40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
8.5 KiB
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Besluit vrijwillige verzekering AOW en ANW voor in de Europese Unie wonende uitkeringsgerechtigden | BWBR0019341 | AMvB | geldend | 2006-01-01 | https://wetten.overheid.nl/BWBR0019341 | Besluit vrijwillige verzekering AOW en ANW voor in de Europese Unie wonende uitkeringsgerechtigden |
Besluit vrijwillige verzekering AOW en ANW voor in de Europese Unie wonende uitkeringsgerechtigden
Artikel 1
1.
In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
– – ANW: de Algemene nabestaandenwet; – – ANW-premie: de premie voor de vrijwillige verzekering ANW; – – AOW: de Algemene Ouderdomswet; – – AOW-premie: de premie voor de vrijwillige verzekering AOW; – – gewezen verzekerde AOW: de gewezen verzekerde, bedoeld in artikel 40 van de Algemene Ouderdomswet; – – de gewezen verzekerde ANW: de gewezen verzekerde bedoeld in artikel 63e van de Algemene nabestaandenwet; – – de gewezen verzekerde: de gewezen verzekerde AOW of de gewezen verzekerde ANW; – – de verschuldigde premie: de AOW-premie of de ANW-premie; – – de SVB: de Sociale verzekeringsbank.
2. Voor de toepassing van de artikelen 4, 6, onderdeel c, 7, 8, en 9 wordt de nabestaande of een ouderloos kind, bedoeld in artikel 3, tweede lid, mede aangewezen als de gewezen verzekerde ANW.
Artikel 2
1. De gewezen verzekerde AOW, van 15 jaar of ouder kan zich, zolang hij de leeftijd van 65 jaar nog niet heeft bereikt, overeenkomstig de artikelen 2 tot en met 10 van dit besluit vrijwillig verzekeren over een tijdvak ingaande op de dag waarop de verplichte verzekering is geëindigd en eindigend uiterlijk op 31 december 2005.
2. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op de gewezen verzekerde AOW die op de dag van inwerkingtreding van dit besluit de leeftijd van 65 jaar heeft bereikt en op grond daarvan recht heeft dan wel aanspraak maakt op een ouderdomspensioen als bedoeld in artikel 7 van de AOW, met dien verstande dat de vrijwillige verzekering alleen betrekking heeft op tijdvakken gelegen voorafgaand aan de dag waarop betrokkene 65 jaar is geworden.
Artikel 3
1. De gewezen verzekerde ANW, kan zich overeenkomstig de artikelen 2 tot en met 10 van dit besluit vrijwillig verzekeren over een periode ingaande op de dag na de dag waarop de verplichte verzekering is geëindigd en eindigend uiterlijk op 31 december 2005.
2. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op de nabestaande of een ouderloos kind van de gewezen verzekerde ANW, indien die gewezen verzekerde ANW op een dag gelegen voor 1 januari 2006 is overleden. Het tijdvak dat in aanmerking komt voor vrijwillige verzekering, bedoeld in de vorige zin, behelst dan de periode vanaf de eerste dag waarop de verplichte verzekering van de gewezen verzekerde ANW is geëindigd, tot en met de dag van het overlijden van de gewezen verzekerde ANW.
Artikel 4
De gewezen verzekerde die van de vrijwillige verzekering, bedoeld in de artikelen 2 of 3, gebruik wil maken, dient daartoe binnen twee jaar na de datum van inwerkingtreding van dit besluit een aanvraag in bij de SVB.
Artikel 5
De vrijwillige verzekering, bedoeld in artikel 2, eindigt met ingang van 1 januari 2006, dan wel indien dit tijdstip eerder ligt met ingang van;
a. a. de dag, waarop de gewezen verzekerde 65 jaar is geworden; b. b. de dag, waarop de gewezen verzekerde AOW weer verplicht verzekerd is geworden op grond van de AOW; c. c. de laatste dag van de periode waarover vanaf de dag na beëindiging van de verplichte verzekering geacht wordt premie te zijn betaald, voorzover na een door de SVB gestelde termijn waarbinnen de verschuldigde premie dient te worden betaald, de betaling niet of niet geheel heeft plaatsgevonden; of d. d. de dag volgend op de laatste dag van een door de SVB gestelde termijn waarbinnen de gewezen verzekerde AOW de van hem, in verband met de toepassing van dit besluit, verlangde inlichtingen dient te verstrekken, indien de gewezen verzekerde AOW die gegevens niet heeft verstrekt, tenzij de gewezen verzekerde AOW aannemelijk maakt dat dat hem niet in overwegende mate kan worden verweten.
