rijk/amvb/tijdelijk-besluit-mediaconcentraties/BWBR0022064/README.md
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00

8.6 KiB
Raw Permalink Blame History

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Tijdelijk besluit mediaconcentraties BWBR0022064 AMvB geldend 2007-06-13 https://wetten.overheid.nl/BWBR0022064 Tijdelijk besluit mediaconcentraties

Tijdelijk besluit mediaconcentraties

Paragraaf 1. : Gebruikersmarkt voor dagbladen

Artikel 1

In deze paragraaf wordt verstaan onder:

a. a. gebruikersmarkt voor dagbladen: het getal dat op basis van een inventariserend onderzoek de over vier aaneengesloten kwartalen opgetelde gemiddelde oplageverspreiding van alle dagbladen die bestemd zijn voor het publiek in Nederland weergeeft; b. b. gemiddelde oplageverspreiding: de in een kwartaal totaal verspreide oplage van een dagblad gedeeld door het totaal aantal keren dat het betreffende dagblad in dat kwartaal is verschenen; c. c. gebruikersmarktaandeel voor dagbladen: het procentuele aandeel in de gebruikersmarkt voor dagbladen van de door de bij een mediaconcentratie betrokken ondernemingen uitgegeven dagbladen bestemd voor het publiek in Nederland.

Artikel 2

Het inventariserend onderzoek als bedoeld in artikel 1, onder a, dient in ieder geval:

a. a. de gemiddelde oplageverspreiding per kwartaal te bevatten van:

      1°.
      de door de bij een mediaconcentratie betrokken ondernemingen uitgegeven dagbladen bestemd voor het publiek in Nederland;
    
    
      2°.
      alle andere dan onder 1° bedoelde dagbladen bestemd voor het publiek in Nederland;

1°. 1°. de door de bij een mediaconcentratie betrokken ondernemingen uitgegeven dagbladen bestemd voor het publiek in Nederland; 2°. 2°. alle andere dan onder 1° bedoelde dagbladen bestemd voor het publiek in Nederland; b. b. voldoende waarborgen te bevatten om de onder a bedoelde opgave bij gerede twijfel op juistheid te kunnen controleren; c. c. voor de onder a bedoelde opgave gebaseerd te zijn op informatie verstrekt door de uitgevers van de onder a bedoelde dagbladen; d. d. niet eerder te eindigen dan zes maanden voor de dag waarop de mediaconcentratie is gemeld bij de raad van bestuur.

Paragraaf 2. : Gebruikersmarkt voor televisieprogrammas

Artikel 3

In deze paragraaf wordt verstaan onder:

a. a. gebruikersmarkt voor televisieprogrammas: het getal dat op basis van onderzoek representatief voor alle personen van zes jaar en ouder met woon- of verblijfplaats in Nederland de voor een heel jaar opgetelde kijktijd onder deze populatie voor alle in Nederland te ontvangen televisieprogrammas weergeeft; b. b. kijktijd: de totale tijd, uitgedrukt in minuten, die een persoon in een tijdvak van vierentwintig uur naar één of meer televisieprogrammas heeft gekeken; c. c. gebruikersmarktaandeel voor televisieprogrammas: het procentuele aandeel in de gebruikersmarkt voor televisieprogrammas van de door de bij een mediaconcentratie betrokken ondernemingen uitgezonden en voor het publiek in Nederland bestemde televisieprogrammas.

Artikel 4

Het representatief onderzoek als bedoeld in artikel 3, onder a, dient in ieder geval:

a. a. een wetenschappelijk te verantwoorden opgave te bevatten van het aantal personen van zes jaar en ouder met woon- of verblijfplaats in Nederland; b. b. een wetenschappelijk te verantwoorden en representatieve verdeling te bevatten van de onder a gedefinieerde populatie naar achtergrondkenmerken die van wezenlijke invloed zijn op de kijktijd van personen naar televisieprogrammas; c. c. te worden uitgevoerd onder een onderzoekspopulatie van zodanige omvang en samenstelling dat het wetenschappelijk verantwoord is op basis daarvan de representativiteit voor de gehele onder a bedoelde populatie te berekenen; d. d. de verdeling van de tot de onder c bedoelde onderzoekspopulatie behorende personen over de onder b bedoelde achtergrondkenmerken te bevatten; e. e. de onder d bedoelde verdeling te corrigeren door middel van het toekennen van wegingsfactoren aan de over verschillende groepen personen verdeelde achtergrondkenmerken binnen de onderzoekspopulatie op zodanige wijze dat die verdeling daardoor overeenstemt met de verdelingsverhoudingen van de onder b bedoelde verdeling; f. f. gedurende een heel jaar de totale kijktijd van de onder c bedoelde onderzoekspopulatie te meten naar:

