40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
7 KiB
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Landbouwkwaliteitsbesluit scharreleieren | BWBR0003200 | AMvB | geldend | 1979-01-17 | https://wetten.overheid.nl/BWBR0003200 | Landbouwkwaliteitsbesluit scharreleieren |
Landbouwkwaliteitsbesluit scharreleieren
Artikel 1
In dit besluit en daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
"wet": Landbouwkwaliteitswet (Stb. 1971, 371);
"eieren": kippeëieren in de schaal;
"verhandelen": bedrijfsmatig voorhanden hebben, te koop aanbieden, verkopen of afleveren;
EEG-verordening: verordening (EEG) nr. 1274/91 van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 15 mei 1991 houdende bepalingen ter toepassing van de Verordening (EEG) nr. 1907/90 van de Raad betreffende bepaalde handelsnormen voor eieren (PbEG L 121);
produktschap: Produktschap voor Pluimvee en Eieren.
in- of uitvoer: in- of uitvoer als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de In- en uitvoerwet.
Artikel 2
1.
Op kleine verpakkingen met eieren van klasse A mag, ter aanduiding van de produktiemethode, een van de volgende vermeldingen worden aangebracht:
a. a. eieren van hennen met vrije uitloop-extensief systeem; b. b. eieren van hennen met vrije uitloop; c. c. scharreleieren; d. d. eieren van in volières gehouden hennen,
welke vermelding in geval van uitvoer naar, onderscheidenlijk invoer uit een Lid-Staat van de Europese Unie mag zijn aangebracht in een of meer talen van de Europese Unie, overeenkomstig artikel 18, eerste lid, van de EEG-verordening.
2.
Het is, bij het verhandelen van eieren, verboden op of bij eieren dan wel op of bij de verpakking ervan:
a. a. de vermeldingen als bedoeld in het eerste lid aan te brengen of te bezigen, tenzij met betrekking tot deze eieren is voldaan aan het bij of krachtens de artikelen 3 en 4 van dit besluit bepaalde; b. b. andere dan de in het eerste lid bedoelde vermeldingen ter aanduiding van de produktiemethode van eieren aan te brengen of te bezigen, met uitzondering van de vermelding, genoemd in artikel 18, eerste lid, onderdeel e, van de EEG-verordening, of afbeeldingen aan te brengen of te bezigen die misleidend zijn of kunnen zijn met betrekking tot de produktiemethode.
3. Het verbod van het tweede lid, onderdeel a, geldt niet voor uit een andere lid-staat van de Europese Unie ingevoerde eieren die geproduceerd zijn op bedrijven die voldoen aan de in bijlage II bij de EEG-verordening vermelde minimumvoorwaarden.
4. Dit artikel is niet van toepassing op goederen die op regelmatige wijze zijn aangebracht en aangegeven of op regelmatige wijze zijn aangebracht onder geleide van een document voor communautair douanevervoer en die nog niet zijn vrijgegeven voor een van de douaneregelingen als bedoeld in artikel 4, onderdeel 16, onder a, d of f, van verordening (EEG) nr. 2913/92 van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 12 oktober 1992 tot vaststelling van het communautair douanewetboek (PbEG L 302).
Artikel 3
1.
Onze Minister stelt voor eieren, als bedoeld in artikel 2, eerste lid, regelen met betrekking tot:
a. a. de hoedanigheid, de sortering, de verzorging, de verpakking en de aanduiding; b. b. de inrichting en het gebruik van de ruimte bestemd voor de kippen, die deze eieren voortbrengen; c. c. de voeding, drenking en verzorging van de kippen, die deze eieren voortbrengen; d. d. de kippen die deze eieren voortbrengen.
2. De in het eerste lid bedoelde regelen kunnen verschillen naar gelang van de soort, de oorsprong, de herkomst en de geografische bestemming van de in artikel 2, eerste lid, bedoelde eieren.
Artikel 3a
1. Onze Minister kan bepalen dat de in artikel 3, eerste lid, bedoelde regelen bij verordening worden gesteld door het bestuur van het produktschap.
2. Onze Minister kan bepalen dat krachtens verordening, als bedoeld in het eerste lid, genomen besluiten de goedkeuring behoeven van een door hem aangewezen autoriteit.
Artikel 4
1. Onze Minister kan bepalen dat met betrekking tot eieren, als bedoeld in artikel 2, eerste lid, een keuring, als bedoeld in artikel 7 van de wet, plaatsvindt volgens door hem te stellen regelen.
2. Onze Minister kan voor eieren, als bedoeld in artikel 2, eerste lid, merken, tekenen en bewijsstukken, als bedoeld in artikel 7 van de wet, vaststellen.
3. Onze Minister kan regelen stellen inzake de gebruikmaking van de in het tweede lid bedoelde merken, tekenen of bewijsstukken.
4. Onze Minister kan regelen stellen betreffende het vervaardigen, voorhanden en in voorraad hebben, zomede het afleveren en gebruiken van de in het tweede lid bedoelde merken, tekenen en bewijsstukken, en van de clichés, stempels en andere werktuigen tot het vervaardigen of aanbrengen van die merken, tekenen en bewijsstukken.
Artikel 5
1. Het is verboden de in artikel 4 bedoelde merken, tekenen en bewijsstukken te bezigen in strijd met het bij of krachtens dit besluit bepaalde.
2. Het is verboden voor eieren dan wel de verpakking ervan aanduidingen te bezigen welke sterk gelijken op de in artikel 4 bedoelde merken, tekenen en bewijsstukken.
Artikel 6
De Stichting Controlebureau voor Pluimvee, Eieren en Eiprodukten is ten aanzien van de in artikel 2, eerste lid, bedoelde eieren:
-
- belast met het toezicht op de naleving door de bij haar aangeslotenen van de bij of krachtens dit besluit gestelde regelen;
-
- belast met de keuring als bedoeld in artikel 4, eerste lid;
-
- bevoegd tot het uitreiken van de in artikel 4 bedoelde merken, tekenen en bewijsstukken.
Artikel 6a
Producenten van eieren als bedoeld in artikel 2, eerste lid, alsmede pakstations waar in Nederland geproduceerde eieren als bedoeld in artikel 2, eerste lid, worden gesorteerd of verpakt, dienen aangesloten te zijn bij die in artikel 6 genoemde controle-instelling.
Artikel 7
1. De voorzitter van de in artikel 6 genoemde instelling wordt door Onze Minister telkens voor ten hoogste vier jaar benoemd. Hij is terstond wederbenoembaar.
2. Het bestuur van de in artikel 6 genoemde instelling doet aan Onze Minister een voordracht voor de benoeming.
3. De voorzitter mag niet rechtstreeks betrokken zijn bij de produktie van of handel in eieren.
Artikel 8
Onze Minister kan in overeenstemming met Onze Minister van Financiën plaatsen aanwijzen, waarop ten in- of uitvoer bestemde eieren, als bedoeld in dit besluit, moeten worden aangeboden ten invoer, onderscheidenlijk ten uitvoer.
Artikel 9
1. Onze Minister kan vrijstelling en, op aanvraag, ontheffing verlenen van het bij of krachtens dit besluit bepaalde.
2. Onze Minister kan bepalen dat een vrijstelling of een ontheffing als bedoeld in het eerste lid door het produktschap wordt verleend. Hij kan voorts bepalen dat een besluit, waarbij een zodanige vrijstelling of ontheffing wordt verleend, de goedkeuring behoeft van een door hem aangewezen autoriteit.
Artikel 10
Dit besluit kan worden aangehaald als "Landbouwkwaliteitsbesluit scharreleieren".