Artikel 6
De vrijwillige verzekering, bedoeld in artikel 3, eindigt met ingang van 1 januari 2006, dan wel indien dit tijdstip eerder ligt, met ingang van
a. a. de dag, waarop de gewezen verzekerde is overleden; b. b. de dag, waarop de gewezen verzekerde ANW verplicht verzekerd is geworden op grond van de ANW; c. c. de laatste dag van de periode waarover vanaf de dag na beëindiging van de verplichte verzekering geacht wordt premie te zijn betaald, voorzover na een door de SVB gestelde termijn waarbinnen de verschuldigde premie dient te worden betaald, de betaling niet of niet geheel heeft plaatsgevonden; of d. d. de dag volgend op de laatste dag van een door de SVB gestelde termijn waarbinnen de gewezen verzekerde ANW de van hem, in verband met de toepassing van dit besluit, verlangde inlichtingen dient te verstrekken, indien de gewezen verzekerde ANW die gegevens niet heeft verstrekt, tenzij de gewezen verzekerde ANW aannemelijk maakt dat dat hem niet in overwegende mate kan worden verweten.
Artikel 7
Vervallen
Artikel 8
1. De gewezen verzekerde AOW en de gewezen verzekerde ANW, die door de SVB is toegelaten tot de vrijwillige verzekering, bedoeld in artikel 2 of artikel 3, is voor die verzekering AOW-premie respectievelijk ANW-premie verschuldigd.
2. De verschuldigde AOW-premie en ANW-premie, bedoeld in het eerste lid, wordt vastgesteld overeenkomstig het bij of krachtens hoofdstuk II, paragraaf 3, van de Wet financiering volksverzekeringen bepaalde, zoals dit hoofstuk luidde voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Wet financiering sociale verzekeringen, met dien verstande dat die verschuldigde premie wordt vastgesteld, in rekening gebracht en geïnd door de SVB.
3. Voor de toepassing van het tweede lid wordt onder het premie-inkomen, bedoeld in hoofdstuk II, paragraaf 3, van de Wet financiering volksverzekeringen, zoals dit hoofstuk luidde voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Wet financiering sociale verzekeringen, verstaan het belastbare inkomen uit werk en woning van de gewezen verzekerde, bepaald overeenkomstig hoofdstuk 3 van de Wet inkomstenbelasting 2001.
4. De verschuldigde AOW-premie van de gewezen verzekerde AOW, bedoeld in artikel 2, tweede lid, kan in mindering worden gebracht op het bruto-ouderdomspensioen, bedoeld in artikel 9 van de AOW.
5. De verschuldigde ANW-premie van de gewezen verzekerde ANW, bedoeld in artikel 3, tweede lid, kan in mindering worden gebracht op de bruto-nabestaandenuitkering, bedoeld in artikel 17 van de ANW, dan wel op de bruto-wezenuitkering, bedoeld in artikel 29 van de ANW.
Artikel 9
1. Indien de gewezen verzekerde op de datum van inwerkingtreding van dit besluit vrijwillig verzekerd is of vrijwillig verzekerd is geweest op grond van het Besluit vrijwillige verzekering AOW en ANW of het Besluit vrijwillige verzekering AOW en ANW 2001, zijn de artikelen 5, 6, 8 en 12 op die verzekering van toepassing.
2. Indien bij toepassing van het eerste lid blijkt, dat de premie lager wordt vastgesteld dan de premie die is betaald en verschuldigd op grond van die besluiten, wordt het verschil door de SVB terugbetaald.
3. Terugbetaling van eenmaal betaalde premie vindt niet plaats indien de vrijwillige verzekering is geëindigd op grond van de artikelen 5, onderdeel c of d, dan wel 6, onderdeel c of d.
Artikel 10
Voorzover de premiebetaling slechts betrekking heeft op een gedeelte van een kalenderjaar ondergaat de premie een naar tijdsruimte evenredige vermindering.
Artikel 11
Op de gewezen verzekerde die zijn vrijwillige verzekering wil voortzetten over een periode gelegen vanaf 1 januari 2006 zijn de desbetreffende bepalingen van hoofdstuk IV van de AOW, hoofdstuk 5 van de ANW, hoofdstuk 6, afdeling 1, van de Wet financiering sociale verzekeringen, respectievelijk hoofdstuk 3 van het Besluit Wfsv van toepassing.
Artikel 12
Op de gewezen verzekerde, bedoeld in artikel 11, is de periode van maximaal tien jaar, bedoeld in de artikelen 35, eerste lid, van de AOW dan wel 63a, eerste lid, van de ANW, niet van toepassing.
Artikel 13
Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 januari 2006.
Artikel 14
Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit vrijwillige verzekering AOW en ANW voor in de Europese Unie wonende uitkeringsgerechtigden.