 (DLT pilot regime) het doorvoeren van corrigerende maatregelen te eisen.
**2.**
De Nederlandsche Bank kan de Autoriteit Financiële Markten een bindende aanbeveling doen om:
a. a.
op grond van artikel 8, eerste of dertiende lid, van verordening (EU) nr. 2022/858 (DLT pilot regime) additionele prudentiële waarborgen als bedoeld in artikel 7, zesde lid, derde alinea, van die verordening op te leggen danwel op grond van artikel 8, twaalfde lid, onderdeel b of f, van die verordening de specifieke toestemming in te trekken wegens het niet voldoen aan artikel 7, zesde lid, derde alinea van die verordening;
b. b.
op grond van artikel 9, eerste lid, of artikel 10, eerste lid, van verordening (EU) nr. 2022/858 (DLT pilot regime) een specifieke toestemming te verlenen;
c. c.
op grond van artikelen 9, twaalfde lid, of 10, twaalfde lid, van verordening (EU) nr. 2022/858 (DLT pilot regime) een specifieke toestemming in te trekken;
d. d.
op grond van artikel 9, dertiende lid, of artikel 10, dertiende lid, van verordening (EU) nr. 2022/858 (DLT pilot regime) een goedkeuring te verlenen aan een materiële wijziging;
e. e.
op grond van artikel 11, derde lid, van verordening (EU) nr. 2022/858 (DLT pilot regime) het doorvoeren van corrigerende maatregelen te eisen.
**3.** Indien de Nederlandsche Bank op grond van het tweede lid de Autoriteit Financiële Markten een bindende aanbeveling doet, geeft de Autoriteit Financiële Markten uitvoering aan die aanbeveling.
**4.** Een bindende aanbeveling als bedoeld in het derde lid is met redenen omkleed.
**5.** Indien de Autoriteit Financiële Markten besluit tot het niet verlenen van een specifieke toestemming als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, of besluit tot het intrekken van een specifieke toestemming als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, of besluit tot het niet goedkeuren van een materiële wijziging als bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, naar aanleiding van een bindende aanbeveling van de Nederlandsche Bank, maakt dat advies deel uit van het besluit.
### Artikel 3
**1.**
De Stichting Klachteninstituut Financiële Dienstverlening wordt aangewezen als orgaan als bedoeld in:
a. a.
artikel 12 van verordening (EU) nr. 260/2012 (betaaldiensten);
b.
artikel 15 van verordening (EU) nr. 2015/751 (afwikkelingsvergoedingen voor op kaarten gebaseerde betalingstransacties);
c.
artikel 51 van verordening (EU) nr. 2019/1238 (PEPP);
d.
artikel 10, eerste lid, van verordening (EU) nr. 2021/1230 (grensoverschrijdende betalingen).
a. a.
artikel 12 van verordening (EU) nr. 260/2012 (betaaldiensten);
b. b.
artikel 15 van verordening (EU) nr. 2015/751 (afwikkelingsvergoedingen voor op kaarten gebaseerde betalingstransacties);
c. c.
artikel 51 van verordening (EU) nr. 2019/1238 (PEPP);
d. d.
artikel 10, eerste lid, van verordening (EU) nr. 2021/1230 (grensoverschrijdende betalingen).
**2.** Met betrekking tot verordening (EU) nr. 2021/1230 (grensoverschrijdende betalingen) staan de buitengerechtelijke klachten- en verhaalprocedures, bedoeld in artikel 10 van de verordening, alleen open voor consumenten en micro-ondernemingen als bedoeld in artikel 2, onderdeel 12, van de verordening.
**3.** Op de behandeling van klachten en geschillen en op de Stichting Klachteninstituut Financiële Dienstverlening in haar hoedanigheid van orgaan als bedoeld in artikel 15 van verordening (EU) nr. 2015/751 (afwikkelingsvergoedingen voor op kaarten gebaseerde betalingstransacties), of artikel 10 van verordening (EU) nr. 2021/1230 (grensoverschrijdende betalingen) zijn, voor zover een begunstigde in de zin van die verordening niet tevens een consument is in de zin van de Implementatiewet buitengerechtelijke geschillenbeslechting consumenten, de artikelen 3, tweede tot en met vierde lid, en 4 tot en met 11 van de Implementatiewet buitengerechtelijke geschillenbeslechting consumenten en de artikelen 40 tot en met 44, 45, eerste en tweede lid, 46 tot en met 48a en 48d tot en met 48f van het Besluit Gedragstoezicht financiële ondernemingen Wft van overeenkomstige toepassing.
### Artikel 3a
Als nationale afwikkelingsautoriteit in de zin van verordening (EU) nr. 806/2014 (gemeenschappelijk afwikkelingsmechanisme) en verordening (EU) nr. 2021/23 (herstel en afwikkeling centrale tegenpartijen), belast met de uitvoering en handhaving van de bij of krachtens die verordeningen gestelde regels, wordt aangewezen de Nederlandsche Bank. De artikelen 4 en 5 zijn van overeenkomstige toepassing.
