rijk/amvb/tijdelijk-besluit-preventieve-inzet-wachtgeldfondsen/BWBR0011324/README.md
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00

3.3 KiB

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Tijdelijk besluit preventieve inzet wachtgeldfondsen BWBR0011324 AMvB geldend 2000-08-11 https://wetten.overheid.nl/BWBR0011324 Tijdelijk besluit preventieve inzet wachtgeldfondsen

Tijdelijk besluit preventieve inzet wachtgeldfondsen

Artikel 1

In dit besluit wordt verstaan onder:

a. a. UVW: het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, genoemd in hoofdstuk 5 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk eninkomen; b. b. betrokkene: werknemer op wie dit besluit op grond van artikel 3 van toepassing is; c. c. WW-uitkering: uitkering op grond van de Werkloosheidswet.

Artikel 2

Het met dit besluit beoogde resultaat is het verschaffen van inzicht in het effect van de preventieve inzet van middelen uit de wachtgeldfondsen en het Uitvoeringsfonds voor de overheid om het ontstaan van recht op WW-uitkering te voorkomen.

Artikel 3

1.

Dit besluit is van toepassing op de werknemer:

a. a. waarvan redelijkerwijs valt aan te nemen dat zijn dienstbetrekking binnen vier maanden zal eindigen ter uitvoering van een voornemen als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de Wet melding collectief ontslag; en b. b. waarvan redelijkerwijs vaststaat dat hij, indien toepassing van dit besluit achterwege blijft, als gevolg van de eindiging van de dienst-betrekking, bedoeld in onderdeel a, recht op WW-uitkering zal krijgen.

2.

Dit besluit is eveneens van toepassing op de werknemer:

a. a. waarvan redelijkerwijs valt aan te nemen dat zijn dienstbetrekking binnen vier maanden zal eindigen; en b. b. waarvan redelijkerwijs valt aan te nemen dat hij, indien toepassing van dit besluit achterwege blijft, de eerstvolgende jaren per kalenderjaar meermaals recht op WW-uitkering zal krijgen.

Artikel 4

1. Het UWV stelt voor de betrokkene, op diens aanvraag, een traject vast gericht op het ingeschakeld blijven in het arbeidsproces.

2. Het UWV draagt ter uitvoering van het eerste lid werkzaamheden op aan de Arbeidsvoorzieningsorganisatie of aan derden, niet zijnde uitvoeringsinstellingen, waardoor de betrokkene in staat wordt gesteld deel te nemen aan activiteiten die bijdragen tot het ingeschakeld blijven in het arbeidsproces.

3. De activiteiten, bedoeld in het tweede lid, mogen niet gericht zijn op het behouden van de dienstbetrekking, bedoeld in artikel 3, of het opnieuw ontstaan van een dienstbetrekking tussen betrokkene en zijn werkgever.

4. Het UWV beëindigt de taak, bedoeld in het eerste lid, met betrekking tot de werknemer, bedoeld in artikel 3, tweede lid, met ingang van de eerste dag van het tweede kwartaal na het kwartaal waarin het aantal werknemers, bedoeld in dat lid, waarvoor een traject is vastgesteld, de duizend heeft bereikt, en in ieder geval met ingang van 11 augustus 2004.

Artikel 5

1. Het UWV is bevoegd om nadere regels te stellen met betrekking tot de aanvraag, bedoeld in artikel 4, eerste lid.

2. De aanvragen worden behandeld in volgorde van binnenkomst.

Artikel 6

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag gelegen drie maanden na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst en vervalt met ingang van 1 juli 2005.

Artikel 7

Dit besluit wordt aangehaald als: Tijdelijk besluit preventieve inzet wachtgeldfondsen.