rijk/amvb/besluit-vergoedingen-luchtverkeersbeveiliging/BWBR0005749/README.md
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00

8.7 KiB

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Besluit vergoedingen luchtverkeersbeveiliging BWBR0005749 AMvB geldend 1993-01-01 https://wetten.overheid.nl/BWBR0005749 Besluit vergoedingen luchtverkeersbeveiliging

Besluit vergoedingen luchtverkeersbeveiliging

Hoofdstuk I. Begripsbepalingen

Artikel 1

In dit besluit wordt verstaan onder:

a. a. wet: Wet luchtvaart; b. b. havengeldregeling: een door de exploitant van een luchtvaartterrein vastgestelde regeling met betrekking tot de tarieven, verschuldigd voor het gebruik dat door luchtvaartuigen wordt gemaakt van het luchtvaartterrein, voor zover die tarieven zijn goedgekeurd ingevolge artikel 36, tweede lid, van de Luchtvaartwet (Stb. 1958, 47); c. c. gebruiker: de exploitant van een luchtvaartuig in de zin van de artikelen 9 en 10 van de op 12 februari 1981 te Brussel gesloten Multilaterale Overeenkomst betreffende "en-route"-heffingen (Trb. 1981, 181); d. d. North Sea Area Amsterdam (NSA Amsterdam): het gebied, zoals gedefinieerd in de door de LVNL uitgegeven luchtvaartgids, volume 1, hoofdstuk ENR 6-2-5. Van wijzigingen in dit gebied wordt mededeling gedaan in de Staatscourant; e. e. Area Control Centre Amsterdam (ACC Amsterdam): algemene luchtverkeersleidingsdienst belast met de uitoefening van luchtverkeersleiding, vluchtinformatieverstrekking en alarmering; f. f. Maximum Take Off Weight (MTOW): maximum gecertificeerd startgewicht; g. g. Overeenkomstsluitende Staat: een staat die de op 12 februari 1981 te Brussel tot stand gekomen Multilaterale Overeenkomst betreffende «en route»-heffingen Trb. 1981, 181) is aangegaan; h. h. vluchtinlichtingengebieden: de vluchtinlichtingengebieden vermeld in Bijlage 1 bij de op 12 februari 1981 te Brussel tot stand gekomen Multilaterale Overeenkomst betreffende «en route»-heffingen (Trb. 1981, 181).

Hoofdstuk II. Vergoeding voor luchtverkeersdienstverlening van "en-route"-luchtverkeer

Artikel 2

1.

De berekening van de vergoeding, bedoeld in artikel 5.20, eerste lid van de wet, wordt bepaald door de formule:

r = t * d * p.

In deze formule geldt:

r is de vergoeding;

t is het eenheidstarief in euro, dat de Eurocontrol-organisatie voor Nederland vaststelt en dat de LVNL, na goedkeuring door Onze Minister van Verkeer en Waterstaat publiceert in de Staatscourant;

d is de factor afstand, gelijk aan het door honderd gedeelde aantal kilometers langs grootcirkels tussen het luchtvaartterrein van vertrek, gelegen in het luchtruim van de onder de bevoegdheid van een Overeenkomstsluitende Staat ressorterende vluchtinlichtingengebieden of het punt waarop dit luchtruim wordt binnengevlogen, en het luchtvaartterrein van eerste bestemming dat gelegen is in het genoemde luchtruim, of het punt waarop dit luchtruim wordt verlaten.

De punten waarop het luchtruim wordt binnen gevlogen of verlaten zijn de snijpunten van de luchtroutes met de zijdelingse begrenzingen van het bovengenoemde luchtruim, zoals zij voorkomen in het vliegplan zoals dat luidt op het tijdstip van aanvang van de vlucht nadat daarin door de exploitant van het luchtvaartuig verstrekte gegevens alsmede door de exploitant goedgekeurde gegevens, verstrekt door de door Eurocontrol opgerichte Central Flow Management Unit (CFMU), zijn opgenomen. Bij elke start of landing op het grondgebied van een Overeenkomstsluitende Staat wordt de in aanmerking te nemen afstand met twintig kilometer verminderd;

p is de vierkantswortel van het getal dat verkregen wordt door de MTOW van het gebruikte luchtvaartuig uitgedrukt in tonnen te delen door 50, welke uitkomst wordt uitgedrukt in een getal met twee decimalen.

2.

Indien een gebruiker aan de Eurocontrol-organisatie heeft medegedeeld, dat hij beschikt over twee of meer luchtvaartuigen die verschillende uitvoeringen zijn van een zelfde type, dient het gemiddelde van de MTOW van al zijn luchtvaartuigen van dat type als grondslag voor de berekening van de factor gewicht voor elk luchtvaartuig van dat type. De berekening van deze factor per type luchtvaartuig en per gebruiker vindt tenminste eenmaal per jaar plaats. Mochten geen gegevens ter beschikking zijn gesteld, dan wordt bij de berekening van de MTOW van de zwaarste uitvoering van dat type luchtvaartuig gebruikt.

