rijk/amvb/reglement-voor-de-pachtkamers/BWBR0002281/README.md
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00

5.3 KiB

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Reglement voor de pachtkamers BWBR0002281 AMvB geldend 1958-05-01 https://wetten.overheid.nl/BWBR0002281 Reglement voor de pachtkamers

Reglement voor de pachtkamers

Artikel 1

1. De raden en de plaatsvervangende raden in de pachtkamer van het gerechtshof te Arnhem en de leden en de plaatsvervangende leden van de pachtkamer van ieder kantongerecht worden benoemd tot eerste raad en tweede raad, en tot plaatsvervangers van de eerste raad en van de tweede raad, onderscheidenlijk tot eerste lid en tweede lid, en tot plaatsvervangers van het eerste en van het tweede lid.

2. De bepaling van het vorige lid heeft geen betrekking op de rang van benoeming.

Artikel 2

1. De rang van benoeming der leden, onderscheidenlijk der plaatsvervangende leden van de pachtkamer van het gerechtshof te Arnhem of van hetzelfde kantongerecht wordt geregeld naar de dag, waarop het besluit van hun eerste benoeming door Ons is getekend.

2. De rang van benoeming van verschillende op één zelfde dag benoemde leden of plaatsvervangende leden wordt, indien hun benoeming bij hetzelfde besluit plaatsvindt, bepaald door de volgorde hunner namen, en, indien zij bij verschillende besluiten benoemd zijn, door de volgorde dezer besluiten.

3. Bij het gerechtshof te Arnhem en bij ieder kantongerecht wordt door de griffier een lijst gehouden, waarop de namen van de raden en de plaatsvervangende raden in, of van de leden en de plaatsvervangende leden van de pachtkamer geplaatst worden met vermelding van ieders rang van benoeming.

Artikel 3

Vervallen

Artikel 4

1. De leden en plaatsvervangende leden en de raden en plaatsvervangende raden leggen alvorens zij met hun werkzaamheden aanvangen de eed of belofte af ten overstaan van het gerecht waarbij zij zijn benoemd volgens het formulier zoals dat is vastgesteld in de tweede bijlage bij de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren.

2. De eed of belofte wordt afgenomen op requisitoir van het openbaar ministerie.

3. Het formulier wordt ondertekend door degene die de eed of belofte aflegt en tevens door degene ten overstaan van wie de eed of belofte wordt afgelegd.

Artikel 5

1. Het bestuur van het gerecht waarbij de personen, bedoeld in artikel 4, zijn benoemd, houdt een register bij waarin de koninklijke besluiten betreffende de benoeming van de ambtenaren en de formulieren betreffende de afgelegde eed of belofte worden bewaard.

2. Een uittreksel uit dat register, inclusief het formulier betreffende de eed of belofte, wordt aan de leden en plaatsvervangende leden en de raden en plaatsvervangende raden uitgereikt.

Artikel 6

De installatie van de leden en plaatsvervangende leden en de raden en plaatsvervangende raden geschiedt door middel van het op de terechtzitting voorlezen van het formulier, bedoeld in artikel 4.

Artikel 7

De griffier is gehouden de raden en plaatsvervangende raden in, en de leden en plaatsvervangende leden van de pachtkamer bij te staan in de gevallen, waarin zulks is vereist.

Artikel 8

De raden en de plaatsvervangende raden in, en de leden en de plaatsvervangende leden van de pachtkamers ontvangen van de griffier de nodige kennisgeving van de terechtzittingen en andere bijeenkomsten, waarbij zij tegenwoordig moeten zijn.

Artikel 9

De raden en plaatsvervangende raden in, en de leden en plaatsvervangende leden van de pachtkamers kunnen de processtukken, ter griffie berustende, te hunnen huize ontvangen tegen ontvangbewijs.

Artikel 10

Aan de kantonrechter of de griffier, die zich in een geval, als bedoeld in artikel 148 van de Pachtwet, tot het verrichten van ambtelijke werkzaamheden begeeft buiten zijn woonplaats, anders dan naar de hoofdplaats van het kanton, waar hij is benoemd of de werkzaamheden op zich heeft genomen, worden uit 's Rijks kas de reis- en verblijfkosten vergoed naar de bepalingen, welke door Ons ter regeling van de vergoeding van reis- en verblijfkosten wegens reizen voor 's Rijks dienst, zijn of nader zullen worden vastgesteld.

Artikel 11

Aan de verschenen getuigen, in artikel 148 van de Pachtwet bedoeld, wordt vergoeding toegekend overeenkomstig het bij en krachtens de Wet tarieven in strafzaken bepaalde. Deze vergoeding wordt voldaan door de griffier.

Artikel 12

Vervallen

Artikel 13

Vervallen

Artikel 14

Iedere raad of plaatsvervangende raad in de pachtkamer van het gerechtshof te Arnhem, en ieder lid of plaatsvervangend lid van de pachtkamer van een kantongerecht, die weet dat er enige reden van wraking tegen hem bestaat, is gehouden deze aan de pachtkamer, waarin hij zitting heeft, op te geven.

Artikel 15

1. In alle zaken doet de voorzitter van de pachtkamer hoofdelijke omvraag; hij vraagt hierbij het advies van een jonger benoemd lid voor dat van een ouder. Hijzelf brengt het laatst zijn advies uit.

2. Een afwezig lid kan zijn advies noch door een van zijn medeleden doen voordragen, noch hetzelve schriftelijk indienen.

3. Wanneer er meer dan twee verschillende gevoelens zijn uitgebracht, zal het besluit worden opgemaakt op de wijze, die het meest overeenkomt met het gevoelen der meerderheid.

Artikel 16

1. Dit besluit kan worden aangehaald als: Reglement voor de pachtkamers.

2. Dit besluit treedt in werking tegelijk met de Pachtwet.