rijk/amvb/inkomstenbesluit-werkloosheidswet/BWBR0026038/README.md
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00

7.5 KiB
Raw Permalink Blame History

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Inkomstenbesluit Werkloosheidswet BWBR0026038 AMvB geldend 2009-07-01 https://wetten.overheid.nl/BWBR0026038 Inkomstenbesluit Werkloosheidswet

Inkomstenbesluit Werkloosheidswet

Artikel 1

In dit besluit wordt verstaan onder:

a. a.

    *aangiftetijdvak:* het tijdvak van vier weken dan wel een maand waarop de aangifte waarop de ingehouden loonbelasting wordt afgedragen, betrekking heeft;

b. b.

    *verlof:* een tussen de werkgever en werknemer voor een gedeelte of het geheel van de arbeidstijd overeengekomen tijdvak, waarin de werknemer geen arbeid jegens de werkgever verricht;

c. c.

    *werknemersverzekering:* de werknemersverzekeringen, bedoeld in artikel 2, onderdeel c, van de Wet financiering sociale verzekeringen en de vrijwillige werknemersverzekeringen, bedoeld in artikel 2, onderdeel d, van de Wet financiering sociale verzekeringen;

d. d.

    *aanvangsjaar:* het kalenderjaar dan wel, indien artikel 3.66 van de Wet inkomstenbelasting 2001 van toepassing is, het boekjaar waarin de werknemer de werkzaamheden, bedoeld in artikel 77a, eerste lid, van de Werkloosheidswet, is gaan verrichten.

Artikel 2

1.

Onder inkomsten uit arbeid als bedoeld in artikel 35aa, eerste lid, van de Werkloosheidswet wordt verstaan:

a. a. hetgeen onder loon wordt verstaan in artikel 16, eerste en tweede lid, van de Wet financiering sociale verzekeringen, voor de werknemer, bedoeld in artikel 1, onderdeel o, van die wet, met dien verstande dat niet tot de inkomsten uit arbeid worden gerekend:

        1°.
        uitkeringen op grond van een werknemersverzekering, al dan niet vermeerderd met een toeslag op grond van de Toeslagenwet en de aanvullingen daarop van degene tot wie de werknemer in dienstbetrekking staat;
      
      
        2°.
        hetgeen wordt genoten op grond van artikel 629 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek, alsmede hetgeen door de werknemer met een publiekrechtelijke dienstbetrekking wordt genoten op grond van naar aard en strekking overeenkomstige regelingen, al dan niet vermeerderd met een toeslag op grond van de Toeslagenwet en de aanvullingen daarop van degene tot wie de werknemer in dienstbetrekking staat;

1°. 1°. uitkeringen op grond van een werknemersverzekering, al dan niet vermeerderd met een toeslag op grond van de Toeslagenwet en de aanvullingen daarop van degene tot wie de werknemer in dienstbetrekking staat; 2°. 2°. hetgeen wordt genoten op grond van artikel 629 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek, alsmede hetgeen door de werknemer met een publiekrechtelijke dienstbetrekking wordt genoten op grond van naar aard en strekking overeenkomstige regelingen, al dan niet vermeerderd met een toeslag op grond van de Toeslagenwet en de aanvullingen daarop van degene tot wie de werknemer in dienstbetrekking staat; b. b. het belastbaar loon of het belastbaar resultaat uit overige werkzaamheden, bedoeld in paragraaf 3.3.1 onderscheidenlijk paragraaf 3.4.1 van de Wet inkomstenbelasting 2001, behoudens voor zover het een werkzaamheid betreft als bedoeld in de artikelen 3.91, eerste lid, onderdelen a en b, en 3.92 van die wet, voor zover de werknemer geen werknemer is als bedoeld in onderdeel a; c. c. de belastbare winst uit onderneming, bedoeld in paragraaf 3.2.1 van de Wet inkomstenbelasting 2001, vermeerderd met de ondernemersaftrek, bedoeld in artikel 3.74 van die wet, en de MKB-winstvrijstelling, bedoeld in paragraaf 3.2.5 van die wet, met dien verstande dat de bestanddelen van de winst, bedoeld in artikel 3.78, derde lid, van die wet, niet geacht worden te behoren tot die winst; d. d. een uitkering op grond van hoofdstuk 3, afdeling 2, paragraaf 2 van de Wet arbeid en zorg aan de zelfstandige of de beroepsbeoefenaar op arbeidsovereenkomst, bedoeld in artikel 3:17, eerste lid, onder a en b, van die wet.