      1°.
      de door de bij een mediaconcentratie betrokken ondernemingen uitgezonden en voor het publiek in Nederland bestemde televisieprogrammas;
    
    
      2°.
      alle andere dan de onder 1° bedoelde in Nederland te ontvangen televisieprogrammas;

1°. 1°. de door de bij een mediaconcentratie betrokken ondernemingen uitgezonden en voor het publiek in Nederland bestemde televisieprogrammas; 2°. 2°. alle andere dan de onder 1° bedoelde in Nederland te ontvangen televisieprogrammas; g. g. niet eerder te eindigen dan twee maanden voor de dag waarop de mediaconcentratie is gemeld bij de raad van bestuur.

Paragraaf 3. : Gebruikersmarkt voor radioprogrammas

Artikel 5

In deze paragraaf wordt verstaan onder:

a. a. gebruikersmarkt voor radioprogrammas: het getal dat op basis van representatief onderzoek onder alle personen van tien jaar en ouder met woon- of verblijfplaats in Nederland de voor een heel jaar opgetelde luistertijd van deze populatie voor alle in Nederland te ontvangen radioprogrammas weergeeft; b. b. luistertijd: de som van het aantal kwartieren dat een persoon in een tijdvak van vierentwintig uur naar één of meer radioprogrammas heeft geluisterd en in ieder van die kwartieren ten minste acht minuten heeft geluisterd; c. c. gebruikersmarktaandeel voor radioprogrammas: het procentuele aandeel in de gebruikersmarkt voor radioprogrammas van de door de bij een mediaconcentratie betrokken ondernemingen uitgezonden en voor het publiek in Nederland bestemde radioprogrammas.

Artikel 6

Het representatief onderzoek als bedoeld in artikel 5 onder a, dient in ieder geval:

a. a. een wetenschappelijk te verantwoorden opgave te bevatten van het aantal personen van tien jaar en ouder met woon- of verblijfplaats in Nederland; b. b. een wetenschappelijk te verantwoorden en representatieve verdeling te bevatten van de onder a gedefinieerde populatie naar achtergrondkenmerken die van wezenlijke invloed zijn op de luistertijd van personen naar radioprogrammas; c. c. te worden uitgevoerd onder een onderzoekspopulatie van zodanige omvang en samenstelling dat het wetenschappelijk verantwoord is op basis daarvan de representativiteit voor de gehele onder a bedoelde populatie te berekenen; d. d. de verdeling van de tot de onder c bedoelde onderzoekspopulatie behorende personen over de onder b bedoelde achtergrondkenmerken te bevatten; e. e. de onder d bedoelde verdeling te corrigeren door middel van het toekennen van wegingsfactoren aan de over verschillende groepen personen verdeelde achtergrondkenmerken binnen de onderzoekspopulatie op zodanige wijze dat die verdeling daardoor overeenstemt met de verdelingsverhoudingen van de onder b bedoelde verdeling; f. f. gedurende een heel jaar de totale luistertijd van de onder c bedoelde onderzoekspopulatie te meten naar:

      1°.
      de door de bij een mediaconcentratie betrokken ondernemingen uitgezonden en voor het publiek in Nederland bestemde radioprogrammas;
    
    
      2°.
      alle andere dan de onder 1° bedoelde in Nederland te ontvangen radioprogrammas;

1°. 1°. de door de bij een mediaconcentratie betrokken ondernemingen uitgezonden en voor het publiek in Nederland bestemde radioprogrammas; 2°. 2°. alle andere dan de onder 1° bedoelde in Nederland te ontvangen radioprogrammas; g. g. niet eerder te eindigen dan twee maanden voor de dag waarop de mediaconcentratie is gemeld bij de raad van bestuur.

Paragraaf 4. : Verstrekking onderzoeken

Artikel 7

Bij een melding als bedoeld in artikel 34 van de Mededingingswet van een mediaconcentratie worden de in de artikelen 1, onderdeel a, 3, onderdeel a, en artikel 5, onderdeel a, bedoelde onderzoeken verstrekt.

Paragraaf 5. : Slotbepalingen

Artikel 8

Indien het bij koninklijke boodschap van 28 september 2006 ingediende voorstel van wet tot vaststelling van tijdelijke regels voor mediaconcentraties (Tijdelijke wet mediaconcentraties) (Kamerstukken II, 2006/07, 30 921) nadat het tot wet is verheven, in werking treedt, treedt dit besluit op hetzelfde tijdstip in werking.

Artikel 9

Dit besluit wordt aangehaald als: Tijdelijk besluit mediaconcentraties.