### Artikel 3b
Een melding als bedoeld in artikel 4, tweede alinea, van verordening (EU) nr. 2017/2402 (securitisaties) kan gedaan worden op de website van de Belastingdienst, www.belastingdienst.nl, onder «Meldpunt securitisatieverordening».
### Artikel 4
De bevoegde autoriteit kan ter zake van overtreding van voorschriften gesteld ingevolge de in de bijlage 1 genoemde artikelen een last onder dwangsom opleggen.
### Artikel 5
**1.** De bevoegde autoriteit kan ter zake van overtreding van voorschriften gesteld ingevolge de in de bijlage 2 genoemde artikelen een bestuurlijke boete opleggen, met toepassing van het basisbedrag, maximumbedrag en, indien van toepassing, het percentage van de netto-omzet van de boetecategorie waarin het voorschrift is gerangschikt.
**2.** Indien de bijlage, ter uitvoering van artikel 1:81, derde lid, een verhoogd maximumbedrag of, ter uitvoering van artikel 1:82, tweede lid, een percentage van de netto-omzet vermeldt, geldt dat maximumbedrag of percentage.
**3.** Indien de bijlage, ter uitvoering van artikel 1:81, derde lid, een verhoogd maximumbedrag vermeldt, geldt als basisbedrag de helft van dat maximumbedrag.
**4.** Paragraaf 1 van het Besluit bestuurlijke boetes financiële sector is van overeenkomstige toepassing.
### Artikel 6
Als in bijlage 2 in de kolom «Bijzondere termijn openbaarmaking» een «P» staat opgenomen, maakt de toezichthouder op grond van artikel 1:97, derde lid, van de Wet op het financieel toezicht het besluit tot het opleggen van een bestuurlijke boete zo spoedig mogelijk openbaar.
### Artikel 6a
De maximale afwikkelingsvergoeding voor een binnenlandse debetkaarttransactie, bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel b, eerste volzin, van verordening (EU) nr. 2015/751 (afwikkelingsvergoedingen voor op kaarten gebaseerde betalingstransacties), bedraagt € 0,02 per transactie.
### Artikel 6aa
De bevoegde autoriteit kan ter zake van overtreding van voorschriften gesteld ingevolge de in bijlage 3 genoemde artikelen aan de overtreder of, indien de overtreding is begaan door een rechtspersoon, de natuurlijke personen die tot de betrokken gedraging opdracht hebben gegeven of daaraan feitelijk leiding hebben gegeven, tijdelijk de bevoegdheid ontzeggen om de in die bijlage genoemde functies uit te oefenen bij andere ondernemingen dan die, genoemd in artikel 1:87, eerste lid, van de Wet op het financieel toezicht.
### Artikel 7
De toezichthouder kan met een openbare verklaring een overtreding en de naam van de overtreder openbaar maken bij een overtreding van een voorschrift, gesteld bij of krachtens:
a. a.
verordening (EU) nr. 575/2013 (Kapitaalvereisten), indien die overtreding is gerangschikt in de derde boetecategorie, bedoeld in artikel 1:81, tweede lid, van de wet;
b. b.
verordening (EU) nr. 909/2014 (centrale effectenbewaarinstellingen);
c. c.
artikel 4, eerste lid, eerste zin, en derde tot en met vijfde lid, en 15, eerste en tweede lid, van verordening (EU) nr. 2015/2365 (SFTR);
d. d.
verordening (EU) nr. 600/2014 (MiFIR);
e. e.
verordening (EU) nr. 2017/565 (MiFID II organisatorische vereisten);
f. f.
de verordening (EU) nr. 2017/2358 (productontwikkeling en -governance);
g. g.
de verordening (EU) nr. 2017/2359 (verzekeringen met een beleggingscomponent);
h. h.
de verordening (EU) nr. 2017/2402 (securitisaties);
i. i.
verordening (EU) nr. 2019/1238 (PEPP);
j. j.
de verordening (EU) nr. 2019/2033 (prudentiële vereisten beleggingsondernemingen);
k. k.
verordening (EU) 2020/1503 (crowdfundingdienstverleners voor bedrijven);
l. l.
verordening (EU) nr. 2021/23 (herstel en afwikkeling centrale tegenpartijen).
### Artikel 8
Wijzigt dit besluit.
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
### Artikel 9
**1.**
Dit besluit, met uitzondering van de artikelen 7 en 8, treedt in werking met ingang van:
a. a.
ten aanzien van verordening (EU) nr. 236/2012 (short selling en kredietverzuimswaps): de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin dit besluit wordt geplaatst;
b. b.
ten aanzien van de overige in artikel 1 genoemde verordeningen: 1 januari 2013.
**2.** Artikel 7 treedt in werking met ingang van 1 januari 2013.
**3.** Artikel 8 treedt in werking op het tijdstip waarop de in dat artikel bedoelde wet in werking treedt.
### Artikel 10
Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit uitvoering EU-verordeningen financiële markten.
## Bijlage 1. Last onder dwangsom
## Bijlage 2. Bestuurlijke boete
## Bijlage 3. Ontzegging bevoegdheid om bepaalde functies uit te oefenen