40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
6.8 KiB
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Tijdelijk besluit uitstroombevorderende maatregel Defensie | BWBR0006828 | AMvB | geldend | 1994-08-24 | https://wetten.overheid.nl/BWBR0006828 | Tijdelijk besluit uitstroombevorderende maatregel Defensie |
Tijdelijk besluit uitstroombevorderende maatregel Defensie
Artikel 1
In dit besluit wordt verstaan onder:
a. a. uitstroombevorderende maatregel: beslissing tot toekenning van aanvullende aanspraken, ingevolge artikel 4, eerste en derde lid, alsmede van een aanspraak op vrije geneeskundige verzorging ingevolge artikel 4, tweede lid, van dit besluit aan de werknemer; b. b. werknemer:
1.
Een voor onbepaalde tijd bij het beroepspersoneel aangestelde militair, als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder *c*., ten eerste, van het Algemeen militair ambtenarenreglement, die een leeftijd heeft bereikt van vijf jaar beneden de in artikel 39, tweede lid, onder *a*., van dat reglement genoemde leeftijd;
2.
Ambtenaar in de zin van het Burgerlijk ambtenarenreglement defensie, alsmede degene die voor onbepaalde tijd werkzaam is in burgerlijke openbare dienst bij het Ministerie van Defensie op basis van een overeenkomst naar burgerlijk recht, die 55 jaar of ouder is, en aan wie, indien hij in dienst was gebleven, met ingang van de dag waarop hij aan de in artikel 114 van het Burgerlijk ambtenarenreglement defensie bedoelde voorwaarden voor ontslag zou hebben voldaan, op zijn aanvraag ontslag in de zin van dat artikel had kunnen worden verleend;
-
-
Een voor onbepaalde tijd bij het beroepspersoneel aangestelde militair, als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder *c*., ten eerste, van het Algemeen militair ambtenarenreglement, die een leeftijd heeft bereikt van vijf jaar beneden de in artikel 39, tweede lid, onder *a*., van dat reglement genoemde leeftijd;
-
-
-
Ambtenaar in de zin van het Burgerlijk ambtenarenreglement defensie, alsmede degene die voor onbepaalde tijd werkzaam is in burgerlijke openbare dienst bij het Ministerie van Defensie op basis van een overeenkomst naar burgerlijk recht, die 55 jaar of ouder is, en aan wie, indien hij in dienst was gebleven, met ingang van de dag waarop hij aan de in artikel 114 van het Burgerlijk ambtenarenreglement defensie bedoelde voorwaarden voor ontslag zou hebben voldaan, op zijn aanvraag ontslag in de zin van dat artikel had kunnen worden verleend;
-
c. c. ontslag wegens overtolligheid: ontslag in de zin van artikel 39, tweede lid onder d. jo. artikel 43 van het Algemeen militair ambtenarenreglement, in de zin van artikel 116, eerste lid, onder b., van het Burgerlijk ambtenarenreglement defensie, dan wel een daarmee vergelijkbare opzegging van een arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht; d. d. wachtgeld: wachtgeld of uitkering, met inbegrip van vervolgwachtgeld of vervolguitkering, ingevolge de Militaire wachtgeldregeling 1961, Wachtgeldbesluit burgerlijke ambtenaren defensie, dan wel Uitkeringsbesluit burgerlijke ambtenaren defensie; e. e. wachtgeldperiode: periode die ingaat op de dag waartegen aan de werknemer ontslag wegens overtolligheid is verleend en eindigt op de dag waarop het wegens dat ontslag toegekende wachtgeld eindigt of geheel of gedeeltelijk vervalt.
Artikel 2
1. De werknemer voor wie in het kader van de reductie-operaties overtolligheid dreigt, of die bereid is zijn functie aan een met ontslag wegens overtolligheid bedreigde collega af te staan, kan een aanvraag indienen bij de tot het verlenen van ontslag bevoegde autoriteit tot het nemen van een uitstroombevorderende maatregel.
2. Op de aanvraag wordt uiterlijk drie maanden na het indienen daarvan beslist.
Artikel 3
1. Aan de werknemer die een aanvraag als genoemd in artikel 2 heeft ingediend en voor wie na een daartoe strekkend onderzoek binnen de rijksoverheid geen passende functie beschikbaar is, kan, tenzij om redenen van dienstbelang daartegen bedenkingen zijn, ontslag wegens overtolligheid worden verleend.
2. Een aanvraag tot het nemen van een uitstroombevorderende maatregel wordt niet ingewilligd, als sprake is ontslag wegens overtolligheid, terwijl er sprake is van een omstandigheid op grond waarvan toekenning van wachtgeld is of kon worden geweigerd.
Artikel 4
1. De werknemer, genoemd in artikel 1, onderdeel b., ten eerste, heeft tenzij de toepassing van artikel 4 van de Militaire wachtgeldregeling 1961 tot een gelijkluidend of hoger bedrag zou leiden, gedurende de wachtgeldperiode aanspraak op een aanvulling op het ingevolge die toepassing geldende bedrag van het wachtgeld tot 80% van de laatstelijk genoten bezoldiging, als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel f., van de Militaire wachtgeldregeling 1961.
2. Artikel 58, eerste lid en de artikelen 90, 90a en 90b van het Algemeen militair ambtenarenreglement zijn van toepassing op de ontslagen werknemer.
3. De werknemer, genoemd in artikel 1, onderdeel b., ten tweede, heeft, tenzij de toepassing van artikel 11 van het Wachtgeldbesluit burgerlijke ambtenaren defensie of van artikel 12 van het Uitkeringsbesluit burgerlijke ambtenaren defensie tot een gelijkluidend of hoger bedrag zou leiden, gedurende de wachtgeldperiode aanspraak op een aanvulling op het ingevolge die toepassing geldende bedrag van het wachtgeld tot 80% van de bezoldiging, als bedoeld in artikel 5 van het Wachtgeldbesluit burgerlijke ambtenaren defensie, respectievelijk artikel 5 van het Uitkeringsbesluit burgerlijke ambtenaren defensie.
4.
De periode, waarvoor de uitstroom bevorderende maatregel geldt, eindigt, indien sprake is van ontslag wegens overtolligheid
a. a. voor de werknemer, genoemd in artikel 1, onderdeel b, ten eerste, zodra deze aanspraak op een uitkering ingevolge de Uitkeringswet gewezen militairen heeft; b. b. voor de werknemer, genoemd in artikel 1, onderdeel b, ten tweede, met ingang van de in dat onderdeel bedoelde dag of zoveel eerder als die werknemer de leeftijd van 61 jaar heeft bereikt dan wel zoveel eerder als hij de diensttijd die geldig is voor de in artikel 114 van het Burgerlijk ambtenarenreglement defensie bedoelde uitkering, voor ten minste 40 jaren zou hebben vervuld.
Artikel 5
Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag, na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst, en werkt terug tot en met 1 september 1993. Dit besluit vervalt op 1 januari 2004, met dien verstande dat het van kracht blijft voor degene voor wie op 31 december 2003 een onderzoek als genoemd in artikel 3 van dit besluit, nog niet is afgerond, alsmede voor degene die op die datum aan dit besluit aanspraken kon ontlenen.
Artikel 6
Dit besluit wordt aangehaald als: Tijdelijk besluit uitstroombevorderende maatregel Defensie.