Indien een luchtvaartuig meer dan een gecertificeerd MTOW heeft, wordt voor de berekening van de factor gewicht uitgegaan van het hoogste gecertificeerde gewicht.

Artikel 3

1. De vergoeding wordt voldaan in euro's.

2. Indien de gebruiker in Nederland zijn hoofdzetel heeft, kan, in afwijking van het eerste lid, de vergoeding worden voldaan in guldens bij een door de Eurocontrol-organisatie aan te wijzen Nederlandse bankinstelling.

Artikel 4

De vergoeding wordt voldaan binnen 30 dagen na de door de Eurocontrol-organisatie op de factuur vermelde datum.

Artikel 5

Van de verplichting tot het betalen van de vergoeding zijn de volgende vluchten vrijgesteld:

a. a. vluchten die uitsluitend voor het vervoer op officieel werkbezoek van een regerend vorst en zijn of haar naaste familie, een staatshoofd, regeringsleider of minister worden uitgevoerd wanneer dit gestaafd is door opname van een aantekening daartoe (status indicator) in het vliegplan; b. b. vluchten ten dienste van douane of politie; c. c. vluchten ten behoeve van opsporings- en reddingswerk; d. d. gemengde VFR/IFR-vluchten waarbij tijdens het gehele "en-route"-gedeelte in het vluchtinformatiegebied Amsterdam uitsluitend de bij of krachtens het Luchtverkeersreglement vastgestelde nadere regels houdende zichtvliegvoorschriften van toepassing zijn; e. e. vluchten die beginnen en eindigen op hetzelfde luchtvaartterrein zonder dat een tussenlanding heeft plaatsgevonden; f. f. vluchten met luchtvaartuigen waarvan de MTOW minder is dan twee ton. g. g. militaire vluchten van enige staat; h. h. vluchten welke uitsluitend worden uitgevoerd met het oog op het verkrijgen of verlengen van een bewijs van bevoegdheid of bevoegdverklaring of van een aantekening voor cockpitpersoneel, indien dit gestaafd is door opname van een aantekening daartoe (status indicator) in het vliegplan en die uitsluitend in het Nederlandse luchtruim worden uitgevoerd en niet dienen voor het vervoer van passagiers of vracht noch voor positiebepaling of transporteren van het luchtvaartuig; i. i. vluchten uitsluitend ter controle of beproeving van de werking van radio-technische en andere installaties ten behoeve van de luchtvaartnavigatie.

Hoofdstuk III. Vergoeding voor luchtverkeersdienstverlening op of in de nabijheid van een luchtvaartterrein

Artikel 6

1.

Het bedrag van de vergoeding, bedoeld in artikel 5.21, eerste lid van de wet, wordt berekend met inachtneming van de volgende bepalingen:

a. a. als grondslag voor de berekening van de vergoeding voor overlandvluchten gelden, met uitzondering van de vluchten bedoeld in onderdeel e, de gewichtsklassen voor luchtvaartuigen in de categorie overlandvluchten, zoals omschreven in de havengeldregeling voor het desbetreffende luchtvaartterrein; b. b. per luchtvaartterrein stelt de LVNL voor elke gewichtsklasse in de categorie overlandvluchten een tarief per gehele ton MTOW vast. c. c. bij de berekening van de verschuldigde vergoeding wordt het MTOW naar boven afgerond op gehele tonnen. d. d. bij het vaststellen van de vergoeding kan tevens een minimum of maximum vergoeding worden vastgesteld. e. e. per luchtvaartterrein stelt de LVNL voor de in de havengeldregeling van het desbetreffende luchtvaartterrein gedefinieerde of omschreven les- en terreinvluchten een minimumvergoeding per gewichtsklasse per gehele ton MTOW vast.

Hoofdstuk IIIA. Vergoedingen voor luchtverkeersdienstverlening aan helicoptervluchten in de North Sea Area Amsterdam

Artikel 6a

Voor een burgerhelicoptervlucht in de North Sea Area Amsterdam is, ongeacht het aantal landingen in de North Sea Area Amsterdam, aan de LVNL een vergoeding verschuldigd als bedoeld in artikel 5.21, eerste lid van de wet. De vergoeding is het quotiënt van de geraamde exploitatiekosten van het ACC Amsterdam zoals deze zijn opgenomen in de door Onze Minister van Verkeer en Waterstaat goedgekeurde begroting van de LVNL, en het aantal voor dat jaar door de LVNL geraamde helicoptervluchten.

Hoofdstuk IV. Slotbepalingen

Artikel 7

Het Besluit vergoeding plaatselijke luchtverkeersleiding (Stb. 1972, 223) en de Maatregel inzake de inning van vergoedingen voor het gebruik van het luchtruim (Stb. 1971, 809) worden ingetrokken.

Artikel 8

Dit besluit treedt in werking op het tijdstip waarop de artikelen 45 en 46 van de wet in werking treden.

Artikel 9

Dit besluit kan worden aangehaald als: Besluit vergoedingen luchtverkeersbeveiliging.