rijk/amvb/tijdelijk-besluit-experiment-inspanningsplicht-ww/BWBR0049720/README.md
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00

6.4 KiB

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Tijdelijk besluit experiment inspanningsplicht WW BWBR0049720 AMvB geldend 2024-06-01 https://wetten.overheid.nl/BWBR0049720 Tijdelijk besluit experiment inspanningsplicht WW

Tijdelijk besluit experiment inspanningsplicht WW

Artikel 1

In dit besluit wordt verstaan onder:

  • deelnemer: een werknemer die recht heeft op een uitkering en ingevolge de artikelen 4, 5 en 6 van dit besluit is ingedeeld in een onderzoeksgroep ten behoeve van deelname aan het experiment met de inspanningsplicht in de wet;
  • inspanningsplicht: de plichten die gericht zijn op bevordering van inschakeling in de arbeid, als bedoeld in de artikelen 24, eerste lid, onderdeel b, onder 1°, 2° en 4° en 26, onderdelen e en f, van de wet;
  • uitkering: een uitkering op grond van hoofdstuk II van de wet;
  • wet: Werkloosheidswet.

Artikel 2

Bij wijze van experiment als bedoeld in artikel 130, eerste lid, van de wet voert het UWV een onderzoek uit naar de doeltreffendheid van de inspanningsplicht van werknemers die recht hebben op een uitkering op grond van hoofdstuk II van de wet met als doel inzicht te krijgen in:

a. a. de mate waarin de sollicitatieplicht als invulling van de inspanningsplicht bijdraagt aan inschakeling in de arbeid; b. b. de mate waarin een alternatieve invulling van de inspanningsplicht met ruimte voor individuele afspraken bijdraagt aan het doel van die plicht, zijnde inschakeling in de arbeid; c. c. de doeltreffendheid van de verschillende varianten van de inspanningsplicht die onderdeel zijn van dit experiment voor verschillende groepen werknemers die zich op bepaalde factoren van elkaar onderscheiden.

Artikel 3

1.

Voor deelname aan dit onderzoek komt in aanmerking de werknemer

a. a. die recht heeft op een uitkering die is ontstaan op of na de datum van inwerkingtreding van dit besluit; of b. b. van wie het recht op een uitkering is herleefd, als bedoeld in artikel 21 van de wet, op of na de datum van inwerkingtreding van dit besluit.

2.

In afwijking van het eerste lid komt een werknemer niet in aanmerking voor deelname aan dit onderzoek wanneer:

a. a. de werknemer een overheidswerknemer is, als bedoeld in artikel 1, onderdeel j, van de wet; of b. b. het recht van de werknemer op een uitkering is ontstaan of herleefd na een beoordeling als bedoeld in artikel 6, eerste lid, van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen waaruit blijkt dat de werknemer in staat is met arbeid meer dan 65% te verdienen van het maatmaninkomen per uur, als bedoeld in artikel 1 van die wet.

3. Het UWV besluit welke werknemers kunnen deelnemen aan het onderzoek.

Artikel 4

1.

In het experiment worden de volgende onderzoeksgroepen gehanteerd:

a. a. een ontheffingsgroep; b. b. een individuele afsprakengroep; en c. c. een controlegroep.

2. Aan de deelnemer die is ingedeeld in de ontheffingsgroep, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, wordt gedurende de experimenteerperiode ontheffing verleend van de inspanningsplicht, inhoudende dat artikel 24, eerste lid, onderdeel b, onder 1°, 2° en 4°, en artikel 26, onderdelen e en f, van de wet niet van toepassing zijn op de deelnemer.

3. Met de deelnemer die is ingedeeld in de individuele afsprakengroep, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, kan UWV gedurende de experimenteerperiode in afwijking van het Besluit sollicitatieplicht werknemers WW en IOW 2012 individuele afspraken maken over de invulling van de inspanningsplicht.

4. Voor de deelnemer die is ingedeeld in de controlegroep blijft de inspanningsplicht en de daarop gebaseerde sollicitatieplicht, bedoeld in het Besluit sollicitatieplicht werknemers WW en IOW 2012 onverminderd van toepassing.

Artikel 5

1. Het UWV waarborgt dat deelname aan het experiment vrijwillig is door de werknemer een maand te geven om te reageren op de beslissing tot deelname.

2. De deelnemer wordt willekeurig ingedeeld in een onderzoeksgroep en geïnformeerd over de bijbehorende rechten en plichten.

3. Deelname aan het onderzoek eindigt zodra het recht op een uitkering op grond van hoofdstuk II van de wet eindigt.

4.

Deelname aan het onderzoek wordt in dezelfde onderzoeksgroep hervat indien het recht op een uitkering is geëindigd en

a. a. voor de deelnemer gedurende de looptijd van het onderzoek een nieuw recht op een uitkering ontstaat; of b. b. voor de deelnemer het recht op een uitkering gedurende de looptijd van het onderzoek herleeft, als bedoeld in artikel 21 van de wet.

Artikel 6

1. Het UWV stelt in overeenstemming met de deelnemer een plan van aanpak op met daarin op de deelnemer afgestemde afspraken over de wijze waarop de deelnemer invulling zal geven aan de inspanningsplicht. De deelnemer is verplicht hieraan mee te werken en de gemaakte afspraken na te leven.

2. De deelnemer stelt binnen een door UWV te bepalen termijn na indeling in de individuele afsprakengroep een voorstel op voor een plan van aanpak. Op verzoek van de deelnemer biedt UWV ondersteuning bij het opstellen van dit voorstel.

3. Het UWV stelt in overleg met de deelnemer het plan van aanpak vast en informeert de deelnemer over de wijze waarop handhaving van de gemaakte afspraken zal plaatsvinden.

4. Het UWV draagt zorg voor periodieke evaluatie en zo nodig aanpassing van het plan van aanpak, teneinde te bewerkstelligen dat het plan van aanpak passend is voor de deelnemer.

Artikel 7

1. Deelnemers worden tijdig geïnformeerd over de einddatum van het experiment en over de inspanningsplicht die gaat gelden na het einde van het experiment.

2. De gegeven ontheffingen en de gemaakte uitzonderingen blijven na de einddatum van het experiment gedurende drie maanden van toepassing op deelnemers in de ontheffingsgroep voor wie het recht op een uitkering waar deelname op is gebaseerd nog niet is geëindigd.

3. De individuele afspraken blijven voor deelnemers in de individuele afsprakengroep gelden na de einddatum van het experiment.

Artikel 8

Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid zendt uiterlijk 1 maart 2029 aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van het experiment in de praktijk.

Artikel 9

Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 juni 2024 en vervalt met ingang van 1 juni 2028.

Artikel 10

Dit besluit wordt aangehaald als: Tijdelijk besluit experiment inspanningsplicht WW.