rijk/amvb/tijdelijk-besluit-specifieke-uitkering-vervoermanagement/BWBR0011688/README.md
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00

4.1 KiB
Raw Permalink Blame History

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Tijdelijk besluit specifieke uitkering vervoermanagement BWBR0011688 AMvB geldend 2001-01-01 https://wetten.overheid.nl/BWBR0011688 Tijdelijk besluit specifieke uitkering vervoermanagement

Tijdelijk besluit specifieke uitkering vervoermanagement

Artikel 1

In dit besluit wordt verstaan onder:

a. a. Onze Minister: Onze Minister van Verkeer en Waterstaat; b. b. uitkeringsjaar: het jaar waarin de uitkering wordt verstrekt; c. c. vervoermanagement: de zorg van binnen de provincie of het regionaal openbaar lichaam gevestigde bedrijven en instellingen voor personenvervoer voor het zo beperkt mogelijk houden van het autogebruik; d. d. uitkeringsontvanger: de provincie die of het regionaal openbaar lichaam dat een uitkering ontvangt op basis van dit besluit.

Artikel 2

Op basis van dit besluit wordt een specifieke uitkering verstrekt aan de provincies en de regionale openbare lichamen, met als doel:

a. a. de integratie van vervoermanagement in het beleid van de provincies en de regionale openbare lichamen; b. b. het ten behoeve van vervoermanagement bieden van een adequaat voorzieningenniveau aan binnen de provincies of regionale openbare lichamen gevestigde bedrijven.

Artikel 3

Het uitkeringsbedrag dat wordt verleend in de jaren 2001 tot en met 2004 bedraagt in euros per provincie per jaar:

Artikel 4

Het uitkeringsbedrag dat wordt verleend in de jaren 2001 en 2002 bedraagt in euros per regionaal openbaar lichaam per jaar:

Artikel 5

1. De uitkeringsontvanger besteedt de verstrekte uitkering aan activiteiten ten behoeve van het doel van de uitkering.

2.

De uitkeringsontvanger overlegt:

a. a. voor 1 maart van het uitkeringsjaar een door hem opgestelde verklaring inhoudende dat de verstrekte uitkering volgens de begroting wordt bestemd voor activiteiten als bedoeld in het eerste lid; b. b. voor 1 juni van het jaar volgend op het uitkeringsjaar: in geval van een provincie het verslag bedoeld in artikel 201, tweede lid, van de Provinciewet en in geval van een regionaal openbaar lichaam het verslag als bedoeld in artikel 197, tweede lid van de Gemeentewet; c. c. voor 1 juni van het jaar volgend op het uitkeringsjaar een inhoudelijk verslag omtrent de uitvoering van activiteiten, bedoeld in het eerste lid, tijdens het uitkeringsjaar.

Artikel 6

1. De uitkering wordt door Onze Minister voor 15 februari van het uitkeringsjaar verleend onder voorwaarde dat voldoende gelden beschikbaar zijn gesteld. Het voorschot voor de uitkering wordt eveneens verleend voor het in de eerste volzin genoemde tijdstip.

2. Artikel 4:48 van de Algemene wet bestuursrecht is van overeenkomstige toepassing.

Artikel 7

1. Voor zover na 31 december van het uitkeringsjaar de verleende uitkering niet is besteed ten behoeve van het doel van de uitkering, kan deze worden gereserveerd.

2. Niet meer dan 40% van de verleende uitkering wordt gereserveerd.

3. De gereserveerde bedragen worden het jaar volgend op het uitkeringsjaar ten behoeve van het doel van de uitkering besteed.

Artikel 8

1. Onze Minister stelt de uitkering vast binnen zestien weken na ontvangst van de verantwoording. Indien niet wordt voldaan aan artikel 5, tweede lid, onderdeel b, stelt Onze Minister de uitkering voor 1 september van het jaar volgend op het uitkeringsjaar vast.

2. De artikelen 4:46 en 4:49 van de Algemene wet bestuursrecht zijn van overeenkomstige toepassing.

Artikel 9

1. Het uitkeringsbedrag wordt overeenkomstig de vaststelling betaald, onder verrekening van de betaalde voorschotten.

2. Het uitkeringsbedrag wordt binnen vier weken na de vaststelling betaald.

Artikel 10

Onverschuldigd betaalde uitkeringsbedragen en voorschotten kunnen binnen acht weken na de vaststelling van de uitkering, wijziging of intrekking daarvan worden teruggevorderd.

Artikel 11

Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 januari 2001.

Artikel 12

Dit besluit wordt aangehaald als: Tijdelijk besluit specifieke uitkering vervoermanagement.