2. Indien de berekening van de inkomsten uit arbeid, bedoeld in het eerste lid, onderdelen b en c, leidt tot een negatief bedrag, worden die inkomsten op nihil gesteld.

Artikel 3

1.

Gedurende de periode dat de werknemer recht heeft op:

a. a. een uitkering op grond van een werknemersverzekering, met uitzondering van een uitkering op grond van de Werkloosheidswet, anders dan bedoeld onder b en c; b. b. een uitkering in verband met vorstwerkloosheid als bedoeld in artikel 18 van de Werkloosheidswet of werkloosheid die uitsluitend het gevolg is van verkorting van de werktijd waarvoor op grond van artikel 8, derde lid, van het Buitengewoon Besluit Arbeidsverhoudingen 1945 ontheffing is verleend; c. c. een uitkering als bedoeld in hoofdstuk IV van de Werkloosheidswet,

of met verlof is, worden tevens als inkomsten uit arbeid beschouwd de inkomsten uit arbeid die werden genoten in het aangiftetijdvak voorafgaand aan het aangiftetijdvak waarin:

1°. 1°. het recht ontstond op een uitkering als bedoeld onder a, b of c; 2°. 2°. het verlof aanving.

2. Niet als inkomsten uit arbeid wordt beschouwd het loon dat door de werknemer wordt genoten indien hij tegelijkertijd uit hoofde van dezelfde arbeidsrelatie inkomsten als bedoeld in het eerste lid geniet.

3. Indien een uitkering als bedoeld in het eerste lid niet tot uitbetaling komt omdat deze niet is aangevraagd, wordt voor de toepassing van dit besluit de uitkering in aanmerking genomen als ware deze genoten.

Artikel 4

1. De inkomsten uit arbeid, bedoeld in de artikelen 2, eerste lid, onderdeel a, en 3, worden over een periode van ten hoogste 52 kalenderweken op basis van het per kalenderweek gewerkte aantal uren berekend naar de gemiddelde inkomsten per kalenderweek.

2. De gemiddelde inkomsten per kalenderweek worden gebaseerd op de opgave door de werkgever of de inhoudingsplichtige van het loon van de werknemer in de aangiftetijdvakken gelegen in de periode, bedoeld in het eerste lid.

Artikel 5

De inkomsten uit arbeid, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onder b, c en d, van de startende zelfstandige worden berekend op basis van de volgende formule:

Artikel 6

1. Indien de uitkering per maand wordt betaald, worden de inkomsten uit arbeid per maand vastgesteld op 8,33 % van de inkomsten, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdelen b, c en d.

2. Indien de uitkering per week of een veelvoud daarvan wordt betaald, worden de inkomsten uit arbeid per week vastgesteld op 1,92 % van de inkomsten, bedoeld in artikel 2, onderdelen b, c en d.

Artikel 7

1. Indien het bij de toepassing van artikel 4 noodzakelijk is om niet in euros uitgedrukte inkomsten uit arbeid om te rekenen in euros, geschiedt dat met behulp van de door de Europese Centrale Bank geadviseerde wisselkoersen.

2.

Een wijziging van een wisselkoers, als bedoeld in het eerste lid, beïnvloedt de vastgestelde inkomsten uit arbeid niet, met dien verstande dat:

a. a. bij wijziging van de inkomsten uit arbeid, anders dan ten gevolge van de koersmutaties, een omrekening plaatsvindt; en b. b. ten minste eens per jaar een omrekening plaatsvindt.

Artikel 8

Het Besluit vaststelling inkomsten startende zelfstandigen WW wordt ingetrokken.

Artikel 9

Dit besluit treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet van 25 juni 2009 tot wijziging van de Werkloosheidswet in verband met het vergroten van kansen op werk voor langdurig werklozen (Stb. 269) in werking treedt.

Artikel 10

Dit besluit wordt aangehaald als: Inkomstenbesluit Werkloosheidswet.